Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
COUNCIL DIRECTIVE 93/83/EEC of 27 September 1993 on the coordination of certain rules concerning copyright and rights related to copyright applicable to satellite broadcasting and cable retransmission
RICHTLIJN 93/83/EEG VAN DE RAAD van 27 september 1993 tot cooerdinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel
THE COUNCIL OF THE EUROPEAN COMMUNITIES,
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Having regard to the Treaty establishing the European Economic Community, and in particular Articles 57 (2) and 66 thereof,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 57, lid 2, en artikel 66,
Having regard to the proposal from the Commission (1),
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
In cooperation with the European Parliament (2),
In samenwerking met het Europees Parlement (2),
Having regard to the opinion of the Economic and Social Committee (3),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
(1) Whereas the objectives of the Community as laid down in the Treaty include establishing an ever closer union among the peoples of Europe, fostering closer relations between the States belonging to the Community and ensuring the economic and social progress of the Community countries by common action to eliminate the barriers which divide Europe;
(1) Overwegende dat de in het Verdrag neergelegde doelstellingen van de Gemeenschap voorzien in het tot stand brengen van een steeds hechter verbond tussen de Europese volkeren en van nauwere betrekkingen tussen de in de Gemeenschap verenigde Staten, alsook in het waarborgen van de economische en sociale vooruitgang van de Lid-Staten door een gemeenschappelijk optreden dat erop gericht is de barrières die Europa verdelen, te verwijderen;
(2) Whereas, to that end, the Treaty provides for the establishment of a common market and an area without internal frontiers; whereas measures to achieve this include the abolition of obstacles to the free movement of services and the institution of a system ensuring that competition in the common market is not distorted; whereas, to that end, the Council may adopt directives for the coordination of the provisions laid down by law, regulation or administrative action in Member States concerning the taking up and pursuit of activities as self-employed persons;
(2) Overwegende dat te dien einde volgens het Verdrag een gemeenschappelijke markt en een ruimte zonder binnengrenzen moeten worden ingesteld; dat dit onder andere inhoudt dat de hinderpalen voor het vrije verkeer van diensten worden verwijderd en dat er een regeling wordt ingevoerd waardoor wordt gewaarborgd dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet wordt vervalst; dat de Raad daartoe richtlijnen kan vaststellen met het oog op de cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten betreffende de toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden anders dan in loondienst;
(3) Whereas broadcasts transmitted across frontiers within the Community, in particular by satellite and cable, are one of the most important ways of pursuing these Community objectives, which are at the same time political, economic, social, cultural and legal;
(3) Overwegende dat grensoverschrijdende omroepuitzendingen binnen de Gemeenschap, met name via satelliet en kabel, een van de belangrijkste middelen vormen ter bevordering van bovengenoemde doelstellingen van de Gemeenschap, die tegelijkertijd van politieke, economische, sociale, culturele en juridische aard zijn;
(4) Whereas the Council has already adopted Directive 89/552/EEC of 3 October 1989 on the coordination of certain provisions laid down by law, regulation or administrative action in Member States concerning the pursuit of television broadcasting activities (4), which makes provision for the promotion of the distribution and production of European television programmes and for advertising and sponsorship, the protection of minors and the right of reply;
(4) Overwegende dat de Raad ter verwezenlijking van bovengenoemde doelstellingen reeds Richtlijn 89/552/EEG van 3 oktober 1989 betreffende de cooerdinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de Lid-Staten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten (4) heeft vastgesteld, waarbij regelingen zijn getroffen ter bevordering van de distributie en produktie van Europese televisieprogramma's, alsook op het gebied van reclame en sponsoring, de bescherming van minderjarigen en het recht van weerwoord;
(5) Whereas, however, the achievement of these objectives in respect of cross-border satellite broadcasting and the cable retransmission of programmes from other Member States is currently still obstructed by a series of differences between national rules of copyright and some degree of legal uncertainty; whereas this means that holders of rights are exposed to the threat of seeing their works exploited without payment of remuneration or that the individual holders of exclusive rights in various Member States block the exploitation of their rights; whereas the legal uncertainty in particular constitutes a direct obstacle in the free circulation of programmes within the Community;
(5) Overwegende evenwel dat de verwezenlijking van deze doelstellingen op dit ogenblik zowel bij de grensoverschrijdende uitzending van programma's per satelliet als bij de doorgifte via de kabel van programma's uit andere Lid-Staten nog wordt belemmerd doordat de nationale bepalingen op het gebied van het auteursrecht op een aantal punten onderling afwijken en doordat er enige rechtsonzekerheid bestaat; dat de rechthebbenden daardoor het gevaar lopen dat hun werken worden geëxploiteerd zonder dat zij daarvoor een vergoeding ontvangen, of dat individuele houders van uitsluitende rechten in verschillende Lid-Staten de exploitatie van hun werken in de weg staan; dat de rechtsonzekerheid met name een directe belemmering vormt voor het vrije verkeer van programma's binnen de Gemeenschap;
(6) Whereas a distinction is currently drawn for copyright purposes between communication to the public by direct satellite and communication to the public by communications satellite; whereas, since individual reception is possible and affordable nowadays with both types of satellite, there is no longer any justification for this differing legal treatment;
(6) Overwegende dat er thans uit auteursrechtelijk oogpunt een onderscheid wordt gemaakt tussen mededeling aan het publiek per omroepsatelliet en mededeling aan het publiek per telecommunicatiesatelliet; dat individuele ontvangst bij beide satelliettypen tot de mogelijkheden behoort en heden ten dage economisch ook haalbaar is, zodat dit verschil in juridische behandeling niet langer te rechtvaardigen valt;
(7) Whereas the free broadcasting of programmes is further impeded by the current legal uncertainty over whether broadcastsing by a satellite whose signals can be received directly affects the rights in the country of transmission only or in all countries of reception together; whereas, since communications satellites and direct satellites are treated alike for copyright purposes, this legal uncertainty now affects almost all programmes broadcast in the Community by satellite;
(7) Overwegende dat de vrije uitzending van programma's voorts wordt belemmerd door de huidige juridische onzekerheid ten aanzien van de vraag of uitzending via een satelliet waarvan de signalen rechtstreeks kunnen worden ontvangen, uitsluitend gevolgen heeft voor de rechten in het uitzendingsland dan wel voor de rechten in alle ontvangstlanden te zamen; dat, ingevolge de gelijkstelling uit auteursrechtelijk oogpunt van omroepsatellieten en telecommunicatiesatellieten, dit gebrek aan rechtszekerheid zich thans voor nagenoeg alle in de Gemeenschap per satelliet uitgezonden programma's doet gevoelen;
