Aanbeveling van de Commissie van 2 juni 2010 inzake de monitoring van het acrylamidegehalte in levensmiddelen Voor de EER relevante tekst

Publicatieblad Nr. L 137 van 03/06/2010 blz. 0004 - 0010


Aanbeveling van de Commissie

van 2 juni 2010

inzake de monitoring van het acrylamidegehalte in levensmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

(2010/307/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In Aanbeveling 2007/331/EG van de Commissie van 3 mei 2007 inzake de monitoring van het acrylamidegehalte in levensmiddelen [1] is een driejarig monitoringprogramma (2007-2009) voor acrylamide in bepaalde levensmiddelen opgenomen.

(2) De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna de EFSA genoemd) heeft de resultaten voor 2007 gecompileerd in het wetenschappelijk verslag over de "Results on the monitoring of acrylamide levels in food" [2] van 30 april 2009. Ook de acrylamideresultaten voor 2003-2006, die door de lidstaten ter beschikking zijn gesteld en door het Instituut voor referentiematerialen en -metingen van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie zijn gecompileerd, zijn in het verslag opgenomen. De resultaten voor 2008 en 2009 zijn nog niet beschikbaar. Zodra ze beschikbaar zijn, zal het wetenschappelijk verslag worden bijgewerkt.

(3) De Confederation of the Food and Drink Industry (CIAA) heeft een "toolbox" ontwikkeld met instrumenten waarvan levensmiddelenproducenten selectief kunnen gebruikmaken naargelang van hun specifieke behoeften om de acrylamidegehalten in hun producten te verlagen.

(4) Uit het EFSA-verslag van 30 april 2009 blijkt dat er zich bij de verschillende levensmiddelengroepen geen consistente trend naar lagere acrylamidegehalten aftekende en het in dat stadium niet duidelijk was of de acrylamidetoolbox de gewenste effecten had gesorteerd.

(5) De levensmiddelenindustrie en de lidstaten onderzoeken nog steeds hoe acrylamide ontstaat en hoe de acrylamidegehalten in levensmiddelen kunnen worden verlaagd. Om toezicht op het effect van deze inspanningen te kunnen houden is het zaak gegevens te blijven verzamelen.

(6) Bij de uitvoering van Aanbeveling 2007/331/EG is gebleken dat het monitoringprogramma enigszins moet worden aangepast, bijvoorbeeld wat de indeling van levensmiddelen betreft.

(7) Het is belangrijk dat de monitoringresultaten één keer per jaar worden meegedeeld aan de EFSA, die voor de compilatie van die gegevens in een database zal zorgen.

(8) Deze aanbeveling mag niet in de tijd worden begrensd, maar de behoefte aan monitoring moet op gezette tijden worden geëvalueerd,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

1. De lidstaten moeten overeenkomstig de bijlage bij deze aanbeveling voor monitoring zorgen van de acrylamidegehalten van de in die bijlage genoemde levensmiddelen.

2. De lidstaten moeten de EFSA jaarlijks uiterlijk op 1 juni — en voor de eerste keer uiterlijk op 1 juni 2011 — de gegevens van het voorafgaande jaar in het formaat van de EFSA meedelen met het oog op de compilate in één database.

3. Om ervoor te zorgen dat de monsters representatief voor de bemonsterde partij zijn, moeten de lidstaten de bemonsteringsprocedures naleven van deel B van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 333/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen [3].

4. De lidstaten moeten acrylamide analyseren overeenkomstig de criteria van de punten 1 en 2 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn [4].

Gedaan te Brussel, 2 juni 2010.

Voor de Commissie

John Dalli

Lid van de Commissie

[1] PB L 123 van 12.5.2007, blz. 33.

[2] EFSA Scientific Report (2009) 285.

[3] PB L 88 van 29.3.2007, blz. 29.

[4] PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

--------------------------------------------------

BIJLAGE

A. Bemonsteringsplaatsen en -procedure

1. De producten moeten worden bemonsterd in de handel (bijvoorbeeld supermarkten, kleine winkels, bakkerijen, frietkramen, snackbars en restaurants), waar de traceerbaarheid goed is, of op productieplaatsen. Zo mogelijk moeten producten worden bemonsterd die uit een van de lidstaten afkomstig zijn [1].

2. De bemonstering en de analyse moeten vóór de vervaldatum van het monster worden uitgevoerd.

B. Producten, aantallen monsters en bemonsteringsfrequentie, voorschriften voor de analyse

1. De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aanbevolen minimumaantal monsters dat voor elke productcategorie jaarlijks moet worden geanalyseerd. De lidstaten worden verzocht meer monsters te nemen als dat mogelijk is. De verdeling van de monsters per lidstaat is op de bevolkingscijfers gebaseerd met een minimum van vier monsters per productcategorie per lidstaat.

