|
|
[pic] | COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES |
|
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |
|
|
Brussels, 16.7.2008
|
Brussel, 16.7.2008
|
|
COM(2008) 466 final
|
COM(2008) 466 definitief
|
|
GREEN PAPER
|
GROENBOEK
|
|
Copyright in the Knowledge Economy
|
Auteursrecht in de kenniseconomie
|
|
GREEN PAPER
|
GROENBOEK
|
|
Copyright in the Knowledge Economy
|
Auteursrecht in de kenniseconomie
|
|
TABLE OF CONTENTS
|
INHOUDSOPGAVE
|
|
1. Introduction 3
|
1. Inleiding 3
|
|
1.1. The purpose of the Green Paper 3
|
1.1 Doel van het Groenboek 3
|
|
1.2. The scope of the Green Paper 3
|
1.2 Bestek van het Groenboek 4
|
|
2. General Issues 4
|
2. Algemene vraagstukken 5
|
|
3. Exceptions: Specific Issues 6
|
3. Beperkingen: Specifieke vraagstukken 6
|
|
3.1. Exceptions for libraries and archives 7
|
3.1 Beperkingen ten gunste van bibliotheken en archieven 7
|
|
3.1.1. Digitisation (preservation) 7
|
3.1.1 Digitalisering (bewaring) 8
|
|
3.1.2. The making available of digitised works 10
|
3.1.2 De beschikbaarstelling van gedigitaliseerde werken 10
|
|
3.1.3. Orphan works 10
|
3.1.3 Verweesde werken 10
|
|
3.2. The exception for the benefit of people with a disability 13
|
3.2 Beperking ten behoeve van mensen met een handicap 13
|
|
3.3. Dissemination of works for teaching and research purposes 16
|
3.3 Verspreiding van werken voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden 15
|
|
3.4. User-created content 19
|
3.4 Door de gebruiker gemaakte inhoud 19
|
|
4. Call For Comments 20
|
4. Verzoek om commentaar 20
|
|
1. INTRODUCTION
|
1. INLEIDING
|
|
1.1. The purpose of the Green Paper
|
1.1. Doel van het Groenboek
|
|
The purpose of the Green Paper is to foster a debate on how knowledge for research, science and education can best be disseminated in the online environment. The Green Paper aims to set out a number of issues connected with the role of copyright in the "knowledge economy"[1] and intends to launch a consultation on these issues.
|
Het Groenboek wil een debat bevorderen over de manier waarop kennis voor onderzoek, wetenschap en onderwijs optimaal kan worden verspreid in de e-omgeving. Het Groenboek is erop gericht om een aantal vraagstukken te beschrijven in verband met de rol van het auteursrecht in de "kenniseconomie"[1] en heeft de bedoeling om overleg over deze vraagstukken op gang te brengen.
|
|
The Green Paper is essentially in two parts. The first part deals with general issues regarding exceptions to exclusive rights introduced in the main piece of European copyright legislation - Directive 2001/29/EC on the harmonisation of certain aspects of copyright and related rights in the information society ("the Directive")[2]. The other piece of copyright legislation that is relevant for the knowledge economy, Directive 96/9/EC on the legal protection of databases[3], has been analysed in a separate report[4]. Nevertheless, some aspects of this directive, such as exceptions and limitations, will be addressed in this report as well.
|
Het Groenboek is in twee delen ingedeeld. Het eerste deel behandelt algemene vraagstukken in verband met restricties op de exclusieve rechten die werden ingevoerd in het belangrijkste Europese rechtsinstrument inzake het auteursrecht – Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij ("de Richtlijn")[2]. Het andere rechtsinstrument inzake het auteursrecht dat van belang is voor de kenniseconomie, Richtlijn 96/9/EG betreffende de rechtsbescherming van databanken[3], werd geanalyseerd in een afzonderlijk verslag[4]. Sommige aspecten van deze richtlijn, zoals de beperkingen en restricties, zullen echter ook in dit verslag worden besproken.
|
|
The second part deals with specific issues related to the exceptions and limitations which are most relevant for the dissemination of knowledge and whether these exceptions should evolve in the era of digital dissemination.
|
Het tweede deel behandelt specifieke vraagstukken in verband met de beperkingen en restricties die het meest relevant zijn voor de verspreiding van kennis en de vraag of deze restricties moeten evolueren in het tijdperk van digitale verspreiding.
|
|
The Green Paper will address all issues in a balanced manner taking into account the perspective of publishers, libraries, educational establishments, museums, archives, researchers, people with a disability and the public at large.
|
Het Groenboek zal alle vraagstukken op een evenwichtige wijze behandelen, rekening houdend met het standpunt van uitgevers, bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea, archieven, onderzoekers, personen met een handicap en het grote publiek.
|
|
1.2. The scope of the Green Paper
|
1.2. Bestek van het Groenboek
|
|
In its review of the Single Market[5] the Commission highlighted the need to promote free movement of knowledge and innovation as the "Fifth Freedom" in the single market. The Green Paper will focus on how research, science and educational materials are disseminated to the public and whether knowledge is freely circulating in the internal market. But the Green Paper is not limited to scientific and educational material. Material not falling within these parameters but which has value in enhancing knowledge is also within the scope of this Green Paper.
|
In haar beoordeling van de interne markt[5] onderstreepte de Commissie de noodzaak om het vrije verkeer van kennis en innovatie te bevorderen als de "vijfde vrijheid" van de interne markt. Het Groenboek zal de aandacht vooral richten op de manier waarop onderzoek, wetenschap en educatief materiaal worden verspreid onder het publiek en of er vrij verkeer van kennis bestaat in de interne markt. Maar het Groenboek beperkt zich niet tot wetenschappelijk en educatief materiaal. Materiaal dat niet binnen deze parameters valt maar dat waardevol is voor het verbeteren van de kennis, valt ook binnen het bestek van dit Groenboek.
|
|
The "public" addressed in this Green Paper comprises scientists, researchers, students and also disabled people or the general public who want to advance their knowledge and educational levels by using the Internet. Wider dissemination of knowledge contributes to more inclusive and cohesive societies, fostering equality of opportunities in line with the priorities of the forthcoming renewed Social Agenda.
|
Het "publiek" dat in dit Groenboek wordt aangesproken omvat wetenschappers, onderzoekers en studenten, maar ook personen met een handicap en het grote publiek – kortom, alle mensen die hun kennis en opleidingsniveau willen verbeteren met behulp van het internet. Een ruimere spreiding van kennis draagt bij tot een meer inclusieve en samenhangende maatschappij die gelijke kansen bevordert in overeenstemming met de prioriteiten van de komende hernieuwde sociale agenda.
|
|
A high level of copyright protection is crucial for intellectual creation. Copyright ensures the maintenance and development of creativity in the interests of authors, producers, consumers and the public at large. A rigorous and effective system for the protection of copyright and related rights is necessary to provide authors and producers with a reward for their creative efforts and to encourage producers and publishers to invest in creative works (see recitals 10 and 11 of the Directive). The publishing sector makes an important contribution to European economy[6]. Copyright is also a policy in line with the imperative to foster progress and innovation. The Commission solicits the views of researchers on new ways of delivering digital content. These new modes of delivery should allow consumers and researchers to access protected content in full respect of copyright.
|
Een hoog niveau van bescherming van het auteursrecht is van fundamenteel belang voor intellectuele schepping. Het auteursrecht waarborgt de instandhouding en ontwikkeling van creativiteit in het belang van auteurs, producenten, consumenten en het grote publiek. Een strikt en doeltreffend stelsel ter bescherming van het auteursrecht en de naburige rechten is noodzakelijk om auteurs en producenten te belonen voor hun creatieve inspanningen en om producenten en uitgevers aan te moedigen om te investeren in creatieve werken (zie overwegingen 10 en 11 van de Richtlijn). De uitgeverssector levert een belangrijke bijdrage aan de Europese economie[6]. Bij de bescherming van het auteursrecht wordt ook rekening gehouden met de noodzaak om vooruitgang en innovatie te bevorderen De Commissie wil graag de standpunten van onderzoekers vernemen over nieuwe manieren om digitale inhoud te leveren, die de consumenten en onderzoekers in staat moeten stellen om met volledige eerbiediging van het auteursrecht toegang te krijgen tot beschermde inhoud.
|
|
Existing copyright laws have traditionally attempted to strike a balance between ensuring a reward for past creation and investment and the future dissemination of knowledge products by introducing a list of exceptions and limitations to allow for certain, specific activities that pertain to scientific research, the activities of libraries and to disabled people. In this respect, the Directive has introduced an exhaustive list of exceptions and limitations. These exceptions are not mandatory for Member States however, and even if exceptions are adopted at the national level, Member States have often formulated exceptions narrower than those permitted in the Directive.
|
De bestaande auteursrechtwetgeving heeft van oudsher geprobeerd om een evenwicht te vinden tussen het verschaffen van een beloning voor een voltooid creatief proces en gedane investeringen en de toekomstige verspreiding van kennisproducten door een lijst met beperkingen en restricties in te voeren die bepaalde, specifieke activiteiten mogelijk maken met betrekking tot het wetenschappelijk onderzoek, de activiteiten van bibliotheken en voor personen met een handicap. In dat verband heeft de Richtlijn een uitputtende opsomming van beperkingen en restricties ingevoerd. Deze restricties zijn echter niet verplicht voor de lidstaten en, zelfs als de lidstaten restricties aannemen op nationaal vlak, dan hebben ze vaak restricties geformuleerd die strikter zijn dan de restricties die in de Richtlijn worden toegestaan.
|
|
2. GENERAL ISSUES
|
2. ALGEMENE VRAAGSTUKKEN
|
|
The Directive has harmonised the right of reproduction, the right of communication to the public, the right of making available to the public and the distribution right. The basic principle underlying the harmonisation effort was to provide the rightholders with a high level of protection; hence the scope of exclusive rights was very broadly defined. Some stakeholders question whether the introduction of exclusive rights translates into a fair share of income for all the categories of rights holders. Authors (such as composers, film directors, and journalists) and, in particular, performers argue that they have not earned any significant revenue from the exercise of the new "making available" right in relation to the online exploitation of their works.
|
De Richtlijn heeft het reproductierecht, het recht van mededeling aan het publiek, het recht van beschikbaarstelling voor het publiek en het distributierecht geharmoniseerd. Het basisprincipe dat aan deze harmonisering ten grondslag lag, was de rechthebbenden een hoog beschermingsniveau te bieden; daarom was het toepassingsgebied van exclusieve rechten zeer ruim afgebakend. Sommige belanghebbenden vragen zich af of de invoering van exclusieve rechten wel voor alle categorieën van rechthebbenden wordt omgezet in een billijk aandeel in de inkomsten. Auteurs (zoals componisten, filmregisseurs en journalisten) en vooral uitvoerende kunstenaars beweren dat het nieuwe recht op "beschikbaarstelling" in verband met het onlinegebruik van hun werken hun geen noemenswaardige inkomsten heeft opgeleverd.
|
|
Apart from adapting the exclusive rights to the online environment, the Directive introduced an exhaustive list of exceptions to copyright protection, although there was no international obligation to do so. The primary reason for having such a list of exceptions appears to be to limit Member States' ability to introduce new exceptions or extend the scope of the existing ones beyond what is allowed under the Directive. Gradually, in the legislative process, Member States introduced the current list of one mandatory exception and 20 optional exceptions.
|
Afgezien van de aanpassing van de exclusieve rechten aan de e-omgeving heeft de Richtlijn een uitputtende opsomming geïntroduceerd van restricties op de bescherming van het auteursrecht hoewel hiertoe geen internationale verplichting bestond. De belangrijkste reden voor deze opsomming van restricties is kennelijk de lidstaten te beperken in hun mogelijkheden om nieuwe restricties in te voeren of het toepassingsgebied van de bestaande restricties ruimer te maken dan de Richtlijn toestaat. Tijdens de wetgevingsprocedure voerden de lidstaten geleidelijk aan de huidige opsomming in waarin één verplichte en 20 facultatieve restricties zijn opgenomen.
|
|
The conditions of application of the exceptions are drafted in rather general language. Arguably, the approach chosen by the drafters has left Member States a great deal of flexibility in implementing the exceptions contained in the Directive. Apart from the exception on transient copying, national legislation can be more restrictive than the Directive as to the scope of exceptions. The list of exceptions as contained in the Directive has achieved a certain degree of harmonisation: creating an exhaustive list of exceptions does not allow Member States to maintain or introduce exceptions which are not listed.
|
De toepassingsvoorwaarden van de restricties zijn opgesteld in vrij algemene bewoordingen. De door de redacteuren gekozen aanpak heeft de lidstaten aantoonbaar veel flexibiliteit geboden bij de toepassing van de restricties die in de Richtlijn zijn opgenomen. Behalve voor de beperking op reproductiehandelingen van voorbijgaande aard, kan de nationale wetgeving strikter zijn dan de Richtlijn voor wat betreft het toepassingsgebied van de restricties. De lijst van restricties in de Richtlijn heeft echter in zoverre tot een zekere mate van harmonisatie geleid dat de lidstaten geen restricties mogen invoeren of handhaven die niet in de lijst zijn opgenomen.
