Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
Council Framework Decision
Kaderbesluit van de Raad
of 13 June 2002
van 13 juni 2002
on the European arrest warrant and the surrender procedures between Member States
betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten
(2002/584/JHA)
(2002/584/JBZ)
THE COUNCIL OF THE EUROPEAN UNION,
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Having regard to the Treaty on European Union, and in particular Article 31(a) and (b) and Article 34(2)(b) thereof,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 31, onder a) en b), en artikel 34, lid 2, onder b),
Having regard to the proposal from the Commission(1),
Gezien het voorstel van de Commissie(1),
Having regard to the opinion of the European Parliament(2),
Gezien het advies van het Europees Parlement(2),
Whereas:
Overwegende hetgeen volgt:
(1) According to the Conclusions of the Tampere European Council of 15 and 16 October 1999, and in particular point 35 thereof, the formal extradition procedure should be abolished among the Member States in respect of persons who are fleeing from justice after having been finally sentenced and extradition procedures should be speeded up in respect of persons suspected of having committed an offence.
(1) Volgens de conclusies van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999, en met name punt 35, moet voor personen die na een definitieve veroordeling aan de rechtspleging proberen te ontkomen, de formele uitleveringsprocedure tussen de lidstaten worden afgeschaft en moeten voor personen die ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben begaan, de uitleveringsprocedures worden versneld.
(2) The programme of measures to implement the principle of mutual recognition of criminal decisions envisaged in point 37 of the Tampere European Council Conclusions and adopted by the Council on 30 November 2000(3), addresses the matter of mutual enforcement of arrest warrants.
(2) Het programma van maatregelen om uitvoering te geven aan het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechterlijke beslissingen zoals vermeld in punt 37 van de conclusies van de Europese Raad van Tampere, dat door de Raad is aangenomen op 30 november 2000(3), bevat de wederzijdse tenuitvoerlegging van aanhoudingsbevelen.
(3) All or some Member States are parties to a number of conventions in the field of extradition, including the European Convention on extradition of 13 December 1957 and the European Convention on the suppression of terrorism of 27 January 1977. The Nordic States have extradition laws with identical wording.
(3) Alle of sommige lidstaten zijn partij bij verdragen inzake uitlevering, waaronder het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 en het Europees Verdrag ter bestrijding van terrorisme van 27 januari 1977. De noordse landen hebben identiek geformuleerde uitleveringswetten vastgesteld.
(4) In addition, the following three Conventions dealing in whole or in part with extradition have been agreed upon among Member States and form part of the Union acquis: the Convention of 19 June 1990 implementing the Schengen Agreement of 14 June 1985 on the gradual abolition of checks at their common borders(4) (regarding relations between the Member States which are parties to that Convention), the Convention of 10 March 1995 on simplified extradition procedure between the Member States of the European Union(5) and the Convention of 27 September 1996 relating to extradition between the Member States of the European Union(6).
(4) Daarnaast hebben de lidstaten de drie akten goedgekeurd, welke geheel of gedeeltelijk op uitlevering betrek-king hebben en die deel uitmaken van het acquis van de Unie: de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappe-lijke grenzen (in betrekkingen tussen de lidstaten die partij bij die overeenkomst zijn)(4), de Overeenkomst van 10 maart 1995 aangaande de verkorte procedure tot uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie(5), en de Overeenkomst van 27 september 1996 betreffende uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie(6).
(5) The objective set for the Union to become an area of freedom, security and justice leads to abolishing extradition between Member States and replacing it by a system of surrender between judicial authorities. Further, the introduction of a new simplified system of surrender of sentenced or suspected persons for the purposes of execution or prosecution of criminal sentences makes it possible to remove the complexity and potential for delay inherent in the present extradition procedures. Traditional cooperation relations which have prevailed up till now between Member States should be replaced by a system of free movement of judicial decisions in criminal matters, covering both pre-sentence and final decisions, within an area of freedom, security and justice.
(5) De opdracht van de Unie om een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te worden, brengt mee dat uitlevering tussen de lidstaten moet worden afgeschaft en vervangen door een regeling van overlevering tussen rechterlijke autoriteiten. Met de invoering van een nieuwe en vereenvoudigde regeling van overlevering van veroordeelde of verdachte personen ter fine van tenuitvoerlegging van strafrechterlijke beslissingen en vervolging kan tevens een oplossing worden gevonden voor de complexiteit en het tijdverlies die inherent zijn aan de huidige uitleveringsprocedures. De klassieke samenwerking die tot dusverre in de betrekkingen tussen de lidstaten overheerste, moet worden vervangen door een vrij verkeer van beslissingen in strafzaken, zowel in de onderzoeks- als in de berechtingsfase, in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.
(6) The European arrest warrant provided for in this Framework Decision is the first concrete measure in the field of criminal law implementing the principle of mutual recognition which the European Council referred to as the "cornerstone" of judicial cooperation.
(6) Het Europees aanhoudingsbevel waarin dit kaderbesluit voorziet, vormt de eerste tastbare toepassing op strafrechtelijk gebied van het beginsel van wederzijdse erkenning, welk beginsel de Europese Raad als hoeksteen van de gerechtelijke samenwerking beschouwt.
(7) Since the aim of replacing the system of multilateral extradition built upon the European Convention on Extradition of 13 December 1957 cannot be sufficiently achieved by the Member States acting unilaterally and can therefore, by reason of its scale and effects, be better achieved at Union level, the Council may adopt measures in accordance with the principle of subsidiarity as referred to in Article 2 of the Treaty on European Union and Article 5 of the Treaty establishing the European Community. In accordance with the principle of proportionality, as set out in the latter Article, this Framework Decision does not go beyond what is necessary in order to achieve that objective.
(7) Daar de beoogde vervanging van het multilaterale uitleveringsstelsel, gebaseerd op het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 niet voldoende door de lidstaten op unilaterale wijze kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de dimensie en effecten ervan beter op het niveau van de Unie haar beslag kan krijgen, kan de Raad overeenkomstig het in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in artikel 5 van het EGVerdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, zoals in laatstgenoemd artikel neergelegd, gaat dit kaderbesluit niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
(8) Decisions on the execution of the European arrest warrant must be subject to sufficient controls, which means that a judicial authority of the Member State where the requested person has been arrested will have to take the decision on his or her surrender.
(8) Beslissingen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel mogen pas worden genomen na een toereikende controle, hetgeen betekent dat een rechterlijke autoriteit van de lidstaat waar de gezochte persoon is aangehouden, dient te beslissen of deze al dan niet wordt overgeleverd.
(9) The role of central authorities in the execution of a European arrest warrant must be limited to practical and administrative assistance.
(9) De rol van de centrale autoriteiten bij de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel moet beperkt blijven tot het verlenen van praktische en administratieve bijstand.
(10) The mechanism of the European arrest warrant is based on a high level of confidence between Member States. Its implementation may be suspended only in the event of a serious and persistent breach by one of the Member States of the principles set out in Article 6(1) of the Treaty on European Union, determined by the Council pursuant to Article 7(1) of the said Treaty with the consequences set out in Article 7(2) thereof.
(10) De regeling inzake het Europees aanhoudingsbevel berust op een hoge mate van vertrouwen tussen de lidstaten. De toepassing ervan kan slechts worden opgeschort in geval van een ernstige en voortdurende schending door een lidstaat van de in artikel 6, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde beginselen, welke schending door de Raad is geconstateerd overeenkomstig artikel 7, lid 1, en volgens de procedure van artikel 7, lid 2, van dat Verdrag.
(11) In relations between Member States, the European arrest warrant should replace all the previous instruments concerning extradition, including the provisions of Title III of the Convention implementing the Schengen Agreement which concern extradition.
(11) De regeling inzake het Europees aanhoudingsbevel dient in de onderlinge betrekkingen van de lidstaten in de plaats te treden van alle eerdere rechtsinstrumenten inzake uitlevering, met inbegrip van de uitleveringsbepalingen van titel III van de Schengenuitvoeringsovereenkomst.
(12) This Framework Decision respects fundamental rights and observes the principles recognised by Article 6 of the Treaty on European Union and reflected in the Charter of Fundamental Rights of the European Union(7), in particular Chapter VI thereof. Nothing in this Framework Decision may be interpreted as prohibiting refusal to surrender a person for whom a European arrest warrant has been issued when there are reasons to believe, on the basis of objective elements, that the said arrest warrant has been issued for the purpose of prosecuting or punishing a person on the grounds of his or her sex, race, religion, ethnic origin, nationality, language, political opinions or sexual orientation, or that that person's position may be prejudiced for any of these reasons.
(12) Dit kaderbesluit eerbiedigt de grondrechten en voldoet aan de beginselen die worden erkend bij artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en zijn weergegeven in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie(7), met name in hoofdstuk VI. Niets in dit kaderbesluit staat eraan in de weg dat de overlevering kan worden geweigerd van een persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, indien er objectieve redenen bestaan om aan te nemen dat het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd met het oog op vervolging of bestraffing van die persoon op grond van zijn geslacht, ras, godsdienst, etnische afstamming, nationaliteit, taal, politieke overtuiging of seksuele geaardheid of dat de positie van die persoon kan worden aangetast om een van deze redenen.
This Framework Decision does not prevent a Member State from applying its constitutional rules relating to due process, freedom of association, freedom of the press and freedom of expression in other media.
Dit kaderbesluit laat de toepassing door de lidstaten van hun grondwettelijke bepalingen betreffende het recht op een eerlijke rechtsgang, de vrijheid van vereniging, de vrijheid van drukpers en de vrijheid van meningsuiting in andere media, onverlet.
(13) No person should be removed, expelled or extradited to a State where there is a serious risk that he or she would be subjected to the death penalty, torture or other inhuman or degrading treatment or punishment.
(13) Niemand mag worden verwijderd of uitgezet naar dan wel uitgeleverd aan een staat waarin een ernstig risico bestaat dat hij aan de doodstraf, aan folteringen of aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen wordt onderworpen.
(14) Since all Member States have ratified the Council of Europe Convention of 28 January 1981 for the protection of individuals with regard to automatic processing of personal data, the personal data processed in the context of the implementation of this Framework Decision should be protected in accordance with the principles of the said Convention,
(14) Alle lidstaten hebben het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens geratificeerd. De bij de toepassing van dit kaderbesluit verwerkte persoonsgegevens dienen in overeenstemming met de beginselen van dit Verdrag te worden beschermd,
HAS ADOPTED THIS FRAMEWORK DECISION:
HEEFT HET VOLGENDE KADERBESLUIT VASTGESTELD:
CHAPTER 1
HOOFDSTUK 1
GENERAL PRINCIPLES
ALGEMENE BEGINSELEN
Article 1
Artikel 1
Definition of the European arrest warrant and obligation to execute it
Verplichting tot tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel
1. The European arrest warrant is a judicial decision issued by a Member State with a view to the arrest and surrender by another Member State of a requested person, for the purposes of conducting a criminal prosecution or executing a custodial sentence or detention order.
1. Het Europees aanhoudingsbevel is een rechterlijke beslissing die door een lidstaat wordt uitgevaardigd met het oog op de aanhouding en de overlevering door een andere lidstaat van een persoon die gezocht wordt met het oog op strafvervolging of uitvoering van een tot vrijheidsbeneming strekkende straf of maatregel.
2. Member States shall execute any European arrest warrant on the basis of the principle of mutual recognition and in accordance with the provisions of this Framework Decision.
2. De lidstaten verbinden zich ertoe om, op grond van het beginsel van wederzijdse erkenning en overeenkomstig de bepalingen van dit kaderbesluit, elk Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen.
