Verordening (EG) nr. 1468/2006 van de Commissie van 4 oktober 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2004 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten
Publicatieblad Nr. L 274 van 05/10/2006 blz. 0006 - 0008
Verordening (EG) nr. 1468/2006 van de Commissie van 4 oktober 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2004 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten [1], en met name op artikel 3, lid 3, en artikel 24, Overwegende hetgeen volgt: (1) Met het oog op een geharmoniseerde tenuitvoerlegging van de voorschriften inzake de aanmaningsperiode en de voorwaarden voor de intrekking van de individuele referentiehoeveelheid of de erkenning overeenkomstig artikel 8, lid 4, en artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 595/2004 van de Commissie [2], dienen de betrokken bepalingen te worden verduidelijkt. Voorts moeten de in die artikelen vastgestelde termijnen worden aangepast om het beheer door de lidstaten te vergemakkelijken. (2) In artikel 10 van Verordening (EG) nr. 595/2004 is bepaald hoe het vetgehalte van de melk in aanmerking moet worden genomen bij de opstelling van de eindafrekening van de geleverde hoeveelheden. Uit ervaring is gebleken dat een aantal producenten met een zeer hoog referentievetgehalte dat niet representatief is voor hun melkveestapel en melkproductie, in aanmerking kunnen komen voor een aanzienlijke correctie van het vetgehalte. Teneinde oneerlijk gebruik van het mechanisme voor de correctie van het vetgehalte te voorkomen, dient een grenswaarde voor de negatieve correctie van het vetgehalte te worden vastgesteld. Het is evenwel dienstig deze bepaling toe te passen met ingang van het in artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1788/2003 bedoelde tijdvak van twaalf maanden, te beginnen op 1 april 2007, zodat de in het lopende tijdvak van twaalf maanden vermarkte hoeveelheden melk niet getroffen worden door de nieuwe regelingen. (3) Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1788/2003, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1406/2006, moeten de lidstaten de heffing betalen in de periode van 16 oktober tot en met 30 november van elk jaar. De in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 595/2004 vastgestelde termijn waarin de aan het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) verschuldigde heffing moet worden betaald en gedeclareerd, dient derhalve te worden gewijzigd. (4) Op grond van artikel 26, lid 3, van Verordening (EG) nr. 595/2004 moet vóór 1 december, 1 maart, 1 juni en 1 september van elk jaar een bijgewerkte versie van de in bijlage I bij die verordening opgenomen vragenlijst naar behoren ingevuld overeenkomstig artikel 8, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1788/2003, bij de Commissie worden ingediend. Door deze bijwerking kan het bedrag van de verschuldigde heffing veranderen. Het is derhalve dienstig te bepalen hoe de aangepaste bedragen die overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 aan het ELGF zijn verschuldigd, dienen te worden gedeclareerd. (5) Overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 595/2004 bepalen de lidstaten voor de verdeling van het teveel aan heffing prioritaire categorieën van producenten aan de hand van een of meer objectieve criteria. Uit ervaring is gebleken dat de lidstaten voor de vaststelling van prioritaire categorieën over meer duidelijkheid en flexibiliteit moeten beschikken. (6) Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1788/2003 moeten de lidstaten 99 % van het verschuldigde bedrag storten in het ELGF. Wanneer het resterende gedeelte van 1 % niet volledig nodig is voor gevallen van faillissement of definitief onvermogen van bepaalde producenten om de heffing te betalen, moeten de lidstaten in de mogelijkheid worden gesteld om het restbedrag te gebruiken volgens de criteria voor de verdeling van het teveel aan heffing zoals bedoeld in artikel 13, lid 1, van die verordening. (7) Overeenkomstig artikel 24, lid 6, van Verordening (EG) nr. 595/2004 moeten producenten die rechtstreekse verkopen verrichten, een productboekhouding bijhouden waarin elke verkoop of overdracht van melk of zuivelproducten evenals de producten die zijn geproduceerd maar niet zijn verkocht of overgedragen, worden vermeld. Voor een aantal kleine rechtstreekse verkopers die marginale hoeveelheden van minder dan 5000 kg melkequivalent verkopen, worden deze eisen inzake de boekhouding als disproportioneel beschouwd. Deze producenten moeten derhalve worden vrijgesteld van de verplichting om een productboekhouding bij te houden voor melk of zuivelproducten die niet zijn verkocht of overgedragen. (8) Verordening (EG) nr. 595/2004 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. (9) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 595/2004 wordt als volgt gewijzigd: 1) Artikel 8, lid 4, wordt vervangen door: "4. Indien de aangifte niet vóór 15 juni wordt ingediend, wordt de koper door de lidstaat binnen 15 werkdagen formeel verzocht, deze binnen 15 dagen in te dienen. Indien aan het eind van die periode geen aangifte is ingediend, trekken de lidstaten de erkenning in of verlangen zij de betaling van een bedrag dat in verhouding staat tot de betrokken hoeveelheid melk en de ernst van de onregelmatigheid. Lid 3 blijft van toepassing gedurende de aanmaningsperiode." 