Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
Directive 2003/88/EC of the European Parliament and of the Council
Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad
of 4 November 2003
van 4 november 2003
concerning certain aspects of the organisation of working time
betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd
THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL OF THE EUROPEAN UNION,
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Having regard to the Treaty establishing the European Community, and in particular Article 137(2) thereof,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 137, lid 2,
Having regard to the proposal from the Commission,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Having regard to the opinion of the European Economic and Social Committee(1),
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),
Having consulted the Committee of the Regions,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Acting in accordance with the procedure referred to in Article 251 of the Treaty(2),
Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(2),
Whereas:
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Council Directive 93/104/EC of 23 November 1993, concerning certain aspects of the organisation of working time(3), which lays down minimum safety and health requirements for the organisation of working time, in respect of periods of daily rest, breaks, weekly rest, maximum weekly working time, annual leave and aspects of night work, shift work and patterns of work, has been significantly amended. In order to clarify matters, a codification of the provisions in question should be drawn up.
(1) Richtlijn 93/104/EG van de Raad van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd(3), waarin de minimumvoorschriften worden vastgesteld inzake veiligheid en gezondheid op het gebied van de organisatie van de arbeidstijd met betrekking tot dagelijkse rusttijd, pauzes, wekelijkse rusttijd, maximale wekelijkse arbeidstijd en de jaarlijkse vakantie en aspecten van nacht- en ploegenarbeid en het werkrooster, is ingrijpend gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient derhalve tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.
(2) Article 137 of the Treaty provides that the Community is to support and complement the activities of the Member States with a view to improving the working environment to protect workers' health and safety. Directives adopted on the basis of that Article are to avoid imposing administrative, financial and legal constraints in a way which would hold back the creation and development of small and medium-sized undertakings.
(2) In artikel 137 van het Verdrag wordt bepaald dat de Gemeenschap het optreden van de lidstaten ter verbetering van met name het arbeidsmilieu ondersteunt en aanvult, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen. In op basis van dit artikel aangenomen richtlijnen moet worden vermeden zodanige administratieve, financiële en juridische verplichtingen op te leggen dat de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen daardoor kunnen worden gehinderd.
(3) The provisions of Council Directive 89/391/EEC of 12 June 1989 on the introduction of measures to encourage improvements in the safety and health of workers at work(4) remain fully applicable to the areas covered by this Directive without prejudice to more stringent and/or specific provisions contained herein.
(3) Het bepaalde in Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk(4), blijft ten volle van toepassing op de onder deze richtlijn vallende gebieden, onverminderd strengere en/of meer specifieke bepalingen die in deze richtlijn zijn vervat.
(4) The improvement of workers' safety, hygiene and health at work is an objective which should not be subordinated to purely economic considerations.
(4) De verbetering van de veiligheid, de hygiëne en de gezondheid van de werknemers op het werk is een doelstelling die niet aan overwegingen van zuiver economische aard ondergeschikt mag worden gemaakt.
(5) All workers should have adequate rest periods. The concept of "rest" must be expressed in units of time, i.e. in days, hours and/or fractions thereof. Community workers must be granted minimum daily, weekly and annual periods of rest and adequate breaks. It is also necessary in this context to place a maximum limit on weekly working hours.
(5) Voor alle werknemers moeten passende rusttijden gelden. Het begrip "rusttijd" moet worden uitgedrukt in tijdseenheden, dat wil zeggen in dagen, uren en/of delen daarvan. De werknemers in de Gemeenschap moeten - dagelijkse, wekelijkse en jaarlijkse - minimumrusttijden en voldoende pauzes genieten. In dit verband dient ook een maximale duur voor de werkweek te worden vastgesteld.
(6) Account should be taken of the principles of the International Labour Organisation with regard to the organisation of working time, including those relating to night work.
(6) Er moet rekening worden gehouden met de beginselen van de Internationale Arbeidsorganisatie ter zake van de organisatie van de arbeidstijd, met inbegrip van de beginselen op het gebied van nachtarbeid.
(7) Research has shown that the human body is more sensitive at night to environmental disturbances and also to certain burdensome forms of work organisation and that long periods of night work can be detrimental to the health of workers and can endanger safety at the workplace.
(7) Onderzoek heeft uitgewezen dat het menselijk organisme 's nachts gevoeliger is voor verstoringen van het milieu en voor bepaalde belastende vormen van arbeidsorganisatie en dat lange perioden van nachtarbeid schadelijk voor de gezondheid van de werknemers zijn en hun veiligheid op het werk in gevaar kunnen brengen.
(8) There is a need to limit the duration of periods of night work, including overtime, and to provide for employers who regularly use night workers to bring this information to the attention of the competent authorities if they so request.
(8) De duur van de nachtarbeid, met inbegrip van overwerk, moet worden beperkt en er moet worden bepaald dat de werkgevers die regelmatig gebruikmaken van nachtarbeiders, de bevoegde autoriteiten op hun verzoek daarvan kennis geven.
(9) It is important that night workers should be entitled to a free health assessment prior to their assignment and thereafter at regular intervals and that whenever possible they should be transferred to day work for which they are suited if they suffer from health problems.
(9) Het is van belang dat nachtarbeiders, alvorens zij bij nachtarbeid worden ingezet en daarna op gezette tijden, recht hebben op een gratis medische keuring en dat zij bij gezondheidsproblemen, voorzover mogelijk, passend dagwerk krijgen.
(10) The situation of night and shift workers requires that the level of safety and health protection should be adapted to the nature of their work and that the organisation and functioning of protection and prevention services and resources should be efficient.
(10) De situatie van nachtarbeiders en werknemers in ploegendienst ten aanzien van hun veiligheid en gezondheid vereist een op de aard van het werk afgestemde bescherming en de beschermende en preventieve diensten en voorzieningen moeten doeltreffend zijn qua organisatie en werking.
(11) Specific working conditions may have detrimental effects on the safety and health of workers. The organisation of work according to a certain pattern must take account of the general principle of adapting work to the worker.
(11) Sommige arbeidspatronen kunnen schadelijke gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers hebben. Bij de organisatie van het werk volgens een bepaald rooster dient rekening te worden gehouden met het algemene beginsel van de aanpassing van de arbeid aan de mens.
(12) A European Agreement in respect of the working time of seafarers has been put into effect by means of Council Directive 1999/63/EC of 21 June 1999 concerning the Agreement on the organisation of working time of seafarers concluded by the European Community Shipowners' Association (ECSA) and the Federation of Transport Workers' Unions in the European Union (FST)(5) based on Article 139(2) of the Treaty. Accordingly, the provisions of this Directive should not apply to seafarers.
(12) Een Europese overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden is in werking gesteld door middel van Richtlijn 1999/63/EG van de Raad van 21 juni 1999 inzake de Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie (FST)(5) op grond van artikel 139, lid 2, van het Verdrag. Bijgevolg dienen de bepalingen van de onderhavige richtlijn niet op zeevarenden van toepassing te zijn.
(13) In the case of those "share-fishermen" who are employees, it is for the Member States to determine, pursuant to this Directive, the conditions for entitlement to, and granting of, annual leave, including the arrangements for payments.
(13) Het is aan de lidstaten om overeenkomstig deze richtlijn vast te stellen onder welke voorwaarden deelvissers in dienstverband recht hebben op jaarlijkse vakantie en op welke wijze de toekenning en de vergoeding daarvan worden geregeld.
