Conclusies van de Raad van 22 mei 2008 over meertaligheid

Publicatieblad Nr. C 140 van 06/06/2008 blz. 0014 - 0015


Conclusies van de Raad van 22 mei 2008 over meertaligheid

(2008/C 140/10)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Indachtig:

1. de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000, waarin vreemde talen werden opgenomen in een Europees kader voor de definitie van basisvaardigheden die via permanente educatie moeten worden verschaft [1];

2. artikel 22 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waarin principieel wordt erkend dat de Unie de verscheidenheid van cultuur, godsdienst en taal eerbiedigt [2];

3. de conclusies van de Europese Raad van Barcelona van 15 en 16 maart 2002, waarin werd aangedrongen op verdere maatregelen ter verbetering van de beheersing van basisvaardigheden, met name door het onderwijs van twee vreemde talen vanaf zeer jonge leeftijd [3];

4. de mededeling van de Commissie van 24 juli 2003, getiteld "Het leren van talen en de taalverscheidenheid bevorderen: actieplan 2004-2006" [4] en daarop aansluitend het verslag van de Commissie van 25 september 2007 over de tenuitvoerlegging van dat actieplan [5];

5. Beschikking nr. 2241/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende een enkel communautair kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass) [6];

6. de mededeling van de Commissie van 22 november 2005, getiteld "Een nieuwe kaderstrategie voor meertaligheid", waarin zowel interne als externe maatregelen ter bevordering van talen en communicatie met de burgers aan bod komen [7];

7. de conclusies van de Raad van 19 mei 2006 over de Europese taalvaardigheidsindicator [8], waarin eens te meer werd gesteld dat vaardigheden in vreemde talen niet alleen het wederzijdse begrip tussen volkeren helpen bevorderen, maar ook een absolute vereiste zijn voor een mobiele beroepsbevolking en bijdragen tot het concurrentievermogen van de economie van de Europese Unie;

8. de Aanbeveling 2006/962/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren [9], waarin communicatie in vreemde talen als een van de sleutelcompetenties wordt genoemd;

9. de resolutie van de Raad van 16 november 2007 over een Europese agenda voor cultuur [10], waarin meertaligheid als een van de prioritaire gebieden voor actie met het oog op het promoten van het cultureel erfgoed wordt genoemd,

en in het licht van de besprekingen tijdens de ministeriële conferentie van 15 februari 2008 over meertaligheid,

IS VAN OORDEEL dat:

- taalverscheidenheid en culturele verscheidenheid als gevolg van de toegenomen mobiliteit, migratie en mondialisering kenmerkende aspecten zijn in het dagelijks bestaan van steeds meer Europese burgers en ondernemingen;

- taalcompetenties alle Europese burgers in hun leven van pas kunnen komen en hen in staat stellen de economische, sociale en culturele vruchten van het vrije verkeer binnen de Unie te plukken;

- uit de opeenvolgende rapporten en aanbevelingen van diverse belangengroeperingen is gebleken dat nog steeds onvoldoende rekening wordt gehouden met de talenbehoeften in de Europese samenleving;

- het belang dat in de context van gemeenschappelijk EU-beleid wordt gehecht aan meertaligheid en andere aspecten van het talenbeleid, het noodzakelijk maakt dat deze aangelegenheden de nodige aandacht krijgen en dat de Europese instellingen het leren van talen en taalverscheidenheid hoog in hun vaandel blijven voeren.

DRAAGT de volgende standpunten UIT:

1. meertaligheidsbeleid bestrijkt de economische, sociale en culturele aspecten van talen uit het oogpunt van een leven lang leren;

2. de taalverscheidenheid van Europa moet behouden blijven en de pariteit van talen moet ten volle geëerbiedigd worden. De instellingen van de Europese Unie moeten een sleutelrol vervullen bij het nastreven van deze doelstellingen;

3. kennis van talen draagt niet alleen bij tot persoonlijke verrijking en cultuurverrijking maar is ook een van de basisvaardigheden die Europese burgers nodig hebben om actief deel te kunnen hebben aan de Europese kennismaatschappij en een factor voor mobiliteit en voor sociale integratie en samenhang;

4. omdat de behoeften inzake talen kunnen variëren naargelang eenieders persoonlijke interesses, arbeidsomstandigheden en culturele achtergrond, is het zaak om met behulp van nieuwe technologieën, innovatieve benaderingen en netwerken van onderwijsaanbieders een zo breed mogelijk aanbod aan talenonderwijs beschikbaar te stellen;