|
|
In addition, Article 5(5) of the Directive provides that the exceptions and limitations permitted by the Directive are to be applied in certain special cases, which do not conflict with the normal exploitation of the work or other subject matter and do not unreasonably prejudice the legitimate interests of the right holder. This provision is known as the "three- step test".
|
Bovendien bepaalt artikel 5, lid 5 van de Richtlijn dat de door de Richtlijn toegestane beperkingen en restricties slechts in bepaalde bijzondere gevallen mogen worden toegepast mits daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van werken of ander materiaal en de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk worden geschaad. Deze bepaling is bekend als de "driestappentoets".
|
|
The formulation of Article 5(5) reflects the Community's international obligations in the area of copyright and related rights. The three-step test is set out in similar terms in Article 9(2) of the Berne Convention[7] and, most importantly, Article 13 of the Agreement on Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights ("the TRIPS Agreement")[8], to which Community is a party[9]. The three-step test is therefore part of the international copyright framework which the Community and its Member States are bound to respect. It has become a benchmark for all copyright limitations[10].
|
In de formulering van artikel 5, lid 5, wordt rekening gehouden met de internationale verplichtingen van de Gemeenschap op het gebied van het auteursrecht en de naburige rechten. De driestappentoets is in vergelijkbare bewoordingen terug te vinden in artikel 9, lid 2, van de Berner Conventie[7] en, vooral, in artikel 13 van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom ("de TRIPS-Overeenkomst")[8], waarbij de Gemeenschap partij is[9]. De driestappentoets maakt daarom deel uit van het internationale kader inzake auteursrecht waaraan de Gemeenschap en haar lidstaten gebonden zijn en dat inmiddels een maatstaf is geworden voor alle restricties op dit gebied[10].
|
|
Questions:
|
Vragen :
|
|
1. Should there be encouragement or guidelines for contractual arrangements between right holders and users for the implementation of copyright exceptions
|
1. Moeten contractuele afspraken tussen rechthebbenden en gebruikers over de toepassing van auteursrechtbeperkingen worden aangemoedigd of moeten daarvoor richtsnoeren worden opgesteld?
|
|
2. Should there be encouragement, guidelines or model licenses for contractual arrangements between right holders and users on other aspects not covered by copyright exceptions?
|
2. Moeten contractuele afspraken tussen rechthebbenden en gebruikers over andere aspecten niet onder de auteursrechtbeperkingen vallen, worden aangemoedigd of moeten daarvoor richtsnoeren of modellicenties worden opgesteld?
|
|
3. Is an approach based on a list of non-mandatory exceptions adequate in the light of evolving Internet technologies and the prevalent economic and social expectations?
|
3. Is een benadering op basis van een opsomming van niet-verplichte beperkingen passend in het licht van de evoluerende internettechnologie en de heersende economische en sociale verwachtingen?
|
|
4. Should certain categories of exceptions be made mandatory to ensure more legal certainty and better protection of beneficiaries of exceptions?
|
4. Dienen bepaalde categorieën van beperkingen verplicht te worden gesteld om meer rechtszekerheid te waarborgen en de begunstigden van de beperkingen een betere bescherming te garanderen?
|
|
5. If so, which ones?
|
5. Zo ja, welke?
|
|
3. EXCEPTIONS: SPECIFIC ISSUES
|
3. BEPERKINGEN: SPECIFIEKE VRAAGSTUKKEN
|
|
The Green Paper focuses on the exceptions to copyright which are most relevant for the dissemination of knowledge, namely:
|
Het Groenboek belicht de belangrijkste auteursrechtbeperkingen voor de verspreiding van kennis, namelijk:
|
|
- The exception for the benefit of libraries and archives;
|
- De beperking ten gunste van bibliotheken en archieven;
|
|
- The exception allowing dissemination of works for teaching and research purposes;
|
- De beperking die de verspreiding van werken voor onderwijs en onderzoek toestaat;
|
|
- The exception for the benefit of people with a disability;
|
- De beperking ten behoeve van mensen met een handicap;
|
|
- A possible exception for user-created content.
|
- Een mogelijke beperking voor door de gebruiker gemaakte inhoud.
|
|
3.1. Exceptions for libraries and archives
|
3.1. Beperkingen ten gunste van bibliotheken en archieven
|
|
As regards the libraries and other similar establishments, two core issues have arisen: the production of digital copies of materials held in the libraries' collections and the electronic delivery of these copies to users. Digitisation of books, audiovisual material and other content can serve a twofold purpose – preservation of content for future generations and making it available for end users online.
|
Wat de bibliotheken en vergelijkbare instellingen betreft, zijn er twee kernproblemen gerezen: de vervaardiging van digitale kopieën van materiaal uit de bibliotheekverzamelingen en de elektronische levering van deze kopieën aan de gebruikers. De digitalisering van boeken, audiovisueel materiaal en andere inhoud kan ingezet worden voor twee doelstellingen – het bewaren van inhoud voor toekomstige generaties en inhoud online beschikbaar stellen voor eindgebruikers.
|
|
Under the current legal framework , libraries or archives do not enjoy a blanket exception from the right of reproduction. Reproductions are only allowed in specific cases, which arguably would cover certain acts necessary for the preservation of works contained in the libraries' catalogues. On the other hand, the library exception and national rules implementing it are not always clear on issues such as "format-shifting" or the number of copies that can be made under this exception. Detailed regulations in this respect result from legislative policy decisions undertaken at the national level. Some Member States have restrictive rules with respect to reproductions that can be made by libraries.
|
In het huidige wettelijke kader genieten bibliotheken en archieven geen algemene beperking op het reproductierecht. Reproducties zijn uitsluitend toegestaan in welbepaalde gevallen, die aantoonbaar bepaalde handelingen omvatten die noodzakelijk zijn voor het behoud van de werken in de bibliotheekcatalogi. Anderzijds zijn de beperking voor bibliotheken en de nationale regels voor de tenuitvoerlegging daarvan niet altijd duidelijk over vraagstukken zoals "formaatwijziging" of het aantal kopieën dat volgens de beperking gemaakt mag worden. Uitvoerige reglementering in dit verband is het resultaat van wetgevende besluiten op nationaal vlak. Sommige lidstaten leggen de bibliotheken restrictieve regels op in verband met de reproducties die zij mogen maken.
|
|
In recent years libraries and other public interest establishments have become increasingly interested not only in preserving (digitising) works but also in making their collections accessible online. If that were to take place, libraries argue, researchers would no longer have to go to the premises of libraries or archives but would easily be able to find and retrieve the required information on the Internet. Also, publishers state that they are digitising their own catalogues with a view to setting up interactive online databases where this material can be easily retrieved from the user's desktop[11]. These services require payment of a subscription fee.
|
De laatste jaren zijn bibliotheken en andere instellingen van openbaar belang niet alleen steeds meer belangstelling gaan tonen voor de bewaring (het digitaliseren) van werken, maar ook voor het toegankelijk maken van hun collecties via internet. Als dat zou gebeuren, zo redeneren de bibliotheken, dan zouden de onderzoekers zich niet langer naar de gebouwen van de bibliotheek- of archiefinstellingen hoeven te begeven, maar zouden ze de nodige informatie vlot kunnen vinden en downloaden van het internet. Bovendien melden uitgevers dat zij hun eigen catalogi digitaliseren met het oog op de inrichting van interactieve databanken op het internet waar de gebruiker dit materiaal gemakkelijk kan opvragen via zijn computer[11]. Voor deze diensten moet een abonnementsgeld worden betaald.
|
|
Under current copyright legislation, publicly accessible libraries, educational establishments, archives and museums benefit from two exceptions in the Copyright Directive:
|
Volgens de huidige auteursrechtwetgeving genieten openbaar toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen, archieven en musea twee beperkingen in de Richtlijn betreffende het auteursrecht:
|
|
- an exception to the reproduction right for specific acts of reproduction for non-commercial purposes (Art. 5(2)(c) of the Directive) and
|
- een beperking op het reproductierecht ten aanzien van, in welbepaalde gevallen, reproducties voor niet-commerciële doeleinden (artikel 5, lid 2, onder c) van de Richtlijn) en
|
|
- a narrowly formulated exception to the communication to the public right and the making available right for the purpose of research or private study by means of dedicated terminals located on the premises of such establishments (Art. 5(3)(n) of the Directive).
|
- een strikt geformuleerde beperking ten aanzien van de mededeling aan of het beschikbaar stellen voor het publiek voor onderzoek of privéstudie via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen (artikel 5, lid 3, onder n) van de Richtlijn).
|
|
3.1.1. Digitisation (preservation)
|
3.1.1. Digitalisering (bewaring)
|
|
The exception from the reproduction right is limited to "specific acts of reproduction". Article 5(2)(c) thus stands out as the only exception explicitly referring to the first limb of the "three-step test", as codified in Article 5(5) of the Directive, which requires that exceptions be confined to "certain special cases". Accordingly, and as recital 40 of the Directive points out, this exception should be limited to certain special cases and not cover uses made in the context of online deliveries of protected works or phonograms.
|
De beperking op het reproductierecht is beperkt tot "reproductie in welbepaalde gevallen". Artikel 5, lid 2, onder c) is daarmee de enige beperking die expliciet verwijst naar de eerste fase van de "driestappentoets" die in artikel 5, lid 5, van de Richtlijn wordt gecodificeerd en op grond waarvan de beperkingen beperkt moet blijven tot "welbepaalde gevallen". Daarom, en zoals overweging 40 van de Richtlijn aangeeft, dient deze beperking beperkt te blijven tot bepaalde bijzondere gevallen en mag zij zich niet uitstrekken tot het gebruik in het kader van de onlinelevering van beschermde werken of fonogrammen.
|
|
The careful wording of this exception would thus imply that it does not provide libraries or other beneficiaries with a blanket exception from the right of reproduction. Reproductions are only allowed in specific cases, which arguably would cover certain acts necessary for the preservation of works contained in the libraries' catalogues. On the other hand, this exception does not contain clear rules on issues such as "format-shifting" or the number of copies that can be made under this exception. Detailed regulations in this respect result from legislative policy decisions undertaken at the national level.
|
De zorgvuldige formulering van deze beperking zou dus betekenen dat bibliotheken en andere begunstigden geen algemene beperking op het reproductierecht wordt toegestaan. Reproducties zijn uitsluitend toegestaan in welbepaalde gevallen, die aantoonbaar bepaalde handelingen omvatten die noodzakelijk zijn voor de bewaring van de werken in de bibliotheekcatalogi. Anderzijds bevat deze beperking geen duidelijke regels over vraagstukken zoals de "formaatwijziging" of het aantal kopieën dat volgens deze beperking gemaakt mag worden. Uitvoerige reglementering in dit verband is het resultaat van wetgevende besluiten op nationaal vlak.
|
|
Some Member States have restrictive rules as to the reproductions that can be made by libraries. The UK government is currently conducting a consultation[12] with a view to amending Section 42 of the Copyright, Designs and Patents Act (CDPA) which allows libraries or archives to make a single copy of a literary, dramatic or musical work held in their permanent collection for the purpose of preservation and replacement. The government proposes to expand the exception so as to allow for copying and format shifting of sound recordings, films and broadcasts and to allow for more than a single copy where successive copying may be required to preserve permanent collections in an accessible format.
|
Sommige lidstaten leggen de bibliotheken restrictieve regels op in verband met de reproducties die zij mogen maken. De Britse overheid houdt momenteel een raadpleging[12] met het oog op een wijziging van afdeling 42 van de Copyright, Designs and Patents Act (CDPA) die bibliotheken en archieven de toestemming geeft om één kopie te maken van een literair, dramatisch of muzikaal werk dat zij in hun permanente collectie bezitten met de bedoeling om dit werk te bewaren en te vervangen. De overheid stelt voor om de beperking uit te breiden tot het kopiëren en de formaatwijziging van geluidsopnamen, films en uitzendingen en om meer dan één kopie toe te staan wanneer een reeks kopieën nodig kan zijn om de permanente collecties in een toegankelijk formaat te bewaren.
|
|
As regards preservation of works, it is libraries, archives and museums that preserve works in a durable format. But to an increasing extent, private entities, such as search engines, are also involved in large scale digitisation efforts. As an example, the Google Book Search project was launched in 2005 with the aim of making the content of books searchable on the Internet[13]. Google concludes agreements with European libraries which cover digitisation of public domain works[14]. Publishers are also experimenting with free online access to parts or even full texts of books and are developing tools enabling users to browse the content of books[15].
