Bilingual display

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR GA HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV  BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR GA HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV 

en

nl

 
Regulation (EC) No 1071/2009 of the European Parliament and of the Council
Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad
of 21 October 2009
van 21 oktober 2009
establishing common rules concerning the conditions to be complied with to pursue the occupation of road transport operator and repealing Council Directive 96/26/EC
tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad
(Text with EEA relevance)
(Voor de EER relevante tekst)
THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL OF THE EUROPEAN UNION,
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Having regard to the Treaty establishing the European Community, and in particular Article 71(1) thereof,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 71, lid 1,
Having regard to the proposal from the Commission,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Having regard to the opinion of the European Economic and Social Committee [1],
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [1],
Having regard to the opinion of the European Data Protection Supervisor [2],
Gezien het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming [2],
After consulting the Committee of the Regions,
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Acting in accordance with the procedure laid down in Article 251 of the Treaty [3],
Handelende volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [3],
Whereas:
Overwegende hetgeen volgt:
(1) The completion of an internal market in road transport with fair conditions of competition requires the uniform application of common rules on admission to the occupation of road haulage operator or road passenger transport operator (the occupation of road transport operator). Such common rules will contribute to the achievement of a higher level of professional qualification for road transport operators, the rationalisation of the market and an improved quality of service, in the interests of road transport operators, their customers and the economy as a whole, together with improvements in road safety. They will also facilitate the effective exercise of the right of establishment by road transport operators.
(1) De totstandbrenging van een interne wegvervoersmarkt met eerlijke mededingingsvoorwaarden vergt een eenvormige toepassing van de gemeenschappelijke regels inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van goederen- of personenvervoer over de weg (het "beroep van wegvervoerondernemer"). De gemeenschappelijke regels dragen bij tot het bereiken van een hoger niveau van vakbekwaamheid van de wegvervoerondernemers, tot een rationalisering van de markt, tot een betere kwaliteit van de geleverde diensten waarbij zowel de wegvervoerondernemers, hun klanten als de gehele economie baat hebben, en tot een toename van de verkeersveiligheid. Deze regels bevorderen tevens de daadwerkelijke uitoefening van het vestigingsrecht door de wegvervoerondernemers.
(2) Council Directive 96/26/EC of 29 April 1996 on admission to the occupation of road haulage operator and road passenger transport operator and mutual recognition of diplomas, certificates and other evidence of formal qualifications intended to facilitate for these operators the right to freedom of establishment in national and international transport operations [4] lays down minimum conditions governing admission to the occupation of road transport operator and the mutual recognition of the documents required in this connection. However, experience, an impact assessment and various studies show that that Directive is being applied inconsistently by Member States. Such disparities have several adverse consequences, in particular a distortion of competition and a lack of market transparency and of uniform monitoring, as well as the risk that undertakings employing staff with a low level of professional qualification may be negligent in respect of, or less compliant with, the rules on road safety and social welfare, which may harm the image of the sector.
(2) Bij Richtlijn 96/26/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg, nationaal en internationaal, en inzake de wederzijdse erkenning van diploma’s, certificaten en andere titels ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde vervoersondernemers [4] worden de minimumvoorwaarden vastgesteld voor de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer alsmede voor de wederzijdse erkenning van de daartoe vereiste documenten. Uit de opgedane ervaring, een effectbeoordeling en diverse studies is echter gebleken dat die richtlijn door de lidstaten niet consistent ten uitvoer wordt gelegd. Dergelijke verschillen hebben verscheidene negatieve gevolgen, met name verstoringen van de mededinging, een gebrek aan doorzichtigheid van de markt en een ongelijk toezichtsniveau, alsmede het risico dat ondernemingen die personeel met beperkte beroepskwalificaties in dienst hebben het niet zo nauw nemen met de verkeersveiligheidsregels of de sociale regels, waardoor het aanzien van de sector kan worden geschaad.
(3) These consequences are all the more detrimental as they are liable to disturb the smooth functioning of the internal market in road transport, since the market in the transport of international goods and certain cabotage operations is accessible to undertakings throughout the Community. The only condition imposed on such undertakings is that they have a Community licence, which can be obtained provided they satisfy the conditions governing admission to the occupation of road transport operator laid down in Regulation (EC) No 1072/2009 of the European Parliament and of the Council of 21 October 2009 on common rules for access to the international road haulage market [5] and Regulation (EC) No 1073/2009 of the European Parliament and of the Council of 21 October 2009 on common rules for access to the international market for coach and bus services [6].
(3) Deze gevolgen zijn des te negatiever, omdat zij de goede werking van de interne markt voor wegvervoer dreigen te verstoren. De markt voor internationaal goederenvervoer en bepaalde vormen van cabotagevervoer is immers toegankelijk voor ondernemingen uit de gehele Gemeenschap. De enige voorwaarde waaraan deze ondernemingen moeten voldoen, is dat zij beschikken over een communautaire vergunning, die verkregen kan worden wanneer zij voldoen aan de voorwaarden inzake de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer neergelegd in Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg [5] en Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten [6].
(4) It is therefore appropriate to modernise the existing rules on admission to the occupation of road transport operator in order to ensure that those rules are applied more uniformly and effectively. Since compliance with those rules constitutes the main condition governing access to the Community market, and the applicable Community instruments in this field are Regulations, a Regulation would appear to be the most appropriate instrument to govern admission to the occupation of road transport operator.
(4) De bestaande regels inzake de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer moeten derhalve worden gemoderniseerd om een meer homogene en doeltreffende toepassing te waarborgen. Daar de naleving van die regels de belangrijkste voorwaarde is om toegang tot de communautaire markt te krijgen, en de belangrijkste communautaire instrumenten inzake de toegang tot de markt verordeningen zijn, is een verordening het meest geschikte instrument om de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer te regelen.
(5) Member States should be allowed to adapt the conditions with which to comply in order to pursue the occupation of road transport operator in the outermost regions referred to in Article 299(2) of the Treaty because of the special characteristics of, and constraints in, those regions. However, the undertakings established in those regions which comply with the conditions to pursue the occupation of road transport operator only as a result of such adaptation should not be able to obtain a Community licence. The adaptation of the conditions to pursue the occupation of road transport operator should not hinder undertakings which would have been admitted to the occupation of road transport operator and which comply with the general conditions laid down in this Regulation from carrying out transport operations in the outermost regions.
(5) De lidstaten moeten de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer in de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag bedoelde ultraperifere gebieden uit te oefenen, kunnen aanpassen in het licht van de bijzondere kenmerken van en de beperkingen in die gebieden. In ultraperifere gebieden gevestigde ondernemingen die alleen als gevolg van een dergelijke aanpassing aan de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer voldoen, zouden echter geen communautaire vergunning moeten kunnen krijgen. De aanpassing van de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer mag wegvervoerondernemingen die toegang zouden hebben gekregen tot het beroep en die aan alle algemene in deze verordening neergelegde voorwaarden voldoen, niet beletten om in de ultraperifere gebieden vervoer te verrichten.
(6) In the interests of fair competition, the common rules governing the exercise of the occupation of road transport operator should apply as widely as possible to all undertakings. However, it is unnecessary to include within the scope of this Regulation undertakings which only perform transport operations with a very small impact on the transport market.
(6) Ter wille van een eerlijke mededinging dienen de gemeenschappelijke regels inzake de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer zoveel mogelijk van toepassing te zijn op alle ondernemingen. Het is evenwel niet nodig ook ondernemingen die uitsluitend vervoer verrichten dat slechts een zeer geringe impact op de markt heeft, in het toepassingsgebied van deze verordening op te nemen.
(7) It should be the responsibility of the Member State of establishment to verify that an undertaking satisfies at all times the conditions laid down in this Regulation so that the competent authorities of that Member State are able, if necessary, to decide to suspend or withdraw the authorisations which allow that undertaking to operate on the market. Proper compliance with, and reliable monitoring of, the conditions governing admission to the occupation of road transport operator presuppose that undertakings have an effective and stable establishment.
(7) De lidstaat waar de onderneming is gevestigd, moet ervoor zorgen dat de onderneming steeds aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden voldoet, opdat de bevoegde autoriteiten van deze lidstaat, indien nodig, kunnen besluiten de vergunning op grond waarvan de onderneming toegang tot de markt heeft, op te schorten of in te trekken. Een juiste naleving van en een betrouwbare controle op de voorwaarden inzake de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer vereisen dat een onderneming over een werkelijke en duurzame vestiging beschikt.
(8) Natural persons with the requisite good repute and professional competence should be clearly identified and designated to the competent authorities. Such persons (transport managers), should be resident in a Member State and effectively and continuously manage the transport activities of road transport undertakings. It is therefore appropriate to specify the conditions under which a person is considered to effectively and continuously manage the transport activities of an undertaking.
(8) Natuurlijke personen die over de vereiste betrouwbaarheid en vakbekwaamheid beschikken, moeten duidelijk worden geïdentificeerd en bij de bevoegde instanties worden aangemeld. Deze personen ("vervoersmanagers") dienen in een lidstaat te zijn gevestigd en het werkelijke en permanente beheer te hebben over de vervoersactiviteiten van de wegvervoerondernemingen. Derhalve moet worden gepreciseerd onder welke voorwaarden een persoon wordt geacht het werkelijke en permanente beheer te voeren over de vervoersactiviteiten van een onderneming.
(9) The good repute of transport managers is conditional on their not having been convicted of a serious criminal offence or not having incurred a penalty, for a serious infringement, in particular, of Community rules relating to road transport. A conviction or penalty incurred by a transport manager or a road transport undertaking in one or more Member States for the most serious infringements of Community rules should result in the loss of good repute provided that the competent authority has ascertained that a duly completed and documented investigation procedure granting essential procedural rights took place before its final decision and that appropriate rights of appeal were respected.
(9) De betrouwbaarheid van een vervoersmanager hangt ervan af of hij niet veroordeeld is geweest voor een ernstig strafbaar feit en of hem geen sanctie is opgelegd voor zware inbreuken, met name op de communautaire wetgeving inzake het wegvervoer. Wanneer een vervoersmanager of een wegvervoeronderneming in één of meer lidstaten voor zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving wordt veroordeeld of een sanctie krijgt opgelegd, zou dat moeten leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus, waarbij dient te worden aangetekend dat de bevoegde instantie zich ervan moet hebben vergewist dat een naar behoren afgewikkelde en gedocumenteerde onderzoeksprocedure met inachtneming van processuele grondrechten is gevolgd alvorens haar definitieve beslissing genomen wordt, en dat de nodige beroepsmogelijkheden geboden zijn.
(10) It is necessary for road transport undertakings to have a minimum financial standing to ensure their proper launching and administration. A bank guarantee or a professional liability insurance may constitute a simple and cost-efficient method of demonstrating the financial standing of undertakings.
(10) Wegvervoerondernemingen dienen over een minimale financiële draagkracht te beschikken om een goede aanvang en een degelijk beheer te verzekeren. Een bankgarantie of een beroepsaansprakelijkheidsverzekering kan een eenvoudige en kostenefficiënte methode zijn voor het aantonen van de financiële draagkracht van ondernemingen.
(11) A high level of professional qualification should increase the socioeconomic efficiency of the road transport sector. It is therefore appropriate that applicants for the post of transport manager should possess high-quality professional knowledge. In order to ensure greater uniformity of examinations and to promote a high quality of training, it is appropriate to provide that Member States may authorise examination and training centres according to criteria to be defined by them. Transport managers should possess the requisite knowledge for managing both national and international transport operations. The list of subjects of which knowledge is required in order to obtain a certificate of professional competence and the procedures for the organisation of examinations are likely to evolve with technical progress, and provision should be made for updating them. It should be possible for Member States to exempt from the examinations persons who can provide proof of continuous experience in managing transport activities.
(11) Een hoog niveau van vakbekwaamheid verhoogt de sociaaleconomische efficiëntie van het wegvervoer. Daarom is het wenselijk dat kandidaat-vervoersmanagers beroepskennis van hoog niveau bezitten. Ter waarborging van een grotere eenvormigheid van de examenvoorwaarden en ter bevordering van een kwalitatief hoogwaardige opleiding moet worden bepaald dat de lidstaten vergunningen voor opleidings- en examencentra kunnen verlenen aan de hand van door hen vast te stellen criteria. Vervoersmanagers moeten over de nodige kennis beschikken om leiding te kunnen geven aan zowel binnenlandse als internationale vervoersoperaties. De lijst van onderwerpen waarvan kennis vereist is om een getuigschrift van vakbekwaamheid te behalen alsmede de procedures voor de organisatie van de examens kunnen evolueren met de vooruitgang van de techniek en moeten kunnen worden geactualiseerd. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om personen die continue ervaring in het managen van vervoersactiviteiten kunnen staven, vrij te stellen van examens.
(12) Fair competition and road transport that is fully compliant with the rules call for a uniform level of monitoring by Member States. The national authorities responsible for monitoring undertakings and the validity of their authorisations have a crucial role to play in this respect, and it is appropriate to ensure that they take suitable measures if necessary, in particular in the most serious cases by suspending or withdrawing authorisations or declaring as unsuitable transport managers who are repeatedly negligent or who act in bad faith. This must be preceded by due consideration of the measure with respect to the proportionality principle. An undertaking should, however, be warned in advance and should have a reasonable period of time within which to rectify the situation before incurring such penalties.
(12) Eerlijke mededinging en wegvervoer dat de voorschriften volledig naleeft, maken een homogeen niveau van toezicht in de lidstaten noodzakelijk. De nationale autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de ondernemingen en de geldigheid van hun vergunningen, spelen in dit verband een wezenlijke rol en dienen indien nodig passende maatregelen te nemen, met name, in de ernstigste gevallen, door schorsing of intrekking van vergunningen of het ongeschikt verklaren van vervoersmanagers die herhaaldelijk nalatig zijn of die te kwader trouw handelen. Dit dient te worden voorafgegaan door een nauwkeurige toetsing van de maatregel aan het evenredigheidsbeginsel. Een onderneming moet echter vooraf worden gewaarschuwd en moet een redelijke termijn krijgen om de situatie te herstellen, voordat haar een dergelijke sanctie wordt opgelegd.
(13) Better organised administrative cooperation between Member States would improve the effectiveness of the monitoring of undertakings operating in several Member States and would reduce administrative costs in the future. Electronic registers of undertakings interconnected throughout the Community, which comply with the Community rules on the protection of personal data, would facilitate such cooperation and reduce the costs involved in checks for both undertakings and administrations. National registers already exist in several Member States. Infrastructure has also been set up with a view to promoting interconnection between Member States. A more systematic use of electronic registers could therefore make a significant contribution to reducing the administrative costs of checks and to improving their effectiveness.
(13) Een beter georganiseerde bestuurlijke samenwerking tussen de lidstaten zou het toezicht op ondernemingen die actief zijn in verschillende lidstaten, verbeteren en zou in de toekomst de beheerskosten terugbrengen. Dankzij op Europees niveau gekoppelde elektronische ondernemingsregisters die in overeenstemming zijn met de communautaire regelgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens, kan deze samenwerking worden vergemakkelijkt en kunnen de kosten van controles voor zowel de ondernemingen als de overheid worden teruggebracht. Verscheidene lidstaten beschikken reeds over een nationaal register. Er is ook infrastructuur aangelegd om de interconnectie tussen de lidstaten te bevorderen. Een systematischer gebruik van elektronische registers zou derhalve aanzienlijk kunnen bijdragen tot een vermindering van de administratieve kosten van controles en tot een grotere doeltreffendheid daarvan.
(14) Some data contained in national electronic registers concerning infringements and penalties are personal. Member States should therefore take the measures necessary to ensure compliance with Directive 95/46/EC of the European Parliament and of the Council of 24 October 1995 on the protection of individuals with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data [7], in particular with regard to the monitoring of the processing of personal data by public authorities, the right of data subjects to be provided with information, their right of access and their right to object. For the purposes of this Regulation, it would appear to be necessary to retain such data for at least 2 years to ensure that disqualified undertakings do not establish themselves in other Member States.
(14) Bepaalde gegevens in de nationale elektronische registers met betrekking tot inbreuken en sancties zijn van persoonlijke aard. De lidstaten dienen derhalve de nodige maatregelen te nemen om te garanderen dat Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens [7] wordt nageleefd, met name wat betreft de controle op de verwerking van persoonlijke gegevens door de overheid, het recht op informatie van de betrokkenen, hun recht van toegang en hun recht van verzet. Voor de toepassing van deze verordening is het noodzakelijk dergelijke gegevens ten minste twee jaar te bewaren om te voorkomen dat gediskwalificeerde ondernemingen zich in andere lidstaten vestigen.
