|
|
Commission Regulation (EC) No 1738/2005
|
Verordening (EG) nr. 1738/2005 van de Commissie
|
|
of 21 October 2005
|
van 21 oktober 2005
|
|
amending Regulation (EC) No 1916/2000 as regards the definition and transmission of information on the structure of earnings
|
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1916/2000, wat de definitie en de indiening van gegevens over de loonstructuur betreft
|
|
(Text with EEA relevance)
|
(Voor de EER relevante tekst)
|
|
THE COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES,
|
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
|
|
Having regard to the Treaty establishing the European Community,
|
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
|
|
Having regard to Council Regulation (EC) No 530/1999 of 9 March 1999 concerning structural statistics on earnings and on labour costs [1], and in particular Article 11(ii) and (iii) thereof,
|
Gelet op Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten [1], en met name op artikel 11, onder ii) en iii),
|
|
Whereas:
|
Overwegende hetgeen volgt:
|
|
(1) Commission Regulation (EC) No 1916/2000 of 8 September 2000 on implementing Council Regulation (EC) No 530/1999 concerning structural statistics on earnings and on labour costs as regards the definition and transmission of information on structure of earnings [2] sets out implementing measures concerning the definition and breakdown of the information to be provided and the appropriate technical format for the transmission of the results as provided for in Article 11 of Regulation (EC) No 530/1999.
|
(1) In Verordening (EG) nr. 1916/2000 van de Commissie van 8 september 2000 houdende uitvoering van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten, wat de definitie en de indiening van gegevens over de loonstructuur betreft [2] zijn uitvoeringsmaatregelen vastgelegd voor de definitie en indeling van de te verstrekken gegevens en voor het juiste technische formaat voor de indiening van de resultaten, zoals bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 530/1999.
|
|
(2) The structure of earnings survey for the reference year 2002 was the first survey based on Regulation (EC) No 1916/2000. The experience with this survey has demonstrated the need to improve the provisions of Regulation (EC) No 1916/2000, in order to bring them into line with the corresponding provisions of Commission Regulation (EC) No 1726/1999 of 27 July 1999 implementing Council Regulation (EC) No 530/1999 concerning structural statistics on earnings and on labour costs as regards the definition and transmission of information on labour costs [3] and to improve the links between the data from the various surveys on earnings and on labour costs every second year.
|
(2) De loonstructuurenquête voor het referentiejaar 2002 was de eerste enquête die op basis van Verordening (EG) nr. 1916/2000 is gehouden. Bij die enquête is gebleken dat de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1916/2000 moeten worden aangepast aan de overeenkomstige bepalingen van Verordening (EG) nr. 1726/1999 van de Commissie van 27 juli 1999 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten, wat de definitie en de indiening van gegevens over de loonkosten betreft [3], en dat moet worden gezorgd voor een betere koppeling tussen de gegevens die iedere twee jaar beschikbaar komen uit hetzij de loonstructuurenquête hetzij de loonkostenenquête.
|
|
(3) Regulation (EC) No 1916/2000 should therefore be amended accordingly.
|
(3) Verordening (EG) nr. 1916/2000 moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.
|
|
(4) The measures provided for in this Regulation are in accordance with the opinion of the Statistical Programme Committee,
|
(4) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma,
|
|
HAS ADOPTED THIS REGULATION:
|
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
|
|
Article 1
|
Artikel 1
|
|
The Annexes to Regulation (EC) No 1916/2000 are replaced by the text in the Annexes to this Regulation.
|
De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1916/2000 worden vervangen door de tekst in de bijlagen bij deze verordening.
|
|
Article 2
|
Artikel 2
|
|
This Regulation shall enter into force on the twentieth day following its publication in the Official Journal of the European Union.
|
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
|
This Regulation shall be binding in its entirety and directly applicable in all Member States.
|
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
|
|
|
|
|
Done at Brussels, 21 October 2005.
|
Gedaan te Brussel, 21 oktober 2005.
|
|
For the Commission
|
Voor de Commissie
|
|
Joaquín Almunia
|
Joaquín Almunia
|
|
Member of the Commission
|
Lid van de Commissie
|
|
[1] OJ L 63, 12.3.1999, p. 6. Regulation as amended by Regulation (EC) No 1882/2003 of the European Parliament and of the Council (OJ L 284, 31.10.2003, p. 1).
|
[1] PB L 63 van 12.3.1999, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
|
|
[2] OJ L 229, 9.9.2000, p. 3.
|
[2] PB L 229 van 9.9.2000, blz. 3.
|
|
[3] OJ L 203, 3.8.1999, p. 28.
|
[3] PB L 203 van 3.8.1999, blz. 28.
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|
|
ANNEX I
|
BIJLAGE I
|
|
LIST OF VARIABLES
|
LIJST VAN VARIABELEN
|
|
1. Information about the local unit to which the sampled employees are attached
|
1. Gegevens over de lokale eenheid waartoe de werknemers in de steekproef behoren
|
|
1.1. Geographical location of the local unit (NUTS-1)
|
1.1. Geografische ligging van de lokale eenheid (NUTS 1)
|
|
1.2. Size of the enterprise to which the local unit belongs
|
1.2. Grootte van de onderneming waartoe de lokale eenheid behoort
|
|
1.3. Principal economic activity of the local unit (NACE Rev. 1.1.)
|
1.3. Hoofdactiviteit van de lokale eenheid (NACE Rev. 1.1.)
|
|
1.4. Form of economic and financial control
|
1.4. Vorm van de economische en financiële zeggenschap
|
|
1.5. Collective pay agreement
|
1.5. Collectieve arbeidsovereenkomst
|
|
1.6. Total number of employees in the local unit in the reference month (optional)
|
1.6. Totaal aantal werknemers in de lokale eenheid tijdens de referentiemaand (facultatief)
|
|
1.7. Affiliation of the local unit to a group of enterprises (optional)
|
1.7. Behoort de lokale eenheid tot een ondernemingsgroep? (facultatief)
|
|
2. Information on individual characteristics of each employee in the sample relating to the reference month
|
2. Gegevens over individuele kenmerken van iedere werknemer in de steekproef met betrekking tot de referentiemaand
|
|
2.1. Sex
|
2.1. Geslacht
|
|
2.2. Age
|
2.2. Leeftijd
|
|
2.3. Occupation (ISCO-88 (COM))
|
2.3. Beroep (ISCO-88 (COM))
|
|
2.4. Managerial or supervisory position (optional)
|
2.4. Leidinggevende of toezichthoudende functie (facultatief)
|
|
2.5. Highest successfully completed level of education and training (ISCED 97)
|
2.5. Hoogste voltooide onderwijs- en opleidingsniveau (ISCED 97)
|
|
2.6. Length of service in the enterprise
|
2.6. Anciënniteit in de onderneming
|
|
2.7. Contractual working time (full-time or part-time)
|
2.7. Contractuele arbeidsduur (voltijds of deeltijds)
|
|
2.7.1. Share of a full-timer’s normal hours
|
2.7.1. Percentage van de normale arbeidsduur van een voltijdwerknemer
|
|
2.8. Type of employment contract
|
2.8. Type arbeidsovereenkomst
|
|
2.9. Citizenship (optional)
|
2.9. Staatsburgerschap (facultatief)
|
|
3. Information on working periods for each employee in the sample
|
3. Informatie over de gewerkte perioden voor iedere werknemer in de steekproef
|
|
3.1. Number of weeks in the reference year to which the gross annual earnings relate
|
3.1. Aantal weken in het referentiejaar waarop het brutojaarloon betrekking heeft
|
|
3.2. Number of hours paid during the reference month
|
3.2. Aantal betaalde uren in de referentiemaand
|
|
3.2.1. Number of overtime hours paid in the reference month
|
3.2.1. Aantal betaalde overuren in de referentiemaand
|
|
3.3. Annual days of holiday leave
|
3.3. Aantal vakantiedagen gedurende het jaar
|
|
3.4. Other annual days of paid absence (optional)
|
3.4. Andere betaalde absentiedagen gedurende het jaar (facultatief)
|
|
4. Information on earnings for each employee in the sample (see also the figure below)
|
4. Informatie over het loon voor iedere werknemer in de steekproef (zie ook het volgende punt)
|
|
4.1. Gross annual earnings in the reference year
|
4.1. Brutojaarloon in het referentiejaar
|
|
4.1.1. Annual bonuses and allowances not paid in each pay period
|
4.1.1. Bonussen en toelagen die niet in elke loonperiode worden betaald, op jaarbasis
|
|
4.1.2. Annual payments in kind (optional)
|
4.1.2. Betalingen in natura op jaarbasis (facultatief)
|
|
4.2. Gross earnings in the reference month
|
4.2. Brutoloon voor de referentiemaand
|
|
4.2.1. Earnings related to overtime
|
4.2.1. Loon voor overwerk
|
|
4.2.2. Special payments for shift work
|
4.2.2. Loontoeslag voor werk in ploegendienst
|
|
4.2.3. Compulsory social contributions and taxes paid by the employer on behalf of the employee (optional)
|
4.2.3. Verplichte sociale premies en belastingen die de werkgever namens de werknemer betaalt (facultatief)
|
|
4.2.3.1. Compulsory social-security contributions (optional)
|
4.2.3.1. Verplichte sociale premies (facultatief)
|
|
4.2.3.2. Taxes (optional)
|
4.2.3.2. Belastingen (facultatief)
|
|
4.3. Average gross hourly earnings in the reference month
|
4.3. Gemiddeld bruto-uurloon in de referentiemaand
|
|
5. Grossing-up factors
|
5. Ophogingsfactoren
|
|
5.1. Grossing-up factor for the local unit
|
5.1. Ophogingsfactor voor de lokale eenheid
|
|
5.2. Grossing-up factor for the employees
|
5.2. Ophogingsfactor voor de werknemers
|
|
Optionally, Member States may record more detailed information related to the categories of variable 2.8. They may also record data for the following components of variable 3.4.: Annual days of sick leave and Annual days of vocational training (transmission to Eurostat only on request).
|
Desgewenst kunnen de lidstaten voor de verschillende categorieën van variabele 2.8 gedetailleerdere gegevens registreren. Ook mogen zij gegevens registreren voor de volgende componenten van variabele 3.4.: Aantal dagen ziekteverlof gedurende het jaar en Aantal dagen beroepsopleiding gedurende het jaar (indiening bij Eurostat uitsluitend op verzoek).