|
Wat de bewaring van werken betreft, zijn het bibliotheken, archieven en musea die werken bewaren in een duurzame vorm. Maar ook particuliere ondernemingen, zoals zoekmachines, houden zich steeds meer bezig met grootscheepse digitaliseringsprojecten. Het project Google Book Search bijvoorbeeld ging in 2005 van start met de bedoeling om de inhoud van boeken op het internet doorzoekbaar te maken[13]. Google sluit overeenkomsten met Europese bibliotheken voor de digitalisering van werken die tot het publieke domein behoren[14]. Ook uitgevers zijn aan het experimenteren met gratis onlinetoegang tot delen van boeken of zelfs de volledige teksten ervan, en ontwikkelen momenteel hulpmiddelen waarmee de gebruikers elektronisch door de inhoud van boeken kunnen bladeren[15].
|
|
It must be stressed that activities of private entities, such as search engines, cannot benefit from the exception contained in Article 5(2)(c) which is limited to publicly accessible libraries, educational establishments museums or archives and only covers acts which are not for direct or indirect economic or commercial advantage. Digitisation involves the reproduction right[16] because changing the format of a work from analogue to digital requires a reproduction of the work. For example, a book has to be scanned before it can be digitised. If this scanning is undertaken by entities and in circumstances not covered in Article 5(2)(c), rightholders have to give prior permission for such a reproduction to take place. Similarly, making a digitised work available online requires the prior consent of the rightholder(s).
|
Er zij evenwel op gewezen dat activiteiten van particuliere ondernemingen, zoals zoekmachines, niet in aanmerking kunnen komen voor de beperking van artikel 5, lid 2, onder c), die beperkt is tot voor het publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen of musea, of tot archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven. Digitalisering vooronderstelt het reproductierecht[16] omdat omzetting van een werk van een analoog in een digitaal formaat een reproductie van dat werk vereist. Zo moet een boek bijvoorbeeld gescand worden voordat het gedigitaliseerd kan worden. Als dit scannen gebeurt door particuliere ondernemingen en onder omstandigheden die niet vallen onder artikel 5, lid 2, onder c), moeten de rechthebbenden vooraf toestemming geven voor een dergelijke reproductie. Ook voor de beschikbaarstelling van een gedigitaliseerd werk op het internet moet vooraf de toestemming van de rechthebbende(n) worden gevraagd.
|
|
The scanning of works held in libraries for the purpose of making their content searchable on the Internet is commonly distinguished from linking, deep linking, interlinking or indexing which are activities that relate to works that are already available online. For example, with respect to hyperlinks (an electronic connection to a file placed on the Internet), the German Supreme Court held that works are not reproduced by linking or deep-linking (a link that leads the Internet user to another webpage within a website)[17]. In the American case of Perfect 10 v. Google and Amazon [18], the court held that in-linking to the full-size image on another website, which does not require a reproduction of the original images, doesn't infringe the reproduction right. While some courts deem thumbnails, i.e. reproductions of small images to facilitate links to other websites on the Internet, to infringe the exclusive right of reproduction[19], the Erfurt Regional Court[20] held that using thumbnails to establish links would not give rise to copyright liability if the work had been posted on the Internet by the rightholder or with his consent[21].
|
Het scannen van werken die in bibliotheken worden bewaard, om hun inhoud doorzoekbaar te maken op het internet, wordt doorgaans onderscheiden van linken, dieplinken, interlinken of indexeren, allemaal activiteiten die betrekking hebben tot werken die al beschikbaar zijn op het internet. Wat bijvoorbeeld hyperlinks betreft (een elektronische verbinding met een bestand op het internet), besliste het Duitse hooggerechtshof dat werken niet worden gereproduceerd via linken of dieplinken (een koppeling die de internetgebruiker leidt naar een andere webpagina op een website)[17]. In de Amerikaanse zaak Perfect 10 v. Google and Amazon [18], besliste het hof dat doorlinken naar de volledige afbeelding op een andere website, waarvoor geen reproductie van de oorspronkelijke afbeelding noodzakelijk is, geen inbreuk vormt op het reproductierecht. Sommige rechtbanken menen weliswaar dat miniaturen ("thumbnails"), namelijk reproducties van kleine afbeeldingen die de koppeling naar andere websites op het internet vergemakkelijken, een inbreuk vormen op het exclusieve reproductierecht[19], maar de regionale rechtbank van Erfurt[20] meende dat het gebruik van miniaturen om koppelingen tot stand te brengen geen reden was om aansprakelijkheid voor het auteursrecht in te roepen indien het werk door de rechthebbende of met diens toestemming op het internet was geplaatst[21].
|
|
It is often argued however that the Google Book Search project goes further than the search engine at issue in the German Supreme Court's Paperboy [22] or the Perfect 10 cases. The search engine in the Paperboy case established links to websites which contained protected works that were made available online with the rightholders consent. The Paperboy service relied on works made available by others and would no longer be able to create a link to a work that had been withdrawn by the rightholder. The service also did not entail the caching of the work as the link would no longer function once the original was withdrawn.
|
Er wordt echter vaak beweerd dat het project Google Book Search verder gaat dan de zoekmachine die aan de orde is in de zaak Paperboy [22] bij het Duitse hooggerechtshof of in de zaak Perfect 10 . De zoekmachine in de zaak Paperboy bracht koppelingen tot stand met websites die beschermde werken bevatten die op het internet beschikbaar werden gesteld met de toestemming van de rechthebbenden. De service van Paperboy steunde op werken die door anderen beschikbaar waren gesteld en zou niet langer in staat zijn om een koppeling tot stand te brengen met een werk dat door de rechthebbende was ingetrokken. De service hield ook niet in dat het werk in het cachegeheugen werd opgeslagen aangezien de koppeling niet langer functioneerde zodra het origineel was ingetrokken.
|
|
3.1.2. The making available of digitised works
|
3.1.2. De beschikbaarstelling van gedigitaliseerde werken
|
|
Under current copyright legislation, publicly accessible libraries, educational establishments or museums and archives benefit from a narrowly formulated exception to the right of communication to the public or to making available to the public works or other subject matter, if this is done for the purpose of research or private study by means of dedicated terminals located on the premises of such establishments (Art. 5(3)(n) of the Directive).
|
Volgens de huidige auteursrechtwetgeving genieten voor het publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea en archieven een strikt geformuleerde beperking op het recht van mededeling van werken aan het publiek en het recht van beschikbaarstelling van werken of ander materiaal voor het publiek, als dit gebeurt voor onderzoek of privéstudie via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen (artikel 5, lid 3, onder n) van de Richtlijn).
|
|
This exception would arguably not cover the electronic delivery of documents to end users at a distance. As regards electronic delivery of materials to end users, recital 40 of the Directive states that the exception for libraries and archives should not cover "uses made in the context of online delivery of protected works or other subject matter".
|
Deze beperking, zo kan worden gesteld, behelst niet de elektronische levering van documenten aan eindgebruikers op afstand. Wat de elektronische levering van materiaal aan eindgebruikers betreft, vermeldt overweging 40 van de Richtlijn dat de beperking voor bibliotheken en archieven zich niet mag uitstrekken tot "het gebruik in het kader van de onlinelevering van beschermde werken en ander materiaal".
|
|
3.1.3. Orphan works
|
3.1.3. Verweesde werken
|
|
An issue which came to the fore in large scale digitisation projects is the so-called orphan works phenomenon. Orphan works are works which are still in copyright but whose owners cannot be identified or located. There is a significant demand for the dissemination of works or sound recordings of an educational, historical or cultural value at a relatively low cost to a wide audience online. It is often claimed that such projects are held up due to the lack of a satisfactory solution to the orphan works issue. Protected works can become orphaned if data on the author and/or other relevant rightholder(s) (such as publishers or film producers) is missing or outdated. This is often the case with works which are no longer exploited commercially.
|
Een vraagstuk dat opdook in grootschalige digitaliseringsprojecten is het verschijnsel van de zogenoemde "verweesde werken". Verweesde werken zijn werken waarop nog auteursrecht geldt, maar waarvan de eigenaars niet kunnen worden geïdentificeerd of opgespoord. Er is een grote vraag naar de verspreiding via het internet van werken of geluidsopnames met een educatieve, historische of culturele waarde tegen een relatief lage kostprijs onder een breed publiek. Vaak wordt beweerd dat die projecten worden tegengehouden doordat er geen bevredigende oplossing is voor het probleem van de verweesde werken. Beschermde werken kunnen verweesde werken worden als de gegevens over de auteur en/of andere relevante rechthebbende(n) (zoals uitgevers of filmproducenten) ontbreken of verouderd zijn. Dat is vaak het geval met werken die niet langer commercieel worden geëxploiteerd.
|
|
Apart from books, thousands of orphan works such as photographs and audiovisual works are currently held in libraries, museums or archives. The lack of data on their ownership can constitute an obstacle to making such works available online to the public and can impede digital restoration efforts. This is particularly the case with orphan films.
|
Naast boeken berusten er momenteel ook duizenden verweesde werken in de vorm van foto's en audiovisuele werken in bibliotheken, musea en archieven. Het gebrek aan gegevens over hun eigendomsrechten kan een belemmering vormen voor de openbare beschikbaarstelling van die werken op het internet en kan digitale restauratiepogingen verhinderen. Dat geldt vooral voor verweesde films.
|
|
The issue of orphan works is mainly a rights clearance issue i.e. how to ensure that users who make orphan works available are not liable for copyright infringement when the rightholder reappears and asserts his rights over the work. Apart from liability concerns, the cost and time needed to locate or identify the rightholders, especially in the case of works of multiple authorship, can prove to be too great to justify the effort. This appears to be especially true for rights in sound recordings and audiovisual works that are currently kept in broadcasters archives. Copyright clearance of orphan works can constitute an obstacle to the dissemination of valuable content and can be seen as hampering follow-on creativity. However, the extent to which orphan works actually impede uses of works is not clear. There is a scarcity of the necessary economic data which would allow the problem to be quantified on the pan-European level.
|
Het vraagstuk van de verweesde werken is vooral een probleem inzake rechtenvereffening, namelijk hoe moeten we ervoor zorgen dat gebruikers die verweesde werken beschikbaar stellen niet aansprakelijk worden gesteld voor overtreding van de auteursrechten wanneer de rechthebbende opnieuw opduikt en zijn rechten over het werk laat gelden. Naast overwegingen in verband met de aansprakelijkheid, kunnen de tijd en de kosten die nodig zijn om de rechthebbenden op te sporen of te identificeren, vooral als het gaat om werken met verschillende auteurs, te hoog zijn om deze inspanningen te rechtvaardigen. Dit blijkt vooral zo te zijn voor rechten op geluidsopnames en audiovisuele werken die momenteel worden bewaard in de archieven van omroeporganisaties. De vereffening van het auteursrecht op verweesde werken kan een belemmering vormen voor de verspreiding van waardevolle inhoud en kan worden gezien als een hinderpaal voor de daaropvolgende creativiteit. Het is echter niet duidelijk in welke mate verweesde werken momenteel het gebruik van werken verhinderen. Economische gegevens aan de hand waarvan het probleem gekwantificeerd zou kunnen worden voor de hele Europese Unie zijn schaars.
|
|
The orphan works issue is currently being considered both at the national[23] and at the EU level. The US[24] and Canada[25] have also taken initiatives regarding orphan works. While approaches to this issue differ, the proposed solutions are mostly based on a common principle; a user has to perform a reasonable search in order to try to identify or locate the rightholder(s).
|
Het probleem van de verweesde werken wordt momenteel bestudeerd op nationaal[23] en EU-niveau. Ook de VS[24] en Canada[25] hebben initiatieven genomen in verband met verweesde werken. De benaderingen van deze kwestie verschillen weliswaar, maar de voorgestelde oplossingen zijn doorgaans gebaseerd op hetzelfde principe; de gebruiker moet redelijke zoekinspanningen leveren om de rechthebbende(n) op te sporen of te identificeren.
|
|
The Commission adopted a recommendation[26] in 2006 encouraging the Member States to create mechanisms to facilitate the use of orphan works and to promote the availability of lists of known orphan works. A High Level Expert Group on Digital Libraries was established bringing together stakeholders concerned by orphan works. The Group adopted a "Final Report on Digital Preservation, Orphan Works and Out-of-Print Works" and a "Memorandum of Understanding on orphan works" was signed by representatives of libraries, archives and rightholders[27]. The memorandum contains a set of guidelines on diligent search for rightholders and general principles concerning databases of orphan works and rights clearance mechanisms. Detailed solutions are to be developed at the national level.
|
In 2006 gaf de Commissie een aanbeveling[26] waarin zij de lidstaten aanmoedigde om regelingen te creëren om het gebruik van verweesde werken te vergemakkelijken en de beschikbaarheid van lijsten van bekende verweesde werken te stimuleren. Er werd een deskundigengroep op hoog niveau voor digitale bibliotheken opgericht, waarin vertegenwoordigers van de betrokken belangengroepen zitting hebben. De Groep nam een eindverslag aan onder de titel "Final Report on Digital Preservation, Orphan Works and Out-of-Print Works" ("Eindverslag over digitale bewaring, verweesde werken en uitverkochte werken") en er werd een "Memorandum of Understanding on orphan works" ("Memorandum van overeenstemming over verweesde werken") ondertekend door vertegenwoordigers van bibliotheken, archieven en rechthebbenden[27]. Het memorandum bevat een reeks richtlijnen over het zorgvuldig zoeken naar rechthebbenden en algemene beginselen inzake databanken van verweesde werken en regelingen voor de vereffening van rechten. Uitvoerige oplossingen moeten op nationaal vlak worden uitgewerkt.