3. This Framework Decision shall not have the effect of modifying the obligation to respect fundamental rights and fundamental legal principles as enshrined in Article 6 of the Treaty on European Union.
3. Dit kaderbesluit kan niet tot gevolg hebben dat de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en de fundamentele rechtsbeginselen, zoals die zijn neergelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, wordt aangetast.
Article 2
Artikel 2
Scope of the European arrest warrant
Toepassingsgebied van het Europees aanhoudingsbevel
1. A European arrest warrant may be issued for acts punishable by the law of the issuing Member State by a custodial sentence or a detention order for a maximum period of at least 12 months or, where a sentence has been passed or a detention order has been made, for sentences of at least four months.
1. Een Europees aanhoudingsbevel kan worden uitgevaardigd wegens feiten die door de wet van de uitvaardigende lidstaat strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, met een maximum van ten minste twaalf maanden of, wanneer een straf of een maatregel is opgelegd, wegens opgelegde sancties met een duur van ten minste vier maanden.
2. The following offences, if they are punishable in the issuing Member State by a custodial sentence or a detention order for a maximum period of at least three years and as they are defined by the law of the issuing Member State, shall, under the terms of this Framework Decision and without verification of the double criminality of the act, give rise to surrender pursuant to a European arrest warrant:
2. Tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel kunnen leiden, onder de voorwaarden van dit kaderbesluit en zonder toetsing van de dubbele strafbaarheid van het feit, de navolgende strafbare feiten, indien daarop in de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel staat met een maximum van ten minste drie jaar en zoals omschreven in het recht van de uitvaardigende lidstaat:
- participation in a criminal organisation,
- deelneming aan een criminele organisatie,
- terrorism,
- terrorisme,
- trafficking in human beings,
- mensenhandel,
- sexual exploitation of children and child pornography,
- seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie,
- illicit trafficking in narcotic drugs and psychotropic substances,
- illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen,
- illicit trafficking in weapons, munitions and explosives,
- illegale handel in wapens, munitie en explosieven,
- corruption,
- corruptie,
- fraud, including that affecting the financial interests of the European Communities within the meaning of the Convention of 26 July 1995 on the protection of the European Communities' financial interests,
- fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen,
- laundering of the proceeds of crime,
- witwassen van opbrengsten van misdrijven,
- counterfeiting currency, including of the euro,
- vervalsing met inbegrip van namaak van de euro,
- computer-related crime,
- informaticacriminaliteit,
- environmental crime, including illicit trafficking in endangered animal species and in endangered plant species and varieties,
- milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en bedreigde planten- en boomsoorten,
- facilitation of unauthorised entry and residence,
- hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf,
- murder, grievous bodily injury,
- moord en doodslag, zware mishandeling,
- illicit trade in human organs and tissue,
- illegale handel in menselijke organen en weefsels,
- kidnapping, illegal restraint and hostage-taking,
- ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling,
- racism and xenophobia,
- racisme en vreemdelingenhaat,
- organised or armed robbery,
- georganiseerde of gewapende diefstal,
- illicit trafficking in cultural goods, including antiques and works of art,
- illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen,
- swindling,
- oplichting,
- racketeering and extortion,
- racketeering en afpersing,
- counterfeiting and piracy of products,
- namaak van producten en productpiraterij,
- forgery of administrative documents and trafficking therein,
- vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten,
- forgery of means of payment,
- vervalsing van betaalmiddelen,
- illicit trafficking in hormonal substances and other growth promoters,
- illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars,
- illicit trafficking in nuclear or radioactive materials,
- illegale handel in nucleaire en radioactieve stoffen,
- trafficking in stolen vehicles,
- handel in gestolen voertuigen,
- rape,
- verkrachting,
- arson,
- opzettelijke brandstichting,
- crimes within the jurisdiction of the International Criminal Court,
- misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen,
- unlawful seizure of aircraft/ships,
- kaping van vliegtuigen/schepen,
- sabotage.
- sabotage.
3. The Council may decide at any time, acting unanimously after consultation of the European Parliament under the conditions laid down in Article 39(1) of the Treaty on European Union (TEU), to add other categories of offence to the list contained in paragraph 2. The Council shall examine, in the light of the report submitted by the Commission pursuant to Article 34(3), whether the list should be extended or amended.
3. De Raad kan te allen tijde met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 39, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie besluiten andere categorieën van strafbare feiten aan de lijst van lid 2 van dit artikel toe te voegen. De Raad overweegt in het licht van het door de Commissie overeenkomstig artikel 34, lid 3, ingediende verslag of deze lijst moet worden uitgebreid of gewijzigd.
4. For offences other than those covered by paragraph 2, surrender may be subject to the condition that the acts for which the European arrest warrant has been issued constitute an offence under the law of the executing Member State, whatever the constituent elements or however it is described.
4. Ten aanzien van andere dan de in lid 2 van dit artikel bedoelde strafbare feiten kan overlevering afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat het Europees aanhoudingsbevel berust op een naar het recht van de uitvoerende lidstaat strafbaar feit, ongeacht de bestanddelen of de kwalificatie ervan.
Article 3
Artikel 3
Grounds for mandatory non-execution of the European arrest warrant
Gronden tot verplichte weigering van de tenuitvoerlegging
The judicial authority of the Member State of execution (hereinafter "executing judicial authority") shall refuse to execute the European arrest warrant in the following cases:
De rechterlijke autoriteit van de uitvoerende lidstaat, hierna "de uitvoerende rechterlijke autoriteit" genoemd, weigert de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel in de volgende gevallen:
1. if the offence on which the arrest warrant is based is covered by amnesty in the executing Member State, where that State had jurisdiction to prosecute the offence under its own criminal law;
1. het strafbaar feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, valt in de uitvoerende staat onder een amnestie en deze staat was krachtens zijn strafwetgeving bevoegd om dat strafbaar feit te vervolgen;
2. if the executing judicial authority is informed that the requested person has been finally judged by a Member State in respect of the same acts provided that, where there has been sentence, the sentence has been served or is currently being served or may no longer be executed under the law of the sentencing Member State;
2. uit de gegevens waarover de uitvoerende rechterlijke autoriteit beschikt, blijkt dat de gezochte persoon onherroepelijk door een lidstaat is berecht voor dezelfde feiten, op voorwaarde dat, in geval van veroordeling, de sanctie is ondergaan of op dat tijdstip wordt ondergaan dan wel niet meer kan worden uitgevoerd volgens het recht van de veroordelende lidstaat;
3. if the person who is the subject of the European arrest warrant may not, owing to his age, be held criminally responsible for the acts on which the arrest warrant is based under the law of the executing State.
3. de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, kan krachtens het recht van de uitvoerende lidstaat op grond van zijn leeftijd niet strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld voor de feiten die aan dit bevel ten grondslag liggen.
Article 4
Artikel 4
Grounds for optional non-execution of the European arrest warrant
Gronden tot facultatieve weigering van de tenuitvoerlegging
The executing judicial authority may refuse to execute the European arrest warrant:
De uitvoerende rechterlijke autoriteit kan de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel weigeren in de volgende gevallen:
1. if, in one of the cases referred to in Article 2(4), the act on which the European arrest warrant is based does not constitute an offence under the law of the executing Member State; however, in relation to taxes or duties, customs and exchange, execution of the European arrest warrant shall not be refused on the ground that the law of the executing Member State does not impose the same kind of tax or duty or does not contain the same type of rules as regards taxes, duties and customs and exchange regulations as the law of the issuing Member State;
1. in een van de in artikel 2, lid 4, bedoelde gevallen is het feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt naar het recht van de uitvoerende lidstaat niet strafbaar; terzake van retributies en belastingen, douane en deviezen mag de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel niet worden geweigerd op grond van het feit dat de uitvoerende lidstaat niet dezelfde soort retributies of belastingen heft, of niet dezelfde soort regelgeving inzake retributies, belastingen, douane en deviezen kent als de uitvaardigende lidstaat;
2. where the person who is the subject of the European arrest warrant is being prosecuted in the executing Member State for the same act as that on which the European arrest warrant is based;
2. de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, wordt in de uitvoerende lidstaat vervolgd wegens het feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt;
3. where the judicial authorities of the executing Member State have decided either not to prosecute for the offence on which the European arrest warrant is based or to halt proceedings, or where a final judgment has been passed upon the requested person in a Member State, in respect of the same acts, which prevents further proceedings;
3. de uitvoerende rechterlijke autoriteiten van de lidstaat hebben besloten geen vervolging in te stellen wegens het strafbaar feit waarvoor het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, of een ingestelde vervolging te staken, dan wel wanneer in een lidstaat tegen de gezochte persoon voor dezelfde feiten een onherroepelijke beslissing is genomen die verdere vervolging onmogelijk maakt;
4. where the criminal prosecution or punishment of the requested person is statute-barred according to the law of the executing Member State and the acts fall within the jurisdiction of that Member State under its own criminal law;
4. de strafvervolging of de straf is volgens de wet van de uitvoerende lidstaat verjaard en de feiten vallen naar het strafrecht van deze lidstaat onder zijn rechtsmacht;
5. if the executing judicial authority is informed that the requested person has been finally judged by a third State in respect of the same acts provided that, where there has been sentence, the sentence has been served or is currently being served or may no longer be executed under the law of the sentencing country;
5. uit de gegevens waarover de uitvoerende rechterlijke autoriteit beschikt, blijkt dat de gezochte persoon door een derde land onherroepelijk is berecht voor dezelfde feiten, op voorwaarde dat, ingeval van veroordeling, de sanctie is ondergaan of op dat tijdstip wordt ondergaan dan wel niet meer ten uitvoer kan worden gelegd volgens het recht van de staat van veroordeling;
6. if the European arrest warrant has been issued for the purposes of execution of a custodial sentence or detention order, where the requested person is staying in, or is a national or a resident of the executing Member State and that State undertakes to execute the sentence or detention order in accordance with its domestic law;
6. het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, terwijl de gezochte persoon verblijft in of onderdaan of ingezetene is van de uitvoerende lidstaat en deze staat zich ertoe verbindt die straf of maatregel overeenkomstig zijn nationale recht zelf ten uitvoer te leggen;
7. where the European arrest warrant relates to offences which:
7. het Europees aanhoudingsbevel betreft een strafbaar feit dat
(a) are regarded by the law of the executing Member State as having been committed in whole or in part in the territory of the executing Member State or in a place treated as such; or
a) naar het recht van de uitvoerende lidstaat geacht wordt geheel of ten dele te zijn gepleegd op het grondgebied van die lidstaat of op een daarmee gelijk te stellen plaats;
(b) have been committed outside the territory of the issuing Member State and the law of the executing Member State does not allow prosecution for the same offences when committed outside its territory.
b) buiten het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat is gepleegd en er naar het recht van de uitvoerende lidstaat geen vervolging zou kunnen worden ingesteld indien een zelfde feit buiten het grondgebied van de uitvoerende lidstaat zou zijn gepleegd.