(14) Specific standards laid down in other Community instruments relating, for example, to rest periods, working time, annual leave and night work for certain categories of workers should take precedence over the provisions of this Directive.
(14) Meer specifieke voorschriften die in andere communautaire besluiten zijn vastgesteld voor bijvoorbeeld rusttijden, arbeidstijd, jaarlijkse vakantie en nachtarbeid van bepaalde categorieën werknemers, moeten prevaleren boven de bepalingen van deze richtlijn.
(15) In view of the question likely to be raised by the organisation of working time within an undertaking, it appears desirable to provide for flexibility in the application of certain provisions of this Directive, whilst ensuring compliance with the principles of protecting the safety and health of workers.
(15) Gelet op de problematiek in verband met de organisatie van de arbeidstijd, dient in enige soepelheid bij de toepassing van sommige bepalingen van deze richtlijn te worden voorzien, maar dienen daarbij de beginselen van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers in acht te worden genomen.
(16) It is necessary to provide that certain provisions may be subject to derogations implemented, according to the case, by the Member States or the two sides of industry. As a general rule, in the event of a derogation, the workers concerned must be given equivalent compensatory rest periods.
(16) Er dient te worden bepaald dat van sommige bepalingen van deze richtlijn naar gelang van het geval kan worden afgeweken door de lidstaten of de sociale partners. De betrokken werknemers moeten bij afwijkingen in het algemeen gelijkwaardige compenserende rusttijden worden geboden.
(17) This Directive should not affect the obligations of the Member States concerning the deadlines for transposition of the Directives set out in Annex I, part B,
(17) Deze richtlijn dient geen afbreuk te doen aan de verplichtingen van de lidstaten wat betreft de in bijlage I, deel B, vervatte termijnen voor omzetting van de richtlijnen,
HAVE ADOPTED THIS DIRECTIVE:
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
CHAPTER 1
HOOFDSTUK 1
SCOPE AND DEFINITIONS
TOEPASSINGSGEBIED - DEFINITIES
Article 1
Artikel 1
Purpose and scope
Doel en toepassingsgebied
1. This Directive lays down minimum safety and health requirements for the organisation of working time.
1. Deze richtlijn bepaalt minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het gebied van de organisatie van de arbeidstijd.
2. This Directive applies to:
2. Deze richtlijn is van toepassing op:
(a) minimum periods of daily rest, weekly rest and annual leave, to breaks and maximum weekly working time; and
a) de minimale dagelijkse en wekelijkse rusttijden en de minimale jaarlijkse vakantie, alsmede op de pauzes en de maximale wekelijkse arbeidstijd, en
(b) certain aspects of night work, shift work and patterns of work.
b) bepaalde aspecten van nacht- en ploegenarbeid en van het werkrooster.
3. This Directive shall apply to all sectors of activity, both public and private, within the meaning of Article 2 of Directive 89/391/EEC, without prejudice to Articles 14, 17, 18 and 19 of this Directive.
3. Onverminderd de artikelen 14, 17, 18 en 19 is deze richtlijn van toepassing op alle particuliere of openbare sectoren in de zin van artikel 2 van Richtlijn 89/391/EEG.
This Directive shall not apply to seafarers, as defined in Directive 1999/63/EC without prejudice to Article 2(8) of this Directive.
Onverminderd artikel 2, punt 8, is deze richtlijn niet van toepassing op zeevarenden als omschreven in Richtlijn 1999/63/EG.
4. The provisions of Directive 89/391/EEC are fully applicable to the matters referred to in paragraph 2, without prejudice to more stringent and/or specific provisions contained in this Directive.
4. Het bepaalde in Richtlijn 89/391/EEG is ten volle van toepassing op de in lid 2 bedoelde aangelegenheden, onverminderd strengere en/of meer specifieke bepalingen die in deze richtlijn zijn vervat.
Article 2
Artikel 2
Definitions
Definities
For the purposes of this Directive, the following definitions shall apply:
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. "working time" means any period during which the worker is working, at the employer's disposal and carrying out his activity or duties, in accordance with national laws and/or practice;
1. arbeidstijd: de tijd waarin de werknemer werkzaam is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn werkzaamheden of functie uitoefent, overeenkomstig de nationale wetten en/of gebruiken;
2. "rest period" means any period which is not working time;
2. rusttijd: de tijd die geen arbeidstijd is;
3. "night time" means any period of not less than seven hours, as defined by national law, and which must include, in any case, the period between midnight and 5.00;
3. nachttijd: een tijdvak van ten minste zeven uren, als vastgesteld bij de nationale wetgeving, dat in ieder geval de periode tussen vierentwintig uur en vijf uur omvat;
4. "night worker" means:
4. nachtarbeider:
(a) on the one hand, any worker, who, during night time, works at least three hours of his daily working time as a normal course; and
a) enerzijds, een werknemer die normaal gedurende ten minste drie uren van zijn dagelijkse arbeidstijd werkzaam is binnen de nachttijd;
(b) on the other hand, any worker who is likely during night time to work a certain proportion of his annual working time, as defined at the choice of the Member State concerned:
b) anderzijds, een werknemer die gedurende een bepaald gedeelte van zijn jaarlijkse arbeidstijd binnen de nachttijd werkzaam kan zijn, als vastgesteld, naar keuze van de betrokken lidstaat, bij:
(i) by national legislation, following consultation with the two sides of industry; or
i) de nationale wetgeving na raadpleging van de sociale partners, of
(ii) by collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry at national or regional level;
ii) collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners op nationaal of regionaal niveau;
5. "shift work" means any method of organising work in shifts whereby workers succeed each other at the same work stations according to a certain pattern, including a rotating pattern, and which may be continuous or discontinuous, entailing the need for workers to work at different times over a given period of days or weeks;
5. ploegenarbeid: een regeling van de arbeid in ploegen, waarbij de werknemers na elkaar op dezelfde werkplek werken, volgens een bepaald rooster, ook bij toerbeurt en al dan niet continu, met als gevolg dat de werknemers over een bepaalde periode van dagen of weken op verschillende tijden moeten werken;
6. "shift worker" means any worker whose work schedule is part of shift work;
6. werknemer in ploegendienst: een werknemer die volgens een ploegendienstrooster werkt;
7. "mobile worker" means any worker employed as a member of travelling or flying personnel by an undertaking which operates transport services for passengers or goods by road, air or inland waterway;
7. mobiele werknemer: een werknemer die als lid van het rijdend, varend of vliegend personeel in dienst is van een bedrijf dat diensten verricht voor het vervoer van passagiers of goederen over de weg, in de lucht of in de binnenvaart;
8. "offshore work" means work performed mainly on or from offshore installations (including drilling rigs), directly or indirectly in connection with the exploration, extraction or exploitation of mineral resources, including hydrocarbons, and diving in connection with such activities, whether performed from an offshore installation or a vessel;
8. offshorewerkzaamheden: werkzaamheden die hoofdzakelijk op of vanaf offshore-installaties (waaronder boortorens) worden verricht en die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de exploratie, winning of exploitatie van minerale hulpbronnen, met inbegrip van koolwaterstoffen, alsmede duikwerkzaamheden uitgevoerd vanaf een offshore-installatie of een vaartuig in verband met dergelijke werkzaamheden;
9. "adequate rest" means that workers have regular rest periods, the duration of which is expressed in units of time and which are sufficiently long and continuous to ensure that, as a result of fatigue or other irregular working patterns, they do not cause injury to themselves, to fellow workers or to others and that they do not damage their health, either in the short term or in the longer term.