(15) In order to improve transparency and to allow the client of a transport undertaking to verify whether that undertaking is in possession of the appropriate authorisation, certain data contained in the national electronic register should be made publicly accessible, in so far as the relevant provisions on data protection are complied with.
(15) Teneinde de transparantie te verbeteren en de klant van een vervoersonderneming de mogelijkheid te bieden na te gaan of deze onderneming over de juiste vergunning beschikt, dienen bepaalde gegevens die in het nationale elektronische register zijn opgenomen, algemeen toegankelijk te worden gemaakt, mits de relevante bepalingen inzake gegevensbescherming worden nageleefd.
(16) It is essential to gradually interconnect national electronic registers so as to enable information to be exchanged rapidly and efficiently between Member States and to guarantee that road transport operators are not tempted to commit, or to take the risk of committing, serious infringements in Member States other than their Member State of establishment. Interconnection of this kind entails the joint definition of the precise format of the data to be exchanged and the technical procedures for the exchange of that data.
(16) De geleidelijke onderlinge koppeling van de nationale elektronische registers is van wezenlijk belang om een snelle en doeltreffende uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat wegvervoerondernemingen niet in de verleiding komen of het risico nemen om ernstige inbreuken te plegen in een andere lidstaat dan de lidstaat waar zij zijn gevestigd. Om deze interconnectie tot stand te brengen, moet een gemeenschappelijk gegevensformaat worden vastgesteld alsook een gemeenschappelijke technische procedure voor de uitwisseling van die gegevens.
(17) In order to ensure the efficient exchange of information between Member States, national contact points should be designated and certain common procedures relating as a minimum to time limits and the nature of the information to be forwarded, should be specified.
(17) Om een doeltreffende gegevensuitwisseling tussen de lidstaten tot stand te brengen, moeten nationale contactpunten worden aangewezen en moeten bepaalde gemeenschappelijke procedures die minimaal betrekking hebben op de termijnen en de aard van de uit te wisselen gegevens, worden vastgesteld.
(18) In order to facilitate freedom of establishment, the production of appropriate documents issued by a competent authority in the Member State where the transport manager used to reside should be accepted as sufficient proof of good repute for admission to the occupation of road transport operator in the Member State of establishment, provided that the persons concerned have not been declared unfit to pursue that occupation in other Member States.
(18) Ter vergemakkelijking van de uitoefening van de vrijheid van vestiging moet de overlegging van de passende documenten die zijn afgegeven door de bevoegde instantie van de lidstaat waar de wegvervoerondernemer zijn woonplaats had, als voldoende bewijs van betrouwbaarheid worden aanvaard om het beroep van wegvervoerondernemer te mogen uitoefenen in de lidstaat van vestiging, mits de betrokken personen in een andere lidstaat niet ongeschikt zijn verklaard voor de uitoefening van dat beroep.
(19) With regard to professional competence, in order to facilitate freedom of establishment, a single model certificate issued in accordance with this Regulation should be regarded as sufficient proof by the Member State of establishment.
(19) Wat de vakbekwaamheid betreft, moet, teneinde de vrijheid van vestiging te bevorderen, een eenvormig, overeenkomstig deze verordening afgegeven getuigschrift door de lidstaat van vestiging als voldoende bewijs worden erkend.
(20) Closer monitoring of the application of this Regulation at Community level is required. This presupposes the forwarding to the Commission of regular reports, drawn up on the basis of national registers, on the good repute, financial standing and professional competence of undertakings in the road transport sector.
(20) Op communautair vlak moet strenger worden toegezien op de toepassing van deze verordening. Met het oog hierop dient op basis van gegevens uit de nationale registers regelmatig aan de Commissie verslag te worden uitgebracht over de betrouwbaarheid, financiële draagkracht en vakbekwaamheid van de wegvervoerondernemingen.
(21) Member States should provide for penalties applicable to infringements of this Regulation. Such penalties should be effective, proportionate and dissuasive.
(21) De lidstaten dienen te voorzien in sancties die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
(22) Since the objective of this Regulation, namely the modernisation of the rules governing admission to the occupation of road transport operator in order to ensure that those rules are applied more uniformly and effectively in the Member States, cannot be sufficiently achieved by the Member States and can therefore by reason of the scale and effects of the action be better achieved at Community level, the Community may adopt measures, in accordance with the principle of subsidiarity as set out in Article 5 of the Treaty. In accordance with the principle of proportionality, as set out in that Article, this Regulation does not go beyond what is necessary to achieve that objective.
(22) Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de modernisering van de regels inzake de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer, met het oog op een meer eenvormige en doeltreffende uitvoering van deze regels in de lidstaten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
(23) The measures necessary for the implementation of this Regulation should be adopted in accordance with Council Decision 1999/468/EC of 28 June 1999 laying down the procedures for the exercise of implementing powers conferred on the Commission [8].
(23) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [8].
(24) In particular, the Commission should be empowered to draw up a list of categories, types and degrees of seriousness of infringements leading to the loss of good repute of road transport operators, to adapt to technical progress Annexes I, II and III to this Regulation concerning the knowledge to be taken into consideration for the recognition of professional competence by the Member States and the model certificate of professional competence, and to draw up a list of infringements which in addition to those set out in Annex IV to this Regulation may lead to the loss of good repute. Since those measures are of general scope and are designed to amend non-essential elements of this Regulation, inter alia, by supplementing it with new non-essential elements, they must be adopted in accordance with the regulatory procedure with scrutiny provided for in Article 5a of Decision 1999/468/EC.
(24) In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om een lijst op te stellen van de categorieën, de aard en de ernst van de inbreuken die tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus van wegvervoerondernemers leiden, om de bijlagen I, II en III bij deze verordening met de omschrijving van de voor de erkenning van de vakbekwaamheid door de lidstaten vereiste kennis en met het modelgetuigschrift van vakbekwaamheid, aan te passen aan de technische vooruitgang, en om een lijst op te stellen van inbreuken die naast de in bijlage IV bij deze verordening vastgelegde inbreuken tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus kunnen leiden. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
(25) Directive 96/26/EC should be repealed,
(25) Richtlijn 96/26/EG moet derhalve worden ingetrokken,
HAVE ADOPTED THIS REGULATION:
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
CHAPTER I
HOOFDSTUK I
GENERAL PROVISIONS
ALGEMENE BEPALINGEN
Article 1
Artikel 1
Subject matter and scope
Voorwerp en toepassingsgebied
1. This Regulation governs admission to, and the pursuit of, the occupation of road transport operator.
1. Deze verordening regelt de toegang tot en de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer.
2. This Regulation shall apply to all undertakings established in the Community which are engaged in the occupation of road transport operator. It shall also apply to undertakings which intend to engage in the occupation of road transport operator. References to undertakings engaged in the occupation of road transport operator shall, as appropriate, be considered to include a reference to undertakings intending to engage in such occupation.
2. Deze verordening is van toepassing op alle in de Gemeenschap gevestigde ondernemingen die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefenen. Zij is eveneens van toepassing op ondernemingen die het beroep van wegvervoerondernemer willen gaan uitoefenen. Verwijzingen naar ondernemingen die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefenen, worden geacht, in voorkomend geval, ook te verwijzen naar ondernemingen die dat beroep willen gaan uitoefenen.
3. As regards the regions referred to in Article 299(2) of the Treaty, the Member States concerned may adapt the conditions to be complied with in order to pursue the occupation of road transport operator, in so far as operations are fully carried out in those regions by undertakings established there.
3. Met betrekking tot de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag bedoelde gebieden kunnen de betrokken lidstaten de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen, aanpassen voor zover het vervoer volledig in die gebieden door aldaar gevestigde bedrijven wordt uitgevoerd.
4. By way of derogation from paragraph 2, this Regulation shall, unless otherwise provided for in national law, not apply to:
4. In afwijking van lid 2 is deze verordening, tenzij in de nationale wetgeving anders is bepaald, niet van toepassing op:
(a) undertakings engaged in the occupation of road haulage operator solely by means of motor vehicles or combinations of vehicles the permissible laden mass of which does not exceed 3,5 tonnes. Member States may, however, lower this limit for all or some categories of road transport operations;
a) ondernemingen die het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg uitsluitend uitoefenen met motorvoertuigen of samenstellen van voertuigen die een maximaal toegestane massa van 3,5 t niet overschrijden. De lidstaten kunnen deze drempel echter voor alle of voor sommige soorten wegvervoer verlagen;
(b) undertakings engaged in road passenger transport services exclusively for non-commercial purposes or which have a main occupation other than that of road passenger transport operator;
b) ondernemingen die personenvervoer over de weg uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden verrichten, of die een ander hoofdberoep uitoefenen dan dat van ondernemer van personenvervoer over de weg;
(c) undertakings engaged in the occupation of road transport operator solely by means of motor vehicles with a maximum authorised speed not exceeding 40 km/h.
c) ondernemingen die het beroep van wegvervoerondernemer uitsluitend uitoefenen met motorvoertuigen met een toegestane maximumsnelheid van 40 km/h.
5. Member States may exempt from the application of all or some of the provisions of this Regulation only those road transport operators engaged exclusively in national transport operations having only a minor impact on the transport market because of:
5. De lidstaten kunnen alleen vrijstelling van de toepassing van alle of van een gedeelte van de bepalingen van deze verordening verlenen aan wegvervoerondernemingen die uitsluitend nationaal vervoer verrichten dat slechts een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt wegens:
(a) the nature of the goods carried; or
a) de aard van de vervoerde goederen, of
(b) the short distances involved.
b) de geringe afstanden die worden afgelegd.
Article 2
Artikel 2
Definitions
Definities
For the purposes of this Regulation:
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. "the occupation of road haulage operator" means the activity of any undertaking transporting goods for hire or reward by means either of motor vehicles or combinations of vehicles;
1. "beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg": de activiteit van elke onderneming die met een motorvoertuig of met een samenstel van voertuigen goederen voor rekening van derden vervoert;
2. "the occupation of road passenger transport operator" means the activity of any undertaking operating, by means of motor vehicles so constructed and equipped as to be suitable for carrying more than nine persons, including the driver, and intended for that purpose, passenger transport services for the public or for specific categories of users in return for payment by the person transported or by the transport organiser;
2. "beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg": de activiteit van elke onderneming die, met motorvoertuigen die door hun bouwtype en uitrusting geschikt en bestemd zijn om, met inbegrip van de bestuurder, meer dan negen personen te vervoeren, voor het publiek of voor sommige categorieën gebruikers toegankelijk personenvervoer verricht tegen betaling door de vervoerde persoon of door degene die het vervoer organiseert;
3. "the occupation of road transport operator" means the occupation of road passenger transport operator or the occupation of road haulage operator;
3. "beroep van wegvervoerondernemer": het beroep van ondernemer van personenvervoer dan wel goederenvervoer over de weg;
4. "undertaking" means any natural person, any legal person, whether profit-making or not, any association or group of persons without legal personality, whether profit-making or not, or any official body, whether having its own legal personality or being dependent upon an authority having such personality, engaged in the transport of passengers, or any natural or legal person engaged in the transport of freight with a commercial purpose;
4. "onderneming": elke natuurlijke persoon, elke rechtspersoon, met of zonder winstoogmerk, elke vereniging of groepering van personen zonder rechtspersoonlijkheid, met of zonder winstoogmerk, alsmede elk overheidsinstantie, ongeacht of zij zelf rechtspersoonlijkheid bezit dan wel afhankelijk is van een autoriteit met rechtspersoonlijkheid, die passagiers vervoert, of elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen vervoert;
5. "transport manager" means a natural person employed by an undertaking or, if that undertaking is a natural person, that person or, where provided for, another natural person designated by that undertaking by means of a contract, who effectively and continuously manages the transport activities of that undertaking;
5. "vervoersmanager": de door een onderneming tewerkgestelde natuurlijk persoon of, wanneer die onderneming een natuurlijke persoon is, die persoon, of een ander natuurlijke persoon die die onderneming op grond van een overeenkomst heeft aangesteld en die de werkelijke en permanente leiding voert over de vervoersactiviteiten van de onderneming;
6. "authorisation to pursue the occupation of road transport operator" means an administrative decision which authorises an undertaking which satisfies the conditions laid down in this Regulation to pursue the occupation of road transport operator;
6. "vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer": een bestuursrechtelijk besluit waarbij aan een onderneming die aan de in deze verordening neergelegde voorwaarden voldoet, vergunning wordt verleend om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen;
7. "competent authority" means a national, regional or local authority in a Member State which, for the purpose of authorising the pursuit of the occupation of road transport operator, verifies whether an undertaking satisfies the conditions laid down in this Regulation, and which is empowered to grant, suspend or withdraw an authorisation to pursue the occupation of road transport operator;
7. "bevoegde instantie": een nationale, regionale of plaatselijke instantie in een lidstaat die, ten behoeve van de afgifte van vergunningen voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer, controleert of een onderneming aan de in deze verordening neergelegde voorwaarden voldoet en die bevoegd is voor de afgifte, schorsing of intrekking van de vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer;
8. "Member State of establishment" means the Member State in which an undertaking is established, regardless of whether its transport manager originates from another country.
8. "lidstaat van vestiging": de lidstaat waar een onderneming gevestigd is, ongeacht het land van oorsprong van haar vervoersmanager.
Article 3
Artikel 3
Requirements for engagement in the occupation of road transport operator
Vereisten voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer
1. Undertakings engaged in the occupation of road transport operator shall:
1. Ondernemingen die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefenen moeten:
(a) have an effective and stable establishment in a Member State;
a) werkelijk en op duurzame wijze in een lidstaat gevestigd zijn;
(b) be of good repute;
b) betrouwbaar zijn;
(c) have appropriate financial standing; and
c) voldoende financiële draagkracht bezitten, en
(d) have the requisite professional competence.
d) de vereiste vakbekwaamheid bezitten.
2. Member States may decide to impose additional requirements, which shall be proportionate and non-discriminatory, to be satisfied by undertakings in order to engage in the occupation of road transport operator.
2. De lidstaten kunnen besluiten de ondernemingen voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer aanvullende voorwaarden op te leggen die evenredig en niet-discriminerend moeten zijn.
Article 4
Artikel 4
Transport manager
Vervoersmanager
1. An undertaking which engages in the occupation of road transport operator shall designate at least one natural person, the transport manager, who satisfies the requirements set out in Article 3(1)(b) and (d) and who:
1. Een onderneming die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefent, wijst ten minste één natuurlijk persoon aan, de vervoersmanager, die voldoet aan de eisen van artikel 3, lid 1, onder b) en d), en die:
(a) effectively and continuously manages the transport activities of the undertaking;
a) de werkelijke en permanente leiding voert over de vervoersactiviteiten van de onderneming;
(b) has a genuine link to the undertaking, such as being an employee, director, owner or shareholder or administering it, or, if the undertaking is a natural person, is that person; and
b) een reële band heeft met de onderneming, bijvoorbeeld als werknemer, directeur, eigenaar of aandeelhouder, of de onderneming beheert of, indien de onderneming een natuurlijke persoon is, zelf die persoon is, en
(c) is resident in the Community.
c) zijn woonplaats in de Gemeenschap heeft.
