|
|
Recommendation of the European Parliament and of the Council
|
Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad
|
|
of 28 September 2005
|
van 28 september 2005
|
|
to facilitate the issue by the Member States of uniform short-stay visas for researchers from third countries travelling within the Community for the purpose of carrying out scientific research
|
tot vergemakkelijking van de afgifte van eenvormige visa voor een verblijf van korte duur aan onderzoekers die onderdaan zijn van een derde land en die zich met het oog op wetenschappelijk onderzoek verplaatsen in de Gemeenschap
|
|
(2005/761/EC)
|
(2005/761/EG)
|
|
THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL OF THE EUROPEAN UNION,
|
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
|
|
Having regard to the Treaty establishing the European Community, and in particular Article 62(2)(b)(ii) thereof,
|
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, lid 2, onder b), ii),
|
|
Having regard to the proposal from the Commission,
|
Gezien het voorstel van de Commissie,
|
|
Having regard to the opinion of the European Economic and Social Committee [1],
|
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [1],
|
|
Having regard to the opinion of the Committee of the Regions [2],
|
Gezien het advies van het Comité van de Regio's [2],
|
|
Acting in accordance with the procedure laid down in Article 251 of the Treaty [3],
|
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [3],
|
|
Whereas:
|
Overwegende hetgeen volgt:
|
|
(1) With a view to consolidating and restructuring European research policy, the Commission stated in its Communication of 18 January 2000 entitled "Towards a European Research Area" that it was necessary to create a European research area as the centrepiece of future action by the Community in this field.
|
(1) Om het Europees onderzoeksbeleid te versterken en meer structuur te geven verklaarde de Commissie in haar mededeling van 18 januari 2000 "Naar een Europese Onderzoekruimte" dat het noodzakelijk was een Europese onderzoekruimte in te stellen als uitgangspunt voor de toekomstige maatregelen van de Gemeenschap op dit gebied.
|
|
(2) At its meeting in Lisbon of 23 and 24 March 2000, the European Council, endorsing the European Research Area, set the Community the target of becoming the most competitive and dynamic knowledge-based economy in the world by the year 2010.
|
(2) De Europese Raad van Lissabon heeft op 23 en 24 maart 2000 ingestemd met de Europese onderzoekruimte en de Gemeenschap ten doel gesteld vóór 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden.
|
|
(3) The globalisation of the economy calls for greater mobility for researchers, which was recognised by the Community's sixth framework programme for research [4] when it opened up, to an even greater extent, its programmes to researchers from third countries.
|
(3) Door de mondialisering van de economie moeten onderzoekers mobieler worden, hetgeen werd erkend in het zesde kaderprogramma voor onderzoek van de Gemeenschap [4] dat de programma’s meer openstelde voor onderzoekers uit derde landen.
|
|
(4) The number of researchers which the Community will need if it is to meet the target set by the European Council at its meeting in Barcelona of 15 and 16 March 2002 of investing 3 % of GDP in research is put at 700000. This target should be met through a series of interlocking measures, such as making scientific careers more attractive to young people, promoting women's involvement in scientific research, increasing the opportunities for training and mobility in research, improving career prospects for researchers within the Community and opening up the Community to third-country nationals who might be allowed to enter and travel within the common area for the purposes of research.
|
(4) De Gemeenschap heeft naar schatting 700000 onderzoekers nodig om de doelstelling van de Europese Raad van Barcelona van 15 en 16 maart 2002 om 3 % van het BBP te investeren in onderzoek, te verwezenlijken. Deze doelstelling moet worden verwezenlijkt door middel van een aantal samenhangende maatregelen, zoals het aantrekkelijker maken van wetenschappelijke loopbanen voor jongeren, het bevorderen van de deelneming van vrouwen aan het wetenschappelijk onderzoek, het vergroten van de opleidings- en mobiliteitsmogelijkheden in de onderzoeksector, het verbeteren van de loopbaanperspectieven voor onderzoekers in de Gemeenschap en het toegankelijker maken van de Gemeenschap voor onderdanen van derde landen die in aanmerking komen om, met het oog op onderzoek, te worden toegelaten en te reizen binnen de gemeenschappelijke ruimte.
