Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
Commission Decision
Beschikking van de Commissie
of 12 March 2009
van 12 maart 2009
establishing the revised ecological criteria for the award of the Community Eco-label to televisions
tot vaststelling van de herziene milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor televisietoestellen
(notified under document number C(2009) 1830)
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 1830)
(Text with EEA relevance)
(Voor de EER relevante tekst)
(2009/300/EC)
(2009/300/EG)
THE COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES,
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Having regard to the Treaty establishing the European Community,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Having regard to Regulation (EC) No 1980/2000 of the European Parliament and of the Council of 17 July 2000 on a revised Community Eco-label award scheme [1], and in particular the second subparagraph of Article 6(1) thereof,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1980/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 inzake een herzien communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren [1], en met name op de tweede alinea van artikel 6, lid 1,
After consulting the European Union Eco-labelling Board,
Na raadpleging van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie,
Whereas:
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Under Regulation (EC) No 1980/2000 the Community Eco-label may be awarded to a product possessing characteristics which enable it to contribute significantly to improvements in relation to key environmental aspects.
(1) In het kader van Verordening (EG) nr. 1980/2000 kan de communautaire milieukeur worden toegekend aan een product waarvan de eigenschappen werkelijk kunnen bijdragen tot verbeteringen van essentiële milieuaspecten.
(2) Regulation (EC) No 1980/2000 provides that specific Eco-label criteria, drawn up on the basis of the criteria drafted by the European Union Eco-labelling Board, are to be established according to product groups.
(2) Verordening (EG) nr. 1980/2000 bepaalt dat per productgroep specifieke criteria voor de milieukeur worden vastgesteld, die op basis van de door het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie geformuleerde criteria worden opgesteld.
(3) It also provides that the review of Eco-label criteria, as well as of the assessment and verification requirements related to those criteria, is to take place in due time before the end of the period of validity of the criteria specified for the product group concerned.
(3) Ook moet krachtens die verordening de herziening van de criteria voor de milieukeur en van de eisen inzake beoordeling en controle op de naleving van die criteria tijdig vóór het eind van de geldigheidsperiode van de criteria voor de desbetreffende productengroep plaatsvinden.
(4) Pursuant to Regulation (EC) No 1980/2000, a timely review has been carried out of the ecological criteria, as well as of the related assessment and verification requirements established by Commission Decision 2002/255/EC of 25 March 2002 establishing the ecological criteria for the award of the Community Eco-label to televisions [2].
(4) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 is een tijdige herziening uitgevoerd van de milieucriteria en de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving die zijn vastgesteld bij Beschikking 2002/255/EG van de Commissie van 25 maart 2002 tot vaststelling van de herziene milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor televisietoestellen [2].
(5) In the light of this review, it is appropriate, in order to take account of scientific and market developments, to establish new ecological criteria.
(5) In het licht van deze herziening en teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen op de markt dienen nieuwe milieucriteria te worden vastgesteld.
(6) Furthermore, it is appropriate to modify the definition of the product group laid down in that Decision to take account of new technologies.
(6) Bovendien dient de in die beschikking vastgestelde definitie van de productgroep te worden gewijzigd teneinde rekening te houden met nieuwe technologieën.
(7) In the interests of clarity, Decision 2002/255/EC should therefore be replaced. Since the period of validity of the ecological criteria set in that Decision has been prolonged until 31 October 2009, that Decision should be replaced as from 1 November 2009.
(7) Voor de duidelijkheid moet Beschikking 2002/255/EG worden vervangen. Aangezien de geldigheidsduur van de in die beschikking vastgestelde milieucriteria tot en met 31 oktober 2009 is verlengd, dient die beschikking met ingang van 1 november 2009 te worden vervangen.
(8) The ecological criteria, as well as the related assessment and verification requirements, should be valid until 31 October 2013.
(8) De milieucriteria en de daarmee gepaard gaande eisen inzake beoordeling en controle gelden tot en met 31 oktober 2013.
(9) The measures provided for in this Decision are in accordance with the opinion of the Committee instituted by Article 17 of Regulation (EC) No 1980/2000,
(9) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1980/2000 ingestelde comité,
HAS ADOPTED THIS DECISION:
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Article 1
Artikel 1
The product group "televisions" shall comprise:
De productengroep "televisietoestellen" omvat:
"Mains powered electronic equipment, the primary purpose and function of which is to receive, decode and display TV transmission signals."