9. passende rusttijd: regelmatige, in tijdseenheden uitgedrukte rustperioden die voldoende lang en ononderbroken zijn om ervoor te zorgen dat de werknemers als gevolg van vermoeidheid wegens lange werktijden of andere onregelmatige werkroosters geen letsel toebrengen aan zichzelf, hun collega's of anderen en hun gezondheid op korte of op lange termijn niet schaden.
CHAPTER 2
HOOFDSTUK 2
MINIMUM REST PERIODS - OTHER ASPECTS OF THE ORGANISATION OF WORKING TIME
MINIMUMRUSTTIJDEN - ANDERE ASPECTEN VAN DE ORGANISATIE VAN DE ARBEIDSTIJD
Article 3
Artikel 3
Daily rest
Dagelijkse rusttijd
Member States shall take the measures necessary to ensure that every worker is entitled to a minimum daily rest period of 11 consecutive hours per 24-hour period.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat alle werknemers in elk tijdvak van vierentwintig uur een rusttijd van ten minste elf aaneengesloten uren genieten.
Article 4
Artikel 4
Breaks
Pauzes
Member States shall take the measures necessary to ensure that, where the working day is longer than six hours, every worker is entitled to a rest break, the details of which, including duration and the terms on which it is granted, shall be laid down in collective agreements or agreements between the two sides of industry or, failing that, by national legislation.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat alle werknemers, wanneer de dagelijkse arbeidstijd meer dan zes uren bedraagt, een pauze hebben waarvan de praktische details, met name de duur en de voorwaarden voor de toekenning, worden vastgesteld bij collectieve overeenkomst of bedrijfsakkoord tussen de sociale partners of, bij ontstentenis daarvan, bij de nationale wetgeving.
Article 5
Artikel 5
Weekly rest period
Wekelijkse rusttijd
Member States shall take the measures necessary to ensure that, per each seven-day period, every worker is entitled to a minimum uninterrupted rest period of 24 hours plus the 11 hours' daily rest referred to in Article 3.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat alle werknemers voor elk tijdvak van zeven dagen een ononderbroken minimumrusttijd van vierentwintig uren genieten waaraan de in artikel 3 bedoelde elf uren dagelijkse rusttijd worden toegevoegd.
If objective, technical or work organisation conditions so justify, a minimum rest period of 24 hours may be applied.
Indien objectieve, technische of arbeidsorganisatorische omstandigheden dit rechtvaardigen, kan voor een minimumrusttijd van vierentwintig uren worden gekozen.
Article 6
Artikel 6
Maximum weekly working time
Maximale wekelijkse arbeidstijd
Member States shall take the measures necessary to ensure that, in keeping with the need to protect the safety and health of workers:
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat in verband met de noodzakelijke bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers:
(a) the period of weekly working time is limited by means of laws, regulations or administrative provisions or by collective agreements or agreements between the two sides of industry;
a) de wekelijkse arbeidstijd via wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of via collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners wordt beperkt;
(b) the average working time for each seven-day period, including overtime, does not exceed 48 hours.
b) de gemiddelde arbeidstijd in elk tijdvak van zeven dagen, inclusief overwerk, niet meer dan achtenveertig uren bedraagt.
Article 7
Artikel 7
Annual leave
Jaarlijkse vakantie
1. Member States shall take the measures necessary to ensure that every worker is entitled to paid annual leave of at least four weeks in accordance with the conditions for entitlement to, and granting of, such leave laid down by national legislation and/or practice.
1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat aan alle werknemers jaarlijks een vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken wordt toegekend, overeenkomstig de in de nationale wetten en/of gebruiken geldende voorwaarden voor het recht op en de toekenning van een dergelijke vakantie.
2. The minimum period of paid annual leave may not be replaced by an allowance in lieu, except where the employment relationship is terminated.
2. De minimumperiode van de jaarlijkse vakantie met behoud van loon kan niet door een financiële vergoeding worden vervangen, behalve in geval van beëindiging van het dienstverband.
CHAPTER 3
HOOFDSTUK 3
NIGHT WORK - SHIFT WORK - PATTERNS OF WORK
NACHTARBEID - PLOEGENARBEID - WERKROOSTER
Article 8
Artikel 8
Length of night work
Duur van de nachtarbeid
Member States shall take the measures necessary to ensure that:
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat:
(a) normal hours of work for night workers do not exceed an average of eight hours in any 24-hour period;
a) de normale arbeidstijd voor nachtarbeiders gemiddeld niet langer is dan acht uren per tijdvak van vierentwintig uur;
(b) night workers whose work involves special hazards or heavy physical or mental strain do not work more than eight hours in any period of 24 hours during which they perform night work.
b) nachtarbeiders wier werk bijzondere risico's dan wel grote lichamelijke of geestelijke spanningen met zich meebrengt, niet langer werken dan acht uren in een periode van vierentwintig uur waarin zij nachtarbeid verrichten.
For the purposes of point (b), work involving special hazards or heavy physical or mental strain shall be defined by national legislation and/or practice or by collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry, taking account of the specific effects and hazards of night work.
Voor de toepassing van punt b) wordt arbeid die bijzondere riciso's dan wel grote lichamelijke of geestelijke spanningen met zich meebrengt, gedefinieerd in de nationale wetten en/of gebruiken of in collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners, met inachtneming van de specifieke effecten en risico's van nachtarbeid.
Article 9
Artikel 9
Health assessment and transfer of night workers to day work
Medische keuring en overgang van nachtarbeiders naar dagwerk
1. Member States shall take the measures necessary to ensure that:
1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat:
(a) night workers are entitled to a free health assessment before their assignment and thereafter at regular intervals;
a) nachtarbeiders, alvorens zij bij nachtarbeid worden ingezet en daarna op gezette tijden, recht hebben op een gratis medische keuring;
(b) night workers suffering from health problems recognised as being connected with the fact that they perform night work are transferred whenever possible to day work to which they are suited.
b) nachtarbeiders met gezondheidsproblemen waarvan vaststaat dat deze verband houden met de nachtarbeid, waar mogelijk passend dagwerk krijgen.
2. The free health assessment referred to in paragraph 1(a) must comply with medical confidentiality.
2. Bij de in lid 1, onder a), bedoelde gratis medische keuring moet het medisch geheim worden gerespecteerd.
3. The free health assessment referred to in paragraph 1(a) may be conducted within the national health system.
3. De in lid 1, onder a), bedoelde gratis medische keuring kan deel uitmaken van de nationale gezondheidszorg.
Article 10
Artikel 10
Guarantees for night-time working
Garanties voor nachtarbeid
Member States may make the work of certain categories of night workers subject to certain guarantees, under conditions laid down by national legislation and/or practice, in the case of workers who incur risks to their safety or health linked to night-time working.
De lidstaten kunnen de arbeid van bepaalde categorieën nachtarbeiders die bij hun werk in nachttijd een veiligheids- of gezondheidsrisico lopen, op bepaalde, in de nationale wetten en/of gebruiken vastgestelde voorwaarden, afhankelijk stellen van bepaalde garanties.
Article 11
Artikel 11
Notification of regular use of night workers
Kennisgeving wanneer regelmatig gebruik wordt gemaakt van nachtarbeiders
Member States shall take the measures necessary to ensure that an employer who regularly uses night workers brings this information to the attention of the competent authorities if they so request.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat werkgevers die regelmatig gebruikmaken van nachtarbeiders, de bevoegde autoriteiten daarvan op hun verzoek in kennis stellen.
