2007/552/EG: Beschikking van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 3852) Voor de EER relevante tekst
Publicatieblad Nr. L 206 van 07/08/2007 blz. 0010 - 0021
20070806 Beschikking van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 3852) (Voor de EER relevante tekst) (2007/552/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt [1], en met name op artikel 10, lid 3, Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt [2], en met name op artikel 9, lid 3, Overwegende hetgeen volgt: (1) In het Verenigd Koninkrijk is een uitbraak van mond- en klauwzeer geconstateerd. (2) De situatie met betrekking tot mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk kan, in verband met het op de markt brengen van en de handel in levende evenhoevige dieren en bepaalde producten daarvan, een gevaar opleveren voor de veebeslagen in andere lidstaten. (3) Het Verenigd Koninkrijk heeft maatregelen genomen op grond van Richtlijn 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG [3], en heeft aanvullende maatregelen genomen in de besmette gebieden. (4) De diergezondheidssituatie in het Verenigd Koninkrijk vereist dat de maatregelen die het Verenigd Koninkrijk heeft genomen om mond- en klauwzeer te bestrijden, in samenwerking met de betrokken lidstaat en in afwachting van de bijeenkomst van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid worden verscherpt door de vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen van de Gemeenschap. (5) Richtlijn 64/432/EEG [4] betreft veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer van runderen en varkens. (6) Richtlijn 91/68/EEG [5] van de Raad betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer van schapen en geiten. (7) Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG [6] geldt, betreft onder meer de handel in andere evenhoevigen en in sperma, eicellen en embryo's van schapen en geiten, en in embryo's van varkens. (8) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong [7] betreft onder meer de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees, gehakt vlees, separatorvlees, vleesbereidingen, vlees van gekweekt wild, vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, en zuivelproducten. (9) Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong [8] betreft onder andere het aanbrengen van een gezondheidsmerk op voedsel van dierlijke oorsprong. (10) Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong [9] voorziet in een specifieke behandeling van vleesproducten die de inactivering van het mond- en klauwzeervirus in producten van dierlijke oorsprong garandeert. (11) Beschikking 2001/304/EG van de Commissie van 11 april 2001 inzake het merken en het gebruik van bepaalde dierlijke producten in verband met Beschikking 2001/172/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk [10] betreft het aanbrengen van een specifiek keurmerk op bepaalde producten van dierlijke oorsprong die uitsluitend op de nationale markt worden gebracht. (12) Bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad [11] zijn veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften vastgesteld voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG. (13) Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten [12] voorziet in een aantal behandelingen van dierlijke bijproducten om het mond- en klauwziektevirus te inactiveren. (14) Bij Richtlijn 88/407/EEG van de Raad [13] zijn veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer van diepgevroren sperma van runderen. (15) Richtlijn 89/556/EEG van de Raad [14] betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van embryo's van als huisdier gehouden runderen. (16) Bij Richtlijn 90/429/EEG van de Raad [15] zijn de veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan. (17) Richtlijn 90/426/EEG van de Raad [16] betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen. (18) (1)De situatie zal opnieuw worden bezien in de voor 8 augustus 2007 geplande vergadering van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid en de maatregelen zullen, indien nodig, worden bijgesteld, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Onverminderd de maatregelen die het Verenigd Koninkrijk heeft genomen in het kader van Richtlijn 2003/85/EG van de Raad, en met name de instelling van een tijdelijk bestrijdingsgebied overeenkomstig artikel 7, lid 1, en van een verplaatsingsverbod overeenkomstig artikel 7, lid 3, van die richtlijn, zorgt het Verenigd Koninkrijk ervoor dat de volgende maatregelen worden getroffen: 1) levende runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren worden niet verplaatst binnen het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied; 2) levende runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren worden niet verzonden uit of verplaatst via het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied; 3) onverminderd de door de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toegepaste beperkende maatregelen inzake verplaatsingen van ziektegevoelige dieren in en via Groot-Brittannië en in afwijking van het bepaalde in punt 2 mogen de bevoegde autoriteiten rechtstreeks en ononderbroken transitvervoer van evenhoevige dieren via hoofdwegen en spoorlijnen door het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied toestaan; 4) op bij Richtlijn 64/432/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaten voor levende runderen en varkens en op de bij Richtlijn 91/68/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaten voor levende schapen en geiten wordt de volgende vermelding aangebracht