Gemeenschappelijk Optreden 2008/113/GBVB van de Raad van 12 februari 2008 ter ondersteuning van het internationaal instrument waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (SALW) in het kader van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor

Publicatieblad Nr. L 040 van 14/02/2008 blz. 0016 - 0019


Gemeenschappelijk Optreden 2008/113/GBVB van de Raad

van 12 februari 2008

ter ondersteuning van het internationaal instrument waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (SALW) in het kader van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 8 december 2005 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een internationaal instrument aangenomen waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (SALW) (hierna "internationaal traceringsinstrument").

(2) Op 15- 16 december 2005 heeft de Europese Raad de EU-strategie aangenomen ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in SALW en munitie daarvoor (hierna "SALW-Strategie van de Europese Unie"), die oproept tot het verlenen van steun voor de aanneming van een juridisch bindend internationaal instrument over de tracering en markering van SALW en munitie daarvoor.

(3) Door de aanneming van het internationaal traceringsinstrument hebben de staten zich ertoe verbonden een aantal maatregelen te nemen om te bewerkstelligen dat SALW adequaat gemarkeerd en geregistreerd worden, en om de samenwerking bij het traceren van illegale SALW te intensiveren. Met name dienden de staten ervoor te zorgen dat zij wapens kunnen traceren en kunnen ingaan op traceringsverzoeken conform de eisen van het internationaal traceringsinstrument. Het instrument verklaart dat de staten in voorkomend geval zullen samenwerken met de Verenigde Naties om de effectieve uitvoering van dit instrument te ondersteunen.

(4) Op 6 december 2006 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties resolutie 61/66 over "de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten" aangenomen waarin de staten worden opgeroepen het internationaal traceringsinstrument uit te voeren en zich op de uitvoering ervan te beraden tijdens de tweejaarlijkse bijeenkomst van staten in 2008.

(5) In de financiële en administratieve kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de VN is voor beide partijen een kader vastgesteld om hun samenwerking te verbeteren, onder andere door een programmapartnerschap. Deze kaderovereenkomst moet worden uitgevoerd door middel van de financieringsovereenkomst als omschreven in dit gemeenschappelijk optreden.

(6) Het VN-secretariaat (VN-Bureau voor ontwapeningszaken) vraagt overeenkomstig de punten 27, 29 en 30 van het internationaal traceringsinstrument om financiële bijstand om de activiteiten te ondersteunen die gericht zijn op het bevorderen van het internationaal traceringsinstrument,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De Europese Unie zet zich in voor een internationaal traceringsinstrument.

2. Om de in punt 1 genoemde doelstelling te verwezenlijken, zal de Europese Unie een project van het VN-Bureau voor ontwapeningszaken (hierna "UN-ODA") ter bevordering van het internationaal traceringsinstrument in 2008 ondersteunen, dat drie regionale workshops omvat om de bevoegde overheidsfunctionarissen (met inbegrip van SALW-contactpunten, rechtshandhavingsautoriteiten, leden van nationale coördinerende instanties en parlementsleden) beter bekend te maken met de bepalingen van het instrument.

In de bijlage gaat een beschrijving van het project.

Artikel 2

1. Het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger (SG/HV), is samen met de Commissie verantwoordelijk voor de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden. De Commissie wordt ten volle bij de werkzaamheden betrokken.

2. Het UN-ODA zorgt voor de technische implementatie van de met de EU-bijdrage gefinancierde activiteiten en voert zijn taken uit onder toezicht van de SG/HV, die het voorzitterschap bijstaat. Daartoe treft de SG/HV de nodige regelingen met het UN-ODA.

3. Conform hun respectieve bevoegdheden houden het voorzitterschap, de SG/HV en de Commissie elkaar regelmatig op de hoogte omtrent de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden.

Artikel 3

1. Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden beloopt 299825 EUR, te financieren uit de algemene begroting van de Europese Unie.

