Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
Council Recommendation
Aanbeveling van de Raad
of 30 November 2009
van 30 november 2009
on smoke-free environments
betreffende rookvrije ruimten
2009/C 296/02
2009/C 296/02
THE COUNCIL OF THE EUROPEAN UNION,
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Having regard to the Treaty establishing the European Community, and in particular the second subparagraph of Article 152(4) thereof,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 152, lid 4, tweede alinea,
Having regard to the proposal from the Commission,
Gezien het voorstel van de Commissie,
After consulting the European Parliament [1],
Na raadpleging van het Europees Parlement [1],
Having regard to the opinion of the European Economic and Social Committee [2],
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [2],
Whereas:
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Article 152 of the Treaty stipulates that Community action, which shall complement national policies, shall be directed towards improving public health, preventing human illness and diseases, and obviating sources of danger to human health.
(1) Artikel 152 van het Verdrag bepaalt dat het optreden van de Gemeenschap, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, gericht dient te zijn op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid.
(2) According to Article 137 of the Treaty, the Community shall support and complement the activities of the Member States, inter alia, in the field of improvement in particular of the working environment to protect workers’ health and safety.
(2) Artikel 137 van het Verdrag bepaalt dat de Gemeenschap het optreden van de lidstaten ondersteunt en aanvult, onder andere op het terrein van de verbetering van met name het arbeidsmilieu, om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen.
(3) Exposure to environmental tobacco smoke (ETS) — also referred to as second-hand tobacco smoke — is a widespread source of mortality, morbidity and disability in the European Union.
(3) Blootstelling aan omgevingstabaksrook, ook secundaire tabaksrook genoemd, is een belangrijke oorzaak van mortaliteit, morbiditeit en arbeidsongeschiktheid in de hele EU.
(4) According to conservative estimates, 7300 adults including 2800 non-smokers died as a result of ETS exposure at their workplace in the European Union in 2002. A further 72000 adult deaths, including those of 16400 non-smokers, were linked to ETS exposure at home.
(4) Volgens voorzichtige schattingen zijn in 2002 in de Europese Unie 7300 volwassenen, waaronder 2800 niet-rokers, gestorven aan de gevolgen van blootstelling aan omgevingstabaksrook op het werk. Nog eens 72000 sterfgevallen, waaronder die van 16400 niet-rokers, werden veroorzaakt door blootstelling aan omgevingstabaksrook thuis.
(5) Exposure to second-hand tobacco smoke is particularly dangerous to children and adolescents and could increase the likelihood of their taking up smoking.
(5) Blootstelling aan secundaire tabaksrook is bijzonder gevaarlijk voor kinderen en adolescenten en verhoogt de waarschijnlijkheid dat zij zelf later ook gaan roken.
(6) ETS has been classified as a known human carcinogen by the World Health Organization (WHO) International Agency for Research on Cancer and as an occupational carcinogen by Finland and Germany.
(6) Omgevingstabaksrook is door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geclassificeerd als een bekend menselijk carcinogeen en door Finland en Duitsland als een carcinogeen op de werkplek.
(7) All people have the right to a high level of health protection and should be protected from exposure to tobacco smoke.
(7) Alle burgers hebben recht op een hoog niveau van gezondheidsbescherming en dienen beschermd te worden tegen blootstelling aan tabaksrook.
(8) Voluntary policies at national level have proved ineffective in reducing exposure to tobacco smoke. Member States’ binding legislation, properly enforced and monitored is an effective means of adequately protecting people from the health risks of second-hand tobacco smoke.
(8) Maatregelen op basis van vrijwilligheid op nationaal niveau hebben naar gebleken is weinig of geen effect gehad wat het verminderen van de blootstelling aan tabaksrook betreft. Bindende nationale wetgeving, op de naleving waarvan strikt wordt toegezien, is een effectieve manier om mensen adequaat te beschermen tegen de gezondheidsrisico's van secundaire tabaksrook.
(9) Legislation on smoke-free environments is most effective when it is backed up by measures such as awareness-raising campaigns, support for cessation of tobacco use, strong health warnings on tobacco product packaging and other regulation on tobacco products.
(9) Wetgeving inzake rookvrije ruimten is het meest effectief wanneer die ondersteund wordt door maatregelen als bewustmakingscampagnes, ondersteuning bij het stoppen met roken, indringende gezondheidswaarschuwingen op de verpakkingen van tabaksproducten en andere regelgeving inzake tabaksproducten.
(10) Civil society has an important role in building support for and ensuring compliance with legislation on smoke-free environments.
(10) De maatschappelijke organisaties hebben een belangrijke rol te vervullen bij het organiseren van steun voor en het toezien op de naleving van wetgeving inzake rookvrije ruimten "rookvrije" wetgeving.
(11) Smoke-free policies should have adequate instruments to implement the multi-sectorial approach to tobacco control.
(11) "Rookvrij"-beleid dient adequate instrumenten te omvatten voor de uitvoering van de multisectoriële aanpak van de bestrijding van tabaksgebruik.
(12) There is a need for strengthened cooperation between Member States to facilitate the exchange of information and best practice and develop a standardised EU monitoring system.
(12) Er is behoefte aan meer samenwerking tussen lidstaten ter vergemakkelijking van de uitwisseling van informatie en beste praktijken en voor de ontwikkeling van een gestandaardiseerd EU-monitoringsysteem.
(13) The resolution of the Council and the Ministers for Health of the Member States, meeting within the Council of 18 July 1989 on banning smoking in places open to the public [3] invited the Member States to take measures banning smoking in certain enclosed premises open to the public, and to extend the ban on smoking to all forms of public transport.
(13) In de Resolutie van de Raad en van de ministers van volksgezondheid van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 18 juli 1989 betreffende het rookverbod in ruimten bestemd voor het ontvangen van publiek [3] werden de lidstaten uitgenodigd maatregelen te nemen om het roken in bepaalde voor het publiek toegankelijke gesloten ruimten te verbieden, en dit verbod uit te breiden tot alle openbare vervoermiddelen.
(14) Council Recommendation 2003/54/EC of 2 December 2002 on the prevention of smoking and on initiatives to improve tobacco control [4] recommended that Member States implement legislation and/or other effective measures that provide protection from exposure to ETS in indoor workplaces, enclosed public places, and public transport.
(14) In Aanbeveling 2003/54/EG van de Raad van 2 december 2002 inzake de preventie van roken en initiatieven ter verbetering van de bestrijding van het tabaksgebruik [4] werden de lidstaten opgeroepen tot het invoeren van wetgeving en/of andere doeltreffende maatregelen die voorzien in bescherming tegen blootstelling aan omgevingstabaksrook op binnen gebouwen gelegen werkplekken, openbare ruimtes en het openbaar vervoer.
(15) Council Directive 89/391/EEC of 12 June 1989 on the introduction of measures to encourage improvements in the safety and health of workers at work [5], while not explicitly referring to tobacco smoke, covers all risks to the health and safety of workers [6].
(15) Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk [5] verwijst weliswaar niet expliciet naar tabaksrook maar bestrijkt alle risico's voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers [6].
(16) In its Environment and Health Action Plan (2004-2010) [7], the Commission has undertaken to "develop work on improving indoor air quality", in particular by "encouraging the restriction of smoking in all workplaces by exploring both legal mechanisms and health promotion initiatives at both European and Member State level".
(16) In haar Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 [7] heeft de Commissie toegezegd "acties te (zullen) ontwikkelen om de luchtkwaliteit in gebouwen te verbeteren, met name door het roken op alle werkplekken te beperken met behulp van zowel wetgeving als initiatieven ter bevordering van de volksgezondheid op zowel Europees niveau als op het niveau van de lidstaten."
(17) The consultation initiated by the Commission's Green Paper "Towards a Europe free from tobacco smoke: policy options at EU level" [8] (the "Green Paper") has revealed strong support both for comprehensive smoke-free policies in all enclosed workplaces and public places and for further EU action to promote smoke-free environments throughout the Member States.
(17) In het kader van de raadpleging die werd gelanceerd met het groenboek van de Commissie "Op weg naar een rookvrij Europa: beleidsopties op EU-niveau" [8] (het "groenboek") is gebleken dat er veel steun bestaat voor een alomvattend "rookvrij"-beleid voor alle afgesloten werkruimten en openbare ruimten, en ook voor verdere actie van de EU ter bevordering van rookvrije ruimten in alle lidstaten.
(18) The Employment, Social Policy, Health and Consumer Affairs Council held an exchange of views on policy options at EU level on tobacco smoke-free environments on 30 and 31 May 2007. It welcomed the Green Paper and stressed the need for Community guidance to further promote tobacco-smoke free environments at EU level, as well as Community support for and coordination of national measures.