2. Het aantal monsters is het minimumaantal monsters dat jaarlijks genomen moet worden. Bijzondere voorwaarden (bijvoorbeeld bemonstering tweemaal per jaar) worden onder punt C vermeld.

3. Aangezien elke productcategorie een grote verscheidenheid van producten met verschillende specificaties omvat, moeten voor elk van de bemonsterde producten nadere gegevens worden verstrekt (zie punt C). Om trends in de tijd te kunnen zien is het van belang dat elk jaar — voor zover mogelijk — producten met dezelfde specificaties (bijvoorbeeld hetzelfde soort brood) worden bemonsterd.

4. Als bij producten met dezelfde specificatie herhaaldelijk resultaten worden gevonden die onder de bepaalbaarheidsgrens (LOQ) liggen, mag het product door een ander product worden vervangen, mits het tot dezelfde categorie behoort en een beschrijving van het product wordt gegeven.

5. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de analyseresultaten moeten methoden worden gekozen waarmee een LOQ van 30 μg/kg (meest intense ion/ionovergang) voor brood en voeding voor zuigelingen en jonge kinderen en 50 μg/kg voor aardappelproducten, andere graanproducten, koffie en andere producten kan worden gehaald. De resultaten moeten gecorrigeerd voor de terugvinding worden gerapporteerd.

Minimumaantal monsters per productcategorie

Land van verkoop | Consumptiegereed verkochte friet | Aardappelchips | Voorgebakken friet/aardappelproducten voor thuisbereiding | Zacht gebakken brood | Ontbijtgranen | Biscuits, crackers, bros gebakken brood en soortgelijke producten | Koffie en koffiesurrogaten | Babyvoeding (met uitzondering van bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen) | Bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en jonge kinderen | Andere producten | Totaal |

(0) | (1) | (2) | (3) | (4) | (5) | (6) | (7) | (8) | (9) | (10) | (11) |

AT | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

BE | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

CY | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 40 |

CZ | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

DE | 24 | 24 | 24 | 24 | 24 | 24 | 24 | 24 | 24 | 14 | 230 |

DK | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

ES | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 140 |

EE | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 40 |

EL | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

FR | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 14 | 194 |

FI | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

HU | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

IT | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 14 | 194 |

IE | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

LU | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 40 |

LT | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 40 |

LV | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 40 |

MT | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 40 |

NL | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 8 | 62 |

PT | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

PL | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 140 |

SE | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

SI | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 40 |

SK | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

UK | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 14 | 194 |

BG | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 8 | 44 |

RO | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 80 |

Totaal | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 | 224 | 2042 |

C. Voor elk product minimaal te verstrekken nadere gegevens

In de punten 1 tot en met 10 worden de nadere gegevens vermeld die voor elk bemonsterd product minimaal moeten worden verstrekt. De lidstaten worden verzocht gedetailleerdere informatie te verstrekken.

1. Consumptiegereed verkochte friet met als subcategorieën:

1.1. Friet van verse aardappelen

1.2. Friet van aardappeldeeg

Comsumptiegerede producten moeten worden bemonsterd bij frietkramen, snackbars, fastfoodketens en restaurants. Er moeten tweemaal per jaar, in maart en november [2], monsters worden genomen met een totaal aantal monsters als vermeld in de tabel.

Te verstrekken specifieke informatie:

- uitgangsmateriaal verse aardappelen (subcategorie 1.1) of aardappelproducten (aardappeldeeg) (subcategorie 1.2),

- toevoeging van andere ingrediënten.

2. Aardappelchips met als subcategorieën:

2.1. Aardappelchips van verse aardappelen

2.2. Aardappelchips van aardappeldeeg (gemodelleerde chips, gestapelde chips)

Er moeten tweemaal per jaar, in maart en november [2], monsters worden genomen met een totaal aantal monsters als vermeld in de tabel.

Te verstrekken specifieke informatie:

- uitgangsmateriaal verse aardappelen (subcategorie 2.1) of aardappelproducten (aardappeldeeg) (subcategorie 2.2),

- frituurproces: in batches of continu gefrituurd,

- toevoeging van andere ingrediënten, aroma's of additieven.

3. Voorgebakken friet/aardappelproducten voor thuisbereiding met als subcategorieën:

3.1. Ovengebakken friet

3.2. Gefrituurde friet

De categorie omvat vers of diepgevroren verkochte producten. Er moeten tweemaal per jaar, in maart en november [2], monsters worden genomen met een totaal aantal monsters als vermeld in de tabel.

Elk monster moet na de bereiding (frituren, bakken enz.) worden geanalyseerd. De producten moeten in het laboratorium bereid worden volgens de aanwijzingen op het etiket.

Te verstrekken specifieke informatie:

- subcategorie waartoe het product behoort,

- uitgangsmateriaal verse aardappelen of aardappelproducten (aardappeldeeg),

- vers of diepgevroren verkocht product,

- bereidingswijze overeenkomstig het etiket,

- toevoeging van andere ingrediënten.