(8) Whereas, furthermore, legal certainty, which is a prerequisite for the free movement of broadcasts within the Community, is missing where programmes transmitted across frontiers are fed into and retransmitted through cable networks;
(8) Overwegende dat de voor het vrije verkeer van omroepuitzendingen binnen de Gemeenschap noodzakelijke rechtszekerheid voorts ook ontbreekt bij de invoering in en de doorgifte via kabelnetten van programma's over de grenzen heen;
(9) Whereas the development of the acquisition of rights on a contractual basis by authorization is already making a vigorous contribution to the creation of the desired European audiovisual area; whereas the continuation of such contractual agreements should be ensured and their smooth application in practice should be promoted wherever possible;
(9) Overwegende dat de ontwikkeling op het stuk van contractuele verkrijging van rechten op basis van toestemming nu reeds op substantiële wijze bijdraagt tot de totstandbrenging van de beoogde Europese audiovisuele ruimte; dat bijgevolg het voortbestaan van dergelijke contractuele regelingen moet worden gewaarborgd en alles in het werk moet worden gesteld om de toepassing ervan in de praktijk zo soepel mogelijk te laten verlopen;
(10) Whereas at present cable operators in particular cannot be sure that they have actually acquired all the programme rights covered by such an agreement;
(10) Overwegende dat kabelmaatschappijen er op het ogenblik met name niet zeker van kunnen zijn daadwerkelijk alle rechten te hebben verkregen op de programma's die het voorwerp van een dergelijke contractuele regeling vormen;
(11) Whereas, lastly, parties in different Member States are not all similarly bound by obligations which prevent them from refusing without valid reason to negotiate on the acquisition of the rights necessary for cable distribution or allowing such negotiations to fail;
(11) Overwegende ten slotte dat niet op alle betrokkenen in alle Lid-Staten in gelijke mate de verplichting rust om onderhandelingen over het verkrijgen van de noodzakelijke rechten voor de doorgifte via de kabel niet zonder geldige reden te weigeren of te doen mislukken;
(12) Whereas the legal framework for the creation of a single audiovisual area laid down in Directive 89/552/EEC must, therefore, be supplemented with reference to copyright;
(12) Overwegende dat de kaderregeling voor de totstandbrenging van een eengemaakte audiovisuele ruimte zoals neergelegd in Richtlijn 89/552/EEG, derhalve aanvulling behoeft wat het auteursrecht betreft;
(13) Whereas, therefore, an end should be put to the differences of treatment of the transmission of programmes by communications satellite which exist in the Member States, so that the vital distinction throughout the Community becomes whether works and other protected subject matter are communicated to the public; whereas this will also ensure equal treatment of the suppliers of cross-border broadcasts, regardless of whether they use a direct broadcasting satellite or a communications satellite;
(13) Overwegende dat daartoe een einde moet worden gemaakt aan het verschil in behandeling tussen de Lid-Staten met betrekking tot de doorgifte van programma's per telecommunicatiesatelliet, zodat die behandeling in de gehele Gemeenschap afhankelijk wordt gesteld van de fundamentele vraag of er sprake is van een mededeling van beschermde werken en andere beschermde prestaties aan het publiek; dat ook de aanbieders van grensoverschrijdende omroepprogramma's aldus op gelijke wijze zullen worden behandeld, ongeacht de vraag of zij voor de uitzending van de programma's van een omroepsatelliet dan wel van een telecommunicatiesatelliet gebruik maken;
(14) Whereas the legal uncertainty regarding the rights to be acquired which impedes cross-border satellite broadcasting should be overcome by defining the notion of communication to the public by satellite at a Community level; whereas this definition should at the same time specify where the act of communication takes place; whereas such a definition is necessary to avoid the cumulative application of several national laws to one single act of broadcasting; whereas communication to the public by satellite occurs only when, and in the Member State where, the programme-carrying signals are introduced under the control and responsibility of the broadcasting organization into an uninterrupted chain of communication leading to the satellite and down towards the earth; whereas normal technical procedures relating to the programme-carrying signals should not be considered as interruptions to the chain of broadcasting;
(14) Overwegende dat het gebrek aan rechtszekerheid met betrekking tot de te verkrijgen rechten, waardoor de grensoverschrijdende uitzending van programma's per satelliet wordt belemmerd, moet worden weggenomen door het begrip mededeling aan het publiek per satelliet op communautair niveau te definiëren en in die definitie tegelijkertijd te specificeren waar de mededelingshandeling plaatsvindt; dat een dergelijke definitie noodzakelijk is om te voorkomen dat op één uitzendingshandeling op cumulatieve wijze het recht van verschillende landen wordt toegepast; dat de mededeling aan het publiek per satelliet uitsluitend plaatsvindt op het ogenblik waarop en in de Lid-Staat waar de programmadragende signalen onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt; dat normale technische procedures met betrekking tot de programmadragende signalen niet als een onderbreking van de uitzendingsketen moeten worden beschouwd;
(15) Whereas the acquisition on a contractual basis of exclusive broadcasting rights should comply with any legislation on copyright and rights related to copyright in the Member State in which communication to the public by satellite occurs;
(15) Overwegende dat de verkrijging bij overeenkomst van uitsluitende uitzendingsrechten moet geschieden in overeenstemming met de wetgeving inzake het auteursrecht en de naburige rechten van de Lid-Staat waar de mededeling aan het publiek per satelliet plaatsvindt;
(16) Whereas the principle of contractual freedom on which this Directive is based will make it possible to continue limiting the exploitation of these rights, especially as far as certain technical means of transmission or certain language versions are concerned;
(16) Overwegende dat het door het beginsel van contractvrijheid, waarop deze richtlijn is gebaseerd, mogelijk zal blijven beperkingen aan de exploitatie van deze rechten te stellen, met name wat bepaalde uitzendingstechnieken of bepaalde taalversies betreft;
(17) Whereas, in ariving at the amount of the payment to be made for the rights acquired, the parties should take account of all aspects of the broadcast, such as the actual audience, the potential audience and the language version;
(17) Overwegende dat de betrokkenen bij het bepalen van de vergoeding die voor het verwerven van de rechten moet worden betaald, rekening dienen te houden met alle voor de uitzending kenmerkende aspecten, zoals het daadwerkelijke aantal luisteraars of kijkers, het potentiële aantal luisteraars of kijkers en de taalversie;
(18) Whereas the application of the country-of-origin principle contained in this Directive could pose a problem with regard to existing contracts; whereas this Directive should provide for a period of five years for existing contracts to be adapted, where necessary, in the light of the Directive; whereas the said country-of-origin principle should not, therefore, apply to existing contracts which expire before 1 January 2000; whereas if by that date parties still have an interest in the contract, the same parties should be entitled to renegotiate the conditions of the contract;
