Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
[pic] | EUROPEAN COMMISSION |
[pic] | EUROPESE COMMISSIE |
Brussels, 1.3.2010
Brussel, 1.3.2010
COM(2010)66 final
COM(2010)66 definitief
GREEN PAPER
GROENBOEK
On Forest Protection and Information in the EU: Preparing forests for climate change SEC(2010)163 final
Bosbescherming en bosinformatie in de EU:Onze bossen voorbereiden op de klimaatverandering
GREEN PAPER
SEC(2010)163 final
On Forest Protection and Information in the EU: Preparing forests for climate change
GROENBOEK
1. INTRODUCTION
Bosbescherming en bosinformatie in de EU:Onze bossen voorbereiden op de klimaatverandering
The purpose of this Green Paper is to launch the debate on options for a European Union (EU) approach to forest protection and information in the framework of the EU Forest Action Plan, as announced by the Commission in the White Paper "Adapting to Climate Change: towards a European Framework for action"[1]. The Council conclusions of 25 June 2009 on this White Paper underlined that climate change has had and will have an impact, inter alia, on forests. As these impacts will have socio-economic and environmental consequences, it is opportune to prepare now so that EU forests can continue to perform all their functions under changing climatic conditions.
INLEIDING
In this context, forest protection in the EU should aim at ensuring that forests continue to perform all their productive, socio-economic and environmental functions in the future.
Met dit Groenboek wil de Commissie de discussie op gang brengen over mogelijke opties inzake een EU-aanpak van bosbescherming en bosinformatie in het kader van het Bosactieplan van de Europese Unie, zoals aangekondigd in het Witboek “Aanpassing aan de klimaatverandering: naar een Europees actiekader”[1] van de Commissie. In zijn conclusies van 25 juni 2009 heeft de Raad met betrekking tot dit Witboek benadrukt dat de effecten van klimaatverandering, met name op de bossen, reeds voelbaar zijn en dat dit ook in de toekomst het geval zal zijn. Omdat aan deze effecten sociaaleconomische en milieuconsequenties verbonden zijn, is het zaak ons nu reeds voor te bereiden opdat de bossen van de EU ook in veranderende klimaatomstandigheden al hun functies kunnen blijven vervullen.
Competence for forest policy lies primarily with the Member States, (MS) under the subsidiarity principle[2]. The role of the EU is limited and designed principally to add value to national forest policies and programs by:
In deze context dient bosbescherming in de EU erop gericht te zijn te garanderen dat de bossen in de toekomst al hun sociaaleconomische, productie- en milieufuncties blijven vervullen.
- monitoring and possibly reporting on the state of EU forests,
Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel[2] berust de bevoegdheid voor het bosbeleid in hoofdzaak bij de lidstaten. De rol van de EU is beperkt; zij behelst vooral het leveren van toegevoegde waarde aan de nationale bosbeleidsoriëntaties en -programma’s door:
- anticipating global trends and drawing MS' attention to emerging challenges and,
- het bewaken van en eventueel rapporteren over de toestand van de bossen in de EU,
- proposing and possibly coordinating or supporting options for early action at EU scale.
- het anticiperen op wereldwijde trends en het attenderen van de lidstaten op toekomstige uitdagingen, en
- The debate launched by this paper should therefore focus on how climate change modifies the terms of forest management and protection in Europe and how the EU policy should evolve to enhance its contribution to MS' forest-related initiatives. What challenges do we face, how can the EU help address them, what are our additional information needs?
- het voorstellen, en eventueel coördineren of ondersteunen, van mogelijke vroegtijdige actie op EU-niveau;
Globally, the importance of protecting forests and managing them sustainably has been acknowledged since the United Nations Conference on Environment and Development in 1992 adopted the “Rio forest principles[3]”. The United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) recognizes the importance of forests in the global greenhouse gas (GHG) balance and the Convention on Biological Diversity (CBD[4]) addresses forest biodiversity through an expanded work programme. The United Nations Convention to Combat Desertification (UNCCD) also acknowledges the important contribution of forests to the achievement of its goals.
- het debat dat door dit Groenboek op gang wordt gebracht, moet daarom worden toegespitst op de wijze waarop als gevolg van de klimaatverandering nieuwe randvoorwaarden voor bosbeheer en bosbescherming in Europa ontstaan, alsook op de mate waarin het EU-beleid moet worden bijgestuurd om een grotere bijdrage te kunnen leveren aan de bosgerelateerde initiatieven van de lidstaten. Voor welke uitdagingen staan wij, welke bijdrage kan de EU leveren, en op welke punten is er nog behoefte aan extra informatie?
At international level, the EU is contributing to better forest protection through the Forest Law Enforcement Governance and Trade Action Plan[5] and an initiative in the context of reducing emissions from deforestation and forest degradation[6], which contributes to the post-2012 discussions under the UNFCCC.
Wereldwijd wordt het belang van bosbescherming en duurzaam bosbeheer al erkend sinds de VN-Conferentie over Milieu en Ontwikkeling in 1992 de “bosbeginselen van Rio[3]” heeft aangenomen. Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) erkent het belang van bossen voor de mondiale broeikasgassenbalans, en het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD[4]) besteedt aandacht aan de biodiversiteit van bossen middels een uitgebreid werkprogramma. Ook in het VN-Verdrag ter bestrijding van woestijnvorming (UNCCD) wordt de belangrijke bijdrage van bossen aan het bereiken van de verdragsdoelstellingen erkend.
At pan-European level, the Ministerial Conference on the Protection of Forests in Europe (MCPFE)[7] defined, in 1993, sustainable forest management (SFM) as "The stewardship and use of forest lands in a way, and at a rate, that maintains their biodiversity, productivity, regeneration capacity, vitality and their potential to fulfil, now and in the future, relevant ecological, economic and social functions, at local, national and global levels, and that does not cause damage to other ecosystems". Subsequent conferences[8] have produced recommendations for SFM and forest protection as well as criteria and indicators for national reporting. All EU MS and the Commission have signed the MCPFE resolutions confirming SFM and multi-functionality as the core approach to forestry.
Op het internationale niveau draagt de EU bij aan een betere bescherming van de bossen via het actieplan voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT)[5] en een initiatief ter vermindering van de emissies als gevolg van ontbossing en bosverval[6], dat reeds een aanloop vormt naar de besprekingen in het kader van de UNFCCC met het oog op de periode na 2012.
At EU level, the Forestry Strategy (FS) for the EU[9] sets out common principles of EU forestry – SFM and multi-functionality - and lists international processes and activities to be followed at EU level. The EU Forest Action Plan (FAP)[10] builds on the FS and serves as a coordination tool for forest related activities and policies at EU level. It aims, inter alia, to maintain and appropriately enhance biodiversity, carbon sequestration, integrity, health and resilience of forest ecosystems at multiple geographical scales because well functioning forest ecosystems are key to maintaining productive capacity. It foresees working towards a European forest monitoring system and enhancing the protection of EU forests.
Op het pan-Europese niveau heeft de Ministerconferentie over de bescherming van de bossen in Europa (MCPFE)[7] in 1993 ‘duurzaam bosbeheer’ gedefinieerd als ‘het rentmeesterschap en gebruik van bossen en bosgebieden op een manier, en met een snelheid, die hun biodiversiteit, productiviteit, regeneratievermogen, vitaliteit en hun vermogen om nu en in de toekomst relevante ecologische, economische en sociale functies te vervullen op lokale, nationale en internationale schaal, in stand houdt en geen schade toebrengt aan andere ecosystemen’. Latere conferenties[8] hebben geresulteerd in aanbevelingen inzake duurzaam bosbeheer en bosbescherming alsook criteria en indicatoren voor nationale rapportage. Alle EU-lidstaten en de Commissie hebben de MCPFE-resoluties waarbij duurzaam bosbeheer en multifunctionaliteit als de hoekstenen van het bosbouwbeleid worden aangemerkt, onderschreven.
This Green Paper
Op EU-niveau worden in de Bosbouwstrategie voor de Europese Unie[9] gemeenschappelijke beginselen voor de bosbouw in de EU vastgesteld – namelijk duurzaam bosbeheer en multifunctionaliteit – en worden internationale processen en activiteiten opgesomd die op EU-niveau opvolging zullen krijgen. Het EU-actieplan voor de bossen[10] is gebaseerd op de bosbouwstrategie en vormt een coördinatie-instrument voor bosgerelateerde activiteiten en beleidslijnen op EU-niveau. Het beoogt onder meer de handhaving en passende vergroting van de biodiversiteit, koolstofvastlegging, integriteit, gezondheid en veerkracht van bosecosystemen op elke geografische schaal, omdat goed functionerende bosecosystemen de sleutel zijn tot het handhaven van het productievermogen. Daarbij worden de totstandbrenging van een Europees bosmonitoringsysteem en een versterkte bescherming van de bossen van de EU in het vooruitzicht gesteld.
- identifies briefly the general situation and global relevance of forests;
Dit Groenboek
- describes the characteristics of EU forests and their functions;
- geeft een beknopt overzicht van de algemene situatie en het belang van bossen voor onze planeet;
- identifies the main challenges faced by EU forests in a changing climate and how they could compromise forest functions;
- beschrijft de karakteristieken en de functies van de bossen van de EU;
- presents an overview of the tools available to ensure forest protection, and of the existing forest information systems that could be used to address the challenges and monitor environmental impacts and effects of actions.
- wijst op de belangrijkste bedreigingen waaraan de bossen in de EU als gevolg van de klimaatverandering blootstaan, en beschrijft hoe die bedreigingen de functies van de bossen in het gedrang kunnen brengen;
In addition, it raises a series of questions relevant to developing options for future forest protection and information in the EU under a changing climate. The responses from EU institutions, MS, EU citizens and other interested stakeholders will inform and guide Commission considerations regarding any additional action at EU level to better prepare EU forests for climate change, and enhance the fulfilment of their functions. It may also provide input for discussions concerning the possible update of the EU Forest Strategy on climate related aspects.
- biedt een overzicht van de instrumenten waarover we beschikken om de bossen te beschermen, alsook van de bestaande bosinformatiesystemen die kunnen worden ingezet om bedreigingen het hoofd te bieden en milieueffecten en de resultaten van maatregelen te bewaken.
2. THE STATE OF FORESTS – FOREST FUNCTIONS
Voorts wordt een reeks vragen geformuleerd die relevant zijn voor de keuze van opties inzake toekomstige bosbescherming en bosinformatie in een door klimaatverandering getroffen EU. De respons van EU-instellingen, lidstaten, EU-burgers en andere belanghebbenden zal medebepalend zijn voor de werkzaamheden van de Commissie met het oog op eventuele extra acties die op EU-niveau worden ondernomen om de bossen van de EU beter op de klimaatverandering voor te bereiden en ze in staat te stellen hun functies beter te vervullen. Zij kan ook worden meegenomen in de discussies over een eventuele actualisering van de EU-bosbouwstrategie met betrekking tot klimaatgerelateerde aspecten.
2.1. What is a forest?
DE TOESTAND VAN DE BOSSEN – FUNCTIES VAN DE BOSSEN
While there is no common definition agreed among EU MS of what constitutes a forest, the definitions used by the Food and Agriculture Organization (FAO) and the United Nations Economic Commission for Europe (UNECE)[11] in their periodic assessments of forest resources and also by the MCPFE provide an adequate working description for the purpose of reflecting on forest protection.
Wat is een bos?
"Forest" : Land with tree crown cover (or equivalent stocking level) of more than 10 percent and area of more than 0.5 ha. The trees should be able to reach a minimum height of 5 m at maturity in situ.
Hoewel er geen gemeenschappelijke definitie van ‘bos’ is die door alle EU-lidstaten wordt gebruikt, bieden de definities die door de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en de Economische Commissie voor Europa van de VN (UN/ECE)[11] in hun periodieke evaluaties van de bosbestanden en voorts ook door de MCPFE worden gehanteerd, een werkbare omschrijving ten behoeve van reflectie over de bescherming van de bossen.
"Other wooded land" (OWL): Land either with a tree crown cover (or equivalent stocking level) of 5-10 percent of trees able to reach a height of 5 m at maturity in situ; or a crown cover (or equivalent stocking level) of more than 10 percent of trees not able to reach a height of 5 m at maturity in situ and shrub or bush cover.
"Bos" : Gebied met een kroonbedekking (of gelijkwaardige staande voorraad) van meer dan 10 % en een oppervlakte van meer dan 0,5 ha. De bomen moeten in volwassen staat in situ een hoogte van ten minste 5 m kunnen bereiken.
2.2. Forest cover
"Andere beboste gebieden" (OWL): Gebieden hetzij met een kroonbedekking (of gelijkwaardige staande voorraad) van 5 tot 10 % bomen die in volwassen staat in situ een hoogte van 5 m kunnen bereiken, hetzij met een kroonbedekking (of gelijkwaardige staande voorraad) van meer dan 10 % bomen die in volwassen staat in situ niet een hoogte van 5 m kunnen bereiken, met struik- of heesterbedekking.
Worldwide, historical demand for land, timber products and energy has removed a large part of the Earth's original forest cover, most of it during the 20th century. Forests now cover less than 30 % of the Earth's land surface and are steadily decreasing in area[12]. Current deforestation, mostly in developing countries, and other related land use changes still cause about 12-15 % of global CO2 emissions[13].
Bosbedekking
Most European land was once covered by forests. Since human settlement began, forest area and composition have been gradually but substantially influenced by man over a period of several thousand years[14]. The majority of EU forests now consist of semi-natural stands and plantations of indigenous or introduced species.
Als gevolg van de vraag naar land, houtproducten en energie is in de loop van de geschiedenis wereldwijd een aanzienlijk deel van de oorspronkelijke bosvegetatie van onze planeet verloren gegaan, waarvan het grootste deel in de loop van de 20e eeuw. De bossen bedekken nu minder dan 30 % van het landoppervlak van de aarde, en het bosareaal blijft gestaag afnemen[12]. De huidige ontbossing, vooral in ontwikkelingslanden, en andere daarmee verband houdende veranderingen in bodemgebruik veroorzaken nog steeds ongeveer 12-15 % van de mondiale CO2-emissies[13].
