|
|
Directive 2002/91/EC of the European Parliament and of the Council
|
Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad
|
|
of 16 December 2002
|
van 16 december 2002
|
|
on the energy performance of buildings
|
betreffende de energieprestatie van gebouwen
|
|
|
|
|
THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL OF THE EUROPEAN UNION,
|
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
|
|
Having regard to the Treaty establishing the European Community, and in particular Article 175(1) thereof,
|
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1,
|
|
Having regard to the proposal from the Commission(1),
|
Gezien het voorstel van de Commissie(1),
|
|
Having regard to the opinion of the Economic and Social Committee(2),
|
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(2),
|
|
Having regard to the opinion of the Committee of the Regions(3),
|
Gezien het advies van het Comité van de Regio's(3),
|
|
Acting in accordance with the procedure laid down in Article 251 of the Treaty(4),
|
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(4),
|
|
Whereas:
|
Overwegende hetgeen volgt:
|
|
(1) Article 6 of the Treaty requires environmental protection requirements to be integrated into the definition and implementation of Community policies and actions.
|
(1) In artikel 6 van het Verdrag is bepaald dat de eisen inzake milieubescherming moeten worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Gemeenschap.
|
|
(2) The natural resources, to the prudent and rational utilisation of which Article 174 of the Treaty refers, include oil products, natural gas and solid fuels, which are essential sources of energy but also the leading sources of carbon dioxide emissions.
|
(2) De natuurlijke hulpbronnen waarvan het behoedzame en rationele gebruik in artikel 174 van het Verdrag is vermeld, omvatten aardolieproducten, aardgas en vaste brandstoffen die essentiële energiebronnen, maar tevens de belangrijkste emissiebronnen van kooldioxide zijn.
|
|
(3) Increased energy efficiency constitutes an important part of the package of policies and measures needed to comply with the Kyoto Protocol and should appear in any policy package to meet further commitments.
|
(3) Verbetering van de energie-efficiëntie vormt een belangrijk onderdeel van het beleid en de maatregelen die nodig zijn ter naleving van het Protocol van Kyoto, en moet deel uitmaken van elk geheel van maatregelen om aan verdere verbintenissen te voldoen.
|
|
(4) Demand management of energy is an important tool enabling the Community to influence the global energy market and hence the security of energy supply in the medium and long term.
|
(4) Het beheer van de vraag naar energie is voor de Gemeenschap een belangrijk instrument om invloed uit te oefenen op de wereldenergiemarkt en daarmee op de continuïteit van de energievoorziening op middellange en lange termijn.
|
|
(5) In its conclusions of 30 May 2000 and of 5 December 2000, the Council endorsed the Commission's action plan on energy efficiency and requested specific measures in the building sector.
|
(5) De Raad heeft in zijn conclusies van 30 mei 2000 en 5 december 2000 het actieplan voor energie-efficiëntie van de Commissie onderschreven en verzocht om specifieke maatregelen in de bouwsector.
|
|
(6) The residential and tertiary sector, the major part of which is buildings, accounts for more than 40 % of final energy consumption in the Community and is expanding, a trend which is bound to increase its energy consumption and hence also its carbon dioxide emissions.
|
(6) Meer dan 40 % van het eindverbruik van energie in de Gemeenschap komt voor rekening van de woon- en tertiaire sector, die grotendeels uit gebouwen bestaat en die zich nog steeds uitbreidt, een tendens die ongetwijfeld tot een hoger energieverbruik en derhalve tot meer uitstoot van kooldioxide door deze sector zal leiden.
|
|
(7) Council Directive 93/76/EEC of 13 September 1993 to limit carbon dioxide emissions by improving energy efficiency (SAVE)(5), which requires Member States to develop, implement and report on programmes in the field of energy efficiency in the building sector, is now starting to show some important benefits. However, a complementary legal instrument is needed to lay down more concrete actions with a view to achieving the great unrealised potential for energy savings and reducing the large differences between Member States' results in this sector.
|
(7) Richtlijn 93/76/EEG van de Raad van 13 september 1993 tot beperking van kooldioxide-emissies door verbetering van de energie-efficiëntie (Save)(5), die vereist dat lidstaten programma's op het gebied van energie-efficiëntie in de bouwsector opstellen en ten uitvoer leggen alsmede daarover verslag uitbrengen, begint nu een aantal belangrijke positieve effecten te sorteren. Er is echter een aanvullend wettelijk instrument nodig om concretere acties vast te stellen teneinde het aanzienlijke, nog niet gerealiseerde potentieel voor energiebesparingen te benutten en de grote verschillen tussen de resultaten van de lidstaten in deze sector te verminderen.
|
|
(8) Council Directive 89/106/EEC of 21 December 1988 on the approximation of laws, regulations and administrative provisions of the Member States relating to construction products(6) requires construction works and their heating, cooling and ventilation installations to be designed and built in such a way that the amount of energy required in use will be low, having regard to the climatic conditions of the location and the occupants.
|
(8) Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten(6) schrijft voor dat bouwwerken en de temperatuurregelings- en ventilatie-installaties ervan zodanig moeten worden ontworpen en uitgevoerd dat een, gezien de plaatselijke klimatologische omstandigheden, gering energieverbruik voldoende is om het thermische comfort van de bewoners te verzekeren.
|
|
(9) The measures further to improve the energy performance of buildings should take into account climatic and local conditions as well as indoor climate environment and cost-effectiveness. They should not contravene other essential requirements concerning buildings such as accessibility, prudence and the intended use of the building.
|
(9) Bij de maatregelen voor de verdere verbetering van de energieprestaties van gebouwen moet rekening worden gehouden met de klimatologische en plaatselijke omstandigheden, alsmede met de binnenklimaateisen en de kosteneffectiviteit. De maatregelen mogen geen beletsel vormen voor andere essentiële eisen die aan gebouwen worden gesteld, zoals toegankelijkheid, veiligheid, gezondheid en de gebruiksbestemming van het gebouw.