2. If an undertaking does not satisfy the requirement of professional competence laid down in Article 3(1)(d), the competent authority may authorise it to engage in the occupation of road transport operator without a transport manager designated in accordance with paragraph 1 of this Article, provided that:
2. Wanneer de onderneming de in artikel 3, lid 1, onder d), vastgestelde vakbekwaamheid niet bezit, kan de bevoegde instantie toestemming geven om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen, zonder overeenkomstig lid 1 van dit artikel aangewezen vervoersmanager op voorwaarde dat:
(a) the undertaking designates a natural person residing in the Community who satisfies the requirements laid down in Article 3(1)(b) and (d), and who is entitled under contract to carry out duties as transport manager on behalf of the undertaking;
a) de onderneming een in de Gemeenschap wonende natuurlijke persoon aanwijst die voldoet aan de eisen van artikel 3, lid 1, onder b) en d), en die op grond van een contract gerechtigd is de functie van vervoersmanager namens de onderneming uit te oefenen;
(b) the contract linking the undertaking with the person referred to in point (a) specifies the tasks to be performed on an effective and continuous basis by that person, and indicates his or her responsibilities as transport manager. The tasks to be specified shall comprise, in particular, those relating to vehicle maintenance management, verification of transport contracts and documents, basic accounting, the assignment of loads or services to drivers and vehicles, and the verification of safety procedures;
b) het contract tussen de onderneming en de onder a) bedoelde persoon de taken omschrijft die die persoon daadwerkelijk en op permanente wijze moet uitvoeren, en diens verantwoordelijkheden als vervoersmanager bepaalt. De te omschrijven taken bestaan met name in die betreffende het beheren van het voertuigonderhoud, de controle van de vervoerscontracten en vervoersdocumenten, de basisboekhouding, de toewijzing van ladingen of diensten aan de bestuurders en voertuigen en de controle van de veiligheidsprocedures;
(c) in his or her capacity as transport manager, the person referred to in point (a) may manage the transport activities of up to four different undertakings carried out with a combined maximum total fleet of 50 vehicles. Member States may decide to lower the number of undertakings and/or the size of the total fleet of vehicles which that person may manage; and
c) de onder a) bedoelde persoon, in zijn hoedanigheid van vervoersmanager, geen vervoersactiviteiten beheert van meer dan vier verschillende vervoersondernemingen met een totaal wagenpark van maximaal 50 voertuigen. De lidstaten mogen een lager aantal ondernemingen en/of kleiner wagenpark vaststellen dat die persoon mag beheren;
(d) the person referred to in point (a) performs the specified tasks solely in the interests of the undertaking and his or her responsibilities are exercised independently of any undertakings for which the undertaking carries out transport operations.
d) de onder a) bedoelde persoon de vastgestelde taken alleen in het belang van de onderneming uitvoert en zijn verantwoordelijkheden onafhankelijk van andere ondernemingen voor welke de onderneming vervoer verricht, uitoefent.
3. Member States may decide that a transport manager designated in accordance with paragraph 1 may not in addition be designated in accordance with paragraph 2, or may only be so designated in respect of a limited number of undertakings or a fleet of vehicles that is smaller than that referred to in paragraph 2(c).
3. De lidstaten kunnen besluiten dat een overeenkomstig lid 1 aangewezen vervoersmanager niet daarenboven overeenkomstig lid 2 aangewezen wordt, of alleen aangewezen wordt met betrekking tot een beperkt aantal ondernemingen of een wagenpark dat kleiner is dan het in lid 2, onder c), bedoelde wagenpark.
4. The undertaking shall notify the competent authority of the transport manager or managers designated.
4. De onderneming deelt de bevoegde instantie mee wie als vervoersmanager(s) is (zijn) aangewezen.
CHAPTER II
HOOFDSTUK II
CONDITIONS TO BE MET TO SATISFY THE REQUIREMENTS LAID DOWN IN ARTICLE 3
VOORWAARDEN WAARAAN MOET WORDEN VOLDAAN OM TE VOLDOEN AAN DE EISEN VAN ARTIKEL 3
Article 5
Artikel 5
Conditions relating to the requirement of establishment
Voorwaarden inzake de vestigingseis
In order to satisfy the requirement laid down in Article 3(1)(a), an undertaking shall, in the Member State concerned:
Om aan de in artikel 3, lid 1, onder a), vastgestelde eis te voldoen, moet een onderneming in de betrokken lidstaat:
(a) have an establishment situated in that Member State with premises in which it keeps its core business documents, in particular its accounting documents, personnel management documents, documents containing data relating to driving time and rest and any other document to which the competent authority must have access in order to verify compliance with the conditions laid down in this Regulation. Member States may require that establishments on their territory also have other documents available at their premises at any time;
a) beschikken over een vestiging in die lidstaat met ruimten waarin zij de documenten inzake haar hoofdactiviteiten bewaart, met name de boekhoudkundige bescheiden, documenten inzake personeelsbeleid, documenten met gegevens over de rij- en rusttijden en alle andere documenten waartoe de bevoegde instantie toegang moet krijgen om te kunnen controleren of aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan. De lidstaten kunnen verlangen dat vestigingen op hun grondgebied ook andere documenten te allen tijde in hun ruimten beschikbaar houden;
(b) once an authorisation is granted, have at its disposal one or more vehicles which are registered or otherwise put into circulation in conformity with the legislation of that Member State, whether those vehicles are wholly owned or, for example, held under a hire-purchase agreement or a hire or leasing contract;
b) zodra vergunning is verleend, over één of meer voertuigen beschikken, hetzij in volle eigendom, hetzij uit hoofde van bijvoorbeeld een huurkoopovereenkomst of een huur- of leasingovereenkomst, die zijn ingeschreven of anderszins in het verkeer toegelaten overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat;
(c) conduct effectively and continuously with the necessary administrative equipment its operations concerning the vehicles mentioned in point (b) and with the appropriate technical equipment and facilities at an operating centre situated in that Member State.
c) daadwerkelijk en permanent haar activiteiten met betrekking tot de onder b) vermelde voertuigen verrichten met de nodige administratieve uitrusting en adequate technische voorzieningen en faciliteiten, in een in die lidstaat gelegen exploitatievestiging.
Article 6
Artikel 6
Conditions relating to the requirement of good repute
Voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis
1. Subject to paragraph 2 of this Article, Member States shall determine the conditions to be met by undertakings and transport managers in order to satisfy the requirement of good repute laid down in Article 3(1)(b).
1. Onverminderd lid 2 van het onderhavige artikel bepalen de lidstaten de voorwaarden die een onderneming en een vervoersmanager uit hoofde van deze verordening moeten vervullen om te voldoen aan de in artikel 3, lid 1, onder b), vastgestelde betrouwbaarheidseis.
In determining whether an undertaking has satisfied that requirement, Member States shall consider the conduct of the undertaking, its transport managers and any other relevant person as may be determined by the Member State. Any reference in this Article to convictions, penalties or infringements shall include convictions, penalties or infringements of the undertaking itself, its transport managers and any other relevant person as may be determined by the Member State.
Om na te gaan of een onderneming aan die eis voldoet, houden de lidstaten rekening met het gedrag van de onderneming, haar vervoersmanagers en andere door de lidstaat vastgestelde relevante personen. De verwijzingen in dit artikel naar veroordelingen, sancties of inbreuken omvatten veroordelingen, sancties of inbreuken van de onderneming zelf, haar vervoersmanagers en andere door de lidstaat vastgestelde relevante personen.
The conditions referred to in the first subparagraph shall include at least the following:
De in de eerste alinea bedoelde voorwaarden omvatten ten minste het volgende:
(a) that there be no compelling grounds for doubting the good repute of the transport manager or the transport undertaking, such as convictions or penalties for any serious infringement of national rules in force in the fields of:
a) er mogen geen dwingende redenen zijn om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de vervoersmanager of de vervoersonderneming, zoals veroordelingen of sancties in verband met ernstige inbreuken op de nationale voorschriften op het gebied van:
(i) commercial law;
i) handelsrecht;
(ii) insolvency law;
ii) insolventierecht;
(iii) pay and employment conditions in the profession;
iii) de in het beroep geldende loon- en arbeidsvoorwaarden;
(iv) road traffic;
iv) wegverkeer;
(v) professional liability;
v) beroepsaansprakelijkheid;
(vi) trafficking in human beings or drugs; and
vi) mensen- of drugshandel, en
(b) that the transport manager or the transport undertaking have not in one or more Member States been convicted of a serious criminal offence or incurred a penalty for a serious infringement of Community rules relating in particular to:
b) jegens de vervoersmanager of de vervoersonderneming is niet, in één of meer lidstaten, een veroordeling voor een ernstig strafbaar feit uitgesproken of een sanctie wegens ernstige inbreuken op de communautaire wetgeving opgelegd met betrekking tot met name:
(i) the driving time and rest periods of drivers, working time and the installation and use of recording equipment;
i) de rij- en rusttijden van de bestuurders, de arbeidstijd en de installatie of het gebruik van controleapparatuur;
(ii) the maximum weights and dimensions of commercial vehicles used in international traffic;
ii) het maximaal toegestane gewicht en de maximaal toegestane afmetingen van de voor internationaal vervoer gebruikte bedrijfsvoertuigen;
(iii) the initial qualification and continuous training of drivers;
iii) de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders;
(iv) the roadworthiness of commercial vehicles, including the compulsory technical inspection of motor vehicles;
iv) de technische staat van de bedrijfsvoertuigen, inclusief de verplichte technische keuring van motorvoertuigen;
(v) access to the market in international road haulage or, as appropriate, access to the market in road passenger transport;
v) de toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg of in voorkomend geval tot de markt voor personenvervoer over de weg;
(vi) safety in the carriage of dangerous goods by road;
vi) de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg;
(vii) the installation and use of speed-limiting devices in certain categories of vehicle;
vii) de installatie en het gebruik van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën voertuigen;
(viii) driving licences;
viii) het rijbewijs;
(ix) admission to the occupation;
ix) de toegang tot het beroep;
(x) animal transport.
x) het vervoer van dieren.
2. For the purposes of point (b) of the third subparagraph of paragraph 1:
2. Voor de toepassing van lid 1, derde alinea, onder b),
(a) where the transport manager or the transport undertaking has in one or more Member States been convicted of a serious criminal offence or incurred a penalty for one of the most serious infringements of Community rules as set out in Annex IV, the competent authority of the Member State of establishment shall carry out in an appropriate and timely manner a duly completed administrative procedure, which shall include, if appropriate, a check at the premises of the undertaking concerned.
a) voert de bevoegde instantie van de lidstaat van vestiging, indien jegens de vervoersmanager of de vervoersonderneming in één of meer lidstaten een veroordeling voor een ernstig strafbaar feit uitgesproken is of een sanctie wegens een van de zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als aangegeven in bijlage IV, is opgelegd, tijdig en op passende wijze een naar behoren afgewikkelde administratieve procedure uit waaronder, in voorkomend geval, een controle ter plaatse bij de betrokken onderneming.
The procedure shall determine whether, due to specific circumstances, the loss of good repute would constitute a disproportionate response in the individual case. Any such finding shall be duly reasoned and justified.
De procedure strekt ertoe vast te stellen of het verlies van de betrouwbaarheidsstatus op grond van specifieke omstandigheden in het gegeven geval een onevenredig strenge sanctie is. Iedere conclusie in die zin wordt naar behoren gemotiveerd.
If the competent authority finds that the loss of good repute would constitute a disproportionate response, it may decide that good repute is unaffected. In such case, the reasons shall be recorded in the national register. The number of such decisions shall be indicated in the report referred to in Article 26(1).
Indien de bevoegde instantie oordeelt dat het verlies van de betrouwbaarheidsstatus een onevenredig strenge sanctie is, kan zij besluiten dat de betrouwbaarheid niet aangetast is. In een dergelijk geval worden de redenen geregistreerd in het nationale register. Het aantal van dergelijke besluiten wordt aangegeven in het in artikel 26, lid 1, bedoelde verslag.
If the competent authority does not find that the loss of good repute would constitute a disproportionate response, the conviction or penalty shall lead to the loss of good repute;
Indien de bevoegde instantie oordeelt dat het verlies van de betrouwbaarheidsstatus geen onevenredig strenge sanctie is, heeft de veroordeling of de sanctie het verlies van de betrouwbaarheidsstatus tot gevolg;
(b) the Commission shall draw up a list of categories, types and degrees of seriousness of serious infringements of Community rules which, in addition to those set out in Annex IV, may lead to the loss of good repute. Member States shall take into account information on those infringements, including information received from other Member States, when setting the priorities for checks pursuant to Article 12(1).
b) stelt de Commissie een lijst op van categorieën en soorten ernstige overtredingen van de communautaire wetgeving, met inbegrip van de zwaarte daarvan die, naast die welke zijn vastgesteld in bijlage IV, kunnen leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus. De lidstaten houden bij het stellen van prioriteiten voor controles uit hoofde van artikel 12, lid 1, rekening met de informatie over deze inbreuken, met inbegrip van de informatie hierover van andere lidstaten.
Those measures, designed to amend non-essential elements of this Regulation by supplementing it and which relate to this list, shall be adopted in accordance with the regulatory procedure with scrutiny referred to in Article 25(3).
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen en die betrekking hebben op die lijst, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
To this end, the Commission shall:
Hiertoe zal de Commissie:
(i) lay down the categories and types of infringement which are most frequently encountered;
i) de categorieën en de soorten inbreuken aangeven die het vaakst worden geconstateerd;
(ii) define the degree of seriousness of infringements according to their potential to create a risk of fatalities or serious injuries; and
ii) de ernst van de inbreuken vaststellen aan de hand van het eventuele risico van overlijden of ernstige verwondingen dat zij inhouden, en
(iii) provide the frequency of occurrence beyond which repeated infringements shall be regarded as more serious, by taking into account the number of drivers used for the transport activities managed by the transport manager.
iii) vaststellen boven welke frequentie herhaalde inbreuken als ernstiger inbreuken worden beschouwd, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal bestuurders dat betrokken is bij de vervoersactiviteiten waarvoor de vervoersmanager de verantwoordelijkheid draagt.
3. The requirement laid down in Article 3(1)(b) shall not be satisfied until a rehabilitation measure or any other measure having an equivalent effect has been taken pursuant to the relevant provisions of national law.
3. Aan de in artikel 3, lid 1, onder b), vastgestelde eis wordt niet voldaan, zolang niet overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van nationaal recht een rehabilitatie heeft plaatsgevonden of een andere maatregel van gelijke werking is getroffen.
Article 7
Artikel 7
Conditions relating to the requirement of financial standing
Voorwaarden betreffende de eis inzake financiële draagkracht
1. In order to satisfy the requirement laid down in Article 3(1)(c), an undertaking shall at all times be able to meet its financial obligations in the course of the annual accounting year. To this end, the undertaking shall demonstrate, on the basis of annual accounts certified by an auditor or a duly accredited person, that, every year, it has at its disposal capital and reserves totalling at least EUR 9000 when only one vehicle is used and EUR 5000 for each additional vehicle used.
1. Om te voldoen aan artikel 3, lid 1, onder c), moet een onderneming steeds in staat zijn haar financiële verplichtingen in het lopende boekjaar na te komen. Hiertoe toont de onderneming aan de hand van haar door een accountant of een daartoe naar behoren gemachtigde persoon gecertificeerde jaarrekeningen aan dat zij jaarlijks beschikt over kapitaal en reserves ter waarde van ten minste 9000 EUR wanneer slechts één voertuig wordt gebruikt en 5000 EUR per extra voertuig.
For the purposes of this Regulation, the value of the euro in the currencies of Member States which do not participate in the third stage of the economic and monetary union shall be fixed every year. The rates to be applied shall be those obtained on the first working day of October and published in the Official Journal of the European Union. They shall have effect from 1 January of the following calendar year.
Voor de toepassing van deze verordening wordt de waarde van de euro, uitgedrukt in de munteenheden van de lidstaten die niet aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie deelnemen, ieder jaar vastgesteld. De toegepaste koersen zijn die welke van kracht zijn op de eerste werkdag in oktober, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze treden in werking op 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.
The accounting items referred to in the first subparagraph shall be understood as those defined in Fourth Council Directive 78/660/EEC of 25 July 1978 based on Article 54(3)(g) of the Treaty on the annual accounts of certain types of companies [9].
De in de eerste alinea bedoelde boekhoudkundige posten zijn de posten die gedefinieerd worden in de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen [9].
2. By way of derogation from paragraph 1, the competent authority may agree or require that an undertaking demonstrate its financial standing by means of a certificate such as a bank guarantee or an insurance, including a professional liability insurance from one or more banks or other financial institutions, including insurance companies, providing a joint and several guarantee for the undertaking in respect of the amounts specified in the first subparagraph of paragraph 1.
2. In afwijking van lid 1 kan de bevoegde instantie toestaan of vereisen dat een onderneming haar financiële draagkracht aantoont door middel van een attest, zoals een bankgarantie of een verzekering, inclusief een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, van één of meerdere banken of andere financiële instellingen, waaronder verzekeringsmaatschappijen, die zich borg stellen en hoofdelijk verbinden voor de in de eerste alinea van lid 1 vastgestelde bedragen.
3. The annual accounts referred to in paragraph 1, and the guarantee referred to in paragraph 2, which are to be verified, are those of the economic entity established in the Member State in which an authorisation has been applied for and not those of any other entity established in any other Member State.
