Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
*****
*****
COMMISSION DIRECTIVE
RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE
of 17 July 1989
van 17 juli 1989
adapting to technical progress Council Directives 70/157/EEC, 70/220/EEC, 72/245/EEC, 72/306/EEC, 80/1268/EEC and 80/1269/EEC relating to motor vehicles
tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de Richtlijnen 70/157/EEG, 70/220/EEG, 72/245/EEG, 72/306/EEG, 80/1268/EEG en 80/1269/EEG van de Raad op het gebied van motorvoertuigen
(89/491/EEC)
(89/491/EEG)
THE COMMISSION OF THE EUROPEAN COMMUNITIES,
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
Having regard to the Treaty establishing the European Economic Community,
GEMEENSCHAPPEN,
Having regard to Council Directive 70/157/EEC of 6 February 1970 on the approximation of the laws of the Member States relating to the permissible sound level and the exhaust system of motor vehicles (1), as last amended by Directive 87/354/EEC (2), and in particular Article 3 thereof,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Having regard to Council Directive 70/220/EEC of 20 March 1970 on the approximation of the laws of the Member States relating to measures to be taken against air pollution by emissions from motor vehicles (3), as last amended by Directive 88/436/EEC (4), and in particular Article 5 thereof,
Gelet op Richtlijn 70/157/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 87/354/EEG (2), inzonderheid op artikel 3,
Having regard to Council Directive 72/245/EEC of 20 June 1972 on the approximation of the laws of the Member States relating to the suppression of radio interference produced by spark-ignition engines fitted to motor vehicles (5), and in particular Article 4 thereof,
Gelet op Richtlijn 70/220/EEG van de Raad van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische ontsteking in motorvoertuigen (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 88/436/EEG (4), inzonderheid op artikel 5,
Having regard to Council Directive 72/306/EEC of 2 August 1972 on the approximation of the laws of the Member States relating to the measures to be taken against the emission of pollutants from diesel engines for use in vehicles (6), and in particular Article 4 thereof,
Gelet op Richtlijn 72/245/EEG van de Raad van 20 juni 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de onderdrukking van radiostoringen veroorzaakt door motoren met elektrische ontsteking van motorvoertuigen (5), inzonderheid op artikel 4,
Having regard to Council Directive 80/1268/EEC of 16 December 1980 on the approximation of the laws of the Member States relating to the fuel consumption of motor vehicles (7), and in particular Article 3 thereof,
Gelet op Richtlijn 72/306/EEG van de Raad van 2 augustus 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de verontreiniging door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van voertuigen (6), inzonderheid op artikel 4,
Having regard to Council Directive 80/1269/EEC of 16 December 1980 on the approximation of the laws of the Member States relating to the engine power of motor vehicles (8), as last amended by Directive 88/195/EEC (9), and in particular Article 3 thereof,
Gelet op Richtlijn 80/1268/EEG van de Raad van 16 december 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het brandstofverbruik van motorvoertuigen (7), inzonderheid op artikel 3,
Whereas Council Directive 88/76/EEC (10) amending Directive 70/220/EEC introduces requirements relating to the use of unleaded petrol; whereas the adaptation of existing engines to this petrol necessitates in many cases technical modifications which are relevant to the compliance with the abovementioned Directives; whereas it appears appropriate to facilitate the administrative handling of the resulting amendments of the type-approval of the vehicles concerned in the interests of rapidly increasing use of unleaded petrol; whereas it appears also necessary to render more precise the specifications of Directive 88/76/EEC preventing vehicles equipped with emission control devices which would be adversely affected by leaded petrol, to be refuelled with such petrol; whereas it appears equally appropriate to introduce the new reference fuel for diesel engines specified in this Directive into Directive 72/306/EEC relating to the smoke emissions of such engines; whereas it appears advisable to align on this occasion the technical
Gelet op Richtlijn 80/1269/EEG van de Raad van 16 december 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het motorvermogen van motorvoertuigen (8), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 88/195/EEG (9), inzonderheid op artikel 3,