"op het lichtnet aangesloten elektronische apparatuur waarvan hoofddoel en functie het ontvangen, decoderen en weergeven van tv-zendsignalen is".
Article 2
Artikel 2
In order to be awarded the Community Eco-label under Regulation (EC) No 1980/2000, a television must fall within the product group "televisions" and must comply with the criteria set out in the Annex to this Decision.
Om de communautaire milieukeur krachtens Verordening (EG) nr. 1980/2000 te verkrijgen, moet een televisietoestel binnen de productengroep "televisietoestellen" vallen en voldoen aan de in de bijlage bij deze beschikking vermelde criteria.
Article 3
Artikel 3
The ecological criteria for the product group "televisions", as well as the related assessment and verification requirements, shall be valid until 31 October 2013.
De milieucriteria voor de productgroep "televisietoestellen", alsmede de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en toezicht, blijven geldig tot en met 31 oktober 2013.
Article 4
Artikel 4
For administrative purposes the code number assigned to televisions shall be "022".
Het voor administratieve doeleinden aan televisietoestellen toegekende codenummer is "022".
Article 5
Artikel 5
Decision 2002/255/EC is repealed.
Beschikking 2002/255/EG wordt ingetrokken.
Article 6
Artikel 6
This Decision shall apply from 1 November 2009.
Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 november 2009.
Article 7
Artikel 7
This Decision is addressed to the Member States.
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Done at Brussels, 12 March 2009.
Gedaan te Brussel, 12 maart 2009.
For the Commission
Voor de Commissie
Stavros Dimas
Stavros Dimas
Member of the Commission
Lid van de Commissie
[1] OJ L 237, 21.9.2000, p. 1.
[1] PB L 237 van 21.9.2000, blz. 1.
[2] OJ L 87, 4.4.2002, p. 53.
[2] PB L 87 van 4.4.2002, blz. 53.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
ANNEX
BIJLAGE
FRAMEWORK
KADER
The aims of the criteria
Doelstellingen van de criteria
In order to be awarded an Ecolabel, the product shall comply with the criteria of this Annex, which are aimed at promoting:
Om een milieukeur te kunnen verkrijgen, dient het product te voldoen aan de criteria van deze bijlage, die gericht zijn op de bevordering van:
- reduction of environmental damage or risks related to the use of energy (global warming, acidification, depletion of non-renewable energy sources) by reducing energy consumption,
- vermindering van de milieuschade of -risico’s die verband houden met het gebruik van energie (opwarming van de aarde, verzuring, uitputting van niet-duurzame energiebronnen), door vermindering van het energieverbruik;
- reduction of environmental damage related to the use of natural resources,
- vermindering van milieuschade die verband houdt met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
- reduction of environmental damage related to the use of hazardous substances by reducing the use of such substances,
- vermindering van milieuschade die verband houdt met het gebruik van gevaarlijke stoffen, door vermindering van het gebruik van dergelijke stoffen.
Additionally, the criteria encourage the implementation of best practice (optimal environmental use) and enhance consumers’ environmental awareness.
Bovendien zetten de criteria aan tot de toepassing van de beste praktijk (waarbij het milieu zo weinig mogelijk wordt belast) en maken zij de consument milieubewuster.
The competent bodies are recommended to take into account the implementation of recognised environmental management schemes, such as EMAS or EN ISO 14001, when assessing applications and monitoring compliance with the criteria set out in this Annex (note: it is not required to implement such management schemes).
De bevoegde instanties wordt aangeraden bij de beoordeling van aanvragen en het toezicht op de inachtneming van de criteria in deze bijlage rekening te houden met de toepassing van erkende milieuzorgsystemen, zoals EMAS of ISO 14001 (toepassing van dergelijke systemen is echter niet verplicht).
Assessment and verification requirements
Eisen inzake beoordeling en controle
The specific assessment and verification requirements are indicated within each criterion.
Bij elk criterium worden de specifieke eisen inzake beoordeling en controle vermeld.
Where possible, testing should be performed by appropriately accredited laboratories or laboratories that meet the requirements expressed in standard EN ISO 17025 and are competent to perform the relevant tests.
Voor zover mogelijk worden tests verricht door erkende laboratoria of laboratoria die voldoen aan de eisen geformuleerd in norm EN ISO 17025 en die de desbetreffende tests kunnen uitvoeren.