2. De met het in lid 1 genoemde bedrag gefinancierde uitgaven worden beheerd met inachtneming van de procedures en voorschriften van de Gemeenschap die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Europese Unie.

3. De Commissie ziet toe op het correcte beheer van de in lid 2 bedoelde uitgaven, die als schenking worden verstrekt. Hiertoe sluit zij een financieringsovereenkomst met het UN-ODA. In de financieringsovereenkomst wordt bepaald dat het UN-ODA er zorg voor moet dragen dat de EU-bijdrage zichtbaar is in een mate die overeenstemt met haar omvang.

4. De Commissie stelt alles in het werk om de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit gemeenschappelijk optreden te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.

Artikel 4

Het voorzitterschap, bijgestaan door de SG/HV, brengt bij de Raad verslag uit over de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden aan de hand van verslagen die door het UN-ODA worden opgesteld. Deze verslagen zullen de basis vormen voor de evaluatie door de Raad. De Commissie wordt volledig bij de werkzaamheden betrokken. Zij brengt verslag uit over de financiële aspecten van de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden.

Artikel 5

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Het verstrijkt 12 maanden na de datum waarop de in artikel 3, lid 3, bedoelde financieringsovereenkomst is gesloten, of 6 maanden na de datum waarop dit gemeenschappelijk optreden is vastgesteld, indien er binnen die termijn geen financieringsovereenkomst gesloten is.

Artikel 6

Dit gemeenschappelijk optreden wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Gedaan te Brussel, 12 februari 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

A. Bajuk

--------------------------------------------------

BIJLAGE

EU-BIJDRAGE AAN HET VN-PROJECT TER ONDERSTEUNING VAN HET INTERNATIONAAL TRACERINGSINSTRUMENT

1. Inleiding

Het VN-Secretariaat (Bureau voor ontwapeningszaken) (hierna het "UN-ODA"), is voornemens in 2008 een aantal regionale en subregionale workshops te organiseren om bevoegde overheidsfunctionarissen (met inbegrip van SALW-contactpunten, rechtshandhavingsambtenaren, leden van nationale coördinerende instanties, en parlementsleden) beter bekend te maken met de bepalingen van het op 8 december 2005 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen internationaal instrument waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (internationaal traceringsinstrument).

2. Projectbeschrijving

De tweedaagse workshops zullen praktijkgericht zijn en de deelnemers informatie verstrekken die moet leiden tot verbetering van hun inzicht in het internationaal traceringsinstrument en zijn betekenis, en in de capaciteiten, vaardigheden en middelen die nodig zijn om het op nationaal niveau uit te voeren. Voorts zal in de workshops worden begonnen met een landenspecifieke behoefteraming.

De Afdeling Conventionele Wapens (CAB) van het UN-ODA is voornemens de workshops te plannen en te laten plaatsvinden in samenwerking met de Regionale Afdeling Ontwapening van het Bureau, dat de drie regionale ontwapeningscentra van de Verenigde Naties omvat. Voorts zal het UN-ODA zich beijveren om in partnerschap te werken met belangstellende overheden, bevoegde regionale en/of subregionale organisaties, internationale organisaties en maatschappelijke organisaties met deskundigheid op het gebied van het markeren en traceren van SALW, met inbegrip van het Internationales Zentrum für Konversion, BICC) in Bonn, de Groupe de Recherche et d’Information sur la Paix et la Securité (GRIP) en de Small Arms Survey (SAS). In nauwe samenwerking met Interpol zullen ook technische presentaties worden gegeven om de deelnemers vertrouwd te maken met de beschikbare technische instrumenten en om de rechtshandhavingsambtenaren bij te staan bij de identificatie en de tracering van illegale SALW.

2.1. West-Afrika

Mogelijke locaties voor de workshops in West-Afrika zijn Bamako (Mali), Abuja (Nigeria), Libreville (Gabon) of het Regionaal Centrum van de VN voor vrede en ontwapening in Lomé (Togo). Het definitieve besluit over de locatie van de workshop zal worden genomen door het UN-ODA, in coördinatie met het voorzitterschap, bijgestaan door de SG/HV.