|
|
(10) The energy performance of buildings should be calculated on the basis of a methodology, which may be differentiated at regional level, that includes, in addition to thermal insulation other factors that play an increasingly important role such as heating and air-conditioning installations, application of renewable energy sources and design of the building. A common approach to this process, carried out by qualified and/or accredited experts, whose independence is to be guaranteed on the basis of objective criteria, will contribute to a level playing field as regards efforts made in Member States to energy saving in the buildings sector and will introduce transparency for prospective owners or users with regard to the energy performance in the Community property market.
|
(10) De energieprestaties van gebouwen dienen te worden berekend volgens een methode, die op regionaal niveau mag worden gedifferentieerd, en die behalve thermische isolatie ook andere factoren in aanmerking neemt welke een steeds belangrijkere rol spelen, zoals installaties voor verwarming en airconditioning, de toepassing van hernieuwbare energiebronnen en het ontwerp van het gebouw. Een gemeenschappelijke benadering van dit proces, uit te voeren door gekwalificeerd personeel en/of erkende deskundigen, wier onafhankelijkheid op basis van objectieve criteria wordt gegarandeerd, zal bijdragen tot gelijke voorwaarden wat betreft de inspanningen die in de lidstaten worden gedaan om energie in de gebouwensector te besparen en zal toekomstige eigenaars of gebruikers duidelijkheid verschaffen over de energieprestaties op de communautaire onroerendgoedmarkt.
|
|
(11) The Commission intends further to develop standards such as EN 832 and prEN 13790, also including consideration of air-conditioning systems and lighting.
|
(11) De Commissie is voornemens om normen zoals EN 832 of prEN 13790 verder te ontwikkelen en daarbij ook rekening te houden met airconditioningsystemen en verlichting.
|
|
(12) Buildings will have an impact on long-term energy consumption and new buildings should therefore meet minimum energy performance requirements tailored to the local climate. Best practice should in this respect be geared to the optimum use of factors relevant to enhancing energy performance. As the application of alternative energy supply systems is generally not explored to its full potential, the technical, environmental and economic feasibility of alternative energy supply systems should be considered; this can be carried out once, by the Member State, through a study which produces a list of energy conservation measures, for average local market conditions, meeting cost-effectiveness criteria. Before construction starts, specific studies may be requested if the measure, or measures, are deemed feasible.
|
(12) Gebouwen zijn van invloed op het energieverbruik op lange termijn en nieuwe gebouwen zouden daarom moeten voldoen aan minimumeisen inzake energieprestaties die zijn aangepast aan het plaatselijke klimaat. In dit verband dienen goede praktijken een optimaal gebruik van de elementen ter verbetering van de energieprestaties mogelijk te maken. Aangezien de mogelijke toepassing van alternatieve systemen van energievoorziening in het algemeen niet volledig wordt onderzocht, moet de technische, ecologische en economische haalbaarheid van alternatieve systemen van energievoorziening worden nagegaan; dit kan in een keer door de lidstaat bepaald worden door middel van een studie op basis waarvan tegen de gemiddelde plaatselijke marktvoorwaarden een lijst van maatregelen voor energiebehoud wordt vastgesteld die aan de criteria inzake kosteneffectiviteit voldoen. Alvorens met de bouw wordt aangevangen, kunnen specifieke studies worden gevraagd als de maatregelen haalbaar worden geacht.
|
|
(13) Major renovations of existing buildings above a certain size should be regarded as an opportunity to take cost-effective measures to enhance energy performance. Major renovations are cases such as those where the total cost of the renovation related to the building shell and/or energy installations such as heating, hot water supply, air-conditioning, ventilation and lighting is higher than 25 % of the value of the building, excluding the value of the land upon which the building is situated, or those where more than 25 % of the building shell undergoes renovation.
|
(13) Ingrijpende renovaties van bestaande gebouwen boven een bepaalde grootte moeten worden beschouwd als een goede gelegenheid om kosteneffectieve maatregelen te nemen ter verbetering van de energieprestaties. Ingrijpende renovaties zijn gevallen zoals die waarbij de totale kosten van de renovatie met betrekking tot de buitenschil of energie-installaties zoals verwarming, warmwatervoorziening, airconditioning, ventilatie en verlichting hoger zijn dan 25 % van de waarde van het gebouw, exclusief de waarde van de grond waarop het gebouw zich bevindt, dan wel die waarbij meer dan 25 % van de buitenschil van het gebouw gerenoveerd wordt.
|
|
(14) However, the improvement of the overall energy performance of an existing building does not necessarily mean a total renovation of the building but could be confined to those parts that are most relevant for the energy performance of the building and are cost-effective.
|
(14) De verbetering van de totale energieprestatie van een bestaand gebouw betekent echter niet noodzakelijk een totale renovatie van het gebouw, maar zou beperkt kunnen blijven tot die delen die het meeste relevant zijn voor de energieprestatie van het gebouw en die kosteneffectief zijn.
|
|
(15) Renovation requirements for existing buildings should not be incompatible with the intended function, quality or character of the building. It should be possible to recover additional costs involved in such renovation within a reasonable period of time in relation to the expected technical lifetime of the investment by accrued energy savings.
|
(15) De renovatie-eisen voor bestaande gebouwen mogen niet onverenigbaar zijn met de beoogde functie, de hoedanigheid of het karakter van het gebouw; het moet mogelijk zijn door grotere energiebesparingen de aan zo'n renovatie verbonden extra kosten binnen een, gezien de verwachte technische levensduur van de investering, redelijke termijn terug te verdienen.
|
|
(16) The certification process may be supported by programmes to facilitate equal access to improved energy performance; based upon agreements between organisations of stakeholders and a body appointed by the Member States; carried out by energy service companies which agree to commit themselves to undertake the identified investments. The schemes adopted should be supervised and followed up by Member States, which should also facilitate the use of incentive systems. To the extent possible, the certificate should describe the actual energy-performance situation of the building and may be revised accordingly. Public authority buildings and buildings frequently visited by the public should set an example by taking environmental and energy considerations into account and therefore should be subject to energy certification on a regular basis. The dissemination to the public of this information on energy performance should be enhanced by clearly displaying these energy certificates. Moreover, the displaying of officially recommended indoor temperatures, together with the actual measured temperature, should discourage the misuse of heating, air-conditioning and ventilation systems. This should contribute to avoiding unnecessary use of energy and to safeguarding comfortable indoor climatic conditions (thermal comfort) in relation to the outside temperature.
