Verordening (EG) nr. 289/2008 van de Commissie van 31 maart 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1266/2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Richtlijn 2000/75/EG van de Raad wat betreft bestrijding, monitoring, surveillance en beperkingen op de verplaatsingen van bepaalde dieren van vatbare soorten in verband met bluetongue Voor de EER relevante tekst
Publicatieblad Nr. L 089 van 01/04/2008 blz. 0003 - 0008
Verordening (EG) nr. 289/2008 van de Commissie van 31 maart 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1266/2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Richtlijn 2000/75/EG van de Raad wat betreft bestrijding, monitoring, surveillance en beperkingen op de verplaatsingen van bepaalde dieren van vatbare soorten in verband met bluetongue (Voor de EER relevante tekst) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 2000/75/EG van de Raad van 20 november 2000 tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue [1], en met name op artikel 9, lid 1, onder c), de artikelen 11 en 12, en artikel 19, derde alinea, Overwegende hetgeen volgt: (1) Verordening (EG) nr. 1266/2007 van de Commissie [2] stelt regels vast voor de bestrijding, monitoring, surveillance en beperkingen op de verplaatsingen van dieren in verband met bluetongue in en uit de beperkingsgebieden. De verordening stelt ook de voorwaarden vast voor vrijstellingen van het verbod op verplaatsingen van vatbare dieren, hun sperma, eicellen en embryo’s zoals vastgesteld in Richtlijn 2000/75/EG. (2) Wanneer vrijstellingen van het verbod op verplaatsingen van vatbare dieren, hun sperma, eicellen en embryo’s uit de beperkingsgebieden gelden voor dieren of producten bestemd voor intracommunautair handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, moeten de gezondheidscertificaten waarin voorzien wordt in Richtlijn 64/432/EEG van de Raad [3], Richtlijn 91/68/EEG van de Raad [4] en Richtlijn 92/65/EEG van de Raad [5] en waarnaar verwezen wordt in Beschikking 93/444/EEG van de Commissie [6] een verwijzing naar Verordening (EG) nr. 1266/2007 bevatten. De ervaring leert dat het opportuun is een aanvullende vermelding op al deze gezondheidscertificaten aan te brengen om de gezondheidsvoorwaarden te verduidelijken waaronder de dieren, het sperma, de eicellen en de embryo’s van het verplaatsingsverbod zijn vrijgesteld. (3) Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan [7], Richtlijn 89/556/EEG van de Raad van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo’s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen [8], Beschikking 95/388/EG van de Commissie van 19 september 1995 tot vaststelling van het model van het certificaat voor het intracommunautaire handelsverkeer van sperma, eicellen en embryo’s van schapen en geiten [9] en Beschikking 93/444/EEG bepalen dat de verplaatsingen van sperma, eicellen en embryo’s van runderen, schapen en geiten vergezeld moeten gaan van gezondheidscertificaten. (4) De ervaring leert dat die gezondheidscertificaten een verwijzing naar Verordening (EG) nr. 1266/2007 zouden moeten bevatten, wanneer vrijstellingen van het verbod op verplaatsingen van sperma, eicellen en embryo’s van vatbare dieren uit de beperkingsgebieden gelden. Er moet daarom een aanvullende vermelding op deze gezondheidscertificaten worden aangebracht om de gezondheidsvoorwaarden te verduidelijken waaronder het sperma, de eicellen en de embryo’s van het verplaatsingsverbod zijn vrijgesteld. (5) In vivo verkregen embryo’s en eicellen van runderen vormen geen significant risico wat bluetongue betreft. Daarom moeten ze van het verplaatsingsverbod worden vrijgesteld op voorwaarde dat de donordieren geen klinische tekenen van bluetongue vertonen op de dag waarop de embryo’s en eicellen worden gewonnen. (6) Ter wille van de duidelijkheid moet een aantal wijzigingen in de tekst worden opgenomen met betrekking tot de in de punten 6 en 7 van bijlage III vermelde natuurlijk geïmmuniseerde dieren en de bepalingen over eicellen en embryo’s. (7) Verordening (EG) nr. 1266/2007 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. (8) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1266/2007 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 31 maart 2008. Voor de Commissie Androulla Vassiliou Lid van de Commissie [1] PB L 327 van 22.12.2000, blz. 74. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/729/EG van de Commissie (PB L 294 van 13.11.2007, blz. 26). [2] PB L 283 van 27.10.2007, blz. 37. [3] PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/729/EG. [4] PB L 46 van 19.2.1991, blz. 19. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352). [5] PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/265/EG van de Commissie (PB L 114 van 1.5.2007, blz. 17). [6] PB L 208 van 19.8.1993, blz. 34. [7] PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2008/120/EG van de Commissie (PB L 42 van 16.2.2008, blz. 63). [8] PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2006/60/EG van de Commissie (PB L 31 van 3.2.2006, blz. 24). [9] PB L 234 van 3.10.1995, blz. 30. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2005/43/EG (PB L 20 van 22.1.2005, blz. 34). -------------------------------------------------- BIJLAGE Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1266/2007 wordt vervangen door: "BIJLAGE III Voorwaarden voor vrijstelling van het verplaatsingsverbod (als bedoeld in artikel 7, lid 2, onder a), en artikel 8, lid 1, onder a)) A. Dieren De dieren moeten tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen vectorculicoïdes zijn beschermd. Bovendien moet aan ten minste één van de in de punten 1 tot en met 7 vermelde voorwaarden worden voldaan: 1. De dieren zijn tot de verzending tijdens de seizoensgebonden vectorvrije periode, als vastgesteld in bijlage V, sinds hun geboorte of gedurende ten minste 60 dagen vóór de datum van verplaatsing in een seizoensgebonden bluetonguevrij gebied gehouden en zijn onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals van de Werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) [*] ("OIE Terrestrial Manual"), die niet eerder dan zeven dagen vóór de datum van verplaatsing is uitgevoerd en negatieve resultaten heeft opgeleverd. Die test voor de opsporing van ziekteverwekkers is echter niet nodig voor lidstaten of gebieden van lidstaten waar voldoende epidemiologische gegevens, verkregen bij de uitvoering van een monitoringprogramma gedurende minimaal drie jaren, de bepaling van de seizoensgebonden vectorvrije periode, als vastgesteld overeenkomstig bijlage V, mogelijk maken. De lidstaten die van die mogelijkheid gebruikmaken, stellen de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Wanneer de in dit punt bedoelde dieren bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Het dier (de dieren) is (zijn) tot de verzending in een seizoensgebonden bluetonguevrij gebied gehouden tijdens de seizoensgebonden vectorvrije periode die begon op … (datum vermelden) sinds hun geboorte of gedurende ten minste 60 dagen en zijn dan, in voorkomend geval (aangeven wat van toepassing is), overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual en met negatieve resultaten aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers op uiterlijk zeven dagen vóór de verzending genomen monsters onderworpen overeenkomstig bijlage III, deel A, punt 1, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". 2. De dieren zijn tot de verzending gedurende een periode van ten minste 60 dagen vóór de datum van verzending tegen vectoren beschermd. Wanneer de in dit punt bedoelde dieren bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Dier(en) in overeenstemming met bijlage III, deel A, punt 2, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". 3. De dieren zijn tot de verzending tijdens de seizoensgebonden vectorvrije periode, als vastgesteld overeenkomstig bijlage V, in een seizoensgebonden bluetonguevrij gebied gehouden of zijn gedurende een periode van ten minste 28 dagen tegen vectoren beschermd en zijn tijdens die periode, met negatieve resultaten, onderworpen aan een serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van antilichamen tegen de bluetonguevirusgroep, die ten minste 28 dagen na de datum van het begin van de periode van bescherming tegen vectoren of de seizoensgebonden vectorvrije periode is uitgevoerd. Wanneer de in dit punt bedoelde dieren bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Dier(en) in overeenstemming met bijlage III, deel A, punt 3, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". 4. De dieren zijn tot de verzending tijdens de seizoensgebonden vectorvrije periode, als vastgesteld overeenkomstig bijlage V, in een seizoensgebonden bluetonguevrij gebied gehouden of zijn gedurende een periode van ten minste 14 dagen tegen vectoren beschermd en zijn tijdens die periode, met negatieve resultaten, onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual, die ten minste 14 dagen na de datum van het begin van de periode van bescherming tegen vectoren of de seizoensgebonden vectorvrije periode is uitgevoerd. Wanneer de in dit punt bedoelde dieren bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Dier(en) in overeenstemming met bijlage III, deel A, punt 4, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". 