The EU currently contains 5 % of the world's forests and EU forests have continuously expanded for over 60 years, although recently at a lower rate. EU Forests and OWL now cover 155 million ha and 21 million ha, respectively, together more than 42 % of EU land area[15]. Most of EU forests, including those under continuous management, have also grown in terms of wood volume and carbon stock, thus effectively removing CO2 from the atmosphere.
Het grootste deel van Europa was ooit met bossen bedekt. Sinds de mens zich hier is komen vestigen, hebben zowel de omvang van het bosareaal als de samenstelling van de bossen onder menselijke invloed over een periode van duizenden jaren een geleidelijke maar ingrijpende verandering ondergaan[14]. Het leeuwendeel van de bossen in de EU bestaat nu uit halfnatuurlijke opstanden en aanplantingen van inheemse of ingevoerde soorten.
2.3. Forest functions
De EU herbergt momenteel 5 % van het mondiale bosbestand en de omvang van het EU-bosareaal neemt al meer dan 60 jaar van lieverlee toe, zij het de jongste tijd in een trager tempo. De bossen en OWL in de EU bestrijken nu respectievelijk 155 miljoen ha en 21 miljoen ha, d.w.z. samen meer dan 42 % van het terrestrische grondgebied van de EU[15]. De meeste EU-bossen, met inbegrip van die welke continu het voorwerp zijn van beheersmaatregelen, zijn ook qua houtvolume en hoeveelheid opgeslagen koolstof in omvang toegenomen en zorgen dus voor een netto-onttrekking van CO2 aan de atmosfeer.
Forests are among the most bio-diverse terrestrial ecosystems. In healthy, biologically diverse forests this complexity allows organisms and their populations to adapt to changing environmental conditions and to retain overall stability of the ecosystem[16]. Forests grow slowly: trees take years to regenerate, decades to grow and the final use of young stands is sometimes difficult to predict when they are established.
Bosfuncties
Forests serve multiple and interrelated social, economic and environmental functions, often at the same time and place. Safeguarding such multi-functionality requires balanced management approaches based on adequate forest information.
Bossen behoren tot de terrestrische ecosystemen met de grootste biodiversiteit. In gezonde, biologisch diverse bossen is het precies deze complexiteit die individuele organismen en hun populaties in staat stelt zich aan te passen aan veranderende milieuomstandigheden en die de globale stabiliteit van het ecosysteem in stand houdt[16]. Bossen groeien langzaam: bosverjonging vergt jaren, bomen doen er tientallen jaren over om tot volle wasdom te komen, en soms is de finale bestemming die aan een opstand zal worden gegeven, op het tijdstip van de aanleg ervan nog niet bekend.
2.3.1. Socio-economic functions
Bossen vervullen - vaak tezelfdertijd in één en hetzelfde gebied - talrijke onderling verweven sociale, economische en ecologische functies. Die multifunctionaliteit in stand houden vereist een evenwichtige aanpak van het beheer, gesteund op deugdelijke informatie over de bossen.
2.3.1.1. Forests provide jobs, income and raw materials for industry and for renewable energy.
Sociaaleconomische functies
While EU forest owners estimate their number at 16 million[17], about 350.000 people are directly employed in forest management. The main income from most forest holdings depends on wood production. Primary forest-based industries (FBI) provide sawn wood, wood-based panels, pulp for paper, firewood as well as forest chips and bark for bio-energy, accounting for more than 2 million jobs, often in rural small and medium enterprises, and a €300 billion turnover[18]. The European Forest Sector Outlook Study report[19] has called for improving the appeal, training opportunities and security standards of forest jobs.
Bossen verschaffen werkgelegenheid, inkomsten en grondstoffen voor de industrie en de opwekking van hernieuwbare energie.
Wood supports a large downstream value chain including industries such as furniture, construction, printing and packaging. The forest sector provides around 8 % of the total added value from manufacturing. The economic importance of the sector in rural areas is very high as sustainably managed forests build the backbone of the provision of wood to the FBI. Forest based raw materials, goods and services can also be one of the most important bases for economic recovery and "green growth" in rural areas.
Het aantal boseigenaren in de EU wordt door hun eigen vereniging geschat op 16 miljoen[17]; ongeveer 350 000 mensen hebben een baan in het bosbeheer als zodanig. De belangrijkste bron van inkomsten uit bosopstanden is in de meeste gevallen de houtproductie. De bedrijven uit de primaire houtsector (de ‘forest-based industries’ of FBI) produceren planken, vezel- en spaanplaat, pulp voor de papierproductie, brandhout en houtsnippers en schors voor de opwekking van groene energie. Zij zorgen voor meer dan 2 miljoen banen, vaak in kleine en middelgrote ondernemingen in landelijke gebieden, en vertegenwoordigen een omzet van 300 miljard euro[18]. In het verslag over ‘The European Forest Sector Outlook Study’[19] wordt ervoor gepleit de aantrekkingskracht van, de opleidingsmogelijkheden met betrekking tot en de veiligheidsnormen voor werk in de bosbouwsector te vergroten.
Wood production for industry steadily increased from 1950 to 1990 in Western Europe and then levelled out until 2000. Despite higher costs for processing small timber and required changes in forest management, this trend was possible due to new processing and manufacturing technologies, especially in the 1970s and 1980s[20] and later, increasing paper recycling[21]. A similar trend occurred in Eastern Europe with the levelling beginning around 1985.
Hout vormt de basis voor een grote, veel toegevoegde waarde opleverende productketen die onder meer de meubelmakerij, de bouw, de drukkerij- en de verpakkingsbranche omvat. De bossector voorziet in circa 8 % van de totale toegevoegde waarde van de be- en verwerkende nijverheid. Het economisch belang van deze sector in plattelandsgebieden is bijzonder groot: duurzaam beheerde bossen vormen immers de hoeksteen voor de toelevering van hout aan de FBI. Van bossen afkomstige grondstoffen, goederen en diensten kunnen ook een van de belangrijkste pijlers van economisch herstel en ‘groene groei’ in plattelandsgebieden zijn.
However, against a backcloth of forest expansion and higher per hectare stocking rates, the EU forest utilisation rate, measured as the ratio of felling to increment, declined overall from 1950[22] until early this century. Since then, increase in demand for wood products has been supplemented by that from bio-energy developments.
In West-Europa is de houtproductie ten behoeve van de nijverheid van 1950 tot 1990 gestaag toegenomen en vervolgens tot 2000 geleidelijk afgevlakt. Ondanks de hogere kosten die aan de verwerking van dunningshout zijn verbonden en de vereiste aanpassingen van het bosbeheer, heeft deze trend kunnen doorzetten dankzij de invoering van nieuwe verwerkings- en fabricageprocedés, vooral in de jaren ‘70 en ‘80[20], en later dankzij de toename van papierrecycling[21]. Een soortgelijke trend heeft zich voorgedaan in Oost-Europa, waar de afvlakking omstreeks 1985 is begonnen.
There is potential to further increase sustainable wood mobilisation within the EU, while paying due attention to all other forest functions. But balancing issues of competitiveness of the forest based industries, economic viability, environment, fragmentation of ownership, organisation and motivation of forest owners poses considerable challenges and will require further information efforts.
Tegen de achtergrond van een toename van het bosareaal en van de boomdichtheid (aantal bomen per hectare) is de benuttingsgraad van de EU-bossen, gemeten als de verhouding tussen kap en aanwas, van 1950 tot aan het begin van deze eeuw over het algemeen echter afgenomen[22]. Sedertdien is de vraag naar bosproducten weer aangetrokken, mede gestimuleerd door ontwikkelingen in de bio-energiesector.
Reaching the 20 % renewable energy share objective of the EU Climate and Energy Package could multiply total biomass demand from agriculture and forests by a factor 2 to 3[23], including a substantial increase in efficiency of biomass production and use.
De duurzame benutting van hout in de EU kan nog verder worden verhoogd zonder dat de diverse andere bosfuncties daaronder hoeven te lijden. Het vinden van een juiste balans tussen het concurrentievermogen en de economische levensvatbaarheid van de bedrijven van de houtsector, de belangen van het milieu, de versnippering van het bosbezit en de organisatie en motivatie van boseigenaren vormt een niet geringe uitdaging en vereist een versterkte informatie-inspanning.
Projections made by the UN-ECE and FAO[24] suggest a possible imbalance between supply and demand to meet existing material use and extrapolated renewable energy needs, if the importance of wood in the biomass component of the total renewable energy supply remains constant.
Als het in het ‘klimaat- en energiepakket’ van de EU vastgestelde streefcijfer van 20 % voor het aandeel van hernieuwbare energie wordt gehaald, zal de totale vraag naar biomassa uit land- en bosbouw wellicht met een factor 2 of 3 groeien[23], wat een forse toename van de efficiëntie van biomassaproductie en -gebruik behelst.
Under this scenario it has been estimated[25] that, due to steadily growing demand, the ratio of fellings over net annual increment could temporarily increase in some European countries to over 100 %, causing a decline in growing stock after 2020. While a temporary high utilisation rate is not necessarily unsustainable, given that the forest age-class structure is positively skewed in many MS, it could turn forests from a carbon sink into a temporary source. Raising utilisation rates may also help to decrease instability of aging stands, saturation effects in old forests and vulnerability to forest fires, storms and pests thereby counteracting the risk that EU forests turn into a carbon source.
Uit prognoses van de UN/ECE en de FAO[24] valt af te leiden dat er een onbalans tussen vraag en aanbod dreigt te ontstaan indien zowel aan het bestaande materiaalverbruik als aan de verwachte behoefte aan hernieuwbare energie moet worden tegemoetgekomen terwijl het aandeel van hout in de biomassacomponent van de totale hernieuwbare-energieproductie constant blijft.
Targeted and timely forest information will be crucial for determining the role wood can play as a raw material for the wood-processing industry and for energy generation. Under the above scenario, maintaining the potential for sustainable wood supply will require:
In dit scenario zal volgens bepaalde voorspellingen[25] de verhouding tussen kap en jaarlijkse nettoaanwas als gevolg van de gestaag toenemende vraag in sommige Europese landen de kaap van 100 % tijdelijk overschrijden, waardoor de staande houtvoorraad na 2020 zal afnemen. Een tijdelijk verhoogd exploitatieniveau hoeft, gezien de rechtsscheve leeftijdsopbouw van de bossen van veel lidstaten, weliswaar niet noodzakelijk onduurzaam te zijn, maar die bossen kunnen daardoor wel tijdelijk van koolstofputten in koolstofbronnen veranderen. Geïntensiveerde benutting kan er ook toe bijdragen de instabiliteit van ouder wordende opstanden, bepaalde verzadigingseffecten in oude bossen en de kwetsbaarheid voor bosbranden, stormen en plagen te verminderen en zo het gevaar dat de bossen van de EU van koolstofputten in koolstofbronnen veranderen, doen afnemen.
- Developing new domestic sources of wood, notably through expansion of the area used to grow and harvest wood;
Doelgerichte en actuele informatie over de bossen is van cruciaal belang voor het bepalen van de rol die hout als grondstof voor de houtverwerkende nijverheid en de energieopwekking kan spelen. In het hierboven beschreven scenario vereist de instandhouding van het potentieel voor duurzame houttoelevering:
- Mobilising wood from existing domestic sources (forest and non-forest), e.g. through higher wood removals;
- de ontwikkeling van nieuwe houtbronnen in de EU, met name door de uitbreiding van het areaal aan productiebossen;
- Increasing efficiency in the production and the use of wood;
- de verhoogde benutting van bestaande houtbronnen in de EU (bossen en andere), bijv. door intensievere houtkap;
- Increasing imports of wood raw materials.
- het verhogen van de efficiëntie van houtproductie en -gebruik;
Achieving the above while retaining or enhancing all other forest functions will pose new challenges for SFM at all levels. In the light of adaptation of forests to climate change this could include restructuring measures like changes in tree composition as well as more frequent and early thinnings, depending on the local situation.
- meer invoer van hout als grondstof.
In addition to wood products, non-wood goods and services provide, in some European regions, more revenue than wood sales[26]. Innovative methods for the valuation of non marketed forest products and services have been investigated by the Commission[27]. Biodiversity protection, recreation, carbon sequestration and watershed services are the most important non-market services but are generally unrewarded due to the fact that they often have the status of public goods.
Deze doelstellingen realiseren en tegelijk alle andere bosfuncties in stand houden of versterken, houdt op alle niveaus nieuwe uitdagingen in voor duurzaam bosbeheer. In het licht van de aanpassing van de bossen aan klimaatverandering kan zulks – afhankelijk van de plaatselijke situatie – herstructureringsmaatregelen (bijv. wijziging van de soortensamenstelling) en/of frequentere en vroegere dunningen inhouden.
2.3.1.2. Forests protect settlements and infrastructure,
Naast houtproducten genereren diensten en andere goederen dan hout in sommige streken van Europa méér inkomsten dan de verkoop van hout[26]. De Commissie heeft een onderzoek uitgevoerd naar innovatieve methoden voor de waardebepaling van niet commercieel verhandelde bosproducten en -diensten[27]. Bescherming van de biodiversiteit, recreatie, koolstofopslag en regulering van de waterkringloop in stroomgebieden zijn de belangrijkste niet-commerciële diensten, die doorgaans niet financieel worden beloond omdat zij als collectief bezit worden aangemerkt.
Forests are a key component of the European landscape. Many mountain areas in Europe would be uninhabitable without forests that prevent landslides, mudflows, rock fall and avalanches from affecting roads, railways, cultivated areas and entire settlements. Such protective forests have to be especially managed to provide a stable and continuous vegetation cover. In Austria, 19 % of the total forest area has been designated by the 1975 Forest Act protective forests. French forest legislation distinguishes between several types of protective forests: "forêts de montagne, forêt alluviale, forêt périurbaine ou littorale" .
Bossen bieden bescherming aan woongebieden en infrastructuur
Forests managed for amenity purposes (including seldom marketed amenities such as hunting, recreation, landscape value, berry and mushroom picking) raise the value of neighbouring estates, encourage tourism, contribute to health and well-being and are part of European cultural heritage.