4. Zacht gebakken brood:

Te verstrekken specifieke informatie:

- soort zacht gebakken brood (tarwebrood, roggebrood, multigranenbrood, brood met andere ingrediënten enz.).

De voor bemonstering gekozen broodsoorten moeten aansluiten bij de eetgewoonten van de betrokken lidstaat.

5. Ontbijtgranen (met uitzondering van muesli en pap):

Te verstrekken specifieke informatie:

- graansoort,

- andere ingrediënten (bijvoorbeeld suiker, noten, honing, chocolade).

Als muesli en pap worden geanalyseerd, moeten de resultaten worden vermeld onder punt 10 "Andere producten".

6. Biscuits, crackers, bros gebakken brood en soortgelijke producten (met uitzondering van gebak en cake) met als subcategorieën:

6.1. Crackers (bijvoorbeeld creamcrackers, sodacrackers, snackcrackers)

6.2. Bros gebakken brood (gegist/ongegist)

6.3. Wafers (bijvoorbeeld voor ijshoorntjes)

6.4. Peperkoek

6.5. Andere (nader aangeven)

Te verstrekken specifieke informatie:

- subcategorie waartoe het product behoort.

De voor bemonstering gekozen producten moeten aansluiten bij de eetgewoonten van de betrokken lidstaat.

7. Koffie en koffiesurrogaten met als subcategorieën:

7.1. Gebrande koffie

7.2. Oploskoffie

7.3. Koffiesurrogaten

Te verstrekken specifieke informatie:

- subcategorie waartoe het product behoort,

- voor gebrande koffie: de mate van branding (bijvoorbeeld medium, donker), het soort bonen (indien bekend), informatie over de vraag of het product gemalen of ongemalen wordt verkocht, cafeïnevrij/niet cafeïnevrij,

- voor oploskoffie: cafeïnevrij/niet cafeïnevrij,

- voor koffiesurrogaten: het uitgangsmateriaal (bijvoorbeeld gerst, rogge, cichorei).

Met het oog op de vergelijkbaarheid van de gegevens moeten de monsters van koffie en koffiesurrogaten worden geanalyseerd zoals ze verkocht worden.

Indien mogelijk mogen de dranken in een tweede fase worden geanalyseerd zoals ze voor consumptie worden bereid. De bereidingswijze (overeenkomstig het etiket) moet worden gespecificeerd (de hoeveelheid koffie, de hoeveelheid water, details over het gebruikte apparaat, de brouwtemperatuur enz.). Als de analysecapaciteit beperkt is, moet prioriteit worden verleend aan de analyse van het monster zoals het wordt verkocht.

8. Babyvoeding (met uitzondering van bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen) [3]:

Er moet vooral aandacht worden geschonken aan levensmiddelen met aardappelen, knolgewassen en granen als belangrijkste ingrediënten (met uitzondering van bewerkte voeding op basis van granen).

Te verstrekken specifieke informatie:

- belangrijkste bestanddelen.

9. Bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en jonge kinderen [4]met als subcategorieën:

9.1. Biscuits en beschuiten voor zuigelingen en jonge kinderen

9.2. Andere bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en jonge kinderen

Met het oog op de vergelijkbaarheid van de gegevens moeten de monsters worden geanalyseerd zoals ze worden verkocht.

Te verstrekken specifieke informatie:

- subcategorie waartoe het product behoort,

- beschrijving van het product,

- graansoort, andere ingrediënten.

10. Andere producten:

Deze categorie omvat aardappel-, graan- en cacaoproducten die niet onder de bovengenoemde categorieën vallen (bijvoorbeeld aardappelrösti, hartige snacks op basis van granen (bijvoorbeeld maïskrullen, tortillachips en popcorn), muesli, pap, gebak, cake enzovoort).

De voor bemonstering gekozen producten moeten aansluiten bij de eetgewoonten van de betrokken lidstaat.

De producten moeten eventueel worden geanalyseerd na bereiding overeenkomstig het etiket. In dat geval moet de bereidingswijze worden vermeld.

Te verstrekken specifieke informatie:

- naam en gedetailleerde beschrijving van het product (bijvoorbeeld de belangrijkste ingrediënten),

- bereidingswijze overeenkomstig het etiket.

[1] Het kan in uitzonderlijke gevallen gebeuren dat een bepaald product alleen door invoer uit derde landen in de handel verkrijgbaar is. In dat geval kunnen monsters van het ingevoerde product worden genomen.

[2] Indien het product uit aardappelproducten wordt bereid, is het niet nodig tweemaal per jaar monsters te nemen.

[3] Zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), van Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie van 5 december 2006 inzake bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (PB L 339 van 6.12.2006, blz. 16).

[4] Zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 2006/125/EG.

--------------------------------------------------


Beheerd door het Publicatiebureau