|
(16) De certificering kan ondersteund worden door programma's ter vergemakkelijking van een gelijke toegang tot verbeterde energieprestaties, gebaseerd worden op overeenkomsten tussen organisaties van belanghebbenden en een door de lidstaat aangewezen instantie, of uitgevoerd worden door energieservicefirma's die bereid zijn zich ertoe te verbinden de vastgestelde investeringen te doen. De controle en follow-up van de regelingen dient te worden uitgevoerd door de lidstaten. Deze moeten tevens de toepassing van stimuleringsmaatregelen vergemakkelijken. Het certificaat zou zoveel mogelijk de bestaande energieprestatiesituatie van het gebouw moeten beschrijven en kan dienovereenkomstig herzien worden. Overheidsgebouwen en gebouwen die veelvuldig door het publiek worden bezocht, dienen een voorbeeldfunctie te vervullen op het gebied van zorg voor het milieu en energiegebruik en daarom dient voor die gebouwen regelmatig energiecertificering plaats te vinden. De verspreiding van informatie over die energieprestaties onder het publiek kan worden verbeterd door die energiecertificaten op een opvallende plaats aan te brengen. Bovendien dient het duidelijk aangeven van officieel aanbevolen binnentemperaturen, samen met de werkelijke gemeten temperatuur, het onjuiste gebruik van systemen voor verwarming, airconditioning en ventilatie tegen te gaan. Dit zou ertoe moeten bijdragen dat onnodig energieverbruik wordt vermeden en comfortabele klimaatomstandigheden binnenshuis (thermisch comfort) ten opzichte van de buitentemperatuur worden gewaarborgd.
|
|
(17) Member States may also employ other means/measures, not provided for in this Directive, to encourage enhanced energy performance. Member States should encourage good energy management, taking into account the intensity of use of buildings.
|
(17) Voor het stimuleren van betere energieprestaties kunnen lidstaten ook gebruikmaken van niet in deze richtlijn genoemde middelen/maatregelen. De lidstaten dienen goed energiebeheer te stimuleren, rekening houdend met de gebruiksintensiteit van gebouwen.
|
|
(18) Recent years have seen a rise in the number of air-conditioning systems in southern European countries. This creates considerable problems at peak load times, increasing the cost of electricity and disrupting the energy balance in those countries. Priority should be given to strategies which enhance the thermal performance of buildings during the summer period. To this end there should be further development of passive cooling techniques, primarily those that improve indoor climatic conditions and the microclimate around buildings.
|
(18) De laatste jaren is het aantal airconditioningsystemen in de zuidelijke landen van Europa toegenomen. Dit veroorzaakt in deze landen aanzienlijke problemen op het gebied van piekbelasting, waardoor de kostprijs voor elektrische energie stijgt en de energiebalans in het gedrang komt. Er moet prioriteit worden verleend aan strategieën die bijdragen tot betere thermische prestaties van gebouwen tijdens de zomer. Met name technieken voor passieve koeling en in het bijzonder technieken die bijdragen tot het verbeteren van de kwaliteit van het binnenklimaat en van het microklimaat rond gebouwen moeten verder worden ontwikkeld.
|
|
(19) Regular maintenance of boilers and of air-conditioning systems by qualified personnel contributes to maintaining their correct adjustment in accordance with the product specification and in that way will ensure optimal performance from an environmental, safety and energy point of view. An independent assessment of the total heating installation is appropriate whenever replacement could be considered on the basis of cost-effectiveness.
|
(19) Regelmatig onderhoud van verwarmingsketels en airconditioningsystemen door gekwalificeerd personeel draagt bij tot handhaving van de correcte afstelling ervan in overeenstemming met de productspecificatie en zal leiden tot optimale prestaties uit milieu-, veiligheids- en energieoogpunt. Een onafhankelijke beoordeling van de gehele verwarmingsinstallatie is op zijn plaats wanneer vervanging op basis van kosteneffectiviteit te overwegen zou zijn.
|
|
(20) The billing, to occupants of buildings, of the costs of heating, air-conditioning and hot water, calculated in proportion to actual consumption, could contribute towards energy saving in the residential sector. Occupants should be enabled to regulate their own consumption of heat and hot water, in so far as such measures are cost effective.
|
(20) Facturering aan gebruikers van gebouwen van de kosten van verwarming, klimaatregeling en warm tapwater, die naar evenredigheid op basis van het werkelijke verbruik worden berekend, kan bijdragen tot energiebesparing in de woonsector. Gebruikers dienen in staat te worden gesteld hun eigen gebruik van verwarming en warm tapwater te regelen, mits dergelijke maatregelen kosteneffectief zijn.
|
|
(21) In accordance with the principles of subsidiarity and proportionality as set out in Article 5 of the Treaty, general principles providing for a system of energy performance requirements and its objectives should be established at Community level, but the detailed implementation should be left to Member States, thus allowing each Member State to choose the regime which corresponds best to its particular situation. This Directive confines itself to the minimum required in order to achieve those objectives and does not go beyond what is necessary for that purpose.
|
(21) In overeenstemming met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, als vastgelegd in artikel 5 van het Verdrag, dienen er op communautair niveau algemene beginselen te worden vastgesteld voor een systeem van energieprestatie-eisen en de doelstellingen daarvan, maar de gedetailleerde uitvoering dient aan de lidstaten te worden overgelaten, zodat elke lidstaat het systeem kan kiezen dat het meest op zijn specifieke situatie is toegesneden. Deze richtlijn is beperkt tot het minimum dat is vereist om deze doelstellingen te verwezenlijken en gaat niet verder dan voor dat doel noodzakelijk is.
|
|
(22) Provision should be made for the possibility of rapidly adapting the methodology of calculation and of Member States regularly reviewing minimum requirements in the field of energy performance of buildings with regard to technical progress, inter alia, as concerns the insulation properties (or quality) of the construction material, and to future developments in standardisation.