Where appropriate, competent bodies may require supporting documentation and may carry out independent verifications.
Indien nodig kunnen de bevoegde instanties aanvullende documentatie verlangen en onafhankelijke controles uitvoeren.
The competent bodies are recommended to take into account the implementation of recognised environmental management schemes, such as EMAS or ISO 14001, when assessing applications and monitoring compliance with the criteria (note: it is not required to implement such management schemes).
De bevoegde instanties wordt aangeraden bij de beoordeling van aanvragen en het toezicht op de inachtneming van de criteria rekening te houden met de toepassing van erkende milieuzorgsystemen, zoals EMAS of ISO 14001 (toepassing van dergelijke systemen is echter niet verplicht).
CRITERIA
CRITERIA
1. Energy savings
1. Energiebesparing
a) Passive Standby
a) Passieve "stand-by"
i. The passive standby consumption of the television shall be ≤ 0,30 W except where the condition in part ii is fulfilled.
i) Het passieve stand-byverbruik van het televisietoestel dient ≤ 0,30 W te bedragen, behalve wanneer wordt voldaan aan de voorwaarde in punt ii).
ii. For televisions with an easily visible hard off-switch, such that when the switch is operated to the off position, the television’s energy consumption is < 0,01 W, the passive standby consumption of the television shall be ≤ 0,50 W.
ii) Voor televisietoestellen met een duidelijk zichtbare aan/uit-schakelaar die met de schakelaar in de uitstand een energieverbruik van < 0,01 W hebben, dient het passieve stand-byverbruik ≤ 0,50 W te bedragen.
b) Maximum energy consumption
b) Maximaal energieverbruik
Televisions shall have energy consumption in on-mode of ≤ 200 W.
Het energieverbruik van televisietoestellen in de stand "aan" dient ≤ 200 W te zijn.
c) Energy Efficiency
c) Energie-efficiëntie
Until 31 December 2010, televisions placed on the market bearing the Ecolabel shall have an on-mode power consumption equal to or lower than 0,64 · (20 W + A · 4,3224 W/dm2).
Het energieverbruik van televisietoestellen die tot en met 31 december 2010 op de markt worden gebracht en voorzien zijn van de milieukeur, dient in de stand "aan" ≤ 0,64 · (20 W + A · 4,3224 W/dm2) te zijn.
From 1 January 2011, until 31 December 2012 televisions placed on the market bearing the Ecolabel shall have an on-mode power consumption equal to or lower than 0,51 · (20 W + A · 4,3224 W/dm2).
Het energieverbruik van televisietoestellen die tussen 1 januari 2011 en 31 december 2012 op de markt worden gebracht en voorzien zijn van de milieukeur, dient in de stand "aan" ≤ 0,51 · (20 W + A · 4,3224 W/dm2) te zijn.
From 1 January 2013, televisions placed on the market bearing the Ecolabel shall have an on-mode power consumption equal to or lower than 0,41 · (20 W + A · 4,3224 W/dm2).
Het energieverbruik van televisietoestellen die vanaf 1 januari 2013 op de markt worden gebracht en voorzien zijn van de milieukeur, dient in de stand "aan" ≤ 0,41 · (20 W + A · 4,3224 W/dm2) te zijn.
Where A is the visible screen area [1] expressed in dm2.
Hierbij is A het zichtbare beeldschermoppervlak [1] uitgedrukt in dm2.
Assessment and verification (points a) to c)): the television shall be tested for its on-mode power consumption in its condition as delivered to the customer, according to the revised IEC62087 standard, using the dynamic broadcast video signal (Methods of Measurement for the Power Consumption of Audio, Video and Related Equipment). If the television has a forced menu upon initial start up, the default shall be the setting which is recommended by the manufacturer for normal home use. A test report shall be provided by the applicant to the awarding competent body demonstrating that the television meets the requirements set out in points a) to c).
Beoordeling en controle (punten a) tot en met c)): Het televisietoestel moet op zijn energieverbruik worden getest in de stand "aan" en in dezelfde omstandigheden als bij levering aan de klant, overeenkomstig de herziene IEC 62087-norm, met gebruikmaking van het dynamische video-uitzendsignaal ("Meetmethoden voor het energieverbruik van audio-, video- en soortgelijke apparatuur"). Indien het televisietoestel een verplicht menu heeft bij de eerste ingebruikname, dient de standaardinstelling de instelling te zijn die door de producent voor normale toepassingen in huis wordt aanbevolen. De aanvrager dient de instantie die de milieukeur toekent een testverslag te verstrekken waaruit blijkt dat het televisietoestel aan de in de punten a) tot en met c) genoemde eisen voldoet.