De lidstaten van de subregionale organisaties "Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten" (Ecowas) en "Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten (ECCAS)" komen in aanmerking om deel te nemen aan [1] de workshop:

Ecowas: Benin, Burkina Faso, Kaapverdië, Ivoorkust, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Liberia, Mali, Niger, Nigeria, Senegal, Sierra Leone, Togo. ECCAS: Angola, Burundi, Democratische Republiek Congo, Rwanda, Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Congo, Gabon, Equatoriaal-Guinea, Sao Tomé en Principe.

2.2. Azië

De workshop in Azië zal plaatsvinden in Seoel, Republiek Korea.

De volgende landen komen in aanmerking om deel te nemen aan de workshop:

Afghanistan, Australië [2], Bangladesh, Cambodja, China, India, Indonesië, Japan [2], Kazachstan, Kirgizië, Maleisië, Myanmar, Nepal, Pakistan, Papoea-Nieuw-Guinea, Filipijnen, Solomon Eilanden, Sri Lanka, Tadzjikistan, Thailand, Oost-Timor, Turkmenistan, Oezbekistan, Vietnam.

2.3. Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied

De workshop in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied zal plaatsvinden in Brazilië. Het definitieve besluit over de locatie van de workshop zal worden genomen door het UN-ODA, in coördinatie met het voorzitterschap, bijgestaan door de SG/HV.

De volgende landen komen in aanmerking om deel te nemen aan de workshop:

Argentinië, Bahamas, Barbados, Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Cuba, Costa Rica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Guyana, Haïti, Honduras, Jamaica, Mexico, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru, Trinidad en Tobago, Uruguay, Venezuela.

3. Duur

De totale duur van de projecten wordt op 12 maanden geraamd.

4. Begunstigden

De begunstigden van de seminars zijn staten in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, als hierboven aangegeven, die volgens het UN-ODA een beter inzicht in de bepalingen van het Internationaal markeringsinstrument moeten krijgen, en moeten vaststellen welke capaciteiten, vaardigheden en middelen nodig zijn om het op nationaal niveau uit te voeren.

Potentiële regionale en andere verleners van technische bijstand, en bevoegde internationale en subregionale organisaties zullen ook uitgenodigd worden om deel te nemen.

5. Uitvoeringsorgaan

In het kader van zijn algemene verantwoordelijkheid zal het VN-Secretariaat (Bureau voor ontwapeningszaken) de uit de EU-bijdrage voortvloeiende technische activiteiten als bepaald in dit gemeenschappelijk optreden uitvoeren onder controle van de SG/HV, die het voorzitterschap bijstaat.

6. Totale geraamde kosten van het project en financiële bijdrage van de EU

De projecten worden gecofinancierd door de Europese Unie en andere donoren. De deelname van vertegenwoordigers van begunstigde staten en deskundigen aan de workshops, met uitzondering van VN-personeel, alsmede de conferentiekosten worden uit de EU-bijdrage betaald. Met de Europese Unie-bijdrage worden alle voor de workshops in Afrika in aanmerking komende activiteiten gefinancierd. Uitgaven van betrokken regionale en subregionale organisaties kunnen ook worden gefinancierd, voor zover deze rechtstreeks verband houden met hun deelname aan activiteiten in het kader van de projecten. Het UN-ODA is belast met de algemene coördinatie van de bijdragen van andere donoren die de resterende kosten van het project zullen financieren.

De totale kosten van het project bedragen 798800 USD, waaraan de Europese Unie 299825 EUR zal bijdragen.

[1] Het UN-ODA zal in december 2007 een workshop organiseren voor het noorden, het oosten en het zuiden van Afrika.

[2] De overheden van Australië en Japan zullen de reiskosten van hun deelnemers betalen.

--------------------------------------------------


Beheerd door het Publicatiebureau