Article 12
Artikel 12
Safety and health protection
Bescherming op het gebied van veiligheid en gezondheid
Member States shall take the measures necessary to ensure that:
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat:
(a) night workers and shift workers have safety and health protection appropriate to the nature of their work;
a) nachtarbeiders en werknemers in ploegendienst ten aanzien van hun veiligheid en gezondheid een mate van bescherming genieten die op de aard van hun werk is afgestemd;
(b) appropriate protection and prevention services or facilities with regard to the safety and health of night workers and shift workers are equivalent to those applicable to other workers and are available at all times.
b) de passende beschermings- en preventiediensten of -voorzieningen voor de veiligheid en de gezondheid van nachtarbeiders en werknemers in ploegendienst gelijkwaardig zijn aan die welke voor andere werknemers gelden, en steeds ter beschikking staan.
Article 13
Artikel 13
Pattern of work
Werkrooster
Member States shall take the measures necessary to ensure that an employer who intends to organise work according to a certain pattern takes account of the general principle of adapting work to the worker, with a view, in particular, to alleviating monotonous work and work at a predetermined work-rate, depending on the type of activity, and of safety and health requirements, especially as regards breaks during working time.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat werkgevers die voornemens zijn de werkzaamheden volgens een bepaald rooster in te delen, vooral wat de pauzes tijdens de arbeidstijd betreft, rekening houden met het algemene beginsel van de aanpassing van de arbeid aan de mens, met name teneinde monotone en tempogebonden arbeid, afhankelijk van het soort werk en de veiligheids- en gezondheidseisen, te verlichten.
CHAPTER 4
HOOFDSTUK 4
MISCELLANEOUS PROVISIONS
DIVERSE BEPALINGEN
Article 14
Artikel 14
More specific Community provisions
Meer specifieke Gemeenschapsvoorschriften
This Directive shall not apply where other Community instruments contain more specific requirements relating to the organisation of working time for certain occupations or occupational activities.
De bepalingen van deze richtlijn gelden niet wanneer andere communautaire besluiten meer specifieke voorschriften inzake de organisatie van de arbeidstijd voor bepaalde beroepen of beroepswerkzaamheden bevatten.
Article 15
Artikel 15
More favourable provisions
Gunstiger bepalingen
This Directive shall not affect Member States' right to apply or introduce laws, regulations or administrative provisions more favourable to the protection of the safety and health of workers or to facilitate or permit the application of collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry which are more favourable to the protection of the safety and health of workers.
Deze richtlijn staat er niet aan in de weg dat de lidstaten wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen toepassen of invoeren die gunstiger zijn voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, dan wel de toepassing bevorderen of mogelijk maken van collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners die gunstiger zijn voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.
Article 16
Artikel 16
Reference periods
Referentieperioden
Member States may lay down:
De lidstaten mogen een referentieperiode vaststellen die:
(a) for the application of Article 5 (weekly rest period), a reference period not exceeding 14 days;
a) voor de toepassing van artikel 5 (wekelijkse rusttijd), niet langer is dan veertien dagen;
(b) for the application of Article 6 (maximum weekly working time), a reference period not exceeding four months.
b) voor de toepassing van artikel 6 (maximale wekelijkse arbeidstijd), niet langer is dan vier maanden.
The periods of paid annual leave, granted in accordance with Article 7, and the periods of sick leave shall not be included or shall be neutral in the calculation of the average;
De perioden van overeenkomstig artikel 7 toegekende jaarlijkse vakantie en de perioden van ziekteverlof worden niet meegerekend of zijn neutraal voor de berekening van het gemiddelde;
(c) for the application of Article 8 (length of night work), a reference period defined after consultation of the two sides of industry or by collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry at national or regional level.
c) voor de toepassing van artikel 8 (duur van de nachtarbeid), is vastgesteld na raadpleging van de sociale partners of in collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden op nationaal of regionaal niveau tussen de sociale partners.
If the minimum weekly rest period of 24 hours required by Article 5 falls within that reference period, it shall not be included in the calculation of the average.
Indien de bij artikel 5 vereiste wekelijkse minimumrusttijd van vierentwintig uren in de referentieperiode valt, wordt daarmee geen rekening gehouden voor de berekening van het gemiddelde.
CHAPTER 5
HOOFDSTUK 5
DEROGATIONS AND EXCEPTIONS
AFWIJKINGEN EN UITZONDERINGEN
Article 17
Artikel 17
Derogations
Afwijkingen
1. With due regard for the general principles of the protection of the safety and health of workers, Member States may derogate from Articles 3 to 6, 8 and 16 when, on account of the specific characteristics of the activity concerned, the duration of the working time is not measured and/or predetermined or can be determined by the workers themselves, and particularly in the case of:
1. Met inachtneming van de algemene beginselen inzake de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, kunnen de lidstaten afwijken van de artikelen 3 tot en met 6, 8 en 16, wanneer de duur van de arbeidstijd wegens de bijzondere kenmerken van de verrichte werkzaamheid niet wordt gemeten en/of vooraf bepaald, of door de werknemers zelf kan worden bepaald, en met name wanneer het gaat om:
(a) managing executives or other persons with autonomous decision-taking powers;
a) leidinggevend personeel of andere personen met een autonome beslissingsbevoegdheid;
(b) family workers; or
b) arbeidskrachten in gezins- of familieverband;
(c) workers officiating at religious ceremonies in churches and religious communities.
c) werknemers die in kerken en religieuze gemeenschappen de eredienst verzorgen.
2. Derogations provided for in paragraphs 3, 4 and 5 may be adopted by means of laws, regulations or administrative provisions or by means of collective agreements or agreements between the two sides of industry provided that the workers concerned are afforded equivalent periods of compensatory rest or that, in exceptional cases in which it is not possible, for objective reasons, to grant such equivalent periods of compensatory rest, the workers concerned are afforded appropriate protection.
2. Mits de betrokken werknemers gelijkwaardige compenserende rusttijden worden geboden of, in de uitzonderlijke gevallen waarin dit op objectieve gronden niet mogelijk is, een passende bescherming, kunnen bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, bij collectieve overeenkomst of bedrijfsakkoord tussen de sociale partners de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde afwijkingen worden vastgesteld.