Article 5
Artikel 5
Guarantees to be given by the issuing Member State in particular cases
Garanties van de uitvaardigende lidstaat in bijzondere gevallen
The execution of the European arrest warrant by the executing judicial authority may, by the law of the executing Member State, be subject to the following conditions:
De tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel door de uitvoerende rechterlijke autoriteit kan door het recht van de uitvoerende lidstaat afhankelijk worden gesteld van een van de volgende voorwaarden:
1. where the European arrest warrant has been issued for the purposes of executing a sentence or a detention order imposed by a decision rendered in absentia and if the person concerned has not been summoned in person or otherwise informed of the date and place of the hearing which led to the decision rendered in absentia, surrender may be subject to the condition that the issuing judicial authority gives an assurance deemed adequate to guarantee the person who is the subject of the European arrest warrant that he or she will have an opportunity to apply for a retrial of the case in the issuing Member State and to be present at the judgment;
1. indien het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd ter uitvoering van een bij verstek opgelegde vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, dat wil zeggen dat de betrokkene niet aanwezig was omdat hij niet persoonlijk gedagvaard of anderszins in kennis gesteld is van datum en plaats van de terechtzitting die tot het verstekvonnis heeft geleid, kan overlevering afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de uitvaardigende rechterlijke autoriteit een voldoende garantie geeft dat de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, in de gelegenheid zal worden gesteld in de uitvaardigende lidstaat om een nieuw proces te verzoeken en aanwezig te zijn op de terechtzitting;
2. if the offence on the basis of which the European arrest warrant has been issued is punishable by custodial life sentence or life-time detention order, the execution of the said arrest warrant may be subject to the condition that the issuing Member State has provisions in its legal system for a review of the penalty or measure imposed, on request or at the latest after 20 years, or for the application of measures of clemency to which the person is entitled to apply for under the law or practice of the issuing Member State, aiming at a non-execution of such penalty or measure;
2. indien het feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, strafbaar is gesteld met een levenslange vrijheidsstraf of een maatregel welke levenslange vrijheidsbeneming meebrengt, kan de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat in het rechtsstelsel van de uitvaardigende lidstaat de mogelijkheid van herziening van de opgelegde straf of maatregel - op verzoek of ten minste na 20 jaar - bestaat, dan wel van toepassing van gratiemaatregelen waarvoor de betrokkene krachtens de nationale wetgeving of praktijk van die lidstaat in aanmerking kan komen, strekkende tot niet-uitvoering van die straf of maatregel;
3. where a person who is the subject of a European arrest warrant for the purposes of prosecution is a national or resident of the executing Member State, surrender may be subject to the condition that the person, after being heard, is returned to the executing Member State in order to serve there the custodial sentence or detention order passed against him in the issuing Member State.
3. indien de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel ter fine van een strafvervolging is uitgevaardigd, onderdaan of ingezetene van de uitvoerende lidstaat is, kan overlevering afhankelijk worden gesteld van de garantie dat de persoon, na te zijn berecht, wordt teruggezonden naar de uitvoerende lidstaat om daar de vrijheidsstraf of de tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel te ondergaan die hem eventueel wordt opgelegd in de uitvaardigende lidstaat.
Article 6
Artikel 6
Determination of the competent judicial authorities
Bevoegde rechterlijke autoriteiten
1. The issuing judicial authority shall be the judicial authority of the issuing Member State which is competent to issue a European arrest warrant by virtue of the law of that State.
1. De uitvaardigende rechterlijke autoriteit is de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende lidstaat die bevoegd is om een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen krachtens het recht van de uitvaardigende lidstaat.
2. The executing judicial authority shall be the judicial authority of the executing Member State which is competent to execute the European arrest warrant by virtue of the law of that State.
2. De uitvoerende rechterlijke autoriteit is de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende lidstaat die bevoegd is het Europees aanhoudingsbevel uit te voeren krachtens het recht van de uitvoerende lidstaat.
3. Each Member State shall inform the General Secretariat of the Council of the competent judicial authority under its law.
3. Iedere lidstaat deelt het secretariaat-generaal van de Raad mee welke rechterlijke autoriteit volgens zijn interne recht bevoegd is.
Article 7
Artikel 7
Recourse to the central authority
Inschakeling van de centrale autoriteit
1. Each Member State may designate a central authority or, when its legal system so provides, more than one central authority to assist the competent judicial authorities.
1. Iedere lidstaat kan één of, indien zijn rechtsorde daarin voorziet, meer centrale autoriteiten aanwijzen om de bevoegde rechterlijke autoriteiten bij te staan.
2. A Member State may, if it is necessary as a result of the organisation of its internal judicial system, make its central authority(ies) responsible for the administrative transmission and reception of European arrest warrants as well as for all other official correspondence relating thereto.
2. Een lidstaat kan, indien zijn interne rechterlijke organisatie zulks vereist, zijn centrale autoriteit(en) belasten met het toezenden en administratief in ontvangst nemen van de Europese aanhoudingsbevelen en van elke andere formele correspondentie dienaangaande.
Member State wishing to make use of the possibilities referred to in this Article shall communicate to the General Secretariat of the Council information relating to the designated central authority or central authorities. These indications shall be binding upon all the authorities of the issuing Member State.
De lidstaat die van deze mogelijkheid gebruik wil maken, stelt het secretariaat-generaal van de Raad in kennis van de gegevens met betrekking tot de centrale autoriteit(en). Die gegevens zijn bindend voor alle autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat.
Article 8
Artikel 8
Content and form of the European arrest warrant
Inhoud en vorm van het Europees aanhoudingsbevel
1. The European arrest warrant shall contain the following information set out in accordance with the form contained in the Annex:
1. In het Europees aanhoudingsbevel worden overeenkomstig het als bijlage bij dit kaderbesluit gevoegde model de navolgende gegevens vermeld:
(a) the identity and nationality of the requested person;
a) de identiteit en de nationaliteit van de gezochte persoon;
(b) the name, address, telephone and fax numbers and e-mail address of the issuing judicial authority;
b) de naam, het adres, het telefoon- en het faxnummer en het e-mailadres van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit;
(c) evidence of an enforceable judgment, an arrest warrant or any other enforceable judicial decision having the same effect, coming within the scope of Articles 1 and 2;
c) de vermelding dat een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis, een aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing bestaat, zoals bedoeld in de artikelen 1 en 2;
(d) the nature and legal classification of the offence, particularly in respect of Article 2;
d) de aard en de wettelijke kwalificatie van het strafbaar feit, met name rekening houdend met artikel 2;
(e) a description of the circumstances in which the offence was committed, including the time, place and degree of participation in the offence by the requested person;
e) een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd, met vermelding van onder meer het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de gezochte persoon bij het strafbare feit;
(f) the penalty imposed, if there is a final judgment, or the prescribed scale of penalties for the offence under the law of the issuing Member State;
f) de opgelegde straf, indien een onherroepelijk vonnis bestaat, of de in de uitvaardigende lidstaat voor het betrokken feit geldende strafmaat;
(g) if possible, other consequences of the offence.
g) indien mogelijk, andere gevolgen van het strafbaar feit.
2. The European arrest warrant must be translated into the official language or one of the official languages of the executing Member State. Any Member State may, when this Framework Decision is adopted or at a later date, state in a declaration deposited with the General Secretariat of the Council that it will accept a translation in one or more other official languages of the Institutions of the European Communities.
2. Het Europees aanhoudingsbevel wordt vertaald in de officiële taal of in één van de officiële talen van de uitvoerende lidstaat. Elke lidstaat kan, bij de aanneming van dit kaderbesluit of op een later tijdstip, in een bij het secretariaat-generaal van de Raad neergelegde verklaring meedelen dat hij een vertaling in één of meer andere officiële talen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen aanvaardt.
CHAPTER 2
HOOFDSTUK 2
SURRENDER PROCEDURE
OVERLEVERINGSPROCEDURE
Article 9
Artikel 9
Transmission of a European arrest warrant
Toezending van een Europees aanhoudingsbevel
1. When the location of the requested person is known, the issuing judicial authority may transmit the European arrest warrant directly to the executing judicial authority.
1. Wanneer de plaats waar de persoon zich bevindt bekend is, kan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit het Europees aanhoudingsbevel rechtstreeks toezenden aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit.
2. The issuing judicial authority may, in any event, decide to issue an alert for the requested person in the Schengen Information System (SIS).
2. De uitvaardigende rechterlijke autoriteit kan ook altijd besluiten om de gezochte persoon in het Schengeninformatiesysteem (SIS) te signaleren.
3. Such an alert shall be effected in accordance with the provisions of Article 95 of the Convention of 19 June 1990 implementing the Schengen Agreement of 14 June 1985 on the gradual abolition of controls at common borders. An alert in the Schengen Information System shall be equivalent to a European arrest warrant accompanied by the information set out in Article 8(1).
3. Deze signalering vindt plaats overeenkomstig artikel 95 van de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. Een signalering in het SIS vergezeld van de gegevens vermeld in artikel 8, lid 1, geldt als Europees aanhoudingsbevel.
For a transitional period, until the SIS is capable of transmitting all the information described in Article 8, the alert shall be equivalent to a European arrest warrant pending the receipt of the original in due and proper form by the executing judicial authority.
Tot het tijdstip waarop het SIS in staat zal zijn gesteld alle in artikel 8 vermelde gegevens mee te delen, geldt de signalering bij wijze van overgangsmaatregel als Europees aanhoudingsbevel in afwachting dat het origineel in de voorgeschreven vorm door de uitvoerende rechterlijke autoriteit is ontvangen.
Article 10
Artikel 10
Detailed procedures for transmitting a European arrest warrant
Wijze van toezending van een Europees aanhoudingsbevel
1. If the issuing judicial authority does not know the competent executing judicial authority, it shall make the requisite enquiries, including through the contact points of the European Judicial Network(8), in order to obtain that information from the executing Member State.
1. Indien de uitvaardigende rechterlijke autoriteit niet weet wie de bevoegde uitvoerende rechterlijke autoriteit is, verricht zij de nodige naspeuringen, met name via de contactpunten van het Europees justitieel netwerk(8), om de informatie te verkrijgen van de uitvoerende lidstaat.
2. If the issuing judicial authority so wishes, transmission may be effected via the secure telecommunications system of the European Judicial Network.
2. Indien de uitvaardigende rechterlijke autoriteit zulks wenst, kan de toezending plaatsvinden via het beveiligd telecommunicatiesysteem van het Europees justitieel netwerk.
3. If it is not possible to call on the services of the SIS, the issuing judicial authority may call on Interpol to transmit a European arrest warrant.
3. Indien geen gebruik kan worden gemaakt van het SIS, kan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit voor de toezending van het Europees aanhoudingsbevel een beroep doen op de diensten van Interpol.
4. The issuing judicial authority may forward the European arrest warrant by any secure means capable of producing written records under conditions allowing the executing Member State to establish its authenticity.
4. De uitvaardigende rechterlijke autoriteit kan het Europees aanhoudingsbevel toezenden op elke wijze die veilig is en die een schriftelijke melding oplevert en ten aanzien waarvan de uitvoerende lidstaat zich van de echtheid kan vergewissen.
5. All difficulties concerning the transmission or the authenticity of any document needed for the execution of the European arrest warrant shall be dealt with by direct contacts between the judicial authorities involved, or, where appropriate, with the involvement of the central authorities of the Member States.
5. Wanneer moeilijkheden rijzen in verband met de toezending of de echtheid van een voor de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel noodzakelijk document, worden deze moeilijkheden opgelost door middel van rechtstreeks contact tussen de betrokken rechterlijke autoriteiten of in voorkomend geval door tussenkomst van de centrale autoriteiten van de betrokken lidstaten.
6. If the authority which receives a European arrest warrant is not competent to act upon it, it shall automatically forward the European arrest warrant to the competent authority in its Member State and shall inform the issuing judicial authority accordingly.
6. Indien de autoriteit die een Europees aanhoudingsbevel ontvangt, niet bevoegd is om er gevolg aan te geven, zendt zij het Europees aanhoudingsbevel ambtshalve door aan de bevoegde autoriteit van haar lidstaat en stelt zij de uitvaardigende rechterlijke autoriteit daarvan in kennis.