|
|
Earnings variables of the SES
|
Loonvariabelen van de LSE
|
|
+++++ TIFF +++++
|
+++++ TIFF +++++
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|
|
ANNEX II
|
BIJLAGE II
|
|
DEFINITION OF VARIABLES
|
DEFINITIE VAN DE VARIABELEN
|
|
1. Information about the local unit to which the sampled employees are attached
|
1. Gegevens over de lokale eenheid waartoe de werknemers in de steekproef behoren
|
|
The compilation of structural statistics on earnings shall be based on local units and enterprises, as defined in Council Regulation (EEC) No 696/93 [1], and shall provide information on employees in enterprises with 10 or more employees classified by size and principal activity. Information for employees in enterprises with fewer than 10 employees is optional. The statistics shall cover all activities defined in sections C to K and M to O of the general industrial classification of economic activities within the European Communities (hereinafter "NACE Rev. 1.1") in enterprises with at least 10 employees [2].
|
De loonstructuurstatistieken moeten worden opgesteld op basis van lokale eenheden en ondernemingen zoals gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad [1]; zij moeten informatie bieden over werknemers in ondernemingen met tien of meer werknemers, ingedeeld naar grootte en hoofdactiviteit. Informatie over werknemers in ondernemingen met minder dan tien werknemers is facultatief. De statistieken hebben betrekking op alle activiteiten in de secties C-K en M-O van de algemene systematische bedrijfsindeling in de Europese Gemeenschappen (hierna "NACE Rev. 1.1" genoemd) in ondernemingen met ten minste tien werknemers [2].
|
|
1.1. Geographical location of the statistical unit (NUTS-1)
|
1.1. Geografische ligging van de lokale eenheid (NUTS 1)
|
|
The region in which the local unit is located should be classified according to the nomenclature of territorial statistical units (NUTS, level 1).
|
De regio waar de lokale eenheid is gevestigd, moet worden ingedeeld overeenkomstig de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS, niveau 1).
|
|
The transmission codes for the different NUTS categories will be presented in an implementation paper to be distributed by Eurostat.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de verschillende NUTS-categorieën.
|
|
1.2. Size of the enterprise to which the local unit belongs
|
1.2. Grootte van de onderneming waartoe de lokale eenheid behoort
|
|
The size of the enterprise in terms of the number of employees should be assigned to one of the following bands: 1 to 9, 10 to 49, 50 to 249, 250 to 499, 500 to 999, and 1000 or more employees. The size class 1 to 9 is optional.
|
De ondernemingen moeten op grond van hun personeelsbestand in een van de volgende grootteklassen worden ingedeeld: 1-9, 10-49, 50-249, 250-499, 500-999, 1000 of meer werknemers. De grootteklasse 1-9 is facultatief.
|
|
The transmission codes for the size classes listed above will be presented in an implementation paper to be distributed by Eurostat.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor bovenstaande grootteklassen.
|
|
1.3. Principal economic activity of the local unit (NACE rev. 1.1)
|
1.3. Hoofdactiviteit van de lokale eenheid (NACE Rev. 1.1)
|
|
The main economic activity of the local unit should be coded at the 2-digit level of NACE Rev. 1.1 (division level).
|
De voornaamste economische activiteit van de lokale eenheid moet worden gecodeerd op het tweecijferniveau van de NACE Rev. 1.1 (afdelingen).
|
|
The transmission codes for the different NACE categories will be presented in an implementation paper to be distributed by Eurostat.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de verschillende NACE-categorieën.
|
|
1.4. Form of economic and financial control of the enterprise
|
1.4. Vorm van de economische en financiële zeggenschap over de onderneming
|
|
This variable distinguishes only between the categories "public control" and "private control". The first category refers to any undertaking over which the public authorities may exercise, directly or indirectly, a dominant influence by virtue of their ownership of it, their financial participation therein, or the rules which govern it. A dominant influence (or control) on the part of the public authorities shall be presumed when these authorities directly or indirectly:
|
Bij deze variabele wordt alleen onderscheiden tussen openbare en particuliere ondernemingen. Onder een "openbare onderneming" wordt verstaan, een onderneming waarover de overheid rechtstreeks of indirect een dominerende invloed kan uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of erop van toepassing zijnde voorschriften. De overheid wordt geacht een dominerende invloed (zeggenschap) te kunnen uitoefenen, wanneer zij, al dan niet rechtstreeks:
|
|
- hold the major part of the undertaking's subscribed capital (> 50 %), or
|
- de meerderheid van het geplaatste kapitaal (> 50 %) van de onderneming bezit, of
|
|
- control the majority of the votes attached to shares issued by the undertaking or can appoint more than half of the members of the undertaking's administrative, managerial or supervisory body.
|
- over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan de door de onderneming uitgegeven aandelen beschikt of meer dan de helft van de leden van het bestuur of van de raad van beheer of van toezicht van de onderneming kan benoemen.
|
|
The second category is defined analogously. Balanced public and private ownership (50/50 "shared control") is very rare in practice. Such cases will not therefore be coded separately and should, if they occur, be treated as being under "private control".
|
Particuliere ondernemingen worden op soortgelijke wijze gedefinieerd. Evenwicht tussen openbare en particuliere eigendom (50/50 of "gedeelde zeggenschap") komt in de praktijk maar zelden voor. Dergelijke gevallen worden niet apart gecodeerd, maar in voorkomend geval behandeld als "particuliere onderneming".
|
|
The transmission codes for the two categories of variable 1.4 will be presented in an implementation paper to be distributed by Eurostat.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de twee categorieën van variabele 1.4.
|
|
1.5. Collective pay agreement
|
1.5. Collectieve arbeidsovereenkomst
|
|
Collective pay agreements covering the majority of employees in the statistical unit may fall into one of the categories listed below. If no collective agreement exists, this should also be indicated. The categories are as follows:
|
Collectieve arbeidsovereenkomsten die van toepassing zijn op de meerderheid van de werknemers in de statistische eenheid kunnen tot een van onderstaande categorieën behoren. Wanneer er geen collectieve arbeidsovereenkomst is, moet dit worden vermeld. De categorieën zijn:
|
|
- an agreement at national level, or an interconfederal agreement, covering employees of more than one industry, and usually signed by one or more trade-union confederations and by one or more national employers’ organisations,
|
- een overeenkomst op nationaal niveau of een overeenkomst tussen de sociale partners, voor werknemers in meer dan een bedrijfstak en gewoonlijk door een of meer vakverenigingen en een of meer nationale werkgeversorganisaties ondertekend,
|
|
- an industry agreement setting the terms and conditions of employment for all or most workers and employees in an individual industry or economic sector,
|
- een sectorale overeenkomst waarbij de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden voor alle of de meeste werknemers in een bedrijfstak of economische sector worden geregeld,
|
|
- an agreement for individual industries in individual regions,
|
- een overeenkomst voor een bepaalde bedrijfstak in bepaalde regio's,
|
|
- an enterprise or single-employer agreement covering only those employees with the same employer, regardless of size. The agreement may cover only certain local units or groups of employees within the enterprise,
|
- een overeenkomst op ondernemingsniveau, alleen voor werknemers van dezelfde werkgever, ongeacht de grootte van de onderneming. De overeenkomst kan ook alleen gelden voor bepaalde lokale eenheden of groepen werknemers binnen de onderneming,
|
|
- an agreement applying only to the employees in one local unit,
|
- een overeenkomst die alleen geldt voor de werknemers in één lokale eenheid,
|
|
- any other type of agreement not covered above,
|
- elk ander type overeenkomst,
|
|
- no collective pay agreement exists.
|
- er is geen collectieve arbeidsovereenkomst.
|
|
One of the above categories must be chosen ("yes" answer) if more than 50 % of the employees in the local unit are covered. Several categories may apply simultaneously.
|
Wanneer een categorie meer dan 50 % van de werknemers in de lokale eenheid bestrijkt, moet die categorie worden gekozen (antwoord "ja"). Het is mogelijk dat meer dan een categorie van toepassing is.
|
|
Instead of directly asking for the type of collective agreement, the unit may be asked what collective provisions are applied and the type of collective agreement determined on the basis of the answers.
|
In plaats van direct naar de aard van de collectieve arbeidsovereenkomst te vragen, kan de eenheid ook worden gevraagd welke collectieve bepalingen van toepassing zijn, waarna op basis van de antwoorden wordt bepaald wat de aard van de collectieve arbeidsovereenkomst is.
|
|
The transmission codes for the categories of variable 1.5 listed above will be presented in an implementation paper to be distributed by Eurostat.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de categorieën van variabele 1.5.
|
|
1.6. Number of employees in the local unit (optional)
|
1.6. Aantal werknemers in de lokale eenheid (facultatief)
|
|
This variable represents a head count of the total number of employees in the reference month (e.g. on 1 or 31 October) and covers all employees, including apprentices, paid trainees and students.
|
Bij deze variabele gaat het om een telling van het totale aantal werknemers in de referentiemaand (bv. op 1 of 31 oktober), inclusief leerlingen en betaalde stagiairs en studenten.
|
|
1.7. Affiliation of the local unit to a group of enterprises (optional)
|
1.7. Behoort de lokale eenheid tot een ondernemingsgroep? (facultatief)
|
|
This variable is a binary variable ("yes"/"no") and indicates whether a local unit belongs to a group of enterprises. The transmission codes for the two categories are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Deze binaire variabele ("ja"/"nee") geeft aan of een lokale eenheid tot een ondernemingsgroep behoort. Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes.
|
|
The group of enterprises is a statistical unit defined in Regulation (EEC) No 696/93. The group of enterprises should be considered at world level. In most cases the local unit belongs to an enterprise which is not controlled by any national or foreign group. If local units belong to an enterprise group, this is generally well known. A practical guideline that can be given to respondents is whether the accounts of the enterprise concerned are fully consolidated in the accounts of its group of enterprises.
|
De ondernemingsgroep is een statistische eenheid die is gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 696/93. De ondernemingsgroep moet op mondiaal niveau worden beschouwd. In de meeste gevallen behoort de lokale eenheid tot een onderneming waarover geen zeggenschap wordt uitgeoefend door een binnen- of buitenlandse groep. Indien een lokale eenheid tot een ondernemingsgroep behoort, is dit in de regel algemeen bekend. De respondent kan een praktisch richtsnoer hanteren, namelijk of de boekhouding van de onderneming in haar geheel in de rekeningen van de ondernemingsgroep is geïntegreerd.
|
|
2. Information on the individual characteristics of each employee in the sample relating to the reference month
|
2. Gegevens over individuele kenmerken van iedere werknemer in de steekproef met betrekking tot de referentiemaand
|
|
Employees are all persons, irrespective of their nationality or the length of their working time in the country, who have a direct employment contract with the enterprise or local unit (whether the agreement is formal or informal) and receive remuneration, irrespective of the type of work performed, the number of hours worked (full-time or part-time) and the duration of the contract (fixed or indefinite). The remuneration of employees can take the form of wages and salaries including bonuses, pay for piecework and shift work, allowances, fees, tips and gratuities, commission and remuneration in kind. The employees to be included in the sample are those who actually received remuneration during the reference month. Employees who did not receive remuneration in the reference month should be excluded.