provisions of Directive 80/1269/EEC relating to engine power to those of the corresponding Regulation of the Economic Commission for Europe;
Overwegende dat bij Richtlijn 88/76/EEG van de Raad (10) tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG voorschriften zijn ingevoerd met betrekking tot het gebruik van ongelode benzine; dat de aanpassing van bestaande motoren aan deze benzine in vele gevallen technische wijzigingen vergt die met het oog op het voldoen aan bovengenoemde richtlijnen relevant zijn; dat het, met het oog op het snel toenemend gebruik van ongelode benzine, raadzaam is de administratieve behandeling van de daaruit voortvloeiende wijzigingen in de typegoedkeuring van de betrokken voertuigen te vergemakkelijken; dat tevens een nauwkeuriger omschrijving van de maatregelen van Richtlijn 88/76/EEG noodzakelijk blijkt om te voorkomen dat gelode benzine wordt bijgetankt in voertuigen met een uitlaatgasreinigingssysteem dat door dergelijke benzine nadelig wordt beïnvloed; dat het tevens dienstig is de nieuwe, in de onderhavige richtlijn omschreven referentiebrandstof voor dieselmotoren in Richtlijn 72/306/EEG met betrekking tot de rookemissie van dergelijke motoren op te nemen; dat het raadzaam is bij deze gelegenheid de tech
Whereas it is desirable to introduce the amendments contained in the present Directive as soon as possible into the national laws concerned as they are particularly needed during the transitional period where vehicles conceived for the use of leaded petrol and vehicles requiring unleaded petrol will co-exist;
nische bepalingen van Richtlijn 80/1269/EEG met betrekking tot het motorvermogen aan te passen aan die van de desbetreffende regeling (»Regulation") van de Economische Commissie voor Europa;
Whereas the provisions of this Directive are in accordance with the opinion of the Committee for the Adaptation to Technical Progress of the Directives on Motor Vehicles,
Overwegende dat het wenselijk is de in de onderhavige richtlijn vervatte wijzigingen zo spoedig mogelijk in de desbetreffende nationale wetgevingen op te nemen, daar zij vooral nodig zijn in de overgangsperiode waarin voertuigen die voor het gebruik van gelode benzine zijn ontworpen en voertuigen die ongelode benzine behoeven, naast elkaar bestaan;
HAS ADOPTED THIS DIRECTIVE:
Overwegende dat de bepalingen van deze richtlijn in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor aanpassing van de richtlijnen inzake motorvoertuigen aan de vooruitgang van de techniek,
Article 1
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
The undermentioned Directives are hereby amended in accordance with the Annexes to this Directive:
Artikel 1
- Directive 70/157/EEC is amended in accordance with Annex I,
De hieronder genoemde richtlijnen worden hierbij gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige richtlijn:
- Directive 70/220/EEC is amended in accordance with Annex II,
- Richtlijn 70/157/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I;
- Directive 72/245/EEC is amended in accordance with Annex III,
- Richtlijn 70/220/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II;
- Directive 72/306/EEC is amended in accordance with Annex IV,
- Richtlijn 72/245/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III;
- Directive 80/1268/EEC is amended in accordance with Annex V,
- Richtlijn 72/306/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV;
- Directive 80/1269/EEC is amended in accordance with Annex VI.
- Richtlijn 80/1268/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage V;
Article 2
- Richtlijn 80/1269/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VI.
Member States shall bring into force the laws, regulations and administrative provisions necessary to comply with this Directive not later than 1 January 1990. They shall forthwith inform the Commission thereof.
Artikel 2
Article 3
De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1990 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
This Directive is addressed to the Member States.
Artikel 3
Done at Brussels, 17 July 1989.
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
For the Commission
Gedaan te Brussel, 17 juli 1989.
Martin BANGEMANN
Voor de Commissie
Vice-President
Martin BANGEMANN
(1) OJ No L 42, 23. 2. 1970, p. 16.
Vice-Voorzitter
(2) OJ No L 192, 11. 7. 1987, p. 43.
(1) PB nr. L 42 van 23. 2. 1970, blz. 16.
(3) OJ No L 76, 6. 4. 1970, p. 1.
(2) PB nr. L 192 van 11. 7. 1987, blz. 43.
(4) OJ No L 214, 6. 8. 1988, p. 1.
(3) PB nr. L 76 van 6. 4. 1970, blz. 1.
(5) OJ No L 152, 6. 7. 1972, p. 15.
(4) PB nr. L 214 van 6. 8. 1988, blz. 1.
(6) OJ No L 190, 20. 8. 1972, p. 1.
(5) PB nr. L 152 van 6. 7. 1972, blz. 15.