|
(22) Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid om de methode voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen snel aan te passen en om de lidstaten de minimumeisen op het gebied van de energieprestatie van gebouwen op gezette tijden te laten evalueren met betrekking tot de vooruitgang van de techniek, onder andere ten aanzien van de isolatiewaarde (of kwaliteit) van het bouwmateriaal, en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de normalisatie.
|
|
(23) The measures necessary for the implementation of this Directive should be adopted in accordance with Council Decision 1999/468/EC of 28 June 1999 laying down the procedures for the exercise of implementing powers conferred on the Commission(7),
|
(23) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(7),
|
|
HAVE ADOPTED THIS DIRECTIVE:
|
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
|
|
|
|
|
Article 1
|
Artikel 1
|
|
Objective
|
Doel
|
|
The objective of this Directive is to promote the improvement of the energy performance of buildings within the Community, taking into account outdoor climatic and local conditions, as well as indoor climate requirements and cost-effectiveness.
|
Doel van deze richtlijn is het stimuleren van verbeterde energieprestatie van gebouwen in de Gemeenschap - rekening houdend met zowel de klimatologische en plaatselijke omstandigheden buiten het gebouw als met de eisen voor het binnenklimaat -, en de kosteneffectiviteit.
|
|
This Directive lays down requirements as regards:
|
Deze richtlijn voorziet in eisen met betrekking tot:
|
|
(a) the general framework for a methodology of calculation of the integrated energy performance of buildings;
|
a) het algemeen kader voor een methode voor de berekening van de geïntegreerde energieprestatie van gebouwen,
|
|
(b) the application of minimum requirements on the energy performance of new buildings;
|
b) de toepassing van minimumeisen voor de energieprestatie van nieuwe gebouwen,
|
|
(c) the application of minimum requirements on the energy performance of large existing buildings that are subject to major renovation;
|
c) de toepassing van minimumeisen voor de energieprestatie van bestaande grote gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan,
|
|
(d) energy certification of buildings; and
|
d) de energiecertificering van gebouwen, en
|
|
(e) regular inspection of boilers and of air-conditioning systems in buildings and in addition an assessment of the heating installation in which the boilers are more than 15 years old.
|
e) de regelmatige keuring van c.v.-ketels en airconditioningsystemen in gebouwen en een eenmalige totale keuring van verwarmingsinstallaties waarvan de ketel ouder is dan 15 jaar.
|
|
|
|
|
Article 2
|
Artikel 2
|
|
Definitions
|
Definities
|
|
For the purpose of this Directive, the following definitions shall apply:
|
In deze richtlijn zijn de volgende definities van toepassing:
|
|
1. "building": a roofed construction having walls, for which energy is used to condition the indoor climate; a building may refer to the building as a whole or parts thereof that have been designed or altered to be used separately;
|
1. gebouw: een overdekte constructie met muren waarvoor energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen; de term "gebouw" kan verwijzen naar het gebouw in zijn geheel of naar delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt;
|
|
2. "energy performance of a building": the amount of energy actually consumed or estimated to meet the different needs associated with a standardised use of the building, which may include, inter alia, heating, hot water heating, cooling, ventilation and lighting. This amount shall be reflected in one or more numeric indicators which have been calculated, taking into account insulation, technical and installation characteristics, design and positioning in relation to climatic aspects, solar exposure and influence of neighbouring structures, own-energy generation and other factors, including indoor climate, that influence the energy demand;
|
2. energieprestatie van een gebouw: de hoeveelheid energie die daadwerkelijk wordt verbruikt of die nodig wordt geacht voor de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een gebouw, waaronder verwarming, warmwatervoorziening, koeling, ventilatie en verlichting. De hoeveelheid wordt uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren die zijn berekend met inachtneming van de volgende factoren: isolatie, technische en installatiekenmerken, ontwerp en ligging in samenhang met de klimatologische aspecten, blootstelling aan de zon en invloed van aangrenzende structuren, eigen energieopwekking, alsmede andere factoren, waaronder het binnenklimaat, die van invloed zijn op de vraag naar energie;
|
|
3. "energy performance certificate of a building": a certificate recognised by the Member State or a legal person designated by it, which includes the energy performance of a building calculated according to a methodology based on the general framework set out in the Annex;
|
3. energieprestatiecertificaat van een gebouw: een door een lidstaat, of door een door deze lidstaat aangewezen rechtspersoon erkend certificaat waarin het resultaat is vermeld van de berekening van de energieprestatie van een gebouw volgens een methode die is gebaseerd op het algemeen kader in de bijlage;
|
|
4. "CHP" (combined heat and power): the simultaneous conversion of primary fuels into mechanical or electrical and thermal energy, meeting certain quality criteria of energy efficiency;
|
4. WKK (warmtekrachtkoppeling): de gelijktijdige omzetting van primaire brandstoffen in mechanische of elektrische en thermische energie, waarbij wordt voldaan aan bepaalde kwaliteitscriteria inzake energie-efficiëntie;
|
|
5. "air-conditioning system": a combination of all components required to provide a form of air treatment in which temperature is controlled or can be lowered, possibly in combination with the control of ventilation, humidity and air cleanliness;
|
5. airconditioningsysteem: een combinatie van alle bestanddelen die nodig zijn voor een vorm van luchtbehandeling waarbij de temperatuur wordt geregeld of kan worden verlaagd, eventueel samen met een regeling van de ventilatie, luchtvochtigheid en luchtzuiverheid;
|
|
6. "boiler": the combined boiler body and burner-unit designed to transmit to water the heat released from combustion;
|
6. c.v.-ketel: het geheel van ketellichaam en brander dat de verbrandingswarmte op water overbrengt;
|
|
7. "effective rated output (expressed in kW)": the maximum calorific output specified and guaranteed by the manufacturer as being deliverable during continuous operation while complying with the useful efficiency indicated by the manufacturer;
|
7. nominaal vermogen (uitgedrukt in kW): het maximale verwarmingsvermogen dat door de fabrikant voor continu gebruik is aangegeven en gegarandeerd, waarbij het door hem aangegeven nuttig rendement wordt gehaald;
|
|
8. "heat pump": a device or installation that extracts heat at low temperature from air, water or earth and supplies the heat to the building.