|
Tot de werknemers behoren alle personen die, ongeacht hun nationaliteit of de tijd die zij al in het land werken, een rechtstreekse, al dan niet formele arbeidsovereenkomst met de onderneming of de lokale eenheid hebben en daarvoor een beloning ontvangen, ongeacht de aard van hun werk, het aantal gewerkte uren (voltijds of deeltijds) en de duur van de overeenkomst (vast of tijdelijk). De beloning van werknemers kan behalve uit loon bestaan uit bonussen, stukloon, toeslagen voor ploegendienst, toelagen, honoraria, fooien, provisies of beloningen in natura. Werknemers die gedurende de referentiemaand werkelijk een beloning hebben ontvangen, moeten in de steekproef worden opgenomen. Werknemers die in de referentiemaand geen beloning ontvingen, moeten buiten beschouwing blijven.
|
|
The definition of employees covers manual and non-manual workers and management personnel in the private and public sectors in economic activities classified to Sections C to K and M to O of NACE Rev. 1.1 in enterprises with at least 10 employees [3].
|
De definitie van werknemers omvat hand- en hoofdarbeiders en leidinggevend personeel, die bij de overheid of in de particuliere sector in ondernemingen met ten minste tien werknemers werkzaam zijn in economische activiteiten die zijn ingedeeld in de secties C-K en M-O van de NACE Rev. 1.1 [3].
|
|
The following list gives illustrative examples of categories of employees that are included:
|
Onderstaande lijst bevat voorbeelden van categorieën werknemers die inbegrepen zijn:
|
|
- sales representatives, providing they are on the payroll and receive other forms of remuneration in addition to any commission,
|
- vertegenwoordigers, mits zij op de loonlijst staan en behalve provisie ook andere vormen van beloning ontvangen,
|
|
- paid working proprietors,
|
- betaalde meewerkende eigenaren,
|
|
- apprentices,
|
- leerlingen,
|
|
- students and trainees (articled clerks, student nurses, research or teaching assistants, hospital interns, etc.) who have a formal commitment to contribute to the unit’s production process in return for remuneration,
|
- studenten en stagiairs (advocaat-stagiairs, leerling-verpleegkundigen, onderzoeks- en onderwijsassistenten, coassistenten enz.), die zich formeel ertoe hebben verplicht mee te werken aan het productieproces van de eenheid, waarvoor zij een beloning ontvangen,
|
|
- interim or temporary workers (e.g. secretarial staff) recruited, employed and remunerated by employment agencies to work elsewhere, often for temporary periods [4],
|
- uitzendkrachten of tijdelijk personeel (bv. secretariaatsmedewerkers), die door uitzendbureaus in dienst worden genomen en beloond om elders te werken, vaak voor een bepaalde tijd [4]
|
|
- seasonal and occasional workers, if they have a formal or informal agreement with the enterprise or local unit and pre-defined working hours,
|
- seizoenarbeiders en losse medewerkers die een al dan niet formele overeenkomst met de onderneming of de lokale eenheid en vooraf vastgestelde werkuren hebben,
|
|
- employees for whom labour costs were incurred in the reference period but who were temporarily not at work because of illness or injury, holiday or vacation, strike or lock-out, educational or training leave, maternity or parental leave, reduced economic activity, suspension of work due to bad weather, mechanical breakdowns, lack of materials, fuels or power, or other temporary absence with or without leave,
|
- werknemers voor wie in de referentieperiode loonkosten werden betaald, maar die tijdelijk niet op het werk aanwezig waren wegens ziekte, een ongeval, vakantie, vrije dagen, een staking, uitsluiting, scholingsverlof, zwangerschaps-, bevallings- of ouderschapsverlof, verminderde economische activiteit, stillegging van het werk wegens slecht weer, een technische storing, gebrek aan grondstoffen, brandstoffen of elektriciteit, of een andere tijdelijke afwezigheid met of zonder verlof,
|
|
- those working abroad if they continue to receive remuneration from the reporting unit,
|
- in het buitenland werkzame werknemers die hun beloning van de meldende eenheid blijven ontvangen,
|
|
- outworkers [5], including home workers and teleworkers if there is an explicit agreement that such workers are remunerated on the basis of the work done: that is, the amount of labour which is contributed as an input into some process of production.
|
- thuiswerkers [5], waaronder telewerkers, indien er sprake is van een expliciete overeenkomst dat zij beloond worden op basis van het verrichte werk, d.w.z. de hoeveelheid werk die in een productieproces is ingezet.
|
|
The following categories should be excluded:
|
De volgende categorieën moeten worden uitgesloten:
|
|
- sales representatives and other persons who are wholly remunerated by way of fees or commission, are not on the payroll, or are self-employed,
|
- vertegenwoordigers en andere personen die volledig op basis van honoraria of provisies worden beloond, niet op de loonlijst staan of als zelfstandige werkzaam zijn,
|
|
- owners, directors or managers whose remuneration wholly takes the form of a share in profits,
|
- eigenaren, directieleden of managers van wie de beloning geheel uit een aandeel in de winst bestaat,
|
|
- family workers who are not employees (as defined above) of the enterprise or local unit,
|
- meewerkende gezinsleden die geen werknemer (zoals hierboven gedefinieerd) van de onderneming of de lokale eenheid zijn,
|
|
- own-account workers,
|
- personen die voor eigen rekening werken,
|
|
- unpaid voluntary workers (e.g. those who typically work for non-profit institutions such as charities).
|
- niet-betaalde vrijwilligers (bv. personen die als vrijwilliger voor een charitatieve instelling of een dergelijke instelling zonder winstoogmerk werken).
|
|
2.1. Sex
|
2.1. Geslacht
|
|
The transmission codes for the two categories are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de twee categorieën.
|
|
2.2. Age
|
2.2. Leeftijd
|
|
Only the year of birth is to be given here. The age is then calculated as the difference between the reference year of the survey and the year of birth.
|
Hier hoeft alleen het geboortejaar te worden vermeld. De leeftijd wordt dan berekend als het verschil tussen het referentiejaar van de enquête en het geboortejaar.
|
|
2.3. Occupation in the reference month (ISCO-88 (COM))
|
2.3. Beroep in de referentiemaand (ISCO-88 (COM))
|
|
The occupation is to be coded according to the International Standard Classification of Occupations, 1988 version (ISCO-88 (COM)) at the two-digit level and, if possible, at the three-digit level. The essential information for determining the occupation is usually the employee’s job title and a description of the main tasks undertaken in the course of his/her duties.
|
Het beroep moet worden gecodeerd overeenkomstig de International Standard Classification of Occupations, versie van 1988 (ISCO-88 (COM)), ten minste op tweecijferniveau en zo mogelijk op driecijferniveau. De belangrijkste informatie voor de bepaling van het beroep is gewoonlijk de benaming van het beroep van de werknemer en een beschrijving van de voornaamste taken die de werknemer in het kader van de uitoefening van het beroep verricht.
|
|
Trainees or students with an employment contract and apprentices are classified in the occupation for which they carry out their apprenticeship or training period. Foremen are also classified in the occupation in which they supervise.
|
Stagiairs en studenten met een arbeidsovereenkomst en leerlingen worden ingedeeld bij het beroep waarvoor zij een leerling- of stageovereenkomst hebben. Voorlieden worden ook ingedeeld bij het beroep in het kader waarvan zij hun toezichthoudende taken verrichten.
|
|
The transmission codes for the categories of variable 2.3 are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de categorieën van variabele 2.3.
|
|
2.4. Managerial or supervisory position (optional)
|
2.4. Leidinggevende of toezichthoudende functie (facultatief)
|
|
This binary variable (categories "yes"/"no") indicates whether an employee has some form of managerial or supervisory function. The word "managerial" is not identical to "supervisory" because some managers do not supervise other employees. Further, employees who do have a "supervisory" position do not belong exclusively to ISCO-88 (COM), major group 1 (legislators, senior officials and managers). Many employees coded to group 2 (professionals) and group 3 (technicians and associate professionals) may have supervisory responsibilities. A supervisory position can occur in any of the ISCO-88 (COM) groups, including manual workers.
|
Met deze binaire variabele ("ja"/"nee") wordt aangegeven of een werknemer op enigerlei wijze een leidinggevende of toezichthoudende functie uitoefent. "Leidinggevend" is niet hetzelfde als "toezichthoudend", want sommige leidinggevenden oefenen geen toezicht uit over andere werknemers. Verder behoren werknemers met een "toezichthoudende" functie niet altijd uitsluitend tot hoofdgroep 1 van de ISCO-88 (COM) (Beleidsvoerende en hogere leidinggevende functies). Veel werknemers uit de groepen 2 (Specialisten) en 3 (Technici en lagere functies) kunnen toezichthoudende taken hebben. Personen met een toezichthoudende functie zijn in alle groepen van de ISCO-88 (COM) te vinden, ook bij de handarbeiders.
|
|
Managerial functions are related to determining, formulating, implementing, directing or advising policies and activities of enterprises or institutions. They often include supervisory responsibilities.
|
Leidinggevende functies houden verband met de bepaling, de vaststelling en de uitvoering van, het leiding geven aan of het geven van adviezen over het beleid en de activiteiten van ondernemingen of instellingen. Vaak omvat dit ook toezichthoudende functies.
|
|
A person is considered to have a supervisory position when he or she supervises the work of at least one person (other than apprentices). Typically such a person might have a job title/description of "foreman" or "supervisor" together with the name of the occupation.
|
Iemand wordt geacht een toezichthoudende functie te hebben wanneer hij of zij toezicht uitoefent op het werk van ten minste één andere persoon (afgezien van leerlingen). Een dergelijke functie kan bijvoorbeeld worden benoemd/omschreven als "voorman" of "opzichter", samen met de naam van het beroep.
|
|
The transmission codes for the two categories are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de twee categorieën.
|
|
2.5. Highest successfully completed level of education and training (ISCED 97)
|
2.5. Hoogste met succes voltooide onderwijs- en opleidingsniveau (ISCED 97)
|
|
This variable concerns the level of general, professional or higher education which the employee has received according to the International Standard Classification of Education, 1997 version (ISCED 97). The expression "level successfully completed" must be associated with obtaining a certificate or a diploma, when there is certification. In cases where there is no certification, successful completion must be associated with full attendance.
|
Deze variabele heeft betrekking op het niveau van het algemeen, hoger of beroepsonderwijs van de werknemer overeenkomstig de International Standard Classification of Education, versie van 1997 (ISCED 97). De uitdrukking "met succes voltooid niveau" betekent dat een certificaat of diploma moet zijn afgegeven, wanneer dit de normale procedure is. Zo niet, dan wordt "met succes voltooid" gebaseerd op het volgen van het volledige onderwijs of de volledige opleiding.