|
|
The majority of the Member States have not yet developed a regulatory approach with respect to the orphan works issue. The potential cross-border nature of this issue seems to require a harmonised approach.
|
De meeste lidstaten hebben nog geen regelgeving ontwikkeld in verband met het vraagstuk van verweesde werken. De mogelijk grensoverschrijdende aard van dit vraagstuk vereist mogelijk een geharmoniseerde aanpak.
|
|
Questions:
|
Vragen :
|
|
6. Should the exception for libraries and archives remain unchanged because publishers themselves will develop online access to their catalogues?
|
6. Dient de beperking voor bibliotheken en archieven ongewijzigd te blijven omdat de uitgevers zelf onlinetoegang tot hun catalogi zullen ontwikkelen?
|
|
7. In order to increase access to works, should publicly accessible libraries, educational establishments, museums and archives enter into licensing schemes with the publishers? Are there examples of successful licensing schemes for online access to library collections?
|
7. Moeten voor het publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea en archieven licentieregelingen aangaan met de uitgevers om de toegankelijkheid van de werken te verhogen? Zijn er voorbeelden van succesvolle licentieregelingen voor de onlinetoegang tot bibliotheekverzamelingen?
|
|
8. Should the scope of the exception for publicly accessible libraries, educational establishments, museums and archives be clarified with respect to:
|
8. Moet het toepassingsgebied van de beperking voor publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea en archieven worden verduidelijkt met betrekking tot:
|
|
9. Format shifting;
|
9. formaatwijziging;
|
|
10. The number of copies that can be made under the exception;
|
10. het aantal kopieën dat toegestaan is volgens de beperking;
|
|
11. The scanning of entire collections held by libraries;
|
11. het scannen van volledige verzamelingen in het bezit van bibliotheken?
|
|
12. Should the law be clarified with respect to whether the scanning of works held in libraries for the purpose of making their content searchable on the Internet goes beyond the scope of current exceptions to copyright?
|
12. Dient de wet te worden verduidelijkt in verband met de vraag of het scannen van werken in het bezit van bibliotheken met het doel om de inhoud ervan doorzoekbaar te maken op het internet, buiten het toepassingsgebied valt van de huidige beperkingen op het auteursrecht?
|
|
13. Is a further Community statutory instrument required to deal with the problem of orphan works, which goes beyond the Commission Recommendation 2006/585/EC of 24 August 2006?
|
13. Is er nog een wettelijk instrument van de Gemeenschap nodig om het probleem van de verweesde werken te behandelen, dat verder gaat dan de Aanbeveling van de Commissie van 24 augustus 2006 (2006/585/EG)?
|
|
14. If so, should this be done by amending the 2001 Directive on Copyright in the information society or through a stand-alone instrument?
|
14. Indien dat het geval is, moet dit dan gebeuren via een wijziging van de Richtlijn van 2001 betreffende het auteursrecht in de informatiemaatschappij of v ia een afzonderlijk instrument?
|
|
15. How should the cross-border aspects of the orphan works issue be tackled to ensure EU-wide recognition of the solutions adopted in different Member States?
|
15. Hoe moeten de grensoverschrijdende aspecten van het vraagstuk van de verweesde werken worden aangepakt om ervoor te zorgen dat de oplossingen waarvoor in de verschillende lidstaten wordt gekozen in de hele EU worden erkend?
|
|
3.2. The exception for the benefit of people with a disability
|
3.2. Beperking ten behoeve van mensen met een handicap
|
|
People with a disability should have an opportunity to benefit from the knowledge economy. To this end they not only need physical access to premises of educational establishments or libraries but also the possibility of accessing works in formats that are adapted to their needs (e.g. Braille, large print, audio-books and accessible electronic books).
|
Mensen met een handicap moeten de kans krijgen om hun voordeel te doen met de kenniseconomie. Daartoe hebben zij niet alleen fysieke toegang nodig tot de gebouwen van onderwijsinstellingen of bibliotheken, maar moeten zij ook beschikken over de mogelijkheid om toegang te krijgen tot werken in formaten die aangepast zijn aan hun behoeften (bijvoorbeeld braille, groteletterboeken, audioboeken en toegankelijke elektronische boeken).
|
|
The Directive contains an exception to the reproduction right and the communication to the public right for the benefit of people with a disability. All Member States have implemented this exception, however, in some national laws it is restricted to certain categories of disabled persons (e.g, the exception only covers the visually impaired). Some Member States require payment of compensation to the rightholders for the use of works under the exception.
|
De Richtlijn bevat een beperking op het reproductierecht en het recht van mededeling aan het publiek ten gunste van mensen met een handicap. Alle lidstaten hebben deze beperking ten uitvoer gelegd. In sommige nationale wetgevingen is zij echter beperkt tot bepaalde categorieën van mensen met een handicap (de beperking geldt bijvoorbeeld alleen voor mensen met een visuele handicap). Sommige lidstaten verlangen betaling van een vergoeding aan de rechthebbenden voor het gebruik van werken die onder de beperking vallen.
|
|
A common concern for disabled people is the costs, in terms of time and money, involved in making accessible copies of books which are only available in paper format or in a digital format which is not easily convertible to Braille. Rightholders believe that appropriate protection against piracy and misuse needs to be guaranteed, especially when it concerns the delivery of digital formats, which can be easily reproduced and instantly disseminated over the Internet.
|
Een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang voor de mensen met een handicap zijn de kosten in tijd en geld voor het toegankelijk maken van kopieën van boeken die alleen beschikbaar zijn op papier of in een digitale formaat dat niet gemakkelijk in braille omgezet kan worden. De rechthebbenden menen dat gepaste bescherming tegen piraterij en misbruik gegarandeerd moet worden, vooral als het gaat om de levering van digitale formaten die gemakkelijk gereproduceerd en onmiddellijk verspreid kunnen worden via het internet.
|
|
Article 5(3)(b) of the Directive allows for non-commercial uses directly related to the disability and to the extent required by the disability. Recital 43 of the Directive stresses that Member States should adopt all necessary measures to facilitate access to works by persons suffering from a disability which constitutes an obstacle to the use of the works and to pay particular attention to accessible formats. The exception for the benefit of people with a disability is among the public interest exceptions where the Member States are encouraged to take appropriate measures, in the absence of voluntary measures taken by rightholders, to ensure that beneficiaries have access to works protected by technological measures.
|
Artikel 5, lid 3, onder b), van de Richtlijn staat het gebruik van niet-commerciële aard toe dat direct met de handicap verband houdt en voor zover het wegens de handicap noodzakelijk is. Overweging 43 van de Richtlijn beklemtoont dat de lidstaten alle passende maatregelen dienen te treffen om de toegang tot de werken te bevorderen voor mensen die door een handicap worden belemmerd van de werken zelf gebruik te maken, met bijzondere aandacht voor een toegankelijk formaat. De beperking ten gunste van mensen met een handicap valt onder de restricties van algemeen belang waarbij de lidstaten worden aangemoedigd om passende maatregelen te treffen indien de rechthebbenden zelf geen vrijwillige maatregelen treffen, en ervoor te zorgen dat de begunstigden toegang krijgen tot werken die beschermd zijn met technologische middelen.
|
|
All Member States have implemented this exception, however, in some national laws it is restricted to certain categories of disabled persons (e.g. in the UK[28] and Bulgaria it only applies to the visually impaired, in Latvia[29], Lithuania and Greece[30] it applies to visually and hearing impaired persons). In Lithuania, the exception is further limited to educational and scientific research purposes[31]. In Greece, the exception only covers reproductions and does not extend to communication of the works.
|
Alle lidstaten hebben deze beperking ten uitvoer gelegd, maar in bepaalde nationale wetgevingen blijft zij beperkt tot bepaalde categorieën van mensen met een handicap (bv. in het Verenigd Koninkrijk[28] en Bulgarije, waar zij uitsluitend geldt voor mensen met een visuele handicap, in Letland[29], Litouwen en Griekenland[30] waar zij geldt voor mensen met een visuele en/of een auditieve handicap). In Litouwen is de beperking verder beperkt tot doelstellingen van educatieve aard en voor wetenschappelijk onderzoek[31]. In Griekenland geldt de beperking alleen voor reproducties en niet voor de mededeling van de werken.
|
|
According to recital 36 of the Directive, Member States may provide for fair compensation when applying the optional provisions on exceptions. Some Member States, such as Germany, Austria and the Netherlands, require payment of compensation to the rightholders for the use of works under the exception. Given the cost of converting works to accessible formats and the limited resources available, the question arises as to whether beneficiaries of the exception should be required to pay compensation to the rightholders or whether they should be exempt from such an obligation.
|
Volgens overweging 36 van de Richtlijn kunnen de lidstaten een billijke compensatie voorschrijven wanneer zij de facultatieve bepalingen toepassen inzake de beperkingen. Sommige lidstaten, zoals Duitsland, Oostenrijk en Nederland, verlangen betaling van een vergoeding aan de rechthebbenden voor het gebruik van werken die onder de beperking vallen. Gezien de kostprijs voor het omzetten van werken naar een toegankelijk formaat en de beperkte beschikbare middelen, rijst de vraag of aan de begunstigden van de beperking betaling van een vergoeding aan de rechthebbende dient te worden gevraagd dan wel of zij van die verplichting vrijgesteld moeten worden.
|
|
According to a WIPO study[32], a common concern is the expense and time needed to make accessible copies from books which are only available in paper format or in a digital format which is not easily convertible to Braille. The Directive does not require rightholders to make a work available in a particular format. The issue is how to supply relevant organisations with a non-protected digital copy for creating accessible formats in a way that addresses publishers' concerns about security and the protection of their copyright in the works.
|
Volgens een onderzoek van de WIPO[32] is een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang de uitgaven en de tijd die nodig zijn om kopieën van boeken toegankelijk te maken die alleen beschikbaar zijn op papier of in een digitaal formaat dat niet gemakkelijk in braille kan worden omgezet. De Richtlijn vereist niet dat de rechthebbenden een werk beschikbaar stellen in een welbepaald formaat. Het gaat erom hoe organisaties voor blinden en slechtzienden kunnen worden voorzien van een niet-beschermde digitale kopie voor het maken van toegankelijke formaten op een manier die tegemoetkomt aan de bezorgdheid van uitgevers over de veiligheid en bescherming van het auteursrecht in de werken.
|
|
There are examples of successful cooperation between publishers and organisations representing the visually impaired. In Denmark, e-books or audio-books produced by the Danish Library for the Blind are equipped with a unique ID which allows control of the use and of the work and the tracing of possible infringers. In France, agreements are in place between a not-for-profit agency BrailleNet and publishers for delivery of digital copies of works which are stored on a specialised secure server accessible only by certified organisations.
|
Er bestaan voorbeelden van succesvolle samenwerking tussen uitgevers en organisaties die de visueel gehandicapten vertegenwoordigen. In Denemarken zijn e-boeken of audioboeken die door de Deense Blindenbibliotheek worden gemaakt, voorzien van een unieke identificatiecode aan de hand waarvan het gebruik van het werk kan worden gecontroleerd en mogelijke overtreders kunnen worden opgespoord. In Frankrijk zijn overeenkomsten gesloten tussen BrailleNet, een organisatie zonder winstoogmerk, en uitgevers betreffende de levering van digitale kopieën van werken die opgeslagen zijn op een gespecialiseerde beveiligde server die uitsluitend toegankelijk is voor gecertificeerde organisaties.
|
|
Rightholders believe that appropriate protection against piracy and misuse needs to be guaranteed, especially when it concerns the delivery of digital formats, which can be easily reproduced and instantly disseminated over the Internet. A feasible approach appears to be a system of trusted intermediaries, such as specialised libraries or organisations representing the disabled people, which can negotiate with rightholders and enter into agreements. Such agreements provide for different kinds of restrictions and assurances to the rightholders which are meant to prevent abuse.
|
De rechthebbenden menen dat gepaste bescherming tegen piraterij en misbruik gegarandeerd moet worden, vooral als het gaat om de levering van digitale formaten die gemakkelijk gereproduceerd en onmiddellijk verspreid kunnen worden via het internet. Een uitvoerbare aanpak kan bestaan uit een systeem van vertrouwde tussenpersonen, zoals gespecialiseerde bibliotheken of organisaties die mensen met een handicap vertegenwoordigen, die kunnen onderhandelen met de rechthebbenden en overeenkomsten met hen kunnen sluiten. Zulke overeenkomsten voorzien in verschillende soorten restricties en garanties voor de rechthebbenden die misbruik moeten voorkomen.
