Richtlijn 2007/41/EG van de Commissie van 28 juni 2007 tot wijziging van een aantal bijlagen bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen

Publicatieblad Nr. L 169 van 29/06/2007 blz. 0051 - 0052


Richtlijn 2007/41/EG van de Commissie

van 28 juni 2007

tot wijziging van een aantal bijlagen bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen [1], en met name op artikel 14, tweede alinea, onder c) en d),

In overleg met de betrokken lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 2000/29/EG voorziet in bepaalde maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de lidstaten van specifieke voor planten of plantaardige producten schadelijke organismen uit andere lidstaten of derde landen. Ze voorziet ook in de erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap.

(2) Denemarken is erkend als beschermd gebied ten aanzien van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr. Op grond van de resultaten van de in Denemarken uitgevoerde relevante onderzoeken heeft Denemarken informatie verstrekt waaruit blijkt dat de status van Denemarken als beschermd gebied ten aanzien van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr voor een adequate fytosanitaire bescherming van Denemarken tegen dat organisme niet vereist is en kan worden ingetrokken. Daarom kan Denemarken niet langer als beschermd gebied ten aanzien van dat schadelijke organisme worden erkend.

(3) Uit door Tsjechië, Frankrijk en Italië verstrekte gegevens blijkt dat Tsjechië, de regio's Champagne-Ardenne, Lotharingen en Elzas in Frankrijk en de regio Basilicata in Italië moeten worden erkend als beschermde gebieden ten aanzien van Grapevine flavescence dorée MLO omdat dit pathogeen daar niet voorkomt. Daarom moeten speciale eisen worden vastgesteld voor het binnenbrengen in en overbrengen naar de betrokken beschermde gebieden van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken.

(4) De bijlagen II, IV en V bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen II, IV en V bij Richtlijn 2000/29/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

De lidstaten dienen uiterlijk op 31 oktober 2007 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 november 2007.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 28 juni 2007.

Voor de Commissie

Markos Kyprianou

Lid van de Commissie

[1] PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/35/EG van de Commissie (PB L 88 van 25.3.2006, blz. 9).

--------------------------------------------------

BIJLAGE

1) In bijlage II, deel B, onder c), punt 0.1, wordt in de rechterkolom "DK" geschrapt.

2) In bijlage II, deel B, onder d), wordt het volgende punt toegevoegd na punt 1:

"2.Grapevine flavescence dorée MLO | Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten en zaden | CZ, FR (Champagne-Ardenne, Lotharingen en Elzas), IT (Basilicata)". |

3) In bijlage IV deel B, punt 6.3, wordt in de rechterkolom "DK" geschrapt.

4) In bijlage IV, deel B, wordt het volgende punt toegevoegd na punt 31:

"32.Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten en zaden. | Onverminderd de bepalingen die gelden voor de in bijlage III, deel A, punt 15, bijlage IV, deel A, rubriek II, punt 17 en bijlage IV, deel B, punt 21.1 vermelde planten, een officiële verklaring dat: a)de planten van oorsprong zijn uit en geteeld zijn op een plaats van productie in een land waar Grapevine flavescence dorée MLO voor zover bekend niet voorkomt; ofb)de planten van oorsprong zijn uit en geteeld zijn op een plaats van productie in een gebied dat vrij is van Grapevine flavescence dorée MLO, zoals door de nationale plantenziektekundige dienst is vastgesteld overeenkomstig de desbetreffende internationale normen; ofc)de planten van oorsprong zijn uit en geteeld zijn in Tsjechië, Frankrijk (Champagne-Ardenne, Lotharingen en Elzas) of Italië (Basilicata); ofd)de planten van oorsprong zijn uit en geteeld zijn op een plaats van productie waar:aa)sedert het begin van de laatste twee volledige vegetatiecycli op de moederplanten geen symptomen van Grapevine flavescence dorée MLO zijn waargenomen; enbb)evenmini)symptomen van Grapevine flavescence dorée MLO zijn waargenomen op de planten op de plaats van productie; ofii)de planten een heetwaterbehandeling hebben ondergaan bij ten minste 50 °C gedurende 45 minuten om de aanwezigheid van Grapevine flavescence dorée MLO te elimineren.". | CZ, FR (Champagne-Ardenne, Lotharingen en Elzas), IT (Basilicata) |

5) In bijlage V, deel A, rubriek II, punt 1.3, komt de tekst als volgt te luiden:

"1.3. Planten, met uitzondering van vruchten en zaden, van Amelanchier Med., Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Ehrh., Crataegus L., Cydonia Mill., Eriobotrya Lindl., Eucalyptus L'Herit., Malus Mill., Mespilus L., Photinia davidiana (Dcne.) Cardot, Pyracantha Roem., Pyrus L., Sorbus L. en Vitis L.".

--------------------------------------------------


Beheerd door het Publicatiebureau