(18) De Raad (werkgelegenheid, sociaal beleid, volksgezondheid en consumentenzaken) heeft op 30 en 31 mei 2007 van gedachten gewisseld over beleidsopties op EU-niveau met betrekking tot rookvrije ruimten. De Raad was ingenomen met het groenboek en benadrukte dat de Gemeenschap de verdere bevordering van rookvrije ruimten in de EU moet aansturen, en dat communautaire steun voor en coördinatie van nationale maatregelen nodig is.
(19) The European Parliament's resolution of 24 October 2007 on the Green Paper called on the Member States to introduce comprehensive smoke-free laws within two years and invited the Commission to table a relevant legislative proposal by 2011 in the event of unsatisfactory progress. It also called on the Commission to propose an amendment to the current legislative framework in order to classify ETS as a carcinogen and oblige employers to ensure that the workplace is smoke-free.
(19) Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 24 oktober 2007 betreffende het groenboek de lidstaten opgeroepen om binnen twee jaar brede "rookvrij"-wetgeving in te voeren, en heeft de Commissie uitgenodigd om tegen 2011 een desbetreffend wetgevingsvoorstel in te dienen wanneer mocht blijken dat er onvoldoende vooruitgang is. Het verzocht de Commissie verder een wijziging van het bestaande wetgevende kader voor te stellen waardoor omgevingstabaksrook als kankerverwekkende stof wordt ingedeeld, en werkgevers ertoe verplicht worden ervoor te zorgen dat de werkplek vrij van tabaksrook is.
(20) Article 8 of the WHO Framework Convention on Tobacco Control (FCTC), signed in June 2003 by all WHO members, and so far ratified by 167 Parties, including the Community and 26 of its Member States, creates a legal obligation for its Parties to adopt and implement in areas of existing national jurisdiction as determined by national law and to actively promote, at other jurisdictional levels, the adoption and implementation of effective measures to protect people from exposure to second-hand tobacco smoke in all indoor workplaces, public transport and indoor public places and, as appropriate, other public places.
(20) Artikel 8 van de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik (Framework Convention on Tobacco Control, FCTC), die tot nu toe door 166 partijen geratificeerd is, waaronder de Gemeenschap en 26 lidstaten, legt de partijen een wettelijke verplichting op tot het vaststellen en uitvoeren van doelmatige wetgevende uitvoerende, bestuurlijke en/of overige maatregelen om te voorzien in bescherming tegen de blootstelling aan tabaksrook op afgesloten werkplekken, in het openbaar vervoer, in afgesloten openbare gelegenheden en waar van toepassing op andere openbare ruimten.
(21) The Second Conference of the Parties to FCTC in July 2007 adopted guidelines on protection from exposure to tobacco smoke [9] to assist Parties in meeting their obligations under Article 8 of the Convention. Each Party should strive to implement the guidelines within five years of the Convention's entry into force for that Party.
(21) De tweede conferentie van de partijen bij de Kaderovereenkomst van de WHO in juli 2007 heeft richtsnoeren goedgekeurd inzake bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook [9] om de partijen te helpen te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 8 van de overeenkomst. Elke partij moet ernaar streven deze richtsnoeren ten uitvoer te leggen binnen vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst voor die partij.
(22) Article 14 of the WHO Framework Convention creates a legal obligation for its Parties to develop and disseminate appropriate, comprehensive and integrated guidelines based on scientific evidence and best practices and to take effective measures to promote the cessation of tobacco use and adequate treatment for tobacco dependence. The Third Conference of the Parties to the WHO Framework Convention decided to establish a working group for the elaboration of guidelines for implementation of that Article.
(22) Artikel 14 van de Kaderovereenkomst van de WHO legt de partijen de wettelijke verplichting op passende, alomvattende en geïntegreerde richtsnoeren op te stellen en te verspreiden die gebaseerd zijn op wetenschappelijke kennis en beste praktijken, en effectieve maatregelen te nemen om het stoppen met roken te stimuleren en passende behandeling van nicotineverslaving te bevorderen. De derde conferentie van de partijen bij de Kaderovereenkomst heeft besloten een werkgroep op te richten met de taak richtsnoeren uit te werken om aan dit artikel te voldoen.
(23) The European Strategy on Tobacco Control adopted by the WHO Regional Committee for Europe in September 2002 recommended that Member States ensure the citizens’ right to a smoke-free environment by, inter alia, making public places, workplaces and public transport smoke-free, banning smoking outdoors in all educational institutions for minors, in all places of healthcare delivery and at public events, as well as classifying ETS as a carcinogen.
(23) De Europese strategie voor de bestrijding van tabaksgebruik die het Regionale Comité van de WHO voor Europa (WHO-EURO) in september 2002 heeft goedgekeurd, beveelt aan dat lidstaten het recht van de burgers op een rookvrije omgeving waarborgen door onder andere openbare ruimten, werkplekken en openbare vervoermiddelen rookvrij te maken, en ook buiten roken te verbieden bij alle onderwijsinstellingen voor minderjarigen, plaatsen waar gezondheidszorg wordt geboden en openbare evenementen, en beveelt verder aan omgevingstabaksrook als een kankerverwekkende stof in te delen.
(24) This Recommendation is without prejudice to the Community legislation laying down minimum requirements for the safety and health protection of workers adopted under Article 137 of the Treaty, to Directive 2001/37/EC of the European Parliament and of the Council of 5 June 2001 on the approximation of the laws, regulations and administrative provisions of the Member States concerning the manufacture, presentation and sale of tobacco products [10] and to Commission Decision 2003/641/EC of 5 September 2003 on the use of colour photographs or other illustrations as health warnings on tobacco packages [11],
(24) Deze aanbeveling doet geen afbreuk aan de uit hoofde van artikel 137 van het Verdrag aangenomen Gemeenschapswetgeving die minimumeisen bepaalt inzake de bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers, noch aan Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 5 juni 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten [10], noch aan Beschikking 2003/641/EG van de Commissie van 5 september 2003 betreffende het gebruik van kleurenfoto's of andere illustraties als gezondheidswaarschuwingen op verpakkingseenheden van tabaksproducten [11],
HEREBY RECOMMENDS THAT THE MEMBER STATES:
BEVEELT AAN DAT DE LIDSTATEN:
1. provide effective protection from exposure to tobacco smoke in indoor workplaces, indoor public places, public transport and, as appropriate, other public places as stipulated by Article 8 of the WHO Framework Convention on Tobacco Control (FCTC) and based on the annexed guidelines on protection from exposure to tobacco smoke adopted by the Second Conference of the Parties to FCTC, within five years of the FCTC’s entry into force for that Member State, or at the latest within three years following the adoption of this Recommendation;
1. Zorgen voor effectieve bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook in afgesloten werkplekken, afgesloten openbare ruimten, openbare vervoermiddelen, en waar van toepassing ook in andere openbare ruimten, zoals bepaald in artikel 8 van de Kaderovereenkomst van de WHO voor de bestrijding van tabaksgebruik en op basis van de bijgevoegde richtsnoeren inzake de bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook die zijn goedgekeurd door de tweede conferentie van de partijen bij de kaderovereenkomst, binnen vijf jaar na het van kracht worden van de overeenkomst voor de betreffende lidstaat, of uiterlijk binnen drie jaar na de goedkeuring van deze aanbeveling;
2. develop and/or strengthen strategies and measures to reduce exposure to second-hand tobacco smoke of children and adolescents;
2. Strategieën en maatregelen ontwikkelen en/of versterken om de blootstelling van kinderen en jongeren aan secundaire tabaksrook te verminderen;
3. complement smoke-free policies with supporting measures, which may include:
3. "Rookvrij"-beleid aanvullen met ondersteunende maatregelen, bijvoorbeeld:
(a) taking effective measures to promote cessation of tobacco use and adequate treatment for tobacco dependence, taking into account national circumstances and priorities as outlined in Article 14 of the FCTC; and
a) effectieve maatregelen om het stoppen met roken te stimuleren en passende behandelingen bij nicotineverslaving te bevorderen, daarbij rekening houdend met nationale omstandigheden en prioriteiten zoals aangegeven in artikel 14 van de Kaderovereenkomst van de WHO; en
(b) introducing combined warnings, as defined by Article 2(4) of Commission Decision 2003/641/EC of 5 September 2003 on the use of colour photographs or other illustrations as health warnings on tobacco packages [12], and information on services supporting the cessation of tobacco use on the packages of smoking tobacco products in order to better inform consumers about the health risks of tobacco use and exposure to tobacco smoke, encourage cessation of tobacco use and deter initiation;
b) gecombineerde waarschuwingen, zoals bedoeld in artikel 2, lid 4, van Beschikking 2003/641/EG van de Commissie van 5 september 2003 betreffende het gebruik van kleurenfoto's of andere illustraties als gezondheidswaarschuwingen op verpakkingseenheden van tabaksproducten [12], en informatie over diensten die hulp bieden bij het stoppen met roken op de verpakkingen van rooktabaksproducten, teneinde consumenten beter te informeren over de gezondheidsrisico's van tabaksgebruik en blootstelling aan tabaksrook, het ophouden met roken aan te moedigen en het daarmee beginnen te ontmoedigen;
4. develop, implement, periodically update and review comprehensive multi-sectoral tobacco control strategies, plans or programmes which address, inter alia, the issue of protection from tobacco smoke in all places accessible to the general public or places of collective use, regardless of ownership or right to access;
4. Brede multisectoriële strategieën ter bestrijding van tabaksgebruik ontwikkelen, uitvoeren en regelmatig aanpassen en herzien, die onder andere het probleem van de bescherming tegen tabaksrook aanpakken op alle plaatsen die voor het grote publiek toegankelijk zijn of collectief worden gebruikt, ongeacht de eigenaar of het recht van toegang;
5. provide adequate instruments to implement national strategies, tobacco control policies and programmes in order to ensure effective protection from exposure to tobacco smoke;
5. Voorzien in adequate instrumenten om de nationale strategieën en het beleid en programma's ter bestrijding van tabaksgebruik te kunnen uitvoeren, om een effectieve bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook te waarborgen;
6. communicate to the Commission, if possible within six months after the adoption of this Recommendation, national focal points for tobacco control with a view to exchanging information and best practices as well as policy coordination with other Member States;
6. Nationale knooppunten voor de bestrijding van tabaksgebruik bij de Commissie aanmelden, indien mogelijk binnen zes maanden na de goedkeuring van deze aanbeveling, met het oog op de uitwisseling van informatie en beste praktijken en coördinatie van het beleid met andere lidstaten;
7. cooperate closely among themselves and with the Commission on a coherent framework of definitions, benchmarks and indicators for the implementation of this Recommendation;
7. Nauw samenwerken, onderling en met de Commissie, bij de ontwikkeling van een coherent kader van definities, benchmarks en indicatoren voor de tenuitvoerlegging van deze aanbeveling;
8. monitor and evaluate the effectiveness of policy measures using the above-mentioned indicators;
8. De doeltreffendheid van beleidsmaatregelen controleren en evalueren met behulp van bovengenoemde indicatoren;
9. inform the Commission of legislative and other action taken in response to this Recommendation and of the results of monitoring and evaluation,
9. De Commissie op de hoogte stellen van wetgevende en andere initiatieven naar aanleiding van deze aanbeveling en van de resultaten van de monitoring en evaluatie.