|
8. warmtepomp: een toestel/installatie dat/die bij lage temperatuur warmte aan de lucht, het water of de bodem onttrekt en deze warmte aan het gebouw afgeeft.
|
|
|
|
|
Article 3
|
Artikel 3
|
|
Adoption of a methodology
|
Vaststelling van een berekeningsmethodiek
|
|
Member States shall apply a methodology, at national or regional level, of calculation of the energy performance of buildings on the basis of the general framework set out in the Annex. Parts 1 and 2 of this framework shall be adapted to technical progress in accordance with the procedure referred to in Article 14(2), taking into account standards or norms applied in Member State legislation.
|
De lidstaten passen op nationaal of regionaal niveau voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen een methodiek toe op basis van het algemene kader in de bijlage. De delen 1 en 2 van dit kader worden volgens de procedure van artikel 14, lid 2, en met inachtneming van de in de lidstaten vigerende normen aan de stand van de techniek aangepast.
|
|
This methodology shall be set at national or regional level.
|
Deze methode wordt vastgesteld op nationaal of op regionaal niveau.
|
|
The energy performance of a building shall be expressed in a transparent manner and may include a CO2 emission indicator.
|
De energieprestatie van een gebouw wordt op transparante wijze uitgedrukt en kan een indicator voor de CO2-uitstoot omvatten.
|
|
|
|
|
Article 4
|
Artikel 4
|
|
Setting of energy performance requirements
|
Vaststelling van de eisen voor de energieprestatie
|
|
1. Member States shall take the necessary measures to ensure that minimum energy performance requirements for buildings are set, based on the methodology referred to in Article 3. When setting requirements, Member States may differentiate between new and existing buildings and different categories of buildings. These requirements shall take account of general indoor climate conditions, in order to avoid possible negative effects such as inadequate ventilation, as well as local conditions and the designated function and the age of the building. These requirements shall be reviewed at regular intervals which should not be longer than five years and, if necessary, updated in order to reflect technical progress in the building sector.
|
1. De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen opdat minimumeisen voor de energieprestatie van gebouwen worden vastgesteld volgens de in artikel 3 bedoelde methodiek. Bij het vaststellen van de eisen kunnen de lidstaten onderscheid maken tussen nieuwe en bestaande gebouwen alsmede verschillende categorieën gebouwen. In de eisen wordt rekening gehouden met de algemene binnenklimaatsituatie - om eventuele negatieve neveneffecten zoals onvoldoende ventilatie te voorkomen -, met de plaatselijke omstandigheden, met de gebruiksbestemming en met de ouderdom van het gebouw. De eisen dienen regelmatig en ten minste om de vijf jaar te worden getoetst, en zo nodig aan de technische vooruitgang in de bouwsector te worden aangepast.
|
|
2. The energy performance requirements shall be applied in accordance with Articles 5 and 6.
|
2. De eisen voor de energieprestatie worden toegepast overeenkomstig de artikelen 5 en 6.
|
|
3. Member States may decide not to set or apply the requirements referred to in paragraph 1 for the following categories of buildings:
|
3. De lidstaten kunnen beslissen om ten aanzien van de volgende categorieën gebouwen geen eisen als bedoeld in lid 1 vast te stellen of toe te passen:
|
|
- buildings and monuments officially protected as part of a designated environment or because of their special architectural or historic merit, where compliance with the requirements would unacceptably alter their character or appearance,
|
- gebouwen en monumenten die officieel beschermd zijn als onderdeel van een daartoe aangewezen omgeving, dan wel vanwege hun bijzondere architectonische of historische waarde, indien de toepassing van de eisen hun karakter of aanzicht op onaanvaardbare wijze zou veranderen;
|
|
- buildings used as places of worship and for religious activities,
|
- gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten;
|
|
- temporary buildings with a planned time of use of two years or less, industrial sites, workshops and non-residential agricultural buildings with low energy demand and non-residential agricultural buildings which are in use by a sector covered by a national sectoral agreement on energy performance,
|
- tijdelijke gebouwen die in principe niet langer dan twee jaar gebruikt worden, industriepanden, werkplaatsen en niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven met een lage energiebehoefte en niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven die in gebruik zijn bij een sector die onder een nationale sectorovereenkomst inzake energieprestatie valt;
|
|
- residential buildings which are intended to be used less than four months of the year,
|
- woongebouwen die in principe minder dan vier maanden per jaar gebruikt worden;
|
|
- stand-alone buildings with a total useful floor area of less than 50 m2.
|
- alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2.
|
|
|
|
|
Article 5
|
Artikel 5
|
|
New buildings
|
Nieuwe gebouwen
|
|
Member States shall take the necessary measures to ensure that new buildings meet the minimum energy performance requirements referred to in Article 4.
|
De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat nieuwe gebouwen aan de in artikel 4 bedoelde minimumeisen voor de energieprestatie voldoen.
|
|
For new buildings with a total useful floor area over 1000 m2, Member States shall ensure that the technical, environmental and economic feasibility of alternative systems such as:
|
Waar het gaat om nieuwe gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1000 m2 zorgen de lidstaten ervoor dat de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid van alternatieve systemen zoals
|
|
- decentralised energy supply systems based on renewable energy,
|
- gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen,
|
|
- CHP,
|
- WKK,
|
|
- district or block heating or cooling, if available,
|
- stads/blokverwarming of -koeling, indien beschikbaar,
|
|
- heat pumps, under certain conditions,
|
- warmtepompen, onder bepaalde voorwaarden,
|
|
is considered and is taken into account before construction starts.
|
in aanmerking worden genomen, alvorens met de bouw wordt begonnen.
|
|
|
|
|
Article 6
|
Artikel 6
|
|
Existing buildings
|
Bestaande gebouwen
|
|
Member States shall take the necessary measures to ensure that when buildings with a total useful floor area over 1000 m2 undergo major renovation, their energy performance is upgraded in order to meet minimum requirements in so far as this is technically, functionally and economically feasible. Member States shall derive these minimum energy performance requirements on the basis of the energy performance requirements set for buildings in accordance with Article 4. The requirements may be set either for the renovated building as a whole or for the renovated systems or components when these are part of a renovation to be carried out within a limited time period, with the abovementioned objective of improving the overall energy performance of the building.