(7) OJ No L 375, 31. 12. 1980, p. 36.
(6) PB nr. L 190 van 20. 8. 1972, blz. 1.
(8) OJ No L 375, 31. 12. 1980, p. 46.
(7) PB nr. L 375 van 31. 12. 1980, blz. 36.
(9) OJ No L 92, 9. 4. 1988, p. 50.
(8) PB nr. L 375 van 31. 12. 1980, blz. 46.
(10) OJ No L 36, 9. 2. 1988, p. 1.
(9) PB nr. L 92 van 9. 4. 1988, blz. 50.
ANNEX I
(10) PB nr. L 36 van 9. 2. 1988, blz. 1.
AMENDMENTS TO ANNEX I TO DIRECTIVE 70/157/EEC
BIJLAGE I
6 is added as follows:
WIJZIGINGEN IN BIJLAGE I BIJ RICHTLIJN 70/157/EEG
1.2 // '6. // EXTENSION OF EEC TYPE APPROVAL // 6.1. // Vehicle types modified to run on unleaded petrol // 6.1.1. // Approval of a vehicle type modified and/or adjusted solely for the purpose of making it capable of running on unleaded petrol, as specified in Directive 85/210/EEC, shall be extended when the manufacturer certifies, subject to the approval of the authority granting type approval, that the sound level for the modified vehicle shall not exceed the limiting values specified in 5.2.2.1. // 6.2. // Vehicle types modified for any other purpose // 6.2.1. // Approval of a vehicle type may be extended to vehicle types differing with regard to the characteristics listed in Annex III if the authority granting type approval considers that the modifications made are not likely to have any substantial adverse effect on the sound level of the vehicle.'
Het volgende punt 6 wordt toegevoegd:
ANNEX II
1.2 // »6. // UITBREIDING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING // 6.1. // Voertuigtypen die zijn gewijzigd om ongelode benzine te gebruiken // 6.1.1. // De goedkeuring van een voertuigtype dat uitsluitend is gewijzigd en/of aangepast met het doel om het geschikt te maken voor het gebruik van ongelode benzine, als omschreven in Richtlijn 85/210/EEG, wordt uitgebreid wanneer de fabrikant verklaart, behoudens goedkeuring van de instantie die de typegoedkeuring verleent, dat het geluidsniveau voor het gewijzigde voertuig de in punt 5.2.2.1 vastgestelde grenswaarden niet overschrijdt. // 6.2. // Voertuigtypen die voor een ander doel zijn gewijzigd // 6.2.1. // De goedkeuring van een voertuigtype kan worden uitgebreid tot voertuigtypen die wat de in bijlage III opgesomde kenmerken betreft verschillen vertonen, indien de instantie die de typegoedkeuring verleent het onwaarschijnlijk acht dat de aangebrachte wijzigingen enig wezenlijk nadelig effect op het geluidsniveau van het voertuig zullen hebben.".
AMENDMENTS TO ANNEX I TO DIRECTIVE 70/220/EEC
BIJLAGE II
1. The following text is inserted at the beginning of 2.2.:
WIJZIGINGEN IN BIJLAGE I BIJ RICHTLIJN 70/220/EEG
1.2 // '2.2. // "Reference mass" means the mass of the vehicle in running order less the uniform mass of the driver of 75 kg and increased by a uniform mass of 100 kg.'
1. Aan het begin van punt 2.2 wordt de volgende tekst toegevoegd:
2. 3.2.4. is replaced by the following:
1.2 // »2.2. // Onder »referentiemassa" wordt verstaan de massa van het rijklare voertuig, verminderd met de op 75 kg gestelde massa van de bestuurder en vermeerderd met 100 kg;".
1.2 // '3.2.4. // in the case of vehicles equipped with positive ignition engines, a statement of whether either 5.1.2.1 (restricted orifice) or 5.1.2.2 (marking) applies, and in the latter case, a description of the marking.'
2. Punt 3.2.4 wordt gelezen:
3. 5.1.2.1 and 5.1.2.2 are added as follows:
1.2 // »3.2.4. // Bij voertuigen die van een motor met elektrische ontsteking zijn voorzien, een verklaring of punt 5.1.2.1 (vernauwde vulopening) dan wel punt 5.1.2.2 (merkteken) van toepassing is en in het laatste geval een beschrijving van het merkteken;".