HEREBY INVITES THE COMMISSION TO:
VERZOEKT DE COMMISSIE:
1. report on the implementation, functioning and impacts of the proposed measures, on the basis of the information provided by Member States;
1. Verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging, het functioneren en de effecten van de voorgestelde maatregelen, op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;
2. in the context of a possible revision of Directive 2001/37/EC, consider all product-related measures aimed at reducing the attractiveness and addictiveness of tobacco products;
2. In het kader van een eventuele herziening van Richtlijn 2001/37/EG alle productgerelateerde maatregelen ter vermindering van het aantrekkelijke en verslavende karakter van tabaksproducten te overwegen;
3. analyse the legal issues and the evidence base for the impact of plain packaging, including on the functioning of the internal market.
3. De juridische aspecten en de empirische onderbouwing van het effect van verpakkingen met alleen een naamsvermelding, onder andere op het functioneren van de interne markt, te bestuderen.
Done at Brussels, 30 November 2009.
Gedaan te Brussel, 30 november 2009.
For the Council
Voor de Raad
The President
De voorzitter
S. O. Littorin
S. O. Littorin
[1] Resolution delivered following non-mandatory consultation (not yet published in the Official Journal).
[1] Resolutie na niet-verplichte raadpleging (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
[2] Opinion of 5 November 2009 (not yet published in the Official Journal).
[2] Advies van 5 november 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
[3] OJ C 189, 26.7.1989, p. 1.
[3] PB C 189 van 26.7.1989, blz. 1
[4] OJ L 22, 25.1.2003, p. 31.
[4] PB L 22 van 25.1.2003, blz. 31.
[5] OJ L 183, 29.6.1989, p. 1.
[5] PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.
[6] Cf. Case C-49/00 Commission v. Italy, [2001] ECR I-8575, paragraphs 12-13.
[6] Zie arrest C-49/00 Commissie tegen Italië, [2001] Jurispr. blz. I-8575, punten 12-13.
[7] COM(2004) 416 final.
[7] COM(2004) 416 definitief
[8] COM(2007) 27 final.
[8] COM(2007) 27 definitief
[9] FCTC/COP2(7) Guidelines on protection from exposure to tobacco smoke, as elaborated by the working group convened in accordance with decision FCTC/COP1(15) of the Conference of the Parties to the WHO Framework Convention on Tobacco Control.
[9] [FCTC/COP2(7)] Richtsnoeren voor de bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook, uitgewerkt door de werkgroep die overeenkomstig Besluit FCTC/COP1(15) van de conferentie van de partijen bij de WHO-kaderovereenkomst inzake de bestrijding van het tabaksgebruik opgericht is.
[10] OJ L 194, 18.7.2001, p. 26.
[10] PB L 194 van 18.7.2001, blz. 26.
[11] OJ L 226, 10.9.2003, p. 24.
[11] PB L 226 van 10.9.2003, blz. 24.
[12] See footnote 11.
[12] Zie voetnoot 11.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
ANNEX
BIJLAGE
Guidelines on protection from exposure to tobacco smoke, as adopted by the Second Conference of the Parties to the WHO Framework Convention on Tobacco Control
Richtsnoeren inzake bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook, zoals goedgekeurd door de tweede conferentie van de partijen bij de Kaderovereenkomst van de WHO voor de bestrijding van tabaksgebruik
PURPOSE, OBJECTIVES AND KEY CONSIDERATIONS
DOEL, DOELSTELLINGEN EN CENTRALE OVERWEGINGEN
Purpose of the guidelines
Doel van de richtsnoeren
1. Consistent with other provisions of the WHO Framework Convention on Tobacco Control and the intentions of the Conference of the Parties, these guidelines are intended to assist Parties in meeting their obligations under Article 8 of the Convention. They draw on the best available evidence and the experience of Parties that have successfully implemented effective measures to reduce exposure to tobacco smoke.
1. Deze richtsnoeren zijn, in overeenstemming met andere bepalingen van de WHO-kaderovereenkomst inzake de bestrijding van het tabaksgebruik en de voornemens van de conferentie van de partijen, bedoeld om de partijen bij te staan in het nakomen van hun verplichtingen volgens artikel 8 van de overeenkomst. Zij zijn gebaseerd op de beste beschikbare gegevens en de ervaring van partijen die doeltreffende maatregelen om de blootstelling aan tabaksrook te beperken succesvol hebben geïmplementeerd.
2. The guidelines contain agreed upon statements of principles and definitions of relevant terms, as well as agreed upon recommendations for the steps required to satisfy the obligations of the Convention. In addition, the guidelines identify the measures necessary to achieve effective protection from the hazards of second-hand tobacco smoke. Parties are encouraged to use these guidelines not only to fulfil their legal duties under the Convention, but also to follow best practices in protecting public health.
2. In de richtsnoeren worden de beginselen en definities van relevante begrippen vermeld waarover overeenkomst bestaat, alsmede de overeengekomen aanbevelingen voor de te zetten stappen om aan de verplichtingen van de overeenkomst te voldoen. Daarenboven staan in de richtsnoeren de noodzakelijke maatregelen voor het bereiken van een doeltreffende bescherming tegen de gevaren van secundaire tabaksrook. De partijen worden aangemoedigd om deze richtsnoeren te gebruiken, niet alleen om de volgens de overeenkomst bepaalde wettelijke verplichtingen na te komen, maar ook voor de goede praktijk inzake de bescherming van de volksgezondheid.
Objectives of the guidelines
Doelstellingen van de richtsnoeren
3. These guidelines have two related objectives. The first is to assist Parties in meeting their obligations under Article 8 of the WHO Framework Convention, in a manner consistent with the scientific evidence regarding exposure to second-hand tobacco smoke and the best practice worldwide in the implementation of smoke-free measures, in order to establish a high standard of accountability for treaty compliance and to assist the Parties in promoting the highest attainable standard of health. The second objective is to identify the key elements of legislation necessary to effectively protect people from exposure to tobacco smoke, as required by Article 8.
3. Deze richtsnoeren hebben twee samenhangende doelstellingen. De eerste is de partijen bij te staan in het nakomen van hun verplichtingen volgens artikel 8 van de WHO-kaderovereenkomst, op een manier die strookt met het wetenschappelijke bewijsmateriaal inzake blootstelling aan secundaire tabaksrook en de goede praktijk die op wereldvlak in de uitvoering van rookvrij-maatregelen bestaat, teneinde een hoge standaard te stellen voor wat de aansprakelijkheid op het vlak van naleving van de verdragen betreft, en de partijen in het bevorderen van de hoogst haalbare gezondheidsstandaard bij te staan. De tweede doelstelling is het bepalen van de sleutelelementen in de wetgeving, die nodig zijn om de bevolking op een doeltreffende manier tegen blootstelling aan tabaksrook te beschermen, zoals bepaald in artikel 8.