|
|
The following ISCED 97 levels should be distinguished:
|
De volgende ISCED 97-niveaus moeten worden onderscheiden:
|
|
ISCED 0 and 1 (code 01): Pre-primary education and primary education or first stage of basic education
|
ISCED 0 en 1 (code 01): Voorbereidend onderwijs en lager onderwijs of eerste fase van het basisonderwijs
|
|
Programmes at this level are normally designed on a unit or project basis to give children a sound basic education in reading, writing and mathematics along with an elementary understanding of other subjects such as history, geography, natural science, social science, art and music. This level usually covers six years of full-time schooling.
|
Programma's op dit niveau zijn gewoonlijk opgezet op eenheids- of projectbasis, teneinde kinderen degelijk basisonderwijs in lezen, schrijven en rekenen te geven, naast een basiskennis van andere vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde, natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, kunst en muziek. Het niveau omvat gewoonlijk zes jaar voltijds onderwijs.
|
|
ISCED 2 (code 02): Lower secondary education or second stage of basic education
|
ISCED 2 (code 02): Lager secundair onderwijs of tweede fase van het basisonderwijs
|
|
The programmes at this level usually follow a more subject-oriented pattern, using more specialised teachers and often several teachers conducting classes in their field of specialisation. The full implementation of basic skills occurs at this level.
|
Op dit niveau zijn de programma's gewoonlijk meer vakgericht opgebouwd en er zijn meer gespecialiseerde leraren en vaak verscheidene vakleraren bij betrokken. Op dit niveau worden alle nodige basisvaardigheden verworven.
|
|
ISCED 3 and 4 (code 03): Upper secondary and post-secondary non-tertiary education
|
ISCED 3 en 4 (code 03): Hoger secundair en postsecundair niet-tertiair onderwijs
|
|
The educational programmes at upper secondary level (ISCED 3) typically require the completion of some nine years of full-time education since the beginning of ISCED level 1, or a combination of education and vocational or technical experience.
|
De onderwijsprogramma's op hoger secundair niveau (ISCED 3) vergen gewoonlijk ongeveer negen jaar voltijds onderwijs (vanaf het begin van ISCED 1-niveau) of een combinatie van onderwijs en technische of beroepservaring.
|
|
Post-secondary non-tertiary education (ISCED 4) captures programmes that straddle the boundary between upper-secondary and post-secondary education from an international point of view, even though they might clearly be considered as upper-secondary or post-secondary programmes in a national context. From the point of view of their content these programmes cannot be regarded as tertiary programmes. They are often not significantly more advanced than programmes at ISCED level 3, but they serve to broaden the knowledge of participants who have already completed a programme at ISCED level 3. Typical examples are programmes designed to prepare students for studies at ISCED level 5 who, although having completed ISCED level 3, did not follow a curriculum which would allow entry to level 5, i.e. pre-degree foundation courses or short vocational programmes. Second-cycle programmes may be included as well.
|
Onder het postsecundaire niet-tertiaire onderwijs (ISCED 4) vallen programma's die internationaal gezien op het raakvlak tussen hoger secundair en postsecundair onderwijs liggen, ook al worden zij in nationaal verband duidelijk als hogere secundaire of postsecundaire opleidingen beschouwd. Deze programma's kunnen gezien de inhoud ervan niet als tertiaire opleidingen worden beschouwd. Zij zijn vaak weinig meer dan programma's op ISCED 3-niveau, maar zijn bedoeld ter verdieping van de kennis van deelnemers die al een opleiding op ISCED 3-niveau hebben voltooid. Typische voorbeelden zijn programma's ter voorbereiding van studenten op studies op ISCED 5-niveau, die wel een opleiding op ISCED 3-niveau hebben voltooid, maar niet een die toegang geeft tot niveau 5, m.a.w. voorbereidende basiscursussen of korte beroepsopleidingen. Ook tweedecyclusopleidingen kunnen hieronder vallen.
|
|
ISCED 5B (code 04): First stage of tertiary education (not leading to an advanced research qualification) — Technical
|
ISCED 5B (code 04): Eerste fase van het tertiair onderwijs (die niet rechtstreeks tot een kwalificatie voor gevorderd onderzoek leidt) — technisch
|
|
Unlike 5A, these programmes are practically oriented/occupationally specific, and are mainly designed to enable participants to acquire the practical skills and know-how needed for employment in a particular occupation or trade or class of occupations or trades, the successful completion of which usually provides the participants with a labour-market relevant qualification.
|
Anders dan 5A zijn deze programma's praktijkgericht of beroepsspecifiek en vooral bedoeld om de deelnemers de praktische vaardigheden en kennis te laten verwerven die zij nodig hebben om in een bepaald beroep of vakgebied of in bepaalde categorieën beroepen of vakgebieden te werken en die, wanneer zij met succes worden voltooid, de deelnemers een voor de arbeidsmarkt nuttige kwalificatie opleveren.
|
|
ISCED 5A (code 05): First stage of tertiary education (not leading to an advanced research qualification) — General
|
ISCED 5A (code 05): Eerste fase van het tertiair onderwijs (die niet rechtstreeks tot een kwalificatie voor gevorderd onderzoek leidt) — algemeen
|
|
This level consists of tertiary programmes having an educational content more advanced than those offered at ISCED levels 3 and 4. Entry to these programmes normally requires the successful completion of ISCED level 3 or a similar qualification at ISCED level 4. They do not lead to the award of an advanced research qualification. These programmes must have a cumulative duration of at least two years. 5A programmes are largely theoretically based and are intended to provide sufficient qualifications for gaining entry into advanced research programmes and professions with high skills requirements.
|
Dit niveau bestaat uit tertiaire onderwijsprogramma's met een meer gevorderde inhoud dan die op ISCED 3- en 4-niveau. Om toegang tot deze programma's te krijgen, is gewoonlijk een succesvolle voltooiing van het ISCED 3-niveau of een soortgelijke kwalificatie op ISCED 4-niveau vereist. De programma's leiden niet tot de verlening van een kwalificatie voor gevorderd onderzoek. Zij moeten een totale duur van ten minste twee jaar hebben. 5A-programma's zijn grotendeels theoretisch opgezet en zijn bedoeld om de kwalificaties te verlenen die toegang bieden tot programma's voor gevorderd onderzoek en beroepen die hoge vaardigheden vereisen.
|
|
ISCED 6 (code 06): Second stage of tertiary education (leading to an advanced research qualification)
|
ISCED 6 (code 06): Tweede fase van het tertiair onderwijs (die tot een kwalificatie voor gevorderd onderzoek leidt)
|
|
This level is reserved for tertiary programmes which lead to the award of an advanced research qualification. The programmes are therefore devoted to advanced study and original research and not based on coursework only. They typically require the submission of a thesis or dissertation of publishable quality which is the product of original research and represents a significant contribution to knowledge.
|
Dit niveau is gereserveerd voor tertiaire programma's die leiden tot de verlening van een kwalificatie voor gevorderd onderzoek. De programma's zijn dan ook bedoeld voor gevorderde studie en oorspronkelijk onderzoek en niet alleen op cursussen gebaseerd. Normaal gezien moet een proefschrift of scriptie van publicatiekwaliteit worden ingediend, die het resultaat is van oorspronkelijk onderzoek en die een aanzienlijke kennisbijdrage vertegenwoordigt.
|
|
The transmission codes for the categories of variable 2.5 listed above are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor variabele 2.5.
|
|
2.6. Length of service in the enterprise
|
2.6. Anciënniteit in de onderneming
|
|
The total length of service in the reference month should be based on the number of completed years of service. Any point of time during the reference month will suffice as a qualifying date (e.g. 1 or 31 October). The total length of service relates to the period since the employee joined the enterprise, which may have been in another local unit. Career breaks will not be subtracted. Where enterprises have been merged or there have been changes of ownership, the length of service is to be recorded as counted by the enterprise.
|
De totale anciënniteit in de referentiemaand moet worden gebaseerd op het aantal volle dienstjaren, waarbij ieder tijdstip in de referentiemaand als peildatum in aanmerking kan komen (bv. 1 of 31 oktober). De totale anciënniteit heeft betrekking op het tijdstip waarop de werknemer bij de onderneming in dienst trad, eventueel bij een andere lokale eenheid. Loopbaanonderbrekingen worden hiervan niet afgetrokken. Bij een fusie van ondernemingen of bij een verandering van eigenaar wordt de anciënniteit opgetekend zoals de onderneming deze heeft berekend.
|
|
Size bands for variable 2.6 and transmission codes for the bands are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken grootteklassen voor variabele 2.6 en de desbetreffende codes.
|
|
2.7. Contractual working time (full-time or part-time)
|
2.7. Contractuele arbeidsduur (voltijds of deeltijds)
|
|
Full-time employees are those whose normal working hours are the same as the collectively agreed or customary hours worked in the local unit under consideration, even if their contract is for less than one year. Part-time employees are those who work fewer hours than the normal working hours of full-time employees.
|
Voltijdwerknemers werken het normale aantal uren als overeengekomen in de collectieve arbeidsovereenkomst of het aantal uren dat in de desbetreffende lokale eenheid gewoonlijk wordt gewerkt, ook al hebben zij een arbeidsovereenkomst van minder dan een jaar. Deeltijdwerknemers werken een kleiner aantal uren dan het normale aantal uren voor een voltijdwerknemer.
|
|
The transmission codes for the two categories of variable 2.7 are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de twee categorieën van variabele 2.7.
|
|
2.7.1. Share of a full-timer’s normal hours
|
2.7.1. Percentage van de normale arbeidsduur van een voltijdwerknemer
|
|
For a full-time employee, this share is always 100 %. For a part-time employee, the hours contractually worked should be expressed as a percentage of the number of normal hours worked by a full-time employee in the local unit (in an job equivalent to that of the part-time employee).
|
Voor een voltijdwerknemer is dit altijd 100 %. Voor een deeltijdwerknemer moet het aantal in de arbeidsovereenkomst vastgelegde uren worden uitgedrukt als een percentage van het aantal normale uren voor een voltijdwerknemer in de lokale eenheid (in een baan die gelijkwaardig is aan die van de deeltijdwerknemer).
|
|
2.8. Type of employment contract
|
2.8. Type arbeidsovereenkomst
|
|
The following information on the type of employment contract is requested:
|
Over het type arbeidsovereenkomst wordt de volgende informatie gevraagd:
|
|
- indefinite duration,
|
- voor onbepaalde tijd,
|
|
- temporary/fixed duration (except apprentices, including trainees or students receiving remuneration),
|
- tijdelijk/voor bepaalde tijd (behalve leerlingen, maar inclusief stagiairs of studenten die een beloning ontvangen),
|
|
- apprentice.
