|
|
Rozhodnutí Rady
|
Besluit van de Raad
|
|
ze dne 25. října 2004
|
van 25 oktober 2004
|
|
o podpisu Dohody mezi Evropskou unií, Evropským společenstvím a Švýcarskou konfederací o přidružení Švýcarské konfederace k provádění, uplatňování a rozvoji schengenského acquis jménem Evropského společenství a o prozatímním provádění některých jejích ustanovení
|
betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis
|
|
(2004/860/ES)
|
(2004/860/EG)
|
|
RADA EVROPSKÉ UNIE,
|
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
|
|
s ohledem na Smlouvu o založení Evropského společenství, a zejména na článek 62, čl. 63 první pododstavec bod 3 a články 66 a 95 ve spojení s čl. 300 odst. 2 této smlouvy,
|
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, artikel 63, eerste alinea, punt 3, en de artikelen 66 en 95, in samenhang met artikel 300, lid 2,
|
|
s ohledem na návrh Komise,
|
Gezien het voorstel van de Commissie,
|
|
vzhledem k těmto důvodům:
|
Overwegende hetgeen volgt:
|
|
(1) Po zmocnění Komise ze dne 17. června 2002 byla dokončena jednání se švýcarskými orgány týkající se přidružení Švýcarska k provádění, uplatňování a rozvoji schengenského acquis.
|
(1) Na de op 17 juni 2002 aan de Commissie verleende machtiging zijn de met de Zwitserse autoriteiten gevoerde onderhandelingen over de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis afgerond.
|
|
(2) Dohoda, která byla parafována dne 25. června 2004, by měla být podepsána s výhradou pozdějšího uzavření.
|
(2) Behoudens eventuele sluiting op een later tijdstip, is het wenselijk de op 25 juni 2004 geparafeerde overeenkomst te ondertekenen.
|
|
(3) Dohoda stanoví prozatímní provádění některých svých ustanovení. Je třeba tato ustanovení prozatímně provádět do vstupu dohody v platnost.
|
(3) De overeenkomst voorziet in de voorlopige toepassing van enkele bepalingen. Deze bepalingen dienen voorlopig te worden toegepast in afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst.
|
|
(4) V oblasti rozvoje schengenského acquis, které spadá pod Smlouvu o založení Evropského společenství, je vhodné zajistit, aby bylo rozhodnutí Rady 1999/437/ES ze dne 17. května 1999 o některých opatřeních pro uplatňování Dohody uzavřené mezi Radou Evropské unie a Islandskou republikou a Norským královstvím o přidružení těchto dvou států k provádění, uplatňování a rozvoji schengenského acquis [1] od podpisu dohody obdobně použitelné na vztahy se Švýcarskem.
|
(4) Wat de ontwikkeling van het Schengenacquis betreft dat onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap valt, dienen de bepalingen van Besluit 1999/437/EG [1] van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, vanaf de ondertekening van de overeenkomst mutatis mutandis te worden toegepast op de betrekkingen met Zwitserland.
|
|
(5) Tímto rozhodnutím není dotčeno postavení Spojeného království v souladu s Protokolem o začlenění schengenského acquis do rámce Evropské unie, připojeným ke Smlouvě o Evropské unii a ke Smlouvě o založení Evropského společenství, a s rozhodnutím Rady 2000/365/ES ze dne 29. května 2000 o žádosti Spojeného království Velké Británie a Severního Irska, aby se na ně vztahovala některá ustanovení schengenského acquis [2].
|
(5) Dit besluit laat de positie van het Verenigd Koninkrijk onverlet, overeenkomstig het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, en Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele bepalingen van het Schengenacquis [2].
|
|
(6) Tímto rozhodnutím není dotčeno postavení Irska v souladu s Protokolem o začlenění schengenského acquis do rámce Evropské unie, připojeným ke Smlouvě o Evropské unii a ke Smlouvě o založení Evropského společenství, a s rozhodnutím Rady 2002/192/ES ze dne 28. února 2002 o žádosti Irska, aby se na ně vztahovala některá ustanovení schengenského acquis [3].
|
(6) Dit besluit laat de positie van Ierland onverlet, overeenkomstig het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, en Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis [3].
|
|
(7) Tímto rozhodnutím není dotčeno postavení Dánska v souladu s Protokolem o postavení Dánska, připojeným ke Smlouvě o Evropské unii a Smlouvě o založení Evropského společenství,
|
(7) Dit besluit laat de positie van Denemarken onverlet, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht,
|
|
ROZHODLA TAKTO:
|
BESLUIT:
|
|
Článek 1
|
Artikel 1
|
|
Podpis Dohody mezi Evropskou unií, Evropským společenstvím a Švýcarskou konfederací o přidružení Švýcarské konfederace k provádění, uplatňování a rozvoji schengenského acquis a souvisejících dokumentů sestávajících ze závěrečného aktu, dohody ve formě výměny dopisů o výborech, které jsou nápomocny Evropské komisi při výkonu jejích výkonných pravomocí, a společného prohlášení o společných schůzích smíšených výborů se schvaluje jménem Společenství s výhradou jejich uzavření.