Underlying considerations
Onderliggende overwegingen
4. The development of these guidelines has been influenced by the following fundamental considerations:
4. De ontwikkeling van deze richtsnoeren werd beïnvloed door volgende fundamentele overwegingen:
(a) The duty to protect from tobacco smoke, embodied in the text of Article 8, is grounded in fundamental human rights and freedoms. Given the dangers of breathing second-hand tobacco smoke, the duty to protect from tobacco smoke is implicit in, inter alia, the right to life and the right to the highest attainable standard of health, as recognised in many international legal instruments (including the Constitution of the World Health Organisation, the Convention on the Rights of the Child, the Convention on the Elimination of all Forms of Discrimination against Women and the Covenant on Economic, Social and Cultural Rights), as formally incorporated into the preamble of the WHO Framework Convention and as recognised in the constitutions of many nations.
a) De plicht om mensen te beschermen tegen tabaksrook, zoals in de tekst van artikel 8 is weergegeven, vindt haar oorsprong in de fundamentele mensenrechten en vrijheden. Gezien de gevaren van het inademen van secundaire tabaksrook vloeit de plicht om te beschermen tegen tabaksrook onder andere voort uit het recht op leven en het recht op de hoogst haalbare gezondheidsstandaard, zoals dat volgens veel internationale wettelijke instrumenten is erkend (inclusief het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie, het verdrag inzake de rechten van het kind, het verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en het verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten), zoals formeel opgenomen in de preambule van de WHO-kaderovereenkomst en erkend in de grondwet van vele naties;
(b) The duty to protect individuals from tobacco smoke corresponds to an obligation by governments to enact legislation to protect individuals against threats to their fundamental rights and freedoms. This obligation extends to all persons, and not merely to certain populations.
b) De plicht om mensen tegen tabaksrook te beschermen houdt in dat een regering verplicht is om wetgeving aan te nemen teneinde de bevolking tegen de bedreiging van haar grondrechten en vrijheden te beschermen. De verplichting geldt voor iedereen, en niet alleen voor bepaalde bevolkingsgroepen;
(c) Several authoritative scientific bodies have determined that second-hand tobacco smoke is a carcinogen. Some Parties to the WHO Framework Convention (for example, Finland and Germany) have classified second-hand tobacco smoke as a carcinogen and included the prevention of exposure to it at work in their health and safety legislation. In addition to the requirements of Article 8, therefore, Parties may be obligated to address the hazard of exposure to tobacco smoke in accordance with their existing workplace laws or other laws governing exposure to harmful substances, including carcinogens.
c) Verscheidene gezaghebbende wetenschappelijke instanties hebben vastgesteld dat secundaire tabaksrook kankerverwekkend is. Sommige partijen van de WHO-kaderovereenkomst (bijvoorbeeld Duitsland en Finland) hebben secundaire tabaksrook als een kankerverwekkende stof geclassificeerd en hebben de bescherming tegen blootstelling op het werk in hun wetgeving op het gebied van gezondheid en veiligheid opgenomen. Behalve de bepalingen van artikel 8 kunnen partijen ook worden verplicht het gevaar van blootstelling aan tabaksrook aan te pakken overeenkomstig hun bestaande wetgeving inzake werkruimten en andere wetgeving over blootstelling aan schadelijke stoffen, waaronder kankerverwekkende stoffen.
STATEMENT OF PRINCIPLES AND RELEVANT DEFINITIONS UNDERLYING PROTECTION FROM EXPOSURE TO TOBACCO SMOKE
BEGINSELVERKLARING EN RELEVANTE DEFINITIES INZAKE BESCHERMING TEGEN BLOOTSTELLING AAN TABAKSROOK
Principles
Beginselen
5. As noted in Article 4 of the WHO Framework Convention, strong political commitment is necessary to take measures to protect all persons from exposure to tobacco smoke. The following agreed upon principles should guide the implementation of Article 8 of the Convention.
5. Zoals bepaald in artikel 4 van de WHO-kaderovereenkomst is sterke politieke betrokkenheid nodig om maatregelen te nemen zodat iedereen tegen blootstelling aan tabaksrook wordt beschermd. De uitvoering van artikel 8 van de overeenkomst moet op volgende overeengekomen beginselen steunen.
Principle 1
Beginsel 1
6. Effective measures to provide protection from exposure to tobacco smoke, as envisioned by Article 8 of the WHO Framework Convention, require the total elimination of smoking and tobacco smoke in a particular space or environment in order to create a 100 % smoke-free environment. There is no safe level of exposure to tobacco smoke, and notions such as a threshold value for toxicity from second-hand smoke should be rejected, as they are contradicted by scientific evidence. Approaches other than 100 % smoke-free environments, including ventilation, air filtration and the use of designated smoking areas (whether with separate ventilation systems or not), have repeatedly been shown to be ineffective and there is conclusive evidence, scientific and otherwise, that engineering approaches do not protect against exposure to tobacco smoke.
6. Doeltreffende maatregelen om tegen blootstelling aan tabaksrook bescherming te bieden, zoals bepaald in artikel 8 van de WHO-kaderovereenkomst, vereisen de volledige uitbanning van roken en tabaksrook in een bepaalde ruimte of omgeving teneinde een 100 % rookvrije omgeving te scheppen. Er bestaat geen veilig niveau van blootstelling aan tabaksrook en noties zoals een drempelwaarde voor toxiciteit door secundaire tabaksrook moeten worden verworpen, omdat deze door wetenschappelijk bewijsmateriaal worden tegengesproken. Benaderingen waarbij niet naar een 100 % rookvrije omgeving wordt gestreefd, bijvoorbeeld met ventilatie, luchtfiltering en het gebruik van rookzones (al dan niet met gescheiden ventilatiesystemen) zijn herhaaldelijk ondoeltreffend gebleken en er zijn sluitende bewijzen voor dat technische oplossingen tegen tabaksrook geen bescherming bieden.
Principle 2
Beginsel 2
7. All people should be protected from exposure to tobacco smoke. All indoor workplaces and indoor public places should be smoke free.
7. Iedereen moet tegen blootstelling aan tabaksrook worden beschermd. Alle overdekte werk- en openbare ruimten moeten rookvrij zijn.
Principle 3
Beginsel 3
8. Legislation is necessary to protect people from exposure to tobacco smoke. Voluntary smoke-free policies have repeatedly been shown to be ineffective and do not provide adequate protection. In order to be effective, legislation should be simple, clear and enforceable.
8. Er is wetgeving nodig om mensen tegen blootstelling aan tabaksrook te beschermen. Rookvrij-beleidsmaatregelen op basis van vrijwilligheid zijn bij herhaling ondoeltreffend gebleken en bieden geen passende bescherming. Om doeltreffend te zijn, moet de wetgeving eenvoudig, duidelijk en afdwingbaar zijn.
Principle 4
Beginsel 4
9. Good planning and adequate resources are essential for successful implementation and enforcement of smoke-free legislation.
9. Een goede planning en passende middelen zijn essentieel voor een succesvolle uitvoering en handhaving van de rookvrij-wetgeving.
Principle 5
Beginsel 5
10. Civil society has a central role in building support for and ensuring compliance with smoke-free measures, and should be included as an active partner in the process of developing, implementing and enforcing legislation.
10. De maatschappelijke organisaties spelen een centrale rol in de ondersteuning en de handhaving van rookvrij-maatregelen en moeten een actieve partner in de ontwikkeling, uitvoering en handhaving van de wetgeving zijn.
Principle 6
Beginsel 6
11. The implementation of smoke-free legislation, its enforcement and its impact should all be monitored and evaluated. This should include monitoring and responding to tobacco industry activities that undermine the implementation and enforcement of the legislation, as specified in Article 20.4 of the WHO Framework Convention.
11. De uitvoering van een rookvrij-wetgeving, haar handhaving en impact moeten gecontroleerd en beoordeeld worden. Daarbij hoort het controleren van en reageren op de activiteiten van de tabaksindustrie die de uitvoering en handhaving van de wetgeving ondermijnen, zoals in artikel 20, lid 4, van de WHO-kaderovereenkomst omschreven.
Principle 7
Beginsel 7
12. The protection of people from exposure to tobacco smoke should be strengthened and expanded, if necessary; such action may include new or amended legislation, improved enforcement and other measures to reflect new scientific evidence and case study experiences.
12. De bescherming van mensen tegen blootstelling aan tabaksrook moet waar nodig worden verbeterd en uitgebreid; een dergelijke maatregel houdt eventueel een nieuwe of gewijzigde wetgeving in, een verbeterde handhaving en andere maatregelen die nieuw, wetenschappelijk bewijsmateriaal en ervaringen uit casestudy's weergeven.