2) In artikel 10, lid 1, wordt na de derde alinea de volgende alinea ingevoegd: "Bedraagt de op grond van de derde alinea aangepaste hoeveelheid door de producent geleverde melk minder dan 75 % van de daadwerkelijk geleverde hoeveelheid melk en het referentievetgehalte van de producent meer dan 4,5 %, dan wordt de individuele afrekening op basis van 75 % van de daadwerkelijk geleverde hoeveelheid vastgesteld." 3) Artikel 11, lid 4, wordt vervangen door: "4. Indien de aangifte niet vóór 15 juni wordt ingediend, wordt de producent door de lidstaat binnen 15 werkdagen formeel verzocht, deze binnen 15 dagen in te dienen. Indien aan het eind van die periode geen aangifte is ingediend, wordt de referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkopen van de betrokken producent toegevoegd aan de nationale reserve. Lid 3, eerste alinea, blijft van toepassing gedurende de aanmaningsperiode." 4) Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: a) In de leden 1 en 2 wordt "september" vervangen door "oktober"; b) Lid 3 wordt vervangen door: "3. De lidstaten declareren de uit de toepassing van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 voortvloeiende bedragen bij het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) samen met de voor november van elk jaar aangegeven uitgaven. Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 26, lid 3, van deze verordening een bijgewerkte versie van de in lid 1 van dat artikel bedoelde vragenlijst doen toekomen, gebeurt de aangifte van de daaruit voortvloeiende aangepaste bedragen uiterlijk samen met de uitgaven voor de maand vóór die waarin de vragenlijst moet worden ingediend." 5) Artikel 16 wordt vervangen door: "Artikel 16 Criteria voor de verdeling van een teveel aan heffing 1. In voorkomend geval bepalen de lidstaten de in artikel 13, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1788/2003 bedoelde prioritaire categorieën van producenten aan de hand van één of meer van de volgende objectieve criteria: a) de formele erkenning door de bevoegde autoriteit van de lidstaat dat de heffing in haar geheel of voor een deel onverschuldigd is geïnd; b) de geografische ligging van het bedrijf, en in de eerste plaats de ligging in berggebieden in de zin van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad [3]; c) de maximale veebezetting op het bedrijf die kenmerkend is voor een extensieve dierlijke productie; d) de individuele referentiehoeveelheid is overschreden met minder dan 5 % of minder dan 15000 kg, indien dat minder is; e) de individuele referentiehoeveelheid bedraagt minder dan 50 % van de nationale gemiddelde individuele referentiehoeveelheid; f) andere door de lidstaat na overleg met de Commissie vastgestelde objectieve criteria. 2. De verdeling van het teveel aan heffing moet uiterlijk 15 maanden na afloop van het betrokken tijdvak van twaalf maanden zijn voltooid. 6) Het volgende artikel 16 bis wordt ingevoegd: "Artikel 16 bis Gebruik van de niet aan het ELGF verschuldigde heffing van 1 % Wanneer de heffing van 1 % die op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1788/2003 niet in het ELGF wordt gestort, meer bedraagt dan het bedrag dat nodig is voor gevallen van faillissement of definitief onvermogen van bepaalde producenten om de heffing te betalen, kunnen de lidstaten het te veel geïnde bedrag overeenkomstig artikel 13, lid 1, van die verordening gebruiken." 7) In artikel 24, lid 6, wordt de eerste alinea vervangen door: "6. De producenten die rechtstreekse verkopen verrichten, houden een productboekhouding per tijdvak van twaalf maanden waarin, per maand en per product, elke verkoop of overdracht van melk of zuivelproducten wordt vermeld, ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de lidstaat gedurende ten minste drie jaar vanaf het einde van het jaar waarin die documenten zijn opgesteld. Producenten wier individuele referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop 5000 kg of meer bedraagt, houden ook een productboekhouding bij voor melk of zuivelproducten die niet zijn verkocht of overgedragen De lidstaten kunnen nadere uitvoeringsbepalingen vaststellen." Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 1, punt 2, is van toepassing met ingang van 1 april 2007. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 4 oktober 2006. Voor de Commissie Mariann Fischer Boel Lid van de Commissie [1] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 123. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1406/2006 (PB L 265 van 26.9.2006, blz. 8). [2] PB L 94 van 31.3.2004, blz. 22. [3] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80." --------------------------------------------------