Bossen zijn een belangrijk element van het Europese landschap. Veel berggebieden in Europa zouden onbewoonbaar zijn zonder bossen die beletten dat aardverschuivingen, modderstromen, rots- en sneeuwlawines schade toebrengen aan wegen, spoorwegen, akkers en woonkernen. Dergelijke schermbossen vereisen een speciaal beheer dat op de instandhouding van een stabiel en aaneengesloten plantendek is gericht. In Oostenrijk is bij de Boswet van 1975 19 % van het totale bosareaal als schermbos aangewezen. De Franse boswetgeving onderscheidt diverse types schermbossen: "forêts de montagne, forêts alluviales, forêts périurbaines ou littorales" (bergbossen, kwelderbossen, stadsrandbossen en oeverbossen).
2.3.2. Environmental functions – ecosystem services
Bossen die als groenvoorzieningen worden beheerd (bijv. ten behoeve van zelden gecommercialiseerde benuttingsvormen zoals jacht, recreatie, landschappelijke waarde en de pluk van bessen en paddenstoelen) verhogen de waarde van naburige percelen, bevorderen het toerisme, dragen bij tot gezondheid en welbevinden en zijn een deel van het Europees cultureel erfgoed.
2.3.2.1. Forests protect soil
Milieufuncties–- ecosysteemdiensten
Forest areas play a role in preserving landscapes and soil fertility. Forests prevent soil erosion and desertification especially in mountains or semi arid areas, mostly by limiting runoff and lowering wind speed. They also deepen and enrich[28] the soils upon which they grow due to their coarse and fine roots, which increase the weathering of rocks and whose degradation is a major source of soil organic matter (SOM), and so contribute to soil fertility, productivity and carbon sequestration. Efforts in afforestation and reforestation, leading to an increasing forest area in the EU, as well as natural regeneration, growing shares of mixed forests and soil friendly harvesting machinery support this function. On the other hand, intensification measures such as shortening of rotations and use of forest logging residues, stumps and roots can damage and impoverish soils, and cause additional GHG emissions under certain site conditions[29] and depending on the local situation.
Bossen beschermen de bodem
2.3.2.2. Forests regulate freshwater supplies
Bossen spelen een rol bij het landschapsbehoud en de instandhouding van de bodemvruchtbaarheid. Bossen voorkomen bodemerosie en verwoestijning, met name in berg- en halfsteppegebieden, vooral door de waterafstroming tegen te gaan en de windsnelheid te beperken. Zij maken de bodems waarop zij groeien ook dikker en rijker[28] door de werking van de grove en fijne wortels, die het moedergesteente sneller doen verweren en die, wanneer ze vergaan, een belangrijke bron van organische stof in de bodem vormen; zo dragen ze bij tot bodemvruchtbaarheid, productiviteit en koolstofopslag. Deze functie kan worden ondersteund door bebossings- en herbebossingsinspanningen (waardoor het bosareaal in de EU toeneemt), natuurlijk bosherstel, een groter aandeel gemengde bossen en het gebruik van bodemvriendelijke bosbouwmachines. Anderzijds kunnen intensiveringsmaatregelen zoals kortere omlooptijden en de benutting van kapafval, stronken en wortels tot bodemschade en -verschraling leiden en, afhankelijk van de plaatselijke situatie, onder bepaalde omstandigheden extra broeikasgasemissies veroorzaken[29].
Forests play a major role in the storage, purification and release of water to surface water bodies and subsurface aquifers. Their purification role, including that of forest soils[30], includes breaking down or absorbing most air pollutants carried by rain. Their soils buffer large quantities of water, reducing flooding. Many MS make use of the water regulating role of forests in the provision of drinking water. In Belgium, water from the Ardennes forest area is the principal supply source for Brussels and Flanders. In Germany, two thirds of the " Wasserschutzgebiete "[31] for abstraction of high quality drinking water is under forest cover. In Spain, forests in upper river catchments have been given special conservation status because of their capacity to improve water quality.
Bossen reguleren de zoetwaterreserves
2.3.2.3. Forests conserve biodiversity
Bossen spelen een belangrijke rol bij de opslag, zuivering en toevoer van water aan oppervlaktewateren en grondwaterlagen. Hun zuiverende werking, en die van de bosbodems[30], behelst onder meer de afbraak of absorptie van de meeste luchtverontreinigende stoffen die door regenwater worden meegevoerd. Bosbodems werken als buffers door grote hoeveelheden water vast te houden en op die manier afvoerpieken te dempen, wat overstromingen tegengaat. Veel lidstaten maken gebruik van de waterregulerende rol van bossen voor de drinkwatervoorziening. In België vormt water uit de Ardense bossen de belangrijkste bron voor de drinkwatertoelevering aan Brussel en Vlaanderen. In Duitsland heeft twee derde van de " Wasserschutzgebiete "[31] waar drinkwater van hoge kwaliteit wordt gewonnen, een bosvegetatie. In Spanje genieten bossen in het stroomgebied van de bovenloop van rivieren speciale bescherming wegens hun gunstige invloed op de waterkwaliteit.
Forests are a key component of European nature and they are home to the largest number of vertebrates on the continent. Several dominant tree species (e.g. European beech and holm oak) are virtually restricted to Europe, giving European forests a distinctive nature. Thousands of species of insects and invertebrates as well as many plants are confined to forest habitats primarily constituted by these trees. Biodiversity conservation (from genetics to landscape scales) improves forest resilience and adaptive capacity[32]. Forest habitat types designated as Natura 2000 sites cover over 14 million ha, constituting almost 20 % of the whole terrestrial Natura 2000 network.
Bossen zijn schatkamers van biodiversiteit
Forests undisturbed by man[33][34], account for about 9 million ha, ca 5 % of total forest area in the EEA region[35]. Such forest habitats have been the source of many of the cultivated plants, wild fruits, and medicines in use today and should continue to fulfil that function for future generations. Forests in SE Europe, Fenno-Scandia and the Baltic area are strongholds of large carnivores such as the wolf, bear and lynx which are mostly extinct elsewhere in the EU.
Bossen zijn een cruciale component van de Europese natuur en vormen de habitat van het grootste aantal gewervelde diersoorten op dit continent. Diverse dominante boomsoorten (bijv. de Europese beuk en de steeneik) komen haast alleen in Europa voor, wat de Europese bossen een specifieke eigenheid verleent. Duizenden soorten insecten en andere ongewervelden, maar ook vele planten, worden uitsluitend aangetroffen in boshabitats die hun bijzondere kenmerken danken aan de aanwezigheid van deze boomsoorten. Behoud van biodiversiteit (op alle niveaus, van gen tot landschap) verhoogt de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de bossen[32]. Gebieden die wegens de aanwezigheid van beschermenswaardige boshabitattypes als Natura 2000-gebied zijn aangewezen, bestrijken meer dan 14 miljoen ha en maken bijna 20 % van de terrestrische component van het Natura 2000-netwerk uit.
Active forest management can create more diverse habitat structures, by mimicking natural disturbances, which in turn can favour higher species diversity[36], in comparison to no management.
Niet door de mens verstoorde bossen[33],[34] bedekken circa 9 miljoen ha, of ongeveer 5 % van het totale bosareaal in het EER-gebied[35]. Dergelijke boshabitats vormen de oorsprong van talloze gekweekte gewassen, wilde vruchten en geneesmiddelen die nog steeds toepassing vinden; dit is een rol die zij ook ten behoeve van toekomstige generaties moeten kunnen blijven spelen. De bossen in Zuidoost-Europa, Fennoscandië en het Oostzeegebied zijn de laatste bastions van grote roofdieren zoals de wolf, de bruine beer en de lynx, die bijna overal elders in de EU zijn uitgestorven.
The recent Commission assessment of the conservation status of Europe's most vulnerable habitats and species protected under the Habitats Directive[37] indicates that grassland, wetland and coastal habitat types are under most pressure, while one third of forest habitats of Community interest[38] are in a favourable conservation status. But this situation is quite regionally varied and general trends are not evident. Reporting on the EU's 2010 biodiversity target indicates that certain forest bird populations, have now stabilized after decline, while deadwood remains below optimal levels from a biodiversity perspective in most European countries [39]. It also has to be noted that some challenges to forest biodiversity can originate outside the forest sector.
Actief bosbeheer kan, in vergelijking met de afwezigheid van beheer, zorgen voor een grotere diversiteit van habitatstructuren door het nabootsen van natuurlijke verstoringen, die bevorderlijk kunnen zijn voor een grote soortendiversiteit[36].
Recent biodiversity monitoring of forests at EU level[40] has provided a baseline with harmonized and comparable information on tree species richness, stand structure, forest types, deadwood, and ground vegetation. Results include the fact that most of the surveyed forests are between 60-80 years old and are mainly composed of one to two tree species, occasionally reaching more than 10. However, it should also be kept in mind that overall biodiversity is known to depend not only on tree species but as well on stand structure and resulting light conditions.
Uit de onlangs door de Commissie uitgevoerde beoordeling van de staat van instandhouding van Europa's meest kwetsbare, krachtens de Habitatrichtlijn beschermde habitats en soorten[37] blijkt dat grasland-, wetland- en kusthabitattypes het meest onder druk staan, terwijl een derde van de boshabitats van communautair belang[38] een gunstige behoudsstatus heeft. De situatie verschilt echter sterk van regio tot regio, en er valt niet zonder meer een algemene trend te ontwaren. Uit de verslaglegging over de EU-biodiversiteitsdoelstelling voor 2010 komt naar voren dat bepaalde bosvogelpopulaties na een periode van achteruitgang thans zijn gestabiliseerd, terwijl de hoeveelheid dood hout in de bossen, vanuit biodiversiteitsperspectief, in de meeste Europese landen onder het optimale niveau blijft[39]. Voorts moet worden opgemerkt dat bepaalde bedreigingen voor de biodiversiteit van bossen soms hun oorsprong vinden buiten de bossector.
2.3.3. The role of forests in climate regulation
Recente biodiversiteitsmonitoring van de bossen op EU-niveau[40] heeft geresulteerd in een omschrijving van de referentietoestand, met geharmoniseerde en vergelijkbare informatie over boomsoortenrijkdom, structuur van de opstanden, bostypes, hoeveelheid dood hout en bodemvegetatie. Een van de resultaten luidt dat de meeste onderzochte bossen 60 tot 80 jaar oud zijn en hoofdzakelijk een of twee, maar in enkele gevallen meer dan tien, boomsoorten tellen. Daarbij dient men wel in gedachten te houden dat de totale biodiversiteit niet enkel wordt bepaald door de boomsoort(en), maar ook door de structuur van de opstand en de resulterende lichtomstandigheden.
2.3.3.1. Forests as sinks and sources of carbon
Rol van de bossen bij de regulering van het klimaat
Forests are an essential link in the global carbon cycle because of their capacity to remove CO2 from the atmosphere and to store it in their biomass and soil thus acting as a sink. Their growth counteracts rising GHG concentrations in the atmosphere. On the other hand, forest degradation and/or conversion to other land use can cause substantial GHG emissions due to fires, biomass decay and/or mineralisation of SOM, leading to forests becoming a CO2 source.
Bossen als koolstofputten en -bronnen
National forest inventories (NFI) are the most important data sources for the estimation of whether forest are sinks or sources of CO2. Currently, NFIs indicate that EU forest increment is higher than fellings. On this basis, EU forests accumulate carbon and therefore “forest land” currently acts as a net carbon sink[41]: It removes ca. 0.5 Gt of CO2/yr, compared to EU-27 industrial GHG emissions of 5 Gt CO2 equivalent /yr[42]. However, the combined effects of climate change (e.g. more frequent very strong storms[43]), prevalence of older stands and possible unforeseen increases in timber harvesting may have an impact on this sink capacity.
Bossen zijn een essentiële schakel in de mondiale koolstofcyclus wegens hun vermogen om CO2 aan de atmosfeer te onttrekken en in biomassa en in de bodem op te slaan, waardoor zij als koolstofputten fungeren. De groei van bossen gaat de stijging van de broeikasgasconcentraties in de atmosfeer tegen. Daar staat tegenover dat de aantasting van bossen en/of de herbestemming van bosgebieden voor andere vormen van bodemgebruik een aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen kan veroorzaken als gevolg van branden, afbraak van biomassa en/of mineralisatie van organisch materiaal in de bodem, waardoor bossen nettobronnen van CO2 worden.
In this context, it is important that forests can provide renewable materials and energy which can be used as a substitute for more carbon intensive products and energy sources. More carbon in standing timber and wood products as well as reduced utilisation of fossil fuels means less GHG in the atmosphere.
Nationale bosinventarissen (NFI’s) zijn de belangrijkste gegevensbronnen om te bepalen of bossen CO2-bronnen of CO2-putten zijn. Uit de NFI’s valt af te leiden dat de aanwas van de EU-bossen momenteel de kap overtreft. Bijgevolg neemt de in de EU-bossen vastgelegde koolstofhoeveelheid toe en fungeren ‘bosgebieden’ momenteel als netto-koolstofputten[41]: zij verwijderen circa 0,5 Gt CO2 per jaar, welke hoeveelheid moet worden afgezet tegen de industriële broeikasgasemissies van de EU-27, die 5 Gt CO2-equivalent per jaar belopen[42]. Het gecombineerde effect van klimaatverandering (bijv. een grotere frequentie van zeer hevige stormen[43]), het overwicht van oudere opstanden en een eventuele onvoorziene toename van de houtoogst zou deze rol als koolstofput evenwel in het gedrang kunnen brengen.
In the long term, a sustainable forest management strategy aimed at maintaining or increasing forest carbon stocks while producing an annual sustained yield of timber, fibre or energy is expected to generate the largest sustained mitigation benefit[44].
In dit verband is het belangrijk erop te wijzen dat bossen hernieuwbare energie en materialen kunnen leveren die koolstofintensievere producten en energiebronnen kunnen vervangen. Meer koolstof in ‘hout op stam’ en in houtproducten en minder verbruik van fossiele brandstoffen betekent minder broeikasgassen in de atmosfeer.
