Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over Gelijke kansen voor personen met een handicap

Publicatieblad Nr. C 093 van 27/04/2007 blz. 0032 - 0038


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over Gelijke kansen voor personen met een handicap

(2007/C 93/08)

Het Oostenrijkse voorzitterschap heeft op 24 mei 2006 besloten om het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 262 van het EG-Verdrag te raadplegen over: Gelijke kansen voor personen met een handicap

De gespecialiseerde afdeling Werkgelegenheid, sociale zaken, burgerschap, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 19 december 2006 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Joost.

Het Comité heeft tijdens zijn op 17 en 18 januari 2007 gehouden 432e zitting (vergadering van 17 januari 2007) onderstaand advies uitgebracht, dat met 152 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 1 onthouding, is goedgekeurd.

1. Inleiding

1.1 Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ingenomen met het verzoek van het Oostenrijkse voorzitterschap om een advies op te stellen over gelijke kansen voor personen met een handicap. De bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten moet worden beschouwd als een continu proces en zou dan ook hoog op de agenda van ieder EU-voorzitterschap moeten staan.

1.2 Met onderhavig advies wil het EESC vooruitkijken en de uitdagingen schetsen waarmee de Europese Commissie tijdens de tweede helft van haar huidige mandaatsperiode en zelfs daarna zal worden geconfronteerd wat gehandicapten betreft. Voorliggend advies moet ook worden gezien tegen de achtergrond van de laatste fase van het actieplan voor personen met een handicap (2008-2009), waarvoor prioriteiten moeten worden vastgesteld, en in het licht van de hervatting van de begrotingsdiscussie over twee jaar (en de gevolgen daarvan voor de programmering en de vaststelling van prioriteiten).

1.3 Vijftien procent van de EU-bevolking heeft een handicap en met de vergrijzing neemt dat percentage nog toe. Dit betekent dat er in de EU-25 momenteel meer dan 50 miljoen mensen met een handicap [1] zijn, een aanzienlijk deel van de Europese burgers dus. Het is dan ook een sociale, ethische en politieke plicht om die mensen gelijke kansen te geven, een streven dat bovenaan de Europese agenda zou moeten staan. Bovendien zijn er duidelijker economische motieven om te werken aan de integratie van gehandicapten en om goederen en diensten volledig voor hen toegankelijk te maken.

1.4 Voor de bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten is het volgens het EESC essentieel dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de activiteiten in het kader van het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen 2007. Daarbij moet met gehandicaptenorganisaties worden samengewerkt, net zoals tijdens het Europees Jaar voor mensen met een handicap 2003 gebeurde. De EU en de lidstaten moeten voorts het themajaar 2007 aangrijpen om beleid en wetgeving ter bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten aan te scherpen.

1.5 Mensen met een handicap vormen geen homogene groep. Verschillende handicaps betekenen verschillende behoeften, waaraan alleen maar kan worden voldaan als de samenleving die behoeften erkent en over de nodige relevante informatie over de gehandicaptenproblematiek beschikt. Voor de gehandicaptenbeweging is hier een sleutelrol weggelegd.

1.6 Een groot aantal gehandicapten in de EU kan niet volledig deelnemen aan het maatschappelijk leven (wordt sociaal uitgesloten) en kan zijn burger- en grondrechten niet volledig uitoefenen. Met name dient aandacht te worden besteed aan de volledige integratie van gehandicapte kinderen.

1.7 Het EESC juicht de goedkeuring in december 2006 van de VN-conventie voor de rechten van personen met een handicap toe. [2]

2. Conclusies en aanbevelingen

2.1 Het Europees jaar van gelijke kansen voor iedereen 2007 moet optimaal worden benut voor de bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten.

2.2 De Europese Commissie zou moeten komen met een alomvattend wetgevingsvoorstel inzake de gehandicaptenproblematiek, (dat gehandicapten niet alleen beschermt tegen discriminatie op de arbeidsmarkt maar ook op andere gebieden) waarin het principe wordt verankerd dat op alle beleidsterreinen met de gehandicaptenproblematiek rekening moet worden gehouden. Dergelijke wetgeving zou gehandicapten in de hele EU op alle gebieden een minimale bescherming tegen discriminatie bieden. Deze wetgeving zou ook betrekking hebben op de toegang tot goederen en diensten en daarom bijdragen tot een efficiënter functionerende interne markt en de realisering van de Lissabon-doelstellingen.