als de dieren naar andere lidstaten worden verzonden uit andere delen van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk dan het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied: "Deze dieren voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk."; 5) op de gezondheidscertificaten voor andere evenhoevige dieren dan die waarvoor de in punt 4 bedoelde certificaten worden afgegeven, die naar andere lidstaten worden verzonden uit andere delen van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk dan het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied, wordt de volgende vermelding aangebracht "Deze levende evenhoevige dieren voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk."; 6) verplaatsingen naar andere lidstaten van dieren die vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat als bedoeld in punt 4 of punt 5, worden alleen toegestaan als de plaatselijke veterinaire autoriteit drie dagen tevoren een melding ter zake heeft verzonden aan de centrale en plaatselijke veterinaire autoriteiten in de lidstaat van bestemming. Artikel 2 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen vlees, als bedoeld in lid 2, van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren dat afkomstig is uit of dat is verkregen van dieren uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Vlees als bedoeld in lid 1 omvat "vers vlees", "gehakt vlees", "separatorvlees" en "vleesbereidingen" als omschreven in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004. 3. Vlees dat overeenkomstig het bepaalde in deze beschikking niet uit het Verenigd Koninkrijk mag worden verzonden, wordt voorzien van het overeenkomstig artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2002/99/EG van de Raad of in Beschikking 2001/304/EG van de Commissie vastgestelde keurmerk. 4. Op voorwaarde dat het vlees duidelijk is geïdentificeerd en dat het sedert de productiedatum bij vervoer en opslag gescheiden is gehouden van vlees dat overeenkomstig het bepaalde in deze beschikking niet uit het in bijlage I omschreven gebied mag worden verzonden, geldt het in lid 1 vastgestelde verbod niet voor vlees als bedoeld in lid 2 dat is voorzien van het in hoofdstuk III van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde keurmerk, en dat: a) vóór 15 juli 2007 is verkregen, of b) is verkregen van dieren die zijn gehouden en geslacht of, wanneer het gaat om vlees van vrij wild van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten, gedood buiten het in bijlage II omschreven gebied. 5. De controle op de inachtneming van bovengenoemde voorschriften wordt uitgeoefend door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten. 6. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden buiten het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied en die, in afwijking van het bepaalde in artikel 1, punten 1 en 2, rechtstreeks, onder officiële controle, in verzegelde vervoermiddelen en voor onmiddellijke slachting zijn vervoerd naar een slachthuis dat ligt in het in bijlage I omschreven gebied, maar buiten het beschermingsgebied. Dit vlees mag alleen in het in bijlage I genoemde gebied op de markt worden gebracht met inachtneming van de volgende voorwaarden: - al dit verse vlees wordt voorzien van het overeenkomstig artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2002/99/EG van de Raad of in Beschikking 2001/304/EG van de Commissie vastgestelde keurmerk; - in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle; - het verse vlees wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees dat niet uit het Verenigd Koninkrijk mag worden verzonden; - de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend. 7. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor vers vlees dat in uitsnijderijen in het in bijlage I omschreven gebied is verkregen met inachtneming van de volgende voorwaarden: - in de inrichting wordt, op één en dezelfde dag, alleen vers vlees verwerkt als omschreven in lid 4. Reiniging en ontsmetting zijn vereist wanneer vlees is verwerkt dat niet aan deze eis voldoet; - al dit verse vlees wordt voorzien van het in hoofdstuk III van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde keurmerk; - in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle; - het verse vlees wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees dat niet uit het in bijlage I omschreven gebied mag worden verzonden; - de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend. 8. Vlees dat uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten wordt verzonden, gaat vergezeld van een door een officiële dierenarts afgegeven certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Dit vlees voldoet aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk." Artikel 3 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I omschreven gebied, of die zijn bereid met vlees van dieren uit bovenbedoeld gebied. 2. Op voorwaarde dat de vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, duidelijk zijn geïdentificeerd en dat zij sedert de productiedatum bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, die overeenkomstig het bepaalde in deze beschikking niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden, geldt het in lid 1 vastgestelde verbod niet voor vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, die zijn voorzien van het in hoofdstuk III van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde keurmerk en: a) die zijn bereid met vlees zoals omschreven in artikel 2, lid 4, of b) die ten minste een van de in deel 1 van bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG voor mond- en klauwzeer toepasselijke behandelingen hebben ondergaan. 