3. In accordance with paragraph 2 of this Article derogations may be made from Articles 3, 4, 5, 8 and 16:
3. Overeenkomstig lid 2 van dit artikel worden afwijkingen van de artikelen 3, 4, 5, 8 en 16 toegestaan:
(a) in the case of activities where the worker's place of work and his place of residence are distant from one another, including offshore work, or where the worker's different places of work are distant from one another;
a) voor werkzaamheden waarbij de arbeidsplaats en de woonplaats van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn - waaronder offshorewerkzaamheden - of waarbij de verschillende arbeidsplaatsen van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn;
(b) in the case of security and surveillance activities requiring a permanent presence in order to protect property and persons, particularly security guards and caretakers or security firms;
b) voor bewakings-, surveillance- en wachtdiensten die verband houden met de noodzakelijke bescherming van goederen en personen, met name wanneer het gaat om bewakers, conciërges of bewakingsfirma's;
(c) in the case of activities involving the need for continuity of service or production, particularly:
c) voor werkzaamheden waarbij de continuïteit van de dienst of de productie moet worden gewaarborgd, met name in geval van:
(i) services relating to the reception, treatment and/or care provided by hospitals or similar establishments, including the activities of doctors in training, residential institutions and prisons;
i) diensten in verband met opvang, behandeling en/of verzorging in ziekenhuizen of soortgelijke instellingen, waaronder de activiteiten van artsen in opleiding, tehuizen en gevangenissen,
(ii) dock or airport workers;
ii) haven- en luchthavenpersoneel,
(iii) press, radio, television, cinematographic production, postal and telecommunications services, ambulance, fire and civil protection services;
iii) pers, radio, televisie, filmproductie, post en telecommunicatie, diensten van ambulances, brandweer en civiele bescherming,
(iv) gas, water and electricity production, transmission and distribution, household refuse collection and incineration plants;
iv) gas-, water- en elektriciteitsproductie en -voorziening, huisvuilophaaldiensten of verbrandingsinstallaties,
(v) industries in which work cannot be interrupted on technical grounds;
v) bedrijven waar het arbeidsproces om technische redenen niet kan worden onderbroken,
(vi) research and development activities;
vi) onderzoek- en ontwikkelingswerkzaamheden,
(vii) agriculture;
vii) landbouw,
(viii) workers concerned with the carriage of passengers on regular urban transport services;
viii) werknemers die werkzaam zijn in het geregeld stedelijk personenvervoer;
(d) where there is a foreseeable surge of activity, particularly in:
d) in geval van te verwachten toename van het werk, met name:
(i) agriculture;
i) in de landbouw,
(ii) tourism;
ii) in het toerisme,
(iii) postal services;
iii) bij de posterijen;
(e) in the case of persons working in railway transport:
e) voor het spoorwegpersoneel:
(i) whose activities are intermittent;
i) met onregelmatige werkzaamheden,
(ii) who spend their working time on board trains; or
ii) dat zijn arbeidstijd aan boord van treinen doorbrengt, of
(iii) whose activities are linked to transport timetables and to ensuring the continuity and regularity of traffic;
iii) met werkzaamheden die samenhangen met de dienstregeling en die de continuïteit en stiptheid van het spoorwegverkeer verzekeren;
(f) in the circumstances described in Article 5(4) of Directive 89/391/EEC;
f) in de in artikel 5, lid 4, van Richtlijn 89/391/EEG bedoelde omstandigheden;
(g) in cases of accident or imminent risk of accident.
g) in geval van ongeval of dreigend ongeval.
4. In accordance with paragraph 2 of this Article derogations may be made from Articles 3 and 5:
4. Overeenkomstig lid 2 van dit artikel worden afwijkingen van de artikelen 3 en 5 toegestaan:
(a) in the case of shift work activities, each time the worker changes shift and cannot take daily and/or weekly rest periods between the end of one shift and the start of the next one;
a) voor ploegenarbeid, telkens wanneer de werknemer van ploeg verandert en tussen het eind van de ene dienst en het begin van de volgende geen dagelijkse en/of wekelijkse rusttijd kan genieten;
(b) in the case of activities involving periods of work split up over the day, particularly those of cleaning staff.
b) bij werkzaamheden waarbij de arbeidstijd over de dag is opgesplitst, inzonderheid het werk van schoonmaakpersoneel.
5. In accordance with paragraph 2 of this Article, derogations may be made from Article 6 and Article 16(b), in the case of doctors in training, in accordance with the provisions set out in the second to the seventh subparagraphs of this paragraph.
5. Overeenkomstig lid 2 van dit artikel kunnen afwijkingen van artikel 6 en artikel 16, onder b), worden toegestaan in het geval van artsen in opleiding, zulks overeenkomstig het bepaalde in de tweede tot en met de zevende alinea van dit lid.
With respect to Article 6 derogations referred to in the first subparagraph shall be permitted for a transitional period of five years from 1 August 2004.
Met betrekking tot artikel 6 worden de in de eerste alinea bedoelde afwijkingen toegestaan voor een overgangsperiode van vijf jaar, gerekend vanaf 1 augustus 2004.
Member States may have up to two more years, if necessary, to take account of difficulties in meeting the working time provisions with respect to their responsibilities for the organisation and delivery of health services and medical care. At least six months before the end of the transitional period, the Member State concerned shall inform the Commission giving its reasons, so that the Commission can give an opinion, after appropriate consultations, within the three months following receipt of such information. If the Member State does not follow the opinion of the Commission, it will justify its decision. The notification and justification of the Member State and the opinion of the Commission shall be published in the Official Journal of the European Union and forwarded to the European Parliament.
De lidstaten kunnen, zo nodig, twee jaar meer tijd nemen om te werken aan oplossingen voor de moeilijkheden die zij ondervinden om inzake hun verantwoordelijkheden voor de organisatie en verstrekking van gezondheidsdiensten en medische zorg aan de arbeidstijdbepalingen te voldoen. De betrokken lidstaat stelt de Commissie, onder opgave van redenen, hiervan op de hoogte ten minste zes maanden voor het verstrijken van de overgangsperiode, zodat de Commissie, na passende raadpleging, binnen drie maanden na ontvangst van deze informatie haar advies kan meedelen. Legt de lidstaat het advies van de Commissie naast zich neer, dan moet hij dit besluit motiveren. De kennisgeving en de motivering door de lidstaat worden tezamen met het advies van de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en doorgeleid aan het Europees Parlement.
Member States may have an additional period of up to one year, if necessary, to take account of special difficulties in meeting the responsibilities referred to in the third subparagraph. They shall follow the procedure set out in that subparagraph.
De lidstaten kunnen, zo nodig, nog één jaar extra tijd nemen om te werken aan oplossingen voor de bijzondere moeilijkheden die zij inzake de in de derde alinea bedoelde verantwoordelijkheden ondervinden. Zij volgen in dat geval de procedure van die alinea.
Member States shall ensure that in no case will the number of weekly working hours exceed an average of 58 during the first three years of the transitional period, an average of 56 for the following two years and an average of 52 for any remaining period.
De lidstaten zorgen ervoor dat de wekelijkse arbeidstijd in geen geval meer bedraagt dan gemiddeld 58 uur gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode, gemiddeld 56 uur voor de volgende twee jaar en gemiddeld 52 uur voor de resterende periode.
The employer shall consult the representatives of the employees in good time with a view to reaching an agreement, wherever possible, on the arrangements applying to the transitional period. Within the limits set out in the fifth subparagraph, such an agreement may cover:
De werkgever raadpleegt de vertegenwoordigers van de werknemers tijdig om zo mogelijk steeds een overeenkomst te bereiken over de regeling voor de overgangsperiode. Binnen de in de vijfde alinea vastgestelde grenzen kan deze overeenkomst betrekking hebben op:
(a) the average number of weekly hours of work during the transitional period; and
a) de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd tijdens de overgangsperiode en
(b) the measures to be adopted to reduce weekly working hours to an average of 48 by the end of the transitional period.
b) de maatregelen om de wekelijkse arbeidstijd tegen het einde van de overgangsperiode terug te brengen tot een gemiddelde van 48 uur.
With respect to Article 16(b) derogations referred to in the first subparagraph shall be permitted provided that the reference period does not exceed 12 months, during the first part of the transitional period specified in the fifth subparagraph, and six months thereafter.
Met betrekking tot artikel 16, onder b), worden de in de eerste alinea bedoelde afwijkingen toegestaan, op voorwaarde dat de referentieperiode tijdens het eerste gedeelte van de in de vijfde alinea bepaalde overgangsperiode niet meer dan twaalf maanden en daarna niet meer dan zes maanden bedraagt.