For meeting the conditions of a) ii), the applicant shall declare that their television complies with the requirement and provide photographic evidence regarding the hard off-switch.
Om te voldoen aan de eisen van punt a), ii), dient de aanvrager te verklaren dat zijn televisietoestel aan de voorwaarden voldoet en fotografisch bewijsmateriaal te verschaffen met betrekking tot de aan/uit-schakelaar.
For meeting the conditions of c), the applicant shall demonstrate that any of their Ecolabelled televisions when first placed on the market after the dates shown in the criterion will meet the appropriate energy efficiency criterion. If this cannot be demonstrated the competent body will only issue the Ecolabel licence for the period for which compliance can be demonstrated.
Om te voldoen aan de eisen van punt c), dient de aanvrager aan te tonen dat al zijn televisietoestellen die zijn voorzien van een milieukeur wanneer zij voor het eerst in de handel worden gebracht na de in het criterium vermelde datum voldoen aan de desbetreffende eisen inzake energie-efficiëntie. Indien dit niet kan worden aangetoond, geeft de bevoegde autoriteit de milieukeurlicentie slechts af voor de periode waarvoor de naleving kan worden aangetoond.
2. Mercury Content of Fluorescent Lamps
2. Kwikgehalte van fluorescentielampen
The total amount of mercury (Hg), in all lamps, per screen, shall be no greater than 75 mg for screens with a visible screen diagonal of up to and including 40 inches (101 cm).
De totale hoeveelheid kwik (Hg) van alle lampen van een beeldscherm mag niet meer dan 75 mg bedragen voor beeldschermen met een zichtbare beeldschermdiagonaal tot en met 40 inch (101 cm).
The total amount of mercury (Hg), in all lamps, per screen, shall be no greater than 99 mg for screens with a visible screen diagonal of greater than 40 inches (101 cm).
De totale hoeveelheid kwik (Hg) van alle lampen van een beeldscherm mag niet meer dan 99 mg bedragen voor beeldschermen met een zichtbare beeldschermdiagonaal van meer dan 40 inch (101 cm).
Assessment and verification: the applicant shall provide a signed declaration that their television complies with these requirements. It shall include documentation on the number of lamps used and the total mercury content of the lamps, from suppliers.
Beoordeling en controle: de aanvrager dient een ondertekende verklaring te verstrekken dat zijn televisietoestel aan deze eisen voldoet. Bij deze verklaring dient documentatie van de leveranciers te zijn opgenomen over het aantal gebruikte lampen en het totale kwikgehalte van de lampen.
3. Life-time extension
3. Verlenging van de levensduur
The manufacturer shall offer a commercial guarantee to ensure that the television will function for at least two years. This guarantee shall be valid from the date of delivery to the customer.
De fabrikant waarborgt dat het televisietoestel ten minste twee jaar lang zal functioneren. Deze garantie gaat in op de datum van de levering aan de klant.
The availability of compatible electronic replacement parts shall be guaranteed for seven years from the time that production ceases.
De verkrijgbaarheid van compatibele elektronische vervangstukken dient voor een periode van zeven jaar gewaarborgd te zijn, te rekenen vanaf het moment waarop de productie wordt stopgezet.
Assessment and verification: the applicant shall declare the compliance of the product with these requirements.
Beoordeling en controle: de aanvrager dient in een verklaring te bevestigen dat het product aan deze eisen voldoet.
4. Design for disassembly
4. Demontage
The manufacturer shall demonstrate that the television can be easily dismantled by professionally trained recyclers using the tools usually available to them, for the purpose of:
De fabrikant toont aan dat het televisietoestel door professionele recyclers met de hen gewoonlijk beschikbare hulpmiddelen gemakkelijk gedemonteerd kan worden, ten behoeve van:
- undertaking repairs and replacements of worn-out parts,
- herstel en vervanging van versleten delen;
- upgrading older or obsolete parts, and
- vervanging van oudere of verouderde delen, en
- separating parts and materials, ultimately for recycling.