3. De controle op de inachtneming van bovengenoemde voorschriften wordt uitgeoefend door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de overige lidstaten en de Commissie de lijst meedelen van inrichtingen die zij op grond van deze bepaling hebben erkend. 4. Vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten worden verzonden, gaan vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, die aan de in lid 2 vastgestelde eisen voldoen en die zijn verkregen in een inrichting die zowel HACCP [17] toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2 vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan voor vleesproducten, met inbegrip van behandelde magen, blazen en darmen, die een zodanige hittebehandeling als bedoeld in lid 2, onder b), in hermetisch gesloten recipiënten hebben ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast. Artikel 4 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melk uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor melk die ten minste een behandeling heeft ondergaan overeenkomstig: a) deel A van bijlage IX bij Richtlijn 2003/85/EG, indien de melk voor menselijke consumptie is bestemd; of b) deel B van bijlage IX bij Richtlijn 2003/85/EG, indien de melk niet voor menselijke consumptie is bestemd of bestemd is voor de voeding van dieren van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten. 3. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor melk die in inrichtingen in het in bijlage I omschreven gebied is bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden: a) alle in de inrichting gebruikte melk voldoet aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden of is afkomstig van dieren die worden gehouden en gemolken buiten het in bijlage I omschreven gebied; b) in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle; c) de melk wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van melk en zuivelproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden; d) rauwe melk die afkomstig is van bedrijven buiten het in bijlage I omschreven gebied, wordt naar bovenbedoelde inrichtingen vervoerd in voertuigen die voorafgaand aan dat vervoer zijn gereinigd en ontsmet en die vervolgens niet in contact zijn geweest met in het in bijlage I omschreven gebied gelegen bedrijven waar dieren worden gehouden van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten; e) de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend. 4. Melk die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten wordt verzonden, gaat vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze melk voldoet aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan voor melk die aan de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen voldoet en die is verwerkt in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan voor melk die aan de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen voldoet en die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten heeft ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaat van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast. Artikel 5 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde zuivelproducten uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde zuivelproducten: a) die vóór 15 juli 2007 zijn bereid; of b) die zijn bereid met melk die voldoet aan het bepaalde in artikel 4, lid 2 of lid 3; c) die worden uitgevoerd naar een derde land waar dergelijke producten mogen worden ingevoerd nadat ze een andere dan de bij deze beschikking vastgestelde behandeling hebben ondergaan, die inactivering van het mond- en klauwzeervirus garandeert. 3. Onverminderd sectie IX, hoofdstuk II, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 geldt het in lid 1 vastgestelde verbod niet voor voor menselijke consumptie bestemde zuivelproducten: a) die zijn vervaardigd met melk met een gecontroleerde pH van minder dan 7,0 en die een hittebehandeling hebben ondergaan bij een temperatuur van ten minste 72 °C gedurende ten minste 15 seconden, met dien verstande dat een dergelijke behandeling niet vereist is voor eindproducten waarvan de ingrediënten aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften voldoen; b) die zijn vervaardigd met rauwe melk van runderen, schapen of geiten die ten minste de laatste 30 dagen hebben verbleven op een bedrijf dat is gelegen in het in bijlage I omschreven gebied en waarrond zich binnen een straal van ten minste 10 km in de laatste 30 dagen voordat de rauwe melk is geproduceerd, geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan, die zijn onderworpen aan een rijping gedurende ten minste 90 dagen bij een pH van ten hoogste 6,0 in het gehele product, en waarvan de korst direct vóór het aanbrengen van de verpakking of de onmiddellijke verpakking is behandeld met 0,2 %-ig citroenzuur. 4. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor: a) zuivelproducten die in inrichtingen in het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden: - alle in de inrichting gebruikte melk voldoet aan de in artikel 4, lid 2, vastgestelde voorwaarden of is afkomstig van dieren die worden gehouden buiten het in bijlage I omschreven gebied; - alle in het eindproduct gebruikte zuivelproducten voldoen aan de in lid 2, onder a) en b), of in lid 3 vastgestelde voorwaarden of zijn bereid met melk afkomstig van dieren die worden gehouden buiten het in bijlage I omschreven gebied; - in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle; - de zuivelproducten worden duidelijk geïdentificeerd en worden bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van melk en zuivelproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden; - de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde autoriteit onder de verantwoordelijkheid van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend; b) zuivelproducten die buiten het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met melk die vóór 15 juli 2007 is verkregen in het in bijlage I omschreven gebied, op voorwaarde dat de zuivelproducten duidelijk zijn geïdentificeerd en bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van zuivelproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden. 5. Zuivelproducten die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten worden verzonden, gaan vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze zuivelproducten voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 6. In afwijking van lid 5 kan voor zuivelproducten die voldoen aan de in lid 2, onder a) en b), lid 3 en lid 4, vastgestelde eisen en die zijn verwerkt in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2, onder a) en b), lid 3 en lid 4, vastgestelde eisen wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1. 7. In afwijking van het bepaalde in lid 5 kan voor zuivelproducten die aan de in lid 2, onder a) en b), lid 3 en lid 4, vastgestelde eisen voldoen en die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten hebben ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast. Artikel 6 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen sperma, eicellen en embryo's van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I omschreven gebied naar andere delen van zijn grondgebied. 2. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen sperma, eicellen en embryo's van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied. 3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde verbodsbepalingen gelden niet voor: a) diepgevroren sperma van runderen en van varkens dat is verkregen vóór 15 juli 2007, en b) diepgevroren sperma van runderen en van varkens en embryo's van runderen, dat/die met inachtneming van het bepaalde in de Richtlijnen 88/407/EEG, 90/429/EEG, respectievelijk 89/556/EEG van de Raad in het Verenigd Koninkrijk is/zijn ingevoerd en dat/die sedertdien tijdens de opslag en het transport gescheiden is/zijn gehouden van sperma en embryo's die op grond van de leden 1 en 2 niet mag/mogen worden verzonden. Vóór de verzending van het sperma deelt het Verenigd Koninkrijk de lijst van de in het kader van dit lid erkende centra mee aan de Commissie en aan de andere lidstaten. 4. Op het bij Richtlijn 88/407/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden diepgevroren sperma van runderen vergezeld gaat, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Dit diepgevroren sperma van runderen voldoet aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 5. Op het bij Richtlijn 90/429/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden diepgevroren sperma van varkens vergezeld gaat, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Dit diepgevroren sperma van varkens voldoet aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 6. Op het bij Richtlijn 89/556/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden embryo's van runderen vergezeld gaan, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze embryo's van runderen voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". Artikel 7 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen huiden van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor huiden die vóór 15 juli 2007 zijn verkregen of die voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in hoofdstuk VI, deel A, punt 2, onder c) of d), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002. Behandelde huiden moeten zorgvuldig gescheiden worden gehouden van onbehandelde huiden. 3. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat huiden van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren die naar andere lidstaten worden verzonden, vergezeld gaan van een certificaat met de volgende vermelding: "Deze huiden voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor huiden die aan de in hoofdstuk VI, deel A, punt 1, onder b) tot en met e), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 vastgestelde eisen voldoen, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard dat zij voldoen aan de eisen inzake de behandeling die zijn vastgesteld in hoofdstuk VI, deel A, lid 2, punt 1, onder b) tot en met e), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor huiden die aan de in hoofdstuk VI, deel A, punt 2, onder c) of d), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 vastgestelde eisen voldoen, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in hoofdstuk VI, deel A, punt 2, onder c) of d), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1. Artikel 8 1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren afkomstige producten die niet in de artikelen 2 tot en met 7 zijn genoemd en die na 15 juli 2007 zijn vervaardigd, uit het in bijlage I omschreven gebied. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen gier of vaste mest uit het in bijlage I omschreven gebied. 