Definitions
Definities
13. In developing legislation, it is important to use care in defining key terms. Several recommendations as to appropriate definitions, based on experiences in many countries, are set out here. The definitions in this section supplement those already included in the WHO Framework Convention.
13. Bij de ontwikkeling van wetgeving is het belangrijk te zorgen voor een goede definitie van sleutelbegrippen. Verschillende aanbevelingen voor passende definities die op de ervaringen van verschillende landen zijn gebaseerd, worden hier vastgelegd. De definities in deze afdeling zijn een aanvulling bij de definities die al in de WHO-kaderovereenkomst stonden.
"Second-hand tobacco smoke" or "environmental tobacco smoke"
"Secundaire tabaksrook" of "omgevingstabaksrook"
14. Several alternative terms are commonly used to describe the type of smoke addressed by Article 8 of the WHO Framework Convention. These include "second-hand smoke", "environmental tobacco smoke", and "other people's smoke". Terms such as "passive smoking" and "involuntary exposure to tobacco smoke" should be avoided, as experience in France and elsewhere suggests that the tobacco industry may use these terms to support a position that "voluntary" exposure is acceptable. "Second-hand tobacco smoke", sometimes abbreviated as "SHS", and "environmental tobacco smoke", sometimes abbreviated "ETS", are the preferable terms; these guidelines use "second-hand tobacco smoke".
14. Verscheidene alternatieve begrippen worden algemeen gebruikt om het soort rook waarvan sprake in artikel 8 van de WHO-kaderovereenkomst te beschrijven. Dat zijn onder andere "secundaire tabaksrook", "omgevingstabaksrook" en "de rook van anderen". Begrippen zoals "passief roken" en "onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook" moeten worden vermeden, omdat in Frankrijk en elders is ervaren dat de tabaksindustrie deze begrippen kan gebruiken om het idee te ondersteunen dat "vrijwillige" blootstelling aanvaardbaar is. De begrippen "secundaire tabaksrook" en "omgevingstabaksrook", in het Engels soms afgekort tot respectievelijk "SHS" (second-hand tobacco smoke) en "ETS" (environmental tobacco smoke) krijgen de voorkeur; in deze richtsnoeren wordt "secundaire tabaksrook" gebruikt.
15. Second-hand tobacco smoke can be defined as "the smoke emitted from the burning end of a cigarette or from other tobacco products usually in combination with the smoke exhaled by the smoker".
15. Secundaire tabaksrook kan worden gedefinieerd als "de rook afkomstig van het brandende uiteinde van een sigaret of ander tabaksproduct, gewoonlijk in combinatie met de rook die de roker uitademt".
16. "Smoke-free air" is air that is 100 % smoke free. This definition includes, but is not limited to, air in which tobacco smoke cannot be seen, smelled, sensed or measured [1].
16. "Rookvrije lucht" is lucht die 100 % rookvrij is. Deze definitie omvat, maar is niet beperkt tot, lucht waarin tabaksrook niet kan worden gezien, geroken, gevoeld of gemeten [1].
"Smoking"
"Roken"
17. This term should be defined to include being in possession or control of a lit tobacco product regardless of whether the smoke is being actively inhaled or exhaled.
17. Aan de definitie van dit begrip moet het in bezit of onder controle hebben van een aangestoken tabaksproduct, ongeacht of de rook actief wordt ingeademd of uitgeademd, worden toegevoegd.
"Public places"
"Openbare ruimten"
18. While the precise definition of "public places" will vary between jurisdictions, it is important that legislation define this term as broadly as possible. The definition used should cover all places accessible to the general public or places for collective use, regardless of ownership or right to access.
18. Aangezien de precieze definitie van "openbare ruimten" per land zal variëren, is het belangrijk dat dit begrip in wetgeving zo breed mogelijk wordt gedefinieerd. De gebruikte definitie moet alle voor het brede publiek toegankelijke ruimten of ruimten voor collectief gebruik omvatten, ongeacht de eigenaar of de vraag wie er toegang toe heeft.
"Indoor" or "enclosed"
"Overdekt" of "afgesloten"
19. Article 8 requires protection from tobacco smoke in "indoor" workplaces and public places. Because there are potential pitfalls in defining "indoor" areas, the experiences of various countries in defining this term should be specifically examined. The definition should be as inclusive and as clear as possible, and care should be taken in the definition to avoid creating lists that may be interpreted as excluding potentially relevant "indoor" areas. It is recommended that "indoor" (or enclosed) areas be defined to include any space covered by a roof or enclosed by one or more walls or sides, regardless of the type of material used for the roof, wall or sides, and regardless of whether the structure is permanent or temporary.
19. In artikel 8 wordt bescherming tegen tabaksrook in "overdekte" werkruimten en openbare ruimten voorgeschreven. Wegens de mogelijke valkuilen in het definiëren van "overdekte" ruimten, moet er bijzondere aandacht worden besteed aan de ervaringen van verscheidene landen met de definitie van dit begrip. De definitie moet zo breed en duidelijk mogelijk zijn en er moet de nodige zorg aan worden besteed, zodat wordt vermeden dat er lijsten worden opgesteld die zodanig kunnen worden geïnterpreteerd dat potentieel relevante "overdekte" ruimten worden uitgesloten. Aanbevolen wordt "overdekte" (of "afgesloten") ruimten zo te definiëren dat het elke ruimte met een dak of afgesloten door een of meerdere wanden of zijden omvat, ongeacht het voor het dak, de wanden of zijden gebruikte materiaal en ongeacht of de structuur blijvend of tijdelijk is.
"Workplace"
"Werkruimte"
20. A "workplace" should be defined broadly as "any place used by people during their employment or work". This should include not only work done for compensation, but also voluntary work, if it is of the type for which compensation is normally paid. In addition, "workplaces" include not only those places at which work is performed, but also all attached or associated places commonly used by the workers in the course of their employment, including, for example, corridors, lifts, stairwells, lobbies, joint facilities, cafeterias, toilets, lounges, lunchrooms and also outbuildings such as sheds and huts. Vehicles used in the course of work are workplaces and should be specifically identified as such.
20. Een "werkruimte" moet breed worden gedefinieerd als "elke door mensen tijdens het werk gebruikte ruimte". Dit moet niet alleen betaald werk omvatten, maar ook vrijwilligerswerk, als dat het soort werk is dat normaliter wordt vergoed. Daarenboven omvatten "werkruimten" niet alleen de ruimten waarin gewerkt wordt, maar ook alle daaraan verbonden en bijhorende ruimten die gewoonlijk tijdens het werk worden gebruikt, waaronder bijvoorbeeld gangen, liften, traphallen, foyers, gemeenschappelijke voorzieningen, cafetaria's, toiletten, lounges, eetruimten en ook bijgebouwen, zoals een schuur of hut. Voertuigen die tijdens het werk worden gebruikt zijn werkruimten en moeten als dusdanig worden aangeduid.
21. Careful consideration should be given to workplaces that are also individuals' homes or dwelling places, for example, prisons, mental health institutions or nursing homes. These places also constitute workplaces for others, who should be protected from exposure to tobacco smoke.
21. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan werkruimten die ook woon- of verblijfplaats zijn, bijvoorbeeld gevangenissen, psychiatrische instellingen of verzorgingstehuizen. Deze plaatsen zijn ook werkruimten voor anderen, die tegen blootstelling aan tabaksrook moeten worden beschermd.
"Public transport"
"Openbaar vervoer"
22. Public transport should be defined to include any vehicle used for the carriage of members of the public, usually for reward or commercial gain. This would include taxis.
22. De definitie van openbaar vervoer moet elk voertuig omvatten dat voor het vervoeren, gewoonlijk tegen vergoeding of met commerciële doeleinden, van de bevolking wordt gebruikt. Dit omvat ook taxi's.
THE SCOPE OF EFFECTIVE LEGISLATION
DE REIKWIJDTE VAN DOELTREFFENDE WETGEVING
23. Article 8 requires the adoption of effective measures to protect people from exposure to tobacco smoke in (1) indoor workplaces, (2) indoor public places, (3) public transport, and (4) "as appropriate" in "other public places".
23. Artikel 8 schrijft de goedkeuring van doeltreffende maatregelen voor om de bevolking te beschermen tegen blootstelling aan tabaksrook in 1. overdekte werkruimten, 2. overdekte openbare ruimten, 3. openbaar vervoer en 4. "voor zover noodzakelijk" in "andere openbare ruimten".
24. This creates an obligation to provide universal protection by ensuring that all indoor public places, all indoor workplaces, all public transport and possibly other (outdoor or quasi-outdoor) public places are free from exposure to second-hand tobacco smoke. No exemptions are justified on the basis of health or law arguments. If exemptions must be considered on the basis of other arguments, these should be minimal. In addition, if a Party is unable to achieve universal coverage immediately, Article 8 creates a continuing obligation to move as quickly as possible to remove any exemptions and make the protection universal. Each Party should strive to provide universal protection within five years of the WHO Framework Convention's entry into force for that Party.