Article 11
Artikel 11
Rights of a requested person
Rechten van de gezochte persoon
1. When a requested person is arrested, the executing competent judicial authority shall, in accordance with its national law, inform that person of the European arrest warrant and of its contents, and also of the possibility of consenting to surrender to the issuing judicial authority.
1. Wanneer een gezochte persoon wordt aangehouden, stelt de bevoegde uitvoerende rechterlijke autoriteit hem, overeenkomstig haar nationaal recht, in kennis van het bestaan en de inhoud van het Europees aanhoudingsbevel en van de mogelijkheid om met overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit in te stemmen.
2. A requested person who is arrested for the purpose of the execution of a European arrest warrant shall have a right to be assisted by a legal counsel and by an interpreter in accordance with the national law of the executing Member State.
2. Een gezochte persoon die ter fine van tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel wordt aangehouden, heeft recht op bijstand van een raadsman en van een tolk, overeenkomstig het interne recht van de uitvoerende lidstaat.
Article 12
Artikel 12
Keeping the person in detention
Voortgezette hechtenis van de persoon
When a person is arrested on the basis of a European arrest warrant, the executing judicial authority shall take a decision on whether the requested person should remain in detention, in accordance with the law of the executing Member State. The person may be released provisionally at any time in conformity with the domestic law of the executing Member State, provided that the competent authority of the said Member State takes all the measures it deems necessary to prevent the person absconding.
Wanneer een persoon wordt aangehouden op grond van een Europees aanhoudingsbevel, beslist de uitvoerende rechterlijke autoriteit of betrokkene in hechtenis blijft overeenkomstig het recht van de uitvoerende lidstaat. Deze persoon kan op elk tijdstip overeenkomstig het interne recht van de uitvoerende lidstaat in voorlopige vrijheid worden gesteld, onverminderd de maatregelen die de bevoegde autoriteit van die lidstaat noodzakelijk acht om de vlucht van de gezochte persoon te voorkomen.
Article 13
Artikel 13
Consent to surrender
Instemming met overlevering
1. If the arrested person indicates that he or she consents to surrender, that consent and, if appropriate, express renunciation of entitlement to the "speciality rule", referred to in Article 27(2), shall be given before the executing judicial authority, in accordance with the domestic law of the executing Member State.
1. Indien de aangehouden persoon te kennen geeft dat hij instemt met zijn overlevering, wordt die instemming en, in voorkomend geval, de uitdrukkelijke afstand van de bescherming van het in artikel 27, lid 2, omschreven specialiteitsbeginsel gegeven ten overstaan van de uitvoerende rechterlijke autoriteit overeenkomstig het nationaal recht van de uitvoerende lidstaat.
2. Each Member State shall adopt the measures necessary to ensure that consent and, where appropriate, renunciation, as referred to in paragraph 1, are established in such a way as to show that the person concerned has expressed them voluntarily and in full awareness of the consequences. To that end, the requested person shall have the right to legal counsel.
2. Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de instemming en, in voorkomend geval, de afstand, als bedoeld in lid 1, wordt verkregen onder omstandigheden waaruit blijkt dat de betrokkene uit vrije wil handelt en zich volledig bewust is van de gevolgen. De gezochte persoon heeft te dien einde het recht zich te laten bijstaan door een raadsman.
3. The consent and, where appropriate, renunciation, as referred to in paragraph 1, shall be formally recorded in accordance with the procedure laid down by the domestic law of the executing Member State.
3. De instemming en, in voorkomend geval, de afstand, als bedoeld in lid 1, worden opgetekend in een proces-verbaal overeenkomstig het nationaal recht van de uitvoerende lidstaat.
4. In principle, consent may not be revoked. Each Member State may provide that consent and, if appropriate, renunciation may be revoked, in accordance with the rules applicable under its domestic law. In this case, the period between the date of consent and that of its revocation shall not be taken into consideration in establishing the time limits laid down in Article 17. A Member State which wishes to have recourse to this possibility shall inform the General Secretariat of the Council accordingly when this Framework Decision is adopted and shall specify the procedures whereby revocation of consent shall be possible and any amendment to them.
4. De instemming kan in beginsel niet worden herroepen. Elke lidstaat kan bepalen dat de instemming en, in voorkomend geval, de afstand overeenkomstig de toepasselijke regels van zijn nationaal recht kan worden herroepen. In dat geval wordt het tijdvak tussen de datum van instemming en de datum van afstand niet in aanmerking genomen voor het bepalen van de in artikel 17 gestelde termijnen. Een lidstaat die gebruik wenst te maken van deze mogelijkheid stelt het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie hiervan in kennis bij de aanneming van dit kaderbesluit en vermeldt de nadere regels volgens welke herroeping van de instemming mogelijk is, alsook iedere wijziging.
Article 14
Artikel 14
Hearing of the requested person
Horen van de gezochte persoon
Where the arrested person does not consent to his or her surrender as referred to in Article 13, he or she shall be entitled to be heard by the executing judicial authority, in accordance with the law of the executing Member State.
Indien de aangehouden persoon niet instemt met zijn overlevering als bedoeld in artikel 13, heeft hij het recht overeenkomstig het nationale recht van de uitvoerende staat door de uitvoerende rechterlijke autoriteit te worden gehoord.
Article 15
Artikel 15
Surrender decision
Beslissing over de overlevering
1. The executing judicial authority shall decide, within the time-limits and under the conditions defined in this Framework Decision, whether the person is to be surrendered.
1. De uitvoerende rechterlijke autoriteit beslist, binnen de termijnen en onder de voorwaarden die in dit kaderbesluit zijn gesteld, over de overlevering van de betrokkene.
2. If the executing judicial authority finds the information communicated by the issuing Member State to be insufficient to allow it to decide on surrender, it shall request that the necessary supplementary information, in particular with respect to Articles 3 to 5 and Article 8, be furnished as a matter of urgency and may fix a time limit for the receipt thereof, taking into account the need to observe the time limits set in Article 17.
2. Indien de uitvoerende rechterlijke autoriteit van oordeel is dat de door de uitvaardigende lidstaat meegedeelde gegevens onvoldoende zijn om haar in staat te stellen een beslissing te nemen over de overlevering, verzoekt zij dringend om aanvullende gegevens, met name in verband met de artikelen 3 tot en met 5 en artikel 8 en kan zij een uiterste datum voor de ontvangst ervan vaststellen, rekening houdend met de noodzaak de in artikel 17 gestelde termijn in acht te nemen.
3. The issuing judicial authority may at any time forward any additional useful information to the executing judicial authority.
3. De uitvaardigende rechterlijke autoriteit kan te allen tijde alle aanvullende dienstige inlichtingen aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit toezenden.
Article 16
Artikel 16
Decision in the event of multiple requests
Beslissing in geval van samenloop van verzoeken
1. If two or more Member States have issued European arrest warrants for the same person, the decision on which of the European arrest warrants shall be executed shall be taken by the executing judicial authority with due consideration of all the circumstances and especially the relative seriousness and place of the offences, the respective dates of the European arrest warrants and whether the warrant has been issued for the purposes of prosecution or for execution of a custodial sentence or detention order.
1. Indien twee of meer lidstaten ten aanzien van eenzelfde persoon een Europees aanhoudingsbevel hebben uitgevaardigd, houdt de uitvoerende rechterlijke autoriteit bij het nemen van haar beslissing over welk van deze aanhoudingsbevelen ten uitvoer zal worden gelegd, rekening met alle omstandigheden en met name met de ernst van de strafbare feiten en de plaats waar ze zijn gepleegd, met de data van de onderscheiden Europese aanhoudingsbevelen alsmede met het feit dat het bevel is uitgevaardigd ter fine van een strafvervolging of voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel.
2. The executing judicial authority may seek the advice of Eurojust(9) when making the choice referred to in paragraph 1.
2. De uitvoerende rechterlijke autoriteit kan met het oog op een beslissing als bedoeld in lid 1 advies van Eurojust inwinnen(9).
3. In the event of a conflict between a European arrest warrant and a request for extradition presented by a third country, the decision on whether the European arrest warrant or the extradition request takes precedence shall be taken by the competent authority of the executing Member State with due consideration of all the circumstances, in particular those referred to in paragraph 1 and those mentioned in the applicable convention.
3. In geval van samenloop van een Europees aanhoudingsbevel en een uitleveringsverzoek van een derde land, houdt de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat bij het nemen van haar beslissing of aan het Europees aanhoudingsbevel dan wel aan het verzoek om uitlevering voorrang wordt gegeven, rekening met alle omstandigheden, met name die bedoeld in lid 1 alsmede die bedoeld in het toepasselijke verdrag.
4. This Article shall be without prejudice to Member States' obligations under the Statute of the International Criminal Court.
4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de lidstaten krachtens het Statuut van het Internationaal Strafgerechtshof.
Article 17
Artikel 17
Time limits and procedures for the decision to execute the European arrest warrant
Termijnen en modaliteiten van de beslissing
1. A European arrest warrant shall be dealt with and executed as a matter of urgency.
1. Europese aanhoudingsbevelen worden met spoed behandeld en ten uitvoer gelegd.
2. In cases where the requested person consents to his surrender, the final decision on the execution of the European arrest warrant should be taken within a period of 10 days after consent has been given.
2. Indien de gezochte persoon met zijn overlevering instemt, zou de definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel binnen tien dagen na deze instemming moeten worden genomen.
3. In other cases, the final decision on the execution of the European arrest warrant should be taken within a period of 60 days after the arrest of the requested person.
3. In de andere gevallen zou de definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel binnen 60 dagen na de aanhouding van de gezochte persoon moeten worden genomen.
4. Where in specific cases the European arrest warrant cannot be executed within the time limits laid down in paragraphs 2 or 3, the executing judicial authority shall immediately inform the issuing judicial authority thereof, giving the reasons for the delay. In such case, the time limits may be extended by a further 30 days.
4. Indien het Europees aanhoudingsbevel in specifieke gevallen niet binnen de in de leden 2 en 3 bepaalde termijnen ten uitvoer kan worden gelegd, stelt de uitvoerende rechterlijke autoriteit de uitvaardigende rechterlijke autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis en met opgave van redenen. In dat geval kunnen de termijnen met 30 dagen worden verlengd.
5. As long as the executing judicial authority has not taken a final decision on the European arrest warrant, it shall ensure that the material conditions necessary for effective surrender of the person remain fulfilled.
5. Zolang de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende staat geen definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel heeft genomen, verzekert zij zich ervan dat de materiële voorwaarden voor daadwerkelijke overlevering gehandhaafd blijven.
6. Reasons must be given for any refusal to execute a European arrest warrant.
6. Elke weigering om een Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen wordt met redenen omkleed.
7. Where in exceptional circumstances a Member State cannot observe the time limits provided for in this Article, it shall inform Eurojust, giving the reasons for the delay. In addition, a Member State which has experienced repeated delays on the part of another Member State in the execution of European arrest warrants shall inform the Council with a view to evaluating the implementation of this Framework Decision at Member State level.
7. Wanneer een lidstaat in uitzonderlijke omstandigheden de in dit artikel gestelde termijnen niet kan naleven, stelt hij Eurojust daarvan in kennis, samen met de redenen voor de vertraging. Daarenboven stelt een lidstaat waarvan de Europese aanhoudingsbevelen bij herhaling door een andere lidstaat te laat ten uitvoer zijn gelegd, de Raad daarvan in kennis met het oog op een beoordeling van de uitvoering door de lidstaten van dit kaderbesluit.