|
De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat wanneer bestaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1000 m2 een ingrijpende renovatie ondergaan, de energieprestatie ervan tot het niveau van de minimumeisen wordt opgevoerd, voorzover dit technisch, functioneel en economisch haalbaar is. Zij leiden deze minimumeisen voor de energieprestatie af uit de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde energieprestatie-eisen. De eisen kunnen worden vastgesteld hetzij voor het gerenoveerde gebouw in zijn geheel, hetzij voor de gerenoveerde systemen of bestanddelen, wanneer deze deel uitmaken van een renovatie die binnen een bepaald tijdsbestek moet worden uitgevoerd, met het eerder genoemde doel de totale energieprestatie van het gebouw te verbeteren.
|
|
|
|
|
Article 7
|
Artikel 7
|
|
Energy performance certificate
|
Energieprestatiecertificaat
|
|
1. Member States shall ensure that, when buildings are constructed, sold or rented out, an energy performance certificate is made available to the owner or by the owner to the prospective buyer or tenant, as the case might be. The validity of the certificate shall not exceed 10 years.
|
1. De lidstaten zorgen ervoor dat bij de bouw, verkoop of verhuur van een gebouw aan de eigenaar, of door de eigenaar aan de toekomstige koper of huurder, naar gelang van het geval, een energieprestatiecertificaat wordt verstrekt. Het certificaat is niet langer dan tien jaar geldig.
|
|
Certification for apartments or units designed for separate use in blocks may be based:
|
De certificering van appartementen of van voor apart gebruik ontwikkelde eenheden die deel uitmaken van een blok is mogelijk op basis van:
|
|
- on a common certification of the whole building for blocks with a common heating system, or
|
- een gemeenschappelijke certificering voor het gehele gebouw, wanneer het gaat om een blok met een gemeenschappelijk verwarmingssysteem; of
|
|
- on the assessment of another representative apartment in the same block.
|
- keuring van een ander representatief appartement in hetzelfde blok.
|
|
Member States may exclude the categories referred to in Article 4(3) from the application of this paragraph.
|
De lidstaten kunnen de in artikel 4, lid 3, bedoelde categorieën van de toepassing van dit lid uitsluiten.
|
|
2. The energy performance certificate for buildings shall include reference values such as current legal standards and benchmarks in order to make it possible for consumers to compare and assess the energy performance of the building. The certificate shall be accompanied by recommendations for the cost-effective improvement of the energy performance.
|
2. Het energieprestatiecertificaat voor gebouwen bevat referentiewaarden, zoals geldende wettelijke normen en benchmarks, waarmee de consumenten de energieprestatie van gebouwen kunnen vergelijken en beoordelen. Het certificaat gaat vergezeld van aanbevelingen voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie.
|
|
The objective of the certificates shall be limited to the provision of information and any effects of these certificates in terms of legal proceedings or otherwise shall be decided in accordance with national rules.
|
De certificaten zijn louter informatief. De eventuele werking ervan voor gerechtelijke of andere procedures wordt bepaald door de nationale voorschriften.
|
|
3. Member States shall take measures to ensure that for buildings with a total useful floor area over 1000 m2 occupied by public authorities and by institutions providing public services to a large number of persons and therefore frequently visited by these persons an energy certificate, not older than 10 years, is placed in a prominent place clearly visible to the public.
|
3. De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat in gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1000 m2 waarin overheidsdiensten en instellingen die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken gevestigd zijn, en die derhalve vaak door die personen bezocht worden, een energiecertificaat dat niet ouder is dan tien jaar wordt aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.
|
|
The range of recommended and current indoor temperatures and, when appropriate, other relevant climatic factors may also be clearly displayed.
|
Voor die gebouwen kunnen het bereik van de aanbevolen en actuele binnentemperaturen en, indien van toepassing, andere relevante klimaatfactoren eveneens duidelijk worden aangegeven.
|
|
|
|
|
Article 8
|
Artikel 8
|
|
Inspection of boilers
|
Keuring van c.v.-ketels
|
|
With regard to reducing energy consumption and limiting carbon dioxide emissions, Member States shall either:
|
Met het oog op de vermindering van het energieverbruik en de beperking van kooldioxide-emissies:
|
|
(a) lay down the necessary measures to establish a regular inspection of boilers fired by non-renewable liquid or solid fuel of an effective rated output of 20 kW to 100 kW. Such inspection may also be applied to boilers using other fuels.
|
a) nemen de lidstaten de noodzakelijke maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van c.v.-ketels die werken op niet-hernieuwbare, vloeibare of vaste brandstof en een nominaal vermogen hebben van 20 tot 100 kW. De keuring kan ook worden ingesteld voor ketels die op andere brandstoffen werken;
|
|
Boilers of an effective rated output of more than 100 kW shall be inspected at least every two years. For gas boilers, this period may be extended to four years.
|
dienen c.v.-ketels met een nominaal vermogen van meer dan 100 kW ten minste om de twee jaar gekeurd te worden; voor gasketels kan deze periode verlengd worden tot vier jaar;
|
|
For heating installations with boilers of an effective rated output of more than 20 kW which are older than 15 years, Member States shall lay down the necessary measures to establish a one-off inspection of the whole heating installation. On the basis of this inspection, which shall include an assessment of the boiler efficiency and the boiler sizing compared to the heating requirements of the building, the experts shall provide advice to the users on the replacement of the boilers, other modifications to the heating system and on alternative solutions; or
|
stellen de lidstaten voor verwarmingsinstallaties met ketels met een nominaal vermogen van meer dan 20 kW die ouder zijn dan 15 jaar, de noodzakelijke maatregelen vast voor een eenmalige keuring van de gehele verwarmingsinstallatie. Aan de hand van deze keuring, die een beoordeling dient te omvatten van het rendement van de ketel en van de ketelgrootte ten opzichte van de verwarmingsbehoeften van het gebouw, adviseren de deskundigen de gebruikers over vervanging van de ketels, andere wijzigingen van het verwarmingssysteem en alternatieve oplossingen; of
|
|
(b) take steps to ensure the provision of advice to the users on the replacement of boilers, other modifications to the heating system and on alternative solutions which may include inspections to assess the efficiency and appropriate size of the boiler. The overall impact of this approach should be broadly equivalent to that arising from the provisions set out in (a). Member States that choose this option shall submit a report on the equivalence of their approach to the Commission every two years.