5. De dieren zijn afkomstig zijn van een beslag dat overeenkomstig een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd vaccinatieprogramma is gevaccineerd en de dieren zijn gevaccineerd tegen het (de) serotype(s) dat (die) aanwezig is (zijn) of waarschijnlijk aanwezig is (zijn) in een epidemiologisch relevant geografisch gebied van oorsprong, de dieren bevinden zich nog in de immuniteitsperiode die wordt gegarandeerd in de specificaties van het in het vaccinatieprogramma goedgekeurde vaccin en de dieren voldoen aan ten minste één van de volgende eisen: a) zij zijn meer dan 60 dagen vóór de datum van verplaatsing gevaccineerd; b) zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd vóór ten minste het aantal dagen dat nodig is voor het begin van de immuniteitsbescherming, als aangegeven in de specificaties van het voor het vaccinatieprogramma goedgekeurde vaccin en zij zijn onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual, die met negatieve resultaten is uitgevoerd ten minste 14 dagen na het begin van de immuniteitsbescherming, als aangegeven in de specificaties van het in het vaccinatieprogramma goedgekeurde vaccin; c) zij waren eerder gevaccineerd en zijn opnieuw met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd binnen de immuniteitsperiode die wordt gegarandeerd in de specificaties van het in het vaccinatieprogramma goedgekeurde vaccin; d) zij zijn tijdens de seizoensgebonden vectorvrije periode, als vastgesteld overeenkomstig bijlage V, sinds hun geboorte of gedurende ten minste 60 dagen vóór de datum van vaccinatie in een seizoensgebonden bluetonguevrij gebied gehouden en zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd vóór ten minste het aantal dagen dat nodig is voor het begin van de immuniteitsbescherming, als aangegeven in de specificaties van het in het vaccinatieprogramma goedgekeurde vaccin. Wanneer de in dit punt bedoelde dieren bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Dier(en) gevaccineerd tegen bluetongueserotype(s) … (serotype(s) invullen) met … (naam van het vaccin invullen) met een geïnactiveerd/gemodificeerd levend vaccin (aangeven wat van toepassing is) in overeenstemming met bijlage III, deel A, punt 5, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". 6. De dieren zijn nooit tegen bluetongue gevaccineerd en altijd gehouden in een epidemiologisch relevant geografisch gebied van oorsprong waar niet meer dan één serotype aanwezig was, aanwezig is of waarschijnlijk aanwezig is en: a) zij zijn met positieve resultaten onderworpen aan een serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van antilichamen tegen het bluetonguevirusserotype; de test moet worden uitgevoerd tussen 60 en 360 dagen vóór de datum van verplaatsing; of b) zij zijn met positieve resultaten onderworpen aan een serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van antilichamen tegen het bluetonguevirusserotype; de test moet ten minste 30 dagen vóór de datum van verplaatsing worden uitgevoerd en de dieren zijn onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual, die met negatieve resultaten niet eerder dan zeven dagen vóór de datum van de verplaatsing is uitgevoerd. Wanneer de in dit punt bedoelde dieren bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Dier(en) onderworpen aan een serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van antilichamen tegen het bluetonguevirusserotype … (serotype vermelden) in overeenstemming met bijlage III, deel A, punt 6, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". 7. De dieren zijn nooit tegen bluetongue gevaccineerd en zijn met positieve resultaten voor alle serotypes die in het epidemiologisch relevante geografische gebied van oorsprong aanwezig zijn of waarschijnlijk aanwezig zijn, onderworpen aan een passende specifieke serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van de specifieke antilichamen tegen alle aanwezige of waarschijnlijk aanwezige bluetonguevirusserotypes, en a) de serologische test voor het specifieke serotype wordt uitgevoerd tussen 60 en 360 dagen vóór de datum van verplaatsing; of b) de serologische test voor het specifieke serotype wordt ten minste 30 dagen vóór de datum van verplaatsing uitgevoerd en de dieren zijn onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual, die met negatieve resultaten niet eerder dan zeven dagen vóór de datum van de verplaatsing is uitgevoerd. Wanneer de in dit punt bedoelde dieren bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Dier(en) onderworpen aan een specifieke serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van antilichamen tegen alle aanwezige of wellicht aanwezige bluetonguevirusserotypes … (serotypes vermelden) in overeenstemming met bijlage III, deel A, punt 7, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". B. Sperma van dieren Het sperma moet