(18) Overwegende dat de toepassing van het beginsel van het land van oorsprong in deze richtlijn een probleem kan opleveren met betrekking tot bestaande overeenkomsten; dat deze richtlijn moet voorzien in een periode van vijf jaar om de bestaande overeenkomsten, waar nodig, aan de bepalingen van de richtlijn aan te passen, dat het bijgevolg niet dienstig is genoemd beginsel van het land van oorsprong toe te passen op bestaande overeenkomsten die vóór 1 januari 2000 verstrijken; dat, indien de partijen op die datum nog belang stellen in de overeenkomst, deze opnieuw in onderhandeling dienen te kunnen treden over de voorwaarden van de overeenkomst;
(19) Whereas existing international co-production agreements must be interpreted in the light of the economic purpose and scope envisaged by the parties upon signature; whereas in the past international co-production agreements have often not expressly and specifically addressed communication to the public by satellite within the meaning of this Directive a particular form of exploitation; whereas the underlying philosophy of many existing international co-production agreements is that the rights in the co-production are exercised separately and independently by each co-producer, by dividing the exploitation rights between them along territorial lines; whereas, as a general rule, in the situation where a communication to the public by satellite authorized by one co-producer would prejudice the value of the exploitation rights of another co-producer, the interpretation of such an existing agreement would normally suggest that the latter co-producer would have to give his consent to the authorization, by the former co-producer, of the communication to the public by satellite; whereas the language exclusivity of the latter co-producer will be prejudiced where the language version or versions of the communication to the public, including where the version is dubbed or subtitled, coincide(s) with the language or the languages widely understood in the territory allotted by the agreement to the latter co-producer; whereas the notion of exclusivity should be understood in a wider sense where the communication to the public by satellite concerns a work which consists merely of images and contains no dialogue or subtitles; whereas a clear rule is necessary in cases where the international co-production agreement does not expressly regulate the division of rights in the specific case of communication to the public by satellite within the meaning of this Directive;
(19) Overwegende dat bestaande internationale coproduktieovereenkomsten geïnterpreteerd moeten worden in het licht van het economische doel en het toepassingsgebied die de partijen bij de ondertekening voor ogen stonden; dat internationale coproduktieovereenkomsten in het verleden de mededeling aan het publiek per satelliet in de zin van deze richtlijn vaak niet uitdrukkelijk en specifiek als een bijzondere vorm van exploitatie hebben beschouwd; dat achter veel bestaande internationale coproduktieovereenkomsten de gedachte zit dat de coproduktierechten door elke coproducent afzonderlijk en onafhankelijk worden uitgeoefend via een onderlinge verdeling van de exploitatierechten op territoriale basis; dat in het algemeen, wanneer een mededeling aan het publiek per satelliet met toestemming van een coproducent de waarde van de exploitatierechten van een andere coproducent aantast, die bestaande overeenkomst normaliter in die zin moet worden uitgelegd dat voor het verlenen van toestemming door de eerste coproducent voor de mededeling aan het publiek per satelliet de instemming van die andere coproducent vereist is; dat de taalexclusiviteit van die andere coproducent wordt aangetast indien de taalversie(s) van de mededeling aan het publiek, ook in geval van nasynchronisatie of ondertiteling van de versie, overeenkomt met de taal of de talen die in ruime kring verstaan worden op het grondgebied dat bij de overeenkomst aan die andere coproducent is toegewezen; dat het begrip "exclusiviteit" in ruimere zin dient te worden opgevat wanneer de mededeling aan het publiek per satelliet een werk betreft dat alleen uit beelden bestaat en geen dialogen of ondertitels bevat; dat er een duidelijke regel nodig is voor gevallen waarin de internationale coproduktieovereenkomst geen uitdrukkelijke regeling bevat voor de verdeling van de rechten in het specifieke geval van mededeling aan het publiek per satelliet in de zin van deze richtlijn;
(20) Whereas communications to the public by satellite from non-member countries will under certain conditions be deemed to occur within a Member State of the Community;
(20) Overwegende dat een mededeling aan het publiek per satelliet vanuit een derde land onder bepaalde voorwaarden zal worden geacht in een Lid-Staat van de Gemeenschap plaats te vinden;
(21) Whereas it is necessary to ensure that protection for authors, performers, producers of phonograms and broadcasting organizations is accorded in all Member States and that this protection is not subject to a statutory licence system; whereas only in this way is it possible to ensure that any difference in the level of protection within the common market will not create distortions of competition;
(21) Overwegende dat moet worden gewaarborgd dat in alle Lid-Staten aan auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties bescherming wordt verleend en dat die bescherming niet aan een stelsel van wettelijke licenties wordt onderworpen; dat alleen op die manier kan worden voorkomen dat mogelijke verschillen in beschermingsniveau binnen de gemeenschappelijke markt tot vervalsing van de mededinging leiden;
(22) Whereas the advent of new technologies is likely to have an impact on both the quality and the quantity of the exploitation of works and other subject matter;
(22) Overwegende dat de komst van nieuwe technologieën waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor zowel de kwaliteit en de kwantiteit van de exploitatie van werken als voor andere zaken;
(23) Whereas in the light of these developments the level of protection granted pursuant to this Directive to all rightholders in the areas covered by this Directive should remain under consideration;
(23) Overwegende dat, in het licht van deze ontwikkelingen, het niveau van de bescherming die aan alle rechthebbenden op de onder deze richtlijn vallende terreinen wordt geboden, in het oog moet worden gehouden;
(24) Whereas the harmonization of legislation envisaged in this Directive entails the harmonization of the provisions ensuring a high level of protection of authors, performers, phonogram producers and broadcasting organizations; whereas this harmonization should not allow a broadcasting organization to take advantage of differences in levels of protection by relocating activities, to the detriment of audiovisual productions;
(24) Overwegende dat de met deze richtlijn beoogde harmonisatie van de wetgeving de harmonisatie met zich brengt van de bepalingen die auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties een bescherming op hoog niveau waarborgen; dat ten gevolge van deze harmonisatie omroeporganisaties niet langer van verschillen in beschermingsniveau kunnen profiteren door hun activiteiten te verleggen, hetgeen nadelig is voor de audiovisuele produktie;
(25) Wheres the protection provided for rights related to copyright should be aligned on that contained in Council Directive 92/100/EEC of 19 November 1992 on rental right and lending right and on certain rights related to copyright in the field of intellectual property (5) for the purposes of communication to the public by satellite; whereas, in particular, this will ensure that peformers and phonogram producers are guaranteed an appropriate remuneration for the communication to the public by satellite of their performances or phonograms;