Article 18
Artikel 18
Derogations by collective agreements
Afwijkingen bij collectieve overeenkomst
Derogations may be made from Articles 3, 4, 5, 8 and 16 by means of collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry at national or regional level or, in conformity with the rules laid down by them, by means of collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry at a lower level.
Van de artikelen 3, 4, 5, 8 en 16 mag worden afgeweken bij collectieve overeenkomst of bedrijfsakkoord tussen de sociale partners op nationaal of regionaal niveau of, conform de door deze sociale partners vastgelegde regels, bij collectieve overeenkomst of bedrijfsakkoord tussen de sociale partners op een lager niveau.
Member States in which there is no statutory system ensuring the conclusion of collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry at national or regional level, on the matters covered by this Directive, or those Member States in which there is a specific legislative framework for this purpose and within the limits thereof, may, in accordance with national legislation and/or practice, allow derogations from Articles 3, 4, 5, 8 and 16 by way of collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry at the appropriate collective level.
Lidstaten waarin geen wettelijke regeling bestaat voor het sluiten van collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners op nationaal of regionaal niveau op de door deze richtlijn bestreken gebieden, of lidstaten waarin daartoe een specifiek wetgevend kader bestaat, binnen de grenzen van genoemd kader, kunnen overeenkomstig de nationale wetten en/of gebruiken toestaan dat van de artikelen 3, 4, 5, 8 en 16 wordt afgeweken bij collectieve overeenkomst of bedrijfsakkoord tussen de sociale partners op een passend collectief niveau.
The derogations provided for in the first and second subparagraphs shall be allowed on condition that equivalent compensating rest periods are granted to the workers concerned or, in exceptional cases where it is not possible for objective reasons to grant such periods, the workers concerned are afforded appropriate protection.
De afwijkingen bedoeld in de eerste en de tweede alinea zijn slechts toegestaan mits de betrokken werknemers gelijkwaardige compenserende rusttijden worden geboden of, in uitzonderlijke gevallen waarin dat op objectieve gronden niet mogelijk is, de betrokken werknemers een passende bescherming wordt geboden.
Member States may lay down rules:
De lidstaten kunnen regels opstellen:
(a) for the application of this Article by the two sides of industry; and
a) voor de toepassing van dit artikel door de sociale partners, en
(b) for the extension of the provisions of collective agreements or agreements concluded in conformity with this Article to other workers in accordance with national legislation and/or practice.
b) voor de uitbreiding van de bepalingen van de overeenkomstig dit artikel gesloten collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tot andere werknemers, overeenkomstig de nationale wetten en/of gebruiken.
Article 19
Artikel 19
Limitations to derogations from reference periods
Bepaling van de afwijking van referentieperioden
The option to derogate from Article 16(b), provided for in Article 17(3) and in Article 18, may not result in the establishment of a reference period exceeding six months.
De in artikel 17, lid 3, en de in lid 1 van dit artikel bedoelde mogelijkheid om af te wijken van artikel 16, onder b), mag niet tot gevolg hebben dat er een referentieperiode wordt vastgesteld die langer is dan zes maanden.
However, Member States shall have the option, subject to compliance with the general principles relating to the protection of the safety and health of workers, of allowing, for objective or technical reasons or reasons concerning the organisation of work, collective agreements or agreements concluded between the two sides of industry to set reference periods in no event exceeding 12 months.
De lidstaten kunnen evenwel, met inachtneming van de algemene beginselen inzake de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, toestaan dat om objectieve, technische of arbeidsorganisatorische redenen in collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners langere referentieperioden worden vastgesteld, die echter in geen geval langer mogen zijn dan twaalf maanden.
Before 23 November 2003, the Council shall, on the basis of a Commission proposal accompanied by an appraisal report, re-examine the provisions of this Article and decide what action to take.
Vóór 23 november 2003 beziet de Raad aan de hand van een voorstel van de Commissie, dat vergezeld gaat van een evaluatieverslag, de bepalingen van dit artikel opnieuw en beslist hij welk gevolg daaraan moet worden gegeven.
Article 20
Artikel 20
Mobile workers and offshore work
Mobiele werknemers en offshorewerkzaamheden
1. Articles 3, 4, 5 and 8 shall not apply to mobile workers.
1. De artikelen 3, 4, 5 en 8 zijn niet van toepassing op mobiele werknemers.
Member States shall, however, take the necessary measures to ensure that such mobile workers are entitled to adequate rest, except in the circumstances laid down in Article 17(3)(f) and (g).
De lidstaten nemen echter de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat dergelijke mobiele werknemers, behalve in de omstandigheden bedoeld in artikel 17, lid 3, onder f) en g), recht hebben op een passende rusttijd.
2. Subject to compliance with the general principles relating to the protection of the safety and health of workers, and provided that there is consultation of representatives of the employer and employees concerned and efforts to encourage all relevant forms of social dialogue, including negotiation if the parties so wish, Member States may, for objective or technical reasons or reasons concerning the organisation of work, extend the reference period referred to in Article 16(b) to 12 months in respect of workers who mainly perform offshore work.
2. Met inachtneming van de algemene beginselen inzake de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, en mits er sprake is van raadpleging van de betrokken sociale partners en van inspanningen om alle relevante vormen van sociale dialoog, met inbegrip van overleg indien de partners zulks wensen, kunnen de lidstaten, om objectieve, technische of arbeidsorganisatorische redenen, de in artikel 16, onder b), bedoelde referentieperiode tot twaalf maanden verlengen voor werknemers die hoofdzakelijk offshorewerkzaamheden verrichten.
3. Not later than 1 August 2005 the Commission shall, after consulting the Member States and management and labour at European level, review the operation of the provisions with regard to offshore workers from a health and safety perspective with a view to presenting, if need be, the appropriate modifications.
3. Uiterlijk op 1 augustus 2005 onderwerpt de Commissie, na raadpleging van de lidstaten en de sociale partners op Europees niveau, de uitvoering van de bepalingen betreffende de offshorewerknemers vanuit het oogpunt van gezondheid en veiligheid aan een nieuw onderzoek, met het doel zo nodig adequate wijzigingen voor te stellen.
Article 21
Artikel 21
Workers on board seagoing fishing vessels
Werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen
1. Articles 3 to 6 and 8 shall not apply to any worker on board a seagoing fishing vessel flying the flag of a Member State.
1. De artikelen 3 tot en met 6 en 8 zijn niet van toepassing op werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren.
Member States shall, however, take the necessary measures to ensure that any worker on board a seagoing fishing vessel flying the flag of a Member State is entitled to adequate rest and to limit the number of hours of work to 48 hours a week on average calculated over a reference period not exceeding 12 months.
De lidstaten nemen echter de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, recht hebben op een passende rusttijd en om het aantal arbeidsuren te beperken tot gemiddeld 48 per week, berekend over een referentieperiode van maximaal twaalf maanden.
2. Within the limits set out in paragraph 1, second subparagraph, and paragraphs 3 and 4 Member States shall take the necessary measures to ensure that, in keeping with the need to protect the safety and health of such workers:
2. Binnen de in de leden 1, tweede alinea, 3 en 4, vastgestelde grenzen nemen de lidstaten de nodige maatregelen om, gezien de noodzaak om de veiligheid en de gezondheid van die werknemers te beschermen, ervoor te zorgen:
(a) the working hours are limited to a maximum number of hours which shall not be exceeded in a given period of time; or
a) dat de arbeidsuren worden beperkt tot een maximumaantal uren dat binnen een bepaalde periode niet mag worden overschreden, of
(b) a minimum number of hours of rest are provided within a given period of time.
b) dat een minimumaantal rusturen binnen een bepaalde periode wordt gewaarborgd.