|
b) nemen de lidstaten de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de gebruikers geadviseerd worden over vervanging van de c.v.-ketels, andere wijzigingen van het verwarmingssysteem en alternatieve oplossingen, die keuringen kunnen inhouden om de doeltreffendheid en de juiste grootte van de ketel te beoordelen. Deze aanpak dient bij benadering hetzelfde resultaat op te leveren als het bepaalde onder a). De lidstaten die voor deze optie kiezen, brengen bij de Commissie om de twee jaar verslag uit over de gelijkwaardigheid van hun benadering.
|
|
|
|
|
Article 9
|
Artikel 9
|
|
Inspection of air-conditioning systems
|
Keuring van airconditioningsystemen
|
|
With regard to reducing energy consumption and limiting carbon dioxide emissions, Member States shall lay down the necessary measures to establish a regular inspection of air-conditioning systems of an effective rated output of more than 12 kW.
|
Met het oog op de vermindering van het energieverbruik en de beperking van kooldioxide-emissies nemen de lidstaten de nodige maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW.
|
|
This inspection shall include an assessment of the air-conditioning efficiency and the sizing compared to the cooling requirements of the building. Appropriate advice shall be provided to the users on possible improvement or replacement of the air-conditioning system and on alternative solutions.
|
De keuring omvat een beoordeling van het rendement van de airconditioning en van de dimensionering ervan gelet op de koelingsbehoefte van het gebouw. De gebruikers wordt nuttig advies verstrekt over mogelijke verbetering of vervanging van het airconditioningsysteem en over alternatieve oplossingen.
|
|
|
|
|
Article 10
|
Artikel 10
|
|
Independent experts
|
Onafhankelijke deskundigen
|
|
Member States shall ensure that the certification of buildings, the drafting of the accompanying recommendations and the inspection of boilers and air-conditioning systems are carried out in an independent manner by qualified and/or accredited experts, whether operating as sole traders or employed by public or private enterprise bodies.
|
De lidstaten zorgen ervoor dat de certificering van gebouwen en de daarbij behorende aanbevelingen, alsmede de keuring van c.v.-ketels en airconditioningsystemen, op onafhankelijke wijze worden uitgevoerd door gekwalificeerde en/of erkende deskundigen die hetzij zelfstandig hetzij in dienst van een openbaar of particulier orgaan optreden.
|
|
|
|
|
Article 11
|
Artikel 11
|
|
Review
|
Evaluatie
|
|
The Commission, assisted by the Committee established by Article 14, shall evaluate this Directive in the light of experience gained during its application, and, if necessary, make proposals with respect to, inter alia:
|
De Commissie, bijgestaan door het bij artikel 14 ingestelde comité, voert een evaluatie van deze richtlijn uit in het licht van de ervaring die is opgedaan met de toepassing ervan en doet zo nodig voorstellen voor onder andere:
|
|
(a) possible complementary measures referring to the renovations in buildings with a total useful floor area less than 1000 m2;
|
a) eventuele aanvullende maatregelen met betrekking tot renovatie van gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 1000 m2;
|
|
(b) general incentives for further energy efficiency measures in buildings.
|
b) algemene stimulansen voor het nemen van extra maatregelen voor energie-efficiëntie van gebouwen.
|
|
|
|
|
Article 12
|
Artikel 12
|
|
Information
|
Informatie
|
|
Member States may take the necessary measures to inform the users of buildings as to the different methods and practices that serve to enhance energy performance. Upon Member States' request, the Commission shall assist Member States in staging the information campaigns concerned, which may be dealt with in Community programmes.
|
De lidstaten kunnen de nodige maatregelen nemen om de gebruikers van gebouwen te informeren over de verschillende methoden en praktijken om de energieprestatie te verbeteren. Op verzoek assisteert de Commissie de lidstaten bij deze voorlichtingcampagnes, die kunnen worden opgezet in de vorm van communautaire programma's.
|
|
|
|
|
Article 13
|
Artikel 13
|
|
Adaptation of the framework
|
Aanpassing van het kader
|
|
Points 1 and 2 of the Annex shall be reviewed at regular intervals, which shall not be shorter than two years.
|
De delen 1 en 2 van de bijlage worden regelmatig, doch niet vaker dan elke twee jaar, herzien.
|
|
Any amendments necessary in order to adapt points 1 and 2 of the Annex to technical progress shall be adopted in accordance with the procedure referred to in Article 14(2).
|
De wijzigingen die nodig zijn om de delen 1 en 2 van de bijlage aan de technische vooruitgang aan te passen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure.
|
|
|
|
|
Article 14
|
Artikel 14
|
|
Committee
|
Comité
|
|
1. The Commission shall be assisted by a Committee.
|
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
|
|
2. Where reference is made to this paragraph, Articles 5 and 7 of Decision 1999/468/EC shall apply, having regard to the provisions of Article 8 thereof.
|
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
|
|
The period laid down in Article 5(6) of Decision 1999/468/EC shall be set at three months.
|
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
|
|
3. The Committee shall adopt its Rules of Procedure.
|
3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
|
|
|
|
|
Article 15
|
Artikel 15
|
|
Transposition
|
Omzetting
|
|
1. Member States shall bring into force the laws, regulations and administrative provisions necessary to comply with this Directive at the latest on 4 January 2006. They shall forthwith inform the Commission thereof.
|
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 4 januari 2006 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.
|
|
When Member States adopt these measures, they shall contain a reference to this Directive or shall be accompanied by such reference on the occasion of their official publication. Member States shall determine how such reference is to be made.
|
Wanneer de lidstaten deze bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
|
|
2. Member States may, because of lack of qualified and/or accredited experts, have an additional period of three years to apply fully the provisions of Articles 7, 8 and 9. When making use of this option, Member States shall notify the Commission, providing the appropriate justification together with a time schedule with respect to the further implementation of this Directive.