(25) Overwegende dat de bescherming van de naburige rechten voor wat de mededeling aan het publiek per satelliet betreft in overeenstemming moet worden gebracht met die waarin Richtlijn 92/100/EEG van de Raad van 19 november 1992 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (5) voorziet; dat er aldus met name voor wordt gezorgd dat uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen een passende vergoeding ontvangen voor de mededeling aan het publiek per satelliet van hun uitvoeringen of fonogrammen;
(26) Whereas the provisions of Article 4 do not prevent Member States from extending the presumption set out in Article 2 (5) of Directive 92/100/EEC to the exclusive rights referred to in Article 4; whereas, furthermore, the provisions of Article 4 do not prevent Member States from providing for a rebuttable presumption of the authoriztion of exploitation in respect of the exclusive rights of performers referred to in that Article, in so far as such presumption is compatible with the International Convention for the Protection of Performers, Producers of Phonograms and Broadcasting Organizations;
(26) Overwegende dat artikel 4 de Lid-Staten niet belet het in artikel 2, lid 5, van Richtlijn 92/100/EEG bedoelde vermoeden uit te breiden tot de uitsluitende rechten waarnaar in artikel 4 wordt verwezen; dat artikel 4 de Lid-Staten voorts niet belet te voorzien in een weerlegbaar vermoeden dat de exploitatie is toegestaan op grond van de in dat artikel neergelegde uitsluitende rechten van uitvoerende kunstenaars, mits dat vermoeden verenigbaar is met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties;
(27) Whereas the cable retransmission of programmes from other Member States is an act subject to copyright and, as the case may be, rights related to copyright; whereas the cable operator must, therefore, obtain the authorization from every holder of rights in each part of the programme retransmitted; whereas, pursuant to this Directive, the authorizations should be granted contractually unless a temporary exception is provided for in the case of existing legal licence schemes;
(27) Overwegende dat de doorgifte via de kabel van programma's uit andere Lid-Staten een handeling is die aan auteursrechten en, in voorkomend geval, aan naburige rechten onderworpen is; dat de kabelmaatschappij bijgevolg voor elk onderdeel van het programma dat zij doorgeeft, de toestemming van alle rechthebbenden moet verkrijgen; dat deze toestemming volgens de onderhavige richtlijn op contractuele basis moet worden verleend, tenzij er in een tijdelijke uitzondering is voorzien voor reeds bestaande stelsels van wettelijke licenties;
(28) Whereas, in order to ensure that the smooth operation of contractual arrangements is not called into question by the intervention of outsiders holding rights in individual parts of the programme, provision should be made, through the obligation to have recourse to a collecting society, for the exclusive collective exercise of the authorization right to the extent that this is required by the special features of cable retransmission; whereas the authorization right as such remains intact and only the exercise of this right is regulated to some extent, so that the right to authorize a cable retransmission can still be assigned; whereas this Directive does not affect the exercise of moral rights;
(28) Overwegende dat, om te voorkomen dat aan het soepel functioneren van contractuele regelingen afbreuk wordt gedaan door het verzet van buitenstaanders die houder zijn van rechten op bepaalde programmaonderdelen, door het verplicht stellen van de inschakeling van maatschappijen voor collectieve belangenbehartiging moet worden voorzien in een uitsluitend collectieve uitoefening van het toestemmingsrecht, voor zover zulks wegens de specificiteit van de doorgifte via de kabel noodzakelijk is; dat daarbij aan het toestemmingsrecht als zodanig niet mag worden geraakt en dat alleen de wijze van uitoefening van dat recht tot op zekere hoogte moet worden geregeld, zodat het recht om doorgifte via de kabel toe te staan, overdraagbaar blijft; dat deze richtlijn geen gevolgen heeft voor de uitoefening van morele rechten;
(29) Whereas the exemption provided for in Article 10 should not limit the choice of holders of rights to transfer their rights to a collecting society and thereby have a direct share in the remuneration paid by the cable distributor for cable retransmission;
(29) Overwegende dat de uitzonderingsbepaling in artikel 10 geen afbreuk doet aan de mogelijkheid voor rechthebbenden om hun rechten te laten uitoefenen door een maatschappij voor collectieve belangenbehartiging en zodoende een rechtstreeks aandeel te verkrijgen in de vergoeding die de kabelmaatschappij voor de doorgifte via de kabel betaalt;
(30) Whereas contractual arrangements regarding the authorization of cable retransmission should be promoted by additional measures; whereas a party seeking the conclusion of a general contract should, for its part, be obliged to submit collective proposals for an agreement; whereas, furthermore, any party shall be entitled, at any moment, to call upon the assistance of impartial mediators whose task is to assist negotiations and who may submit proposals; whereas any such proposals and any opposition thereto should be served on the parties concerned in accordance with the applicable rules concerning the service of legal documents, in particular as set out in existing international conventions; whereas, finally, it is necessary to ensure that the negotiations are not blocked without valid justification or that individual holders are not prevented without valid justification from taking part in the negotiations; whereas none of these measures for the promotion of the acquisition of rights calls into question the contractual nature of the acquisition of cable retransmission rights;
(30) Overwegende dat er bovendien aanvullende maatregelen moeten komen om contractuele regelingen betreffende de toestemming voor doorgifte via de kabel te bevorderen; dat de partij die wenst dat er een algemene overeenkomst wordt gesloten, harerzijds verplicht moet zijn daartoe een collectief aanbod te doen; dat voorts elke betrokken partij te allen tijde een beroep moet kunnen doen op onpartijdige bemiddelaars, die bijstand verlenen bij het voeren van onderhandelingen en voorstellen kunnen doen; dat dergelijke voorstellen en eventuele bezwaren daartegen aan de betrokken partijen moeten worden betekend overeenkomstig de toepasselijke regels inzake de betekening van juridische bescheiden, met name die welke krachtens bestaande internationale overeenkomsten van toepassing zijn; dat er ten slotte voor moet worden gezorgd dat de onderhandelingen niet zonder geldige reden worden gedwarsboomd of dat het individuele rechthebbenden niet zonder geldige reden wordt belet aan die onderhandelingen deel te nemen; dat geen van deze maatregelen ter bevordering van de verkrijging van de kabelrechten afbreuk doet aan het contractuele karakter van die verkrijging;
(31) Whereas for a transitional period Member States should be allowed to retain existing bodies with jurisdiction in their territory over cases where the right to retransmit a programme by cable to the public has been unreasonably refused or offered on unreasonable terms by a broadcasting organization; whereas it is understood that the right of parties concerned to be heard by the body should be guaranteed and that the existence of the body should not prevent the parties concerned from having normal access to the courts;
(31) Overwegende dat de Lid-Staten bestaande organen die op hun grondgebied bevoegd zijn om kennis te nemen van gevallen waarin het recht op doorgifte van een programma via de kabel aan het publiek door een omroeporganisatie op onredelijke gronden is geweigerd of op onredelijke voorwaarden is aangeboden, gedurende een overgangsperiode moeten kunnen handhaven; dat het recht van de betrokken partijen om door het orgaan gehoord te worden, gewaarborgd moet zijn en dat het bestaan van een dergelijk orgaan geen beletsel mag vormen voor de betrokken partijen om zich op normale wijze tot de rechter te wenden;