|
|
(5) In order to be competitive and attractive at international level, Member States should take the necessary steps to make it easier for researchers to enter and move within the Community for short periods.
|
(5) Om met de rest van de wereld te kunnen concurreren en onderzoekers te kunnen aantrekken, moeten de lidstaten de nodige maatregelen nemen om de toegang van onderzoekers tot en hun verplaatsingen binnen de Gemeenschap te vergemakkelijken voor verblijven van korte duur.
|
|
(6) For short stays, Member States should undertake to consider researchers from third countries, subject to a visa requirement under Regulation (EC) No 539/2001 [5], as persons acting in good faith and extend to them the advantages provided for in the acquis communautaire for the purpose of the procedures for issuing short-stay visas.
|
(6) Voor verblijven van korte duur moeten de lidstaten zich ertoe verbinden onderzoekers uit derde landen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 539/2001 [5] aan een visumplicht zijn onderworpen, te beschouwen als bonafide personen en hun de faciliteiten toe te staan die in het Gemeenschapsacquis zijn bepaald in verband met de procedures voor de afgifte van visa voor verblijven van korte duur.
|
|
(7) Measures should be taken to encourage the exchange of information and best practices in order to improve the procedures for issuing short-stay visas for researchers.
|
(7) De uitwisseling van gegevens en goede praktijken moet worden aangemoedigd om de procedures voor de afgifte van visa voor een verblijf van korte duur van onderzoekers te verbeteren.
|
|
(8) This Recommendation respects the fundamental rights and observes the principles laid down in particular by the Charter of Fundamental Rights of the European Union.
|
(8) In deze aanbeveling worden de grondrechten en de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend, in acht genomen.
|
|
(9) In accordance with Articles 1 and 2 of the Protocol on the position of Denmark annexed to the Treaty on European Union and the Treaty establishing the European Community, Denmark is not taking part in the adoption of this Recommendation and is not affected by it. Given that this Recommendation builds upon the Schengen acquis, under the provisions of Title IV of Part Three of the Treaty establishing the European Community, Denmark shall, in accordance with Article 5 of the said Protocol, decide within a period of six months after the European Parliament and the Council have adopted this Recommendation whether it will implement it in its national law.
|
(9) Denemarken neemt krachtens de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, niet deel aan de aanneming van deze aanbeveling, die dus niet van toepassing is op Denemarken. Aangezien deze aanbeveling beoogt het Schengenacquis uit te werken op grond van de bepalingen van titel IV van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, beslist Denemarken, overeenkomstig artikel 5 van het vermelde protocol binnen zes maanden na aanneming van deze aanbeveling door het Europees Parlement en de Raad of het deze aanbeveling in zijn nationale wetgeving zal omzetten.
|
|
(10) This Recommendation constitutes a development of provisions of the Schengen acquis in which the United Kingdom does not take part, in accordance with Council Decision 2000/365/EC of 29 May 2000 concerning the request of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland to take part in some of the provisions of the Schengen acquis [6]; the United Kingdom is therefore not taking part in its adoption and is not affected by it.
|
(10) Deze aanbeveling vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis [6], niet deelneemt; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze aanbeveling en deze is dus niet van toepassing op deze lidstaat.
|
|
(11) This Recommendation constitutes a development of provisions of the Schengen acquis in which Ireland does not take part, in accordance with Council Decision 2002/192/EC of 28 February 2002 concerning Ireland's request to take part in some of the provisions of the Schengen acquis [7]; Ireland is therefore not taking part in its adoption and is not affected by it.
|
(11) Deze aanbeveling vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis [7], niet deelneemt; Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze aanbeveling en deze is dus niet van toepassing op deze lidstaat.
|
|
(12) As regards Iceland and Norway, this Recommendation constitutes a development of provisions of the Schengen acquis within the meaning of the Agreement concluded by the Council of the European Union and the Republic of Iceland and the Kingdom of Norway concerning the association of those two States with the implementation, application and development of the Schengen acquis [8], which fall within the area referred to in Article 1, point B of Council Decision 1999/437/EC of 17 May 1999 on certain arrangements for the application of the Agreement [9].