- scheiden van delen en materiaal ten behoeve van recycling.
To facilitate the dismantling:
Voor een gemakkelijke demontage:
- Fixtures within the television shall allow for its disassembly, e.g. screws, snap-fixes, especially for parts containing hazardous substances.
- moeten de bevestigingen in het televisietoestel, zoals schroeven en klemmen, de demontage mogelijk maken, in het bijzonder van delen die gevaarlijke stoffen bevatten;
- Plastic parts shall be of one polymer or be of compatible polymers for recycling and have the relevant ISO11469 marking if greater than 25 g in mass.
- moeten de plastic delen uit één polymeer of uit verschillende compatibele polymeren voor recycling bestaan en het relevante ISO 11469-merkteken hebben indien hun massa meer dan 25 g bedraagt;
- Metal inlays that cannot be separated shall not be used.
- mogen geen metalen inlegelementen worden gebruikt die niet kunnen worden gescheiden;
- Data on the nature and amount of hazardous substances in the television shall be gathered in accordance with Council Directive 2006/121/EC [2] and the Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS).
- moeten de gegevens betreffende de aard en hoeveelheid gevaarlijke stoffen in het televisietoestel overeenkomstig Richtlijn 2006/121/EG van de Raad [2] en het wereldwijd geharmoniseerde systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen (GHS) worden verzameld.
Assessment and verification: A test report shall be submitted with the application detailing the dismantling of the television. It shall include an exploded diagram of the television labelling the main components as well as identifying any hazardous substances in components. It can be in written or audiovisual format. Information regarding hazardous substances shall be provided to the awarding competent body in the form of a list of materials identifying material type, quantity used and location.
Beoordeling en controle: bij de aanvraag dient een testverslag te worden verstrekt met details over de demontage van het televisietoestel. Dit verslag dient een explosietekening van het televisietoestel te bevatten waarop de belangrijkste onderdelen en eventuele gevaarlijke stoffen in de onderdelen zijn aangeduid. Het verslag kan in schriftelijke of audiovisuele vorm worden voorgelegd. Informatie over gevaarlijke stoffen dient de bevoegde instantie die de milieukeur toekent te worden verstrekt in de vorm van een lijst van materialen waarin de soorten materiaal, de gebruikte hoeveelheid en de plaatsen waar deze gebruikt worden, zijn aangegeven.
5. Heavy Metals and Flame Retardants
5. Zware metalen en vlamvertragers
(a) Cadmium, lead, mercury, chromium 6 + or poly-brominated biphenyl (PBB) or poly-brominated diphenyl ether (PBDE) flame retardants, as listed in Article 4(1) of Directive 2002/95/EC of the European Parliament and of the Council [3], shall not be used in the television unless the applications of those substances are listed in the Annex to that Directive as exempted from the requirements of Article 4(1) of that Directive or unless their maximum concentration value is equal to or lower than the threshold specified in that same Annex. Regarding the Annex, for PBBs and PBDEs, the maximum concentration value shall be < 0,1 %.
a) Vlamvertragende stoffen op basis van cadmium, kwik, chroom 6+ of polybroombifenylen (PBB’s) of polybroomdifenylethers (PBDE’s), als bedoeld in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad [3] mogen niet worden gebruikt in televisietoestellen tenzij de toepassing van die stoffen in de bijlage bij die richtlijn is opgenomen als een uitzondering van de eisen van artikel 4, lid 1, van die richtlijn of wanneer hun maximale concentratiewaarde gelijk of lager is dan de in die bijlage vastgestelde grenswaarde. Overeenkomstig die bijlage moet de maximale concentratiewaarde voor PBB’s en PBDE’s < 0,1 % zijn.