(32) Whereas, however, Community rules are not needed to deal with all of those matters, the effects of which perhaps with some commercially insignificant exceptions, are felt only inside the borders of a single Member State;
(32) Overwegende dat er evenwel geen communautaire regeling hoeft te komen voor al die kwesties waarvan de consequenties, behalve in een aantal commercieel te verwaarlozen uitzonderingsgevallen, slechts binnen de grenzen van één Lid-Staat merkbaar zijn;
(33) Whereas minimum rules should be laid down in order to establish and guarantee free and uninterrupted cross-border broadcasting by satellite and simultaneous, unaltered cable retransmission of programmes broadcast from other Member States, on an essentially contractual basis;
(33) Overwegende dat de nodige minimumregels moeten worden vastgesteld om de vrije, onbelemmerde uitzending van programma's per satelliet over de grenzen heen en de gelijktijdige, ongewijzigde doorgifte via de kabel van omroepprogramma's uit andere Lid-Staten op in beginsel contractuele grondslag te verwezenlijken en te waarborgen;
(34) Whereas this Directive should not prejudice further harmonization in the field of copyright and rights related to copyright and the collective administration of such rights; whereas the possibility for Member States to regulate the activities of collecting societies should not prejudice the freedom of contractual negotiation of the rights provided for in this Directive, on the understanding that such negotiation takes place within the framework of general or specific national rules with regard to competition law or the prevention of abuse of monopolies;
(34) Overwegende dat deze richtlijn niet in de weg staat aan verdere harmonisatie op het gebied van de auteursrechten, de naburige rechten en het collectieve beheer van dergelijke rechten; dat de aan de Lid-Staten gegeven mogelijkheid om de activiteiten van maatschappijen voor collectieve belangenbehartiging te regelen, de vrijheid van onderhandelingen over overeenkomsten ter zake van de in deze richtlijn toegekende rechten onverlet moet laten, mits die onderhandelingen plaatsvinden in het kader van algemene of specifieke nationale voorschriften inzake de mededingingsregels of de voorkoming van misbruik van monopolies;
(35) Whereas it should, therefore, be for the Member States to supplement the general provisions needed to achieve the objectives of this Directive by taking legislative and administrative measures in their domestic law, provided that these do not run counter to the objectives of this Directive and are compatible with Community law;
(35) Overwegende dat het derhalve aan de Lid-Staten moet worden overgelaten de algemene regeling die voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn noodzakelijk is, met nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan te vullen, mits deze niet tegen de met deze richtlijn beoogde doelstellingen indruisen en met het Gemeenschapsrecht verenigbaar zijn;
(36) Whereas this Directive does not affect the applicability of the competition rules in Articles 85 and 86 of the Treaty,
(36) Overwegende dat deze richtlijn de toepassing van de mededingingsregels van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag onverlet laat,
HAS ADOPTED THIS DIRECTIVE:
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
CHAPTER I DEFINITIONS
HOOFDSTUK I DEFINITIES
Article 1
Artikel 1
Definitions 1. For the purpose of this Directive, 'satellite' means any satellilte operating on frequency bands which, under telecommunications law, are reserved for the broadcast of signals for reception by the public or which are reserved for closed, point-to-point communication. In the latter case, however, the circumstances in which individual reception of the signals takes place must be comparable to those which apply in the first case.
Definities 1. In deze richtlijn wordt verstaan onder "satelliet": een satelliet die werkt op frequentiebanden die volgens het telecommunicatierecht alleen mogen worden gebruikt voor het uitzenden van signalen voor ontvangst door het publiek, of voor niet-openbare, individuele communicatie. In het laatste geval dient de individuele ontvangst van de signalen echter plaats te vinden onder omstandigheden die vergelijkbaar zijn met het eerste geval.
2. (a) For the purpose of this Directive, 'communication to the public by satellite' means the act of introducing, under the control and responsibility of the broadcasting organization, the programme-carrying signals intended for reception by the public into an uninterrupted chain of communication leading to the satellite and down towards the earth.
2. a) In deze richtlijn wordt verstaan onder "mededeling aan het publiek per satelliet": een handeling waarbij de programmadragende signalen voor ontvangst door het publiek onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt.
(b) The act of communication to the public by satellite occurs solely in the Member State where, under the control and responsibility of the broadcasting organization, the programme-carrying signals are introduced into an uninterrupted chain of communication leading to the satellite and down towards the earth.
b) De mededeling aan het publiek per satelliet, vindt slechts plaats in de Lid-Staat waar de programmadragende signalen onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt.
(c) If the programme-carrying signals are encrypted, then there is communication to the public by satellite on condition that the means for decrypting the broadcast are provided to the public by the broadcasting organization or with its consent.
c) Indien de programmadragende signalen in gecodeerde vorm worden uitgezonden, is er sprake van mededeling aan het publiek per satelliet wanneer de middelen voor het decoderen van de uitzending door of met toestemming van de omroeporganisatie ter beschikking van het publiek worden gesteld.
(d) Where an act of communication to the public by satellite occurs in a non-Community State which does not provide the level of protection provided for under Chapter II,
d) Indien de mededeling aan het publiek per satelliet plaatsvindt in een Staat die niet tot de Gemeenschap behoort en die niet het niveau van bescherming biedt waarin hoofdstuk II van deze richtlijn voorziet, wordt,
(i) if the programme-carrying signals are transmitted to the satellite from an uplink situation situated in a Member State, that act of communication to the public by satellite shall be deemed to have occurred in that Member State and the rights provided for under Chapter II shall be exercisable against the person operating the uplink station; or
i) indien de programmadragende signalen naar de satelliet worden doorgezonden vanuit een grondstation in een van de Lid-Staten, de mededeling aan het publiek per satelliet geacht in die Lid-Staat te hebben plaatsgevonden en kunnen de rechten bedoeld in hoofdstuk II worden uitgeoefend tegen de persoon die het grondstation exploiteert, of
(ii) if there is no use of an uplink station situated in a Member State but a broadcasting organization established in a Member State has commissioned the act of communication to the public by satellite, that act shall be deemed to have occured in the Member State in which the broadcasting organization has its principal establishment in the Community and the rights provided for under Chapter II shall be exercisable against the broadcasting organization.
ii) indien geen gebruik wordt gemaakt van een grondstation in een Lid-Staat, maar een in een Lid-Staat gevestigde omroeporganisatie opdracht heeft gegeven tot de mededeling aan het publiek per satelliet, die mededeling geacht te hebben plaatsgevonden in de Lid-Staat waar de omroeporganisatie haar hoofdvestiging binnen de Gemeenschap heeft, en kunnen de rechten bedoeld in hoofdstuk II worden uitgeoefend tegen de omroeporganisatie.