Article 18
Artikel 18
Situation pending the decision
Situatie in afwachting van de beslissing
1. Where the European arrest warrant has been issued for the purpose of conducting a criminal prosecution, the executing judicial authority must:
1. Wanneer een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd ter fine van strafvervolging, dient de uitvoerende rechterlijke autoriteit ermee in te stemmen dat:
(a) either agree that the requested person should be heard according to Article 19;
a) de gezochte persoon wordt gehoord overeenkomstig artikel 19; of
(b) or agree to the temporary transfer of the requested person.
b) de gezochte persoon tijdelijk wordt overgebracht.
2. The conditions and the duration of the temporary transfer shall be determined by mutual agreement between the issuing and executing judicial authorities.
2. De voorwaarden en de duur van de tijdelijke overbrenging worden in onderlinge overeenstemming tussen de uitvaardigende en de uitvoerende rechterlijke autoriteit vastgesteld.
3. In the case of temporary transfer, the person must be able to return to the executing Member State to attend hearings concerning him or her as part of the surrender procedure.
3. In geval van een tijdelijke overbrenging moet de persoon in het kader van de overleveringsprocedure naar de uitvoerende staat kunnen terugkeren om aanwezig te kunnen zijn bij de zittingen inzake zijn overlevering.
Article 19
Artikel 19
Hearing the person pending the decision
Horen van de persoon in afwachting van de beslissing
1. The requested person shall be heard by a judicial authority, assisted by another person designated in accordance with the law of the Member State of the requesting court.
1. De gezochte persoon wordt gehoord door een rechterlijke autoriteit, bijgestaan door een andere persoon, die overeenkomstig het recht van de lidstaat van het verzoekende gerecht wordt aangewezen.
2. The requested person shall be heard in accordance with the law of the executing Member State and with the conditions determined by mutual agreement between the issuing and executing judicial authorities.
2. De gezochte persoon wordt overeenkomstig het recht van de uitvoerende verzoekende lidstaat gehoord en onder de omstandigheden welke in onderlinge overeenstemming tussen de uitvaardigende en de uitvoerende rechterlijke autoriteit worden vastgesteld.
3. The competent executing judicial authority may assign another judicial authority of its Member State to take part in the hearing of the requested person in order to ensure the proper application of this Article and of the conditions laid down.
3. De bevoegde uitvoerende rechterlijke autoriteit kan een andere rechterlijke autoriteit van de lidstaat waartoe zij behoort opdragen medewerking te verlenen aan het horen van de gezochte persoon met het oog op de juiste toepassing van dit artikel en de vastgestelde voorwaarden.
Article 20
Artikel 20
Privileges and immunities
Voorrechten en immuniteiten
1. Where the requested person enjoys a privilege or immunity regarding jurisdiction or execution in the executing Member State, the time limits referred to in Article 17 shall not start running unless, and counting from the day when, the executing judicial authority is informed of the fact that the privilege or immunity has been waived.
1. Indien de gezochte persoon in de uitvoerende staat een voorrecht of immuniteit terzake van tenuitvoerlegging of rechtsmacht geniet, beginnen de in artikel 17 bedoelde termijnen slechts te lopen indien en vanaf de datum waarop de uitvoerende rechterlijke autoriteit ervan in kennis is gesteld dat dit voorrecht of deze immuniteit is opgeheven.
The executing Member State shall ensure that the material conditions necessary for effective surrender are fulfilled when the person no longer enjoys such privilege or immunity.
Indien de persoon geen immuniteit terzake van tenuitvoerlegging of rechtspraak geniet, vergewist de uitvoerende staat zich ervan dat de materiële voorwaarden die voor een daadwerkelijke overlevering nodig zijn, vervuld blijven.
2. Where power to waive the privilege or immunity lies with an authority of the executing Member State, the executing judicial authority shall request it to exercise that power forthwith. Where power to waive the privilege or immunity lies with an authority of another State or international organisation, it shall be for the issuing judicial authority to request it to exercise that power.
2. Indien een autoriteit van de uitvoerende lidstaat bevoegd is voor de opheffing van het voorrecht of de immuniteit, verzoekt de uitvoerende rechterlijke autoriteit onverwijld hierom. Indien een autoriteit van een andere staat of van een internationale organisatie bevoegd is tot opheffing van het voorrecht of van de immuniteit, verzoekt de uitvaardigende rechterlijke autoriteit daarom.
Article 21
Artikel 21
Competing international obligations
Samenloop van internationale verplichtingen
This Framework Decision shall not prejudice the obligations of the executing Member State where the requested person has been extradited to that Member State from a third State and where that person is protected by provisions of the arrangement under which he or she was extradited concerning speciality. The executing Member State shall take all necessary measures for requesting forthwith the consent of the State from which the requested person was extradited so that he or she can be surrendered to the Member State which issued the European arrest warrant. The time limits referred to in Article 17 shall not start running until the day on which these speciality rules cease to apply. Pending the decision of the State from which the requested person was extradited, the executing Member State will ensure that the material conditions necessary for effective surrender remain fulfilled.
Dit kaderbesluit laat de verplichtingen van de uitvoerende lidstaat onverlet, indien de gezochte persoon aan die lidstaat is uitgeleverd door een derde staat die geen lid is van de Europese Unie en de gezochte persoon de bescherming geniet van de specialiteitsbepalingen van het instrument op grond waarvan hij is uitgeleverd. De uitvoerende lidstaat neemt alle nodige maatregelen om onverwijld om de toestemming te verzoeken van de staat die de gezochte persoon heeft uitgeleverd, met het oog op diens overlevering aan de uitvaardigende lidstaat. De in artikel 17 gestelde termijnen beginnen pas te lopen vanaf de datum waarop bescherming van het specialiteitsbeginsel niet langer geldt. In afwachting van de beslissing van de staat die de gezochte persoon heeft uitgeleverd, vergewist de uitvoerende lidstaat zich ervan dat de materiële voorwaarden die voor een daadwerkelijke overlevering nodig zijn, gehandhaafd blijven.
Article 22
Artikel 22
Notification of the decision
Kennisgeving van de beslissing
The executing judicial authority shall notify the issuing judicial authority immediately of the decision on the action to be taken on the European arrest warrant.
De uitvoerende rechterlijke autoriteit stelt de uitvaardigende rechterlijke autoriteit in kennis van de beslissing inzake het aan het Europees aanhoudingsbevel gegeven gevolg.
Article 23
Artikel 23
Time limits for surrender of the person
Termijn voor overlevering van de persoon
1. The person requested shall be surrendered as soon as possible on a date agreed between the authorities concerned.
1. De gezochte persoon wordt zo spoedig mogelijk overgeleverd, op een datum die de betrokken autoriteiten in onderlinge overeenstemming vaststellen.
2. He or she shall be surrendered no later than 10 days after the final decision on the execution of the European arrest warrant.
2. De gezochte persoon wordt overgeleverd niet later dan tien dagen na de definitieve beslissing betreffende de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel.
3. If the surrender of the requested person within the period laid down in paragraph 2 is prevented by circumstances beyond the control of any of the Member States, the executing and issuing judicial authorities shall immediately contact each other and agree on a new surrender date. In that event, the surrender shall take place within 10 days of the new date thus agreed.
3. Indien de uitvoerende lidstaat de gezochte persoon door omstandigheden buiten de macht van enige lidstaat niet binnen de in lid 2 gestelde termijn kan overleveren, nemen de uitvoerende en de uitvaardigende rechterlijke autoriteit onmiddellijk contact met elkaar op en wordt in onderlinge overeenstemming een nieuwe datum voor de overlevering vastgesteld. In dat geval vindt overlevering plaats binnen tien dagen te rekenen vanaf de aldus vastgestelde nieuwe datum.
4. The surrender may exceptionally be temporarily postponed for serious humanitarian reasons, for example if there are substantial grounds for believing that it would manifestly endanger the requested person's life or health. The execution of the European arrest warrant shall take place as soon as these grounds have ceased to exist. The executing judicial authority shall immediately inform the issuing judicial authority and agree on a new surrender date. In that event, the surrender shall take place within 10 days of the new date thus agreed.
4. De overlevering kan bij wijze van uitzondering tijdelijk worden opgeschort om ernstige humanitaire redenen, bijvoorbeeld indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat die overlevering het leven of de gezondheid van de gezochte persoon ernstig in gevaar zou brengen. De tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel vindt plaats zodra deze gronden niet langer bestaan. De uitvoerende rechterlijke autoriteit stelt de uitvaardigende rechterlijke autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis en in onderlinge overeenstemming wordt een nieuwe datum voor overlevering vastgesteld. In dat geval vindt de overlevering plaats binnen tien dagen te rekenen vanaf de aldus vastgestelde nieuwe datum.
5. Upon expiry of the time limits referred to in paragraphs 2 to 4, if the person is still being held in custody he shall be released.
5. Indien de persoon na het verstrijken van de in de leden 2 tot en met 4 bedoelde termijnen nog steeds in hechtenis verkeert, wordt hij in vrijheid gesteld.
Article 24
Artikel 24
Postponed or conditional surrender
Uitgestelde of voorwaardelijke overlevering
1. The executing judicial authority may, after deciding to execute the European arrest warrant, postpone the surrender of the requested person so that he or she may be prosecuted in the executing Member State or, if he or she has already been sentenced, so that he or she may serve, in its territory, a sentence passed for an act other than that referred to in the European arrest warrant.
1. De uitvoerende rechterlijke autoriteit kan, nadat zij tot tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel heeft besloten, de overlevering van de gezochte persoon uitstellen opdat betrokkene in de uitvoerende staat kan worden vervolgd of, indien hij reeds is veroordeeld, aldaar een straf kan ondergaan wegens een ander feit dan het in het Europees aanhoudingsbevel bedoelde feit.
2. Instead of postponing the surrender, the executing judicial authority may temporarily surrender the requested person to the issuing Member State under conditions to be determined by mutual agreement between the executing and the issuing judicial authorities. The agreement shall be made in writing and the conditions shall be binding on all the authorities in the issuing Member State.
2. In plaats van de overlevering uit te stellen kan de uitvoerende rechterlijke autoriteit de gezochte persoon tijdelijk aan de uitvaardigende staat overleveren onder de door de uitvoerende en de uitvaardigende rechterlijke autoriteit onderling overeengekomen voorwaarden. De overeenstemming wordt schriftelijk vastgelegd en de voorwaarden zijn bindend voor alle autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat.
Article 25
Artikel 25
Transit
Doortocht
1. Each Member State shall, except when it avails itself of the possibility of refusal when the transit of a national or a resident is requested for the purpose of the execution of a custodial sentence or detention order, permit the transit through its territory of a requested person who is being surrendered provided that it has been given information on:
1. Iedere lidstaat staat, tenzij hij gebruikmaakt van de mogelijkheid tot weigering wanneer om de doortocht van een onderdaan of een ingezetene met het oog op de uitvoering van een straf wordt verzocht, de doortocht over zijn grondgebied toe van een gezochte persoon die wordt overgeleverd, mits aan deze lidstaat informatie is verstrekt over:
(a) the identity and nationality of the person subject to the European arrest warrant;
a) de identiteit en de nationaliteit van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd,
(b) the existence of a European arrest warrant;
b) het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel,
(c) the nature and legal classification of the offence;
c) de aard en de wettelijke omschrijving van het strafbaar feit,
(d) the description of the circumstances of the offence, including the date and place.
d) de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is gepleegd, met inbegrip van tijd en plaats.