1.2 // '5.1.2.1. // Subject to 5.1.2.2, the inlet orifice of the fuel tank shall be so designed that it prevents the tank from being filled from a petrol pump delivery nozzle which has an external diameter of 23,6 mm or greater. // 5.1.2.2. // 5.1.2.1 does not apply to a vehicle in respect of which both of the following conditions are satisfied, that is to say - // 5.1.2.2.1. // that the vehicle is so designed and constructed that no device designed to control the emission of gaseous pollutants shall be adversely affected by leaded petrol, and // 5.1.2.2.2. // that it is conspicuously, legibly and indelibly marked with the symbol for unleaded petrol (4.26) specified in ISO 2757-1985 (1) in a position immediately visible to a person filling the fuel tank. Additional marking shall be permitted.'
3. De volgende punten 5.1.2.1 en 5.1.2.2 worden toegevoegd:
(1) Reproduced as figure 22 of Annex II to Directive 78/316/EEC.
1.2 // »5.1.2.1. // met inachtneming van punt 5.1.2.2 moet de vulopening van de brandstoftank zodanig zijn ontworpen dat de tank niet kan worden gevuld uit een benzinepomp waarvan de slang is voorzien van een mondstuk met een uitwendige doorsnede van 23,6 mm of meer. // 5.1.2.2. // Punt 5.1.2.1 geldt niet voor een voertuig ten aanzien waarvan aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan, te weten: // 5.1.2.2.1. // dat het voertuig zodanig is ontworpen en geconstrueerd dat het systeem ter beperking van de emissie van verontreinigende uitlaatgassen niet door gelode benzine kan worden aangetast en // 5.1.2.2.2. // dat het op opvallende, leesbare en onuitwisbare wijze is voorzien van het symbool voor ongelode benzine (4.26), zoals omschreven in ISO 2575-1982 (1), op een plaats die onmiddellijk zichtbaar is voor een persoon die de brandstoftank vult. Extra merktekens zijn toegestaan.".
ANNEX III
(1) Weergegeven als figuur 22 van bijlage II bij Richtlijn 78/316/EEG.
AMENDMENTS TO ANNEX I TO DIRECTIVE 72/245/EEC
BIJLAGE III
8 is added as follows:
WIJZIGINGEN IN BIJLAGE I BIJ RICHTLIJN 72/245/EEG
1.2 // '8. // EXTENSION OF EEC TYPE APPROVAL // 8.1. // Vehicle types modified to run on unleaded petrol // 8.1.1. // Approval of a vehicle type modified and/or adjusted solely for the purpose of making it capable of running on unleaded petrol, as specified in Directive 85/210/EEC, shall be extended when the manufacturer certifies, subject to the radio interference suppression for the modified vehicles remain within the limits for conformity of production, as specified in 9 to this Annex. // 8.2. // Vehicles types modified for any other purpose // 8.2.1. // Approval of a vehicle type may be extended to vehicle types differing with regard to the characteristics listed in 2.2 to this Annex if the authority granting type approval considers that the modification made are not likely to have any substantial adverse effect on the radio interference suppression of the vehicle.'
Het volgende punt 8 wordt toegevoegd:
ANNEX IV
1.2 // »8. // UITBREIDING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING // 8.1. // Voertuigtypen die zijn gewijzigd om ongelode benzine te gebruiken // 8.1.1. // De goedkeuring van een voertuigtype dat uitsluitend is gewijzigd en/of aangepast met het doel om het geschikt te maken voor het gebruik van ongelode benzine, als omschreven in Richtlijn 85/210/EEG, wordt uitgebreid indien de fabrikant verklaart, behoudens goedkeuring van de instantie die de typegoedkeuring verleent, dat de onderdrukking van de radiostoringen bij de gewijzigde voertuigen blijft voldoen aan de grenswaarden voor de conformiteit van de produktie overeenkomstig punt 9 van deze bijlage. // 8.2. // Voertuigtypen die voor een ander doel zijn gewijzigd // 8.2.1. // De goedkeuring van een voertuigtype kan worden uitgebreid tot voertuigtypen die wat de in punt 2.2 van deze bijlage opgesomde kenmerken betreft verschillen vertonen, indien de instantie die de typegoedkeuring verleent het onwaarschijnlijk acht dat de aangebrachte wijzigingen enig merkbaar nadelig effect zullen hebben op de onderdrukking van radiostoringen bij het voertuig.".