|
De ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de daarmee verband houdende documenten, de slotakte, de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling over de comités die de Commissie van de Europese Gemeenschappen zullen bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden en de gemeenschappelijke verklaring over de gezamenlijke vergaderingen van de gemengde comités, wordt namens de Europese gemeenschap goedgekeurd.
|
|
Znění dohody a souvisejících dokumentů se připojuje k tomuto rozhodnutí. [4]
|
De teksten van de overeenkomst en de bijbehorende documenten zijn aan dit besluit gehecht [4].
|
|
Článek 2
|
Artikel 2
|
|
Předseda Rady je oprávněn jmenovat osobu nebo osoby zmocněné podepsat dohodu a související dokumenty jménem Společenství s výhradou jejich uzavření.
|
De voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd om de persoon/personen aan te wijzen die bevoegd is/zijn om de overeenkomst en de bijbehorende documenten namens de Europese Gemeenschap te ondertekenen, onder voorbehoud van de sluiting ervan.
|
|
Článek 3
|
Artikel 3
|
|
Toto rozhodnutí se vztahuje na oblasti, které upravují ustanovení uvedená v přílohách A a B dohody, a na jejich rozvoj, pokud tato ustanovení mají právní základ ve Smlouvě o založení Evropského společenství nebo pokud rozhodnutí 1999/436/ES [5] určilo, že mají takový právní základ.
|
Dit besluit is van toepassing op de gebieden die onder de in de bijlagen A en B bij de overeenkomst opgenomen bepalingen vallen alsmede op de ontwikkeling daarvan voorzover deze bepalingen hun rechtsgrondslag in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap hebben of krachtens Besluit 1999/436/EG [5] is vastgesteld dat zij een dergelijke rechtsgrondslag hebben.
|
|
Článek 4
|
Artikel 4
|
|
1. Články 1 až 4 rozhodnutí Rady 1999/437/ES se použijí stejným způsobem i na přidružení Švýcarska k provádění, uplatňování a rozvoji schengenského acquis, které spadá pod Smlouvu o založení Evropského společenství.
|
1. De bepalingen van de artikelen 1 tot en met 4 van Besluit 1999/437/EG van de Raad zijn op dezelfde manier van toepassing op de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis dat onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap valt.
|
|
2. Dříve než se delegace zastupující členy Rady zúčastní rozhodování ve smíšeném výboru zřízeném dohodou v souladu s jejím čl. 7 odst. 4 a 5 a článkem 10, sejdou se v Radě s cílem určit, zda může být zaujat společný postoj.
|
2. Alvorens de delegaties die de leden van de Raad vertegenwoordigen, deelnemen aan een besluit van het gemengd comité dat overeenkomstig artikel 7, leden 4 en 5, en artikel 10 van de overeenkomst is ingesteld, komen zij in het kader van de Raad bijeen, teneinde vast te stellen of een gemeenschappelijk standpunt kan worden aangenomen.
|
|
Článek 5
|
Artikel 5
|
|
V souladu s čl. 14 odst. 2 dohody se články 1, 3, 4, 5 a 6 a čl. 7 odst. 2 písm. a) první věta dohody provádějí prozatímně až do jejího vstupu v platnost.
|
Overeenkomstig artikel 14, lid 2, van de overeenkomst worden de artikelen 1, 3, 4, 5 en 6 en artikel 7, lid 2, onder a), eerste zin, van de overeenkomst voorlopig toegepast in afwachting van de inwerkingtreding ervan.
|
|
|
|
|
V Lucemburku dne 25. října 2004.
|
Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.
|
|
Za Radu
|
Voor de Raad
|
|
R. Verdonk
|
De voorzister
|
|
předsedkyně
|
R. Verdonk
|
|
--------------------------------------------------
|
--------------------------------------------------
|
|
[1] Úř. věst. L 176, 10.7.1999, s. 31.
|
[1] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.
|
|
[2] Úř. věst. L 131, 1.6.2000, s. 43.
|
[2] PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.
|
|
[3] Úř. věst. L 64, 7.3.2002, s. 20.
|
[3] PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.
|
|
[4] Dokument Rady 13054/04 je k dispozici na adrese http://register.consilium.eu.int
|
[4] Raadsdoc. 13054/04 beschikbaar op http://register.consilium.eu.int
|
|
[5] Úř. věst. L 176, 10.7.1999, s. 17.
|
[5] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 17.
|