Where a person who is the subject of a European arrest warrant for the purposes of prosecution is a national or resident of the Member State of transit, transit may be subject to the condition that the person, after being heard, is returned to the transit Member State to serve the custodial sentence or detention order passed against him in the issuing Member State.
Wanneer de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel ter fine van een strafvervolging is uitgevaardigd, een onderdaan of een ingezetene van de lidstaat van doortocht is, kan de doortocht afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de persoon, na gehoord te zijn, wordt teruggezonden naar de lidstaat van doortocht om daar de straf of veiligheidsmaatregel te ondergaan die hem eventueel wordt opgelegd in de uitvaardigende lidstaat.
2. Each Member State shall designate an authority responsible for receiving transit requests and the necessary documents, as well as any other official correspondence relating to transit requests. Member States shall communicate this designation to the General Secretariat of the Council.
2. Iedere lidstaat wijst een autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de ontvangst van verzoeken tot doortocht, van de nodige stukken en van alle andere ambtelijke briefwisseling in verband met die verzoeken. De lidstaten delen de naam van die autoriteit mee aan het secretariaat-generaal van de Raad.
3. The transit request and the information set out in paragraph 1 may be addressed to the authority designated pursuant to paragraph 2 by any means capable of producing a written record. The Member State of transit shall notify its decision by the same procedure.
3. Het verzoek om doortocht, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens, kunnen aan de overeenkomstig lid 2 aangewezen autoriteit worden toegezonden op elke wijze die een schriftelijke melding oplevert. De lidstaat van doortocht geeft op dezelfde wijze kennis van zijn beslissing.
4. This Framework Decision does not apply in the case of transport by air without a scheduled stopover. However, if an unscheduled landing occurs, the issuing Member State shall provide the authority designated pursuant to paragraph 2 with the information provided for in paragraph 1.
4. Dit kaderbesluit is niet van toepassing wanneer het vervoer door de lucht plaatsvindt en er geen tussenlanding is voorzien. In geval van een onvoorziene tussenlanding verstrekt de verzoekende lidstaat evenwel aan de overeenkomstig lid 2 aangewezen autoriteit de in lid 1 bedoelde gegevens.
5. Where a transit concerns a person who is to be extradited from a third State to a Member State this Article will apply mutatis mutandis. In particular the expression "European arrest warrant" shall be deemed to be replaced by "extradition request".
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de doortocht van een persoon die door een derde land aan een lidstaat wordt uitgeleverd. Met name moet de term "Europees aanhoudingsbevel" worden vervangen door de term "uitleveringsverzoek".
CHAPTER 3
HOOFDSTUK 3
EFFECTS OF THE SURRENDER
GEVOLGEN VAN DE OVERLEVERING
Article 26
Artikel 26
Deduction of the period of detention served in the executing Member State
Verrekening van de periode van vrijheidsbeneming in de uitvoerende staat
1. The issuing Member State shall deduct all periods of detention arising from the execution of a European arrest warrant from the total period of detention to be served in the issuing Member State as a result of a custodial sentence or detention order being passed.
1. De uitvaardigende lidstaat brengt elke periode van vrijheidsbeneming ten gevolge van de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel in mindering op de totale duur van de vrijheidsbeneming die in de uitvaardigende lidstaat moet worden ondergaan in geval van veroordeling tot een tot vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel.
2. To that end, all information concerning the duration of the detention of the requested person on the basis of the European arrest warrant shall be transmitted by the executing judicial authority or the central authority designated under Article 7 to the issuing judicial authority at the time of the surrender.
2. Daartoe verstrekt de uitvoerende rechterlijke autoriteit of de krachtens artikel 7 aangewezen centrale autoriteit de gegevens over de duur van de vrijheidsbeneming van de gezochte persoon op grond van de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel aan de uitvaardigende autoriteit op het tijdstip van de overlevering.
Article 27
Artikel 27
Possible prosecution for other offences
Eventuele vervolging wegens andere strafbare feiten
1. Each Member State may notify the General Secretariat of the Council that, in its relations with other Member States that have given the same notification, consent is presumed to have been given for the prosecution, sentencing or detention with a view to the carrying out of a custodial sentence or detention order for an offence committed prior to his or her surrender, other than that for which he or she was surrendered, unless in a particular case the executing judicial authority states otherwise in its decision on surrender.
1. Elke lidstaat kan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie ervan in kennis stellen dat, in zijn betrekking met andere lidstaten die dezelfde kennisgeving hebben verricht, de toestemming geacht kan worden te zijn gegeven voor de vervolging, berechting of detentie met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, van de persoon wegens enig ander vóór de overlevering begaan feit dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest, tenzij de uitvoerende rechterlijke autoriteit in een specifiek geval in haar beslissing tot overlevering anders heeft beschikt.
2. Except in the cases referred to in paragraphs 1 and 3, a person surrendered may not be prosecuted, sentenced or otherwise deprived of his or her liberty for an offence committed prior to his or her surrender other than that for which he or she was surrendered.
2. Behoudens in de in lid 1 en lid 3 bedoelde gevallen wordt een overgeleverd persoon niet vervolgd, berecht of anderszins van zijn vrijheid beroofd wegens enig ander vóór de overlevering begaan feit dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest.
3. Paragraph 2 does not apply in the following cases:
3. Lid 2 is niet van toepassing in gevallen waarin:
(a) when the person having had an opportunity to leave the territory of the Member State to which he or she has been surrendered has not done so within 45 days of his or her final discharge, or has returned to that territory after leaving it;
a) de gezochte persoon, hoewel hij daartoe de mogelijkheid had, niet binnen 45 dagen na zijn definitieve invrijheidstelling het grondgebied van de lidstaat waaraan hij was overgeleverd, heeft verlaten, of indien hij na dit gebied verlaten te hebben daarnaar is teruggekeerd;
(b) the offence is not punishable by a custodial sentence or detention order;
b) de feiten niet strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel;
(c) the criminal proceedings do not give rise to the application of a measure restricting personal liberty;
c) de strafvervolging niet leidt tot de toepassing van een maatregel die zijn persoonlijke vrijheid beperkt;
(d) when the person could be liable to a penalty or a measure not involving the deprivation of liberty, in particular a financial penalty or a measure in lieu thereof, even if the penalty or measure may give rise to a restriction of his or her personal liberty;
d) de gezochte persoon zal worden onderworpen aan de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel die geen vrijheidsbeneming meebrengt, met inbegrip van een geldboete, of een daarvoor in de plaats komende maatregel, zelfs indien deze kan leiden tot beperking van zijn persoonlijke vrijheid;
(e) when the person consented to be surrendered, where appropriate at the same time as he or she renounced the speciality rule, in accordance with Article 13;
e) de gezochte persoon heeft ingestemd met zijn overlevering, in voorkomend geval op hetzelfde tijdstip waarop hij afstand heeft gedaan van de bescherming van het specialiteitsbeginsel, overeenkomstig artikel 13;
(f) when the person, after his/her surrender, has expressly renounced entitlement to the speciality rule with regard to specific offences preceding his/her surrender. Renunciation shall be given before the competent judicial authorities of the issuing Member State and shall be recorded in accordance with that State's domestic law. The renunciation shall be drawn up in such a way as to make clear that the person has given it voluntarily and in full awareness of the consequences. To that end, the person shall have the right to legal counsel;
f) de gezochte persoon na zijn overlevering uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van bescherming van het specialiteitsbeginsel voor bepaalde, vóór zijn overlevering gepleegde feiten. De afstand wordt gedaan ten overstaan van de bevoegde rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat en wordt opgetekend in een proces-verbaal dat wordt opgemaakt overeenkomstig het nationaal recht van die staat. De afstand wordt verkregen onder omstandigheden waaruit blijkt dat de betrokkene uit vrije wil handelt en zich volledig bewust is van de gevolgen. De gezochte persoon heeft te dien einde het recht zich door een raadsman te doen bijstaan;
(g) where the executing judicial authority which surrendered the person gives its consent in accordance with paragraph 4.
g) de uitvoerende rechterlijke autoriteit die de gezochte persoon overgeleverd heeft, overeenkomstig lid 4 daartoe toestemming geeft.
4. A request for consent shall be submitted to the executing judicial authority, accompanied by the information mentioned in Article 8(1) and a translation as referred to in Article 8(2). Consent shall be given when the offence for which it is requested is itself subject to surrender in accordance with the provisions of this Framework Decision. Consent shall be refused on the grounds referred to in Article 3 and otherwise may be refused only on the grounds referred to in Article 4. The decision shall be taken no later than 30 days after receipt of the request.
4. Een verzoek tot toestemming wordt bij de uitvoerende rechterlijke autoriteit ingediend, bevat de gegevens bedoeld in artikel 8, lid 1, en gaat vergezeld van een vertaling als bedoeld in artikel 8, lid 2. De toestemming wordt verleend indien het strafbaar feit waarvoor zij wordt verzocht op zichzelf de verplichting tot overlevering overeenkomstig de bepalingen van dit kaderbesluit meebrengt. Toestemming wordt geweigerd op de in artikel 3 genoemde gronden en kan in de overige gevallen alleen op de in artikel 4 genoemde gronden worden geweigerd. De beslissing wordt uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het verzoek genomen.
For the situations mentioned in Article 5 the issuing Member State must give the guarantees provided for therein.
Voor de in artikel 5 bedoelde situaties dient de uitvaardigende lidstaat de daarin bedoelde garanties te geven.
Article 28
Artikel 28
Surrender or subsequent extradition
Verdere overlevering of uitlevering
1. Each Member State may notify the General Secretariat of the Council that, in its relations with other Member States which have given the same notification, the consent for the surrender of a person to a Member State other than the executing Member State pursuant to a European arrest warrant issued for an offence committed prior to his or her surrender is presumed to have been given, unless in a particular case the executing judicial authority states otherwise in its decision on surrender.
1. Elke lidstaat kan het secretariaat-generaal van de Raad ervan in kennis stellen dat in zijn betrekkingen met andere lidstaten die dezelfde kennisgeving hebben verricht de toestemming voor de overlevering aan een andere lidstaat dan de uitvoerende lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd wegens enig vóór de overlevering begaan feit geacht wordt te zijn gegeven, tenzij de uitvoerende rechterlijke autoriteit in een specifiek geval in haar beslissing tot overlevering anders beschikt.
2. In any case, a person who has been surrendered to the issuing Member State pursuant to a European arrest warrant may, without the consent of the executing Member State, be surrendered to a Member State other than the executing Member State pursuant to a European arrest warrant issued for any offence committed prior to his or her surrender in the following cases:
2. Een persoon die op grond van een Europees aanhoudingsbevel aan de uitvaardigende lidstaat is overgeleverd kan hoe dan ook, zonder toestemming van de uitvoerende lidstaat, in de volgende gevallen aan een andere lidstaat dan de uitvoerende staat worden overgeleverd op grond van een Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd wegens enig vóór de overlevering gepleegd feit:
(a) where the requested person, having had an opportunity to leave the territory of the Member State to which he or she has been surrendered, has not done so within 45 days of his final discharge, or has returned to that territory after leaving it;
a) indien de gezochte persoon, hoewel hij daartoe de mogelijkheid had, niet binnen 45 dagen na zijn definitieve invrijheidstelling het grondgebied van de lidstaat waaraan hij was overgeleverd, heeft verlaten, of indien hij na dit gebied verlaten te hebben daarnaar is teruggekeerd;
(b) where the requested person consents to be surrendered to a Member State other than the executing Member State pursuant to a European arrest warrant. Consent shall be given before the competent judicial authorities of the issuing Member State and shall be recorded in accordance with that State's national law. It shall be drawn up in such a way as to make clear that the person concerned has given it voluntarily and in full awareness of the consequences. To that end, the requested person shall have the right to legal counsel;
b) indien de gezochte persoon instemt met overlevering aan een andere lidstaat dan de uitvoerende lidstaat krachtens een Europees aanhoudingsbevel. De toestemming wordt door betrokkene gegeven ten overstaan van de bevoegde rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat en opgetekend in een proces-verbaal overeenkomstig het nationale recht van die staat. De toestemming wordt verkregen onder omstandigheden waaruit blijkt dat de betrokkene uit vrije wil handelt en zich volledig bewust is van de gevolgen. De gezochte persoon heeft te dien einde het recht zich door een raadsman te doen bijstaan;
(c) where the requested person is not subject to the speciality rule, in accordance with Article 27(3)(a), (e), (f) and (g).
c) indien de gezochte persoon, overeenkomstig artikel 27, lid 3, onder a), e), f) en g), niet de bescherming van het specialiteitsbeginsel geniet.