24. Dit schept de verplichting om volledige bescherming te bieden door ervoor te zorgen dat elke overdekte openbare ruimte, elke overdekte werkruimte, alle openbaar vervoer en mogelijke andere (niet-overdekte of zogenaamd overdekte) openbare ruimten vrij zijn van blootstelling aan secundaire tabaksrook. Vrijstellingen op basis van gezondheids- en rechtsargumenten zijn niet gerechtvaardigd. Als er vrijstellingen moeten worden overwogen op basis van andere argumenten, dan moeten deze minimaal zijn. Als verder een partij geen onmiddellijke, universele dekking kan bereiken, schept artikel 8 de blijvende verplichting om zo snel als mogelijk elke vrijstelling weg te werken en de bescherming volledig te maken. Elke partij moet ernaar streven volledige bescherming te bieden binnen vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van de WHO-kaderovereenkomst voor die partij.
25. No safe levels of exposure to second-hand smoke exist, and, as previously acknowledged by the Conference of the Parties in decision FCTC/COP1(15), engineering approaches, such as ventilation, air exchange and the use of designated smoking areas, do not protect against exposure to tobacco smoke.
25. Er bestaat geen veilig niveau van blootstelling aan secundaire rook en, zoals eerder door de conferentie van de partijen in Besluit FCTC/COP1(15) erkend, technische oplossingen, zoals ventilatie, luchtverversing en het gebruik van rookzones, beschermen niet tegen blootstelling aan tabaksrook.
26. Protection should be provided in all indoor or enclosed workplaces, including motor vehicles used as places of work (for example, taxis, ambulances or delivery vehicles).
26. De bescherming geldt voor elke overdekte of afgesloten werkruimte, waaronder als arbeidsplaats dienstdoende motorvoertuigen (bijvoorbeeld taxi's, ambulances of leveringsvoertuigen).
27. The language of the treaty requires protective measures not only in all "indoor" public places, but also in those "other" (that is, outdoor or quasi-outdoor) public places where "appropriate". In identifying those outdoor and quasi-outdoor public places where legislation is appropriate, Parties should consider the evidence as to the possible health hazards in various settings and should act to adopt the most effective protection against exposure wherever the evidence shows that a hazard exists.
27. Het verdrag schrijft beschermende maatregelen voor, niet alleen in elke overdekte openbare ruimte, maar zo nodig ook in andere (namelijk niet-overdekte of gedeeltelijk overdekte) openbare ruimten. De partijen moeten bij het identificeren van deze niet-overdekte en gedeeltelijk overdekte openbare ruimten waar wetgeving nodig is rekening houden met de beschikbare gegevens betreffende mogelijke gezondheidsrisico's in verschillende situaties, en dienen de meest doeltreffende bescherming tegen blootstelling in te voeren op plaatsen waar een gevaar bestaat.
INFORM, CONSULT AND INVOLVE THE PUBLIC TO ENSURE SUPPORT AND SMOOTH IMPLEMENTATION
DE BEVOLKING INFORMEREN, RAADPLEGEN EN BETREKKEN OM ONDERSTEUNING EN EEN SOEPELE IMPLEMENTATIE TE VERZEKEREN
28. Raising awareness among the public and opinion leaders about the risks of second-hand tobacco smoke exposure through ongoing information campaigns is an important role for government agencies, in partnership with civil society, to ensure that the public understands and supports legislative action. Key stakeholders include businesses, restaurant and hospitality associations, employer groups, trade unions, the media, health professionals, organisations representing children and young people, institutions of learning or faith, the research community and the general public. Awareness-raising efforts should include consultation with affected businesses and other organisations and institutions in the course of developing the legislation.
28. Het voorlichten van de bevolking en opiniemakers over de risico's van blootstelling aan secundaire tabaksrook via informatiecampagnes is een belangrijke taak voor overheidsinstanties in samenwerking met de maatschappelijke organisaties, omdat dat ervoor zorgt dat de bevolking de wetgevende maatregel begrijpt en steunt. De voornaamste belanghebbenden zijn onder andere bedrijven, horecaverenigingen, werkgeversvertegenwoordigers, vakbewegingen, de media, gezondheidswerkers, organisaties voor kinderen en jongeren, onderwijs- of religieuze instellingen, onderzoekers en de bevolking in het algemeen. Wat de bewustmaking betreft, moeten de betrokken bedrijven en andere organisaties en instellingen over het ontwikkelen van de wetgeving worden geraadpleegd.
29. Key messages should focus on the harm caused by second-hand tobacco smoke exposure, the fact that elimination of smoke indoors is the only science-based solution to ensure complete protection from exposure, the right of all workers to be equally protected by law and the fact that there is no trade-off between health and economics, because experience in an increasing number of jurisdictions shows that smoke-free environments benefit both. Public education campaigns should also target settings for which legislation may not be feasible or appropriate, such as private homes.
29. In de kernboodschappen moet de nadruk liggen op de schade die door blootstelling aan secundaire tabaksrook wordt veroorzaakt, het feit dat het rookverbod in overdekte ruimten de enige wetenschappelijk onderbouwde oplossing is om volledige bescherming tegen blootstelling te garanderen, het recht van alle werknemers om op dezelfde manier door de wet te worden beschermd en het feit dat gezondheid en economie niet ten koste van elkaar gaan omdat in een toenemend aantal landen blijkt dat een rookvrije omgeving beide ten goede komt. Voorlichtingscampagnes moeten eveneens worden gericht op situaties waarvoor wetgeving misschien niet mogelijk of passend is, zoals privéwoningen.
30. Broad consultation with stakeholders is also essential to educate and mobilise the community and to facilitate support for legislation after its enactment. Once legislation is adopted, there should be an education campaign leading up to implementation of the law, the provision of information for business owners and building managers outlining the law and their responsibilities and the production of resources, such as signage. These measures will increase the likelihood of smooth implementation and high levels of voluntary compliance. Messages to empower non-smokers and to thank smokers for complying with the law will promote public involvement in enforcement and smooth implementation.
30. Breed overleg met de belanghebbenden is ook essentieel om de bevolking voor te lichten en te mobiliseren, en steun te creëren voor nieuwe wetgeving. Zodra de wetgeving is goedgekeurd, moet een voorlichtingscampagne de voorbereiding zijn tot de uitvoering van de wet, het verstrekken van informatie aan bedrijfseigenaren en managers van gebouwen over de wetgeving, hun verantwoordelijkheden en het produceren van hulpmiddelen, zoals informatieborden. Deze maatregelen zullen bijdragen tot een soepele implementatie en een hoge mate van vrijwillige naleving. Boodschappen die niet-rokers een drukmiddel in de hand geven en waarmee rokers worden bedankt omdat zij de wet naleven, zullen de betrokkenheid van de bevolking bij de handhaving en een soepele implementatie bevorderen.
ENFORCEMENT
HANDHAVING
Duty of compliance
Toetsing van de naleving
31. Effective legislation should impose legal responsibilities for compliance on both affected business establishments and individual smokers, and should provide penalties for violations, which should apply to businesses and, possibly, smokers. Enforcement should ordinarily focus on business establishments. The legislation should place the responsibility for compliance on the owner, manager or other person in charge of the premises, and should clearly identify the actions he or she is required to take. These duties should include:
31. Een doeltreffende wetgeving moet wettelijke verantwoordelijkheid voor de naleving opleggen aan zowel betrokken bedrijven als individuele rokers, en moet overtredingen die door bedrijven en eventueel rokers worden begaan, bestraffen. De handhaving moet zich in de regel richten op bedrijven. De wetgeving moet de verantwoordelijkheid voor de naleving leggen bij de eigenaar, manager of andere leidinggevende, en moet duidelijk bepalen welke acties hij of zij moet ondernemen. Deze taken zijn onder andere:
(a) a duty to post clear signs at entrances and other appropriate locations indicating that smoking is not permitted. The format and content of these signs should be determined by health authorities or other agencies of the government and may identify a telephone number or other mechanisms for the public to report violations and the name of the person within the premises to whom complaints should be directed;
a) de verplichting om aan de ingang en op andere geschikte locaties duidelijke waarschuwingen aan te brengen die erop wijzen dat roken niet toegelaten is. De afmeting en inhoud van deze waarschuwingen moeten door de gezondheidsautoriteiten of andere overheidsinstanties worden bepaald en er staat eventueel een telefoonnummer of andere informatie op dat of die door de bevolking kan worden gebruikt om overtredingen te melden, en de naam van de verantwoordelijke van de ruimte(n) aan wie de klachten moeten worden gericht;
(b) a duty to remove any ashtrays from the premises;
b) de verplichting om asbakken uit de ruimte(n) te verwijderen;
(c) a duty to supervise the observance of rules;
c) de verplichting om op de naleving van de regels toe te zien;
(d) a duty to take reasonable specified steps to discourage individuals from smoking on the premises. These steps could include asking the person not to smoke, discontinuing service, asking the person to leave the premises and contacting a law enforcement agency or other authority.
d) de verplichting om redelijke, nader gespecifieerde maatregelen te nemen om mensen ervan te weerhouden in de ruimte(n) te roken. Deze maatregelen kunnen erin bestaan dat de persoon gevraagd wordt om niet te roken, niet bediend wordt, verzocht wordt de ruimte(n) te verlaten, en dat er contact opgenomen wordt met de politie of een andere wetshandhavingsinstantie.