2.3 De Commissie en de lidstaten moeten de volgende stap zetten in hun aanpak van de gehandicaptenproblematiek en daarom na het Actieplan voor personen met een handicap nu een breed opgezette EU-strategie voor gehandicapten uit gaan stippelen.

2.4 De lidstaten en de Commissie moeten op hun eigen bevoegdheidsterreinen ervoor blijven zorgen dat personen met een handicap volledig mee kunnen doen aan de maatschappij, uitgaande van het principe dat gehandicapten dezelfde rechten als alle andere burgers hebben. Zij zouden tevens moeten zoeken naar en geleidelijk werk moeten maken van alternatieven voor instellingen waar gehandicapten, soms in erbarmelijke of mensonwaardige omstandigheden, gescheiden van de rest van de wereld hun leven doorbrengen.

2.5 De zaken waaraan in iedere samenleving prioriteit moet worden gegeven om gelijke kansen voor personen met een handicap te realiseren zijn: bewustmaking van de rechten van gehandicapten, openbare gebouwen en vervoerswijzen toegankelijk maken voor gehandicapten, gehandicapten toegang geven tot de informatiemaatschappij, op nationaal niveau nieuwe wetgeving ten gunste van gehandicapten invoeren en de gezinsleden van gehandicapten ondersteunen. Van bijzonder belang is het om zich te concentreren op kinderen met een handicap en er t.a.v. deze groep voor te zorgen dat er adequate voorzieningen op het gebied van onderwijs, integratie en steunverlening zijn. Aldus wordt bevorderd dat deze personen maatschappelijk een actieve rol kunnen spelen en minder afhankelijk worden van maatschappelijke hulpverlening.

2.6 De Commissie en de lidstaten moeten bereid zijn de gehandicaptenbeweging aanzienlijk meer te helpen. Het adagium "niets voor gehandicapten zonder gehandicapten "kan alleen maar in de praktijk worden toegepast als overheden zich realiseren dat het netwerk van gehandicaptenorganisaties dringend ondersteuning nodig heeft. In juni 2004, net na de uitbreiding van de EU met tien nieuwe lidstaten, hebben de nationale raden van gehandicapten-ngo's uit die nieuwe lidstaten en Bulgarije en Roemenië de zgn. resolutie van Boedapest [3] goedgekeurd, die gaat over overheidssteun voor gehandicaptenorganisaties.

2.7 Voorts zouden de Commissie en de lidstaten informatie over goede praktijkvoorbeelden en doeltreffende benaderingen van de gehandicaptenproblematiek (zoals de Agenda 22-methode) openbaar moeten maken, zodat vertegenwoordigers van gehandicaptenorganisaties kunnen bijdragen aan de uitwerking van actieplannen van lokale overheden, en gehandicapten ook op lokaal niveau gelijke kansen krijgen. De lidstaten zouden de richtsnoeren van de EU-werkgroep op hoog niveau inzake gehandicapten moeten volgen en de gehandicaptenproblematiek als rode draad door de verschillende beleidsterreinen moeten laten lopen. [4]

2.8 Het EESC is ingenomen met het plan van de Commissie om in 2008 een Europees initiatief voor e-inclusie te lanceren. Het hoopt dat dit initiatief zo grootschalig en ambitieus mogelijk wordt en ertoe leidt dat voortaan in al het relevante EU-beleid aandacht wordt besteed aan e-toegankelijkheid.

2.9 Meer concreet zou toegankelijkheid een kernbegrip moeten worden in de momenteel ter tafel liggende verordeningen inzake het nieuwe kader voor elektronische communicatie en in de richtlijn voor televisie zonder grenzen, zodat personen met een handicap optimaal kunnen profiteren van deze belangrijke communicatiemiddelen.