|
(12) Wat de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreft, vormt deze aanbeveling een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis [8], die betrekking heeft op het gebied, genoemd in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst [9].
|
|
(13) As regards Switzerland, this Recommendation constitutes a development of the provisions of the Schengen acquis within the meaning of the Agreement signed between the European Union, the European Community and the Swiss Confederation concerning the association of the Swiss Confederation with the implementation, application and development of the Schengen acquis, which fall within the area referred to in Article 1, point B of Decision 1999/437/EC read in conjunction with Article 4(1) of Council Decision 2004/849/EC [10] and of Council Decision 2004/860/EC [11], on the signing, on behalf of the European Union, and on the signing, on behalf of the European Community, and on the provisional application of certain provisions, of that Agreement.
|
(13) Wat Zwitserland betreft, vormt deze aanbeveling een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die betrekking heeft op het gebied, genoemd in artikel 1, onder B, van Besluit 1999/437/EG juncto artikel 4, lid 1, van de Besluiten 2004/849/EG [10] en 2004/860/EG [11] van de Raad betreffende de ondertekening van die overeenkomst namens de Europese Unie respectievelijk de Europese Gemeenschap, en betreffende de voorlopige toepassing van een aantal bepalingen daarvan.
|
|
(14) This Recommendation constitutes an act building upon the Schengen acquis or otherwise related to it, within the meaning of Article 3(2) of the 2003 Act of Accession.
|
(14) Deze aanbeveling vormt een rechtsbesluit dat voortbouwt op het Schengenacquis of anderszins daarmee verband houdt in de zin van artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003.
|
|
(15) This Recommendation is also intended to provide a flexible formula for researchers who wish to maintain a professional link with an organisation of their country of origin (e.g. by spending periods of up to three months every semester in a European host research organisation located in the common area while continuing to work the rest of the time in the research organisation of origin),
|
(15) De aanbeveling biedt ook een flexibele formule voor onderzoekers die een professionele band willen onderhouden met een instelling in hun land van herkomst (bijvoorbeeld door elk semester periodes van maximum drie maanden door te brengen als gast in een Europese onderzoeksinstelling in de gemeenschappelijke ruimte, en voor de rest van de tijd de werkzaamheden voort te zetten in de onderzoeksinstelling van het land van herkomst),
|
|
HEREBY RECOMMEND MEMBER STATES:
|
BEVELEN DE LIDSTATEN AAN:
|
|
1. to facilitate the issue of visas by undertaking to expedite the examination of visa applications from researchers from third countries subject to a visa requirement under Regulation (EC) No 539/2001;
|
1. de afgifte van visa te vergemakkelijken door zich ertoe te verbinden visumaanvragen van onderzoekers uit derde landen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 539/2001 zijn onderworpen aan de visumplicht, snel te behandelen;
|
|
2. to promote the international mobility of researchers from third countries needing to travel frequently within the European Union by issuing them with multiple entry visas. When determining the period of validity of the visas, Member States should take into account the duration of the research programmes in which the researchers are taking part;
|
2. de internationale mobiliteit van onderzoekers uit derde landen die vaak binnen de Europese Unie reizen, te bevorderen door hun meervoudige visa te verstrekken. Voor de geldigheidsduur van de visa moeten de lidstaten zich baseren op de duur van de onderzoeksprogramma's waaraan de onderzoekers deelnemen;
|
|
3. to undertake to facilitate the adoption of a harmonised approach to the supporting evidence that researchers are required to enclose with their visa application. They should consult the approved research organisations on this matter;
|
3. zich ertoe te verbinden de aanneming van een geharmoniseerde aanpak ten aanzien van de bewijsstukken die onderzoekers bij hun visumaanvraag moeten voegen, te vergemakkelijken. Daarbij plegen zij overleg met de erkende onderzoeksinstellingen;
|
|
4. to encourage the issue of visas without administrative fees for researchers, in accordance with the rules laid down in the acquis communautaire;
|
4. de afgifte van visa aan onderzoekers zonder aanrekening van dossierkosten aan te moedigen overeenkomstig de in het Gemeenschapsacquis vastgestelde regels;
|
|
5. to take account of the goal of facilitating the issue of visas to researchers from third countries when engaging in local consular cooperation, in order to promote the exchange of best practices;
|
5. in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking rekening te houden met de doelstelling om de afgifte van visa aan onderzoekers uit derde landen te vergemakkelijken, met het oog op een betere uitwisseling van goede praktijken;
|
|
6. to undertake to supply the Commission by 28 September 2006 with information about best practices adopted to facilitate the issue of uniform visas for researchers, so as to enable it to evaluate the progress made. Having regard to whether or not the directive on a specific procedure for admitting third-country nationals for the purposes of scientific research [12] is adopted, and to the outcome of the evaluation, the possibility of incorporating the provisions of this Recommendation in an appropriate legally binding instrument should be examined.