2. Het in lid 1, eerste alinea, vastgestelde verbod geldt niet voor: a) dierlijke producten die één van de volgende behandelingen hebben ondergaan: - een hittebehandeling in een hermetisch gesloten recipiënt, bij een Fo-waarde van ten minste 3,0, of - een hittebehandeling waarbij de kerntemperatuur op ten minste 70 °C wordt gebracht; b) bloed en bloedproducten als omschreven in de leden 4 en 5 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1774/2002, die ten minste een van de behandelingen hebben ondergaan die zijn genoemd in hoofdstuk IV, deel A, punt 3, onder a), ii), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002, gevolgd door een test op de doeltreffendheid; c) reuzel en gesmolten vet die de in hoofdstuk IV, deel B, punt 2, onder d), iv), van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 voorgeschreven hittebehandeling hebben ondergaan; d) dierlijke darmen die zijn gereinigd, geslijmd en vervolgens gezouten, geblancheerd of gedroogd, waarna doeltreffende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat de darmen opnieuw verontreinigd worden; e) schapenwol, haar van herkauwers en varkenshaar, machinaal gewassen of via looiing verkregen, en onbewerkte schapenwol, onbewerkt haar van herkauwers en onbewerkt varkenshaar, droog en veilig verpakt; f) voeder voor gezelschapsdieren dat aan de in hoofdstuk II, deel B, punten 2 tot en met 4, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 vastgestelde eisen voldoet; g) mengproducten waarvoor geen verdere behandeling vereist is en die producten van dierlijke oorsprong bevatten, met dien verstande dat de behandeling niet vereist is voor eindproducten waarvan de ingrediënten aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften voldoen; h) jachttrofeeën als bedoeld in hoofdstuk VII, deel A, punt 1, 3 of 4, van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002; i) verpakte producten bestemd voor gebruik als in-vitrodiagnosticum of als laboratoriumreagens. 3. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat de in lid 2 bedoelde dierlijke producten die naar andere lidstaten worden verzonden, vergezeld gaan van een officieel certificaat met de volgende vermelding: "Deze dierlijke producten voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". 4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan voor de in lid 2, onder b), c) en d), genoemde producten ermee worden volstaan dat de inachtneming van de eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument dat krachtens de ter zake geldende communautaire wetgeving is vereist en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan voor de in lid 2, onder e), genoemde producten ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin is vermeld dat zij machinaal zijn gewassen, via looiing zijn verkregen of voldoen aan hoofdstuk VIII, punten 1 en 4, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan voor de in lid 2, onder g), genoemde producten die zijn vervaardigd in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat ingrediënten die reeds een behandeling of verwerking hebben ondergaan, voldoen aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften, ermee worden volstaan dat dit wordt vermeld in het handelsdocument dat de zending vergezelt en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1. 7. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan voor de in lid 2, onder i), genoemde producten ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard dat de producten bestemd zijn voor gebruik als in-vitrodiagnosticum of als laboratoriumreagens, op voorwaarde dat op de producten op duidelijke wijze de vermelding "uitsluitend voor gebruik als in-vitrodiagnosticum" of "uitsluitend voor gebruik als laboratoriumreagens" is aangebracht. Artikel 9 1. In de gevallen waarin naar dit artikel wordt verwezen, zien de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk erop toe dat het krachtens de communautaire wetgeving voor het intracommunautaire handelsverkeer vereiste handelsdocument wordt aangevuld met een kopie van een officieel certificaat waarin wordt verklaard dat het productieproces is gecontroleerd, in overeenstemming is bevonden met de ter zake geldende communautaire wetgeving en toereikend is om het mond- en klauwzeervirus te vernietigen of dat de betrokken producten zijn vervaardigd uit materiaal dat reeds een behandeling of bewerking heeft ondergaan en dat dienovereenkomstig is gecertificeerd, en dat bepalingen zijn vastgesteld om herbesmetting met het mond- en klauwzeervirus na behandeling te vermijden. Het certificaat waarin wordt verklaard dat het productieproces is gecontroleerd, wordt voorzien van een verwijzing naar deze beschikking, is geldig gedurende 30 dagen, vermeldt de datum waarop de geldigheidsduur afloopt en kan worden hernieuwd nadat de inrichting is geïnspecteerd. 2. Wanneer het gaat om detailverkoop aan de eindconsument, mogen de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toestaan dat heterogeen samengestelde partijen, bestaande uit andere producten dan vers vlees, gehakt vlees, separatorvlees en vleesbereidingen, die allemaal mogen worden uitgevoerd overeenkomstig deze beschikking, vergezeld gaan van een handelsdocument waaraan een kopie is gehecht van een officieel veterinair certificaat waarin wordt bevestigd dat de verzendende inrichting beschikt over een systeem dat ervoor zorgt dat goederen alleen dan worden verzonden wanneer zij op elk moment kunnen worden gelinkt aan documenten waaruit blijkt dat aan deze beschikking is voldaan, en dat het systeem is gecontroleerd en deugdelijk bevonden. Het certificaat waarin staat dat het traceringssysteem is gecontroleerd, bevat een verwijzing naar deze beschikking, is 30 dagen geldig, vermeldt de datum waarop de geldigheidsduur van het certificaat afloopt, en kan pas worden vernieuwd nadat de inrichting met goed gevolg weer is gecontroleerd. De bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk stellen de overige lidstaten en de Commissie in het bezit van de lijst van inrichtingen die zij op grond van deze bepaling hebben erkend. Artikel 10 1. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat voertuigen die zijn gebruikt voor het vervoer van levende dieren in het in bijlage I en bijlage II omschreven gebied, na elk transport worden gereinigd en ontsmet, en levert het bewijs dat deze ontsmetting is uitgevoerd. 2. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat exploitanten van uitvoerhavens in het Verenigd Koninkrijk ervoor zorgen dat de banden van alle wegvoertuigen die het Verenigd Koninkrijk verlaten, worden ontsmet. Artikel 11 De in de artikelen 3, 4, 5 en 8 vastgestelde beperkingen gelden niet voor de verzending van de in de artikelen 3, 4, 5 en 8 bedoelde producten uit het in bijlage I omschreven gebied, als die producten: - hetzij niet zijn vervaardigd in het Verenigd Koninkrijk en zijn bewaard in de oorspronkelijke verpakking waarop het land van oorsprong is vermeld, - hetzij in een erkende inrichting die gevestigd is in het in bijlage I omschreven gebied, zijn vervaardigd uit producten die reeds een behandeling of bewerking hebben ondergaan, die niet uit dat gebied afkomstig zijn, die sinds zij op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk zijn binnengebracht, bij vervoer, opslag en verwerking gescheiden zijn gehouden van producten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden, en die vergezeld gaan van een bij deze beschikking vereist handelsdocument of officieel certificaat. Artikel 12 1. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat paardachtigen die uit de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden naar andere delen van zijn grondgebied of naar een andere lidstaat worden verzonden, vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat volgens het model in bijlage C bij Richtlijn 90/426/EEG van de Raad. Dit certificaat mag alleen worden afgegeven voor paardachtigen die komen van een bedrijf waarvoor geen officiële verbodsmaatregelen gelden overeenkomstig artikel 4 of artikel 10 van Richtlijn 2003/85/EG van de Raad. 2. Op het gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden paardachtigen vergezeld gaan overeenkomstig het bepaalde in lid 1, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze paardachtigen voldoen aan Beschikking 2007/552/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vaststelling van tijdelijke beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.". Artikel 13 1. Andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk zenden geen levende dieren van gevoelige soorten naar het in bijlage I omschreven gebied. 2. De lidstaten werken samen om de persoonlijke bagage van reizigers uit de in bijlage I genoemde delen van het Verenigd Koninkrijk te controleren en om voorlichtingscampagnes op te zetten die moeten voorkomen dat producten van dierlijke oorsprong op het grondgebied van andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk worden binnengebracht. Artikel 14 De lidstaten brengen de maatregelen die zij ten aanzien van het handelsverkeer toepassen, in overeenstemming met deze beschikking. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Artikel 15 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 6 augustus 2007. Voor de Commissie Markos Kyprianou Lid van de Commissie [1] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/33/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 315 van 19.11.2002, blz. 14). [2] PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 195 van 2.6.2004, blz. 12). [3] PB L 306 van 22.11.2003, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352). [4] PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG. [5] PB L 46 van 19.2.1991, blz. 19. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG. [6] PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/265/EG van de Commissie (PB L 114 van 1.5.2007, blz. 17). [7] PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, gerectificeerde versie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1). [8] PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206, gerectificeerde versie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006. [9] PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11. [10] PB L 104 van 13.4.2001, blz. 6. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2002/49/EG (PB L 21 van 24.1.2002, blz. 30). [11] PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 33, gerectificeerde versie in PB L 195 van 2.6.2004, blz.12). [12] PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 829/2007 (PB L 191 van 21.7.2007, blz. 1). [13] PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2006/16/EG (PB L 11 van 17.1.2006, blz. 21). [14] PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2006/60/EG (PB L 31 van 3.2.2006, blz. 24). [15] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 62. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 van de Raad (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1). [16] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG. [17] HACCP = Hazard Analysis and Critical Control Points. -------------------------------------------------- 20070806 BIJLAGE I De volgende gebieden in het Verenigd Koninkrijk: Groot-Brittannië -------------------------------------------------- 20070806 BIJLAGE II De volgende gebieden in het Verenigd Koninkrijk: Groot-Brittannië --------------------------------------------------