2.3.3.2. Forests as regulators of local and regional weather
Van een duurzame bosbeheerstrategie, die erop gericht is het koolstofreservoir van de bossen op peil te houden of te vergroten en tegelijk een duurzame jaarlijkse hout-, vezel- of energieopbrengst te garanderen, mag op langere termijn de grootste duurzame bijdrage aan het temperen van de klimaatverandering worden verwacht[44].
Evapo-transpiration by all vegetation is responsible for about 2/3 of total water injection from land to air[45]. Forests not only store but also evaporate huge amounts of water, complementing the flux of oceanic moisture moving inland[46]. Forests therefore play a major role in the atmospheric circulation and the water cycle[47] on land and may have a role in mitigating regional climate, desertification and water security problems.
Bossen als regelaars van het weer op plaatselijk en regionaal niveau
Deforestation has a direct impact on wind and weather patterns globally and locally through modifications of the water cycle. However, in certain arid areas, forests can increase water deficits through higher evapo-transpiration than alternative vegetation types. This is particularly true for water-demanding fast-growing tree species and varieties planted on inappropriate sites[48].
Evapotranspiratie door alle vegetatie is verantwoordelijk voor ongeveer twee derde van de totale watertransfer van land naar lucht[45]. Bossen slaan niet alleen enorme hoeveelheden water op, maar zorgen ook voor de verdamping ervan; op die manier vullen ze de instroom van waterdamp uit de oceanen naar de landmassa’s aan[46]. Bossen spelen bijgevolg een belangrijke rol in de atmosferische circulatie en de terrestrische component van de watercyclus[47] en wellicht ook met betrekking tot de tempering van regionale klimaatschommelingen, woestijnvorming en de zekerheid van de watervoorziening.
Available information on forest influence on weather patterns is international rather than European. Investigations focussing on such influences in Europe would be desirable. Still, it will not be possible to apportion what part of changes results from climate change without long-term observation.
Ontbossing heeft, via de beïnvloeding van de watercyclus, zowel wereldwijd als plaatselijk een rechtstreeks effect op wind- en weerpatronen. In bepaalde dorre streken kunnen bossen het watertekort echter juist aanscherpen door hun intensievere evapotranspiratie in vergelijking met andere vegetatietypes. Dit is met name het geval voor snel groeiende, veel water vereisende boomsoorten en -variëteiten die op daarvoor ongeschikte plaatsen worden aangeplant[48].
Question 1:
De beschikbare informatie over de invloed van bossen op weerpatronen is hoofdzakelijk afkomstig van gebieden buiten Europa. Onderzoek dat specifiek op de Europese situatie is toegesneden, is wenselijk. Zonder langetermijnwaarnemingen zal het evenwel toch onmogelijk zijn precies te bepalen welk aandeel van de weersevolutie aan klimaatverandering is toe te schrijven.
Do you think maintaining, balancing and enhancing forest functions should be given more attention? If so, on what level should action be taken, EU, national and/or other? How should it be done?
Vraag 1:
3. IMPACTS OF CLIMATE CHANGE ON FORESTS
Bent u van mening dat meer aandacht moet worden besteed aan het in stand houden, met elkaar verzoenen en versterken van de functies van het bos? Zo ja, op welk niveau moet dan actie worden ondernomen: op EU-, lidstaat- en/of een ander niveau? Hoe moet dit worden aangepakt?
Forests have developed together with the naturally changing climate over the millennia. As climate shifted slowly, and the natural environment presented few barriers, species and communities could adapt and evolve more easily[49]. Most EU forest management is aimed at developing forests that are well adapted to local growing conditions. However the rapid rate of human-induced climate change is now overcoming the natural ability of ecosystems to adapt. The rate of temperature increase is unprecedented. A fragmented landscape, often simplified forest composition and structure and pressures such as forest dieback, new pests and storms make autonomous forest adaptation much more difficult. Therefore, increased human intervention regarding species choice and management techniques is likely to be required to maintain viable forest cover and continuity of all forest functions. Some regions may experience more favourable conditions for forest growth in the medium term.
GEVOLGEN VAN DE KLIMAATVERANDERING VOOR DE BOSSEN
Mean temperatures in Europe have now risen by almost 1° C[50] during the past century and are expected to climb further, the most optimistic scenario forecasting an increase of 2° C by 2100. A change of this magnitude corresponds to the difference in the temperature optimum of forest types as different as spruce versus beech forest or beech versus oak stands. It will thus alter the suitability of whole regions for certain forest types, forcing a shift in natural species distribution and leading to changes in growth of existing stands. In addition extreme events (storms, forest fires, droughts and heatwaves) are expected to become much more common[51] and/or severe.
De bossen van vandaag zijn het resultaat van duizenden jaren van co-evolutie met natuurlijke klimaatverschuivingen. Zolang het klimaat traag veranderde en het natuurlijke milieu weinig hinderpalen opwierp, konden soorten en gemeenschappen zich relatief gemakkelijk aanpassen en evolueren[49]. Het bosbeheer in de EU is in de meeste gevallen gericht op de bevordering van bossen die goed aan de plaatselijke omstandigheden zijn aangepast. Het snelle tempo van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering dreigt nu echter te veel te vergen van het natuurlijke aanpassingsvermogen van de ecosystemen. Nooit eerder is de temperatuur zo snel toegenomen. De versnippering van het landschap, de vaak verarmde soortensamenstelling en structuur van de bossen en bedreigingen zoals bossterfte, nieuwe plagen en stormen maken het voor de bossen veel moeilijker om zich op eigen kracht aan te passen. Daarom zal de behoefte aan menselijke ingrepen inzake soortkeuze en beheertechnieken om een levensvatbare bosvegetatie en de continuïteit van alle bosfuncties te garanderen, waarschijnlijk alleen maar toenemen. Wel is het niet uitgesloten dat zich in sommige streken op middellange termijn gunstigere omstandigheden voor bosgroei zullen voordoen.
Even without climate change, the capacity of forests to carry out their functions has always been under pressure from various natural hazards. While it is clear that in general climate change exacerbates such hazards, it is impossible to accurately quantify how much impact is due only to climate change compared to historical levels. For this reason, the impacts on forest functions from both endemic and climate change causes are considered as a whole.
De gemiddelde temperatuur in Europa is de voorbije eeuw met bijna 1° C gestegen[50] en zal waarschijnlijk verder blijven toenemen; in het meest optimistische scenario wordt een toename van 2° C tegen 2100 voorspeld. Een verschuiving van deze omvang komt overeen met het verschil tussen de temperatuuroptima van zulke verschillende bostypes als sparren- vs. beukenbos of beuken- vs. eikenbos. Bijgevolg zullen uitgestrekte gebieden meer of juist minder geschikt worden voor bepaalde bostypes, zal de natuurlijke verspreiding der soorten verschuivingen ondergaan en zullen de groeikenmerken van bestaande opstanden veranderen. Bovendien laat het zich aanzien dat extreme weersverschijnselen (stormen, bosbranden, droogteperiodes en hittegolven) sterk in frequentie[51] en/of intensiteit zullen toenemen.
3.1. Shifting environmental conditions and dieback
Ook zonder klimaatverandering heeft het vermogen van de bossen om hun functies te vervullen altijd onder druk gestaan als gevolg van allerlei natuurlijke risico’s. Hoewel duidelijk is dat klimaatverandering dit soort risico’s in het algemeen verhoogt, valt het effect dat uitsluitend aan klimaatverandering is toe te schrijven, in relatie tot het historische referentieniveau onmogelijk precies te kwantificeren. Daarom worden de effecten op de bosfuncties die door intrinsieke factoren respectievelijk door klimaatverandering worden veroorzaakt, tezamen beschouwd.
Overall, projections of the net effects of climate change on EU forest species' populations in the medium term are complex[52]:
Veranderende milieuomstandigheden en bossterfte
In the Northwest of Europe, where water supplies are, typically, less limiting, growth rates are likely to be enhanced by a combination of rising carbon dioxide levels in the atmosphere, a longer growing season and increased nutrient availability as a result of atmospheric deposition and increased soil mineralisation.
Voorspellingen van de netto-effecten van klimaatverandering op de populaties van de Europese bosboomsoorten op middellange termijn zijn over het algemeen complex[52]:
In Southern Europe, where water availability is a critical factor, more frequent summer droughts may lead to reduced productivity and resilience. Following droughts and heatwaves, forest decline has been observed over the last few decades in Mediterranean countries with dieback and death of several pine and oak species[53], generally attributed to dryer and warmer climatic conditions[54] and often combined with biotic factors (insect pests and diseases).
In Noordwest-Europa, waar de beschikbaarheid van water niet zo vaak een beperkende factor is, zal de groeisnelheid waarschijnlijk toenemen door een combinatie van hogere kooldioxideconcentraties in de atmosfeer, een langer groeiseizoen en de verhoogde beschikbaarheid van voedingsstoffen als gevolg van atmosferische depositie en intensievere bodemmineralisatie.
Longer term projections are more uncertain and depend on the winter resistance and summer resistance of affected forest types and species. As an example, the loss of Alpine habitat suitable to Arolla pine at lower elevations would be 2.4 times the gain due to a shift in upward altitudinal distribution.[55]
In Zuid-Europa, waar de beschikbaarheid van water een kritische factor is, kunnen frequentere zomerdroogtes resulteren in een vermindering van productiviteit en herstelvermogen. De jongste decennia is in de landen van het Middellandse Zeegebied een achteruitgang van de bossen vastgesteld na droogtes en hittegolven, waarbij bij diverse dennen- en eikensoorten afsterving en sterfte zijn waargenomen[53] die over het algemeen worden toegeschreven aan de drogere en warmere klimaatomstandigheden[54], vaak in combinatie met biotische factoren (insectenplagen en ziekten).
Changing climate is also likely to[56]:
Prognoses op de langere termijn zijn onzekerder en afhankelijk van zowel de zomer- als de winterhardheid van de betrokken bostypes en boomsoorten. Het areaalverlies van de arve ( Pinus cembra ) als gevolg van het verdwijnen van geschikte alpiene habitats op geringere hoogte zal bijvoorbeeld 2,4 keer groter zijn dan de areaaltoename door het beschikbaar komen van hoger gelegen groeiplaatsen[55].
- increase the levels of damage caused by domestic forest pathogens and pests;
De klimaatverandering zal waarschijnlijk ook[56]:
- bring new exotic infestations, whether introduced by man or migrating naturally ;
- de door inheemse ziekteverwekkers en plagen veroorzaakte schade doen toenemen;
- changes in population dynamics.
- de verspreiding van nieuwe, uitheemse (zowel door de mens meegebrachte als op natuurlijke wijze geïntroduceerde) plagen bevorderen;
3.2. Destructive storms
- effecten hebben op de populatiedynamiek.
Historical time series about storm damage in the EU are patchy and will require more research in the future to allow adequate risk analysis for the forest sector. During the past 10 years, however, large damaging storms have occurred in Europe more frequently. Storms have become the single most damaging factor in temperate Europe and storm losses now exceed 50 % of all types of forest-related damage[57]. In January, 2005, a severe storm ("Gudrun") raged through Northern Europe, throwing over and damaging nearly an entire year’s harvest (75 million m³) for the whole of Sweden. In 2007, the storm “Kyrill” caused extensive damage across NW lowland Europe. In January 2009 another major storm, “Klaus”, levelled enormous areas of plantation forest in SW France and N Spain.
Verwoestende stormen
Besides the negative environmental impacts of such storms, there are social and economical consequences linked to mobilising such huge quantities of fallen timber much of it broken, split or up-rooted, reducing its saleability .To optimise salvage and the chances of sale, the timber must be logged as soon as possible, also in order to reduce the risk of further damage, e.g. from insect attacks, fungal decay and differential drying.
De historische tijdreeksen van gegevens over stormschade in de EU vertonen veel hiaten en zullen in de toekomst grondiger moeten worden onderzocht, willen wij daarop een deugdelijke risicoanalyse voor de bossector kunnen baseren. Wel is duidelijk dat zich in Europa de voorbije tien jaar vaker zware schade veroorzakende stormen hebben voorgedaan. In de gematigde delen van Europa zijn stormen nu de belangrijkste schadeoorzaak, en verliezen door stormen maken nu meer dan 50 % uit van alle schade aan de bossen[57]. In januari 2005 raasde een zware storm ("Gudrun") over Noord-Europa en ontwortelde en verwoestte bijna de totale houtoogst (75 miljoen m³) van Zweden voor dat jaar. In 2007 veroorzaakte de storm “Kyrill” grote schade in het hele Noordwest-Europese laagland. In januari 2009 legde “Klaus”, een andere zware storm, een enorme oppervlakte aan aangeplante bossen in Zuidwest-Frankrijk en Noord-Spanje plat.
Whilst on a small scale, salvage operations may temporarily create local employment opportunities, large-scale storm damage usually requires redeploying personnel in planning, harvesting, transporting, marketing and storing large amounts of timber. This not only disrupts timber markets for certain grades of wood, but also forest operations which had been foreseen. Storm damage may also lead to expensive maintenance and repairs of traffic and ecological infrastructures.
Afgezien van de negatieve milieugevolgen van dergelijke stormen zijn er sociale en economische consequenties die samenhangen met de afzet van enorme hoeveelheden windworp, die bovendien voor een groot deel gebroken, gebarsten of beschadigd en dus minder gemakkelijk vermarktbaar is. Om te redden wat er te redden valt en om voorts het risico van verdere waardevermindering door insectenvraat, aantasting door schimmels en ongelijkmatige droging zo veel mogelijk te beperken, moet het hout dan zo snel mogelijk worden weggehaald.
3.3. Large fires
Hoewel dergelijke ‘reddingsoperaties’ op kleine schaal plaatselijk en tijdelijk voor meer werkgelegenheid kunnen zorgen, vereist grootschalige stormschade meestal een grondige herschikking van personele middelen voor de planning, de kap, het vervoer, de verkoop en de opslag van grote hoeveelheden hout. Dat verstoort niet alleen de markt voor bepaalde houtkwaliteitsklassen, maar ook reeds geplande bosbouwkundige ingrepen. Bovendien kan stormschade dure onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan de ecologische en verkeersinfrastructuur noodzakelijk maken.