3. For the purposes of this Directive, 'cable retransmission' means the simultaneous, unaltered and unabridged retransmission by a cable or microwave system for reception by the public of an initial transmission from another Member State, by wire or over the air, including that by satellite, of television or radio programmes intended for reception by the public.
3. In deze richtlijn wordt verstaan onder "doorgifte via de kabel": de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte, door middel van een kabel- of microgolfsysteem, aan het publiek, van een eerste uitzending uit een andere Lid-Staat, al dan niet via de ether, ook per satelliet, van radio- of televisieprogramma's die voor ontvangst door het publiek bestemd zijn.
4. For the purposes of this Directive 'collecting society' means any organization which manages or administers copyright or rights related to copyright as its sole purpose or as one of its main purposes.
4. In deze richtlijn wordt verstaan onder "maatschappij voor collectieve belangenbehartiging": een organisatie die auteursrechten of naburige rechten als enig doel of als een van haar voornaamste doelstellingen waarneemt of administreert.
5. For the purposes of this Directive, the principal director of a cinematographic or audiovisual work shall be considered as its author or one of its authors. Member States may provide for others to be considered as its co-authors.
5. In deze richtlijn wordt de hoofdregisseur van een cinematografisch of audiovisueel werk beschouwd als de auteur of één van de auteurs. De Lid-Staten kunnen bepalen dat andere personen als co-auteur worden beschouwd.
CHAPTER II BROADCASTING OF PROGRAMMES BY SATELLITE
HOOFDSTUK II SATELLIETOMROEP
Article 2
Artikel 2
Broadcasting right Member States shall provide an exclusive right for the author to authorize the communication to the public by satellite of copyright works, subject to the provisions set out in this chapter.
Uitzendingsrecht Overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk kennen de Lid-Staten auteurs een uitsluitend recht toe de mededeling aan het publiek per satelliet van auteursrechtelijk beschermde werken toe te staan.
Article 3
Artikel 3
Acquisition of broadcasting rights 1. Member States shall ensure that the authorization referred to in Article 2 may be acquired only be agreement.
Toestemming voor uitzending 1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de in artikel 2 genoemde toestemming uitsluitend bij overeenkomst kan worden verkregen.
2. A Member State may provide that a collective agreement between a collecting society and a broadcasting organization concerning a given category of works may be extended to rightholders of the same category who are not represented by the collecting society, provided that:
2. De Lid-Staten mogen bepalen dat een collectieve overeenkomst tussen een maatschappij voor collectieve belangenbehartiging en een omroeporganisatie die voor een bepaalde categorie werken is gesloten, kan worden uitgebreid tot de rechthebbenden van die categorie die niet door die maatschappij worden vertegenwoordigd, op voorwaarde dat:
- the communication to the public by satellite simulcasts a terrestrial broadcast by the same broadcaster, and
- de mededeling aan het publiek per satelliet een gelijktijdige uitzending is van een gronduitzending door dezelfde omroeporganisatie, en
- the unrepresented rightholder shall, at any time, have the possibility of excluding the extension of the collective agreement to his works and of exercising his rights either individually or collectively.
- een niet vertegenwoordigde rechthebbende te allen tijde de uitbreiding van de collectieve overeenkomst tot zijn werken kan uitsluiten en zijn rechten individueel of collectief kan uitoefenen.
3. Paragraph 2 shall not apply to cinematographic works, including works created by a process analogous to cinematography.
3. Lid 2 is niet van toepassing op cinematografische werken, met inbegrip van werken die volgens een soortgelijk procédé als voor cinematografische werken tot stand zijn gebracht.
4. Where the law of a Member State provides for the extension of a collective agreement in accordance with the provisions of paragraph 2, that Member States shall inform the Commission which broadcasting organizations are entitled to avail themselves of that law. The Commission shall publish this information in the Official Journal of the European Communities (C series).
4. Indien een collectieve overeenkomst volgens de wettelijke regeling van een Lid-Staat overeenkomstig lid 2 kan worden uitgebreid, deelt deze Lid-Staat de Commissie mee welke omroeporganisaties gebruik mogen maken van deze wettelijke regeling. De Commissie maakt de lijst van deze omroeporganisaties bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (C-uitgave).
Article 4
Artikel 4
Rights of performers, phonogram producers and broadcasting organizations 1. For the purposes of communication to the public by satellite, the rights of performers, phonogram producers and broadcasting organizations shall be protected in accordance with the provisions of Articles 6, 7, 8 and 10 of Directive 92/100/EEC.
Rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties 1. Voor de mededeling aan het publiek per satelliet worden de rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties beschermd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6, 7, 8 en 10 van Richtlijn 92/100/EEG.
2. For the purposes of paragraph 1, 'broadcasting by wireless means' in Directive 92/100/EEC shall be understood as including communication to the public by satellite.
2. Voor de toepassing van lid 1 omvat de uitdrukking "uitzendingen via de ether" in Richtlijn 92/100/EEG ook de mededeling aan het publiek per satelliet.
3. With regard to the exercise of the rights referred to in paragraph 1, Articles 2 (7) and 12 of Directive 92/100/EEC shall apply.
3. Wat de uitoefening van de in lid 1 bedoelde rechten betreft, gelden artikel 2, lid 7, en artikel 12 van Richtlijn 92/100/EEG.
Article 5
Artikel 5
Relation between copyright and related rights Protection of copyright-related rights under this Directive shall leave intact and shall in no way affect the protection of copyright.
Relatie tussen het auteursrecht en de naburige rechten De in deze richtlijn geregelde bescherming van de naburige rechten laat de bescherming van het auteursrecht onverlet en heeft daar generlei invloed op.
Article 6
Artikel 6
Minimum protection 1. Member States may provide for more far-reaching protection for holders of rights related to copyright than that required by Article 8 of Directive 92/100/EEC.
Minimumbescherming 1. De Lid-Staten kunnen de houders van naburige rechten een ruimere bescherming bieden dan zij op grond van artikel 8 van Richtlijn 92/100/EEG verplicht zijn.
2. In applying paragraph 1 Member States shall observe the definitions contained in Article 1 (1) and (2).
2. Bij de toepassing van lid 1 nemen de Lid-Staten de definities in artikel 1, leden 1 en 2, in acht.
Article 7
Artikel 7
Transitional provisions 1. With regard to the application in time of the rights referred to in Article 4 (1) of this Directive, Article 13 (1), (2), (6) and (7) of Directive 92/100/EEC shall apply. Article 13 (4) and (5) of Directive 92/100/EEC shall apply mutatis mutandis.