(b) Plastic parts shall not contain flame retardant substances, or preparations containing substances, that are assigned or may be assigned, at the time of application, any of the following risk phrases or combinations thereof:
b) De plastic delen mogen geen vlamvertragende stoffen of preparaten bevatten waarvoor ten tijde van de aanvraag een van de volgende risicozinnen (of combinaties ervan) geldt of kan gelden:
- R40 (possible risk of cancer),
- R40 (mogelijk gevaar voor kanker)
- R45 (may cause cancer),
- R45 (kan kanker veroorzaken)
- R46 (may cause heritable genetic damage),
- R46 (kan erfelijke genetische schade veroorzaken)
- R50 (very toxic to aquatic organisms),
- R50 (zeer vergiftig voor in het water levende organismen)
- R51 (toxic to aquatic organisms),
- R51 (vergiftig voor in het water levende organismen)
- R52 (harmful to aquatic organisms),
- R52 (schadelijk voor in het water levende organismen)
- R53 (may cause long term adverse effects in the aquatic environment),
- R53 (kan in het aquatische milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken)
- R60 (may impair fertility),
- R60 (kan de vruchtbaarheid schaden)
- R61 (may cause harm to the unborn child),
- R61 (kan het ongeboren kind schaden)
- R62 (possible risk of impaired fertility),
- R62 (mogelijk gevaar voor verminderde vruchtbaarheid)
- R63 (possible risk of harm to the unborn child),
- R63 (mogelijk gevaar voor beschadiging van het ongeboren kind)
as defined in Directive 2006/121/EC. This requirement shall not apply to reactive flame retardants i.e. those which upon use change their properties (i.e. are actually not contained in the final product in a concentration > 0,1 %) such that the identified R-phrases above no longer apply.
zoals omschreven in Richtlijn 2006/121/EG. Deze eis is niet van toepassing op reactieve vlamvertragers, d.w.z. vlamvertragers waarvan de eigenschappen bij het gebruik veranderen (d.w.z. die in een concentratie van > 0,1 % in het eindproduct aanwezig zijn) waardoor zij niet langer onder een van bovengenoemde R-zinnen vallen.
Assessment and verification: A certificate signed by the television manufacturer declaring compliance with these requirements shall be submitted to the awarding competent body. A declaration of compliance signed by the plastic and flame retardant suppliers and copies of relevant safety data sheets about materials and substances shall also be provided to the awarding competent body. All flame retardants used shall be clearly indicated.
Beoordeling en controle: de televisiefabrikant dient de bevoegde instantie die de milieukeur toekent een ondertekende verklaring te verstrekken waarin hij verklaart dat aan deze eisen is voldaan. Verder dienen de bevoegde instantie die de milieukeur toekent ook een verklaring van de leveranciers van de plastic delen en van de vlamvertragers alsmede afschriften van de relevante veiligheidsinformatiebladen te worden verstrekt. Alle gebruikte vlamvertragers moeten duidelijk worden aangeduid.
6. User instructions
6. Gebruiksaanwijzing
The television shall be sold with relevant user information that provides advice on its proper environmental use. The information shall be located in a single, easy-to-find place in the user instructions as well as on the manufacturer’s website. The information will include in particular:
Het televisietoestel dient te worden verkocht met relevante informatie voor de gebruiker, waarin adviezen worden gegeven over een milieuverantwoord gebruik van het toestel. De informatie dient zich op een enkele, gemakkelijk te vinden plaats in de gebruiksaanwijzing alsmede op de website van de fabrikant te bevinden. Deze informatie betreft met name:
(a) The television’s power consumption in the various modes: on, off, passive standby, including information on energy savings possible in different modes.
a) het stroomverbruik van het televisietoestel in de verschillende toestanden: aan, uit, passieve stand-by, met inbegrip van informatie over de in elke bedrijfstoestand mogelijke energiebesparingen;
(b) The television’s average annual energy consumption expressed in kWh, calculated on the basis of the on-mode power consumption, operating 4 hours a day and 365 days a year.
b) het gemiddelde jaarlijkse stroomgebruik van het televisietoestel, uitgedrukt in kWh, berekend op basis van het verbruik in de stand "aan", bij een bedrijf van 4 uur per dag en 365 dagen per jaar;
(c) Information that energy efficiency cuts energy consumption and thus saves money by reducing electricity bills.
c) informatie over het feit dat energie-efficiëntie tot een verminderd energieverbruik leidt en dat aldus geld kan worden bespaard op de stroomrekening;
(d) The following indications on how to reduce power consumption when the television is not being watched:
d) de volgende informatie over hoe het stroomverbruik kan worden verminderd wanneer niet naar de televisie wordt gekeken:
- turning the television off at its mains supply, or un-plugging it, will cut energy use to zero for all televisions, and is recommended when the television is not being used for a long time, e.g. when on holiday,
- door de televisie via de netaansluiting uit te zetten, of de stekker uit het stopcontact te trekken, kan het energieverbruik voor alle televisies op nul worden gebracht. Dit is aanbevolen wanneer de televisie gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld tijdens vakanties;
- using the hard off-switch will reduce energy use to near zero (where one is fitted),
- door de aan/uit-schakelaar (indien voorhanden) in de stand "uit" te zetten, wordt het energieverbruik tot bijna nul teruggebracht;
- putting the television into standby mode, will reduce energy consumption, but will still draw some power,
- door de televisie in de stand-bystand te zetten vermindert weliswaar het energieverbruik, maar wordt toch een bepaalde hoeveelheid stroom verbruikt;
- reducing the brightness of the screen will reduce energy use.