|
|
A related concern is that the exception for people with a disability is not specifically provided in Directive 96/9/EC on the legal protection of databases[33]. Article 6(2) of this Directive provides for exceptions for teaching or scientific research, and private use reproductions, but has no exception for disabled people. This raises the concern that the exception for people with a disability in Article 5(3)(b) of Directive 2001/29 could be undermined by invoking database protection on the basis that a particular literary work is simultaneously protected as a database. As pointed out in the Commission staff working paper of 19 July 2004, this situation might arise when the literary work, such as an encyclopaedia, is protected as a work and as a database simultaneously.
|
In dit verband doet zich ook het probleem voor dat de beperking voor mensen met een handicap niet specifiek bepaald is in Richtlijn 96/9/EG betreffende de rechtsbescherming van databanken[33]. Artikel 6, lid 2, van deze Richtlijn voorziet in restricties voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek, en reproducties voor particuliere doeleinden, maar niet in een beperking voor mensen met een handicap. Dit kan ertoe leiden dat de beperking voor mensen met een handicap in artikel 5, lid 3, onder b), van Richtlijn 2001/29/EG kan worden ondermijnd door een beroep te doen op de bescherming van databanken op grond van het feit dat een welbepaald literair werk tegelijkertijd beschermd is als databank. Zoals de diensten van de Commissie hebben opgemerkt in een werkdocument van 19 juli 2004, kan deze situatie zich voordoen wanneer het literaire werk, bijvoorbeeld een encyclopedie, tegelijkertijd beschermd is als werk en als databank.
|
|
Questions:
|
Vragen :
|
|
16. Should people with a disability enter into licensing schemes with the publishers in order to increase their access to works? If so, what types of licensing would be most suitable? Are there already licensing schemes in place to increase access to works for the disabled people?
|
16. Moeten mensen met een handicap licentieregelingen sluiten met de uitgevers om hun toegang tot werken te verbeteren? Zo ja, welke vormen van licentieregeling zouden hier het beste passen? Bestaan er al licentieregelingen om mensen met een handicap een betere toegang te verlenen tot werken?
|
|
17. Should there be mandatory provisions that works are made available to people with a disability in a particular format?
|
17. Dienen er dwingende voorschriften te zijn die bepalen dat werken in een welbepaald formaat beschikbaar moeten worden gemaakt voor mensen met een handicap?
|
|
18. Should there be a clarification that the current exception benefiting people with a disability applies to disabilities other than visual and hearing disabilities?
|
18. Moet er een verduidelijking komen dat de huidige beperking voor mensen met een handicap van toepassing is op andere handicaps dan visuele en auditieve handicaps?
|
|
19. If so, which other disabilities should be included as relevant for online dissemination of knowledge?
|
19. Zo ja, welke andere handicaps moeten worden opgenomen als zijnde relevant voor de verspreiding van kennis via het internet?
|
|
20. Should national laws clarify that beneficiaries of the exception for people with a disability should not be required to pay remuneration for using a work in order to convert it into an accessible format?
|
20. Moeten de nationale wetgevingen verduidelijken dat aan de begunstigden van de beperking voor mensen met een handicap geen vergoeding mag worden gevraagd voor het gebruik van een werk om dit in een toegankelijk formaat te laten omzetten?
|
|
21. Should Directive 96/9/EC on the legal protection of databases have a specific exception in favour of people with a disability that would apply to both original and sui generis databases?
|
21. Moet Richtlijn 96/9/EG betreffende de rechtsbescherming van databanken een specifieke beperking bevatten ten gunste van mensen met een handicap die zowel zou gelden voor originele als sui generis databanken?
|
|
3.3. Dissemination of works for teaching and research purposes
|
3.3. Verspreiding van werken voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden
|
|
Both teachers and students increasingly rely on digital technology to access or disseminate teaching materials. The use of network-based learning accounts at present for a significant part of regular curricular activities. While dissemination of study materials through online networks can have a beneficial effect on the quality of European education and research, it may also carry a risk of copyright infringement where the digitization and/or making available of copies of research and study materials are covered by copyright.
|
Zowel docenten als studenten maken steeds meer gebruik van digitale technologie om toegang te krijgen tot lesmateriaal of om dit te verspreiden. Het gebruik van e-leren maakt momenteel een groot deel uit van de gewone onderwijsprogramma's. De verspreiding van leermiddelen via onlinenetwerken kan weliswaar een gunstig effect hebben op de kwaliteit van het Europese onderwijs en onderzoek, maar het brengt ook het gevaar van overtreding van de auteursrechten met zich mee wanneer de digitalisering en/of de beschikbaarstelling van kopieën van onderzoeks- en leermateriaal onder de auteursrechten vallen.
|
|
The public interest exception for teaching and research purposes was designed to reconcile the legitimate interests of the rightholders with the wider goal of access to knowledge. The Copyright Directive allows Member States to provide for exceptions or limitations to the rights of reproduction and communication to the public when a work is used "for the sole purpose of illustration for teaching or scientific research, as long as the source, including the author's name, is indicated, unless this turns out to be impossible." This exception has often been implemented in a narrow sense and distance or Internet-based learning at home is not covered. Also, the exception often only covers copying excerpts of the research material rather than the entire work. Sometimes Member States have opted for a teaching exception, while having no exception for research.
|
De beperking in het algemeen belang voor onderwijs en onderzoek was bedoeld om de rechtmatige belangen van de rechthebbenden te verzoenen met de bredere doelstelling van toegang tot kennis. De Richtlijn betreffende het auteursrecht biedt de lidstaten de mogelijkheid om te voorzien in beperkingen en restricties op het reproductierecht en het recht van mededeling aan het publiek wanneer een werk wordt gebruikt "uitsluitend als toelichting bij het onderwijs of ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek, op voorwaarde dat de bron, waaronder de naam van de auteur, wordt vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt". Deze beperking is vaak in een strikte betekenis ten uitvoer gelegd en leren op afstand of e-leren thuis valt er niet onder. De beperking heeft vaak ook alleen betrekking op het kopiëren van uittreksels uit het onderzoeksmateriaal en niet op het hele werk. Soms hebben de lidstaten gekozen voor een beperking ten behoeve van het onderwijs, maar hebben ze geen beperking voor onderzoek toegepast.
|
|
At the time of the adoption of the Directive, both traditional classroom instruction and modern e-learning methods were taken into consideration. Recital 42 thus states that Article 5(3)(a) may also apply to distance education. However, this is not further reflected in the wording of Article 5(3)(a) itself, as it contains neither the definition of the concepts of 'teaching', 'scientific research' or 'illustration' nor any further clarification as to the scope of the exception. Recital 42 refers to the non-commercial nature of teaching and scientific research as the determining criterion for the application of the exception, irrespective of the organizational structure and the means of funding of the institution where these activities are undertaken. The Directive has thus given to the Member States a large amount of freedom in implementation, allowing them to determine the boundaries of permissible use under the exception.
|
Ten tijde van de vaststelling van de Richtlijn werd er rekening gehouden met zowel het klassieke lesgeven in een klaslokaal als met de moderne e-leermethodes. Daarom vermeldt overweging 42 dat artikel 5, lid 3, onder a), ook van toepassing is op het afstandsonderwijs. Dit is echter niet terug te vinden in de bewoordingen van artikel 5, lid 3, onder a), zelf, aangezien daar geen definitie wordt gegeven van de termen "onderwijs", "wetenschappelijk onderzoek" of "toelichting" en er ook geen verdere verduidelijking wordt verstrekt over het toepassingsgebied van de beperking. Overweging 42 verwijst naar de niet-commerciële aard van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek als het bepalende criterium voor de toepassing van de beperking, ongeacht de organisatiestructuur en de financiering van de instelling waar deze activiteiten worden ondernomen. Zo heeft de Richtlijn de lidstaten dus een grote mate van vrijheid gegeven bij de tenuitvoerlegging, aangezien zij de grenzen van toegelaten gebruik volgens de beperking zelf mogen afbakenen.
|
|
The use of works for purposes of illustration for teaching and scientific research is dealt with differently by the Member States. In some countries, such as Denmark, Finland, Sweden and France (until January 2009), the use of works for purposes of illustration for teaching and research is subject to the conclusion of extended collective agreements between the collecting societies and educational establishments. Despite the advantages of a system of extended collective licensing (the institutions can negotiate the contracts which are best adapted to their needs), this form of licensing presents the risk that no agreement or a rather restrictive agreement will be reached, thus creating legal uncertainty for educational establishments[34].
|
Het gebruik van werken als toelichting bij het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek wordt door de lidstaten verschillend behandeld. Sommige landen zoals Denemarken, Finland, Zweden en Frankrijk (tot januari 2009) maken het gebruik van werken als toelichting bij het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek afhankelijk van de afsluiting van uitgebreide collectieve overeenkomsten tussen de incasso-organisaties en de onderwijsinstellingen. Ondanks de voordelen van een systeem van uitgebreide collectieve licenties (de instellingen kunnen overeenkomsten onderhandelen die optimaal aan hun behoeften tegemoetkomen), houdt deze vorm van licenties het risico in dat er geen of een eerder beperkende overeenkomst wordt bereikt, waardoor de onderwijsinstellingen geen rechtszekerheid hebben[34].
|
|
In the Member States where the exception for teaching and research is reflected in the national law, the relevant provisions differ to a significant extent. While some countries extend the exception to the rights of communication and making available to the public (e.g. Belgium, Luxembourg, Malta, and France (as of January 2009)), others restrict it to the right of reproduction (Greece, Slovenia) or allow communication to the public only on the condition that it cannot be received outside the premises of the educational institution (UK). Germany, on the other hand, makes a distinction between teaching and research activities; for the former, it allows the use of protected works only for teaching in the classroom and by intranet where it is limited to a group of students attending a particular course. The approach towards research is less restrictive as the making available of works is permitted "for purposes of own research" and "to a limited number of participants"[35].
|
In de lidstaten waar de beperking voor onderwijs en onderzoek in de nationale wetgeving is opgenomen, verschillen de betrokken bepalingen aanzienlijk. Terwijl sommige landen de beperking uitbreiden tot het recht van mededeling en beschikbaarstelling aan het publiek (bijvoorbeeld België, Luxemburg, Malta en Frankrijk (vanaf januari 2009)), beperken anderen deze tot het reproductierecht (Griekenland, Slovenië) of laten ze mededeling aan het publiek uitsluitend toe op voorwaarde dat deze niet kan worden ontvangen buiten de gebouwen van de onderwijsinstelling (het Verenigd Koninkrijk). Duitsland van zijn kant maakt een onderscheid tussen onderwijs en onderzoek; voor onderwijs is het gebruik van beschermde werken alleen toegestaan voor onderwijs in het klaslokaal en via het intranet wanneer dit beperkt blijft tot een groep studenten die een welbepaalde cursus volgen. De aanpak van onderzoek is minder beperkend omdat de werken "ten behoeve van het eigen onderzoek" beschikbaar mogen worden gesteld en aan "een beperkt aantal deelnemers"[35].
|
|
As regards the mode of copying, most Member States do not make any distinction between analogue and digital copies, and both of them are therefore covered by the exception. However, the wording of the Hungarian copyright act restricts the scope of the exception to analogue reproductions only. Also, in Denmark, there has been no agreement on digital copying between the collective rights managers and educational institutions. Universities and schools have been granted a license covering only the making of paper copies of excerpts of works. The only extended collective license which includes such activities as scanning, printing, sending by e-mail, downloading and storage has been issued with regard to the use of works on the Internet in so-called teacher training colleges.
|
Wat de manier van kopiëren betreft, maken de meeste lidstaten geen onderscheid tussen analoge en digitale kopieën, die dus beide in de beperking zijn opgenomen. De formulering van de Hongaarse wet op het auteursrecht beperkt het toepassingsgebied echter uitsluitend tot analoge reproducties. In Denemarken is er geen overeenkomst over digitaal kopiëren tussen de beheerders van collectieve rechten en de onderwijsinstellingen. Universiteiten en scholen hebben een licentie gekregen die uitsluitend het kopiëren van uittreksels van werken op papier betreft. De enige uitgebreide collectieve licentie die activiteiten omvat zoals scannen, afdrukken, via e-mail verzenden, downloaden en opslaan werd afgegeven in verband met het gebruik van werken op het internet in zogenoemde opleidingsinstellingen voor docenten.