Climate change is forecast to cause, especially in Southern Europe, more droughts, higher temperatures and more windy periods. This will raise the likelihood and severity of fires, as indicated in the graph below, showing a strong correlation between mean burnt areas and the monthly fire danger severity rating (MSR)[58] of fire danger in exposed Member States[59]. This means that future weather conditions in the EU Mediterranean region are likely to lead to an increase of the fire danger hence an increase of the burned areas.
Grote bosbranden
[pic]
Naar verwachting zal de klimaatverandering vooral in Zuid-Europa meer droogteperiodes, hogere temperaturen en meer wind veroorzaken. Dat zal zowel de kans op als de omvang van bosbranden doen toenemen, zoals blijkt uit onderstaande grafiek, die een sterke correlatie te zien geeft tussen de gemiddelde verbrande oppervlakte en de maandelijkse brandrisico-index (‘monthly fire danger severity rating’, MSR)[58] voor de betrokken lidstaten[59]. Dat betekent dat de toekomstige weersomstandigheden in de EU-landen aan de Middellandse Zee waarschijnlijk zullen leiden tot meer bosbrandgevaar en dus tot een toename van het door branden verwoeste areaal.
Currently, an average of 500,000 ha of forest is burnt in the EU annually with associated emissions of CO2, other gases and particles[60]. Over 50,000 forest fires are ignited each year in the most affected MS although this number has declined in the last decade, if compared to previous decades.
[pic]
The higher fire risk and magnitude of forest fires have resulted in huge burnt areas in Portugal in 2003 (more than 400,000 ha) and 2005, and in Spain, in 1985, 1989 and 1994. In Greece in 2007, when temperatures reached 46ºC, five major fires burnt 170,000 ha in the Peloponnesus region alone.
Momenteel gaat in de EU jaarlijks gemiddeld 500 000 ha bos in vlammen op, met alle daarmee gepaard gaande emissies van CO2, andere gassen en rookdeeltjes[60]. Jaarlijks worden in de zwaarst getroffen lidstaten ook meer dan 50 000 bosbranden aangestoken, hoewel dit aantal het voorbije decennium, in vergelijking met de voorgaande, is afgenomen.
As well as causing human casualties, damaging property and reducing soil fertility through loss of organic matter, large fires hamper biodiversity conservation. During summer 2009, at least 30 % of the burnt area[61] was in Natura 2000 sites in Bulgaria, France, Greece, Italy, Portugal, Spain and Sweden. Seriously affected forests in Natura 2000 sites face a major challenge to recover pre-fire condition particularly for biodiversity.
Het grotere brandrisico en de grotere omvang van de bosbranden zijn er de oorzaak van dat in Portugal in 2003 (meer dan 400 000 ha) en 2005 en in Spanje in 1985, 1989 en 1994 enorme gebieden in vlammen zijn opgegaan. Toen in Griekenland in 2007 de temperatuur 46ºC bereikte, hebben vijf grote branden alleen al in de Peloponnesus 170 000 ha in de as gelegd.
EU and MS efforts to address the issue of forest fire prevention have been significant and focussed on training, research, awareness-raising, and structural prevention. They will need to be stepped up as a consequence of climate change. A clear correlation also exists between active forest management and the reduction of fire risks: a well functioning bio-energy market, often obstructed by lack of proper management due to fragmented forest ownership, could have a significant fire prevention role by giving an economic incentive to remove biomass that currently feeds wildfires in abandoned forests.
Niet alleen eisen grote natuurbranden mensenlevens, veroorzaken zij schade aan bezittingen en verminderen zij de vruchtbaarheid van de bodem door het verlies van organische stof, maar zij hebben ook een negatieve invloed op het behoud van de biodiversiteit. Ten minste 30 % van het in de zomer van 2009 verbrande areaal[61] bevond zich in Natura 2000-gebieden in Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Italië, Portugal, Spanje en Zweden. In de zwaar beschadigde bossen in Natura 2000-gebieden kan de toestand die vóór de brand bestond maar moeilijk worden hersteld, met name wat de biodiversiteit betreft.
3.4. Impacts on forest functions
De EU en de lidstaten hebben grote inspanningen geleverd inzake bosbrandpreventie, met name op het stuk van opleiding, onderzoek, bewustmaking en structurele preventie. Die inspanningen moeten als gevolg van de klimaatverandering worden geïntensiveerd. Er bestaat ook een duidelijke relatie tussen actief bosbeheer en brandrisicovermindering: een goed functionerende markt voor bio-energie – die thans vaak wordt gehinderd door tekortschietend beheer als gevolg van de versnippering van het bosbezit – zou een grote rol inzake bosbrandpreventie kunnen spelen door het bieden van economische prikkels voor de verwijdering van de biomassa die momenteel de branden in onbeheerde bossen voedt.
The Council Conclusions on the recent Commission white paper "Adapting to climate change: Towards a European framework for action" emphasized the need of mainstreaming adaptation into all relevant policies by increasing the resilience of, i.a., forests. They further stressed the need to improve the assessment of the impacts of climate change in all relevant sectors and recognised the role of SFM in reducing the vulnerability of forests to climate change.
Effecten op de bosfuncties
The Council conclusions also took note of the 2009 report[62] of the International Union of Forest Research Organizations which stated: “Climate change over the past half-century has already affected forest ecosystems and will have increasing effects on them in the future. The carbon regulating services of forests are at risk of being lost entirely unless current carbon emissions are reduced substantially; this would result in the release of huge quantities of carbon to the atmosphere, exacerbating climate change”.
In de conclusies van de Raad betreffende het recente Witboek “Aanpassing aan de klimaatverandering: naar een Europees actiekader” van de Commissie wordt met nadruk gewezen op de noodzaak om die aanpassing systematisch in alle relevante beleidstakken te integreren, onder meer door de ecologische veerkracht van bossen te vergroten. Voorts beklemtoont de Raad de noodzaak om de effecten van klimaatverandering in alle relevante sectoren beter te omschrijven en erkent hij de rol van duurzaam bosbeheer bij het verminderen van de kwetsbaarheid van bossen voor klimaatverandering.
The combined effects of climate change on forests, including shifting environmental conditions, dieback, storms and fires will be felt throughout Europe although at varying levels of intensity. They will have impacts on the socio-economic and environmental functions. The challenges now associated with particular regions are likely to spread beyond their traditional boundaries as is already evident for fires and storms. This growing EU wide dimension[63] raises questions to how best the EU can contribute to ensure forests can continue to deliver all their functions.
In de conclusies van de Raad wordt ook nota genomen van het rapport uit 2009 van de Internationale Unie van organisaties voor bosonderzoek[62], waarin wordt gesteld: “Klimaatverandering heeft de bosecosystemen de voorbije halve eeuw reeds merkbaar beïnvloed, en dit zal in de toekomst in toenemende mate het geval zijn. De regulerende rol van bossen in de koolstofcyclus dreigt helemaal verloren te gaan, tenzij het huidige koolstofemissieniveau drastisch wordt verlaagd; als de bossen die rol niet meer vervullen, zullen immers enorme koolstofhoeveelheden in de atmosfeer terechtkomen en zal de klimaatverandering zich nog sneller voltrekken.”
Question 2:
De gecombineerde effecten van klimaatverandering op de bossen, waaronder veranderende milieuomstandigheden, bossterfte, stormen en bosbranden, zullen in heel Europa merkbaar zijn, zij het niet overal in dezelfde mate. Dat zal gevolgen hebben voor de sociaaleconomische en ecologische functies. De problemen waarvoor bepaalde regio’s zich al langer geplaatst zien, zullen zich in de toekomst naar verwachting ook elders in Europa doen gevoelen; met bosbranden en stormen is dat nu al het geval. Het toenemend belang van de EU-dimensie[63] doet de vraag rijzen hoe de EU er het best voor kan helpen zorgen dat de bossen al hun functies blijven vervullen.
- To what extent are EU forests and the forest sector ready to address the nature and magnitude of the challenges posed by climate change?
Vraag 2:
- Do you consider particular regions, certain countries more exposed/vulnerable to the effects of climate change? What sources of information would you base your answer on?
- In welke mate zijn de EU-bossen en de bossector klaar om het hoofd te bieden aan de aard en omvang van de problemen die de klimaatverandering met zich meebrengt?
- Would you see a need for EU-level early action to ensure all forest functions are maintained?
- Bent u van mening dat bepaalde regio’s of landen meer zijn blootgesteld aan, of kwetsbaarder zijn voor, de effecten van klimaatverandering? Op welke informatiebronnen baseert u uw antwoord?
- How could the EU contribute to add value to the respective efforts of M S?
- Is volgens u vroegtijdige actie op EU-niveau noodzakelijk om te garanderen dat alle bosfuncties behouden blijven?
4. TOOLS AVAILABLE FOR FOREST PROTECTION
- Welke waarde kan de EU toevoegen aan de inspanningen van de lidstaten op dit gebied?
Today, MS have many tools at their disposal to ensure the protection of forests. MCPFE principles, MS and relevant EU legislation, forest information systems and SFM practices on the ground can all contribute. In addition, the Standing Forestry Committee, the Advisory Group on Forestry and Cork, the advisory Committee on FBI and the Expert Group on Forest Fires, chaired by the Commission, provide for regular exchanges of views between stakeholders, MS and the Commission.
BESCHIKBARE INSTRUMENTEN VOOR BOSBESCHERMING
4.1. National policies shaping forest use and forest management
Vandaag de dag beschikken de lidstaten over een uitgebreid instrumentarium voor bosbescherming. De MCPFE-beginselen, nationale en EU-wetgeving, bosinformatiesystemen en de op het terrein toegepaste duurzame bosbeheerpraktijken kunnen stuk voor stuk een bijdrage leveren. Daarnaast vindt in het Permanent Comité voor de bosbouw, de Raadgevende Groep bosbouw inclusief kurkproductie, het Adviescomité voor de FBI en de Deskundigengroep bosbranden, die door de Commissie worden voorgezeten, een regelmatige gedachtewisseling plaats tussen de belanghebbende partijen, de lidstaten en de Commissie.
All EU MS have national (and sometimes regional) legislation on forest management. This extends from specific forest legislation to forest related components of other legislation..
Nationaal beleid ter vormgeving van bosgebruik en bosbeheer
The usual instruments found across different EU countries or regions are:
Alle EU-lidstaten beschikken over nationale (en soms regionale) wetgeving inzake bosbeheer. Dit omvat zowel specifieke boswetgeving als bosgerelateerde onderdelen van andere wetgeving.
- National Forest Programmes;
Courante instrumenten die in vele EU-landen of regio’s worden gebruikt, zijn:
- Operational forestry standards;
- nationale bosprogramma’s;
- Inclusive and systematic National Forest Inventories (NFI);
- praktijkgerichte bosbouwnormen;
- Land registry systems, an important tool for developing social and economic forest functions and restricting illegal conversion of forests;
- omvattende, planmatig opgezette nationale bosinventarissen (NFI’s);
- Mapping of forest functions and related planning at landscape and regional level;
- kadastersystemen, een belangrijk instrument ter ontwikkeling van maatschappelijke en economische bosfuncties en ter bestrijding van de illegale herbestemming van bosgebieden;
- Forest management requirements, including management plans and sometimes including specific management obligations in relation to certain forest functions;
- kartering van bosfuncties en daarmee samenhangende planning op landschaps- en regioniveau;
- Requirements on the production and use of propagation material;
- voorschriften inzake bosbeheer, met inbegrip van beheerplannen en, in sommige gevallen, specifieke verplichtingen met betrekking tot bepaalde bosfuncties;
- National action plans under the CBD or UNCCD;
- eisen met betrekking tot de productie en het gebruik van kweekmateriaal;
- Support schemes to assist private forest owners and their associations;
- nationale actieplannen uit hoofde van het CBD of het UNCCD;
- Legal provisions and incentives to reduce ownership fragmentation, sometimes coupled to incentives for co-operation among forest owners;
- steunregelingen ten behoeve van particuliere boseigenaren en hun verenigingen;
- Licensing regimes that make timber harvest contingent on approval by competent authorities;
- wettelijke bepalingen en prikkels om de versnippering van het bosbezit tegen te gaan, soms in combinatie met maatregelen om samenwerking tussen boseigenaren te stimuleren;
- Restrictions on conversion of forest land to other uses.
- vergunningsregelingen waarbij houtexploitatie alleen is toegestaan als de bevoegde instantie daarvoor toestemming verleent;
In some instances, the above mentioned tools are mandatory, in others voluntary.
- beperkingen ten aanzien van de herbestemming van bosgebieden.
4.2. EU policies shaping forest use and forest management
In sommige gevallen gaat het daarbij om juridisch bindende instrumenten, in andere om op vrijwillige basis toegepaste regelingen.
In addition to the EU FS, the EU FAP and the Communication on Innovative and Sustainable Forest-based Industries[64] which are the only forest specific EU policy tools, a number of other EU policies are relevant though not specifically related to forests and forestry. Many key actions in the EU FAP refer to these policies, which are outlined below.
EU-beleid ter vormgeving van bosgebruik en bosbeheer
- In the Natura 2000 network, forest habitats constitute almost 20 % of the designated terrestrial sites.
De EU-bosbouwstrategie, het EU-bosactieplan en de mededeling betreffende een innovatieve en duurzame houtsector in de Europese Unie[64] zijn de enige specifiek op de bossen gerichte EU-beleidsinstrumenten. Daarnaast beschikt de EU evenwel over een reeks instrumenten die weliswaar niet specifiek bos- of bosbouwgericht, maar wel degelijk relevant zijn. Diverse cruciale acties in het EU-bosactieplan hebben betrekking op deze beleidslijnen, die hierna kort worden behandeld.
- EU climate policy recognises that to achieve its overall targets, all sectors, including land use, land-use change and forestry (LULUCF), must make a contribution[65]. The Effort Sharing Decision[66] and the ETS directive[67] include provisions for the Commission to assess options for including LULUCF in the EU GHG reduction commitment.
- Boshabitats maken ongeveer 20 % uit van de beschermde terrestrische gebieden die in het Natura 2000-netwerk zijn opgenomen.
- The Rural Development Regulation (2007-2013[68]) is the main instrument for financing of forest measures and includes provisions for co-financing for afforestation, payments for Natura 2000 areas, prevention and restoration and other forest environmental measures as well as a wide range of investments in forest management and wood processing.