|
- leerlingen.
|
|
An indefinite duration contract of employment is a contract between the employee and the employer, for which the actual duration of the contract has not been agreed in advance.
|
Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is een overeenkomst tussen de werknemer en de werkgever waarbij de duur van de overeenkomst niet vooraf is afgesproken.
|
|
An employment contract is regarded as temporary or of fixed duration if it was the intention of the employer and employee that the duration of the contract was to be determined by certain conditions such as a definite time schedule for the completion of the work, the completion of a certain task, or the return to work of an another employee who was currently being replaced. Trainees and students who are paid for their work belong to this category.
|
Een arbeidsovereenkomst wordt als tijdelijk of voor bepaalde tijd aangemerkt indien het de bedoeling van de werkgever en de werknemer was om de duur van de overeenkomst te laten afhangen van bepaalde omstandigheden, zoals een bepaald tijdschema voor de voltooiing van het werk, de voltooiing van een bepaalde taak of de terugkeer op het werk van de werknemer die de betrokkene vervangt. Stagiairs en studenten die voor hun werk worden betaald, behoren tot deze categorie.
|
|
Apprenticeship contracts are specific fixed-duration contracts drawn up between the employer and the apprentice. The purpose of the contract is to enable the apprentice to acquire practical experience in a specific field.
|
Leerlingovereenkomsten zijn specifieke overeenkomsten voor bepaalde tijd tussen de werkgever en de leerling. Doel van de overeenkomst is de leerling in staat te stellen op een bepaald gebied praktijkervaring op te doen.
|
|
The transmission codes for the three categories of variable 2.8 are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de drie categorieën van variabele 2.8.
|
|
2.9. Citizenship (optional)
|
2.9. Staatsburgerschap (facultatief)
|
|
Citizenship is defined as the legal nationality of each person, and a citizen is a person who is a legal national by birth or naturalisation, whether by declaration, option, marriage or other means.
|
Staatsburgerschap wordt gedefinieerd als de juridische nationaliteit van een persoon. Een staatsburger is iemand die onderdaan van een land geworden is door zijn/haar geboorte of door naturalisatie, ongeacht of deze verkregen is door een daartoe strekkende verklaring of door optie, huwelijk of anderszins.
|
|
One of the following should be selected:
|
Eén van de volgende drie categorieën moet worden geselecteerd:
|
|
- resident with citizenship,
|
- ingezetene met staatsburgerschap,
|
|
- resident with foreign citizenship,
|
- ingezetene met staatsburgerschap van een ander land,
|
|
- commuter from another country.
|
- grensarbeider.
|
|
The transmission codes for the three categories of variable 2.9 are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de voor de indiening van de gegevens te gebruiken codes voor de drie categorieën van variabele 2.9.
|
|
3. Information on working periods for each employee in the sample
|
3. Informatie over de gewerkte perioden voor iedere werknemer in de steekproef
|
|
The following variables relating to time are used for calculating the number of hours paid. The latter are defined as:
|
Voor de berekening van het aantal betaalde uren worden de volgende tijdsvariabelen gebruikt:
|
|
- normal and overtime hours remunerated during the reference period,
|
- beloonde normale en overuren in de referentieweek,
|
|
- any hours for which the employee was paid at a reduced rate, even if the difference was made up of payments from social-security funds,
|
- uren waarvoor de werknemer tegen een verlaagd tarief werd betaald, ook al werd het verschil gecompenseerd door betalingen van wettelijke-socialeverzekeringsinstellingen,
|
|
- hours not worked during the reference period but nevertheless paid (annual holidays/vacation, absence due to sickness, public holidays and other hours paid, including time off for medical examinations, births, weddings, funerals, moving house, etc.).
|
- uren die tijdens de referentieperiode niet werden gewerkt, maar die wel werden betaald (vakantie, ziekteverlof, officiële feestdagen en andere betaalde uren, zoals voor medisch onderzoek, geboorte, huwelijk, begrafenis, verhuizing enz.).
|
|
3.1. Number of weeks to which the gross annual earnings relate
|
3.1. Aantal weken in het referentiejaar waarop het brutojaarloon betrekking heeft
|
|
Variable 3.1 refers to the employee’s working time actually paid during the year and should correspond to the actual gross annual earnings (variable 4.1). It will be used to gross up the actual gross annual earnings and the annual bonuses and allowances where the employee has worked for less than a full year, i.e. less than 52 weeks.
|
Variabele 3.1 betreft de werkelijk betaalde arbeidstijd van de werknemer gedurende het jaar; deze moet in overeenstemming zijn met het werkelijke brutojaarloon (variabele 4.1). De variabele wordt gebruikt voor de ophoging van het werkelijke brutojaarloon en de gedurende het jaar ontvangen bonussen en toelagen wanneer de werknemer minder dan een volledig jaar, dus minder dan 52 weken, heeft gewerkt.
|
|
Part-time employees should be treated like full-time employees, irrespective of the hours worked. If a part-timer has been paid for a full year, insert "52" weeks. If a part-timer has been paid for 6 months, insert "26" weeks.
|
Deeltijdwerknemers moeten op dezelfde manier worden behandeld als voltijdwerknemers, ongeacht het aantal uren dat zij hebben gewerkt. Indien een deeltijdwerknemer voor een heel jaar is betaald, moet "52" weken worden ingevuld. Indien een deeltijdwerknemer voor zes maanden is betaald, moet "26" weken worden ingevuld.
|
|
3.2. Number of hours actually paid during the reference month
|
3.2. Aantal werkelijk betaalde uren in de referentiemaand
|
|
What is required here is the number of hours actually paid during the reference month, not the number of hours in a standard working month. Hours actually paid include all normal and overtime hours worked and remunerated by the employer during the month. Hours not worked but nevertheless paid are counted as "paid hours" (e.g. for annual leave, public holidays, paid sick leave, paid vocational training, paid special leave etc.).
|
Hier moet het aantal werkelijk betaalde uren gedurende de referentiemaand worden opgegeven, niet het aantal uren in een normale werkmaand. Bij de werkelijk betaalde uren gaat het om alle gewerkte normale en overuren die de werkgever gedurende de referentiemaand heeft beloond. Niet-gewerkte, maar wel betaalde uren worden als "betaalde uren" aangemerkt (bv. wegens vakantie, officiële feestdagen, betaald ziekteverlof, betaalde beroepsopleiding, betaald speciaal verlof enz.).
|
|
Variable 3.2 should be consistent with the gross earnings for the reference month (variable 4.2). This implies that hours paid by the employer at a reduced rate for periods of absence are not counted.
|
Variabele 3.2 moet in overeenstemming zijn met het brutoloon voor de referentiemaand (variabele 4.2). Dit betekent dat uren die door de werkgever wegens afwezigheid van de werknemer tegen een lager tarief worden betaald, buiten beschouwing blijven.
|
|
If the employee’s paid hours are affected by unpaid absence, then they should be adjusted to obtain paid hours for a full month. If, for example, the information is available that an employee had 20 % of the reference month as unpaid absence, variable 3.2 will be multiplied by the correction factor 1,25.
|
Indien het aantal betaalde uren van de werknemer door onbetaalde afwezigheid lager uitvalt, moeten de cijfers worden gecorrigeerd om uit te komen op de betaalde uren voor een volle maand. Indien bijvoorbeeld bekend is dat een werknemer 20 % van de referentiemaand onbetaald afwezig was, moet variabele 3.2 worden vermenigvuldigd met een ophogingsfactor van 1,25.
|
|
3.2.1. Number of overtime hours paid in the reference month
|
3.2.1. Aantal betaalde overuren in de referentiemaand
|
|
Overtime hours include those worked in addition to those of the normal or conventional working month. If, for example, four hours are paid at a rate of 1,5 times the normal rate, enter 4, not 6. Only those overtime hours corresponding to overtime pay registered in 4.2.1 should be included. Hence, variable 3.2.1 should be consistent with overtime earnings in the reference month (variable 4.2.1). Time off in lieu of unpaid work periods and travel time are not regarded as overtime.
|
Overuren zijn de uren die naast de normale of op een collectieve arbeidsovereenkomst berustende werkweek (of -maand) worden gewerkt. Indien bijvoorbeeld vier uren tegen 1,5 keer het normale tarief worden betaald, moet 4 en niet 6 worden opgegeven. Alleen overwerk waarvoor onder 4.2.1 betaling voor overwerk wordt geregistreerd, moet worden opgenomen. Variabele 3.2.1 moet dus in overeenstemming zijn met het voor overwerk betaalde loon in de referentiemaand (variabele 4.2.1). Vrije tijd in plaats van onbetaalde werkperioden en reistijd worden niet als overwerk beschouwd.
|
|
The adjustment procedure applied to variable 3.2 implies that the grossing-up procedure also concerns the variable 3.2.1, which is a component of 3.2. If, for example, it is known that an employee had 20 % of the reference month as unpaid absence, variable 3.2.1 should be multiplied by the correction factor 1,25.
|
Door de op variabele 3.2 toegepaste correctieprocedure heeft de ophoging ook betrekking op variabele 3.2.1, een component van 3.2. Indien bijvoorbeeld bekend is dat een werknemer 20 % van de referentiemaand onbetaald afwezig was, moet variabele 3.2.1 worden vermenigvuldigd met een ophogingsfactor van 1,25.
|
|
3.3. Annual days of holiday leave
|
3.3. Aantal vakantiedagen gedurende het jaar
|
|
This refers to the total number of paid annual holidays, excluding sick leave and public holidays, expressed in days. It relates to the annual total of all normal paid-leave days, including those granted to the employee on the grounds of age, performance of special duties, seniority etc.
|
Dit betreft de totale betaalde jaarlijkse vakantie, waarbij ziekteverlof en officiële feestdagen buiten beschouwing blijven, uitgedrukt in aantal dagen. Het gaat om het jaarlijkse totaal van alle normale betaalde vrije dagen, met inbegrip van de dagen die de werknemer krijgt wegens zijn leeftijd of anciënniteit, de verrichting van bijzondere taken enz.
|
|
It is recognised that many employers are unable to state the number of holidays actually taken by the employee during the year. For this reason variable 3.3 refers to annual holiday entitlement, which acts as a proxy for annual holidays actually taken.
|
Omdat bekend is dat veel werkgevers niet kunnen aangeven hoeveel vakantiedagen de werknemer in de loop van het jaar heeft opgenomen, wordt bij variabele 3.3 gevraagd naar het aantal vakantiedagen waarop de werknemer ieder jaar recht heeft; dit wordt gebruikt als benadering voor het aantal opgenomen vakantiedagen.