3. De in lid 1 bedoelde jaarrekeningen en de in lid 2 bedoelde garantie die moeten worden gecontroleerd, zijn respectievelijk de jaarrekeningen of de bankgarantie van de economische entiteit die gevestigd is in de lidstaat waar de vergunning is aangevraagd en niet die van eventuele andere, in andere lidstaten gevestigde entiteiten.
Article 8
Artikel 8
Conditions relating to the requirement of professional competence
Voorwaarden betreffende de vakbekwaamheidseis
1. In order to satisfy the requirement laid down in Article 3(1)(d), the person or persons concerned shall possess knowledge corresponding to the level provided for in Part I of Annex I in the subjects listed therein. That knowledge shall be demonstrated by means of a compulsory written examination which, if a Member State so decides, may be supplemented by an oral examination. Those examinations shall be organised in accordance with Part II of Annex I. To this end, Member States may decide to impose training prior to the examination.
1. Om te voldoen aan artikel 3, lid 1, onder d), moet de betrokken persoon of moeten de betrokken personen de kennis bezitten die overeenstemt met het in bijlage I, deel I, omschreven opleidingsniveau met betrekking tot de genoemde onderwerpen. Die kennis wordt aangetoond door middel van een verplicht schriftelijk examen dat, indien een lidstaat daartoe besluit, kan worden aangevuld met een mondeling examen. Deze examens worden georganiseerd overeenkomstig bijlage I, deel II. Met het oog hierop kunnen de lidstaten de betrokkenen ertoe verplichten voor het examen een opleiding te volgen.
2. The persons concerned shall sit the examination in the Member State in which they have their normal residence or the Member State in which they work.
2. De betrokken personen leggen het examen af in de lidstaat waar ze hun gewone verblijfplaats hebben of in de lidstaat waar ze werken.
"Normal residence" shall mean the place where a person usually lives, that is for at least 185 days in each calendar year, because of personal ties which show close links between that person and the place where he is living.
"Gewone verblijfplaats" betekent de plaats waar een persoon gewoonlijk leeft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke bindingen die aantonen dat de persoon nauw verbonden is met de plaats waar hij woont.
However, the normal residence of a person whose occupational ties are in a different place from his personal ties and who, consequently, lives in turn in different places situated in two or more Member States, shall be regarded as being in the place of his personal ties, provided that such person returns there regularly. This last condition shall not be required where the person is living in a Member State in order to carry out a task of a definite duration. Attendance at a university or school shall not imply transfer of normal residence.
De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke bindingen en daardoor afwisselend verblijft op verschillende plaatsen gelegen in twee of meer lidstaten, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats te bevinden als zijn persoonlijke bindingen, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt wanneer de betrokkene in een lidstaat verblijft voor een opdracht van een bepaalde duur. Het feit dat een universiteit of een school wordt bezocht, houdt niet in dat de gewone verblijfplaats wordt verplaatst.
3. Only the authorities or bodies duly authorised for this purpose by a Member State, in accordance with criteria defined by it, may organise and certify the written and oral examinations referred to in paragraph 1. Member States shall regularly verify that the conditions under which those authorities or bodies organise the examinations are in accordance with Annex I.
3. Enkel daartoe door een lidstaat overeenkomstig de door hem vastgestelde criteria naar behoren gemachtigde autoriteiten of instanties zijn bevoegd voor de organisatie en certificering van de in lid 1 bedoelde schriftelijke en mondelinge examens. De lidstaten controleren geregeld of deze autoriteiten of instanties de examens organiseren overeenkomstig de in bijlage I vastgestelde voorwaarden.
4. Member States may duly authorise, in accordance with criteria defined by them, bodies to provide applicants with high-quality training to prepare them for the examinations and transport managers with continuous training to update their knowledge if they wish to do so. Such Member States shall regularly verify that these bodies at all times fulfil the criteria on the basis of which they were authorised.
4. De lidstaten kunnen, overeenkomstig de door hen vastgestelde criteria, naar behoren instanties machtigen om een opleiding van hoge kwaliteit aan te bieden aan de kandidaten om hen doeltreffend voor te bereiden op de examens, alsmede nascholing aan vervoersmanagers zodat zij desgewenst hun kennis kunnen opfrissen. Deze lidstaten controleren geregeld of deze instanties nog steeds voldoen aan de criteria op grond waarvan zij zijn erkend.
5. Member States may promote periodic training on the subjects listed in Annex I at 10-year intervals to ensure that transport managers are aware of developments in the sector.
5. De lidstaten kunnen met tussenpozen van tien jaar periodieke bijscholing aanmoedigen met betrekking tot de in bijlage I genoemde onderwerpen, om te waarborgen dat vervoersmanagers op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in de sector.
6. Member States may require persons who possess a certificate of professional competence, but who have not managed a road haulage undertaking or a road passenger transport undertaking in the last 5 years, to undertake retraining in order to update their knowledge regarding the current developments of the legislation referred to in Part I of Annex I.
6. De lidstaten kunnen eisen dat personen die over een getuigschrift van vakbekwaamheid beschikken maar gedurende de afgelopen vijf jaar geen onderneming in goederen- of personenvervoer over de weg hebben beheerd, een herscholing volgen om hun kennis over de actuele ontwikkelingen op het gebied van de in bijlage I, deel I, vermelde wetgeving bij te werken.
7. A Member State may exempt the holders of certain higher education qualifications or technical education qualifications issued in that Member State, specifically designated to this end and entailing knowledge of all the subjects listed in Annex I from the examination in the subjects covered by those qualifications. The exemption shall only apply to those sections of Part I of Annex I for which the qualification covers all subjects listed under the heading of each section.
7. Een lidstaat kan de houders van bepaalde, in die lidstaat uitgereikte en speciaal daartoe aangewezen kwalificaties van hoger of technisch onderwijs betreffende de in de lijst van bijlage I genoemde onderwerpen, vrijstellen van de examens over de onderwerpen waarop deze kwalificaties betrekking hebben. Die vrijstelling geldt alleen voor de afdelingen van bijlage I, deel I, waarvoor de kwalificatie alle onderwerpen bestrijkt die genoemd worden onder de hoofdig van elke afdeling.
A Member State may exempt from specified parts of the examinations holders of certificates of professional competence valid for national transport operations in that Member State.
Een lidstaat kan de houders van getuigschriften van vakbekwaamheid geldig voor binnenlands vervoer in die lidstaat vrijstellen van sommige onderdelen van de examens.
8. A certificate issued by the authority or body referred to in paragraph 3 shall be produced as proof of professional competence. That certificate shall not be transferable to any other person. It shall be drawn up in accordance with the security features and the model certificate set out in Annexes II and III and shall bear the seal of the duly authorised authority or body which issued it.
8. Als bewijs van vakbekwaamheid wordt een door de in lid 3 bedoelde autoriteit of instantie afgegeven getuigschrift overgelegd. Dit getuigschrift is niet overdraagbaar aan een andere persoon. Het wordt opgesteld overeenkomstig de beveiligingskenmerken en het modelgetuigschrift in bijlage II en III en draagt het stempel van de naar behoren gemachtigde autoriteit of instantie die het heeft afgegeven.
9. The Commission shall adapt Annexes I, II and III to technical progress. Those measures, designed to amend non-essential elements of this Regulation, shall be adopted in accordance with the regulatory procedure with scrutiny referred to in Article 25(3).
9. De Commissie past de bijlagen I, II en III aan de technische vooruitgang aan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
10. The Commission shall encourage and facilitate the exchange of experience and information between Member States, or through any body it may designate, concerning training, examinations and authorisations.
10. De Commissie moedigt de uitwisseling van ervaringen en gegevens over opleidingen, examens en machtigingen tussen de lidstaten of via enig door haar aan te wijzen orgaan aan, en faciliteert deze uitwisseling.
Article 9
Artikel 9
Exemption from examination
Vrijstelling van examens
Member States may decide to exempt from the examinations referred to in Article 8(1) persons who provide proof that they have continuously managed a road haulage undertaking or a road passenger transport undertaking in one or more Member States for the period of 10 years before 4 December 2009.
De lidstaten kunnen besluiten personen die aantonen dat zij voor een periode van tien jaar voorafgaand aan 4 december 2009 in één of meerdere lidstaten ononderbroken een onderneming in goederen- of personenvervoer over de weg hebben beheerd, vrijstellen van de in artikel 8, lid 1, bedoelde examens.
CHAPTER III
HOOFDSTUK III
AUTHORISATION AND MONITORING
VERGUNNING EN TOEZICHT
Article 10
Artikel 10
Competent authorities
Bevoegde instanties
1. Each Member State shall designate one or more competent authorities to ensure the correct implementation of this Regulation. Those competent authorities shall be empowered to:
1. Elke lidstaat wijst één of meer bevoegde instanties aan om te zorgen voor de juiste uitvoering van deze verordening. Deze instanties zijn bevoegd om:
(a) examine applications made by undertakings;
a) de door ondernemingen ingediende aanvragen te behandelen;
(b) grant authorisations to engage in the occupation of road transport operator, and suspend or withdraw such authorisations;
b) vergunningen voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer te verlenen, en deze vergunningen te schorsen of in te trekken;
(c) declare a natural person to be unfit to manage the transport activities of an undertaking in the capacity of transport manager;
c) een natuurlijke persoon ongeschikt te verklaren om als vervoersmanager de vervoersactiviteiten van een onderneming te leiden;
(d) carry out the requisite checks to verify whether an undertaking satisfies the requirements laid down in Article 3.
d) de nodige controles uit te voeren om na te gaan of een onderneming aan de in artikel 3 vastgestelde vereisten voldoet.
2. The competent authorities shall publish all the conditions laid down pursuant to this Regulation, any other national provisions, the procedures to be followed by interested applicants and the corresponding explanations.
2. De bevoegde instanties zorgen voor de bekendmaking van de krachtens deze verordening opgelegde voorwaarden, van eventuele aanvullende nationale bepalingen, van de door kandidaten te volgen procedures alsmede van de toelichting daarop.
Article 11
Artikel 11
Examination and registration of applications
Beoordeling en registratie van aanvragen
1. A transport undertaking which complies with the requirements laid down in Article 3 shall, upon application, be authorised to engage in the occupation of road transport operator. The competent authority shall ascertain that an undertaking which submits an application satisfies the requirements laid down in that Article.
1. Een vervoersonderneming die voldoet aan de eisen van artikel 3, krijgt op aanvraag een vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer. De bevoegde instantie ziet erop toe dat een onderneming die een aanvraag indient, voldoet aan de in dat artikel vastgestelde eisen.
2. The competent authority shall record in the national electronic register referred to in Article 16 the data relating to undertakings which it authorises and which are referred to in points (a) to (d) of the first subparagraph of Article 16(2).
2. De bevoegde instantie vermeldt in het in artikel 16 bedoelde nationale elektronische register de in artikel 16, lid 2, eerste alinea, onder a) tot en met d), bedoelde gegevens betreffende de ondernemingen waaraan zij een vergunning verstrekt.
3. The time limit for the examination of an application for authorisation by a competent authority shall be as short as possible and shall not exceed 3 months from the date on which the competent authority receives all documents necessary to assess the application. The competent authority may extend this time limit for one additional month in duly justified cases.
3. De bevoegde instantie behandelt een vergunningsaanvraag zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen drie maanden na de datum van ontvangst van alle bescheiden die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. De bevoegde instantie kan deze periode in naar behoren gemotiveerde gevallen met een maand verlengen.
4. Until 31 December 2012, the competent authority shall verify, in case of any doubt when assessing the good repute of an undertaking, whether at the time of application the designated transport manager or managers are declared, in one of the Member States, unfit to manage the transport activities of an undertaking pursuant to Article 14.
4. Bij twijfel controleert de bevoegde instantie tot 31 december 2012 bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een onderneming, of de aangestelde vervoersmanager(s) op het moment van de aanvraag in een van de lidstaten krachtens artikel 14 ongeschikt is (zijn) verklaard om de leiding te hebben over de vervoersactiviteiten van een onderneming.
From 1 January 2013, when assessing the good repute of an undertaking, the competent authority shall verify, by accessing the data referred to in point (f) of the first subparagraph of Article 16(2), either by direct secure access to the relevant part of the national registers or by request, whether at the time of the application the designated transport manager or managers are declared, in one of the Member States, unfit to manage the transport activities of an undertaking pursuant to Article 14.
Vanaf 1 januari 2013 controleert de bevoegde instantie bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een onderneming, aan de hand van de in artikel 16, lid 2, eerste alinea, onder f), bedoelde gegevens, hetzij door directe beveiligde toegang tot het desbetreffende gedeelte van de nationale registers, hetzij op verzoek, of de aangestelde vervoersmanager(s) op het moment van de aanvraag in een van de lidstaten krachtens artikel 14 ongeschikt is (zijn) verklaard om de leiding te hebben over de vervoersactiviteiten van een onderneming.
Measures designed to amend non-essential elements of this Regulation and relating to a postponement for a maximum of 3 years of the dates referred to in this paragraph shall be adopted in accordance with the regulatory procedure with scrutiny referred to in Article 25(3).
De maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening die betrekking hebben op het uitstellen met maximaal drie jaar van de in dit lid genoemde data, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
5. Undertakings with an authorisation to engage in the occupation of road transport operator shall, within a period of 28 days or less, as determined by the Member State of establishment, notify the competent authority which granted the authorisation of any changes to the data referred to in paragraph 2.
5. De ondernemingen die over een vergunning beschikken voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer, delen wijzigingen van de in lid 2 bedoelde gegevens binnen 28 dagen of een door de lidstaat van vestiging vastgestelde kortere termijn mee aan de bevoegde instantie die de vergunning heeft afgegeven.
Article 12
Artikel 12
Checks
Controles
1. Competent authorities shall monitor whether undertakings which they have authorised to engage in the occupation of road transport operator continue to fulfil the requirements laid down in Article 3. To that end, Member States shall carry out checks targeting those undertakings which are classed as posing an increased risk. For that purpose, Member States shall extend the risk classification system established by them pursuant to Article 9 of Directive 2006/22/EC of the European Parliament and of the Council of 15 March 2006 on minimum conditions for the implementation of Council Regulations (EEC) No 3820/85 and (EEC) No 3821/85 concerning social legislation relating to road transport activities [10] to cover all infringements specified in Article 6 of this Regulation.
1. De bevoegde instanties controleren of de ondernemingen waaraan zij een vergunning hebben verleend voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerder, steeds aan de in artikel 3 vastgestelde vereisten voldoen. Daartoe voeren de bevoegde instanties gerichte controles uit bij die ondernemingen die als risicobedrijf zijn aangemerkt. Ten behoeve daarvan breiden de lidstaten het risicoclassificatiesysteem dat door hen werd ingesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer [10], uit tot alle in artikel 6 van de onderhavige verordening bedoelde inbreuken.
2. Until 31 December 2014, Member States shall carry out checks at least every 5 years to verify that undertakings fulfil the requirements laid down in Article 3.
2. Tot 31 december 2014 voeren de lidstaten ten minste om de vijf jaar controles uit om na te gaan of de ondernemingen aan de voorwaarden van artikel 3 voldoen.
Measures designed to amend non-essential elements of this Regulation and relating to a postponement of the date referred to in the first subparagraph shall be adopted in accordance with the regulatory procedure with scrutiny referred to in Article 25(3).
De maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening die betrekking hebben op het uitstellen van de in de eerste alinea bedoelde datum, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
3. Member States shall carry out individual checks to verify whether an undertaking meets the conditions governing admission to the occupation of road transport operator whenever the Commission so requests in duly motivated cases. It shall inform the Commission of the results of such checks and of the measures taken if it is established that the undertaking no longer fulfils the requirements laid down in this Regulation.
3. Wanneer de Commissie zulks in behoorlijk gemotiveerde gevallen vraagt, laten de lidstaten afzonderlijke controles uitvoeren om na te gaan of een onderneming voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer. Zij delen de Commissie de resultaten mee van dergelijke controles alsmede de maatregelen die zijn genomen wanneer is vastgesteld dat de onderneming niet meer aan de eisen van deze verordening voldoet.