2.10 Richtlijn 2001/85/EG [5] zou moeten worden aangescherpt om de bepalingen daaruit op één lijn te brengen met de nieuwe Europese wetgeving inzake de rechten van gehandicapte luchtvaartpassagiers.

2.11 De Commissie en de lidstaten moeten al het nodige doen en voldoende middelen vrijmaken om voor een adequate uitvoering te zorgen van Richtlijn 2000/78/EG [6] tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid.

2.12 Voor de maatschappelijke integratie van gehandicapten en hun deelname aan de samenleving is het essentieel dat gehandicapteninstellingen worden vervangen door hoogwaardige, in de plaatselijke gemeenschap verankerde alternatieven. De Commissie zou hieraan bij toekomstige initiatieven voor sociale diensten van algemeen belang aandacht moeten schenken en in het kader van de structuurfondsen prioriteit moeten geven.

2.13 De Commissie en de lidstaten moeten de nadruk leggen op sociale dienstverlening en persoonlijke ondersteuning van gehandicapten, aangezien personen met een handicap en thuisverzorgers dankzij dit soort dienstverlening een normaal leven kunnen leiden en actief aan de maatschappij kunnen deelnemen.

2.14 In het kader van het initiatief van de Commissie om de wetgeving te verbeteren zou tijdens de voorbereiding van nieuwe wetgeving bij effectbeoordelingen óók moeten worden gekeken naar de specifieke behoeften van gehandicapten. Bovendien zouden alle ICT-instrumenten die worden gebruikt om de kwaliteit, aanvaarding, omzetting en handhaving van EU-wetgeving te verbeteren volledig moeten beantwoorden aan de toegankelijkheidsvereisten.

2.15 Gezinnen waarvan één of meer leden gehandicapt zijn, lopen een groter risico tot armoede te vervallen omdat handicaps nu eenmaal hogere uitgaven met zich meebrengen, die kunnen oplopen tot wel 30.000 euro per jaar. [7] Dit rechtvaardigt positieve discriminatie, zoals extra toelagen (in geld of natura) of belastingvoordelen.

2.16 De lidstaten moeten wetgeving die bepalend is voor de bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten ten uitvoer leggen en daarop toezien. De voor gehandicapten gunstige EU-richtlijnen inzake lucht- en spoorvervoer gelden alleen voor internationale reizen, waardoor personen met een handicap op regionaal en lokaal niveau van toegankelijk vervoer verstoken blijven.

3. Gelijke kansen voor mensen met een handicap — een overzicht van de situatie op verschillende deelgebieden

3.1 Bewustwording en voorlichting

3.1.1 Tijdens het Europees Jaar van personen met een handicap (2003) is sterk de nadruk gelegd op aspecten als bewustwording en zichtbaarheid. Via het onderwijs moet een doorbraak op het gebied van gelijke kansen voor gehandicapten worden bewerkstelligd en moet informatie worden verstrekt over handicaps. Adequate voorlichting in de media over de problematiek van het gehandicapt zijn dient te worden beschouwd als een belangrijk instrument om de houding van de maatschappij tegenover personen met een handicap te verbeteren. School en media dienen hierbij de handen in elkaar te slaan.

3.1.2 Zonder inclusief onderwijs voor kinderen en jongeren met een handicap zal integratie op de arbeidsmarkt dode letter blijven. In toekomstige actieplannen en strategieën voor personen met een handicap moet de verbetering van de toegang tot het onderwijs centraal staan.

3.1.3 Hoewel het Comité erkent dat er sinds de Verklaring van Madrid en het Europees Jaar van personen met een handicap vooruitgang is geboekt, valt niet te ontkennen dat er nog heel wat werk aan de winkel is. Meer dan 80 % van de publieke websites, met inbegrip van die van de Europese instellingen, zijn niet toegankelijk voor gehandicapten, om maar een voorbeeld te noemen. Cruciaal is verder ook de toegankelijkheid van websites voor dienstverlening aan het publiek.

3.1.4 Het Comité pleit er met name voor dat de normen van de Europese normalisatie-instanties bindend zouden worden voor openbare aanbestedingen in de sector goederen en diensten. Daarnaast dient wetgeving inzake de toegang tot ICT-goederen en –diensten te worden vastgesteld.