3. The executing judicial authority consents to the surrender to another Member State according to the following rules:
3. De uitvoerende rechterlijke autoriteit stemt overeenkomstig de volgende regels toe in de overlevering aan een andere lidstaat:
(a) the request for consent shall be submitted in accordance with Article 9, accompanied by the information mentioned in Article 8(1) and a translation as stated in Article 8(2);
a) het verzoek tot toestemming wordt ingediend overeenkomstig artikel 9, vergezeld van de gegevens bedoeld in artikel 8, lid 1, en van een vertaling als bedoeld in artikel 8, lid 2;
(b) consent shall be given when the offence for which it is requested is itself subject to surrender in accordance with the provisions of this Framework Decision;
b) de toestemming wordt gegeven indien het strafbaar feit waarvoor zij verzocht wordt op zichzelf de verplichting tot overlevering overeenkomstig de bepalingen van dit kaderbesluit meebrengt;
(c) the decision shall be taken no later than 30 days after receipt of the request;
c) de beslissing wordt uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het verzoek genomen;
(d) consent shall be refused on the grounds referred to in Article 3 and otherwise may be refused only on the grounds referred to in Article 4.
d) de toestemming wordt geweigerd op de in artikel 3 genoemde gronden en kan in de overige gevallen alleen op de in artikel 4 genoemde gronden worden geweigerd.
For the situations referred to in Article 5, the issuing Member State must give the guarantees provided for therein.
Voor de in artikel 5 bedoelde situaties moet de uitvaardigende lidstaat de daarin bedoelde garanties geven.
4. Notwithstanding paragraph 1, a person who has been surrendered pursuant to a European arrest warrant shall not be extradited to a third State without the consent of the competent authority of the Member State which surrendered the person. Such consent shall be given in accordance with the Conventions by which that Member State is bound, as well as with its domestic law.
4. Onverminderd lid 1 wordt een persoon die op grond van een Europees aanhoudingsbevel is overgeleverd, niet aan een derde staat uitgeleverd zonder toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de gezochte persoon heeft overgeleverd. De toestemming wordt gegeven overeenkomstig de verdragen waardoor de lidstaat die de gezochte persoon heeft overgeleverd gebonden is, en overeenkomstig zijn interne wetgeving.
Article 29
Artikel 29
Handing over of property
Overdracht van voorwerpen
1. At the request of the issuing judicial authority or on its own initiative, the executing judicial authority shall, in accordance with its national law, seize and hand over property which:
1. De uitvoerende rechterlijke autoriteit neemt, overeenkomstig haar nationaal recht, op verzoek van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit of op eigen initiatief de voorwerpen in beslag die:
(a) may be required as evidence, or
a) als bewijsstuk kunnen dienen; of
(b) has been acquired by the requested person as a result of the offence.
b) van het strafbaar feit afkomstig zijn en zich in het bezit van de gezochte persoon bevinden
2. The property referred to in paragraph 1 shall be handed over even if the European arrest warrant cannot be carried out owing to the death or escape of the requested person.
en draagt deze over.
3. If the property referred to in paragraph 1 is liable to seizure or confiscation in the territory of the executing Member State, the latter may, if the property is needed in connection with pending criminal proceedings, temporarily retain it or hand it over to the issuing Member State, on condition that it is returned.
2. Overdracht van de in lid 1 bedoelde voorwerpen vindt ook plaats wanneer het Europees aanhoudingsbevel wegens overlijden of ontsnapping van de gezochte persoon niet ten uitvoer kan worden gelegd.
4. Any rights which the executing Member State or third parties may have acquired in the property referred to in paragraph 1 shall be preserved. Where such rights exist, the issuing Member State shall return the property without charge to the executing Member State as soon as the criminal proceedings have been terminated.
3. Indien de in lid 1 bedoelde voorwerpen op het grondgebied van de uitvoerende lidstaat vatbaar zijn voor inbeslagneming of confiscatie, kan deze lidstaat, als het in verband met een lopende strafvervolging noodzakelijk is over die voorwerpen te beschikken, deze tijdelijk behouden of onder voorwaarde van teruggave aan de uitvaardigende lidstaat overdragen.
4. Eventueel door de uitvoerende lidstaat of door derden op de in lid 1 bedoelde voorwerpen verkregen rechten blijven onverlet. Indien dergelijke rechten bestaan, geeft de uitvaardigende lidstaat de voorwerpen zo spoedig mogelijk na beëindiging van het strafrechtsgeding kosteloos aan de uitvoerende lidstaat terug.
Article 30
Expenses
Artikel 30
1. Expenses incurred in the territory of the executing Member State for the execution of a European arrest warrant shall be borne by that Member State.
Kosten
2. All other expenses shall be borne by the issuing Member State.
1. De op het grondgebied van de uitvoerende lidstaat voor de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel gemaakte kosten worden door deze lidstaat gedragen.
2. Alle overige kosten worden door de uitvaardigende lidstaat gedragen.
CHAPTER 4
GENERAL AND FINAL PROVISIONS
HOOFDSTUK 4
Article 31
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Relation to other legal instruments
Artikel 31
1. Without prejudice to their application in relations between Member States and third States, this Framework Decision shall, from 1 January 2004, replace the corresponding provisions of the following conventions applicable in the field of extradition in relations between the Member States:
Verhouding tot andere rechtsinstrumenten
(a) the European Convention on Extradition of 13 December 1957, its additional protocol of 15 October 1975, its second additional protocol of 17 March 1978, and the European Convention on the suppression of terrorism of 27 January 1977 as far as extradition is concerned;
1. Onverminderd de toepassing daarvan in de betrekkingen tussen de lidstaten en derde staten, komen de bepalingen van dit kaderbesluit per 1 januari 2004 in de plaats van de overeenkomstige bepalingen van de terzake van uitlevering toepasselijke verdragen in de betrekkingen tussen de lidstaten:
(b) the Agreement between the 12 Member States of the European Communities on the simplification and modernisation of methods of transmitting extradition requests of 26 May 1989;
a) het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957, het Aanvullend Protocol bij dit Verdrag van 15 oktober 1975, het Tweede Aanvullend Protocol bij dit Verdrag van 17 maart 1978 en, voorzover het op uitlevering betrekking heeft, het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme van 27 januari 1977;
(c) the Convention of 10 March 1995 on simplified extradition procedure between the Member States of the European Union;
b) de Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen betreffende de vereenvoudiging en de modernisering van de wijze van toezending van uitleveringsverzoeken van 26 mei 1989;
(d) the Convention of 27 September 1996 relating to extradition between the Member States of the European Union;
c) de Overeenkomst aangaande de verkorte procedure tot uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie van 10 maart 1995;
(e) Title III, Chapter 4 of the Convention of 19 June 1990 implementing the Schengen Agreement of 14 June 1985 on the gradual abolition of checks at common borders.
d) de Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie van 27 september 1996;
2. Member States may continue to apply bilateral or multilateral agreements or arrangements in force when this Framework Decision is adopted in so far as such agreements or arrangements allow the objectives of this Framework Decision to be extended or enlarged and help to simplify or facilitate further the procedures for surrender of persons who are the subject of European arrest warrants.
e) titel III, hoofdstuk 4, van de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen.
Member States may conclude bilateral or multilateral agreements or arrangements after this Framework Decision has come into force in so far as such agreements or arrangements allow the prescriptions of this Framework Decision to be extended or enlarged and help to simplify or facilitate further the procedures for surrender of persons who are the subject of European arrest warrants, in particular by fixing time limits shorter than those fixed in Article 17, by extending the list of offences laid down in Article 2(2), by further limiting the grounds for refusal set out in Articles 3 and 4, or by lowering the threshold provided for in Article 2(1) or (2).
2. De lidstaten mogen de bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen die op het tijdstip van de aanneming van dit kaderbesluit van kracht zijn, blijven toepassen voorzover deze verder reiken dan de doelstellingen van het kaderbesluit en ertoe bijdragen de procedures voor de overlevering van personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd verdergaand te vereenvoudigen of te vergemakkelijken.
The agreements and arrangements referred to in the second subparagraph may in no case affect relations with Member States which are not parties to them.
De lidstaten kunnen vóór de inwerkingtreding van dit kaderbesluit bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen sluiten voorzover deze verder reiken dan de voorschriften van het kaderbesluit en ertoe bijdragen de procedures voor de overlevering van personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd verdergaand te vereenvoudigen of te vergemakkelijken, met name door de vaststelling van kortere dan de in artikel 17 gestelde termijnen, door uitbreiding van de in artikel 2, lid 2, vastgelegde lijst van strafbare feiten, door verdere beperking van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde weigeringsgronden, of door verlaging van de in artikel 2, lid 1 of lid 2, bepaalde drempel.
Member States shall, within three months from the entry into force of this Framework Decision, notify the Council and the Commission of the existing agreements and arrangements referred to in the first subparagraph which they wish to continue applying.
De in de tweede alinea bedoelde overeenkomsten laten in ieder geval de betrekkingen met de lidstaten die daarbij geen partij zijn, onverlet.
Member States shall also notify the Council and the Commission of any new agreement or arrangement as referred to in the second subparagraph, within three months of signing it.
De lidstaten geven de Raad en de Commissie kennis van iedere in de tweede alinea bedoelde bestaande overeenkomst of regeling die zij willen blijven toepassen, binnen drie maanden na de ondertekening daarvan.
3. Where the conventions or agreements referred to in paragraph 1 apply to the territories of Member States or to territories for whose external relations a Member State is responsible to which this Framework Decision does not apply, these instruments shall continue to govern the relations existing between those territories and the other Members States.
De lidstaten geven de Raad en de Commissie ook kennis van iedere nieuwe in de tweede alinea bedoelde overeenkomst of regeling, binnen drie maanden na de ondertekening daarvan.
3. Voorzover de in lid 1 vermelde verdragen of overeenkomsten van toepassing zijn op grondgebieden van lidstaten of op grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd, waarop dit kaderbesluit niet van toepassing is, blijven zij de betrekkingen tussen deze grondgebieden en de overige lidstaten beheersen.
Article 32
Transitional provision
Artikel 32
1. Extradition requests received before 1 January 2004 will continue to be governed by existing instruments relating to extradition. Requests received after that date will be governed by the rules adopted by Member States pursuant to this Framework Decision. However, any Member State may, at the time of the adoption of this Framework Decision by the Council, make a statement indicating that as executing Member State it will continue to deal with requests relating to acts committed before a date which it specifies in accordance with the extradition system applicable before 1 January 2004. The date in question may not be later than 7 August 2002. The said statement will be published in the Official Journal of the European Communities. It may be withdrawn at any time.