AMENDMENTS TO ANNEX V TO DIRECTIVE 72/306/EEC
BIJLAGE IV
Annex V is replaced by the following:
WIJZIGINGEN IN BIJLAGE V BIJ RICHTLIJN 72/306/EEG
'TECHNICAL CHARACTERISTICS OF REFERENCE FUEL PRESCRIBED FOR APPROVAL TESTS AND TO VERIFY CONFORMITY OF PRODUCTION
Bijlage V wordt vervangen door de volgende tekst:
CEC reference fuel RF-03-A-84 (1) (3) (7)
»TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN VAN REFERENTIEBRANDSTOF VOORGESCHREVEN VOOR GOEDKEURINGSPROEVEN EN VOOR CONTROLE OP DE OVEREENSTEMMING VAN DE PRODUKTIE
1.2.3 // // // // // Limits and units // ASTM method // // // // Cetan number (4) // min 49 max 53 // D 613 // Density 15 °C (Kg/1) // min 0,835 max 0,845 // D 1298 // Destillation (2) 50 % 90 % FBP // min 245 °C min 320 °C max 340 °C max 370 °C // D 86 // Flash point // min 55 °C // D 93 // CFPP // min - max - 5 °C // EN 116 (CEN) // Viscosity 40 °C // min 2,5 mm2/S max 3,5 mm2/S // D 445 // Sulphur content // min (to be reported) // D 1266/D 2622 D 2785 // // max 0,3 % mass // // Copper corrosion // max 1 // D 130 // Conradson carbon residue (10 % DR) // max 0,2 % mass // D 189 // Ash content // max 0,01 % mass // D 482 // Water content // max 0,05 % mass // D 95/D 1744 // Neutralization (strong acid) number // max 0,2 mg KPH/g // // Oxidation stability (6) // max 2,5 mg/100 m // D 2274 // Additives (5) // // // Carbon-hydrogen ratio // (to be reported) // // // //
Referentiebrandstof CEC RF-03-A-84 (1) (3) (7)
(1) Equivalent ISO methods will be adopted when issued all properties listed above.
1.2.3 // // // // // Grenzen en eenheden // ASTM-methode // // // // Cetaangetal (4) // min. 49 max. 53 // D 613 // Dichtheid bij 15 °C (kg/1) // min. 0,835 max. 0,845 // D 1298 // Distillatie (2) 50 % 90 % eindkookpunt (FBP) // min. 245 °C min. 320 °C max. 340 °C max. 370 °C // D 86 // Vlampunt // min. 55 °C // D 93 // Verstoppingspunt van het filter bij lage temperatuur (CFPP) // min. - max. - 5 °C // EN 116 (CEN) // Viscositeit 40 °C // min. 2,5 mm2/S max. 3,5 mm2/S // D 445 // Zwavelgehalte // (op te geven) // D 1266/D 262 D 2785 // // max. 0,3 % massa // // Kopercorrosie // max. 1 // D 130 // Conradson-koolstofresidu (10 % dist. residu) // max. 0,2 % massa // D 189 // Asgehalte // max. 0,01 % massa // D 482 // Watergehalte // max. 0,05 % massa // D 95/D 1744 // Neutralisatiegetal (sterk zuur) // max. 0,2 mg KOH/g // // Stabiliteit (6) ten aanzien van oxidatie // max. 2,5 mg/100 m // D 2274 // Toevoegingen (5) // // // Koolstof-waterstofverhouding // (op te geven) // // // //
(2) The figures quoted show the evaporated quantities (percentage recovered + percentage loss).
(1) Gelijkwaardige ISO-methoden worden geaccepteerd wanneer deze voor alle bovengenoemde eigenschappen zijn uitgevaardigd.
(3) The values quoted in the specification are 'true values'. In estabishment of their limit values the terms of ASTM D 3244 'Defining a basis for petroleum product quality disputes' have been applied and in fixing a maximum value, a minimum difference of 2R above zero has been taken into account; in fixing a maximum and minimum value, the minimum difference is 4R (R = reproducibility).
(2) De bovengenoemde getallen hebben betrekking op de totale verdampte hoeveelheden (% opgevangen + % verlies).