zijn verkregen van donordieren die aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoen: a) zij zijn buiten een beperkingsgebied gehouden gedurende een periode van ten minste 60 dagen vóór het begin van en tijdens de winning van het sperma; b) zij zijn tegen vectoren beschermd gedurende een periode van ten minste 60 dagen vóór het begin van en tijdens de winning van het sperma; c) zij zijn tijdens de seizoensgebonden vectorvrije periode in een seizoensgebonden bluetonguevrij gebied, als vastgesteld overeenkomstig bijlage V, gehouden gedurende een periode van ten minste 60 dagen vóór het begin van en tijdens de winning van het sperma en zijn onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual, die met negatieve resultaten niet eerder dan zeven dagen vóór de begindatum van de winning van het sperma is uitgevoerd. Die test voor de opsporing van ziekteverwekkers is echter niet nodig in lidstaten of gebieden van lidstaten waar voldoende epidemiologische gegevens, verkregen bij de uitvoering van een monitoringprogramma gedurende een periode van minimaal drie jaren, de bepaling van de seizoensgebonden vectorvrije periode, als vastgesteld in bijlage V, mogelijk maken. De lidstaten die van die mogelijkheid gebruikmaken, stellen de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. d) zij zijn ten minste elke 60 dagen tijdens de winningsperiode en tussen 21 en 60 dagen na de winning van de laatste hoeveelheid met negatieve resultaten onderworpen aan een serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van antilichamen tegen de bluetonguevirusgroep; e) zij zijn met negatieve resultaten onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual, die is uitgevoerd op bloedmonsters die zijn verzameld: i) aan het begin van de spermawinning en bij het winnen van de laatste hoeveelheid; en tevens ii) tijdens de spermawinning: - ten minste elke zeven dagen bij een virusisolatietest, - ten minste elke 28 dagen bij een polymerase-kettingreactietest (PCR). Wanneer het in dit deel bedoelde sperma bestemd is voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in Richtlijn 88/407/EEG van de Raad [**] en Beschikking 95/388/EG van de Commissie [***] of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Sperma van donordieren die voldoen aan … (punt a), b), c), d) of e), aangeven wat van toepassing is) van bijlage III, deel B, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". C. Eicellen en embryo’s van dieren 1. In vivo verkregen embryo’s en eicellen van runderen moeten zijn verkregen van donordieren die geen klinische tekenen van bluetongue vertonen op de dag van de winning. 2. Embryo’s en eicellen van andere dieren dan runderen en in vitro geproduceerde embryo’s van runderen moeten zijn verkregen van donordieren die aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoen: a) zij zijn buiten een beperkingsgebied gehouden gedurende een periode van ten minste 60 dagen vóór het begin van en tijdens de winning van de embryo’s/eicellen; b) zij zijn beschermd tegen vectoren gedurende een periode van ten minste 60 dagen vóór het begin van en tijdens de winning van de embryo’s/eicellen; c) zij zijn tussen 21 en 60 dagen na de winning van de embryo’s/eicellen met negatieve resultaten onderworpen aan een serologische test overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual voor de opsporing van antilichamen tegen de bluetonguevirusgroep; d) zij zijn met negatieve resultaten onderworpen aan een test voor de opsporing van ziekteverwekkers overeenkomstig het OIE Terrestrial Manual, die is uitgevoerd op een bloedmonster dat op de dag van de winning van de embryo’s/eicellen is genomen. 3. Wanneer de in de punten 1 en 2 bedoelde eicellen en embryo’s bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar een derde land, wordt de volgende zin toegevoegd aan de overeenkomstige gezondheidscertificaten, vastgesteld in Richtlijn 89/556/EEG van de Raad [****] en Beschikking 95/388/EG van de Commissie of bedoeld in Beschikking 93/444/EEG: "Embryo’s/eicellen van donordieren die voldoen aan … (punt 1; punt 2a), 2b), 2c) of 2d), aangeven wat van toepassing is) van bijlage III, deel C, bij Verordening (EG) nr. 1266/2007.". Punt 2, onder a), van bijlage B bij Richtlijn 89/556/EEG geldt niet voor eicellen en embryo’s van donordieren die worden gehouden op een bedrijf waartegen veterinairrechtelijke verbods- of quarantainemaatregelen in verband met bluetongue zijn uitgevaardigd. [*] http://www.oie.int/eng/normes/en_mcode.htm?e1d10 [**] PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10. [***] PB L 234 van 3.10.1995, blz. 30. [****] PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1." --------------------------------------------------