|
|
Different treatment of the same act in different Member States may lead to legal uncertainty with regard to what is permitted under the exception, especially when teaching and research are carried out within a transnational framework. An increasing number of students and researchers prefer to have access to relevant learning resources not only in a traditional classroom environment, but also using online networks, without any constraints of time or geography. Provisions only allowing reprographic copying of works or requiring students to be physically present on the premises of the educational institutions do not allow these establishments to exploit the potential of the new technologies and engage in distance learning programs. As the Gowers Review points out: "this means that distance learners are at a disadvantage compared with those based on campus and thus these constraints disproportionately impact on students with disabilities who may work from remote locations. (…) The relevant copyright exception should be extended to allow passages from works to be made available to students by email or virtual learning environments."[36]
|
Een verschillende behandeling van dezelfde handeling in verschillende lidstaten kan leiden tot rechtsonzekerheid met betrekking tot wat er is toegestaan volgens de beperking, vooral wanneer onderwijs en onderzoek worden uitgevoerd in een transnationaal kader. Een toenemend aantal studenten en onderzoekers verkiest niet alleen in een traditionele klassikale omgeving toegang te krijgen tot relevante leermiddelen, maar ook met behulp van onlinenetwerken, zonder restricties in tijd of plaats. Bepalingen die uitsluitend toestaan dat werken reprografisch worden gekopieerd of die vereisen dat de studenten zich daadwerkelijk in de gebouwen van de onderwijsinstellingen bevinden, beletten deze instellingen om de mogelijkheden van de nieuwe technologieën te benutten en studieprogramma's op afstand aan te bieden. Zoals in Gowers Review wordt gesteld: "dit betekent dat studenten op afstand worden benadeeld ten opzichte van studenten op de campus. Bijgevolg hebben deze restricties een onevenredig grote invloed op studenten met een handicap die op afstand zouden kunnen werken. (…) De betrokken beperking op het auteursrecht zou uitgebreid moeten worden tot het toestaan van passages uit werken die via e-mail of virtuele leeromgevingen beschikbaar gesteld worden voor de studenten"[36].
|
|
Another divergence between the Member States concerns the length of the excerpts from works which can be reproduced or made available for teaching and research purposes. Thus, the exception could cover the whole work (Malta), journal articles and short excerpts of works (Belgium, Germany or France) or short excerpts of works only, no distinction being made between different types (and lengths) of works (Luxembourg). Concerning the last example, works such as journal articles can be considered in practical terms as being excluded from the scope of the exception as there is normally little interest in using only a short fragment of a journal article for teaching and scientific research.
|
Een ander verschil tussen de lidstaten betreft de lengte van de uittreksels van werken die gereproduceerd of beschikbaar gesteld mogen worden voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden. Zo kan de beperking het hele werk betreffen (Malta), of tijdschriftartikelen en korte uittreksels uit werken (België, Duitsland of Frankrijk) of alleen korte uittreksels uit werken, waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende soorten (en lengtes) van werken (Luxemburg). Wat dit laatste voorbeeld betreft, vallen werken zoals tijdschriftartikelen in de praktijk niet onder het toepassingsgebied van de beperking omdat het normaal gezien weinig zin heeft om alleen een kort fragment van een tijdschriftartikel te gebruiken voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
|
|
With regard to the institutions that could benefit from the exception for teaching and scientific research, the Member States have also adopted different solutions. While the German Copyright Act refers to "schools, universities, post-secondary institutions and non-commercial career-training institutions", other countries like the UK use the generic term "educational establishments" without any further details, whereas the French Intellectual Property Code does not give any indication as to the institutions to which the exception applies and follows the wording of Article 5(3)(a): "illustration for teaching and research". In Spain and in Greece the exemption only covers teaching, thus excluding research activities.
|
Wat betreft de instellingen die zouden kunnen profiteren van de beperking voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek hebben de lidstaten ook voor verschillende oplossingen gekozen. Terwijl de Duitse wet op het auteursrecht verwijst naar "scholen, universiteiten, postsecundaire instellingen en niet-commerciële instellingen voor beroepsopleiding", gebruiken andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, de algemene term "onderwijsinstelling" zonder verdere precisering, en geeft de Franse wet op de intellectuele eigendom niet aan op welke instellingen de beperking van toepassing is, maar volgt ze de formulering van artikel 5, lid 3, onder a): "toelichting bij het onderwijs of ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek". In Spanje en Griekenland heeft de vrijstelling uitsluitend betrekking op onderwijs, niet op onderzoeksactiviteiten.
|
|
Apart from a certain degree of legal uncertainty due to limited harmonization, the above-mentioned differences can constitute a problem when students enroll for courses in other countries, within the framework of distance learning, or when teachers and researchers carry out their activities in several institutions located in different countries. Depending on the country, identical acts could be legal or illegal. The causes of this problem lie in the different ways in which Member States have implemented the exception into their national laws. Therefore, there have been calls to introduce a mandatory exception for teaching and scientific research, with a clearly defined scope in the Directive. For example, the Gowers Review recommends that the educational exception "should be defined by category of use and activity and not by media or location''. [37]
|
Naast een bepaalde mate van rechtsonzekerheid door dit gebrek aan harmonisatie, kunnen bovenvermelde verschillen ook een probleem vormen wanneer studenten zich inschrijven op cursussen in andere landen, in het kader van leren op afstand, of wanneer docenten en onderzoekers hun activiteiten uitoefenen aan verschillende instellingen die gevestigd zijn in verschillende landen. Dezelfde activiteit kan wettig of onwettig zijn, afhankelijk van het land. De oorzaken van dit probleem zijn gelegen in de verschillende wijzen waarop de lidstaten de beperking in hun nationale wetgeving ten uitvoer hebben gelegd. Daarom werd er al verzocht om een verplichte beperking in te voeren voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met een welbepaald toepassingsgebied in de Richtlijn. Gowers Review bijvoorbeeld beveelt aan om de educatieve beperking "te definiëren volgens categorie van gebruik en activiteit en niet volgens drager of plaats"[37].
|
|
However, making the exception mandatory and further clarifying its scope does not imply its extension, because the interests of the rightholders must be taken into consideration. For instance, with regard to the exemption to communication to the public for purposes of illustration for teaching and research, the Gowers Review states that "it will be necessary to ensure that access to such (learning and research) material should not be generally available to the public"[38] but only to a restricted audience of students and researchers. In this vein, Recital 44 of the Copyright Directive states that "the provision of such exceptions or limitations by Member States should, in particular, duly reflect the increased economic impact that such exceptions or limitations may have in the context of the new electronic environment. Therefore, the scope of certain exceptions or limitations may have to be even more limited when it comes to certain new uses of copyright works and other subject-matter." The proper balance needs to be struck between ensuring an adequate level of protection of exclusive rights and at the same time enhancing the competitiveness of European education and research.
|
Door echter de beperking verplicht te stellen en het toepassingsgebied ervan verder te preciseren wordt zij niet uitgebreid, omdat de belangen van de rechthebbenden in aanmerking genomen moeten worden. Met betrekking tot de beperking op het recht van mededeling aan het publiek ten behoeve van toelichting voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, meent Gowers Review dat "het nodig zal zijn om ervoor te zorgen dat de toegang tot dergelijk (leer- en onderzoeks-) materiaal niet beschikbaar wordt gesteld voor het grote publiek"[38] maar alleen voor een beperkte doelgroep van studenten en onderzoekers. Volgens deze gedachtegang stelt overweging 44 van de Richtlijn betreffende het auteursrecht: "de lidstaten moeten, wanneer zij in dergelijke beperkingen of restricties voorzien, daarbij met name naar behoren rekening houden met de sterkere economische uitwerking welke die beperkingen of restricties in de nieuwe elektronische omgeving kunnen hebben. Bijgevolg zal het toepassingsgebied van bepaalde beperkingen of restricties nog beperkter dienen te zijn, wanneer het gaat om bepaalde nieuwe vormen van gebruik van door het auteursrecht beschermde werken en ander materiaal". Er moet een juist evenwicht worden gevonden tussen het waarborgen van een gepaste bescherming van de exclusieve rechten enerzijds en de bevordering van de concurrentievermogen van het Europese onderwijs en onderzoek anderzijds.
|
|
Questions:
|
Vragen :
|
|
22. Should the scientific and research community enter into licensing schemes with publishers in order to increase access to works for teaching or research purposes? Are there examples of successful licensing schemes enabling online use of works for teaching or research purposes?
|
22. Moet de wetenschappelijke en onderzoeksgemeenschap licentieregelingen afsluiten met uitgevers om hun toegang tot werken voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden te verbeteren? Zijn er voorbeelden van succesvolle licentieregelingen die het onlinegebruik van werken voor onderwijs en onderzoek mogelijk maken?
|
|
23. Should the teaching and research exception be clarified so as to accommodate modern forms of distance learning?
|
23. Moet de beperking voor onderwijs en onderzoek worden verduidelijkt om tegemoet te komen aan moderne vormen van leren op afstand?
|
|
24. Should there be a clarification that the teaching and research exception covers not only material used in classrooms or educational facilities, but also use of works at home for study?
|
24. Moet er worden verduidelijkt dat de beperking voor onderwijs en onderzoek niet alleen betrekking heeft op materiaal dat in klaslokalen of onderwijsinstellingen wordt gebruikt, maar ook voor gebruik van werken voor thuisstudie?
|
|
25. Should there be mandatory minimum rules as to the length of the excerpts from works which can be reproduced or made available for teaching and research purposes?
|
25. Moeten er verplichte minimumvoorschriften komen ten aanzien van de lengte van de uittreksels van werken die gereproduceerd of beschikbaar gesteld mogen worden voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden?
|
|
26. Should there be a mandatory minimum requirement that the exception covers both teaching and research?
|
26. Moet er een verplichte minimumvereiste zijn dat de beperking zowel betrekking heeft op onderwijs als op onderzoek?
|
|
3.4. User-created content
|
3.4. Door de gebruiker gemaakte inhoud
|
|
Consumers are not only users but are increasingly becoming creators of content. Convergence is leading to the development of new applications building on the capacity of ICT to involve users in content creation and distribution. Web 2.0 applications such as blogs, podcasts, wiki, or video sharing, enable users easily to create and share text, videos or pictures, and to play a more active and collaborative role in content creation and knowledge dissemination. However, there is a significant difference between user-created content and existing content that is simply uploaded by users and is typically protected by copyright. In an OECD study, user-created content was defined as "content made publicly available over the Internet, which reflects a certain amount of creative effort, and which is created outside of professional routines and practices"[39].
|
De consument is niet langer alleen maar een gebruiker van inhoud, maar wordt ook steeds meer de maker ervan. Convergentie leidt momenteel tot de ontwikkeling van nieuwe toepassingen die voortbouwen op de mogelijkheden van ICT om de gebruiker te betrekken bij het maken en verspreiden van inhoud. Web 2.0-toepassingen zoals blogs, podcasts, wiki of het delen van videobestanden stellen de gebruiker in staat om vlot teksten, video's of beelden te maken en uit te wisselen en om een actievere rol te spelen en meer samen te werken bij het maken van inhoud en het verspreiden van kennis. Er is echter een groot verschil tussen door de gebruiker gemaakte inhoud en bestaande inhoud die gewoon door de gebruikers wordt geüpload en die doorgaans beschermd is door het auteursrecht. In een studie van de OESO werd door de gebruiker gemaakte inhoud gedefinieerd als "inhoud die via het internet aan het grote publiek beschikbaar wordt gesteld, die de uitdrukking is van een zekere mate van creatieve inspanning en die is gecreëerd buiten de beroepsmatige routine en werkwijzen om"[39].
|
|
The Directive does not currently contain an exception which would allow the use of existing copyright protected content for creating new or derivative works. The obligation to clear rights before any transformative content can be made available can be perceived as a barrier to innovation in that it blocks new, potentially valuable works from being disseminated. However, before any exception for transformative works can be introduced, one would need to carefully determine the conditions under which a transformative use would be allowed, so as not to conflict with the economic interests of the rightsholders of the original work.
|
De Richtlijn bevat momenteel geen beperking die het gebruik van bestaande, door het auteursrecht beschermde inhoud toestaat voor het maken van nieuwe of afgeleide werken. De verplichting om de rechten te vereffenen voordat er transformatieve inhoud beschikbaar mag worden gemaakt, kan worden gezien als een belemmering van innovatie omdat dit belet dat nieuwe, mogelijk waardevolle werken worden verspreid. Voordat er echter een beperking voor transformatieve werken kan worden ingevoerd, moet er zorgvuldig worden bepaald onder welke voorwaarden een transformatief gebruik toegestaan zou zijn, zodat dit niet in strijd is met de economische belangen van de rechthebbenden van het originele werk.
|
|
There have been calls for the acceptance of an exception for transformative, user-created content. In particular, the Gowers Review recommended that an exception be created for "creative, transformative or derivative works"[40], within the parameters of the Berne Convention three-step test. The Review acknowledges that this would be contrary to the Directive and accordingly calls for its amendment. The objective of allowing such an exception would be to favour innovative uses of works and to stimulate the production of added value[41].
|
Er werd al verzocht om een beperking te aanvaarden voor transformatieve, door de gebruiker gemaakte inhoud. Gowers Review met name gaf de aanbeveling om een beperking in te voeren voor "creatieve, transformatieve of afgeleide werken"[40], binnen de parameters van de driestappentoets van de Berner Conventie. De Review beseft dat dit tegen de Richtlijn zou indruisen en verzoekt derhalve om een wijziging ervan. Met een dergelijke beperking zou worden beoogd het innovatieve gebruik van werken te bevorderen en de productie van toegevoegde waarde te stimuleren[41].