|
|
The following are not regarded as holidays:
|
Niet als vakantie worden beschouwd:
|
|
- sick leave,
|
- ziekteverlof,
|
|
- training leave,
|
- verlof voor het volgen van een opleiding,
|
|
- paid special leave granted for personal reasons,
|
- betaald speciaal verlof om redenen van persoonlijk aard,
|
|
- additional time off granted under working-time reduction agreements.
|
- extra vrije tijd in het kader van overeenkomsten ter verkorting van de arbeidstijd.
|
|
For purposes of comparison, each week of holiday corresponds to five days. Saturdays and Sundays should not be included. For example, if a full-time employee is normally entitled to five weeks’ annual holiday, this corresponds to 25 days.
|
Om vergelijkingen te kunnen maken, telt iedere vakantieweek voor vijf dagen. Zaterdagen en zondagen blijven buiten beschouwing. Wanneer een voltijdwerknemer bijvoorbeeld normaliter recht heeft op vijf weken vakantie per jaar, telt dit voor 25 dagen.
|
|
In contrast, five weeks’ holiday entitlement for a part-timer who works 60 % of the normal full-timer’s hours (variable 2.7.1) represents an entitlement to only 15 "full" days of leave.
|
Daarentegen telt een recht op vijf weken vakantie voor een deeltijdwerknemer die 60 % van de normale uren van een voltijdwerknemer werkt (variabele 2.7.1) voor een recht op slechts 15 "voltijdse" vakantiedagen.
|
|
3.4. Other annual days of paid absence (optional)
|
3.4. Andere betaalde absentiedagen gedurende het jaar (facultatief)
|
|
This variable is again expressed in days. It includes, for example:
|
Ook deze variabele wordt uitgedrukt in aantal dagen. Bijvoorbeeld:
|
|
- the total number of paid sick leave days actually taken during the year,
|
- het totale aantal betaalde dagen ziekteverlof gedurende het jaar,
|
|
- paid special leave granted for personal reasons,
|
- betaald speciaal verlof om redenen van persoonlijk aard,
|
|
- public holidays.
|
- officiële feestdagen.
|
|
It excludes paid days which are treated as being equivalent to days actually worked, such as paid annual days spent by the employee on vocational training.
|
Betaalde dagen die worden behandeld als waren het werkelijk gewerkte dagen, zoals betaalde dagen waarop de werknemer een beroepsopleiding heeft gevolgd, blijven buiten beschouwing.
|
|
4. Information on earnings for each employee in the sample
|
4. Informatie over het loon voor iedere werknemer in de steekproef
|
|
The employees to be included in all the following variables on annual, monthly and hourly earnings are those who actually received remuneration during the reference month. Employees who did not receive remuneration in the reference month should be excluded.
|
Bij onderstaande variabelen over het jaar-, maand- en uurloon gaat het alleen om werknemers die gedurende de referentiemaand werkelijk een beloning ontvingen. Werknemers die in de referentiemaand geen beloning ontvingen, moeten buiten beschouwing blijven.
|
|
Further, if the employee’s gross earnings in the reference month (variable 4.2) are affected by unpaid absence (due to sickness, maternity or study leave, etc.) and cannot be suitably adjusted in order to provide a satisfactory estimate of the employee’s earnings for a full month, then that employee should also be excluded.
|
Wanneer het brutoloon van de werknemer in de referentiemaand (variabele 4.2) door onbetaalde afwezigheid (wegens ziekte, zwangerschap, studieverlof enz.) lager uitviel en dit niet zodanig kan worden gecorrigeerd dat een bevredigende schatting van het loon van de werknemer voor een volle maand wordt verkregen, moet ook die werknemer buiten beschouwing blijven.
|
|
The grossing-up factor for employees (variable 5.2) should strictly relate to those sampled employees for whom soundly-based estimates of gross monthly earnings can be provided.
|
De ophogingsfactor voor werknemers (variabele 5.2) mag alleen betrekking hebben op werknemers in de steekproef voor wie een op gedegen cijferwerk berustende schatting van het brutomaandloon kan worden gemaakt.
|
|
4.1. Gross annual earnings in the reference year
|
4.1. Brutojaarloon in het referentiejaar
|
|
Gross annual earnings cover remuneration in cash and in kind paid during the reference year before any tax deductions and social-security contributions payable by wage earners and retained by the employer.
|
Het brutojaarloon omvat de beloning in geld en in natura die gedurende het referentiejaar werd betaald vóór belastingen en sociale premies ten laste van werknemers die door de werkgever worden ingehouden.
|
|
The main difference between annual and monthly earnings is that annual earnings are not only the sum of the direct remuneration, bonuses and allowances paid to an employee in each pay period. Annual earnings hence usually exceed the figure produced by multiplying the "standard monthly package" by 12.
|
Het belangrijkste verschil tussen het jaarloon en het maandloon is dat het jaarloon niet overeenkomt met de som van de directe beloningen, bonussen en toelagen die iedere loonperiode aan een werknemer worden betaald. Het jaarloon is daarom gewoonlijk hoger dan twaalf maal het "standaard maandpakket".
|
|
The "standard monthly package" includes those bonuses and allowances which occur in every pay period, even if the amount for these "regular" bonuses and allowances varies, but excludes bonuses and allowances not occurring in every pay period. Furthermore, monthly earnings leave payments in kind out of consideration. However, annual earnings also cover all "non-standard payments", i.e. payments not occurring in each pay period (variable 4.1.1), and payments in kind (variable 4.1.2).
|
Dit "standaard maandpakket" omvat de bonussen en toelagen die iedere loonperiode worden betaald, ook al kan het bedrag van deze "regelmatige" bonussen en toelagen variëren, terwijl bonussen en toelagen die niet in iedere loonperiode worden betaald, buiten beschouwing blijven. Evenmin wordt bij het maandloon rekening gehouden met betalingen in natura. Het jaarloon omvat daarentegen alle "niet-standaardbetalingen", d.w.z. betalingen die niet in iedere loonperiode plaatsvinden (variabele 4.1.1) en betalingen in natura (variabele 4.1.2).
|
|
Data for variable 4.1 should be provided for all employees for whom gross monthly earnings (variable 4.2) can be supplied, i.e. variable 4.1 should not be provided for employees for whom an estimate of an employee’s gross monthly earnings is not feasible. These employees will be excluded from the sample.
|
De gegevens voor variabele 4.1 moeten worden geleverd voor alle werknemers voor wie het brutomaandloon (variabele 4.2) kan worden verstrekt, zodat variabele 4.1 niet moet worden opgegeven voor werknemers voor wie geen schatting van het brutomaandloon kan worden gemaakt. Deze werknemers blijven buiten de steekproef.
|
|
It does not matter if the employee’s earnings do not always relate to a full year. Some employees will have periods of unpaid absence, or will have joined or left the enterprise during the year. The actual gross earnings in the reference year are required. When variable 3.1 (number of weeks to which the annual earnings relate) is less than 52 weeks, variable 3.1 will be used to gross up variable 4.1 and its components.
|
Het loon van de werknemer hoeft niet altijd betrekking te hebben op een volledig jaar. Sommige werknemers zijn onbetaald afwezig geweest, terwijl andere gedurende het jaar bij de onderneming zijn komen werken of zijn vertrokken. Het gaat om het werkelijke brutoloon tijdens het referentiejaar. Wanneer variabele 3.1 (aantal weken waarop het jaarloon betrekking heeft) minder dan 52 bedraagt, wordt variabele 3.1 gebruikt om variabele 4.1 en de componenten daarvan op te hogen.
|
|
4.1.1. Annual bonuses and allowances not paid at each pay period
|
4.1.1. Bonussen en toelagen die niet in elke loonperiode worden betaald, op jaarbasis
|
|
This variable covers items which do not occur each pay period, such as:
|
Deze variabele omvat posten die niet in iedere loonperiode worden betaald, zoals:
|
|
- 13th or 14th month pay,
|
- 13e en 14e maand,
|
|
- holiday bonuses,
|
- vakantiegeld,
|
|
- quarterly or annual company bonuses,
|
- kwartaal- en jaarbonussen,
|
|
- productivity bonuses depending on pre-set targets, employee recognition awards, recruitment incentives,
|
- productiviteitsbonussen die afhankelijk zijn van vooraf vastgestelde doelen, waarderingspremies en premies bij indiensttreding,
|
|
- leaving or retirement bonuses,
|
- vertrekpremies of pensioenbonussen,
|
|
- back-dated arrears.
|
- loonnabetalingen.
|
|
4.1.2. Annual payments in kind (optional)
|
4.1.2. Betalingen in natura op jaarbasis (facultatief)
|
|
This variable refers to an estimate of the value of all goods and services made available to employees through the enterprise or local unit during the reference year. Included are company products, staff housing, company cars, stock options and share purchase schemes. If information is available from personal income taxation on wages and salaries in kind, this may be used as a proxy.
|
Deze variabele betreft een schatting van de waarde van alle goederen en diensten die de onderneming of de lokale eenheid gedurende het referentiejaar beschikbaar stelt aan haar werknemers. Het gaat hierbij om producten van de onderneming, personeelswoningen, auto's van de zaak, aandelenopties en regelingen voor de aankoop van aandelen. Indien gegevens beschikbaar zijn op grond van de inkomensbelasting over loon in natura, kunnen deze worden gebruikt voor een benadering.
|
|
When variable 3.1 is less than 52 weeks, do not adjust variable 4.1.2.
|
Wanneer variabele 3.1 minder dan 52 weken geeft, vindt geen correctie van variabele 4.1.2 plaats.
|
|
4.2. Gross earnings for the reference month
|
4.2 Brutoloon voor de referentiemaand
|
|
This variable covers remuneration in cash paid during the reference month before any tax deductions and social-security contributions payable by wage earners and retained by the employer. Variable 4.2 should be consistent with the number of hours paid during the reference month (variable 3.2).
|
Deze variabele omvat de beloning in geld die tijdens de referentiemaand werd betaald vóór belastingen en sociale premies ten laste van werknemers die door de werkgever worden ingehouden. Variabele 4.2 moet in overeenstemming zijn met het aantal betaalde uren voor de referentiemaand (variabele 3.2).