Overgangsbepalingen 1. Voor de toepassing in de tijd van de rechten als bedoeld in artikel 4, lid 1, van deze richtlijn, is artikel 13, leden 1, 2, 6 en 7, van Richtlijn 92/100/EEG van toepassing. Artikel 13, leden 4 en 5, van Richtlijn 92/100/EEG is van overeenkomstige toepassing.
2. Agreements concerning the exploitation of works and other protected subject matter which are in force on the date mentioned in Article 14 (1) shall be subject to the provisions of Articles 1 (2), 2 and 3 as from 1 January 2000 if they expire after that date.
2. Voor overeenkomsten betreffende de exploitatie van werken en andere beschermde prestaties, die op de in artikel 14, lid 1, genoemde datum van kracht zijn, gelden vanaf 1 januari 2000 de bepalingen van artikel 1, lid 2, en de artikelen 2 en 3, indien deze overeenkomsten na die datum verstrijken.
3. When an international co-production agreement concluded before the date mentioned in Article 14 (1) between a co-producer from a Member State and one or more co-producers from other Member States or third countries expressly provides for a system of division of exploitation rights between the co-producers by geographical areas for all means of communication to the public, without distinguishing the arrangement applicable to communication to the public by satellite from the provisions applicable to the other means of communication, and where communication to the public by satellite of the co-production would prejudice the exclusivity, in particular the language exclusivity, of one of the co-producers or his assignees in a given territory, the authorization by one of the co-producers or his assignees for a communication to the public by satellite shall require the prior consent of the holder of that exclusivity, whether co-producer or assignee.
3. Indien een vóór de in artikel 14, lid 1, genoemde datum gesloten internationale coproduktieovereenkomst tussen een coproducent uit een Lid-Staat en een of meer coproducenten uit andere Lid-Staten of derde landen uitdrukkelijk voorziet in een regeling waarbij de exploitatierechten voor alle vormen van mededeling aan het publiek naar geografisch gebied tussen de coproducenten worden verdeeld, zonder dat de regeling die van toepassing is op de mededeling aan het publiek per satelliet onderscheiden wordt van de voorschriften die van toepassing zijn op de andere vormen van mededeling, en indien de mededeling van de coproduktie aan het publiek per satelliet de exclusiviteit, met name de taalexclusiviteit, van een van de coproducenten of van zijn rechtverkrijgenden op een bepaald grondgebied zou aantasten, is voor het verlenen van toestemming door een van de coproducenten of zijn rechtverkrijgenden voor een mededeling aan het publiek per satelliet de voorafgaande toestemming vereist van degene die recht op die exclusiviteit kan doen gelden, ongeacht of hij een coproducent dan wel een rechtverkrijgende is.
CHAPTER III CABLE RETRANSMISSION
HOOFDSTUK III DOORGIFTE VIA DE KABEL
Article 8
Artikel 8
Cable retransmission right 1. Member States shall ensure that when programmes from other Member States are retransmitted by cable in their territory the applicable copyright and related rights are observed and that such retransmission takes place on the basis of individual or collective contractual agreements between copyright owners, holders of related rights and cable operators.
Recht op doorgifte via de kabel 1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de doorgifte via de kabel van omroepuitzendingen uit andere Lid-Staten op hun grondgebied met inachtneming van de toepasselijke auteursrechten en naburige rechten geschiedt en op grond van individuele of collectieve contractuele regelingen tussen de auteursrechthebbenden, de houders van naburige rechten en de kabelmaatschappijen.
2. Notwithstanding paragraph 1, Member States may retain until 31 December 1997 such statutory licence systems which are in operation or expressly provided for by national law on 31 July 1991.
2. Onverminderd lid 1 kunnen de Lid-Staten de per 31 juli 1991 bestaande wettelijke licenties of de uitdrukkelijk in een nationale wet vastgelegde mogelijkheid tot invoering van dergelijke wettelijke licenties tot 31 december 1997 handhaven.
Article 9
Artikel 9
Exercise of the cable retransmission right 1. Member States shall ensure that the right of copyright owners and holders or related rights to grant or refuse authorization to a cable operator for a cable retransmission may be exercised only through a collecting society.
Uitoefening van het recht op doorgifte via de kabel 1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat het recht van auteursrechthebbenden en houders van naburige rechten om aan kabelmaatschappijen doorgifte via de kabel van een omroepuitzending toe te staan of te verbieden, uitsluitend door maatschappijen voor collectieve belangenbehartiging kan worden uitgeoefend.
2. Where a rightholder has not transferred the management of his rights to a collecting society, the collecting society which manages rights of the same category shall be deemed to be mandated to manage his rights. Where more than one collecting society manages rights of that category, the rightholder shall be free to choose which of those collecting societies is deemed to be mandated to manage his rights. A rightholder referred to in this paragraph shall have the same rights and obligations resulting from the agreement between the cable operator and the collecting society which is deemed to be mandated to manage his rights as the rightholders who have mandated that collecting society and he shall be able to claim those rights within a period, to be fixed by the Member State concerned, which shall not be shorter than three years from the date of the cable retransmission which includes his work or other protected subject matter.
2. Indien een rechthebbende het beheer van zijn rechten niet aan een maatschappij voor collectieve belangenbehartiging heeft opgedragen, wordt de maatschappij die rechten van dezelfde categorie beheert, geacht met het beheer van zijn rechten te zijn belast. Indien de rechten van die categorie door meer dan één maatschappij voor collectieve belangenbehartiging worden beheerd, staat het de rechthebbende vrij te kiezen welke van die maatschappijen geacht wordt zijn rechten te beheren. Voor rechthebbenden waarnaar in dit lid wordt verwezen, gelden dezelfde rechten en plichten uit de overeenkomst tussen de kabelmaatschappij en de maatschappij voor collectieve belangenbehartiging die geacht wordt met het beheer van hun rechten te zijn belast, als voor de rechthebbenden die het beheer van hun rechten hebben opgedragen aan deze maatschappij voor collectieve belangenbehartiging; zij kunnen die rechten doen gelden binnen een termijn die door de betrokken Lid-Staat wordt vastgesteld en die niet korter mag zijn dan drie jaar vanaf de datum van de doorgifte via de kabel van een uitzending die hun werk of een andere beschermde prestatie omvat.
3. A Member State may provide that, when a rightholder authorizes the initial transmission within its territory of a work or other protected subject matter, he shall be deemed to have agreed not to exercise his cable retransmission rights on an individual basis but to exercise them in accordance with the provisions of this Directive.