Article 13
Artikel 13
Procedure for the suspension and withdrawal of authorisations
Procedure voor de schorsing en intrekking van vergunningen
1. Where a competent authority establishes that an undertaking runs the risk of no longer fulfilling the requirements laid down in Article 3, it shall notify the undertaking thereof. Where a competent authority establishes that one or more of those requirements is no longer satisfied, it may set one of the following time limits for the undertaking to rectify the situation:
1. Indien de bevoegde instantie vaststelt dat een onderneming het risico loopt niet langer te voldoen aan de in artikel 3 vastgestelde vereisten, stelt zij de betrokken onderneming daarvan in kennis. Indien de bevoegde instantie vaststelt dat niet meer wordt voldaan aan één of meer van de vereisten, kan zij de onderneming een van de volgende termijnen verlenen waarbinnen de situatie moet worden geregulariseerd:
(a) a time limit not exceeding 6 months, which may be extended by 3 months in the event of the death or physical incapacity of the transport manager, for the recruitment of a replacement transport manager where the transport manager no longer satisfies the requirement as to good repute or professional competence;
a) een termijn van zes maanden waarin een vervanger moet worden aangeworven voor de vervoersmanager, indien de vervoersmanager niet langer voldoet aan de vereisten inzake betrouwbaarheid en vakbekwaamheid; deze termijn kan worden verlengd met drie maanden bij overlijden of lichamelijke ongeschiktheid van de vervoersmanager;
(b) a time limit not exceeding 6 months where the undertaking has to rectify the situation by demonstrating that it has an effective and stable establishment;
b) een termijn van zes maanden waarin de onderneming moet kunnen aantonen dat zij over een werkelijke en duurzame vestiging beschikt;
(c) a time limit not exceeding 6 months where the requirement of financial standing is not satisfied, in order to demonstrate that that requirement will again be satisfied on a permanent basis.
c) een termijn van zes maanden waarin de onderneming, indien niet is voldaan aan het vereiste inzake financiële draagkracht, moet aantonen dat zij opnieuw permanent aan dit vereiste zal voldoen.
2. The competent authority may require an undertaking whose authorisation has been suspended or withdrawn to ensure that its transport managers have passed the examinations referred to in Article 8(1) prior to any rehabilitation measure being taken.
2. De bevoegde instanties kunnen een onderneming waarvan de vergunning is ingetrokken of geschorst, verplichten om, als voorwaarde voor een eventuele rehabilitatiemaatregel, ervoor te zorgen dat haar vervoersmanagers met goed gevolg de in artikel 8, lid 1, bedoelde examens afleggen.
3. If the competent authority establishes that the undertaking no longer satisfies one or more of the requirements laid down in Article 3, it shall suspend or withdraw the authorisation to engage in the occupation of road transport operator within the time limits referred to in paragraph 1 of this Article.
3. Indien de bevoegde instantie vaststelt dat een onderneming niet meer aan één of meer van de voorwaarden van artikel 3 voldoet, schorst zij binnen de in lid 1 van onderhavig artikel bedoelde termijn de vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer of trekt zij de vergunning in.
Article 14
Artikel 14
Declaration of unfitness of the transport manager
Ongeschiktverklaring van de vervoersmanager
1. Where a transport manager loses good repute in accordance with Article 6, the competent authority shall declare that transport manager unfit to manage the transport activities of an undertaking.
1. Indien een vervoersmanager overeenkomstig artikel 6 zijn betrouwbaarheid verliest, verklaart de bevoegde instantie hem ongeschikt om de leiding te hebben over de vervoersactiviteiten van een onderneming.
2. Unless and until a rehabilitation measure is taken in accordance with the relevant provisions of national law, the certificate of professional competence, referred to in Article 8(8), of the transport manager declared to be unfit, shall no longer be valid in any Member State.
2. Zolang overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van nationaal recht geen rehabilitatiemaatregelen zijn getroffen, is het in artikel 8, lid 8, bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid van een ongeschikt verklaarde vervoersmanager in geen enkele lidstaat meer geldig.
Article 15
Artikel 15
Decisions of the competent authorities and appeals
Besluiten van de bevoegde instanties en beroepsmogelijkheden
1. Negative decisions taken by the competent authorities of the Member States pursuant to this Regulation, including the rejection of an application, the suspension or withdrawal of an existing authorisation and a declaration of unfitness of a transport manager, shall state the reasons on which they are based.
1. De door de bevoegde instanties van de lidstaten overeenkomstig deze verordening genomen negatieve besluiten met inbegrip van besluiten waarbij een aanvraag wordt afgewezen, een bestaande vergunning wordt geschorst of ingetrokken, of een vervoersmanager ongeschikt wordt verklaard, worden met redenen omkleed.
Such decisions shall take account of available information concerning infringements committed by the undertaking or the transport manager which are such as to detract from the good repute of the undertaking and of any other information at the disposal of the competent authority. They shall specify the rehabilitation measures applicable in the event of the suspension of an authorisation or a declaration of unfitness.
Bij deze besluiten wordt rekening gehouden met de beschikbare informatie over inbreuken die de betrokken onderneming of vervoersmanager heeft gepleegd en waardoor de betrouwbaarheid van de onderneming in het geding kan komen, alsmede met alle andere informatie waarover de bevoegde instantie beschikt. In deze besluiten wordt aangegeven welke rehabilitatiemaatregelen moeten worden genomen in geval van schorsing van de vergunning of van een verklaring van ongeschiktheid.
2. Member States shall take steps to ensure that the undertakings and persons concerned have the possibility of appealing the decisions referred to in paragraph 1 to at least one independent and impartial body or a court of law.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken ondernemingen en personen tegen de in lid 1 bedoelde besluiten beroep kunnen instellen bij ten minste één onafhankelijke, onpartijdige instantie of een rechtbank.
CHAPTER IV
HOOFDSTUK IV
SIMPLIFICATION AND ADMINISTRATIVE COOPERATION
VEREENVOUDIGING EN BESTUURLIJKE SAMENWERKING
Article 16
Artikel 16
National electronic registers
Nationale elektronische registers
1. For the purposes of the implementation of this Regulation, and in particular Articles 11 to 14 and Article 26 thereof, each Member State shall keep a national electronic register of road transport undertakings which have been authorised by a competent authority designated by it to engage in the occupation of road transport operator. The data contained in that register shall be processed under the supervision of a public authority designated for that purpose. The relevant data contained in the national electronic register shall be accessible to all the competent authorities of the Member State in question.
1. Met het oog op de uitvoering van de onderhavige verordening, en met name van de artikelen 11 tot en met 14 en artikel 26, houdt elke lidstaat een nationaal elektronisch register bij van de wegvervoerondernemingen die van een bevoegde instantie een vergunning hebben gekregen voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer. De verwerking van de gegevens in dat register staat onder toezicht van de daartoe aangewezen overheidsinstantie. De relevante gegevens in dit nationale elektronische register zijn toegankelijk voor alle bevoegde instanties van de betrokken lidstaat.
By 31 December 2009, the Commission shall adopt a Decision on minimum requirements for the data to be entered in the national electronic register from the date of its setting-up in order to facilitate the future interconnection of registers. It may recommend the inclusion of the vehicle registration marks in addition to the data referred to in paragraph 2.
De Commissie geeft uiterlijk op 31 december 2009 een beschikking aangaande de minimumeisen inzake de gegevens die vanaf de oprichting in het nationale elektronische register ingevoerd moeten worden, teneinde de toekomstige koppeling van de registers te vergemakkelijken. Zij kan aanbevelen om naast de in lid 2 bedoelde gegevens ook de voertuigregistratienummers op te nemen.
2. National electronic registers shall contain at least the following data:
2. In het nationale elektronische register zijn ten minste de volgende gegevens opgenomen:
(a) the name and legal form of the undertaking;
a) de naam en de rechtsvorm van de onderneming;
(b) the address of its establishment;
b) het adres van haar vestiging;
(c) the names of the transport managers designated to meet the conditions as to good repute and professional competence or, as appropriate, the name of a legal representative;
c) de namen van de vervoersmanagers die zijn aangewezen om te voldoen aan de vereisten inzake betrouwbaarheid en vakbekwaamheid of, in voorkomend geval, de naam van een juridische vertegenwoordiger;
(d) the type of authorisation, the number of vehicles it covers and, where appropriate, the serial number of the Community licence and of the certified copies;
d) de aard van de vergunning, het aantal voertuigen waarop de vergunning betrekking heeft en in voorkomend geval het serienummer van de communautaire vergunning en de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften;
(e) the number, category and type of serious infringements, as referred to in Article 6(1)(b), which have resulted in a conviction or penalty during the last 2 years;
e) het aantal, de categorie en het type ernstige inbreuken als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder b), die de afgelopen twee jaar hebben geleid tot een veroordeling of sanctie;
(f) the name of any person declared to be unfit to manage the transport activities of an undertaking, as long as the good repute of that person has not been re-established pursuant to Article 6(3), and the rehabilitation measures applicable.
f) de namen van de personen die de afgelopen twee jaar ongeschikt zijn verklaard om de leiding te hebben over de vervoersactiviteiten van een onderneming zolang de betrouwbaarheidsstatus van deze personen niet is hersteld overeenkomstig artikel 6, lid 3, alsmede de toepasselijke rehabilitatiemaatregelen.
For the purposes of point (e), Member States may, until 31 December 2015, choose to include in the national electronic register only the most serious infringements set out in Annex IV.
Met betrekking tot punt e) kunnen de lidstaten besluiten tot uiterlijk 31 december 2015 alleen de in bijlage IV vermelde zwaarste inbreuken in het nationale elektronische register op te nemen.
Member States may choose to keep the data referred to in points (e) and (f) of the first subparagraph in separate registers. In such a case, the relevant data shall be available upon request or directly accessible to all the competent authorities of the Member State in question. The requested information shall be provided within 30 working days of receipt of the request. The data referred to in points (a) to (d) of the first subparagraph shall be publicly accessible, in accordance with the relevant provisions on personal data protection.
De lidstaten kunnen ervoor kiezen de gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) en f), op te nemen in afzonderlijke registers. In dat geval zullen de relevante gegevens op verzoek beschikbaar of rechtstreeks toegankelijk zijn voor alle bevoegde instanties van de betrokken lidstaat. De opgevraagde informatie zal binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verzoek worden verschaft. De onder a) tot en met d) van de eerste alinea bedoelde gegevens zijn openbaar toegankelijk, overeenkomstig de relevante bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens.
In any case, the data referred to in points (e) and (f) of the first subparagraph shall only be accessible to authorities other than the competent authorities where they are duly endowed with powers relating to supervision and the imposition of penalties in the road transport sector and their officials are sworn to, or otherwise are under a formal obligation of, secrecy.
De gegevens als bedoeld in de eerste alinea, onder e) en f), zijn alleen toegankelijk voor andere dan de bevoegde instanties, indien eerstgenoemde instanties naar behoren beschikken over controle- en sanctiebevoegdheden met betrekking tot het wegvervoer en de ambtenaren daarvan beëdigd zijn of een andere formele geheimhoudingsplicht hebben.
3. Data concerning an undertaking whose authorisation has been suspended or withdrawn shall remain in the national electronic register for 2 years from the expiry of the suspension or the withdrawal of the licence, and shall thereafter be immediately removed.
3. De gegevens betreffende een onderneming waarvan de vergunning is geschorst of is ingetrokken, worden na het verstrijken van de schorsing of de intrekking van de vergunning gedurende twee jaar in het nationale elektronische register bewaard, en worden onmiddellijk daarna verwijderd.
Data concerning any person declared to be unfit for the occupation of road transport operator shall remain in the national electronic register as long as the good repute of that person has not been re-established pursuant to Article 6(3). Where such a rehabilitation measure or any other measure having an equivalent effect is taken, the data shall be immediately removed.
Gegevens betreffende personen die ongeschikt voor het beroep van wegvervoerondernemer zijn verklaard, blijven in het nationale elektronische register bewaard, zolang de betrouwbaarheidsstatus van die personen niet is hersteld overeenkomstig artikel 6, lid 3. Wanneer een dergelijke rehabilitatiemaatregel of een andere maatregel met een gelijkwaardig effect genomen is, worden de gegevens onmiddellijk verwijderd.
The data referred to in the first and second subparagraphs shall specify the reasons for the suspension or withdrawal of the authorisation or the declaration of unfitness, as appropriate, and the corresponding duration.
In de gegevens bedoeld in de eerste en de tweede alinea wordt naar behoren vermeld om welke redenen de vergunning is geschorst of ingetrokken of om welke reden de betrokken persoon ongeschikt is verklaard, alsmede voor welke duur.
4. Member States shall take all necessary measures to ensure that all the data contained in the national electronic register is kept up to date and is accurate, in particular the data referred to in points (e) and (f) of the first subparagraph of paragraph 2.
4. De lidstaten doen al het nodige om ervoor te zorgen dat de in het nationale elektronische register opgenomen gegevens, in het bijzonder de in lid 2, eerste alinea, onder e) en f), bedoelde gegevens, bijgewerkt en juist zijn.
5. Without prejudice to paragraphs 1 and 2, Member States shall take all necessary measures to ensure that the national electronic registers are interconnected and accessible throughout the Community through the national contact points defined in Article 18. Accessibility through national contact points and interconnection shall be implemented by 31 December 2012 in such a way that a competent authority of any Member State is able to consult the national electronic register of any Member State.
5. Onverminderd lid 1 en lid 2 nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de nationale elektronische registers vanuit de gehele Gemeenschap via de nationale contactpunten als aangegeven in artikel 18 onderling gekoppeld en toegankelijk zijn. De toegankelijkheid via de nationale contactpunten en de onderlinge koppeling moeten uiterlijk op 31 december 2012 zijn gerealiseerd en wel zodanig dat de bevoegde instanties uit alle lidstaten de nationale elektronische registers van alle andere lidstaten kunnen raadplegen.
6. Common rules concerning the implementation of paragraph 5, such as the format of the data exchanged, the technical procedures for electronic consultation of the national electronic registers of the other Member States and the promotion of the interoperability of these registers with other relevant databases, shall be adopted by the Commission in accordance with the advisory procedure referred to in Article 25(2) and for the first time before 31 December 2010. Those common rules shall determine which authority is responsible for access to data and further use and updating of data after access and, to this effect, shall include rules on data logging and data monitoring.
6. Gemeenschappelijke regels voor de uitvoering van lid 5, zoals het formaat van de uitgewisselde gegevens, de technische procedures voor de elektronische raadpleging van de nationale elektronische registers van andere lidstaten en de bevordering van de interoperabiliteit van deze registers met andere relevante databanken worden door de Commissie vastgesteld overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure, en wel voor het eerst vóór 31 december 2010. Deze gemeenschappelijke regels moeten bepalen welke instantie verantwoordelijk is voor de toegang tot, het verdere gebruik en de bijwerking van de gegevens na raadpleging en moeten derhalve voorschriften bevatten over registratie van en toezicht op de gegevens.
7. Measures designed to amend non-essential elements of this Regulation and relating to a postponement of the time limits referred to in paragraphs 1 and 5 shall be adopted in accordance with the regulatory procedure with scrutiny referred to in Article 25(3).
7. Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening die betrekking hebben op het uitstellen van de termijnen van lid 1 en lid 5, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Article 17
Artikel 17
Protection of personal data
Bescherming van persoonsgegevens
With regard to the application of Directive 95/46/EC, Member States shall ensure in particular that:
Met betrekking tot de toepassing van Richtlijn 95/46/EG zorgen de lidstaten er met name voor dat:
(a) all persons are informed when data relating to them is recorded or is planned to be forwarded to third parties. The information provided shall specify the identity of the authority responsible for processing the data, the type of data processed and the reasons for such action;
a) elke persoon wordt ingelicht wanneer gegevens die op hem betrekking hebben, worden opgeslagen of wanneer het voornemen bestaat deze gegevens aan derden door te geven. In de verstrekte mededeling moet de identiteit van de voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke instantie worden gepreciseerd, alsook het type verwerkte gegevens en de redenen voor zulke verrichtingen;
(b) all persons have a right of access to data relating to them held by the authority responsible for processing those data. That right shall be exercisable without constraint, at reasonable intervals and without excessive delay or cost for the applicant;
b) eenieder recht heeft op toegang tot de door de voor de verwerking van die gegevens verantwoordelijke instantie gehouden gegevens die op hem betrekking hebben. Dit recht kan vrijelijk en zonder beperking worden uitgeoefend, met redelijke tussenpozen en zonder bovenmatige vertraging of kosten voor de persoon die toegang vraagt;
(c) all persons whose data are incomplete or inaccurate have the right to have those data rectified, erased or blocked;
c) eenieder het recht heeft de rectificatie, de uitwissing of de afscherming te vragen van onvolledige of onjuiste gegevens die op hem betrekking hebben;
(d) all persons have the right to oppose, on compelling legitimate grounds, the processing of data relating to them. Where there is justified opposition, the processing may no longer involve those data;
d) eenieder het recht heeft zich, om zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen, ertegen te verzetten dat hem betreffende gegevens worden verwerkt. In geval van gerechtvaardigd verzet mag de verwerking niet langer op deze gegevens betrekking hebben;
(e) undertakings comply, where applicable, with the relevant provisions on the protection of personal data.
e) ondernemingen, waar van toepassing, de relevante bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens naleven.