- In het EU-klimaatbeleid wordt erkend dat om de grote doelstellingen van dat beleid te realiseren, alle sectoren, met inbegrip van bodemgebruik, veranderingen in bodemgebruik en bosbouw (LULUCF), een bijdrage moeten leveren[65]. De beschikking betreffende de verdeling van de emissiereductie-inspanningen[66] en de ETS-richtlijn[67] bevatten bepalingen waarbij de Commissie wordt belast met een onderzoek van de mogelijkheden om LULUCF in de door de EU aangegane verbintenis tot vermindering van haar uitstoot van broeikasgassen te integreren.
Measures related to the use of advisory services by forest holders contribute to promote the sustainable use of forests, increase awareness in climate change, encourage mitigation actions and assist forest holders in adaptation measures.
- De verordening inzake plattelandsontwikkeling (2007-2013)[68] is het belangrijkste instrument voor de financiering van bosgerelateerde maatregelen. Zij bevat bepalingen voor de cofinanciering van bosaanplant, betalingen voor Natura 2000-gebieden, preventie en herstel en andere bosgerichte milieumaatregelen alsook een hele reeks investeringen in bosbeheer en houtverwerking.
The cross-compliance mechanism can as well have an effect on forest management, especially after the Health Check modification that introduced water management in the Good Agricultural and Environmental Condition (GAEC) framework with the new standard “Establishment of buffer strips along water courses” that will be compulsory from 2012 at the latest. Wooded buffer strips may be created or preserved within the implementation of this policy.
Maatregelen betreffende het gebruik van adviesdiensten door boseigenaren dragen ertoe bij de duurzame exploitatie van bossen te bevorderen, de bewustwording inzake klimaatverandering te vergroten, het treffen van temperende maatregelen te stimuleren en boseigenaren te helpen bij het nemen van aanpassingsmaatregelen.
- The Directive on the promotion of energy from renewable sources (RES-D)[69] sets a binding target for the EU to achieve a 20 % renewable energy share by 2020, in which the largest contribution is expected to come from biomass from agriculture, forestry and waste for heat and power generation as well as transport fuels.
Ook het randvoorwaardenmechanisme kan van invloed zijn op het bosbeheer, vooral sinds de wijziging in het kader van de gezondheidscontrole, die ervoor heeft gezorgd dat deugdelijk waterbeheer deel is gaan uitmaken van het GLMC-raamwerk (‘goede landbouw- en milieuconditie’). Daarbij is een nieuwe norm inzake de totstandbrenging van bufferstroken langs waterlopen ingevoerd, die uiterlijk vanaf 2012 verplicht van toepassing zal zijn. In het kader van de uitvoering van deze beleidslijn kunnen beboste bufferstroken worden aangelegd of behouden.
- The Action Plan on Sustainable Consumption and Production and Sustainable Industrial Policy (SCP/SIP), aims at improving the energy and environmental performances of products. An EU Green public procurement policy for public bodies and the revised EU Eco-label[70] are part of this.
- De richtlijn bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen[69] geeft de EU een bindend streefcijfer, namelijk een aandeel van 20 % hernieuwbare energie, dat tegen 2020 moet worden gehaald. Daarbij wordt de grootste bijdrage verwacht van biomassa uit landbouw, bosbouw en afvalstoffen voor de opwekking van warmte en energie en voor de productie van brandstoffen voor het vervoer.
- The Community plant health regime (CPHR[71]) aims at preventing the spreading of alien forest species or of organisms harmful to forests. Its ongoing revision might introduce more flexibility regarding limitations on the use and trade of forest reproductive material and/or cope with the effects of climate change on pest and diseases as well as their vectors.
- Het actieplan voor duurzame consumptie en productie en een duurzaam industrieel beleid (SCP/SIP) beoogt de verbetering van de energie- en milieuprestaties van producten. Een EU-beleid voor groene overheidsopdrachten en de herziene EU-milieukeur[70] maken hier deel van uit.
- Council Directive 1999/105/EC of 22 December 1999 on the marketing of forest reproductive material[72] recognizes that the choice of forest reproductive material is important for forestry purposes and that this material should be genetically suited to the various site conditions and be of high quality.
- De communautaire regeling op fytosanitair gebied[71] is erop gericht de verspreiding van uitheemse bosorganismen en organismen die de bossen schade kunnen toebrengen, te voorkomen. Bij de lopende herziening van die regeling zullen de beperkingen ten aanzien van het gebruik van en de handel in bosbouwkundig teeltmateriaal wellicht worden versoepeld en/of zullen maatregelen worden getroffen om de effecten van de klimaatverandering op plagen, ziekten en de vectoren daarvan het hoofd te kunnen bieden.
- The 7th Research Framework Program (FP7) launched the concept of European Technology Platforms in areas where Europe's competitiveness, economic growth and welfare depend on important research and technological progress. The Forest Technology Platform brings together stakeholders, under industrial leadership, to define and implement a Strategic Research Agenda .
- In Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal[72] wordt erkend dat de keuze van bosbouwkundig teeltmateriaal belangrijk is voor de bosbouw en dat dit materiaal van hoge kwaliteit dient te zijn en genetisch geschikt voor de onderscheiden standplaatsomstandigheden.
- FP7 also funds collaborative research on sustainable production and management of biological resources from forest and on the prediction of forthcoming ecological changes.
- Het 7e Kaderprogramma voor onderzoek (KP7) heeft de idee van ‘Europese technologieplatforms’ (European Technology Platforms) geïntroduceerd op gebieden waar Europa's concurrentiekracht, economische groei en welvaart afhankelijk zijn van een forse onderzoekinspanning en technologische vooruitgang. Het Bostechnologieplatform brengt, onder leiding van de bedrijven uit de branche, alle belanghebbenden bijeen met het oog op de vaststelling en uitvoering van een strategische onderzoeksagenda.
- The Commission's JRC work on remote sensing, climate change, forest monitoring, forest fragmentation, fires and forest information systems. COST projects have addressed Protected Forest Areas and NFIs.
- Het KP7 financiert ook gecoördineerd onderzoek over duurzame productie en duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen uit bossen en over de voorspelling van komende ecologische veranderingen.
- Current Cohesion Policy supports investments in renewable energy and co-finances programmes that preserve and promote natural areas and biodiversity.
- Het GCO van de Commissie verricht onderzoek op het gebied van teledetectie, klimaatverandering, bosmonitoring, versnippering van het bosareaal, bosbranden en bosinformatiesystemen. Er zijn COST-projecten uitgevoerd met betrekking tot beschermde bosgebieden en NFI’s.
- The EU Solidarity Fund [73] assists MS in dealing with damage caused by major natural disasters including storms and forest fires.
- Het huidige cohesiebeleid ondersteunt investeringen in hernieuwbare energie en cofinanciert programma’s ter instandhouding en bevordering van natuurgebieden en biodiversiteit.
- The EU Civil Protection Mechanism provides the framework for organising mutual assistance between the MS for responding to major disasters including forest fires and storms, which overwhelm the response capacities of the affected MS[74].
- Het EU-solidariteitsfonds[73] helpt de lidstaten het hoofd te bieden aan schade die door grote natuurrampen, zoals stormen en bosbranden, is veroorzaakt.
- The EU approach on natural and man-made disasters[75] recently endorsed by the Council[76] takes a multi hazard approach to risk assessment and management and identifies forest fires as an important priority for EU work on risk assessment and management.
- Het EU-mechanisme voor civiele bescherming biedt een raamwerk voor het organiseren van de onderlinge hulpverlening tussen lidstaten om het hoofd te bieden aan grote rampen, waaronder bosbranden en stormen, die de responscapaciteit van de getroffen lidstaat te boven gaan[74].
- In order to ensure coherence, the inter-service group on forestry within the Commission meets regularly to discuss relevant forest related issues.
- De EU-aanpak van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen[75], die onlangs door de Raad is bekrachtigd[76], gaat uit van een holistische benadering van risico-evaluatie en –beheer. Daarbij worden bosbranden als een belangrijke prioriteit voor EU-werkzaamheden inzake risico-evaluatie en risicobeheer gezien.
Question 3:
- Om een goede samenhang te garanderen, komt de interne coördinatiegroep bosbouw van de Commissie regelmatig bijeen om voor de bosproblematiek relevante kwesties te bespreken.
- Do you consider that EU and MS policies are sufficient to ensure that the EU contributes to forest protection, including preparing forests for climate change and conserving biodiversity in forests?
Vraag 3:
- In what areas, if any, do you think further action may be necessary? How might this be organized, under the given policy framework or beyond?
- Bent u van mening dat het door de EU en de lidstaten gevoerde beleid volstaat om te garanderen dat de EU een adequate bijdrage levert aan bosbescherming, met inbegrip van de voorbereiding van de bossen op de klimaatverandering en het behoud van hun biodiversiteit?
4.3. Forest management and use
- Op welke gebieden lijkt verdere actie u eventueel noodzakelijk? Hoe kan dit worden georganiseerd (binnen het bestaande beleidskader of daarbuiten)?
Sustainable forest management, based on MCPFE principles, MS policies and requirements and supported by the EU particularly through rural development provides an important means at forest level for the transfer of policy to practice. Among the SFM practices supporting forest protection are:
Bosbeheer en -gebruik
- Afforestation, creating new forests to enhance carbon sequestration and enhance biodiversity on appropriate lands, to protect human settlements and cultural landscapes while also raising long term productive output;
Duurzaam bosbeheer, gebaseerd op de MCPFE-beginselen en het beleid en de voorschriften van de lidstaten en ondersteund door de EU (met name via plattelandsontwikkeling), is een belangrijke manier om het beleid op bosniveau in de praktijk te brengen. De praktijk van duurzaam bosbeheer ter bescherming van de bossen omvat:
- Fire prevention measures such as management of combustible material, establishment and maintenance of fire breaks, forest tracks, water supply points, appropriate choice of tree species, fixed forest fire monitoring facilities and communication equipments to prevent catastrophic fire spread.
- bosaanplant, waarbij op daartoe geschikte gronden nieuwe bossen worden aangelegd teneinde meer koolstof vast te leggen, de biodiversiteit te vergroten, woonkernen en cultuurlandschappen te beschermen en tezelfdertijd de productiviteit op lange termijn te verhogen;
- Proper forest planning that can support the adaptation of forest species composition by favouring more suitable tree species and breeds or, within a species, a higher genetic variability.
- brandpreventiemaatregelen, zoals beheer van brandbaar materiaal, aanleg en onderhoud van brandschermen, bospaden en waterbevoorradingspunten, een aangepaste keuze van boomsoorten, vaste bosbrandbewakingsinfrastructuur en communicatieapparatuur om de catastrofale uitbreiding van vuurhaarden te voorkomen;
- Sustainable mobilisation and harvesting of wood as well as investments in forestry operations to increase stability and resilience of forests against climate change impacts, including reducing the risks of forest fires, pests and storms.
- deugdelijke bosplanning die een aanpassing van de soortensamenstelling mogelijk maakt door het begunstigen van beter geschikte boomsoorten en -variëteiten of de bevordering van meer genetische variabiliteit binnen de soorten;
- Actively favouring tree species composition which is likely to be better adapted to site and growing conditions under changing climatic conditions including, inter alia, by the use of natural regeneration where appropriate and possible.
- duurzame houtbenutting en -exploitatie en investeringen in bosbouwkundige ingrepen om de stabiliteit en de veerkracht van de bossen ten aanzien van de effecten van klimaatverandering te vergroten, met inbegrip van de vermindering van het risico van bosbranden, plagen en stormen;
- Preserving endemic genetic resources and selecting those elements of the existing gene pool that are best adapted to expected growing conditions in the future. This may also involve the use of new varieties and species.
- actieve bevordering van een boomsoortensamenstelling die – rekening houdend met de zich wijzigende klimaatomstandigheden – beter is afgestemd op standplaats en groeicondities, onder meer door gebruik te maken van natuurlijke regeneratie waar zulks passend en mogelijk is;
- Preventing the introduction by international trade of new pests and diseases, as well as their vectors ( e.g. pinewood nematode in Portugal).
- behoud van de inheemse genetische hulpbronnen en selectie van die elementen van de bestaande genenpool die het best zijn aangepast aan de te verwachten toekomstige groeicondities. De toepassing van nieuwe variëteiten en soorten valt daarbij niet uit te sluiten;
Question 4:
- voorkoming van de introductie, ten gevolge van het internationale handelsverkeer, van nieuwe plagen en ziekten en de vectoren daarvan (bijv. het dennenaaltje in Portugal).
- How could the practical implementation of SFM be updated in order to upkeep the productive and protective functions of forests and overall viability of forestry, as well as enhance the resilience of EU forests in view of climate change and biodiversity loss? ?
Vraag 4:
- What steps are required to ensure that the gene pool in forest reproductive material can be successfully conserved in its diversity and adapted to climate change?
- Hoe kan de praktische tenuitvoerlegging van duurzaam bosbeheer worden geactualiseerd teneinde de productie- en beschermingsfuncties van bossen in stand te houden, de levensvatbaarheid van de bosbouwsector te vrijwaren en de veerkracht van de EU-bossen ten aanzien van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies te vergroten?
4.4. Forest Information
- Welke stappen moeten worden ondernomen om te garanderen dat een zo divers mogelijke genenpool van bosbouwkundig teeltmateriaal in stand wordt gehouden en met succes aan de klimaatverandering wordt aangepast?
Information about forest resources and condition is essential to ensure that decisions made regarding forests bring greatest benefits in socio-economic and ecological terms on all levels. Moreover, the EU has reporting obligations towards the UNFCCC and the CBD that require reliable and consistent forest information systems. Currently, information concerning forests is held at several different levels:
Bosinformatie
- Forest inventories : National forest inventories (NFIs) hold most of the required information on forest resources. This information is not harmonised and is therefore of limited use at EU level. Through various projects, the Commission has been investigating the possibility:
Informatie over de hulpbronnen en de toestand van de bossen is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de besluitvorming met betrekking tot de bossen op alle niveaus de grootst mogelijke sociaaleconomische en ecologische voordelen oplevert. Voorts is de EU gehouden tot rapportage in het kader van het UNFCCC en het CBD, wat betrouwbare en consistente bosinformatiesystemen vereist. Momenteel wordt de informatie over bossen op verschillende niveaus bijgehouden:
- to expand the scope of forest inventory systems beyond wood production aspects so as to include the improved SFM indicators and criteria endorsed by the MCPFE[77], as well as socio-economic information.