|
6. zich ertoe te verbinden de Commissie uiterlijk op 28 september 2005 informatie te verstrekken met betrekking tot de ten uitvoer gelegde beste praktijken voor de vergemakkelijking van de afgifte van eenvormige visa aan onderzoekers, zodat zij de vorderingen kan evalueren. Rekening houdend met het feit of de richtlijn betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek [12], al dan niet goedgekeurd is en met de resultaten van de evaluatie, moet worden nagegaan of de bepalingen van deze aanbeveling kunnen worden opgenomen in een juridisch bindend instrument.
|
|
|
|
|
Done at Strasbourg, 28 September 2005.
|
Gedaan te Straatsburg, 28 september 2005.
|
|
For the European Parliament
|
Voor het Europees Parlement
|
|
The President
|
De voorzitter
|
|
J. Borrell fontelles
|
J. Borrell fontelles
|
|
For the Council
|
Voor de Raad
|
|
The President
|
De voorzitter
|
|
D. Alexander
|
D. Alexander
|
|
[1] OJ C 120, 20.5.2005, p. 60.
|
[1] PB C 120 van 20.5.2005, blz. 60.
|
|
[2] OJ C 71, 22.3.2005, p. 6.
|
[2] PB C 71 van 22.3.2005, blz. 6.
|
|
[3] Opinion of the European Parliament of 12 April 2005 (not yet published in the Official Journal), and Council Decision of 18 July 2005.
|
[3] Advies van het Europees Parlement van 12 april 2005 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 18 juli 2005.
|
|
[4] Decision No 1513/2002/EC of the European Parliament and of the Council of 27 June 2002 concerning the sixth framework programme of the European Community for research, technological development and demonstration activities, contributing to the creation of the European Research Area and to innovation (2002 to 2006) (OJ L 232, 29.8.2002, p. 1). Decision as amended by Decision No 786/2004/EC (OJ L 138, 30.4.2004, p. 7).
|
[4] Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandkoming van de Europese onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 1). Besluit gewijzigd bij Besluit nr. 786/2004/EG (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 7).
|
|
[5] Council Regulation (EC) No 539/2001 of 15 March 2001 listing the third countries whose nationals must be in possession of visas when crossing the external borders and those whose nationals are exempt from that requirement (OJ L 81, 21.3.2001, p. 1). Regulation as last amended by Regulation (EC) No 851/2005 (OJ L 141, 4.6.2005, p. 3).
|
[5] Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/2005 (PB L 141 van 4.6.2005, blz. 3).
|
|
[6] OJ L 131, 1.6.2000, p. 43.
|
[6] PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.
|
|
[7] OJ L 64, 7.3.2002, p. 20.
|
[7] PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.
|
|
[8] OJ L 176, 10.7.1999, p. 36.
|
[8] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
|
|
[9] OJ L 176, 10.7.1999, p. 31.
|
[9] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.
|
|
[10] OJ L 368, 15.12.2004, p. 26.
|
[10] PB L 368 van 15.12.2004, blz. 26.
|
|
[11] OJ L 370, 17.12.2004, p. 78.
|
[11] PB L 370 van 17.12.2004, blz. 78.
|
|
[12] See page 15 of this Official Journal.
|
[12] Zie bladzijde 16188/04 van dit Publicatieblad.
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|