Article 18
Artikel 18
Administrative cooperation between Member States
Bestuurlijke samenwerking tussen de lidstaten
1. Member States shall designate a national contact point responsible for the exchange of information with the other Member States with regard to the application of this Regulation. Member States shall forward to the Commission the names and addresses of their national contact points by 4 December 2011. The Commission shall draw up a list of all contact points and forward it to the Member States.
1. De lidstaten wijzen een nationaal contactpunt aan dat wordt belast met de uitwisseling van gegevens met de andere lidstaten, voor wat de toepassing van deze verordening betreft. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 4 december 2011 in kennis van de naam en het adres van hun nationale contactpunt. De Commissie stelt een lijst op van alle contactpunten en zendt deze aan de lidstaten toe.
2. Member States which exchange information in the framework of this Regulation shall use the national contact points designated pursuant to paragraph 1.
2. De lidstaten die in het kader van deze verordening gegevens uitwisselen, gebruiken de overeenkomstig lid 1 aangewezen nationale contactpunten.
3. Member States which exchange information on the infringements referred to in Article 6(2) or on transport managers declared to be unfit shall comply with the procedure and time limits referred to in Article 13(1) of Regulation (EC) No 1072/2009 or, as appropriate, Article 23(1) of Regulation (EC) No 1073/2009. A Member State which receives notification of a serious infringement which has resulted in a conviction or a penalty in another Member State shall record that infringement in its national electronic register.
3. De lidstaten die gegevens betreffende de in artikel 6, lid 2, bedoelde inbreuken of betreffende eventuele ongeschikt verklaarde vervoersmanagers uitwisselen, nemen de in artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1072/2009 of, in voorkomend geval, de in artikel 23, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1073/2009 bedoelde procedure en termijnen in acht. Wanneer een lidstaat een melding ontvangt van een ernstige inbreuk die tot een veroordeling of een sanctie in een andere lidstaat heeft geleid, vermeldt hij deze inbreuk in zijn nationale elektronische register.
CHAPTER V
HOOFDSTUK V
MUTUAL RECOGNITION OF CERTIFICATES AND OTHER DOCUMENTS
ONDERLINGE ERKENNING VAN CERTIFICATEN EN ANDERE DOCUMENTEN
Article 19
Artikel 19
Certificates of good repute and equivalent documents
Getuigschriften betreffende de betrouwbaarheid en gelijkwaardige documenten
1. Without prejudice to Article 11(4), the Member State of establishment shall accept as sufficient proof of good repute for admission to the occupation of road transport operator the production of an extract from a judicial record or, failing that, an equivalent document issued by a competent judicial or administrative authority in the Member State where the transport manager or any other relevant person used to reside.
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 11, lid 4, aanvaardt de lidstaat van vestiging voor toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer als voldoende bewijs van betrouwbaarheid de overlegging van een uittreksel uit het strafregister of, bij het ontbreken daarvan, een door de bevoegde rechterlijke of bestuursrechtelijke instantie van de lidstaat waar de vervoersmanager of enige andere relevante persoon zijn woonplaats had, afgegeven gelijkwaardig document.
2. Where a Member State imposes on its own nationals certain conditions relating to good repute, and proof that these conditions are met cannot be provided by means of the document referred to in paragraph 1, that Member State shall accept as sufficient proof for nationals of other Member States a certificate issued by a competent judicial or administrative authority in the Member State(s) where the transport manager or any other relevant person used to reside stating that these conditions have been met. Such certificate shall relate to the specific information taken into consideration in the Member State of establishment.
2. Wanneer een lidstaat aan zijn onderdanen bepaalde eisen inzake betrouwbaarheid stelt en het bewijs dat aan die eisen is voldaan, niet door middel van het in lid 1 genoemde document kan worden geleverd, erkent deze lidstaat voor de onderdanen van de andere lidstaten als voldoende bewijs een door de bevoegde rechterlijke of bestuursrechtelijke instantie van de lidstaat/lidstaten waar de vervoersmanager of enige andere relevante persoon zijn woonplaats had, afgegeven getuigschrift waaruit blijkt dat aan die eisen is voldaan. Een dergelijk getuigschrift heeft betrekking op de concrete informatie die in de lidstaat van vestiging in aanmerking worden genomen.
3. If the document referred to in paragraph 1 or the certificate referred to in paragraph 2 has not been issued by the Member State(s) where the transport manager or any other relevant person used to reside, that document or certificate may be replaced by a declaration on oath or by a solemn declaration made by the transport manager or any other relevant person before a competent judicial or administrative authority or, where appropriate, before a notary in the Member State where the transport manager or any other relevant person used to reside. Such authority or notary shall issue a certificate authenticating the declaration on oath or the solemn declaration.
3. Indien het in lid 1 bedoelde document of het in lid 2 bedoelde certificaat niet door de lidstaat waar de vervoersmanager of enige andere relevante persoon zijn woonplaats had, is afgegeven, kan dat document of certificaat worden vervangen door een door de vervoersmanager of enige andere relevante persoon onder ede afgelegde verklaring of door diens plechtige verklaring ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of bestuursrechtelijke instantie of, in voorkomend geval, ten overstaan van een notaris van de lidstaat waar de vervoersmanager of enige andere relevante persoon woonde. Deze instantie of notaris geeft een getuigschrift af waarin de aflegging van deze eed of plechtige verklaring wordt bevestigd.
4. A document referred to in paragraph 1 and a certificate referred to in paragraph 2 shall not be accepted if produced more than 3 months after their date of issue. This condition shall also apply to a declaration made in accordance with paragraph 3.
4. Het in lid 1 bedoelde document en het in lid 2 bedoelde certificaat worden niet aanvaard, indien zij meer dan drie maanden vóór de overlegging ervan zijn afgegeven. Deze voorwaarde geldt ook voor de overeenkomstig lid 3 afgelegde verklaringen.
Article 20
Artikel 20
Certificates relating to financial standing
Verklaringen in verband met de financiële draagkracht
Where a Member State imposes on its nationals certain conditions relating to financial standing in addition to those set out in Article 7, that Member State shall accept as sufficient proof for nationals of other Member States a certificate issued by a competent authority in the Member State(s) where the transport manager or any other relevant person used to reside stating that these conditions have been met. Such certificate shall relate to the specific information taken into consideration in the new Member State of establishment.
Wanneer een lidstaat aan zijn onderdanen naast de in artikel 7 bedoelde voorwaarden aanvullende voorwaarden inzake financiële draagkracht oplegt, erkent deze lidstaat voor onderdanen van een andere lidstaat als voldoende bewijs een door een bevoegde instantie van de lidstaat/lidstaten waar de vervoersmanager of enige andere relevante persoon zijn woonplaats had, afgegeven verklaring waaruit blijkt dat aan deze voorwaarden is voldaan. Deze verklaringen hebben betrekking op de concrete informatie die in de nieuwe lidstaat van vestiging in aanmerking wordt genomen.
Article 21
Artikel 21
Certificates of professional competence
Verklaringen inzake de vakbekwaamheid
1. Member States shall recognise as sufficient proof of professional competence a certificate which complies with the model certificate set out in Annex III and which is issued by the authority or body duly authorised for that purpose.
1. De lidstaten aanvaarden als voldoende bewijs van vakbekwaamheid een getuigschrift dat overeenkomt met het modelgetuigschrift in bijlage III en dat door de daarvoor naar behoren gemachtigde autoriteit of instantie is afgegeven.
2. A certificate issued before 4 December 2011 as proof of professional competence pursuant to the provisions in force until that date shall be deemed to be equivalent to a certificate which complies with the model certificate set out in Annex III and shall be recognised as proof of professional competence in all Member States. Member States may require that holders of certificates of professional competence valid only for national transport pass the examinations, or parts of the examinations, referred to in Article 8(1).
2. Een getuigschrift dat vóór 4 december 2011 als bewijs van vakbekwaamheid op grond van de tot die datum geldende bepalingen is afgegeven, wordt gelijkgesteld aan een getuigschrift dat overeenkomt met het modelgetuigschrift in bijlage III, en wordt in alle lidstaten erkend als bewijs van vakbekwaamheid. De lidstaten mogen eisen dat houders van een verklaring inzake de vakbekwaamheid die alleen geldig is voor het nationale vervoer, de in artikel 8, lid 1, bedoelde examens of delen daarvan met goed gevolg afleggen.
CHAPTER VI
HOOFDSTUK VI
FINAL PROVISIONS
SLOTBEPALINGEN
Article 22
Artikel 22
Penalties
Sancties
1. Member States shall lay down the rules on penalties applicable to infringements of the provisions of this Regulation, and shall take all the measures necessary to ensure that they are implemented. The penalties provided for shall be effective, proportionate and dissuasive. Member States shall notify those provisions to the Commission by 4 December 2011 at the latest and shall notify it without delay of any subsequent amendment affecting them. Member States shall ensure that all such measures are applied without discrimination as to the nationality or place of establishment of the undertaking.
1. De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om te verzekeren dat zij worden toegepast. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 4 december 2011 van de getroffen maatregelen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen daarop onverwijld mee. Zij zien erop toe dat al deze maatregelen zonder discriminatie op grond van nationaliteit of vestigingsplaats van de onderneming ten uitvoer worden gelegd.
2. The penalties referred to in paragraph 1 shall include, in particular, suspension of the authorisation to engage in the occupation of road transport operator, withdrawal of such authorisation and a declaration of unfitness of the transport manager.
2. De in lid 1 bedoelde sancties omvatten met name de schorsing van de vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer, de intrekking van deze vergunning en het ongeschikt verklaren van de vervoersmanager.
Article 23
Artikel 23
Transitional provisions
Overgangsbepalingen
Undertakings which before 4 December 2009 have an authorisation to engage in the occupation of road transport operator shall comply with the provisions of this Regulation by 4 December 2011.
Ondernemingen die voor 4 december 2009 over een vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer beschikken, dienen uiterlijk op 4 december 2011 aan de bepalingen van deze verordening te voldoen.
Article 24
Artikel 24
Mutual assistance
Wederzijdse bijstand
The competent authorities of the Member States shall cooperate closely and shall give each other mutual assistance for the purposes of applying this Regulation. They shall exchange information on convictions and penalties for any serious infringements, and other specific information liable to have consequences for the pursuit of the occupation of road transport operator, in compliance with the provisions applicable to the protection of personal data.
De bevoegde instanties van de lidstaten werken nauw samen en verlenen elkaar wederzijdse bijstand met het oog op de toepassing van deze verordening. De bevoegde instanties wisselen gegevens uit betreffende veroordelingen en sancties wegens ernstige inbreuken, en andere specifieke informatie die gevolgen kan hebben voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer, zulks met inachtneming van de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens.
Article 25
Artikel 25
Committee procedure
Comitéprocedure
1. The Commission shall be assisted by the Committee set up by Article 18(1) of Council Regulation (EEC) No 3821/85 of 20 December 1985 on recording equipment in road transport [11].
1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer [11] ingestelde comité.
2. Where reference is made to this paragraph, Articles 3 and 7 of Decision 1999/468/EC shall apply, having regard to the provisions of Article 8 thereof.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.
3. Where reference is made to this paragraph, Article 5a(1) to (4) and Article 7 of Decision 1999/468/EC shall apply, having regard to the provisions of Article 8 thereof.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.
Article 26
Artikel 26
Reporting
Verslagen
1. Every 2 years, Member States shall draw up a report on the activities of the competent authorities and shall forward it to the Commission. This report shall comprise:
1. De lidstaten stellen om de twee jaar een verslag op over de activiteiten van de bevoegde instanties en delen de Commissie dit verslag mede. Dit verslag omvat:
(a) an overview of the sector with regard to good repute, financial standing and professional competence;
a) een overzicht van de sector op het gebied van de betrouwbaarheid, de financiële draagkracht en de vakbekwaamheid;
(b) the number of authorisations granted by year and by type, those suspended, those withdrawn, the number of declarations of unfitness and the reasons on which those decisions were based;
b) het aantal uitgereikte vergunningen per jaar en per categorie, het aantal geschorste of ingetrokken vergunningen, het aantal personen dat ongeschikt is verklaard en de redenen voor deze beslissingen;
(c) the number of certificates of professional competence issued each year;
c) het jaarlijkse aantal afgegeven getuigschriften van vakbekwaamheid;
(d) core statistics relating to the national electronic registers and their use by the competent authorities; and
d) kernstatistieken betreffende de nationale elektronische registers en het gebruik ervan door de bevoegde autoriteiten, en
(e) an overview of exchanges of information with other Member States pursuant to Article 18(2), including in particular the annual number of established infringements notified to other Member States and the replies received, as well as the annual number of requests and replies received pursuant to Article 18(3).
e) een overzicht van de uitwisseling van gegevens met de andere lidstaten ingevolge artikel 18, lid 2, met inbegrip van het jaarlijkse aantal vastgestelde inbreuken dat aan andere lidstaten is gemeld en het jaarlijkse aantal ontvangen antwoorden, alsmede het jaarlijkse aantal ingevolge artikel 18, lid 3, ontvangen verzoeken en antwoorden.
2. On the basis of the reports referred to in paragraph 1, the Commission shall, every 2 years, submit a report to the European Parliament and to the Council on the pursuit of the occupation of road transport operator. That report shall contain, in particular, an assessment of the operation of the exchange of information between Member States and a review of the functioning and data contained in the national electronic registers. It shall be published at the same time as the report referred to in Article 17 of Regulation (EC) No 561/2006 of the European Parliament and of the Council of 15 March 2006 on the harmonisation of certain social legislation relating to road transport [12].
2. De Commissie dient op basis van de in lid 1 bedoelde verslagen elke twee jaar bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in betreffende de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer. In dit verslag wordt met name de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten geëvalueerd en worden de werking alsmede de in de nationale elektronische registers opgenomen gegevens getoetst. Dit verslag wordt op hetzelfde moment gepubliceerd als het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer [12] bedoelde verslag.
Article 27
Artikel 27
List of competent authorities
Lijst van bevoegde instanties
Each Member State shall forward to the Commission by 4 December 2011 a list of competent authorities which it has designated to authorise the pursuit of the occupation of road transport operator and a list of the authorised authorities or bodies responsible for organising the examinations referred to in Article 8(1) and issuing the certificates. A consolidated list of those authorities and bodies throughout the Community shall be published by the Commission in the Official Journal of the European Union.
Elke lidstaat deelt de Commissie uiterlijk op 4 december 2011 de lijst mee van de bevoegde instanties die hij heeft aangewezen voor de afgifte van vergunningen voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer, alsmede de lijst van de autoriteiten of instanties die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de in artikel 8, lid 1, bedoelde examens en de afgifte van de getuigschriften. De Commissie maakt een geconsolideerde lijst van al deze autoriteiten en instanties in de Gemeenschap bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Article 28
Artikel 28
Communication of national measures
Mededeling van nationale uitvoeringsmaatregelen
Member States shall communicate to the Commission the text of the laws, regulations and administrative provisions which they adopt in the field governed by this Regulation no later than 30 days after their date of adoption and for the first time by 4 December 2011.
De lidstaten delen de Commissie de tekst mede van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij op het onder deze verordening vallende gebied vaststellen, zulks binnen 30 dagen na aanneming van die bepalingen, en de eerste keer uiterlijk op 4 december 2011.
Article 29
Artikel 29
Repeal
Intrekking
Directive 96/26/EC is hereby repealed.
Richtlijn 96/26/EG wordt hierbij ingetrokken.
Article 30
Artikel 30
Entry into force
Inwerkingtreding
This Regulation shall enter into force on the 20th day following its publication in the Official Journal of the European Union.
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
It shall apply with effect from 4 December 2011.
Zij is van toepassing met ingang van 4 december 2011.
This Regulation shall be binding in its entirety and directly applicable in all Member States.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Done at Strasbourg, 21 October 2009.
Gedaan te Straatsburg, 21 oktober 2009.