- door de helderheid van het scherm te verminderen wordt het energieverbruik verminderd;
(e) The position of the hard off-switch (where one is fitted).
e) de positie van de aan/uit-schakelaar (indien voorhanden);
(f) Repair information regarding who is qualified to repair televisions, including contact details as appropriate.
f) informatie over gekwalificeerde televisiereparateurs, eventueel met contactgegevens van deze bedrijven of personen;
(g) End-of-life instructions for the proper disposal of televisions at civic amenity sites or through retailer take-back schemes as applicable, which shall comply with Directive 2002/96/EC of the European Parliament and of the Council [4].
g) instructies voor de adequate verwijdering van afgedankte televisietoestellen via openbare milieuparken of via terugnameregelingen van de detailhandel, in overeenstemming met Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad [4];
(h) Information that the product has been awarded the flower (the EU Ecolabel) with a brief explanation as to what this means together with an indication that more information on the Ecolabel can be found at the website address http://www.ecolabel.eu
h) informatie dat het product de milieukeur van de Europese Unie heeft gekregen, met een korte verklaring wat dit inhoudt en de vermelding dat meer informatie over de milieukeur te vinden is op het webadres http://www.ecolabel.eu
Assessment and verification: The applicant shall declare compliance of the product with these requirements and shall provide a copy of the instruction manual to the competent body assessing the application.
Beoordeling en controle: de aanvrager dient in een verklaring te bevestigen dat het product aan deze eisen voldoet. Hij dient de bevoegde instantie die de aanvraag onderzoekt, een afschrift van de gebruiksaanwijzing te verstrekken.
7. Information appearing on the Ecolabel
7. Informatie vermeld op de milieukeur
Box 2 of the Ecolabel shall include the following text:
Kader 2 van de milieukeur dient de volgende tekst te bevatten:
- High energy efficiency,
- Laag energieverbruik.
- Reduced CO2 emissions,
- Verminderde CO2-uitstoot.
- Designed to facilitate repair and recycling.
- Ontworpen om herstel en recycling te vergemakkelijken.
Assessment and Verification: The applicant shall declare the compliance of the product with this requirement, and shall provide a copy of the Ecolabel as it appears on the packaging and/or product and/or accompanying documentation to the awarding competent body.
Beoordeling en controle: de aanvrager dient in een verklaring te bevestigen dat het product aan deze eisen voldoet. Hij dient de bevoegde instantie die de milieukeur toekent een afschrift te verstrekken van de milieukeur zoals deze te vinden is op de verpakking en/of het product en/of begeleidende documentatie.
[1] Screen Area: This is the area of the screen in dm2. It is equal to [screen size × screen size × 0,480] for a standard screen (4:3 aspect ratio) and [screen size × screen size × 0,427] for a wide screen (16:9 aspect ratio).
[1] Beeldschermoppervlak: oppervlak van het scherm in dm2. Dit is gelijk aan [beeldschermgrootte × beeldschermgrootte × 0,480] voor een standaardbeeldscherm (met een beeldverhouding van 4:3), en [beeldschermgrootte × beeldschermgrootte × 0,427] voor een breedbeeld (met een beeldverhouding van 16:9).
[2] OJ L 396, 30.12.2006, p. 850. Corrected by OJ L 136, 29.5.2007, p. 281.
[2] PB L 396 van 30.12.2006, blz. 849; gerectificeerd in PB L 136 van 29.5.2007, blz. 281.
[3] OJ L 37, 13.2.2003, p. 19.
[3] PB L 37 van 13.2.2003, blz. 19.
[4] OJ L 37, 13.2.2003, p. 24.
[4] PB L 37 van 13.2.2003, blz. 24.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
Top


Managed by the Publications Office