|
2. Bij gebrek aan gekwalificeerde en/of erkende deskundigen beschikken de lidstaten over een extra termijn van drie jaar voor de integrale toepassing van de artikelen 7, 8 en 9 van deze richtlijn. Wanneer de lidstaten van deze mogelijkheid gebruikmaken, stellen zij de Commissie daarvan in kennis, onder opgave van hun redenen en van een tijdschema voor de verdere toepassing van de richtlijn.
|
|
|
|
|
Article 16
|
Artikel 16
|
|
Entry into force
|
Inwerkingtreding
|
|
This Directive shall enter into force on the day of its publication in the Official Journal of the European Communities.
|
Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
|
|
|
|
|
Article 17
|
Artikel 17
|
|
Addressees
|
Adressaten
|
|
This Directive is addressed to the Member States.
|
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
|
|
|
|
|
Done at Brussels, 16 December 2002.
|
Gedaan te Brussel, 16 december 2002.
|
|
|
|
|
For the European Parliament
|
Voor het Europees Parlement
|
|
The President
|
De voorzitter
|
|
P. Cox
|
P. Cox
|
|
|
|
|
For the Council
|
Voor de Raad
|
|
The President
|
De voorzitster
|
|
M. Fischer Boel
|
M. Fischer Boel
|
|
|
|
|
(1) OJ C 213 E, 31.7.2001, p. 266 and OJ C 203 E, 27.8.2002, p. 69.
|
(1) PB C 213 E van 31.7.2001, blz. 266, en PB C 203 E van 27.8.2002, blz. 69.
|
|
(2) OJ C 36, 8.2.2002, p. 20.
|
(2) PB C 36 van 8.2.2002, blz. 20.
|
|
(3) OJ C 107, 3.5.2002, p. 76.
|
(3) PB C 107 van 3.5.2002, blz. 76.
|
|
(4) Opinion of the European Parliament of 6 February 2002 (not yet published in the Official Journal), Council Common Position of 7 June 2002 (OJ C 197, 20.8.2002, p. 6) and decision of the European Parliament of 10 October 2002 (not yet published in the Official Journal).
|
(4) Advies van het Europees Parlement van 6 februari 2002 (nog niet verschenen in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 7 juni 2002 (PB C 197 E van 20.8.2002, blz. 6.) en besluit van het Europees Parlement van 10 oktober 2002 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).
|
|
(5) OJ L 237, 22.9.1993, p. 28.
|
(5) PB L 237 van 22.9.1993, blz. 28.
|
|
(6) OJ L 40, 11.2.1989, p. 12. Directive as amended by Directive 93/68/EEC (OJ L 220, 30.8.1993, p.1).
|
(6) PB L 40 van 11.2.1989, blz. 12. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 93/68/EEG (PB L 220 van 30.8.1993, blz. 1).
|
|
(7) OJ L 184, 17.7.1999, p. 23.
|
(7) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ANNEX
|
BIJLAGE
|
|
|
|
|
General framework for the calculation of energy performance of buildings (Article 3)
|
Algemene kaderrichtsnoeren voor het berekenen van energieprestaties van gebouwen (artikel 3)
|
|
1. The methodology of calculation of energy performances of buildings shall include at least the following aspects:
|
1. Bij de toepassing van de methode voor het berekenen van de energieprestaties van gebouwen worden ten minste de volgende aspecten in aanmerking genomen:
|
|
(a) thermal characteristics of the building (shell and internal partitions, etc.). These characteristics may also include air-tightness;
|
a) thermische kenmerken van het gebouw (buitenschil, binnenruimten enz.). Die kenmerken kunnen ook de luchtdichtheid omvatten;
|
|
(b) heating installation and hot water supply, including their insulation characteristics;
|
b) verwarmingsinstallatie en warmwatervoorziening, met inbegrip van de isolatiekenmerken;
|
|
(c) air-conditioning installation;
|
c) airconditioningsysteem;
|
|
(d) ventilation;
|
d) ventilatie;
|
|
(e) built-in lighting installation (mainly the non-residential sector);
|
e) ingebouwde lichtinstallatie (vooral buiten de woonsector);
|
|
(f) position and orientation of buildings, including outdoor climate;
|
f) positie en oriëntatie van de gebouwen, met inbegrip van het buitenklimaat;
|
|
(g) passive solar systems and solar protection;
|
g) passieve zonnesystemen, zonwering;
|
|
(h) natural ventilation;
|
h) natuurlijke ventilatie;
|
|
(i) indoor climatic conditions, including the designed indoor climate.
|
i) de kwaliteit van het binnenklimaat, inclusief het kunstmatig binnenklimaat.
|
|
2. The positive influence of the following aspects shall, where relevant in this calculation, be taken into account:
|
2. Bij deze berekening wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met de positieve invloed van de volgende aspecten:
|
|
(a) active solar systems and other heating and electricity systems based on renewable energy sources;
|
a) actieve zonnesystemen en andere verwarmings- en elektriciteitssystemen op basis van hernieuwbare energiebronnen;
|
|
(b) electricity produced by CHP;
|
b) elektriciteit geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling;
|
|
(c) district or block heating and cooling systems;
|
c) verwarmings- en koelsystemen per blok of wijk;
|
|
(d) natural lighting.
|
d) natuurlijk licht.
|
|
3. For the purpose of this calculation buildings should be adequately classified into categories such as:
|
3. Ten behoeve van deze berekening worden gebouwen op een geschikte wijze onderverdeeld in categorieën als:
|
|
(a) single-family houses of different types;
|
a) eengezinswoningen van verschillende typen;
|
|
(b) apartment blocks;
|
b) appartementencomplexen;
|
|
(c) offices;
|
c) kantoren;
|
|
(d) education buildings;
|
d) onderwijsgebouwen;
|
|
(e) hospitals;
|
e) ziekenhuizen;
|
|
(f) hotels and restaurants;
|
f) hotels en restaurants;
|
|
(g) sports facilities;
|
g) sportvoorzieningen;
|
|
(h) wholesale and retail trade services buildings;
|
h) groot- en kleinhandelsgebouwen;
|
|
(i) other types of energy-consuming buildings.
|
i) andere typen energieverbruikende gebouwen.
|