For the European Parliament
Voor het Europees Parlement
The President
De voorzitter
J. Buzek
J. Buzek
For the Council
Voor de Raad
The President
De voorzitter
C. Malmström
C. Malmström
[1] OJ C 151, 17.6.2008, p. 16.
[1] PB C 151 van 17.6.2008, blz. 16.
[2] OJ C 14, 19.1.2008, p. 1.
[2] PB C 14 van 19.1.2008, blz. 1.
[3] Opinion of the European Parliament of 21 May 2008 (not yet published in the Official Journal), Council Common Position of 9 January 2009 (OJ C 62 E, 17.3.2009, p. 1), Position of the European Parliament of 23 April 2009 (not yet published in the Official Journal) and Council Decision of 24 September 2009.
[3] Advies van het Europees Parlement van 21 mei 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 9 januari 2009 (PB C 62 E van 17.3.2009, blz. 1), standpunt van het Europees Parlement van 23 april 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 24 september 2009.
[4] OJ L 124, 23.5.1996, p. 1.
[4] PB L 124 van 23.5.1996, blz. 1.
[5] See page 72 of this Official Journal.
[5] Zie bladzijde 72 van dit Publicatieblad.
[6] See page 88 of this Official Journal.
[6] Zie bladzijde 88 van dit Publicatieblad.
[7] OJ L 281, 23.11.1995, p. 31.
[7] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
[8] OJ L 184, 17.7.1999, p. 23.
[8] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
[9] OJ L 222, 14.8.1978, p. 11.
[9] PB L 222 van 14.8.1978, blz. 11.
[10] OJ L 102, 11.4.2006, p. 35.
[10] PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35.
[11] OJ L 370, 31.12.1985, p. 8.
[11] PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8.
[12] OJ L 102, 11.4.2006, p. 1.
[12] PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
ANNEX I
BIJLAGE I
I. LIST OF SUBJECTS REFERRED TO IN ARTICLE 8
I. LIJST VAN DE IN ARTIKEL 8 BEDOELDE ONDERWERPEN
The knowledge to be taken into consideration for the official recognition of professional competence by Member States must cover at least the subjects listed below for road haulage and road passenger transport respectively. In relation to these subjects, applicant road haulage and road passenger transport operators must have the levels of knowledge and practical aptitude necessary for the management of a transport undertaking.
De voor de vaststelling van de vakbekwaamheid door de lidstaten in aanmerking te nemen kennis moet ten minste betrekking hebben op de in de onderstaande lijst genoemde onderwerpen voor het goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg. Voor deze onderwerpen moeten de kandidaat-wegvervoerders het kennis- en vaardigheidsniveau hebben dat nodig is om een vervoersonderneming te leiden.
The minimum level of knowledge, as indicated below, may not be below level 3 of the training-level structure laid down in the Annex to Council Decision 85/368/EEC [1], namely the level of knowledge acquired during the course of compulsory education, which is supplemented either by vocational training and supplementary technical training or by secondary school or other technical training.
Het hieronder beschreven minimumkennisniveau mag niet lager zijn dan niveau 3 van de structuur van de opleidingsniveaus als aangegeven in de bijlage bij Besluit 85/368/EEG van de Raad [1], namelijk het kennisniveau dat is bereikt door verplicht onderwijs aangevuld met hetzij beroepsopleiding en een aanvullende technische opleiding, hetzij een schoolopleiding op secundair niveau of een andere technische opleiding.
A. Civil law
A. Burgerlijk recht
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport:
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg:
1. be familiar with the main types of contract used in road transport and with the rights and obligations arising therefrom;
1. kennis hebben van de belangrijkste contracten die in het wegvervoer worden gebruikt en van de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen;
2. be capable of negotiating a legally valid transport contract, notably with regard to conditions of carriage;
2. in staat zijn een rechtsgeldige vervoersovereenkomst te bedingen, met name wat de vervoersvoorwaarden betreft;
in relation to road haulage:
met betrekking tot het vervoer van goederen over de weg:
3. be able to consider a claim by his principal regarding compensation for loss of or damage to goods during transportation or for their late delivery, and to understand how such a claim affects his contractual liability;
3. in staat zijn een klacht van zijn of haar opdrachtgever te onderzoeken in verband met schade ten gevolge van verlies of beschadiging van goederen tijdens het transport dan wel van vertraging bij de aflevering, en kunnen bepalen welke de gevolgen van de klacht zijn voor zijn contractuele aansprakelijkheid;
4. be familiar with the rules and obligations arising from the CMR Convention on the Contract for the International Carriage of Goods by Road;
4. kennis hebben van de regels en verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR);
in relation to road passenger transport:
met betrekking tot het vervoer van personen over de weg:
5. be able to consider a claim by his principal regarding compensation for injury to passengers or damage to their baggage caused by an accident during transportation, or regarding compensation for delays, and to understand how such a claim affects his contractual liability.
5. in staat zijn een klacht van zijn opdrachtgever te onderzoeken in verband met door reizigers opgelopen letsel of in verband met schade aan hun bagage ten gevolge van een ongeval tijdens het transport of in verband met schade als gevolg van vertraging, en kunnen bepalen welke de gevolgen van de klacht zijn voor zijn contractuele aansprakelijkheid.
B. Commercial law
B. Handelsrecht
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport:
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg:
1. be familiar with the conditions and formalities laid down for plying the trade, the general obligations incumbent upon transport operators (registration, record keeping, etc.) and the consequences of bankruptcy;
1. kennis hebben van de voorwaarden en de regels inzake de bedrijfsuitoefening en de algemene verplichtingen van ondernemers (inschrijving, boekhouding enz.) en van de consequenties van een faillissement;
2. have appropriate knowledge of the various forms of commercial companies and the rules governing their constitution and operation.
2. de vereiste kennis hebben omtrent de verschillende ondernemingsvormen en de daarmee verband houdende voorschriften inzake oprichting en functioneren.
C. Social law
C. Sociaal recht
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport, be familiar with the following:
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg, kennis hebben van:
1. the role and function of the various social institutions which are concerned with road transport (trade unions, works councils, shop stewards, labour inspectors, etc.);
1. de rol en het functioneren van de verschillende sociale instellingen in de wegvervoersector (vakbonden, ondernemingsraden, personeelsvertegenwoordiging, arbeidsinspectie enz.);
2. the employers’ social security obligations;
2. de verplichtingen van de werkgever op het gebied van de sociale zekerheid;
3. the rules governing work contracts for the various categories of worker employed by road transport undertakings (form of the contracts, obligations of the parties, working conditions and working hours, paid leave, remuneration, breach of contract, etc.);
3. de voorschriften inzake de arbeidsovereenkomsten voor de verschillende categorieën werknemers van wegvervoerondernemingen (vorm van de overeenkomst, verplichtingen van de partijen, arbeidsvoorwaarden en werktijden, vakanties met behoud van loon, salaris, verbreking van het contract enz.);
4. the rules applicable to driving time, rest periods and working time, and in particular the provisions of Regulation (EEC) No 3821/85, Regulation (EC) No 561/2006, Directive 2002/15/EC of the European Parliament and of the Council [2] and Directive 2006/22/EC, and the practical measures for applying those provisions; and
4. de voorschriften inzake rij- en rusttijden alsmede werktijden en met name van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3821/85, Verordening (EEG) nr. 561/2006, Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad [2] en Richtlijn 2006/22/EG, alsmede van de wijze waarop deze wetgeving in de praktijk wordt toegepast, en
5. the rules applicable to the initial qualification and continuous training of drivers, and in particular those deriving from Directive 2003/59/EC of the European Parliament and of the Council [3].
5. de voorschriften, met name op grond van Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad [3], inzake de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders.
D. Fiscal law
D. Belastingrecht
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport, be familiar with the rules governing:
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg, kennis hebben van de voorschriften inzake:
1. value added tax (VAT) on transport services;
Vervoer van goederen en personen over de weg:
2. motor-vehicle tax;
1. de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op vervoerdiensten;
3. the taxes on certain road haulage vehicles and tolls and infrastructure user charges;
2. de motorrijtuigenbelasting;
4. income tax.
3. de heffingen op bepaalde voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van goederen over de weg alsmede de tolgelden en gebruiksrechten voor het gebruik van bepaalde infrastructuur;
E. Business and financial management of the undertaking
4. de inkomstenbelasting.
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport:
E. Commercieel en financieel beheer van de onderneming
1. be familiar with the laws and practices regarding the use of cheques, bills of exchange, promissory notes, credit cards and other means or methods of payment;
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg:
2. be familiar with the various forms of credit (bank credit, documentary credit, guarantee deposits, mortgages, leasing, renting, factoring, etc.) and the charges and obligations arising therefrom;
1. kennis hebben van de wettelijke bepalingen en de praktijken met betrekking tot het gebruik van cheques, wissels, promesses, kredietkaarten en andere betaalmiddelen of -methoden;
3. know what a balance sheet is, how it is set out and how to interpret it;
2. kennis hebben van de verschillende kredietvormen (bankkrediet, documentair krediet, waarborgsommen, hypotheken, leasing, renting, factoring enz.) en de daaruit voortvloeiende lasten en verplichtingen;
4. be able to read and interpret a profit and loss account;
3. weten wat een balans is en hoe een balans is opgesteld en moet worden geïnterpreteerd;
5. be able to assess the undertaking’s profitability and financial position, in particular on the basis of financial ratios;
4. een winst-en-verliesrekening kunnen lezen en interpreteren;
6. be able to prepare a budget;
5. een analyse kunnen maken van de financiële situatie en de rentabiliteit van de onderneming, met name op basis van de financiële ratio’s;
7. be familiar with the cost elements of the undertaking (fixed costs, variable costs, working capital, depreciation, etc.), and be able to calculate costs per vehicle, per kilometre, per journey or per tonne;
6. een begroting kunnen opstellen;
8. be able to draw up an organisation chart relating to the undertaking’s personnel as a whole and to organise work plans, etc.;
7. weten hoe zijn kostprijs is samengesteld (vaste kosten, variabele kosten, bedrijfskosten, afschrijvingen enz.) en berekeningen per voertuig, per kilometer, per reis of per ton kunnen maken;
9. be familiar with the principles of marketing, publicity and public relations, including transport services, sales promotion and the preparation of customer files, etc.;
8. een organisatieschema voor alle werknemers van de onderneming en werkplanningen enz. kunnen opstellen;
10. be familiar with the different types of insurance relating to road transport (liability, accidental injury/life insurance, non-life and luggage insurance) and the guarantees and obligations arising therefrom;
9. kennis hebben van de beginselen van het marktonderzoek (marketing), de verkoopbevordering voor vervoerdiensten, het opzetten van klantenbestanden, reclame, public relations enz.;
11. be familiar with the applications of electronic data transmission in road transport;
10. kennis hebben van de verschillende typen verzekeringen die voor vervoersactiviteiten van belang zijn (aansprakelijkheidsverzekering, verzekering van passagiers, goederen, bagage) en de daarmee verband houdende waarborgen en verplichtingen;
in relation to road haulage:
11. kennis hebben van telematicatoepassingen op het gebied van het wegvervoer;
12. be able to apply the rules governing the invoicing of road haulage services and know the meaning and implications of Incoterms;
met betrekking tot het vervoer van goederen over de weg:
13. be familiar with the different categories of transport auxiliaries, their role, their functions and, where appropriate, their status;
12. de regels betreffende de facturering van goederenvervoerdiensten over de weg kunnen toepassen en kennis hebben van de betekenis en de implicaties van de Incoterms;
in relation to road passenger transport:
13. kennis hebben van de verschillende categorieën tussenpersonen, hun rol, hun functie en eventueel hun status;
14. be able to apply the rules governing fares and pricing in public and private passenger transport;
met betrekking tot het vervoer van personen over de weg:
15. be able to apply the rules governing the invoicing of road passenger transport services.
14. de regels met betrekking tot de tarieven en de prijsstelling in het openbaar en particulier personenvervoer kunnen toepassen;
F. Access to the market
15. de regels inzake de facturering van personenvervoerdiensten over de weg kunnen toepassen.
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport, be familiar with the following:
F. Toegang tot de markt
1. the occupational regulations governing road transport for hire or reward, industrial vehicle rental and subcontracting, and in particular the rules governing the official organisation of the occupation, admission to the occupation, authorisations for intra-Community and extra-Community road transport operations, inspections and penalties;
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg, kennis hebben van:
2. the rules for setting up a road transport undertaking;
1. de beroepsvoorschriften inzake het vervoer over de weg voor rekening van derden, het huren van bedrijfsvoertuigen, uitbesteding, en met name de voorschriften betreffende de officiële beroepsorganisatie, de toegang tot het beroep, vergunningen voor intracommunautair en extracommunautair wegvervoer alsmede handhaving en sancties;
3. the various documents required for operating road transport services and the introduction of checking procedures to ensure that the approved documents relating to each transport operation, and in particular those relating to the vehicle, the driver, the goods and luggage are kept both in the vehicle and on the premises of the undertaking;
2. de voorschriften inzake de oprichting van een wegvervoeronderneming;
in relation to road haulage:
3. de verschillende documenten die vereist zijn voor de uitvoering van wegvervoerdiensten en de invoering van controleprocedures om ervoor te zorgen dat op het kantoor van de onderneming en aan boord van de voertuigen met elkaar overeenstemmende documenten aanwezig zijn met betrekking tot ieder uitgevoerd transport, met name de documenten inzake het voertuig, de bestuurder, de goederen en de bagage;
4. the rules on the organisation of the market in road haulage services, as well as the rules on freight handling and logistics;
met betrekking tot het vervoer van goederen over de weg:
5. border formalities, the role and scope of T documents and TIR carnets, and the obligations and responsibilities arising from their use;
4. de voorschriften inzake de marktordening voor het goederenvervoer over de weg, alsmede de voorschriften inzake expeditiebedrijven en logistiek;
in relation to road passenger transport:
5. grensformaliteiten, de functie en betekenis van T-documenten en het carnet TIR en van de verplichtingen en verantwoordelijkheden die aan het gebruik daarvan zijn verbonden;
6. the rules on the organisation of the market in road passenger transport;
met betrekking tot het vervoer van personen over de weg:
7. the rules for introducing road passenger transport services and the drawing up of transport plans.
6. de voorschriften betreffende de marktordening voor het personenvervoer over de weg;
G. Technical standards and technical aspects of operation
7. de voorschriften inzake de invoering van nieuwe vervoerdiensten en het opstellen van vervoerplannen.
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport:
G. Technische normen en exploitatie
1. be familiar with the rules concerning the weights and dimensions of vehicles in the Member States and the procedures to be followed in the case of abnormal loads which constitute an exception to these rules;
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg:
2. be able to choose vehicles and their components (chassis, engine, transmission system, braking system, etc.) in accordance with the needs of the undertaking;
1. kennis hebben van de voorschriften betreffende gewichten en afmetingen van voertuigen in de lidstaten en van de procedures met betrekking tot uitzonderlijke transporten waarbij van deze voorschriften wordt afgeweken;
3. be familiar with the formalities relating to the type approval, registration and technical inspection of these vehicles;
2. afhankelijk van de behoefte van de onderneming de voertuigen en de onderdelen daarvan kunnen kiezen (chassis, motor, transmissiesystemen, remsystemen enz.);
4. understand what measures must be taken to reduce noise and to combat air pollution by motor vehicle exhaust emissions;
3. kennis hebben van de formaliteiten inzake de goedkeuring, de registratie en de technische keuring van de voertuigen;
5. be able to draw up periodic maintenance plans for the vehicles and their equipment;
4. in staat zijn de nodige maatregelen te nemen tegen geluidsoverlast en tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen;
in relation to road haulage:
5. periodieke onderhoudsplannen kunnen opstellen voor voertuigen en uitrusting;
6. be familiar with the different types of cargo-handling and loading devices (tailboards, containers, pallets, etc.) and be able to introduce procedures and issue instructions for loading and unloading goods (load distribution, stacking, stowing, blocking and chocking, etc.);
met betrekking tot het vervoer van goederen over de weg:
7. be familiar with the various techniques of "piggy-back" and roll-on roll-off combined transport;
6. kennis hebben van de diverse typen laad- en losmachines (laadkleppen, containers, pallets enz.) en in staat zijn procedures en instructies te ontwikkelen voor het laden en lossen van goederen (belastingsverdeling, stapelen, beladen, vastzetten enz.);
8. be able to implement procedures to comply with the rules on the carriage of dangerous goods and waste, notably those arising from Directive 2008/68/EC [4] and Regulation (EC) No 1013/2006 [5];
7. kennis hebben van de verschillende technieken voor gecombineerd vervoer in het railvervoer en rorovervoer;
9. be able to implement procedures to comply with the rules on the carriage of perishable foodstuffs, notably those arising from the Agreement on the International Carriage of Perishable Foodstuffs and on the Special Equipment to be used for such Carriage (ATP);
8. in staat zijn de procedures in het kader van de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen en afvalstoffen toe te passen, met name die welke zijn gebaseerd op Richtlijn 2008/68/EG [4] en Verordening (EG) nr. 1013/2006 [5];
10. be able to implement procedures to comply with the rules on the transport of live animals.