|
|
The following elements are included:
|
De volgende elementen zijn inbegrepen:
|
|
- all payments relating to this period (even if actually paid outside the representative month), including any overtime pay, shift premium, bonus, commission, etc.,
|
- alle betalingen voor deze periode (ook al vonden ze in werkelijkheid buiten de representatieve maand plaats), inclusief toeslagen voor overwerk of werk in ploegendienst, bonussen, provisies enz.,
|
|
- payments for overtime, allowances for teamwork, night work, weekend work, commissions etc.,
|
- betalingen voor overwerk, toeslagen voor teamwerk, nachtwerk en weekendwerk, provisies enz.,
|
|
- bonuses and allowances paid regularly in each pay period, even if the amount varies monthly,
|
- bonussen en toelagen die regelmatig in elke loonperiode worden betaald, ook als het bedrag van maand tot maand verschilt,
|
|
- payments for periods of absence and work stoppage paid for entirely by the employer,
|
- betalingen voor perioden van afwezigheid en werkonderbreking, die geheel ten laste van de werkgever komen,
|
|
- family allowances and other gratuities in cash fixed by collective agreements or voluntarily agreed,
|
- kinderbijslag en andere toelagen in geld op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst of op vrijwillige basis,
|
|
- payments to employees’ savings scheme.
|
- betalingen voor spaarregelingen voor werknemers.
|
|
The following are excluded:
|
De volgende betalingen blijven buiten beschouwing:
|
|
- payments paid in this period but relating to other periods, such as arrears, advances or pay for holiday or sickness absences outside this period,
|
- betalingen die in deze periode zijn verricht, maar betrekking hebben op een andere periode, zoals nabetalingen, voorschotten, vakantietoeslagen of ziekteverzuim buiten deze periode,
|
|
- periodic bonuses and gratuities not paid regularly at each pay date,
|
- periodieke bonussen en premies die niet regelmatig op elke betaaldag worden uitgekeerd,
|
|
- payments for periods of absence paid by the employer at a reduced rate,
|
- betalingen door de werkgever tegen een lager tarief voor perioden van afwezigheid,
|
|
- statutory family allowances,
|
- wettelijke kinderbijslag,
|
|
- allowances for work clothes or tools,
|
- toeslagen voor werkkleding of gereedschap,
|
|
- reimbursements or payments for travel, subsistence etc., and expenses incurred in carrying out the employer's business,
|
- terugbetalingen of betalingen voor reis- en verblijfskosten e.d., uitgaven ten behoeve van de werkgever,
|
|
- payments in kind.
|
- betalingen in natura.
|
|
Where the employee’s gross monthly earnings are affected by unpaid absence (due to sickness, maternity or study leave etc. or simply because the employee joined or left the enterprise during the reference month), then the earnings should be suitably adjusted in order to provide an estimate of the employee’s earnings for a full month. Where it is not feasible to adjust the employee’s monthly earnings so that the estimated figure corresponds to a full month’s earnings, then the employee should be excluded from the sample.
|
Wanneer het brutomaandloon van de werknemer door niet-betaalde afwezigheid (wegens ziekte, zwangerschap, studieverlof enz., of omdat de werknemer gedurende de referentiemaand bij de onderneming kwam werken of deze verliet) lager uitvalt, moet het loon op passende wijze worden gecorrigeerd om een schatting van het loon van de werknemer voor een volle maand te verkrijgen. Wanneer het niet mogelijk is het maandloon van de werknemer zo aan te passen dat het geschatte bedrag overeenkomt met het loon voor een volle maand, mag de werknemer niet in de steekproef worden opgenomen.
|
|
4.2.1. Earnings related to overtime
|
4.2.1. Loon voor overwerk
|
|
The amount of overtime earnings paid for overtime hours. The full rate should be counted, not just the premium element added to the normal hourly rate. Variable 4.2.1 should be consistent with variable 3.2.1 (number of overtime hours paid in the reference month).
|
Het loon dat is betaald voor overwerk. Het volledige bedrag moet in aanmerking worden genomen, niet alleen het premie-element dat aan het normale uurtarief wordt toegevoegd. Variabele 4.2.1 moet in overeenstemming zijn met variabele 3.2.1 (aantal betaalde overuren in de referentiemaand).
|
|
4.2.2. Special payments for shift work
|
4.2.2. Loontoeslag voor werk in ploegendienst
|
|
This relates to the special premium payments for shift work, night work or weekend work where these are not treated as overtime. The amount to include is the premium element or supplementary payment, not the total payment for such shift work.
|
Dit heeft betrekking op de bijzondere premies voor werk in ploegendienst en voor nacht- of weekendwerk wanneer dit niet als overwerk wordt beschouwd. Het premie-element of de extra betaling moet in aanmerking worden genomen, niet de totale betaling voor werk in ploegendienst.
|
|
4.2.3. Compulsory social contributions and taxes paid by the employer on behalf of the employee (optional)
|
4.2.3. Verplichte sociale premies en belastingen die de werkgever namens de werknemer betaalt (facultatief)
|
|
This variable refers to the total amount of compulsory social contributions and taxes paid by the employer on behalf of the employee to government authorities during the reference month. This information is requested in order to obtain net monthly earnings for each employee (see the figure "Variables on earnings" at the end of Annex I).
|
Deze variabele heeft betrekking op het totale bedrag aan verplichte sociale premies en belastingen dat de werkgever tijdens de referentiemaand namens de werknemer aan de overheid betaalt. Deze informatie is nodig om voor iedere werknemer het nettomaandloon te verkrijgen (zie het schema "Loonvariabelen" aan het eind van bijlage I).
|
|
If the employee’s monthly earnings are affected by unpaid absence, then variable 4.2.3 (together with its sub-components 4.2.3.1 and 4.2.3.2) should be adjusted to obtain the estimated deductions for a full month.
|
Wanneer het maandloon van de werknemer door niet-betaalde afwezigheid lager uitvalt, moet variabele 4.2.3 (en de componenten 4.2.3.1 en 4.2.3.2 daarvan) zodanig worden gecorrigeerd dat de geschatte aftrek voor een volle maand wordt verkregen.
|
|
4.2.3.1. Compulsory social-security contributions (optional)
|
4.2.3.1. Verplichte sociale premies (facultatief)
|
|
This refers to the amount of the employee’s social security contribution laid down by law or by collective agreements and withheld by the employer.
|
Dit heeft betrekking op het bedrag van de bij wet of collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde verplichte sociale premies ten laste van de werknemer, die door de werkgever worden ingehouden.
|
|
4.2.3.2. Taxes (optional)
|
4.2.3.2. Belastingen (facultatief)
|
|
This refers to the amount of all taxes on the employee’s earnings withheld by the employer for the reference month and paid by the employer to the tax authorities on behalf of the employee.
|
Dit heeft betrekking op het bedrag van alle loonbelastingen die door de werkgever voor de referentiemaand worden ingehouden en namens de werknemer aan de belastingdienst worden betaald.
|
|
4.3. Average gross hourly earnings in the reference month
|
4.3. Gemiddeld bruto-uurloon in de referentiemaand
|
|
The figure required is the average gross earnings per hour paid to the employee in the reference month. This figure should be consistent with the average gross hourly earnings derived from gross earnings for the reference month (variable 4.2) divided by the number of hours paid during the same period (variable 3.2).
|
Hier moet het gemiddelde bruto-uurloon worden opgegeven, dat in de referentiemaand aan de werknemer is betaald. Dit cijfer moet in overeenstemming zijn met het gemiddelde bruto-uurloon dat wordt verkregen wanneer het brutoloon voor de referentiemaand (variabele 4.2) wordt gedeeld door het aantal gedurende die periode betaalde uren (variabele 3.2).
|
|
5. Grossing-up factors
|
5. Ophogingsfactoren
|
|
The data collection for the structure-of-earnings survey usually follows a two-stage sampling scheme. In this case, the total population of local units is first divided into non-overlapping subpopulations (strata) and a sample of local units is drawn from each stratum. After that, a sample of employees is drawn from each local unit.
|
De steekproeftrekking voor de gegevensverzameling ten behoeve van de loonstructuurenquête geschiedt gewoonlijk in twee trappen. In de eerste trap wordt de totale populatie van lokale eenheden verdeeld in elkaar niet overlappende subpopulaties (strata), waarna uit ieder stratum een steekproef van lokale eenheden wordt getrokken. Vervolgens wordt voor iedere lokale eenheid een steekproef van werknemers getrokken.
|
|
The grossing-up factor 5.1 is needed to draw conclusions from the data collected on the sampled local units to the population of all local units in the stratum concerned. Analogously, the grossing-up factor 5.2 allows conclusions to be drawn from data on sampled employees to the population of all employees in the same stratum.
|
Ophogingsfactor 5.1 is nodig om op grond van de voor de lokale eenheden in de steekproef verzamelde gegevens conclusies te kunnen trekken voor alle eenheden in het desbetreffende stratum. Ophogingsfactor 5.2 is op soortgelijke wijze nodig om aan de hand van de gegevens over de werknemers in de steekproef conclusies te kunnen trekken voor de gehele populatie van werknemers in hetzelfde stratum.
|
|
In general, whenever it is decided that the micro-data for an individual business or individual employee should be withdrawn (for whatever reason) or are not available, then the grossing-up factors should be recalculated by suitable methods such as calibration, in order to adjust the initial weights of local units and employees respectively.
|
In het algemeen geldt dat wanneer besloten is dat de microgegevens voor een bepaald bedrijf of een bepaalde werknemer uit de steekproef moeten worden verwijderd (om wat voor reden ook) of wanneer deze niet beschikbaar zijn, de ophogingsfactor met passende methoden, zoals kalibrering, opnieuw moet worden berekend om de aanvankelijke gewichten van de lokale eenheden respectievelijk werknemers bij te stellen.
|
|
5.1. Grossing-up factor for the local unit
|
5.1. Ophogingsfactor voor de lokale eenheid
|
|
The grossing-up factor 5.1 for each local unit is calculated within each sampling stratum. It gives an indication of the number of local units in the stratum represented by each local unit in the sample. Hence, variable 5.1 is (at least before applying any method of reweighting the local units) the factor by which the number of local units in the sample needs to be multiplied to obtain estimates for the population of all local units in the stratum concerned.
|
Per stratum wordt voor iedere lokale eenheid ophogingsfactor 5.1 berekend. Deze geeft een indicatie van het aantal lokale eenheden in het stratum dat door iedere lokale eenheid in de steekproef wordt vertegenwoordigd. Variabele 5.1 is dus (ten minste vóór herweging van de lokale eenheden) de factor waarmee het aantal lokale eenheden in de steekproef moet worden vermenigvuldigd om schattingen voor de populatie van alle lokale eenheden in het stratum te verkrijgen.
|
|
Whenever it is decided that a local unit should be withdrawn from the sample (owing to non-response, coverage error, post-stratification etc.), the grossing-up factor 5.1 needs to be recalculated to take account of the local units excluded.
|
Wanneer besloten wordt een lokale eenheid uit de steekproef te halen (wegens non-respons, dekkingsfouten, poststratificatie enz.), moet ophogingsfactor 5.1 opnieuw worden berekend om rekening te houden met de verwijderde lokale eenheden.