The maximum number of hours of work or minimum number of hours of rest shall be specified by law, regulations, administrative provisions or by collective agreements or agreements between the two sides of the industry.
Het maximumaantal arbeidsuren en het minimumaantal rusturen worden nader bepaald door middel van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of in collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners.
3. The limits on hours of work or rest shall be either:
3. De grenzen voor het aantal arbeidsuren of rusturen worden als volgt bepaald:
(a) maximum hours of work which shall not exceed:
a) het maximumaantal arbeidsuren mag niet meer bedragen dan:
(i) 14 hours in any 24-hour period; and
i) 14 uur in elke periode van 24 uur en
(ii) 72 hours in any seven-day period;
ii) 72 uur in elke periode van zeven dagen;
or
of
(b) minimum hours of rest which shall not be less than:
b) het minimumaantal rusturen mag niet minder bedragen dan:
(i) 10 hours in any 24-hour period; and
i) 10 uur in elke periode van 24 uur en
(ii) 77 hours in any seven-day period.
ii) 77 uur in elke periode van zeven dagen.
4. Hours of rest may be divided into no more than two periods, one of which shall be at least six hours in length, and the interval between consecutive periods of rest shall not exceed 14 hours.
4. De rusttijd mag in niet meer dan twee rustperioden - waarvan er één minstens zes uur moet bedragen - worden opgedeeld en de tijdruimte tussen twee opeenvolgende rustperioden mag niet langer zijn dan 14 uur.
5. In accordance with the general principles of the protection of the health and safety of workers, and for objective or technical reasons or reasons concerning the organisation of work, Member States may allow exceptions, including the establishment of reference periods, to the limits laid down in paragraph 1, second subparagraph, and paragraphs 3 and 4. Such exceptions shall, as far as possible, comply with the standards laid down but may take account of more frequent or longer leave periods or the granting of compensatory leave for the workers. These exceptions may be laid down by means of:
5. Met inachtneming van de algemene beginselen van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, en om objectieve, technische of arbeidsorganisatorische redenen, kunnen de lidstaten uitzonderingen toestaan - waaronder de vaststelling van referentieperioden - op de in de leden 1, tweede alinea, 3 en 4, vastgestelde grenzen. Dergelijke uitzonderingen voldoen zoveel mogelijk aan de gestelde normen, maar er kan rekening worden gehouden met meer frequente of langere vakanties, of met de toekenning van compensatieverlof aan de werknemers. Deze uitzonderingen kunnen worden vastgelegd in:
(a) laws, regulations or administrative provisions provided there is consultation, where possible, of the representatives of the employers and workers concerned and efforts are made to encourage all relevant forms of social dialogue; or
a) wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, mits er sprake is van raadpleging, waar mogelijk, van de vertegenwoordigers van de betrokken werkgevers en werknemers en er inspanningen worden gedaan om alle relevante vormen van sociale dialoog aan te moedigen, of
(b) collective agreements or agreements between the two sides of industry.
b) collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners.
6. The master of a seagoing fishing vessel shall have the right to require workers on board to perform any hours of work necessary for the immediate safety of the vessel, persons on board or cargo, or for the purpose of giving assistance to other vessels or persons in distress at sea.
6. De kapitein van een zeevissersvaartuig heeft het recht om van een werknemer aan boord te verlangen alle uren te werken die noodzakelijk zijn voor de onmiddellijke veiligheid van het vaartuig, de personen aan boord of de lading, of om bijstand te verlenen aan andere vaartuigen of personen die op zee in nood verkeren.
7. Members States may provide that workers on board seagoing fishing vessels for which national legislation or practice determines that these vessels are not allowed to operate in a specific period of the calendar year exceeding one month, shall take annual leave in accordance with Article 7 within that period.
7. Lidstaten kunnen bepalen dat werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen die krachtens de nationale wetgeving of praktijk tijdens een bepaalde periode van het kalenderjaar welke een maand overschrijdt niet mogen varen, hun jaarlijkse vakantie uit hoofde van artikel 7 tijdens deze periode moeten nemen.
Article 22
Artikel 22
Miscellaneous provisions
Diverse bepalingen
1. A Member State shall have the option not to apply Article 6, while respecting the general principles of the protection of the safety and health of workers, and provided it takes the necessary measures to ensure that:
1. Een lidstaat kan, met inachtneming van de algemene beginselen inzake de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, besluiten artikel 6 niet toe te passen, mits hij door de nodige maatregelen te treffen het volgende waarborgt:
(a) no employer requires a worker to work more than 48 hours over a seven-day period, calculated as an average for the reference period referred to in Article 16(b), unless he has first obtained the worker's agreement to perform such work;
a) geen enkele werkgever verlangt dat een werknemer meer dan 48 uur werkt tijdens een periode van zeven dagen, berekend als gemiddelde van de in artikel 16, onder b), bedoelde referentieperiode, tenzij de werknemer met het verrichten van dergelijke arbeid heeft ingestemd;
(b) no worker is subjected to any detriment by his employer because he is not willing to give his agreement to perform such work;
b) geen enkele werknemer mag nadeel ondervinden van het feit dat hij niet bereid is dergelijke arbeid te verrichten;
(c) the employer keeps up-to-date records of all workers who carry out such work;
c) de werkgever houdt registers bij van alle werknemers die dergelijke arbeid verrichten;
(d) the records are placed at the disposal of the competent authorities, which may, for reasons connected with the safety and/or health of workers, prohibit or restrict the possibility of exceeding the maximum weekly working hours;
d) de registers worden ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten die, in verband met de veiligheid en/of de gezondheid van de werknemers, de mogelijkheid om de maximale wekelijkse arbeidstijd te overschrijden, kunnen verbieden of beperken;
(e) the employer provides the competent authorities at their request with information on cases in which agreement has been given by workers to perform work exceeding 48 hours over a period of seven days, calculated as an average for the reference period referred to in Article 16(b).
e) de werkgever verstrekt de bevoegde autoriteiten, op hun verzoek, inlichtingen over de gevallen waarin werknemers ermee hebben ingestemd om langer dan 48 uur te werken tijdens een periode van zeven dagen, berekend als gemiddelde van de in artikel 16, onder b), bedoelde referentieperiode.
Before 23 November 2003, the Council shall, on the basis of a Commission proposal accompanied by an appraisal report, re-examine the provisions of this paragraph and decide on what action to take.
Vóór 23 november 2003 beziet de Raad aan de hand van een voorstel van de Commissie, dat vergezeld gaat van een evaluatieverslag, de bepalingen van dit lid opnieuw en beslist hij welk gevolg daaraan moet worden gegeven.
2. Member States shall have the option, as regards the application of Article 7, of making use of a transitional period of not more than three years from 23 November 1996, provided that during that transitional period:
2. De lidstaten kunnen, wat de toepassing van artikel 7 betreft, een overgangsperiode aanhouden van ten hoogste drie jaar, te rekenen vanaf 23 november 1996, mits gedurende deze overgangsperiode:
(a) every worker receives three weeks' paid annual leave in accordance with the conditions for the entitlement to, and granting of, such leave laid down by national legislation and/or practice; and
a) aan alle werknemers jaarlijks een vakantie met behoud van loon van drie weken wordt toegekend, overeenkomstig de in de nationale wetten en/of gebruiken geldende voorwaarden voor het recht op en de toekenning van een dergelijke vakantie, en
(b) the three-week period of paid annual leave may not be replaced by an allowance in lieu, except where the employment relationship is terminated.
b) de periode van drie weken jaarlijkse vakantie met behoud van loon niet door een financiële vergoeding kan worden vervangen, behalve in geval van beëindiging van het dienstverband.