Notwithstanding this measure, which is necessary for statistical reasons, the manufacturer of fuel should nevertheless aim at a zero value where the stipulated maximum value is 2R and at the mean value in the case of quotations of maximum and minimum limits. Should it be necessary to clarify the question as to whether a fuel meets the requirements of the specification, the terms of ASTM D 3244 be applied.
(3) De in de specificatie aangegeven waarden zijn »echte waarden". Bij het vaststellen van de grenswaarden zijn de voorwaarden van ASTM D 3244 »Defining a basis for petroleum product quality disputes" toegepast en bij het vaststellen van een maximumwaarde is uitgegaan van een minimaal verschil van 2R boven nul; bij het vaststellen van een maximum- en een minimumwaarde is het minimale verschil 4 R (R = reproduceerbaarheid).
(4) The range for cetane is note in accordance with the requirement of a minimum range of 4R. However, in cases of dispute between fuel supplier and fuel user, the terms of ASTM D 3244 can be used to resolve such disputes provided replicate measurements, of sufficient number to achieve the necessary precision, are made in preference to single determinations.
Ondanks deze maatregel, die om statistische redenen noodzakelijk is, dient de producent van een brandstof te streven naar een nulwaarde wanneer de aangegeven maximumwaarde gelijk is aan 2R en naar de gemiddelde waarde indien melding is gemaakt van maximum- en minimumgrenzen. Indien moet worden vastgesteld of een brandstof voldoet aan de eisen van de specificatie, gelden de voorwaarden van ASTM D 3244.
(5) This fuel should be based on straight run and cracked hydrocarbon distillate components only; desulphurization is allowed. It must not contain any metallic additives or cetane improver additives.
(4) Het opgegeven gebied voor het cetaangetal is niet in overeenstemming met de eis van een minimum van 4 R. Bij geschillen tussen de brandstofleverancier en de gebruiker kunnen de voorwaarden van ASTM D 3244 evenwel worden gehanteerd om zulke geschillen op te lossen, mits er bij voorkeur niet één meting, maar herhaalde metingen, in voldoende aantal om de noodzakelijke nauwkeurigheid te bereiken, worden verricht.
(6) Even though oxidation stability is controlled, it is likely that shell life will be limited. Advice should be sought from the supplier as to storage conditions and life. (7) If it is required to calculate thermal efficiency of an engine or vehicle, the calorific value of the fuel can be calculated from:
(5) Deze brandstof mag alleen zijn gebaseerd op directe (straight run) en gekraakte koolwaterstofdistillaten; ontzwaveling is toegestaan. De brandstof mag geen metaaltoevoegingen of toevoegingen ter verbetering van het cetaangetal bevatten.
Specific energy (calorific value) (net) MJ/kg =
(6) Ook al wordt de stabiliteit ten aanzien van oxidatie onder controle gehouden, toch zal de houdbaarheid waarschijnlijk beperkt zijn. De leverancier dient om advies te worden gevraagd over de voorwaarden en de duur van de opslag. (7) Indien het thermisch rendement van een motor of voertuig dient te worden berekend, dan kan de calorische waarde van de brandstof worden vastgesteld aan de hand van de volgende formule:
(46,423 - 8,792d2 + 3,170d) (1 - (x+y+s)) + 9,420s - 2,499x
Specifieke energie (calorische waarde) (netto) in MJ/kg =
1.2.3 // where: // d // = the density at 15 °C, // // x // = the proportion by mass of water (%/100), // // y // = the proportion by mass of ash (%/100), // // s // = the proportion by mass of sulphur (%/100).'
(46,423 - 8,792d2 + 3,170d) (1-(x + y + s)) + 9,420s - 2,499x
ANNEX V
1.2.3 // waarin: // d // = dichtheid bij 15 °C // // x // = massa-aandeel van water (% gedeeld door 100) // // y // = massa-aandeel van as (% gedeeld door 100) // // s // - massa-aandeel van zwavel (% gedeeld door 100).".
AMENDMENTS TO ANNEX I TO DIRECTIVE 80/1268/EEC
BIJLAGE V
1. 3.1.1 is amended as follows:
WIJZIGINGEN IN BIJLAGE I BIJ RICHTLIJN 80/1268/EEG
Delete 'as last amended by Directive 78/665/EEC'
1. Punt 3.1.1 wordt als volgt gewijzigd:
2. 7 is added as follows:
De woorden »laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 78/665/EEG" worden geschrapt.