|
|
5.2. Grossing-up factor for the employees
|
5.2. Ophogingsfactor voor de werknemers
|
|
The grossing-up factor for employees is calculated for each local unit in the sample. Variable 5.2 is (at least before applying any method for reweighting the initial weights of employees) the factor by which the number of employees in the sample needs to be multiplied in order to obtain population estimates for the stratum concerned.
|
De ophogingsfactor voor de werknemers wordt berekend voor iedere lokale eenheid in de steekproef. Variabele 5.2 is (ten minste vóór herweging van de oorspronkelijke gewichten voor de werknemers) de factor waarmee het aantal werknemers in de steekproef moet worden vermenigvuldigd om schattingen voor de populatie in het stratum te verkrijgen.
|
|
It is essential for the number of employees in the sample drawn from the local unit to be the same as the number of employees who have received a full month’s remuneration in the reference month. Where it is necessary to exclude some of the sampled employees who have periods of unpaid absence(s) in the reference month, then the grossing-up factor 5.2 supplied should be recalculated to take account of the employees excluded.
|
Het aantal werknemers van de lokale eenheid in de steekproef moet altijd gelijk zijn aan het aantal werknemers die in de referentiemaand een beloning voor een volle maand hebben ontvangen. Wanneer enkele van de werknemers uit de steekproef moeten worden gehaald omdat zij in de referentiemaand gedurende een of meer perioden niet-betaald afwezig waren, moet ophogingsfactor 5.2 opnieuw worden berekend om rekening te houden met de verwijderde werknemers.
|
|
[1] OJ L 76, 30.3.1993, p. 1. Regulation as last amended by Regulation (EC) No 1882/2003 of the European Parliament and of the Council.
|
[1] PB L 76 van 30.3.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad.
|
|
[2] The coverage of section L of NACE Rev. 1.1 is optional. The coverage of employees in enterprises with less than 10 employees is optional as well.
|
[2] Uitbreiding van de enquête tot sectie L van de NACE Rev. 1.1 of tot werknemers in ondernemingen met minder dan tien werknemers is facultatief.
|
|
[3] The coverage of Section L of NACE Rev. 1.1 is optional. The coverage of employees in enterprises with less than 10 employees is optional as well.
|
[3] Uitbreiding van de enquête tot sectie L van de NACE Rev. 1.1 of tot werknemers in ondernemingen met minder dan tien werknemers is facultatief.
|
|
[4] To avoid double counting, the hours worked by persons employed by employment agencies are to be included in the NACE category of the employment agency (NACE Rev. 1.1, 74.50) and not in the NACE category of the enterprise for which they actually work.
|
[4] Om dubbeltellingen te voorkomen, moeten de door uitzendkrachten gewerkte uren worden opgenomen bij de NACE-categorie voor uitzendbureaus (NACE Rev. 1.1, 74.50) en niet bij die van de onderneming waarvoor zij feitelijk werken.
|
|
[5] An outworker is a person who agrees to work for a particular enterprise or to supply a certain quantity of goods or services to a particular enterprise by prior arrangement or contract with that enterprise, but whose place of work is not within it (European system of national and regional accounts in the European Community, ESA 95: 11.13(g).
|
[5] Een thuiswerker is iemand die op grond van een afspraak of overeenkomst voor een bepaalde onderneming werkt of deze een bepaalde hoeveelheid goederen of diensten levert, maar die niet in de onderneming zelf werkzaam is (Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (ESR 1995): 11.13 g)).
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|
|
ANNEX III
|
BIJLAGE III
|
|
TRANSMISSION OF RESULTS
|
INDIENING VAN DE RESULTATEN
|
|
The individual data concerning each local unit and each employee should be provided in the form of two types of micro-data record:
|
De individuele gegevens voor iedere lokale eenheid en iedere werknemer moeten in de vorm van records met microgegevens worden geleverd, waarbij:
|
|
A : records for the local units
|
A : records voor de lokale eenheden,
|
|
B : records for the employees.
|
B : records voor de werknemers.
|
|
The employee records should be linked to the local unit records by a key which does not disclose the identity of the business. This could be an artificial number or an existing key, provided the same key is used for both the local unit and the employee records. Additionally, for easy identification of an employee, a key for each employee should be provided which does not identify the person.
|
De records voor de werknemers moeten aan die voor de lokale eenheden worden gekoppeld; ze moeten zodanig worden versleuteld dat de identiteit van het bedrijf geheim blijft. Hiervoor kan een artificieel getal of een bestaande sleutel worden gebruikt, mits voor de werknemerrecords dezelfde sleutel wordt gebruikt als voor de records voor de lokale eenheden. Daarnaast moet, met het oog op een gemakkelijke identificatie van een werknemer, voor iedere werknemer een sleutel worden verstrekt waarmee deze niet persoonlijk kan worden geïdentificeerd.
|
|
Variables
|
Variabelen
|
|
All items for records A and B should be completed in full. There should be entries for all individual items, including optional variables (see below). "Blank" information is not acceptable.
|
Alle rubrieken voor de records A en B moeten volledig worden ingevuld. Er moeten gegevens voor alle rubrieken worden ingevuld, ook voor de facultatieve variabelen (zie hieronder). Er mogen geen "blanco's" voorkomen.
|
|
Mandatory variables
|
Verplichte variabelen
|
|
Complete information should be supplied for all mandatory variables on all micro-data records. Otherwise, the grossing-up factors supplied will not be suitable for all variables.
|
Voor alle verplichte variabelen moet in alle records volledige informatie worden verstrekt. Anders zijn de ophogingsfactoren niet geschikt voor alle variabelen.
|
|
Optional variables
|
Facultatieve variabelen
|
|
These should be coded strictly according to the following rules:
|
Deze moeten zorgvuldig volgens onderstaande regels worden gecodeerd.
|
|
When information is available for an optional variable, data should preferably be provided (as for mandatory variables) for all observation units or employees.
|
Wanneer informatie voor een facultatieve variabele beschikbaar is, moeten de gegevens bij voorkeur (net als voor de verplichte variabelen) worden verstrekt voor alle waargenomen eenheden en werknemers.
|
|
When information is not available for an optional variable, insert "OPT" for alphanumeric variables and "99999999" for numeric variables (the number of "nines" corresponds to the length of the field).
|
Wanneer voor een facultatieve variabele geen informatie beschikbaar is, moet "OPT" worden ingevuld voor alfanumerieke variabelen en "99999999" voor numerieke variabelen (waarbij het aantal negens overeenkomt met de lengte van het veld).
|
|
Zero values
|
Waarde "nul"
|
|
"0": this should strictly be used only for those variables where a zero value may sometimes genuinely occur (e.g. when an employee has no overtime in the reference month).
|
"0": deze mag alleen worden gebruikt voor variabelen waarvoor een waarde "nul" echt kan voorkomen (bv. wanneer een werknemer in de referentiemaand niet heeft overgewerkt).
|
|
Categories for SES variables
|
Categorieën van LSE-variabelen
|
|
The SES variables listed in Annex I are either qualitative or quantitative variables. Most of the variables related to the local unit and to individual characteristics of the employees are qualitative variables. These SES variables are linked to a limited number of categories.
|
Bij de in bijlage I opgenomen LSE-variabelen gaat het om kwalitatieve en kwantitatieve variabelen. De meeste variabelen die betrekking hebben op de lokale eenheid en de individuele kenmerken van de werknemers zijn kwalitatieve variabelen. Ze zijn gekoppeld aan een beperkt aantal categorieën.
|
|
The quantitative SES variables are either count variables (number of employees, number of hours, days or weeks) or variables related to earnings.
|
Bij de kwantitatieve LSE-variabelen gaat het om hetzij tellingen (aantal werknemers, uren, dagen of weken) hetzij variabelen over het loon.
|
|
The categories of the qualitative SES variables as well as bands for quantitative SES variables are set out by Eurostat in an implementation paper.
|
Eurostat zal een uitvoeringsdocument opstellen met de categorieën van de kwalitatieve LSE-variabelen en de grootteklassen voor de kwantitatieve LSE-variabelen.
|
|
Content of records A and B
|
Inhoud van de A en B-records
|
|
The content and sequence of the variables in records A and B and the codes to be used will be specified in separate documents.
|
De inhoud en de volgorde van de variabelen in de A en B records en de te gebruiken codes worden in afzonderlijke documenten gespecificeerd.
|
|
The records should contain one field per variable. Numeric variables should be expressed in absolute terms, that is, giving the numbers in full (not in decimals, or in tens, hundreds, thousands, millions, etc.). However, because of the need for precision, the values for variables 4.3, 5.1 and 5.2 should be given to two decimal places.
|
De records moeten één veld per variabele bevatten. Bij numerieke variabelen moet het werkelijke aantal worden vermeld (geen decimalen of tientallen, honderdtallen, duizendtallen, miljoenen enz.). Met het oog op de nauwkeurigheid moeten de waarden voor de variabelen 4.3, 5.1 en 5.2 wel in twee decimalen worden gegeven.
|
|
There is one numeric variable that is different. This is the "share of a full-timer’s normal hours" (variable 2.7.1), which should be expressed as a percentage and also given to two decimal places, e.g. 43,27.
|
Eén numerieke variabele wijkt echter af. Het gaat om het "percentage van de normale arbeidsduur van een voltijdwerknemer" (variabele 2.7.1), dat moet worden uitgedrukt in een percentage met twee decimalen (bv. 43,27).
|
|
Where numeric variables relate to money values (e.g. hourly, monthly annual earnings and bonuses, taxes, social-security contributions, payments in kind), these should be expressed in units of the national currency of the country concerned.
|
Numerieke variabelen die betrekking hebben op geldswaarden (bv. uur-, maand- en jaarloon, bonussen, belastingen, sociale premies, betalingen in natura), moeten worden uitgedrukt in eenheden van de nationale valuta van het desbetreffende land.
|
|
Transmission
|
Indiening
|
|
Member States shall transmit to the Commission (Eurostat) the data and metadata required by this Regulation in an electronic format compliant with an interchange standard proposed by Eurostat. Eurostat will make available detailed documentation in relation to approved standard(s) and will supply guidelines on how to implement this (these) standard(s) according to the requirements of this regulation.
|
De lidstaten moeten de bij deze verordening voorgeschreven gegevens en metagegevens bij de Commissie (Eurostat) indienen in een elektronisch formaat dat voldoet aan een door Eurostat voorgestelde uitwisselingsstandaard. Eurostat zal gedetailleerde documentatie over goedgekeurde standaard(en) beschikbaar stellen alsmede richtsnoeren voor de implementatie van deze standaard(en) overeenkomstig de vereisten van deze verordening.
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|