- Bosinventarissen : De nationale bosinventarissen (NFI’s) bevatten het grootste deel van de vereiste informatie over de natuurlijke hulpbronnen in bossen. Die informatie is niet geharmoniseerd en is bijgevolg op EU-niveau van beperkt nut. Via diverse projecten onderzoekt de Commissie de mogelijkheid om:
- to harmonize NFI[78] in order to make them comparable.
- de werkingssfeer van de bosinventarissen uit te breiden tot andere aspecten dan de houtproductie, door daarin ook de door de MCPFE goedgekeurde verbeterde indicatoren van en criteria voor duurzaam bosbeheer[77] en sociaaleconomische informatie op te nemen;
- The integrated administration and control system (IACS, co-funded by the EU rural development fund) is used to manage and control not only direct payments, but also certain area-based measures of the rural development policy (e.g. agri-environment forestry measures).
- de NFI’s te harmoniseren[78] en ze op die manier onderling vergelijkbaar te maken.
- Forest condition monitoring : Under EU legislation, from 1987 to 2006, when the Forest Focus[79] regulation expired, MS have monitored forest condition according to the "scheme of large scale and intensive monitoring"[80]. Since 2007 there is no EU legal basis for monitoring but the "FutMon" project under Life+[81] is being supported with a view to develop future monitoring concepts.
- Het geïntegreerd beheer- en controlesysteem (GBCS, medegefinancierd door het EU-fonds voor plattelandsontwikkeling) wordt niet alleen gebruikt voor het beheer van en het toezicht op directe betalingen, maar ook voor bepaalde oppervlaktegebonden maatregelen van het plattelandsontwikkelingsbeleid (bijv. milieumaatregelen in de bosbouw).
- Monitoring of forest fires : The European Forest Fire Information System (EFFIS) is a voluntary approach, recognized by the MS, the Commission and the European Parliament as an essential tool for forest fire monitoring in Europe.
- Monitoring van de toestand van de bossen : Op grond van EU-wetgeving hebben de lidstaten van 1987 tot en met 2006, toen de geldigheidsduur van de ‘Forest Focus’-verordening[79] verstreek, de toestand van hun bossen gemonitord volgens een systeem van grootschalige en intensieve monitoring[80]. Sedert 2007 ontbreekt een EU-rechtsgrond voor monitoring. Wel wordt in het kader van Life+[81] het ‘FutMon’-project ondersteund, dat is opgezet om toekomstige monitoringbenaderingen uit te werken.
- Forest classification : The EEA has developed a forest typology[82] which could eventually be used for European-level forest assessments on an ecological basis but so far only few MS have tested it in their forest information systems. Its adoption will still require considerable technical work and resources.
- Monitoring van bosbranden : Het Europees Bosbrandinformatiesysteem (EFFIS) is een op vrijwilligheid gebaseerd initiatief dat door de lidstaten, de Commissie en het Europees Parlement wordt erkend als een onmisbaar instrument voor de bewaking van bosbranden in Europa.
The European Forest Data Centre (EFDAC) developed by the Commission, capitalizes on existing forest information and monitoring databases in the EU, integrates the European Forest Information and Communication Platform (EFICP)[83], and builds on several initiatives of the Commission[84]. EFDAC aims at becoming the focal point for forest information in Europe. It currently includes all the spatially detailed data collected under past EU regulations and the results of past projects.
- Indeling van de bossen : Het EMA heeft een bostypologie ontwikkeld[82] die op termijn gebruikt zou kunnen worden voor op ecologische leest geschoeide bosevaluaties in Europees verband. Tot dusver hebben echter slechts enkele lidstaten deze typologie in het kader van hun bosinformatiesystemen uitgeprobeerd. Alvorens deze typologie algemene ingang kan vinden, zijn nog heel wat middelen en technische werkzaamheden vereist.
Eurostat provides yearly statistics on the production of and trade in wood and wood products for the EU and EFTA countries. It works in conjunction with UNECE, FAO and ITTO (International Tropical Timber Organisation) as part of a worldwide exercise, using a single joint questionnaire based on a set of harmonised definitions. These data could contribute to modelling the carbon contained in yearly wood removals from the forest and stored in wood products. Eurostat also provides yearly economic indicators for forestry, logging and FBI.
Het door de Commissie opgezette Europees datacentrum voor de bossen (EFDAC) maakt gebruik van de bestaande EU-databanken voor bosinformatie en bosbewaking, omvat het Europees bosinformatie- en communicatieplatform (EFICP)[83] en bouwt voort op diverse initiatieven van de Commissie[84]. Het is de bedoeling dat EFDAC de draaischijf wordt voor bosinformatie in Europa. Momenteel omvat het reeds alle ruimtelijk gedetailleerde gegevens die uit hoofde van vroegere EU-verordeningen zijn verzameld, alsook de resultaten van eerdere projecten.
Aggregated data on forest damage, except in the case of fires, do not provide any measure of the actual level of damage. A system to monitor pest outbreaks in the EU does not currently exist but might be needed considering the expected impacts of climate change on distribution of harmful organisms. Furthermore, lack of comparable and verifiable information has led to an incomplete picture about GHG balances in forestry operations and their impact on forest biodiversity.
Eurostat produceert jaarlijks cijfermateriaal over de productie van en de handel in hout en houtproducten in de EU- en de EVA-landen. Het werkt daarvoor samen met de UN/ECE, de FAO en de ITTO (Internationale Organisatie voor tropisch hout) in het kader van een wereldwijd onderzoek, waarbij gebruik wordt gemaakt van een gezamenlijke vragenlijst, gebaseerd op een reeks geharmoniseerde definities. De resulterende gegevens kunnen worden gebruikt voor het modelleren van de hoeveelheid koolstof die jaarlijks in de vorm van hout aan de biosfeer wordt onttrokken en vastgelegd blijft in houtproducten. Eurostat publiceert ook jaarlijks economische indicatoren inzake bosbouw, houtkap en FBI.
The need for more harmonized, reliable and comprehensive information on forests is increasingly recognized by the Commission, the MS and many economic operators. The recent mid-term review[85] of the EU FAP called for an enhancement of the existing forest information systems. While some MS may have forest information satisfying their own needs, it may not add up to information that is helpful at EU or global levels.
Geaggregeerde gegevens over schade aan de bossen leveren – behalve in het geval van bosbranden – geen duidelijk beeld op van het reële schadeniveau. Een bewakingssysteem voor uitbraken van plagen is in de EU momenteel niet voorhanden, maar zou in het licht van de verwachte effecten van klimaatverandering op de verbreiding van schadelijke organismen wel eens noodzakelijk kunnen worden. Voorts is een gebrek aan gestandaardiseerde en controleerbare informatie er de oorzaak van dat wij slechts een onvolledig beeld hebben van de broeikasgasbalansen van bosbouwoperaties en het effect daarvan op de biodiversiteit van de bossen.
Harmonised reporting on a more complete set of indicators could be an effective way towards better information about forest use, forest functions and ultimately forest protection. Better information on forest carbon and sequestration of carbon in harvested wood products is also essential to support forests and forestry to further effectively contribute to climate change mitigation. The considerable difficulties that recently arose in the formulation of EU submissions to international processes, such as the Copenhagen climate conference have made this quite clear.
De behoefte aan meer geharmoniseerde, betrouwbare en synthetische informatie over de bossen wordt door de Commissie, de lidstaten en veel marktdeelnemers steeds duidelijker aangevoeld. In de recente tussentijdse evaluatie van het EU-actieplan voor de bossen[85] werd gepleit voor een versterking van de bestaande bosinformatiesystemen. Wellicht beschikken sommige lidstaten reeds over bosinformatie die in hun eigen behoeften voorziet, maar de combinatie daarvan levert daarom nog geen informatie op die bruikbaar is op EU- of wereldniveau.
Question 5:
Geharmoniseerde rapportage van een completere reeks indicatoren kan een doeltreffende manier zijn om betere informatie te verkrijgen over bosgebruik, bosfuncties en, in laatste instantie, bosbescherming. Betere informatie over de hoeveelheid koolstof in de bossen en de vastlegging van koolstof in houtproducten die aan de koolstofkringloop worden onttrokken, is ook essentieel als wij de bossen en de bosbouw doeltreffender willen inzetten in de strijd tegen de klimaatverandering. De aanzienlijke moeilijkheden waarmee het opstellen van de EU-voorstellen in het kader van internationale processen zoals de klimaatconferentie van Kopenhagen recentelijk gepaard is gegaan, maakt dit zonder meer duidelijk.
Taking into account the various relevant policy levels, is available forest information today sufficient to assess with sufficient accuracy and consistency:
Vraag 5:
- The health and condition of EU forests?
Is – rekening houdend met de diverse betrokken beleidsniveaus – de thans beschikbare bosinformatie toereikend voor een voldoende nauwkeurige en consistente beoordeling van:
- Their productive potential?
- de gezondheid en algemene toestand van de bossen in de EU?
- Their carbon balance?
- hun productiepotentieel?
- Their protective functions (soils, water, weather regulation, biodiversity)?
- hun koolstofbalans?
- The provision of services to society and their social function?
- hun beschermende functies (ten aanzien van bodem, water, regulering van het weer, biodiversiteit)?
- Overall viability of forestry ?
- de diensten die zij aan de samenleving leveren en hun sociale functie?
If it is insufficient, how should forest information be improved?
- de algemene levensvatbaarheid van de bosbouwsector?
Are efforts towards harmonised [86] data collection on forests sufficient?
Indien bedoelde bosinformatie ontoereikend is, hoe kan ze worden verbeterd?
What can the EU do to further develop and / or enhance forest information systems?
Worden er voldoende inspanningen gedaan om tot geharmoniseerde [86] gegevensvergaring met betrekking tot de bossen te komen?
5. NEXT STEPS
Wat kan de EU doen om de bosinformatiesystemen verder te ontwikkelen en/of te verbeteren?
Many forests throughout Europe will increasingly be challenged by climate change. Preparing to meet these challenges now is the best way to ensure that forests can continue to deliver all their functions. The purpose of this Green Paper is to encourage an EU-wide public debate and to secure views on the future of forest protection and information policy, as well as to provide elements for a possible update of the EU Forestry Strategy on climate related aspects.
VOLGENDE STAPPEN
The European Institutions and all those interested – organisations or private individuals – are invited to submit their comments on the questions set out in the Green Paper as well as on any other issues concerning forest protection and information that they wish to raise. The consultation process will be articulated as follows:
In heel Europa zullen bossen het als gevolg van de klimaatverandering steeds harder te verduren krijgen. Ons nu reeds voorbereiden om deze problemen het hoofd te bieden, vormt de beste garantie dat de bossen al hun functies zullen kunnen blijven vervullen. Doel van dit Groenboek is een EU-breed publiek debat op gang te brengen, adviezen in te winnen over het toekomstige beleid inzake bosbescherming en bosinformatie, en elementen aan te dragen met het oog op een eventuele actualisering van de EU-bosbouwstrategie met betrekking tot klimaataspecten.
A web-based public consultation will be open until 31 July 2010.
De Europese instellingen en alle belangstellenden – zowel organisaties als particulieren – worden uitgenodigd om hun reacties op de in het Groenboek gestelde vragen, alsook hun opmerkingen over andere kwesties in verband met bosbescherming en bosinformatie die zij aan de orde wensen te stellen, aan de Commissie kenbaar te maken. Het raadplegingsproces zal als volgt verlopen:
The Commission will organise a workshop and a stakeholders meeting on this Green Paper in Brussels in June 2010.
Een publieksraadpleging via internet blijft geopend tot en met 31 juli 2010.
The Commission will publish the stakeholders' contributions on Internet and will provide its own feedback of the main outcomes of the consultation.
In juni 2010 organiseert de Commissie in Brussel een workshop en een bijeenkomst van belanghebbenden over dit Groenboek.
The results of the public consultation will help shape the further work of the Commission regarding the contribution the EU can make to forest protection under a changing climate, including the information required to achieve this.
De Commissie zal de bijdragen van de belanghebbenden via internet bekendmaken en ook haar eigen reactie op de belangrijkste uitkomsten van de raadpleging publiceren.
MS and concerned stakeholders are kindly requested to submit their replies to the Green Paper by 31 July 2010 at the latest. The replies should be sent to the following address:
De resultaten van de publieksraadpleging zullen medebepalend zijn voor de toekomstige werkzaamheden van de Commissie met betrekking tot de bijdrage die de EU kan leveren aan de bescherming van de bossen in tijden van klimaatverandering, met inbegrip van de informatie die daarvoor noodzakelijk is.
By mail:
De lidstaten en belanghebbenden wordt gevraagd hun reacties op het Groenboek tegen 31 juli 2010 aan de Commissie te doen toekomen. De antwoorden dienen te worden gericht aan het volgende adres:
European Commission
- via de post:
Directorate General for Environment
Europese Commissie
Unit B1: Forest, Soil and Agriculture
Directoraat-generaal Milieu
BU-9 04/029 B-1049 Brussels, Belgium
Eenheid B1: Landbouw, bossen en bodem
By e-mail:
BU-9 04/029, B-1049 Brussel, België
ENV-U43-sector-forest@ec.europa.eu
- via e-mail:
It is important to read the specific privacy statement attached to this consultation for information on how your personal data and contribution will be dealt with. Professional organisations are invited to register in the Commission register for Interest Representatives (http://:ec.europa.eu/transparency/regrin). This register was set up in the framework of the European Transparency Initiative with a view to provide the Commission and the public at large with information about the objectives, funding and structures of interest representatives.