3. If Member States avail themselves of the options provided for in this Article, they shall forthwith inform the Commission thereof.
3. Wanneer de lidstaten gebruikmaken van de in dit artikel bepaalde mogelijkheden, stellen zij de Commissie onverwijld daarvan in kennis.
CHAPTER 6
HOOFDSTUK 6
FINAL PROVISIONS
SLOTBEPALINGEN
Article 23
Artikel 23
Level of Protection
Beschermingsniveau
Without prejudice to the right of Member States to develop, in the light of changing circumstances, different legislative, regulatory or contractual provisions in the field of working time, as long as the minimum requirements provided for in this Directive are complied with, implementation of this Directive shall not constitute valid grounds for reducing the general level of protection afforded to workers.
Onverminderd het recht van de lidstaten om, in het licht van de ontwikkeling van de situatie, andersluidende wettelijke, bestuursrechtelijke en contractuele bepalingen aan te nemen op het gebied van de arbeidstijd en mits de hand wordt gehouden aan de minimumeisen van deze richtlijn, vormt de tenuitvoerlegging van deze richtlijn geen rechtvaardiging voor een verlaging van het algemene beschermingsniveau van de werknemers.
Article 24
Artikel 24
Reports
Slotbepalingen
1. Member States shall communicate to the Commission the texts of the provisions of national law already adopted or being adopted in the field governed by this Directive.
1. De lidstaten delen de Commissie de tekst mede van de bepalingen van intern recht die op het onder deze richtlijn vallende gebied reeds zijn vastgesteld of die zij op dat gebied vaststellen.
2. Member States shall report to the Commission every five years on the practical implementation of the provisions of this Directive, indicating the viewpoints of the two sides of industry.
2. De lidstaten brengen de Commissie om de vijf jaar verslag uit over de praktische tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze richtlijn, onder vermelding van de standpunten van de sociale partners.
The Commission shall inform the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Advisory Committee on Safety, Hygiene and Health Protection at Work thereof.
De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats hiervan in kennis.
3. Every five years from 23 November 1996 the Commission shall submit to the European Parliament, the Council and the European Economic and Social Committee a report on the application of this Directive taking into account Articles 22 and 23 and paragraphs 1 and 2 of this Article.
3. Met inachtneming van de artikelen 22 en 23 en de leden 1 en 2 van dit artikel, legt de Commissie om de vijf jaar, te rekenen vanaf 23 november 1996, aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag voor over de uitvoering van deze richtlijn.
Article 25
Artikel 25
Review of the operation of the provisions with regard to workers on board seagoing fishing vessels
Nieuw onderzoek van de uitvoering van de bepalingen betreffende werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen
Not later than 1 August 2009 the Commission shall, after consulting the Member States and management and labour at European level, review the operation of the provisions with regard to workers on board seagoing fishing vessels, and, in particular examine whether these provisions remain appropriate, in particular, as far as health and safety are concerned with a view to proposing suitable amendments, if necessary.
Uiterlijk op 1 augustus 2009 onderwerpt de Commissie, na raadpleging van de lidstaten en de werkgevers en werknemers op Europees niveau, de uitvoering van de bepalingen betreffende werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen aan een nieuw onderzoek en beziet zij met name of deze bepalingen, in het bijzonder wat gezondheid en veiligheid betreft, passend zijn teneinde in voorkomend geval de nodige wijzigingen voor te stellen.
Article 26
Artikel 26
Review of the operation of the provisions with regard to workers concerned with the carriage of passengers
Nieuw onderzoek van de uitvoering van de bepalingen betreffende werknemers in het personenvervoer
Not later than 1 August 2005 the Commission shall, after consulting the Member States and management and labour at European level, review the operation of the provisions with regard to workers concerned with the carriage of passengers on regular urban transport services, with a view to presenting, if need be, the appropriate modifications to ensure a coherent and suitable approach in the sector.
Uiterlijk op 1 augustus 2005 onderwerpt de Commissie, na raadpleging van de lidstaten en de werkgevers en werknemers op Europees niveau, de uitvoering van de bepalingen betreffende werknemers in het geregeld stedelijk personenvervoer aan een nieuw onderzoek, teneinde zo nodig adequate wijzigingen voor te stellen om een samenhangende en passende aanpak in deze sector te verzekeren.
Article 27
Artikel 27
Repeal
Intrekking
1. Directive 93/104/EC, as amended by the Directive referred to in Annex I, part A, shall be repealed, without prejudice to the obligations of the Member States in respect of the deadlines for transposition laid down in Annex I, part B.
1. Richtlijn 93/104/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage I, deel A, genoemde richtlijn, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten wat betreft de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor de omzetting ervan.
2. The references made to the said repealed Directive shall be construed as references to this Directive and shall be read in accordance with the correlation table set out in Annex II.
2. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.
Article 28
Artikel 28
Entry into force
Inwerkingtreding
This Directive shall enter into force on 2 August 2004.
Deze richtlijn treedt in werking op 2 augustus 2004.
Article 29
Artikel 29
Addressees
Adressaten
This Directive is addressed to the Member States.
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Done at Brussels, 4 November 2003.
Gedaan te Brussel, 4 november 2003.
For the European Parliament
Voor het Europees Parlement
The President
De voorzitter
P. Cox
P. Cox
For the Council
Voor de Raad
The President
De voorzitter
G. Tremonti
G. Tremonti
(1) OJ C 61, 14.3.2003, p. 123.
(1) PB C 61 van 14.3.2003, blz. 123.
(2) Opinion of the European Parliament of 17 December 2002 (not yet published in the Official Journal) and Council Decision of 22 September 2003.
(2) Advies van het Europees Parlement van 17 december 2002 (nog niet verschenen in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 22 september 2003.
(3) OJ L 307, 13.12.1993, p. 18. Directive as amended by Directive 2000/34/EC of the European Parliament and of the Council (OJ L 195, 1.8.2000, p. 41).
(3) PB L 307 van 13.12.1993, blz. 18. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2000/34/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 195 van 1.8.2000, blz. 41).
(4) OJ L 183, 29.6.1989, p. 1.
(4) PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.
(5) OJ L 167, 2.7.1999, p. 33.
(5) PB L 167 van 2.7.1999, blz. 33.
ANNEX I
BIJLAGE I
PART A
DEEL A
REPEALED DIRECTIVE AND ITS AMENDMENT
INGETROKKEN RICHTLIJN EN DE WIJZIGING ERVAN
(Article 27)
(artikel 27)
>TABLE>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
PART B
DEEL B
DEADLINES FOR TRANSPOSITION INTO NATIONAL LAW
DE VOOR OMZETTING EN TOEPASSING IN NATIONAAL RECHT VASTGESTELDE TERMIJNEN
(Article 27)
(artikel 27)
>TABLE>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
ANNEX II
BIJLAGE II
CORRELATION TABLE
CONCORDANTIETABEL
>TABLE>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Top


Managed by the Publications Office