|
|
Under the Berne convention, a transformative use would be prima facie covered by the reproduction right[42] and the right of adaptation. An exception to these rights would have to pass the three-step test. In particular, it would have to be more precise and refer to a specific policy justification or types of justified uses. It would also have to be limited to short takings (short passages, excluding particularly distinctive takings), therefore not infringing the right of adaptation[43].
|
Volgens de Berner Conventie zou transformatief gebruik op het eerste gezicht vallen onder het reproductierecht[42] en het recht van aanpassing. Een beperking op deze rechten zou de driestappentoets moeten doorstaan. Zij zou met name preciezer moeten zijn en moeten verwijzen naar een specifieke beleidsmotivering of vormen van gemotiveerd gebruik. Zij zou ook beperkt moeten zijn tot korte overnames (korte passages, waarbij bijzonder onderscheidende opnames worden vermeden), zodat het recht van aanpassing niet wordt overtreden[43].
|
|
Under the Directive, certain exceptions potentially provide some measure of flexibility in relation to free uses of works. Other than the previously mentioned exceptions, article 5(3)(d) allows quotations "for purposes such as criticism or review". Criticism and review are therefore only examples of possible justifications for quotations. This implies that article 5 (3)(d) can be given a broad scope, although the quotation must be limited to "the extent required by the specific purpose", and in accordance with "fair practice". The "specific purpose" of the commentary need not be the analysis of the work itself. However, a degree of taking which is fair in a commentary on that particular work may become unfair practice if it is for the purpose of commenting on a wider issue. Another exception allowing some measure of flexibility is article 5(3)(k) of the Directive which exempts uses "for the purposes of caricature, parody or pastiche". Although these uses are not defined, they allow users to reuse elements of previous works for their own creative or transformative purpose.
|
Volgens de Richtlijn bieden bepaalde beperkingen mogelijk enige mate van flexibiliteit in verband met het vrije gebruik van werken. Naast de eerder genoemde beperkingen staat artikel 5, lid 3, onder d), het citeren toe "ten behoeve van kritieken en recensies en voor soortgelijke doeleinden ". Kritieken en recensies zijn dus slechts voorbeelden van mogelijke motiveringen voor citaten. Dit betekent dat artikel 5, lid 3, onder d), een ruim toepassingsgebied kan krijgen, ook al moet het citeren "door het bijzondere doel (worden) gerechtvaardigd" en "naar billijkheid" geschieden. Het "bijzondere doel" van het commentaar hoeft niet de analyse van het werk zelf te zijn. Een overname die billijk is in een commentaar op dat specifieke werk is mogelijk echter niet langer billijk als zij dient voor commentaar over een ruimer onderwerp. Een andere beperking die enige flexibiliteit toelaat is artikel 5, lid 3, onder k), van de Richtlijn, dat een beperking introduceert voor het gebruik "voor karikaturen, parodieën of pastiches". Deze vormen van gebruik worden weliswaar niet gedefinieerd, maar zij maken het de gebruiker mogelijk om elementen van vorige werken opnieuw te gebruiken voor hun eigen creatieve en transformatieve doelstellingen.
|
|
Questions:
|
Vragen :
|
|
27. Should there be more precise rules regarding what acts end users can or cannot do when making use of materials protected by copyright?
|
27. Moeten er nauwkeuriger regels zijn over de handelingen die eindgebruikers al dan niet mogen verrichten wanneer ze gebruik maken van materiaal dat door het auteursrecht is beschermd?
|
|
28. Should an exception for user-created content be introduced into the Directive?
|
28. Moet er in de Richtlijn een beperking worden opgenomen voor door de gebruiker gemaakte inhoud?
|
|
4. CALL FOR COMMENTS
|
4. VERZOEK OM COMMENTAAR
|
|
The combined operation of broad exclusive rights with specific and limited exceptions highlights the question of whether the exhaustive list of exceptions under the Directive achieves "a fair balance of rights and interests between […] the different categories of rightholders and users"[44].
|
DE COMBINATIE VAN BREDE EXCLUSIEVE RECHTEN MET SPECIFIEKE EN beperkte beperkingen roept de vraag op of de uitputtende opsomming van beperkingen in de Richtlijn leidt tot "een rechtvaardig evenwicht van rechten en belangen […] tussen de verschillende categorieën rechthebbenden en gebruikers"[44].
|
|
A forward looking analysis requires consideration of whether the balance provided by the Directive is still in line with the rapidly changing environment. Technologies and social and cultural practices are constantly challenging the balance achieved in the law, while new market players, such as search engines, seek to apply these changes to new business models. Such developments also have the potential to shift value between the different entities active in the online environment and affect the balance between those who own rights in digital content and those who provide technologies to navigate the Internet.
|
Een toekomstgerichte analyse vergt aandacht voor de vraag of het evenwicht dat door de Richtlijn wordt geboden nog overeenstemt met de snel evoluerende omgeving. Technologieën en sociale en culturele praktijken stellen het in de wetgeving gevonden evenwicht voortdurend op de proef, terwijl nieuwe marktspelers, zoals zoekmachines, ernaar streven om deze wijzigingen toe te passen op nieuwe bedrijfsmodellen. Zulke ontwikkelingen bevatten ook de mogelijkheid om een waardeverschuiving tot stand te brengen tussen de verschillende entiteiten die actief zijn in de onlineomgeving en om het evenwicht aan te tasten tussen degenen die de rechten op de digitale inhoud bezitten en degenen die technologieën beschikbaar stellen om op het internet te surfen.
|
|
It is in these circumstances that the present Green Paper seeks all stakeholders' views as to the technological and legal developments described above. The questions submitted are of an indicative nature only and stakeholders are free to submit comments on any other issues that are addressed or touched upon in this Green Paper.
|
Daarom wil de Commissie via dit Groenboek de standpunten vernemen van alle belanghebbenden inzake de hierboven beschreven technologische en wettelijke ontwikkelingen. De voorgelegde vragen zijn uitsluitend bedoeld als leidraad en de belanghebbenden mogen ook commentaar indienen over alle andere vraagstukken die in dit Groenboek worden besproken of aangeroerd.
|
|
Answers and comments, which may cover all or only a limited number of the above issues, should reach the following address by 30 November 2008.
|
Antwoorden en opmerkingen met betrekking tot alle bovenstaande vraagstukken of een beperkt aantal daarvan dienen uiterlijk op 30 november 2008 te worden toegezonden aan het volgende adres:
|
|
markt-d1@ec.europa.eu.
|
markt-d1@ec.europa.eu.
|
|
If stakeholders wish to submit confidential responses, they should indicate clearly which part of their submission is confidential and should not be published on the Commission's website. All other submissions, not clearly marked as confidential, may be published by the Commission.
|
Indien de belanghebbenden vertrouwelijke antwoorden wensen in te dienen, moeten zij duidelijk aangeven welk gedeelte van hun reactie vertrouwelijk is en niet op de website van de Commissie mag worden bekendgemaakt. Alle andere reacties, die niet uitdrukkelijk als vertrouwelijk zijn aangeduid, mogen door de Commissie worden bekendgemaakt.
|
|
[1] The term "knowledge economy" is commonly used to describe economic activity that relies not on "natural" resources (like land or minerals) but on intellectual resources such as know-how and expertise. A key concept of the knowledge economy is that knowledge and education (also referred to as "human capital") can be treated as a commercial asset or as educational and intellectual products and services that can be exported for a high value return. It is obvious that the knowledge economy is rather more important for those regions whose natural resources are scarce.
|
[1] De term "kenniseconomie" wordt doorgaans gebruikt om economische activiteiten te beschrijven die niet berusten op "natuurlijke" rijkdommen (zoals land of mineralen) maar wel op intellectuele rijkdommen zoals knowhow en deskundigheid. Een sleutelbegrip in de kenniseconomie is dat kennis en opleiding (ook "menselijk kapitaal" genoemd) kunnen worden behandeld als een commercieel vermogen of als educatieve en intellectuele producten en diensten die kunnen worden uitgevoerd met een hoog waarderendement. Het ligt voor de hand dat de kenniseconomie veel belangrijker is voor regio's waar weinig natuurlijke rijkdommen te vinden zijn.
|
|
[2] Directive 2001/29/EC of the European Parliament and of the Council of 22 May 2001 on the harmonisation of certain aspects of copyright and related rights in the information society, OJ L 167, 22.6.2001, p. 10-19. In 2007 the Commission published a report assessing how Articles 5, 6 and 8 of the Directive have been transposed by the Member States and applied by the national courts, see the Report on the application of the Directive on the harmonisation of certain aspects of copyright and related rights in the information society (2001/29/EC), available at http://ec.europa.eu/internal_market/copyright/copyright-infso/copyright-infso_en.htm
|
[2] Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10-19. In 2007 heeft de Commissie een verslag gepubliceerd met een beoordeling van de omzetting van de artikelen 5, 6 en 8 van de richtlijn door de lidstaten en de toepassing ervan door de nationale rechter; zie het Report to the Council, the European Parliament and the Economic and Social Committee on the application of Directive 2001/29/EC on the harmonisation of certainaspects of copyright and related rights in the information society, beschikbaar op http://ec.europa.eu/internal_market/copyright/copyright-infso/copyright-infso_en.htm.
|
|
[3] Directive 96/9/EC of the European Parliament and of the Council of 11 March 1996 on the legal protection of databases, OJ L 77, 27.3.1996, p. 20-28.
|
[3] Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20-28.
|
|
[4] http://ec.europa.eu/internal_market/copyright/prot-databases/prot-databases_en.htm
|
[4] http://ec.europa.eu/internal_market/copyright/prot-databases/prot-databases_en.htm.
|
|
[5] COM 2007 724 final of 20.11.2007 - A single market for 21st century Europe
|
[5] COM(2007) 724 definitief van 20.11.2007 – Een interne markt voor het Europa van de 21e eeuw.
|
|
[6] According to a survey conducted by the Federation of European Publishers, annual sales revenue of book publishing amounted to 22.268 million euro in 2004. More than 620.000 new books or new editions were published in 2004 and approximately 123,000 people are employed full time in book publishing. See http://www.fep-fee.be/
|
[6] Volgens een door de Federatie van Europese Uitgevers uitgevoerde enquête bedroeg de jaaromzet van het uitgeverijbedrijf in 2004 22 268 miljoen euro. In 2004 werden ruim 620 000 nieuwe boeken of heruitgaven gepubliceerd en telde de uitgeverij rond 123 000 voltijdsbanen. Zie http://www.fep-fee.be/.
|
|
[7] Although the Community is not a party to the Berne Convention (and indeed could not be, since membership of the Berne Union is confined to States), it is required to comply with the Convention by virtue of Article 9 of the TRIPS Agreement.
|
[7] Hoewel de Gemeenschap geen partij is bij de Berner Conventie (en ook niet kan zijn omdat het lidmaatschap van de Berner Unie voorbehouden is aan staten), is zij krachtens artikel 9 van de TRIPS-Overeenkomst wel verplicht de conventie na te leven.
|
|
[8] That Agreement is found in Annex 1C to the Agreement establishing the World Trade Organisation.
|
[8] Die overeenkomst is te vinden in bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie.
|
|
[9] Article 13 of the TRIPS Agreement, entitled "Limitations and Exceptions", is the general exception clause applicable to exclusive rights of the holders of copyright. Article 13 of the TRIPS Agreement has been interpreted by a ruling of the Dispute Settlement Body of the WTO concerning Section 110(5) of the US Copyright Act. The Panel held that the scope of any permissible exception under Article 13 should be narrow and should be limited to de minimis use. The three conditions, namely (1) certain special cases; (2) no conflict with the normal exploitation of the work; and (3) no unreasonable prejudice of the legitimate interests of the right holder are cumulative.
|
[9] Artikel 13 van de TRIPS-Overeenkomst, getiteld "Beperkingen en beperkingen", is de algemene beperkingsclausule die van toepassing is op de exclusieve rechten van de houders van een auteursrecht. Artikel 13 van de TRIPS-Overeenkomst is uitgelegd in een uitspraak van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO over afdeling 110(5) van de US Copyright Act. Het panel was van oordeel dat de werkingssfeer van een toelaatbare beperking krachtens artikel 13 restrictief dient te zijn en beperkt dient te worden tot "de minimis"-gebruik. De drie voorwaarden, namelijk 1) bepaalde bijzondere gevallen; 2) geen afbreuk aan de normale exploitatie van werken; en 3) de wettige belangen van de rechthebbende worden niet onredelijk geschaad, zijn cumulatief.
|
|
[10] See the ruling of the Dispute Settlement Body of the WTO United States – Section 110(5) of the US Copyright Act , WT/DS160/R, of 15 June 2000.
|
[10] Zie de uitspraak van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO United States – Section 110(5) of the US Copyright Act , WT/DS160/R, van 15 juni 2000.