Penalties
Sancties
32. The legislation should specify fines or other monetary penalties for violations. While the size of these penalties will necessarily reflect the specific practices and customs of each country, several principles should guide the decision. Most importantly, penalties should be sufficiently large to deter violations or else they may be ignored by violators or treated as mere costs of doing business. Larger penalties are required to deter business violators than to deter violations by individual smokers, who usually have fewer resources. Penalties should increase for repeated violations and should be consistent with a country's treatment of other, equally serious offences.
32. De wetgeving moet in geval van overtredingen boetes of andere geldelijke straffen vaststellen. Terwijl de hoogte van deze boetes onvermijdelijk een weerspiegeling van de specifieke praktijken en gewoonten van elk land zal zijn, moet de beslissing op verschillende beginselen gebaseerd zijn. De sancties moeten bovenal voldoende zwaar zijn om overtreders af te schrikken, indien niet kunnen zij worden genegeerd of beschouwd als gewone bedrijfskosten. Om bedrijven in overtreding af te schrikken, zijn zwaardere sancties vereist dan voor individuele rokers, die gewoonlijk over minder middelen beschikken. De sancties moeten zwaarder worden voor herhaaldelijke overtredingen en moeten in overeenstemming zijn met de manier waarop het land andere, even ernstige overtredingen behandelt.
33. In addition to monetary penalties, the legislation may also allow for administrative sanctions, such as the suspension of business licences, consistent with the country's practice and legal system. These "sanctions of last resort" are rarely used, but are very important for enforcing the law against any businesses that choose to defy the law repeatedly.
33. Naast geldelijke straffen kan de wetgeving ook, in overeenstemming met de praktijken en het wettelijke systeem van het land, administratieve sancties toestaan, zoals de opschorting van bedrijfsvergunningen. Deze "ultieme" sancties worden zelden toegepast, maar zijn zeer belangrijk om de wet te handhaven ten aanzien van bedrijven die ervoor kiezen om herhaaldelijk overtredingen te begaan.
34. Criminal penalties for violations may be considered for inclusion, if appropriate within a country's legal and cultural context.
34. Strafrechtelijke sancties voor overtredingen kunnen worden opgenomen, indien dat in het wettelijke en culturele kader van een land past.
Enforcement infrastructure
Handhavingsstructuur
35. Legislation should identify the authority or authorities responsible for enforcement, and should include a system both for monitoring compliance and for prosecuting violators.
35. De wetgeving moet de instantie of instanties bepalen die voor de handhaving verantwoordelijk zullen zijn en moet een systeem opzetten voor zowel het controleren van de naleving als het vervolgen van overtreders.
36. Monitoring should include a process for inspection of businesses for compliance. It is seldom necessary to create a new inspection system for enforcement of smoke-free legislation. Instead, compliance can ordinarily be monitored using one or more of the mechanisms already in place for inspecting business premises and workplaces. A variety of options usually exists for this purpose. In many countries, compliance inspections may be integrated into business licensing inspections, health and sanitation inspections, inspections for workplace health and safety, fire safety inspections or similar programmes. It may be valuable to use several such sources of information gathering simultaneously.
36. Het toezicht dient een proces voor het inspecteren van bedrijven te omvatten. Er is zelden een nieuw inspectiesysteem nodig voor de handhaving van een rookvrij-wetgeving. In plaats daarvan volstaat het gewoonlijk om de naleving te controleren door gebruik te maken van een of meerdere bestaande mechanismen voor de inspectie van bedrijfsruimten en werkruimten. Er zijn doorgaans verscheidene mogelijkheden. In veel landen kunnen de inspecties tegelijk gebeuren met de controle van bedrijfsvergunningen, gezondheid en sanitaire voorzieningen, veiligheid en gezondheid in de werkruimte, brandveiligheid en dergelijke meer. Het kan nuttig zijn om deze verschillende bronnen van gegevensverzameling tegelijk aan te wenden.
37. Where possible, the use of inspectors or enforcement agents at the local level is recommended; this is likely to increase the enforcement resources available and the level of compliance. This approach requires the establishment of a national coordinating mechanism to ensure a consistent approach nationwide.
37. Indien mogelijk is het aanbevolen op lokaal niveau met inspecteurs of tenuitvoerleggingsfunctionarissen te werken; hierdoor zullen de beschikbare handhavingsmiddelen en het niveau van naleving waarschijnlijk toenemen. Om een consistente nationale aanpak te garanderen, moet er een nationaal coördinatiemechanisme worden opgezet.
38. Regardless of the mechanism used, monitoring should be based on an overall enforcement plan, and should include a process for effective training of inspectors. Effective monitoring may combine regular inspections with unscheduled, surprise inspections, as well as visits made in response to complaints. Such visits may well be educative in the early period after the law takes effect, as most breaches are likely to be inadvertent. The legislation should authorise inspectors to enter premises subject to the law and to collect samples and gather evidence, if these powers are not already established by existing law. Similarly, the legislation should prohibit businesses from obstructing the inspectors in their work.
38. Ongeacht het gebruikte mechanisme moet de controle op een algemeen handhavingsplan gebaseerd zijn en een procedé voor het doeltreffend opleiden van inspecteurs omvatten. Doeltreffende controle kan bestaan in regelmatige inspecties afgewisseld met onaangekondigde, plus bezoeken naar aanleiding van klachten. Dergelijke bezoeken kunnen in de periode vlak nadat de wet van kracht is ook een educatieve functie hebben, omdat de meeste inbreuken dan wellicht onopzettelijk gebeuren. De wetgeving moet de inspecteurs het recht geven ruimten te betreden en monsters en bewijzen te verzamelen, indien deze bevoegdheid nog niet in de bestaande wetgeving is opgenomen. Op dezelfde manier moet de wetgeving verbieden dat bedrijven de werkzaamheden van de inspecteurs verhinderen.
39. The cost of effective monitoring is not excessive. It is not necessary to hire large numbers of inspectors, because inspections can be accomplished using existing programmes and personnel, and because experience shows that smoke-free legislation quickly becomes self-enforcing (that is, predominantly enforced by the public). Only a few prosecutions may be necessary if the legislation is implemented carefully and active efforts are made to educate businesses and the public.
39. Een doeltreffende controle brengt geen buitensporige kosten met zich mee. Het is niet nodig grote aantallen inspecteurs in te zetten, omdat de inspecties kunnen worden uitgevoerd gebruikmakend van bestaande programma's en personeelsleden, en omdat rookvrij-wetgeving blijkbaar snel zelfhandhavend wordt (daarmee wordt bedoeld dat zij grotendeels door de bevolking zelf wordt afgedwongen). Gerechtelijke vervolging zal hopelijk slechts sporadisch nodig zijn, als de wetgeving op een zorgvuldige manier is geïmplementeerd en er actief aan het onderrichten van de bedrijven en de bevolking is gewerkt.
40. Although these programmes are not expensive, resources are needed to educate businesses, train inspectors, coordinate the inspection process and compensate personnel for inspections of businesses outside of normal working hours. A funding mechanism should be identified for this purpose. Effective monitoring programmes have used a variety of funding sources, including dedicated tax revenues, business licensing fees and dedicated revenues from fines paid by violators.
40. Ook al zijn deze programma's niet duur, toch zijn er middelen nodig om de bedrijven te onderrichten, inspecteurs op te leiden, het inspectieprocedé te coördineren en de inspecteurs te compenseren voor het bezoeken van de bedrijven buiten de normale werktijden. Hiervoor moet een financieringsmechanisme worden opgezet. Doeltreffende controleprogramma's maakten gebruik van verscheidene financieringsmiddelen, waaronder belastinginkomsten, opbrengsten uit bedrijfsvergunningen en uit boetes die door overtreders zijn betaald.
Enforcement strategies
Handhavingsstrategieën
41. Strategic approaches to enforcement can maximise compliance, simplify the implementation of legislation and reduce the level of enforcement resources needed.
41. Een strategische aanpak op het vlak van de handhaving kan de naleving maximaliseren, de implementatie van de wetgeving vereenvoudigen en de voor de handhaving noodzakelijke middelen beperken.