1.2 // '7. // EXTENSION OF EEC TYPE APPROVAL // 7.1. // Vehicle types modified to run on unleaded petrol // 7.1.1. // Subject to the approval of the authority granting type approval, approval of a vehicle type modified and/or adjusted solely for the purpose of making it capable of running on unleaded petrol, as specified in Directive 85/210/EEC, shall be extended under the following alternative conditions: // 7.1.1.1. // The manufacturer shall certify that the fuel consumption for each test condition does not exceed by more than 5 % the figure obtained with the original, unmodified, type approved vehicle. In this case the extension shall confirm the figures the original type approval, or. // 7.1.1.2. // The manufacturer shall declare a revised fuel consumption figure for any of the three test conditions which exceeds by more than 5 % the figure obtained with the original, unmodified, type approved vehicle. In this case the extension shall specify the newly declared figures as applicable to the modified vehicle type. // 7.2. // Vehicle types modified for any other purpose // 7.2.1. // Approval of a vehicle type may be extended to vehicle types differing with regard to the characteristics listed in Annex II if the authority granting type approval considers that the modifications made are not likely to have any substantial adverse effect on the fuel consumption of the vehicle.'
2. Het volgende punt 7 wordt toegevoegd:
ANNEX VI
1.2 // »7. // UITBREIDING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING // 7.1. // Voertuigtypen die zijn gewijzigd om ongelode benzine te gebruiken // 7.1.1. // Behoudens goedkeuring van de instantie die de typegoedkeuring verleent, wordt de goedkeuring van een voertuigtype dat uitsluitend is gewijzigd en/of aangepast met het doel om het geschikt te maken voor het gebruik van ongelode benzine, zoals omschreven in Richtlijn 85/210/EEG, onder een van de volgende voorwaarden uitgebreid: // 7.1.1.1. // de fabrikant verklaart dat het brandstofverbruik bij alle beproevingsomstandigheden niet meer dan 5 % hoger is dan de waarde die is verkregen met het oorspronkelijke ongewijzigde voertuig waarvoor de typegoedkeuring is verleend. In dit geval bevestigt de uitbreiding de waarden die in de oorspronkelijke typegoedkeuring zijn vermeld, of // 7.1.1.2. // de fabrikant geeft voor een van de drie beproevingsomstandigheden een gewijzigde waarde van het brandstofverbruik op die meer dan 5 % hoger is dan de waarde die is verkregen met het oorspronkelijke ongewijzigde voertuig waarvoor de typegoedkeuring is verleend. In dit geval worden in de uitbreiding de nieuw opgegeven waarden vermeld die van toepassing zijn op het gewijzigde voertuigtype. // 7.2. // Voertuigtypen die voor een ander doel zijn gewijzigd // 7.2.1. // De goedkeuring van een voertuigtype kan worden uitgebreid tot voertuigtypen die wat de in bijlage II opgesomde kenmerken betreft verschillen vertonen, indien de instantie die de typegoedkeuring verleent het onwaarschijnlijk acht dat de aangebrachte wijzigingen enig merkbaar nadelig effect op het brandstofverbruik van het voertuig zullen hebben.".
AMENDMENTS TO ANNEX I TO DIRECTIVE 88/1269/EEC
BIJLAGE VI
1. 8 is replaced by:
WIJZIGINGEN IN BIJLAGE I BIJ RICHTLIJN 80/1269/EEG
1.2 // '8. // EXTENSION OF EEC TYPE APPROVAL // 8.1. // Vehicle types modified to run on unleaded petrol // 8.1.1. // Subject to the approval of the authority granting type approval, approval of a vehicle type modified and/or adjusted solely for the purpose of making it capable of running on unleaded petrol, as specified in Directive 85/210/EEC, shall be extended under the following alternative conditions: // 8.1.1.1. // The manufacturer shall certify that the engine power of the modified vehicle shall remain within the limits for conformity of production, as specified in 9.2 as obtained with the original, unmodified, type approved vehicle. In this case the extension shall confirm the power of the original type approval, or // 8.1.1.2. // The manufacturer shall declare a revised engine power figure which is less than that obtained with the original, unmodified type approved vehicle. In this case the extension shall specify the newly declared figures as applicable to the modified vehicle type. // 8.2. // Vehicle types modified for any other purpose // // Any other modification of the engine with regard to the characteristics listed in Appendix 1 or Apendix 2 to this Annex shall be reported to the competent authority. That authority may then either: // 8.2.1. // consider that the modifications made are not likely to have any substantial effect on the power of the engine, or // 8.2.2. // request a further determination of engine power through the carrying-out of such tests as are deemed necessary.'