9. in staat zijn de procedures in het kader van de voorschriften betreffende het vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen toe te passen, met name die welke zijn gebaseerd op de Overeenkomst inzake het internationale vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoermiddelen bij dit vervoer (ATP);
H. Road safety
10. in staat zijn de procedures in het kader van de voorschriften inzake vervoer van levende dieren toe te passen.
The applicant must, in particular, in relation to road haulage and passenger transport:
H. Verkeersveiligheid
1. know what qualifications are required for drivers (driving licence, medical certificates, certificates of fitness, etc.);
De kandidaat moet met name, met betrekking tot het vervoer van goederen en personen over de weg:
2. be able to take the necessary steps to ensure that drivers comply with the traffic rules, prohibitions and restrictions in force in different Member States (speed limits, priorities, waiting and parking restrictions, use of lights, road signs, etc.);
1. weten over welke certificaten het rijdend personeel moet beschikken (rijbewijs, medische attesten, verklaring van geschiktheid enz.);
3. be able to draw up instructions for drivers to check their compliance with the safety requirements concerning the condition of the vehicles, their equipment and cargo, and concerning preventive measures to be taken;
2. maatregelen kunnen nemen om ervoor te zorgen dat de bestuurders zich houden aan de in de verschillende lidstaten geldende verkeersvoorschriften en -verboden en -beperkingen (snelheidsbeperkingen, voorrangsregels, voorschriften inzake stoppen en parkeren, gebruik van lichten, verkeerssignalering enz.);
4. be able to lay down procedures to be followed in the event of an accident and to implement appropriate procedures to prevent the recurrence of accidents or serious traffic offences;
3. in staat zijn voor de bestuurders instructies op te stellen met betrekking tot de controle op de veiligheidsnormen inzake de staat van het vervoermaterieel, de uitrusting, de lading en de te nemen preventieve maatregelen;
5. be able to implement procedures to properly secure goods and be familiar with the corresponding techniques;
4. in staat zijn procedures op te stellen die moeten worden gevolgd bij een ongeval, en de nodige procedures toe te passen om herhaling van ongevallen of ernstige inbreuken te voorkomen;
in relation to road passenger transport:
5. in staat zijn procedures toe te passen om de goederen op een veilige manier vast te zetten en op de hoogte zijn van de technieken op dat gebied;
6. have elementary knowledge of the layout of the road network in the Member States.
met betrekking tot het vervoer van personen over de weg:
II. ORGANISATION OF THE EXAMINATION
6. een elementaire kennis hebben van de structuur van het wegennet in de lidstaten.
1. Member States will organise a compulsory written examination which they may supplement by an optional oral examination to establish whether applicant road transport operators have achieved the required level of knowledge in the subjects listed in Part I and in particular their capacity to use the instruments and techniques relating to those subjects and to fulfil the corresponding executive and coordination duties.
II. ORGANISATIE VAN HET EXAMEN
(a) The compulsory written examination will involve two tests, namely:
1. De lidstaten zullen een verplicht schriftelijk examen organiseren, dat met een mondeling examen kan worden aangevuld, om na te gaan of de kandidaat-wegvervoerders beschikken over het in deel I vereiste kennisniveau omtrent de daar genoemde onderwerpen en met name in staat zijn de met die onderwerpen verband houdende instrumenten en technieken te gebruiken en de voorgeschreven uitvoerende en coördinerende taken te verrichten.
(i) written questions consisting of either multiple choice questions (each with four possible answers), questions requiring direct answers or a combination of both systems;
a) Het verplichte schriftelijke examen zal bestaan uit twee onderdelen, namelijk:
(ii) written exercises/case studies.
i) schriftelijke vragen in de vorm van hetzij meerkeuzevragen (vier antwoordmogelijkheden), hetzij vragen met één antwoord, hetzij een combinatie van de twee systemen;
The minimum duration of each test will be two hours.
ii) schriftelijke opdrachten/casestudy's.
(b) Where an oral examination is organised, Member States may stipulate that participation is subject to the successful completion of the written examination.
Elk onderdeel duurt ten minste twee uur.
2. Where Member States also organise an oral examination, they must provide, in respect of each of the three tests, for a weighting of marks of a minimum of 25 % and a maximum of 40 % of the total number of marks to be given.
b) Wanneer een mondeling examen wordt georganiseerd, kunnen de lidstaten het slagen voor het schriftelijke examen als voorwaarde stellen voor de toelating tot het mondelinge examen.
Where Member States organise only a written examination, they must provide, in respect of each test, for a weighting of marks of a minimum of 40 % and a maximum of 60 % of the total number of marks to be given.
2. Wanneer de lidstaten ook een mondeling examen organiseren, moeten zij voor elk onderdeel een weging van de punten toepassen die echter niet minder dan 25 % of meer dan 40 % van het in totaal toe te kennen aantal punten mag bedragen.
3. With regard to all the tests, applicants must obtain an average of at least 60 % of the total number of marks to be given, achieving in any given test not less than 50 % of the total number of marks possible. In one test only, a Member State may reduce that mark from 50 % to 40 %.
Wanneer de lidstaten alleen een schriftelijk examen organiseren, moeten zij voor elk onderdeel een weging van de punten toepassen die echter niet minder dan 40 % of meer dan 60 % van het in totaal toe te kennen aantal punten mag bedragen.
[1] Council Decision 85/368/EEC of 16 July 1985 on the comparability of vocational training qualifications between the Member States of the European Community (OJ L 199, 31.7.1985, p. 56).
3. Voor alle onderdelen tezamen moeten de kandidaten een gemiddelde van ten minste 60 % van het puntentotaal behalen, zonder dat het voor elk onderdeel behaalde percentage minder mag bedragen dan 50 % van het totaal dat kan worden behaald. Een lidstaat mag voor één onderdeel het percentage van 50 terugbrengen tot 40.
[2] Directive 2002/15/EC of the European Parliament and of the Council of 11 March 2002 on the organisation of the working time of persons performing mobile road transport activities (OJ L 80, 23.3.2002, p. 35).
[1] Besluit 85/368/EEG van de Raad van 16 juli 1985 inzake de vergelijkbaarheid van de getuigschriften van vakbekwaamheid tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap (PB L 199 van 31.7.1985, blz. 56).
[3] Directive 2003/59/EC of the European Parliament and of the Council of 15 July 2003 on the initial qualification and periodic training of drivers of certain road vehicles for the carriage of goods or passengers (OJ L 226, 10.9.2003, p. 4).
[2] Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 35).
[4] Directive 2008/68/EC of the European Parliament and of the Council of 24 September 2008 on the inland transport of dangerous goods (OJ L 260, 30.9.2008, p. 13).
[3] Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen (PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4).
[5] Regulation (EC) No 1013/2006 of the European Parliament and of the Council of 14 June 2006 on shipments of waste (OJ L 190, 12.7.2006, p. 1).
[4] Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PB L 260 van 30.9.2008, blz. 13).
--------------------------------------------------
[5] Verordening (EG) nr. 1013/2006van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).
ANNEX II
--------------------------------------------------
Security features of the certificate of professional competence
BIJLAGE II
The certificate must have at least two of the following security features:
Beveiligingskenmerken van het getuigschrift van vakbekwaamheid
- a hologram,
Het getuigschrift moet zijn voorzien van ten minste twee van de volgende beveiligingskenmerken:
- special fibres in the paper which become visible under UV light,
- een hologram,
- at least one microprint line (printing visible only with a magnifying glass and not reproduced by photocopying machines),
- speciale in het papier verwerkte vezels die zichtbaar worden onder uv-licht,
- tactile characters, symbols or patterns,
- ten minste één regel met microprint (die alleen met een vergrootglas zichtbaar is en niet met een fotokopieermachine kan worden gereproduceerd),
- double numbering: serial number and issue number,
- voelbare karakters, symbolen of patronen,
- a security design background with fine guilloche patterns and rainbow printing.
- een dubbele nummering: serienummer en afgiftenummer,
--------------------------------------------------
- een beveiligingsondergrond met fijne guillochepatronen en irisdruk.
ANNEX III
--------------------------------------------------
Model of the certificate of professional competence
BIJLAGE III
EUROPEAN COMMUNITY
Model van het getuigschrift van vakbekwaamheid
(Colour Pantone stout fawn, format DIN A 4 cellulose paper 100 g/m2 or more)
EUROPESE GEMEENSCHAP
(Text in the official language(s) or one of the official languages of the Member State issuing the certificate)
(Kleur: Pantone beige kraftpapier, formaat DIN A4 cellulosepapier, 100 g/m2 of meer)
Distinguishing sign of the Member State concerned [1] | Name of the authorised authority or body [2] |
(Tekst in (een van) de officiële talen van de lidstaat die het getuigschrift afgeeft)
CERTIFICATE OF PROFESSIONAL COMPETENCE IN ROAD HAULAGE/PASSENGER TRANSPORT [3]
Kenteken van de betrokken lidstaat [1] | Naam van de bevoegde autoriteit of instantie [2] |
No …
GETUIGSCHRIFT VAN VAKBEKWAAMHEID VOOR HET VERVOER VAN GOEDEREN/PERSONEN [3] OVER DE WEG
We …
Nr.o…
hereby certify that [4] …
Wij …
born on … in …
verklaren dat [4] …
has successfully passed the tests for the examination (year: …; session: …) [5] necessary for the award of the certificate of professional competence in road haulage/passenger transport [3] in accordance with Regulation (EC) No 1071/2009 of the European Parliament and of the Council of 21 October 2009 establishing common rules concerning the conditions to be complied with to pursue the occupation of road transport operator [6].
geboren op … te …
This certificate constitutes the sufficient proof of professional competence referred to in Article 21 of Regulation (EC) No 1071/2009.
geslaagd is voor de onderdelen van het examen (jaar: …; zitting: …) [5], zoals vereist voor het verkrijgen van het getuigschrift van vakbekwaamheid voor het vervoer van goederen/personen over de weg [3], overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen [6].
Issued at …, on … [7]
Dit document geldt als voldoende bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1071/2009.
[1] The distinguishing signs of the Member States are: (B) Belgium, (BG) Bulgaria, (CZ) Czech Republic, (DK) Denmark, (D) Germany, (EST) Estonia, (IRL) Ireland, (GR) Greece, (E) Spain, (F) France, (I) Italy, (CY) Cyprus, (LV) Latvia, (LT) Lithuania, (L) Luxembourg, (H) Hungary, (M) Malta, (NL) Netherlands, (A) Austria, (PL) Poland, (P) Portugal, (RO) Romania, (SLO) Slovenia, (SK) Slovakia, (FIN) Finland, (S) Sweden, (UK) United Kingdom.
Afgegeven te …op … [7].
[2] Authority or body designated in advance for this purpose by each Member State of the European Community to issue this certificate.
[1] De kentekens van de lidstaten zijn: (B) België, (BG) Bulgarije, (CZ) Tsjechië, (DK) Denemarken, (D) Duitsland, (EST) Estland, (IRL) Ierland, (GR) Griekenland, (E) Spanje, (F) Frankrijk, (I) Italië, (CY) Cyprus, (LV) Letland, (LT) Litouwen, (L) Luxemburg, (H) Hongarije, (M) Malta, (NL) Nederland, (A) Oostenrijk, (PL) Polen, (P) Portugal, (RO) Roemenië, (SLO) Slovenië, (SK) Slowakije, (FIN) Finland, (S) Zweden, (UK) Verenigd Koninkrijk.
[3] Delete as appropriate.
[2] Daartoe vooraf door elke lidstaat van de Europese Gemeenschap aangewezen autoriteit of instantie die deze verklaring mag afgeven.
[4] Surname and forename; place and date of birth.
[3] Doorhalen wat niet van toepassing is.
[5] Identification of the examination.
[4] Naam en voornaam; geboorteplaats en -datum.
[6] OJ L 300, 14.11.2009, p. 51
[5] Opgave van het examen.
[7] Seal and signature of the authorised authority or body issuing the certificate.
[6] PB L 300 van 14.11.2009, blz. 51.
--------------------------------------------------
[7] Handtekening en stempel van de bevoegde autoriteit of instelling die de verklaring afgeeft.
ANNEX IV
--------------------------------------------------
Most serious infringements for the purposes of Article 6(2)(a)
BIJLAGE IV
1. (a) Exceeding the maximum 6-day or fortnightly driving time limits by margins of 25 % or more.
Zwaarste inbreuken voor de toepassing van artikel 6, lid 2, onder a)
(b) Exceeding, during a daily working period, the maximum daily driving time limit by a margin of 50 % or more without taking a break or without an uninterrupted rest period of at least 4,5 hours.
1. a) Overschrijden van de maximaal toegestane zesdaagse of tweewekelijkse rijtijden met 25 % of meer;
2. Not having a tachograph and/or speed limiter, or using a fraudulent device able to modify the records of the recording equipment and/or the speed limiter or falsifying record sheets or data downloaded from the tachograph and/or the driver card.
b) overschrijden van de maximaal toegestane dagelijkse rijtijden op één dag met een marge van 50 % of meer zonder een onderbreking of zonder een ononderbroken rusttijd van ten minste 4,5 uur in te lassen.
3. Driving without a valid roadworthiness certificate if such a document is required under Community law and/or driving with a very serious deficiency of, inter alia, the braking system, the steering linkages, the wheels/tyres, the suspension or chassis that would create such an immediate risk to road safety that it leads to a decision to immobilise the vehicle.
2. Nalaten een tachograaf en/of snelheidsbegrenzer te installeren of een frauduleus apparaat gebruiken dat de geregistreerde gegevens van het controleapparaat en/of de snelheidsbegrenzer kan wijzigen, of de registratiebladen of de van de tachograaf en/of de bestuurderskaart overgebrachte gegevens vervalsen.
4. Transporting dangerous goods that are prohibited for transport or transporting such goods in a prohibited or non-approved means of containment or without identifying them on the vehicle as dangerous goods, thus endangering lives or the environment to such extent that it leads to a decision to immobilise the vehicle.
3. Rijden zonder een geldig bewijs van technische keuring (indien vereist door de Gemeenschapswetgeving) en/of rijden met een zeer ernstig gebrek aan onder meer het remsysteem, het stangenstelsel van de stuurinrichting, de wielen/banden, de ophanging of het chassis dat een zodanig onmiddellijk gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert dat het leidt tot het besluit het voertuig uit het verkeer te nemen.
5. Carrying passengers or goods without holding a valid driving licence or carrying by an undertaking not holding a valid Community licence.
4. Het vervoer van gevaarlijke goederen die niet vervoerd mogen worden of het vervoer van dergelijke goederen in verboden of niet erkende middelen van omsluiting, of die niet op het voertuig vermeld zijn als gevaarlijke goederen, zodat er gevaar dreigt voor mensenlevens of het milieu in een mate die leidt tot het besluit het voertuig uit het verkeer te nemen.
6. Driving with a driver card that has been falsified, or with a card of which the driver is not the holder, or which has been obtained on the basis of false declarations and/or forged documents.
5. Het vervoer van passagiers of goederen zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs of vervoer door een onderneming die niet in het bezit van een geldige communautaire vergunning is.
7. Carrying goods exceeding the maximum permissible laden mass by 20 % or more for vehicles the permissible laden weight of which exceeds 12 tonnes, and by 25 % or more for vehicles the permissible laden weight of which does not exceed 12 tonnes.
6. Rijden met een vervalst rijbewijs of met een rijbewijs waarvan de chauffeur niet de houder is of dat verkregen is op basis van valse verklaringen en/of nagemaakte documenten.
--------------------------------------------------
7. Het vervoer van goederen waarbij de maximaal toegestane massa met 20 % of meer wordt overschreden voor voertuigen met een toegestaan geladen gewicht van meer dan 12 t, en met 25 % of meer voor voertuigen met een toegestaan geladen gewicht van maximaal 12 t.
--------------------------------------------------
Top


Managed by the Publications Office