42. In particular, enforcement activities in the period immediately following the law's entrance into force are critical to the law's success and to the success of future monitoring and enforcement. Many jurisdictions recommend an initial period of soft enforcement, during which violators are cautioned but not penalised. This approach should be combined with an active campaign to educate business owners about their responsibilities under the law, and businesses should understand that the initial grace period or phase-in period will be followed by more rigorous enforcement.
42. Met name in de periode onmiddellijk na de bekrachtiging van de wet is het handhaven van cruciaal belang voor het succes ervan en voor het succes van de latere controle en handhaving. Veel landen bevelen een beginperiode van coulante handhaving aan, tijdens dewelke overtreders berispt, maar niet bestraft worden. Deze aanpak moet worden gecombineerd met een actieve campagne om bedrijfseigenaren voor te lichten over hun wettelijke verplichtingen, en bedrijven moeten begrijpen dat de gedoog- of overgangsperiode door een strengere handhaving wordt gevolgd.
43. When active enforcement begins, many jurisdictions recommend the use of high-profile prosecutions to enhance deterrence. By identifying prominent violators who have actively defied the law or who are well known in the community, by taking firm and swift action and by seeking maximum public awareness of these activities, authorities are able to demonstrate their resolve and the seriousness of the law. This increases voluntary compliance and reduces the resources needed for future monitoring and enforcement.
43. Wanneer de actieve handhaving begint, adviseren veel landen om veel aandacht op de gerechtelijke vervolgingen te vestigen, zodat het afschrikkingseffect wordt vergroot. Door het identificeren van prominente overtreders die actief de wet overtreden hebben of heel bekend zijn, door een solide en snelle afwikkeling en door te zoeken naar maximale publieke belangstelling kunnen overheden hun vastberadenheid tonen en het belang van de wet duidelijk maken. Dit verhoogt de vrijwillige naleving en beperkt de voor latere controle en handhaving nodige middelen.
44. While smoke-free laws quickly become self-enforcing, it is nevertheless essential that authorities be prepared to respond swiftly and decisively to any isolated instances of outright defiance. Particularly when a law first comes into force, there may be an occasional violator who makes a public display of contempt for the law. Strong responses in these cases set an expectation of compliance that will ease future efforts, while indecisiveness can rapidly lead to widespread violations.
44. Ook al wordt rookvrij-wetgeving snel zelfhandhavend, het is niettemin essentieel dat overheden bereid zijn om snel en beslist te reageren op geïsoleerde gevallen van openlijk verzet. Vooral wanneer een wet voor het eerst van kracht wordt, kan er een occasionele overtreder zijn die de wet publiekelijk afwijst. Door in deze gevallen scherp te reageren wordt duidelijk gemaakt dat de wet moet worden nageleefd, en dat zal latere inspanningen vergemakkelijken, terwijl besluiteloosheid snel tot wijdverbreide overtredingen kan leiden.
Mobilise and involve the community
De bevolking mobiliseren en betrekken
45. The effectiveness of a monitoring-and-enforcement programme is enhanced by involving the community in the programme. Engaging the support of the community and encouraging members of the community to monitor compliance and report violations greatly extends the reach of enforcement agencies and reduces the resources needed to achieve compliance. In fact, in many jurisdictions, community complaints are the primary means of ensuring compliance. For this reason, smoke-free legislation should specify that members of the public may initiate complaints and should authorise any person or non-governmental organisation to initiate action to compel compliance with measures regulating exposure to second-hand smoke. The enforcement programme should include a toll-free telephone complaint hotline or a similar system to encourage the public to report violations.
45. De doeltreffendheid van een programma voor controle en handhaving neemt toe als de bevolking erbij betrokken wordt. De steun van de bevolking vragen en mensen aanmoedigen om de naleving van de wet te controleren en overtredingen te rapporteren, vergroot de mogelijkheden van de handhavingsinstanties aanzienlijk en beperkt de daartoe benodigde middelen. In veel landen zijn klachten van de bevolking inderdaad het voornaamste middel om naleving te garanderen. Daarom moet in de rookvrij-wetgeving worden vermeld dat mensen klachten kunnen indienen en moeten particulieren of niet-gouvernementele organisaties naleving kunnen afdwingen van maatregelen die de blootstelling aan secundaire tabaksrook regelen. Het handhavingsprogramma moet onder andere een gratis klachtenlijn omvatten of een gelijkaardig systeem dat de bevolking aanmoedigt om overtredingen te melden.
MONITORING AND EVALUATION OF MEASURES
CONTROLE EN BEOORDELING VAN MAATREGELEN
46. Monitoring and evaluation of measures to reduce exposure to tobacco smoke are important for several reasons, for example:
46. De controle en beoordeling van maatregelen die de blootstelling aan tabaksrook beperken, zijn belangrijk om verschillende redenen, bijvoorbeeld:
(a) to increase political and public support for strengthening and extending legislative provisions;
a) om de politieke en publieke steun voor het versterken en uitbreiden van wettelijke bepalingen te verhogen;
(b) to document successes that will inform and assist the efforts of other countries;
b) om de successen te boekstaven die andere landen op de hoogte houden en bij hun inspanningen zullen helpen;
(c) to identify and publicise the efforts made by the tobacco industry to undermine the implementation measures.
c) om vast te stellen en te openbaar te maken welke inspanningen de tabaksindustrie doet om de implementatiemaatregelen te ondermijnen.
47. The extent and complexity of monitoring and evaluation will vary among jurisdictions, depending on available expertise and resources. However, it is important to evaluate the outcome of the measures implemented, in particular, on the key indicator of exposure to second-hand smoke in workplaces and public places. There may be cost-effective ways to achieve this, for example through the use of data or information collected through routine activities such as workplace inspections.
47. Het bereik en de complexiteit van controle en beoordeling zal per land anders zijn en afhangen van de beschikbare expertise en middelen. Het is echter van belang het resultaat van de geïmplementeerde maatregelen te beoordelen, met name wat de sleutelindicator van blootstelling aan secundaire tabaksrook in werk- en openbare ruimten betreft. Er bestaan kosteneffectieve manieren om dit te bereiken, bijvoorbeeld door gegevens of informatie te gebruiken die via routineactiviteiten, zoals inspecties van de werkruimten, wordt verzameld.
48. There are eight key process and outcome indicators that should be considered: [2]
48. Er zijn voor het procedé en resultaat acht sleutelindicatoren die in acht moeten worden genomen [2]:
Processes
Procesmatige aanpak
(a) Knowledge, attitudes and support for smoke-free policies among the general population and possibly specific groups, for example, bar workers;
a) kennis, houding en steun ten opzichte van een rookvrij-beleid bij de bevolking in het algemeen en eventueel bij specifieke groepen, zoals barpersoneel bijvoorbeeld;
(b) enforcement of and compliance with smoke-free policies;
b) handhaving en naleving van een rookvrij-beleid.
Outcomes
Resultaten
(a) reduction in exposure of employees to second-hand tobacco smoke in workplaces and public places;
a) beperking van de blootstelling van werknemers aan secundaire tabaksrook in werk- en openbare ruimten;
(b) reduction in content of second-hand tobacco smoke in the air in workplaces (particularly in restaurants) and public places;
b) daling van het gehalte aan secundaire tabaksrook in het lucht in werkruimten (met name in restaurants) en openbare ruimten;
(c) reduction in mortality and morbidity from exposure to second-hand tobacco smoke;
c) daling van het sterfte- en ziektecijfer door blootstelling aan secundaire tabaksrook;
(d) reduction in exposure to second-hand tobacco smoke in private homes;
d) beperking van blootstelling aan secundaire tabaksrook in privéwoningen;
(e) changes in smoking prevalence and smoking-related behaviours;
e) veranderingen in de rookprevalentie en het rookgedrag;
(f) economic impacts.
f) economische effecten.
[1] It is possible that constituent elements of tobacco smoke may exist in air in amounts too small to be measured. Attention should be given to the possibility that the tobacco industry or the hospitality sector may attempt to exploit the limitations of this definition.
[1] Het is mogelijk dat bestanddelen van tabaksrook in de lucht kunnen voorkomen in hoeveelheden die te klein zijn om te worden gemeten. Er moet aandacht worden besteed aan de mogelijkheid dat de tabaksindustrie of de horeca gebruik proberen te maken van de beperkingen van deze definitie.
[2] The publication "WHO policy recommendations: protection from exposure to second-hand tobacco smoke" (Geneva, World Health Organisation, 2007) provides references and links to monitoring studies conducted elsewhere on all of these indicators.
[2] De publicatie "WHO policy recommendations: protection from exposure to second-hand tobacco smoke" (Genève, Wereldgezondheidsorganisatie, 2007) verstrekt referenties en links naar studies inzake de controlestudies die elders over al deze indicatoren zijn uitgevoerd.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
Top


Managed by the Publications Office