1. Punt 8 wordt als volgt gelezen:
2. 9 is replaced by:
1.2 // »8. // UITBREIDING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING // 8.1. // Voertuigtypen die zijn gewijzigd om ongelode benzine te gebruiken // 8.1.1. // Behoudens goedkeuring van de instantie die de typegoedkeuring verleent, wordt de goedkeuring van een voertuigtype dat uitsluitend is gewijzigd en/of aangepast met het doel om het geschikt te maken voor het gebruik van ongelode benzine, zoals omschreven in Richtlijn 85/210/EEG, onder een van de volgende voorwaarden uitgebreid: // 8.1.1.1. // de fabrikant verklaart dat het motorvermogen van het gewijzigde voertuig blijft voldoen aan de grenswaarden voor de conformiteit van de produktie overeenkomstig punt 9.2 die zijn verkregen met het oorspronkelijke ongewijzigde voertuig waarvoor de typegoedkeuring is verleend. In dit geval bevestigt de uitbreiding het vermogen dat in de oorspronkelijke typegoedkeuring is vermeld, of // 8.1.1.2. // de fabrikant geeft een gewijzigde waarde van het motorvermogen op die lager is dan die welke met het oorspronkelijke ongewijzigde voertuig is verkregen waarvoor de typegoedkeuring is verleend. In dit geval worden in de uitbreiding de nieuw opgegeven waarden vermeld die van toepassing zijn op het gewijzigde voertuigtype. // 8.2. // Voertuigtypen die voor een ander doel zijn gewijzigd // // Alle andere wijzigingen van de motor met betrekking tot de kenmerken die in aanhangsel 1 of aanhangsel 2 bij deze bijlage zijn vermeld, moeten ter kennis van de bevoegde instantie worden gebracht. Die instantie kan dan: // 8.2.1. // oordelen dat de verrichte wijzigingen waarschijnlijk geen merkbaar effect op het motorvermogen zullen hebben of // 8.2.2. // verzoeken om een nadere bepaling van het motorvermogen door middel van de noodzakelijk geachte proeven.".
1.2 // '9. // TOLERANCES FOR MEASURING THE NET POWER // 9.1. // The net power indicated by the manufacturer for the type of engine shall be accepted if it does not differ by more than ± 2 % for maximum power and more than ± 4 % at, the other measurement points on the curve with a tolerance of ± 1,5 % for engine speed, from the values measured by the technical service on the engine submitted for testing. // 9.2 // During the tests to verify conformity of production the power shall be measured at two engine speeds S1 and S2 corresponding respectively to the measurement points of maximum power and maximum torque accepted for type approval. At these two engine speeds, which are subject to a tolerance of + 5 %, the net power measured at at least one point within the ranges S1 ± 5 % and S2 ± 5 % shall not differ by more than ± 5 % from the approval figure'.
2. Punt 9 wordt als volgt gelezen:
1.2 // »9. // Toleranties bij het meten van het nettovermogen // 9.1. // Het nettovermogen dat door de fabrikant voor het motortype wordt opgegeven, wordt in aanmerking genomen indien het voor de maximumwaarde niet meer dan ± 2 % en bij de overige meetpunten niet meer dan ± 4 %, met een tolerantie van 1,5 % voor het motortoerental, afwijkt van de waarden die door de technische dienst worden gemeten aan de motor die voor de proeven is voorgelegd. // 9.2. // Bij de proeven ter controle van de overeenstemming van de produktie moet het vermogen worden gemeten bij twee toerentallen S 1 en S 2 die respectievelijk overeenkomen met de voor de typegoedkeuring in aanmerking genomen meetpunten voor het maximumvermogen en het maximumkoppel. Bij deze beide toerentallen, waarvoor de tolerantie van ± 5 % geldt, mag het nettovermogen dat ten minste in één punt van de gebieden S 1 ± 5 % en S 2 ± 5 % wordt gemeten, niet meer dan ± 5 % afwijken van de waarde die voor de typogoedkeuring is bepaald.".
Top


Managed by the Publications Office