|
|
[11] For example, Elsevier, a publisher of 2200 journals has set up ScienceDirect, a service through which 10 million scientists and researchers are granted desktop access to a service offering 8.7 million journal articles. In 2004, Elsevier launched the "Scopus" database which covers 16,000 journals from all key publishers in the areas of scientific, technological and medical publishing. They also provide an online service called "MD Consult" which targets health care professionals by bringing together the leading medical resources.
|
[11] Zo heeft Elsevier, uitgever van 2 200 tijdschriften, bijvoorbeeld ScienceDirect opgericht, een dienst die 10 miljoen wetenschappers en onderzoekers via hun computer toegang geeft tot 8,7 miljoen tijdschriftartikelen. In 2004 startte Elsevier met de databank "Scopus", die 16 000 tijdschriften omvat van alle belangrijke uitgevers van wetenschappelijke, technologische en medische publicaties. Elsevier biedt via het internet ook "MD Consult", een service die bedoeld is voor personen werkzaam in de gezondheidszorg en die de belangrijkste medische informatiebronnen in zich verenigt.
|
|
[12] http://www.ipo.gov.uk/about/about-consult/about-formal/about-formal-current/consult-copyrightexceptions.htm
|
[12] http://www.ipo.gov.uk/about/about-consult/about-formal/about-formal-current/consult-copyrightexceptions.htm.
|
|
[13] http://books.google.com
|
[13] http://books.google.com.
|
|
[14] See the information provided by the Oxford Library: http://www.bodley.ox.ac.uk/librarian/CNIGoogle/CNIGoogle.htm
|
[14] Zie de door de Oxford Library verstrekte informatie:http://www.bodley.ox.ac.uk/librarian/CNIGoogle/CNIGoogle.htm.
|
|
[15] For example, HarperCollins has recently launched a number of such initiatives, namely: the "full access" programme (full texts of selected books are available for free for a limited time), a “Sneak Peek” programme (readers are able to view 20% of the content of many books two weeks before their publication) and the “Browse Inside” programme (readers can browse 20% of the content of books after their publication). These are available at www.HarperCollins.com .
|
[15] Zo is HarperCollins onlangs een aantal van dergelijke initiatieven gestart, namelijk: het programma voor "full access" (volledige teksten van geselecteerde boeken zijn gedurende een beperkte periode gratis beschikbaar), een "Sneak Peek"-programma (de lezers kunnen 20% bekijken van de inhoud van tal van boeken twee weken voor hun verschijningsdatum) en het "Browse Inside"-programma (de lezers kunnen 20% van de inhoud van boeken bekijken na hun verschijning). Deze programma's zijn beschikbaar op www.HarperCollins.com .
|
|
[16] See the agreed statement concerning Article 1(4) of the WCT: "The reproduction right, as set out in Article 9 of the Berne Convention, and the exceptions permitted thereunder, fully apply in the digital environment, in particular to the use of works in digital form. It is understood that the storage of a protected work in digital form in an electronic medium constitutes a reproduction within the meaning of Article 9 of the Berne Convention".
|
[16] Zie de gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 1, lid 4, van de WCT: "Het reproductierecht, zoals geformuleerd in artikel 9 van de Berner Conventie, en de daardoor toegestane beperkingen zijn volledig van toepassing op de digitale omgeving, meer bepaald op het gebruik van werken in digitale vorm. Aangenomen wordt dat de opslag van een beschermd werk in digitale vorm op een elektronische drager een reproductie vormt in de zin van artikel 9 van de Berner Conventie".
|
|
[17] BGH, 17th July 2003, case I WR 259/00, Paperboy (case decided before the implementation of the Directive).
|
[17] BGH, 17 juli 2003, zaak I WR 259/00, Paperboy (zaak gevonnist vóór de tenuitvoerlegging van de Richtlijn).
|
|
[18] Case 06-55405, 9th Cir., May 16, 2007.
|
[18] Zaak 06-55405, 9th Cir., 16 mei 2007.
|
|
[19] Bielefeld Regional Court, 8 November 2005, JurPC Web-Dok. 106/2006 and Regional Court of Hamburg, 5 September 2003, JurPC Web-Dok 146/2004.
|
[19] Regionale rechtbank van Bielefeld, 8 november 2005, JurPC Web-Dok. 106/2006 en regionale rechtbank van Hamburg, 5 september 2003, JurPC Web-Dok 146/2004.
|
|
[20] Erfurt Regional Court, 15 March 2007, 3 O 1108/05 - Bildersuche Suchmaschine Haftung.
|
[20] Regionale rechtbank van Erfurt, 15 maart 2007, 3 O 1108/05 - Bildersuche Suchmaschine Haftung.
|
|
[21] Following a similar line of argument, search engines are not asking for prior permission from copyright owners to index content of web pages. Search engines argue that, if a content owner does not want the content of the web page to be indexed, he can encode the message in a text file called "robots.txt" in order to opt-out and block the search engine from copying content. If no such technology is applied, they believe that this is tantamount to an implied licence for a search engine to copy and index.
|
[21] Op basis van een gelijkaardige redenering vragen zoekmachines geen voorafgaande toestemming van de eigenaars van het auteursrecht om de inhoud van webpagina’s te indexeren. Zoekmachines redeneren dat, als een eigenaar van inhoud niet wil dat de inhoud van de webpagina wordt geïndexeerd, hij de boodschap kan invoeren in een tekstbestand met de naam "robots.txt" waardoor hij ervoor kiest om de zoekmachine te verhinderen inhoud te kopiëren. Als die technologie niet wordt toegepast, menen zij dat dit neerkomt op een stilzwijgende toestemming aan zoekmachines om inhoud te kopiëren en te indexeren.
|
|
[22] BGH, 17th July 2003, case I WR 259/00, Paperboy.
|
[22] BGH, 17 juli 2003, zaak I WR 259/00, Paperboy.
|
|
[23] E.g. in the UK "Gowers Review of Intellectual Property", there is a recommendation that the Commission amends Directive 2001/29/EC and introduces an exception for orphan works. Denmark and Hungary have developed solutions to orphan works (the Danish solution is based on extended collective licences and the Hungarian one on licences issued by a public body).
|
[23] Bijvoorbeeld in het Britse "Gowers Review of Intellectual Property" is een aanbeveling opgenomen dat de Commissie Richtlijn 2001/29/EG dient te wijzigen en een beperking dient in te voeren voor verweesde werken. Denemarken en Hongarije hebben oplossingen bedacht voor verweesde werken (de Deense oplossing gaat uit van uitgebreide collectieve licenties en de Hongaarse van licenties uitgegeven door een overheidsinstantie).
|
|
[24] The US Copyright Office published a report on orphan works in January 2006. Two bills were tabled on 24 April 2008 at the Senate and the House of Representatives (the "Shawn Bentley Orphan Works Act" and the "Orphan Works Act of 2008", respectively). Both bills are proposals to amend title 17 of the US Code by adding a section on "limitations on remedies in cases involving orphan works".
|
[24] Het US Copyright Office heeft in januari 2006 een verslag over verweesde werken gepubliceerd. Op 24 april 2008 werden er twee wetsvoorstellen ingediend in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden (resp. de "Shawn Bentley Orphan Works Act" en de "Orphan Works Act of 2008"). Beide stellen voor om titel 17 van de Amerikaanse wetgeving te wijzigen door een hoofdstuk toe te voegen over "beperkingen op rechtsmiddelen in gevallen waarbij verweesde werken betrokken zijn".
|
|
[25] The Canadian solution is based on non-exclusive licences issued by the Copyright Board of Canada.
|
[25] De Canadese oplossing is gebaseerd op niet-exclusieve licenties uitgegeven door de Canadese Copyright Board.
|
|
[26] Commission Recommendation of 24 August 2006 on the digitisation and online accessibility of cultural content and digital preservation, 2006/585/EC, L 236/28.
|
[26] Aanbeveling van de Commissie van 24 augustus 2006 betreffende de digitalisering en toegankelijkheid online van cultureel materiaal en digitale bewaring, 2006/585/EG, PB L 236, blz. 28.
|
|
[27] http://ec.europa.eu/information_society/activities/digital_libraries/hleg/hleg_meetings/index_en.htm
|
[27] http://ec.europa.eu/information_society/activities/digital_libraries/hleg/hleg_meetings/index_en.htm.
|
|
[28] Sections 31A-31F of the Copyright (Visually Impaired Persons) Act 2002.
|
[28] Afdelingen 31A-31F van de Wet op het auteursrecht (mensen met een visuele handicap) 2002.
|
|
[29] Section 19 (1)(3) and section 22 of the 2004 Copyright Act.
|
[29] Afdeling 19, lid 1, onder 3), en afdeling 22 van de Wet op het auteursrecht 2004.
|
|
[30] Article 28A of Law 2121/1993.
|
[30] Artikel 28A van Wet 2121/1993.
|
|
[31] Article 22 (1)(2) of the 2003 Copyright Act.
|
[31] Artikel 22, lid 1, onder 2), van de Wet op het auteursrecht 2003.
|
|
[32] Study on Copyright Limitations and Exceptions for the Visually Impaired prepared by J. Sullivan for the WIPO Standing Committee on Copyright and Related Rights (2006), p. 71-72.
|
[32] Study on Copyright Limitations and Exceptions for the Visually Impaired, opgesteld door J. Sullivan voor het Permanent Comité Auteursrecht en naburige rechten van de WIPO (2006), blz. 71-72.
|
|
[33] Directive 96/9/EC of the European Parliament and of the Council of 11 March 1996 on the legal protection of databases, OJ L 77, 27.3.1996, p. 20-28.
|
[33] Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20-28.
|
|
[34] This was the case in France, where five sector-specific agreements concerning the use of works for illustration in teaching and research activities were only concluded in 2005, following a joint declaration by the Ministry of National Education representing the educational institutions and the Ministry of Culture representing the rightholders. During the implementation process of the Directive, as a result of the intervention of educational establishments and in particular of universities, an exception governing the use of works for purposes of illustration for teaching and scientific research was for the first time introduced into the French Intellectual Property Code; this provision, replacing the previous contractual system will enter into force in January 2009.
|
[34] Dit was het geval in Frankrijk, waar pas in 2005 vijf sectorspecifieke overeenkomsten betreffende het gebruik van werken als toelichting bij het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek werden afgesloten, na een gemeenschappelijke verklaring van het Ministerie van Onderwijs als vertegenwoordiger van de onderwijsinstellingen en het Ministerie van Cultuur als vertegenwoordiger van de rechthebbenden. Tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure van de Richtlijn werd er als gevolg van de interventie van onderwijsinstellingen en dan vooral de universiteiten in de Franse wetgeving betreffende intellectuele eigendom voor het eerst een beperking ingevoerd ten aanzien van het gebruik van werken als toelichting bij het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek; deze bepaling, die het eerdere contractuele stelsel vervangt, zal in januari 2009 in werking treden.
|
|
[35] Section §52a of the UrhG (the German copyright act) also requires users to pay fair compensation to the rightholders for making a work available.
|
[35] Afdeling §52a van de UrhG (de Duitse wet op het auteursrecht) vereist ook dat de gebruikers aan de rechthebbenden een billijke vergoeding betalen voor de beschikbaarstelling van een werk.
|
|
[36] Gowers Review of Intellectual Property 2006, para. 4.17 and 4.19
|
[36] Gowers Review of Intellectual Property 2006, paragrafen 4.17 en 4.19.
|
|
[37] Gowers Review of Intellectual Property 2006, para. 4.15
|
[37] Gowers Review of Intellectual Property 2006, paragraaf 4.15.
|
|
[38] Gowers Review of Intellectual Property 2006, para. 4.18
|
[38] Gowers Review of Intellectual Property 2006, paragraaf 4.18.
|
|
[39] Participative Web and User-Created Content, OECD 2007, p. 9.
|
[39] Participative Web and User-Created Content, OESO 2007, blz. 9.
|
|
[40] Recommendation 11.
|
[40] Aanbeveling 11.
|
|
[41] The Review clearly referred to "transformative use" under US law and to the example of sampling in the Hip Hop music industry. However, in US law transformative use alone is not a defence to copyright infringement. Instead, it is one of the conditions required for a use to qualify for the fair use defence under section 107 U.S. Copyright Act.
|
[41] De Review verwees duidelijk naar "transformatief gebruik" volgens het Amerikaanse recht en naar het voorbeeld van sampling in de hiphopmuziek. Volgens het Amerikaanse recht kan men zich bij overtreding van het auteursrecht niet op transformatief gebruik alleen beroepen. Het is wel een van de voorwaarden om gebruik aan te merken als "fair use" in de zin van artikel 107 van de Amerikaanse wet op het auteursrecht.
|
|
[42] Article 9 Berne Convention.
|
[42] Artikel 9 van de Berner Conventie.
|
|
[43] Berne Convention Article 12, Right of Adaptation, Arrangement and Other Alteration.
|
[43] Berner Conventie, artikel 12, Recht van aanpassing, ordening en andere wijzigingen.
|
|
[44] Recital 31.
|
[44] Overweging 31.
|