ENV-U43-sector-forest@ec.europa.eu
[1] COM(2009)147
Belangrijk: Lees de speciale privacyverklaring bij deze raadpleging voor meer informatie over de wijze waarop uw persoonlijke gegevens en bijdrage zullen worden verwerkt. Professionele organisaties wordt gevraagd zich in te schrijven in het register voor belangenvertegenwoordigers van de Europese Commissie (http://:ec.europa.eu/transparency/regrin). Dat register is opgezet in het kader van het Europees transparantie-initiatief en heeft ten doel de Commissie en het brede publiek te informeren over doelstellingen, financiering en structuren van belangenvertegenwoordigers.
[2] Art. 5 of the EU Treaty
[1] COM(2009) 147.
[3] UNCED report (Rio de Janeiro, 1992)Annex III, 2b
[2] Artikel 5 van het EU-Verdrag.
[4] http://www.cbd.int/forest/pow.shtml
[3] UNCED-rapport (Rio de Janeiro, 1992), bijlage III, 2b.
[5] COM (2003) 251 -Council Regulation (EC) No 2173/2005
[4] http://www.cbd.int/forest/pow.shtml.
[6] COM (2008) 645
[5] COM(2003) 251 – Verordening (EG) nr. 2173/2005.
[7] http://www.mcpfe.org
[6] COM(2008) 645.
[8] Lisbon MCPFE (1998)
[7] http://www.mcpfe.org.
Vienna MCPFE (2003 )
[8] MCPFE van Lissabon (1998);
[9] Council Resolution (OJ 1999/C 56/01)
MCPFE van Wenen (2003).
[10] COM (2006)302
[9] Resolutie van de Raad, PB C 56 van 26.2.1999, blz. 1.
[11] http://www.unece.org/timber/fra/definit.htm
[10] COM(2006) 302.
[12] Global deforestation rate is ca. 13 M ha per year see http://www.fao.org/DOCREP/008/a0400e/a0400e00.htm for up to date figures.
[11] http://www.unece.org/timber/fra/definit.htm.
[13] G. R. van der Werf et al: CO2 emissions from forest loss , Nature Geoscience (2), 2009
[12] Wereldwijd bedraagt het tempo van de ontbossing ongeveer 13 miljoen ha per jaar; zie: http://www.fao.org/DOCREP/008/a0400e/a0400e00.htm voor de meest recente cijfers.
[14] Falinski, J.-B.; Mortier, F., Revue forestière française XLVIII, 1996.
[13] G. R. van der Werf et al.: CO 2 emissions from forest loss , Nature Geoscience (2), 2009.
[15] TBFRA 2000 - http://www.unece.org/timber/fra/welcome.htm
[14] Falinski, J.-B.; Mortier, F., Revue forestière française XLVIII, 1996.
[16] SEC(2009)387, section 10.2 "Forests"
[15] TBFRA 2000 - http://www.unece.org/timber/fra/welcome.htm.
[17] http://www/cepf-eu.org
[16] SEC(2009) 387, deel 10.2 "Bossen".
[18] SEC(2009)1111:
[17] http://www/cepf-eu.org.
[19] http://www.unece.org/timber/efsos/
[18] SEC(2009) 1111.
[20] http://www.unece.org/timber/efsos/
[19] http://www.unece.org/timber/efsos/.
[21] COM(2008)113
[20] http://www.unece.org/timber/efsos/.
[22] Häglund, B.: The role of European forests in welfare creation , STORA ENSO presentation , 2003
[21] COM(2008) 113.
[23] COM (2006)848
[22] Häglund, B.: The role of European forests in welfare creation , ‘STORA ENSO’-presentatie , 2003.
[24] www.unece.org/timber/docs/dp/dp-41.pdf
[23] COM(2006) 848.
[25] Hetsch S. et al (2008): Wood resources availability and demands II -future wood flows in the forest and energy sector. European countries in 2010 and 2020,Geneva
[24] www.unece.org/timber/docs/dp/dp-41.pdf.
[26] MCPFE"State of Europe's forests 2007""
[25] Hetsch, S. et al. (2008): Wood resources availability and demands II - Future wood flows in the forest and energy sector. European countries in 2010 and 2020, Genève.
[27] http://ec.europa.eu/agriculture/analysis/external/forest_products
[26] MCPFE, “State of Europe's forests 2007”.
[28] SOM varies from 0,71 % in arid agricultural land to 6,65 %in humid (Vallejo, R. et al (2005) MMA - Spain)
[27] http://ec.europa.eu/agriculture/analysis/external/forest_products.
[29] http://www.forestry.gov.uk/website/forestresearch.nsf/ByUnique/INFD-623HXH
[28] Het gehalte aan organische stof in de bodem varieert van 0,71 % in dorre landbouwgrond tot 6,65 %in vochtige (Vallejo, R. et al. (2005), Ministerie van Milieu - Spanje).
[30] EEA report 8/2009.
[29] http://www.forestry.gov.uk/website/forestresearch.nsf/ByUnique/INFD-623HXH.
[31] "Water Protection Areas" Bayerischer Agrarbericht 2008
[30] EMA-rapport 8/2009.
[32] http://ec.europa.eu/environment/nature/info/pubs/docs/nat2000/n2kforest_en.pdf
[31] Waterbeschermingsgebieden. Zie Bayerischer Agrarbericht 2008.
[33] TBFRA 2000-http://www.unece.org/trade/timber/fra/welcome.htm).
[32] http://ec.europa.eu/environment/nature/info/pubs/docs/nat2000/n2kforest_en.pdf .
[34] MCPFE "State of Europe's Forests 2007"
[33] TBFRA 2000, http://www.unece.org/trade/timber/fra/welcome.htm.
[35] EU Member States, Iceland, Norway, Switzerland, Liechtenstein and Turkey
[34] MCPFE, “State of Europe's forests 2007”.
[36] Tomialojc and Wesolowski (2000). Biogeography ecology and forest bird communities
[35] De EER-landen zijn de EU-lidstaten, IJsland, Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein en Turkije.
[37] COM (2009) 358
[36] Tomialojc & Wesolowski (2000). Biogeography, ecology and forest bird communities.
[38] Art. 17 HD report 2009 - http://ec.europa.eu/environment/nature/
[37] COM(2009) 358.
[39] EEA Rep.n°4/2009
[38] Verslag (2009) uit hoofde van artikel 17 van de Habitatrichtlijn - http://ec.europa.eu/environment/nature/ .
[40] BioSoil project / "Forest Focus"
[39] EMA-rapport 4/2009.
[41] Ciais, P. et al. (2008): http://www.nature.com/ngeo/journal/v1/n7/full/ngeo233.html
[40] "BioSoil"-project / "Forest Focus".
[42] Annual European Community greenhouse gas inventory 1990–2007 and inventory report 2009
[41] Ciais, P. et al. (2008): http://www.nature.com/ngeo/journal/v1/n7/full/ngeo233.html.
[43] Lindroth, A. et al in Global Change Biology 2009-15
[42] Jaarlijkse broeikasgasinventaris 1990-2007 en inventarisatieverslag 2009 van de Europese Gemeenschap.
[44] http://www.ipcc.ch/pdf/assessment-report/ar4/wg3/ar4-wg3-chapter9.pdf
[43] Lindroth, A. et al. in Global Change Biology 2009-15.
[45] Menenti, M.; Verstraete, M; Peltoniemi, J. (2000): Observing land from space: science, customers, and technology. Kluwer Academic
[44] http://www.ipcc.ch/pdf/assessment-report/ar4/wg3/ar4-wg3-chapter9.pdf.
[46] Makarieva, A. et al.: Precipitation on land versus distance from the ocean: Evidence for a forest pump of atmospheric moisture , in: Ecological Complexity, Volume 6, Issue 3, 09/2009
[45] Menenti, M.; Verstraete, M; Peltoniemi, J. (2000): Observing land from space: science, customers, and technology. Kluwer Academic.
[47] Murdiyarso, D.; Sheil, D.: How Forests Attract Rain: An Examination of a New Hypothesis ., in: BioScience 59, 2009
[46] Makarieva, A. et al.: Precipitation on land versus distance from the ocean: Evidence for a forest pump of atmospheric moisture , in: Ecological Complexity, volume 6, aflevering 3, 09/2009.
[48] http://melbournecatchments.org
[47] Murdiyarso, D.; Sheil, D.: How Forests Attract Rain: An Examination of a New Hypothesis , in: BioScience 59, 2009.
[49] Also natural events such as the ice ages have sometimes caused more abrupt changes in the occurrence and distribution of species.
[48] http://melbournecatchments.org.
[50] 4AR of IPCC, WG 1 www.ipcc.ch
[49] Niettemin hebben ook natuurlijke verschijnselen, bijv. de ijstijden, soms snelle en drastische veranderingen in het verspreidingspatroon van soorten veroorzaakt.
[51] http://www.fao.org/docrep/011/i0670e/i0670e10.htm
[50] 4e jaarverslag van Werkgroep 1 van het IPCC www.ipcc.ch.
[52] EEA rep. No 4/2008 / SEC(2009)387
[51] http://www.fao.org/docrep/011/i0670e/i0670e10.htm.
[53] Colinas, C.; De Dios, V.; Fischer, Ch.: Vol. 33, No 1, 01/2007
[52] EMA-rapport 4/2008; SEC(2009) 387.
[54] Gonzales, C (2008): Analysis of the oak decline in Spain "la seca". Thesis, SLU Uppsala
[53] Colinas, C.; De Dios, V.; Fischer, Ch.: Vol. 33, No 1, 01/2007.
[55] Casalegno, S. et al., 2010 Forest Ecology and Management (in press)
[54] Gonzales, C. (2008): Analysis of the oak decline in Spain "la seca". Thesis, SLU Uppsala.
[56] BOKU, EFI, IAFS, INRA (2008): Impacts of Climate Change on European forests and options for adaptation
[55] Casalegno, S. et al., 2010 Forest Ecology and Management (ter perse).
[57] Lindner et al. 2008 http://ec.europa.eu/agriculture/analysis/external/euro_forests/full_report_en.pdf
[56] BOKU, EFI, IAFS, INRA (2008): Impacts of Climate Change on European forests and options for adaptation.
[58] The Monthly Severity Rating explains fire danger on the basis of meteorological conditions
[57] Lindner et al. 2008 http://ec.europa.eu/agriculture/analysis/external/euro_forests/full_report_en.pdf.
[59] Joint Research Centre-IES: European Forest Fire Information System, Forest fires in Europe 2008
[58] De maandelijkse brandrisico-index is gebaseerd op het verband tussen bosbrandgevaar en meteorologische omstandigheden.
[60] Westerling, A.L. et al: in: Science, Vol. 313. no. 5789 (08/2006)
[59] Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek - IES: European Forest Fire Information System, Forest fires in Europe 2008.
[61] EFFIS newsletter September 2009
[60] Westerling, A.L. et al., in: Science, vol. 313, nr. 5789 (08/2006).
[62] “Making forests fit for Climate Change, a global view of climate-change impacts on forests and people and options for adaptation”, 2009.
[61] EFFIS-nieuwsbrief, september 2009.
[63] Winkel, G. et al (2009): http://ec.europa.eu/environment/forests/pdf/ifp_ecologic_report.pdf
[62] “Making forests fit for Climate Change - a global view of climate-change impacts on forests and people and options for adaptation”, 2009.
[64] COM(2008)113
[63] Winkel, G. et al. (2009): http://ec.europa.eu/environment/forests/pdf/ifp_ecologic_report.pdf.
[65] COM(2007)2 / COM(2005)35
[64] COM(2008) 113.
[66] Decision No 406/2009/EC
[65] COM(2007) 2; COM(2005) 35.
[67] Directive 2009/29/EC
[66] Beschikking nr. 406/2009/EG.
[68] Council Regulation (EC) 1698/2005
[67] Richtlijn 2009/29/EG.
[69] Directive 2009/28/EC
[68] Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad.
[70] http://ec.europa.eu/environment/ecolabel/index_en.htm
[69] Richtlijn 2009/28/EG.
[71] Council Directive 2000/29/EC
[70] http://ec.europa.eu/environment/ecolabel/index_en.htm.
[72] OJ L 011 , 15/01/2000,
[71] Richtlijn 2000/29/EG van de Raad.
[73] Council Regulation (EC) No 2012/2002
[72] PB L 11 van 15.1.2000.
[74] Council Decision 2007/779/EC
[73] Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad.
[75] COM(2009) 82
[74] Beschikking 2007/779/EG van de Raad.
[76] Council Conclusions of 30 November 2009 http://www.consilium.europa.eu/uedocs/NewsWord/en/jha/111537.doc
[75] COM(2009) 82.
[77] http://www.mcpfe.org/system/files/u1/List_of_improved_indicators.pdf
[76] Conclusies van de Raad van 30 november 2009 http://www.consilium.europa.eu/uedocs/NewsWord/en/jha/111537.doc.
[78] COST E43 report. http://www.metla.fi/eu/cost/e43/
[77] http://www.mcpfe.org/system/files/u1/List_of_improved_indicators.pdf.
[79] Regulation (EC) 2152/2003
[78] COST E43-verslag http://www.metla.fi/eu/cost/e43/.
[80] http://www.icp-forests.org/
[79] Verordening (EG) nr. 2152/2003.
[81] Regulation (EC) No 614/2007
[80] http://www.icp-forests.org/.
[82] http://www.eea.europa.eu/publications/technical_report_2006_9
[81] Verordening (EG) nr. 614/2007.
[83] EFICP http://eficp.jrc.ec.europa.eu/EFICP/
[82] http://www.eea.europa.eu/publications/technical_report_2006_9.
[84] INSPIRE, SEIS and GMES
[83] EFICP http://eficp.jrc.ec.europa.eu/EFICP/.
[85] http://ec.europa.eu/agriculture/eval/reports/euforest/index_en.htm
[84] INSPIRE, SEIS en GMES.
[86] In this context, "harmonized" has to be understood in the sense of making the information systems output comparable and compatible, and not rendering uniform field procedures.
[85] http://ec.europa.eu/agriculture/eval/reports/euforest/index_en.htm.
[86] In dit verband moet onder ‘geharmoniseerd’ worden verstaan ‘resulterend in de vergelijkbaarheid en compatibiliteit van de output van de informatiesystemen’, zonder dat dit noodzakelijk het gebruik van uniforme veldprocedures impliceert.
Top


Managed by the Publications Office