3. Een Lid-Staat kan bepalen dat, wanneer een rechthebbende de eerste uitzending van een werk of een andere beschermde prestatie op zijn grondgebied toestaat, hij geacht wordt te aanvaarden zijn rechten op doorgifte via de kabel niet op individuele basis, maar in overeenstemming met de bepalingen van deze richtlijn uit te oefenen.
Article 10
Artikel 10
Exercise of the cable retransmission right by broadcasting organizations Member States shall ensure that Article 9 does not apply to the rights exercised by a broadcasting organization in respect of its own transmission, irrespective of whether the rights concerned are its own or have been transferred to it by other copyright owners and/or holders of related rights.
Uitoefening door omroeporganisaties van het recht op doorgifte via de kabel De Lid-Staten dragen er zorg voor dat artikel 9 niet van toepassing is op de rechten die door een omroeporganisatie worden uitgeoefend met betrekking tot haar eigen uitzendingen, ongeacht of het om de eigen rechten van die organisatie gaat dan wel om rechten die haar door andere anteursrechthebbenden en/of houders van naburige rechten zijn overgedragen.
Article 11
Artikel 11
Mediators 1. Where no agreement is concluded regarding authorization of the cable retransmission of a broadcast. Member States shall ensure that either party may call upon the assistance of one or more mediators.
Bemiddelaars 1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat, wanneer geen overeenkomst wordt gesloten betreffende de toestemming voor doorgifte via de kabel van een omroepuitzending, elk der betrokkenen een beroep kan doen op een of meer bemiddelaars.
2. The task of the mediators shall be to provide assistance with negotiation. They may also submit proposals to the parties.
2. De bemiddelaars hebben tot taak bijstand te verlenen bij het voeren van onderhandelingen. Zij kunnen de betrokkenen eveneens voorstellen voorleggen.
3. It shall be assumed that all the parties accept a proposal as referred to in paragraph 2 if none of them expresses its opposition within a period of three months. Notice of the proposal and of any opposition thereto shall be served on the parties concerned in accordance with the applicable rules concerning the service of legal documents.
3. Wanneer geen van de betrokkenen binnen een termijn van drie maanden bezwaar aantekent, worden alle betrokkenen geacht het voorstel als bedoeld in lid 2 te aanvaarden. Het voorstel en het bezwaar daartegen worden aan de betrokkenen betekend overeenkomstig de toepasselijke regels inzake de betekening van juridische bescheiden.
4. The mediators shall be so selected that their independence and impartiality are beyond reasonable doubt.
4. De selectie van de bemiddelaars geschiedt zodanig dat over hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid in redelijkheid geen twijfel kan bestaan.
Article 12
Artikel 12
Prevention of the abuse of negotiating positions 1. Member States shall ensure by means of civil or administrative law, as appropriate, that the parties enter and conduct negotiations regarding authorization for cable retransmission in good faith and do not prevent or hinder negotiation without valid justification.
Voorkoming van misbruik van onderhandelingsposities 1. De Lid-Staten dragen er via civiel- of administratiefrechtelijke bepalingen, al naar gelang van het geval, zorg voor dat de betrokkenen de onderhandelingen over toestemming voor doorgifte via de kabel van omroepuitzendingen te goeder trouw aangaan en niet zonder geldige reden verhinderen of belemmeren.
2. A Member State which, on the date mentioned in Article 14 (1), has a body with jurisdiction in its territory over cases where the right to retransmit a programme by cable to the public in that Member State has been unreasonably refused or offered on unreasonable terms by a broadcasting organization may retain that body.
2. Een Lid-Staat die op de in artikel 14, lid 1, genoemde datum over een orgaan beschikt dat op zijn grondgebied bevoegd is kennis te nemen van gevallen waarin het recht op doorgifte van een programma via de kabel aan het publiek in die Lid-Staat door een omroeporganisatie op onredelijke gronden is geweigerd of op onredelijke voorwaarden is aangeboden, mag dat orgaan handhaven.
3. Paragraph 2 shall apply for a transitional period of eight years from the date mentioned in Article 14 (1).
3. Lid 2 is met ingang van de in artikel 14, lid 1, genoemde datum van toepassing voor een overgangsperiode van acht jaar.
CHAPTER IV GENERAL PROVISIONS
HOOFDSTUK IV ALGEMENE BEPALINGEN
Article 13
Artikel 13
Collective administration of rights This Directive shall be without prejudice to the regulation of the activities of collecting societies by the Member States.
Collectief beheer van rechten Deze richtlijn laat de wijze waarop de Lid-Staten de activiteiten van maatschappijen voor collectieve belangenbehartiging regelen, onverlet.
Article 14
Artikel 14
Final provisions 1. Member States shall bring into force the laws, regulations and administrative provisions necessary to comply with this Directive before 1 January 1995. They shall immediately inform the Commission thereof.
Slotbepalingen 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1995 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
When Member States adopt these measures, the latter shall contain a reference to this Directive or shall be accompanied by such reference at the time of their official publication. The methods of making such a reference shall be laid down by the Member States.
Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.
2. Member States shall communicate to the Commission the provisions of national law which they adopt in the field covered by this Directive.
2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mee, die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
3. Not later than 1 January 2000, the Commission shall submit to the European Parliament, the Council and the Economic and Social Committee a report on the application of this Directive and, if necessary, make further proposals to adapt it to developments in the audio and audiovisual sector.
3. Uiterlijk op 1 januari 2000 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze richtlijn, zo nodig vergezeld van voorstellen om de richtlijn aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen in de audio- en audiovisuele sector.
Article 15
Artikel 15
This Directive is addressed to the Member States.
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Done at Brussels, 27 September 1993.
Gedaan te Brussel, 27 september 1993.
For the Council
Voor de Raad
The President
De Voorzitter
R. URBAIN
R. URBAIN
(1) OJ No C 255, 1. 10. 1991, p. 3 and OJ No C 25, 28. 1. 1993, p. 43.
(1) PB nr. C 255 van 1. 10. 1991, blz. 3, en PB nr. C 25 van 28. 1. 1993, blz. 43.
(2) OJ No C 305, 23. 11. 1992, p. 129 and OJ No C 255, 20. 9. 1993.
(2) PB nr. C 305 van 23. 11. 1992, blz. 129, en PB nr. C 255 van 20. 9. 1993.
(3) OJ No C 98, 21. 4. 1992, p. 44.
(3) PB nr. C 98 van 21. 4. 1992, blz. 44.
(4) OJ No L 298, 17. 10. 1989, p. 23.
(4) PB nr. L 298 van 17. 10. 1989, blz. 23.
(5) OJ No L 346, 27. 11. 1992, p. 61.
(5) PB nr. L 346 van 27. 11. 1992, blz. 61.
Top


Managed by the Publications Office