Overgangsbepaling
Vóór 1 januari 2004 ontvangen uitleveringsverzoeken worden verder beheerst door de bestaande instrumenten betreffende uitlevering. Na 1 januari 2004 ontvangen verzoeken vallen onder de bepalingen die de lidstaten in overeenstemming met dit kaderbesluit aannemen. Elke lidstaat kan evenwel op het tijdstip van aanneming van dit kaderbesluit door de Raad verklaren dat hij als uitvoerende staat verzoeken betreffende feiten die zijn gepleegd voor een door hem bepaalde datum zal behandelen overeenkomstig de vóór 1 januari 2004 geldende uitleveringsregeling. De bedoelde datum mag niet later vallen dan 7 augustus 2002. De verklaring wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij kan te allen tijde worden ingetrokken.
Article 33
Provisions concerning Austria and Gibraltar
Artikel 33
1. As long as Austria has not modified Article 12(1) of the "Auslieferungs- und Rechtshilfegesetz" and, at the latest, until 31 December 2008, it may allow its executing judicial authorities to refuse the enforcement of a European arrest warrant if the requested person is an Austrian citizen and if the act for which the European arrest warrant has been issued is not punishable under Austrian law.
Bepaling betreffende Oostenrijk en Gibraltar
2. This Framework Decision shall apply to Gibraltar.
1. Totdat Oostenrijk artikel 12, lid 1, van het "Auslieferungs- und Rechtshilfegesetz" heeft gewijzigd en uiterlijk tot 31 december 2008, kan het zijn rechterlijke autoriteiten toestaan de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel te weigeren, indien de gezochte persoon een Oostenrijks onderdaan is en het feit waarvoor het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd niet strafbaar is naar Oostenrijks recht.
2. Dit kaderbesluit is van toepassing op Gibraltar.
Article 34
Implementation
Artikel 34
1. Member States shall take the necessary measures to comply with the provisions of this Framework Decision by 31 December 2003.
Uitvoering
2. Member States shall transmit to the General Secretariat of the Council and to the Commission the text of the provisions transposing into their national law the obligations imposed on them under this Framework Decision. When doing so, each Member State may indicate that it will apply immediately this Framework Decision in its relations with those Member States which have given the same notification.
1. De lidstaten nemen de maatregelen die noodzakelijk zijn om uiterlijk op 31 december 2003 aan dit kaderbesluit te voldoen.
The General Secretariat of the Council shall communicate to the Member States and to the Commission the information received pursuant to Article 7(2), Article 8(2), Article 13(4) and Article 25(2). It shall also have the information published in the Official Journal of the European Communities.
2. De lidstaten delen aan het secretariaat-generaal van de Raad en aan de Commissie de tekst mede van alle bepalingen waarmee zij hun verplichtingen uit hoofde van dit kaderbesluit in hun nationaal recht omzetten. Bij deze mededeling kan iedere lidstaat laten weten dat hij dit kaderbesluit onmiddellijk zal toepassen in zijn betrekkingen met de lidstaten die daarvan op dezelfde wijze kennis hebben gegeven.
3. On the basis of the information communicated by the General Secretariat of the Council, the Commission shall, by 31 December 2004 at the latest, submit a report to the European Parliament and to the Council on the operation of this Framework Decision, accompanied, where necessary, by legislative proposals.
Het secretariaat-generaal van de Raad deelt de lidstaten en de Commissie de gegevens mee die het overeenkomstig artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 2, artikel 13, lid 4, en artikel 25, lid 2, ontvangt. Het maakt deze ook bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
4. The Council shall in the second half of 2003 conduct a review, in particular of the practical application, of the provisions of this Framework Decision by the Member States as well as the functioning of the Schengen Information System.
3. Op grond van de door het secretariaat-generaal van de Raad verstrekte gegevens, dient de Commissie uiterlijk op 31 december 2004 een verslag over de werking van dit kaderbesluit bij het Europees Parlement en de Raad in, indien nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.
4. De Raad evalueert in de tweede helft van 2003 met name de praktische toepassing van de bepalingen van dit kaderbesluit door de lidstaten alsmede de werking van het SIS.
Article 35
Entry into force
Artikel 35
This Framework Decision shall enter into force on the twentieth day following that of its publication in the Official Journal of the European Communities.
Inwerkingtreding
Dit kaderbesluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Done at Luxembourg, 13 June 2002.
Gedaan te Luxemburg, 13 juni 2002.
For the Council
The President
Voor de Raad
M. Rajoy Brey
De voorzitter
M. Rajoy Brey
(1) OJ C 332 E, 27.11.2001, p. 305.
(2) Opinion delivered on 9 January 2002 (not yet published in the Official Journal).
(1) PB C 332 E van 27.11.2001, blz. 305.
(3) OJ C 12 E, 15.1.2001, p. 10.
(2) Advies uitgebracht op 9 januari 2002 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).
(4) OJ L 239, 22.9.2000, p. 19.
(3) PB C E 12 van 15.1.2001, blz. 10.
(5) OJ C 78, 30.3.1995, p. 2.
(4) PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19.
(6) OJ C 313, 13.10.1996, p. 12.
(5) PB C 78 van 30.3.1995, blz. 2.
(7) OJ C 364, 18.12.2000, p. 1.
(6) PB C 313 van 13.10.1996, blz. 12.
(8) Council Joint Action 98/428/JHA of 29 June 1998 on the creation of a European Judicial Network (OJ L 191, 7.7.1998, p. 4).
(7) PB C 364 van 18.12.2000, blz. 1.
(9) Council Decision 2002/187/JHA of 28 February 2002 setting up Eurojust with a view to reinforcing the fight against serious crime (OJ L 63, 6.3.2002, p. 1).
(8) Gemeenschappelijk optreden 98/428/JBZ van 29 juni 1998 tot oprichting van een Europees justitieel netwerk (PB L 191 van 7.7.1998, blz. 4).
(9) Besluit 2002/187/JBZ van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken (PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1).
ANNEX
BIJLAGE
EUROPEAN ARREST WARRANT(1)
This warrant has been issued by a competent judicial authority. I request that the person mentioned below be arrested and surrendered for the purposes of conducting a criminal prosecution or executing a custodial sentence or detention order.
EUROPEES ARRESTATIEBEVEL(1)
>PIC FILE= "L_2002190EN.001401.TIF">
Dit bevel is uitgevaardigd door een bevoegde rechterlijke autoriteit. Ik verzoek om aanhouding en overlevering van de hieronder genoemde persoon met het oog op strafvervolging of tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel.
>PIC FILE= "L_2002190EN.001501.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190NL.001401.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190EN.001601.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190NL.001501.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190EN.001701.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190NL.001601.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190EN.001801.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190NL.001701.TIF">
>PIC FILE= "L_2002190NL.001801.TIF">
(1) This warrant must be written in, or translated into, one of the official languages of the executing Member State, when that State is known, or any other language accepted by that State.
(1) Dit bevel moet gesteld of vertaald zijn in één van de officiële talen van de uitvoerende staat, indien die staat bekend is, of in een andere taal die door die staat is aanvaard.
Statements made by certain Member States on the adoption of the Framework Decision
Verklaringen van sommige lidstaten bij de aanneming van het kaderbesluit
Statements provided for in Article 32
Statement by France:
Verklaringen ad artikel 32
Pursuant to Article 32 of the framework decision on the European arrest warrant and the surrender procedures between Member States, France states that as executing Member State it will continue to deal with requests relating to acts committed before 1 November 1993, the date of entry into force of the Treaty on European Union signed in Maastricht on 7 February 1992, in accordance with the extradition system applicable before 1 January 2004.
Verklaring van Frankrijk:
Statement by Italy:
Overeenkomstig artikel 32 van het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, verklaart Frankrijk dat het, als uitvoerende staat, uitleveringsverzoeken betreffende feiten die zijn gepleegd vóór 1 november 1993 - de datum van inwerkingtreding van het op 7 februari 1992 in Maastricht ondertekende Verdrag betreffende de Europese Unie - zal blijven behandelen volgens de vóór 1 januari 2004 geldende uitleveringsregeling.
Italy will continue to deal in accordance with the extradition rules in force with all requests relating to acts committed before the date of entry into force of the framework decision on the European arrest warrant, as provided for in Article 32 thereof.
Verklaring van Italië:
Statement by Austria:
Italië zal alle verzoeken in verband met feiten die vóór de datum van inwerkingtreding van het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel zijn gepleegd, overeenkomstig artikel 32 van het kaderbesluit blijven behandelen volgens de huidige bepalingen inzake uitlevering.
Pursuant to Article 32 of the framework decision on the European arrest warrant and the surrender procedures between Member States, Austria states that as executing Member State it will continue to deal with requests relating to punishable acts committed before the date of entry into force of the framework decision in accordance with the extradition system applicable before that date.
Verklaring van Oostenrijk:
Statements provided for in Article 13(4)
Overeenkomstig artikel 32 van het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, verklaart Oostenrijk dat het, als uitvoerende staat, uitleveringsverzoeken betreffende strafbare feiten die vóór de inwerkingtreding van het kaderbesluit zijn gepleegd, zal blijven behandelen volgens de vóór de inwerkingtreding van het besluit geldende uitleveringsregeling.
Statement by Belgium:
Verklaringen ad artikel 13, lid 4
The consent of the person concerned to his or her surrender may be revoked until the time of surrender.
Verklaring van België:
Statement by Denmark:
De instemming van de betrokken persoon met zijn overlevering kan te allen tijde, tot op het ogenblik van de overlevering, worden herroepen.
Consent to surrender and express renunciation of entitlement to the speciality rule may be revoked in accordance with the relevant rules applicable at any time under Danish law.
Verklaring van Denemarken:
Statement by Ireland:
De instemming met overlevering en de uitdrukkelijke afstand van het recht op het specialiteitsbeginsel kunnen in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van het Deense recht op elk moment worden herroepen.
In Ireland, consent to surrender and, where appropriate, express renunciation of the entitlement to the "specialty" rule referred to in Article 27(2) may be revoked. Consent may be revoked in accordance with domestic law until surrender has been executed.
Verklaring van Ierland:
Statement by Finland:
In Ierland kan de instemming met overlevering en, in voorkomend geval, de uitdrukkelijke afstand van het recht op het in artikel 27, lid 2, bedoelde "specialiteitsbeginsel" worden herroepen. Totdat de overlevering is uitgevoerd, kan de instemming overeenkomstig het nationaal recht worden herroepen.
In Finland, consent to surrender and, where appropriate, express renunciation of entitlement to the "speciality rule" referred to in Article 27(2) may be revoked. Consent may be revoked in accordance with domestic law until surrender has been executed.
Verklaring van Finland:
Statement by Sweden:
In Finland kan de instemming met overlevering en, in voorkomend geval, de uitdrukkelijke afstand van het recht op het in artikel 27, lid 2, bedoelde "specialiteitsbeginsel" worden herroepen. Totdat de overlevering is uitgevoerd, kan de instemming overeenkomstig het nationaal recht worden herroepen.
Consent or renunciation within the meaning of Article 13(1) may be revoked by the party whose surrender has been requested. Revocation must take place before the decision on surrender is executed.
Verklaring van Zweden:
De instemming of de afstand zoals bedoeld in artikel 13, lid 1, kan worden herroepen door de persoon om wiens overlevering is verzocht. De herroeping moet plaatsvinden voordat de beslissing omtrent de overlevering ten uitvoer wordt gelegd.
Top


Managed by the Publications Office