5. ten behoeve van zijn economische groei en zijn concurrentievermogen dient Europa ook een toereikend kennisbestand aan niet-Europese wereldtalen te onderhouden. Tevens moet de positie van de Europese talen op het internationale toneel worden verdedigd;

6. kwaliteitsonderwijs is essentieel voor een geslaagd leerproces, ongeacht de leeftijd, en daarom moet ernaar worden gestreefd om taalleraren een solide beheersing van de door hen onderwezen taal mee te geven, een basisopleiding en bijscholing van hoge kwaliteit te bieden en de nodige interculturele vaardigheden bij te brengen. Uitwisselingsprogramma's tussen de lidstaten als onderdeel van de opleiding van taalleraren moeten actief worden aangemoedigd en ondersteund;

7. voor een geslaagde integratie hebben migranten behoefte aan voldoende ondersteuning om hen in staat te stellen de taal of de talen van hun gastland te leren; leden van de samenlevingen die migranten opnemen moeten ertoe worden aangemoedigd interesse in de culturen van nieuwkomers te ontwikkelen;

8. taalcompetenties en culturele competenties vormen de kern van educatie. Een goede beheersing van de eerste taal kan het leren van andere talen vergemakkelijken; vroegtijdig een taal leren, tweetalig onderwijs en Content and Language Integrated Learning (CLIL, onderwijs waarin de overdracht van vakinhoudelijke kennis en talenkennis samengaan) zijn doeltreffende middelen om het taalleerproces te verbeteren;

9. goede tolken en vertalers zijn nodig om sprekers van verschillende talen doelmatig te laten communiceren. Taalaspecten zouden meer aandacht moeten krijgen bij de afzet en de distributie van goederen en diensten en met name audiovisuele mediadiensten.

VERZOEKT DE LIDSTATEN OM MET STEUN VAN DE COMMISSIE:

1. gezamenlijke inspanningen te leveren om de Europese samenwerking inzake meertaligheid te verbeteren en in overleg met de voornaamste betrokkenen aan de hierboven uitgezette beleidslijnen gestalte te geven en daarbij voorzover dienstig onder aanwending van de open coördinatiemethode ervaringen en goede praktijken uit te wisselen;

2. op passende wijze verbetering te brengen in effectief talenonderwijs en in continuïteit voor het leren van talen uit het oogpunt van een leven lang leren, onder meer door bestaande middelen en infrastructuur breder beschikbaar te stellen en voor eenieder toegankelijk en aantrekkelijk te maken, middelen te ontwikkelen en het talenaanbod verder te diversifiëren;

3. het leren van hun nationale talen in andere lidstaten te bevorderen, onder meer door grootschaliger gebruik van technologieën voor afstandsonderwijs, en het leren van minder gangbare EU-talen en niet-Europese talen aan te moedigen;

4. bestaande instrumenten te gebruiken om talenkennis te verbeteren, zoals het Europees Taalportfolio van de Raad van Europa en het Europass-taalportfolio;

5. maatregelen aan te moedigen die het mensen met bijzondere behoeften makkelijker maken talen te leren en hen aldus helpen zich beter in de maatschappij te integreren en hun kansen op een carrière en op welzijn te verbeteren;

6. samen te werken met internationale organisaties die zich bezighouden met aspecten van meertaligheid, in het bijzonder de Raad van Europa en de Unesco.

VERZOEKT DE COMMISSIE OM:

1. de lidstaten te ondersteunen in hun inspanningen om de bovenvermelde prioriteiten na te streven;

2. tegen eind 2008 met voorstellen te komen voor een alomvattend beleidskader voor meertaligheid waarin terdege rekening wordt gehouden met de behoeften op talengebied van burgers en instellingen, onder meer door hun recht op communicatie met de instellingen van de Europese Unie in een van de officiële talen, te eerbiedigen.

[1] Doc. SN 100/00, punt 26, blz. 9.

[2] PB C 364 van 18.12.2000, blz. 13.

[3] Doc. SN 100/02, punt 44, blz. 19.

[4] Doc. 11834/03.

[5] Doc. 13346/07.

[6] PB L 390 van 31.12.2004, blz. 6.

[7] Doc. 14908/05.

[8] PB C 172 van 25.7.2006, blz. 1.

[9] PB L 394 van 30.12.2006, blz. 10.

[10] PB C 287 van 29.11.2007, blz. 1.

--------------------------------------------------


Beheerd door het Publicatiebureau