3.1.5 Het concept "Design for all "zou ingang moeten vinden bij alle betrokken actoren, i.c. ontwerpers, fabrikanten, opstellers van normen alsmede de gebruikers, d.w.z. de personen met een handicap, die recht hebben op een ruime keuze aan producten en diensten die aan hun behoeften voldoen.

3.1.6 Het Comité is ingenomen met de slotverklaring van de ministerconferentie in Riga over het belang van ICT voor maatschappelijke integratie en hoopt dat deze conferentie een mijlpaal zal blijken te zijn op het vlak van e-inclusie van gehandicapten. ICT is niet alleen een belangrijke hefboom voor groei en werkgelegenheid maar ook een krachtig wapen in de strijd voor de integratie van gehandicapten.

3.1.7 In het licht van de herziening van de bestaande regelgeving inzake overheidssteun voor opleiding van en werkgelegenheid voor gehandicapten verzoekt het Comité de Commissie om in de toekomstige groepsvrijstellingsverordening vast te houden aan haar aanpak.

3.2 Werkgelegenheid

3.2.1 Het Comité is zich ervan bewust dat er op het vlak van werkgelegenheid nog steeds een enorme kloof gaapt tussen personen met en zonder handicap. Eurostat heeft in 2003 bevestigd dat de arbeidsparticipatie van personen met een handicap veel lager is: 78 % van de ernstig gehandicapten maken geen deel uit van de beroepsbevolking, tegen 27 % van de personen zonder langdurig gezondheidsprobleem of handicap [8].

3.2.2 Het Comité stelt met genoegen vast dat de Commissie resoluut maatregelen heeft genomen op het vlak van de controle op de omzetting en tenuitvoerlegging van de werkgelegenheidsrichtlijn [9]. Zij zou daarbij moeten samenwerken met de sociale partners en de betrokken niet-gouvernementele organisaties. Het Comité is ervan overtuigd dat een en ander ertoe zal leiden dat de arbeidsmarkt beter toegankelijk zal worden voor gehandicapten, dat nieuwe, op maat van gehandicapten gesneden arbeidsplaatsen zullen worden gecreëerd en dat de oprichting van ondersteunende diensten zal worden aangemoedigd.

3.2.3 Het Comité zou graag zien dat nationale gehandicaptenorganisaties nauwer worden betrokken bij de opstelling van de hervormingsplannen. Om de doelstellingen van de herziene Lissabonagenda te bereiken is bredere participatie van het middenveld vereist. Dit impliceert tevens dat ook burgers met een handicap (15 % van de EU-bevolking) een stem in het kapittel krijgen en dat terdege rekening wordt gehouden met hun behoeften.

3.2.4 In het licht van het lopende debat over werkgelegenheid, groei en flexibiliteit van de arbeidsmarkt (o.m. tijdens de informele EU-top in Lahti op 20 oktober 2006) verzoekt het Comité de Commissie na te gaan of flexibele werkgelegenheid en ondersteunende maatregelen de arbeidsparticipatie van personen met een handicap kunnen verhogen en hoe zij voor een synergie-effect kunnen zorgen.

3.2.5 Het Comité staat achter de initiatieven van het ESF ter bevordering van integratie van gehandicapten op de arbeidsmarkt. Het EQUAL-initiatief is zeer nuttig geweest om de gelijkheid van personen met een handicap te promoten. Aangezien dit initiatief binnenkort afloopt, dringt het Comité er bij de Commissie op aan dat zij de beginselen daarvan ook als een rode draad door de nieuwe ESF-mechanismen laat lopen.

3.2.6 De nieuwe opzet van het Europees Sociaal Fonds moet duidelijk maken dat investeren in mensen pas zin heeft als daarnaast ook wordt geïnvesteerd in betere voorzieningen en toegankelijkheid.

3.2.7 Het Comité is nog steeds overtuigd van de noodzaak van een passend beleidskader op grond waarvan bedrijven financiële steun kunnen krijgen om hun gebouwen en diensten toegankelijk te maken. Indien nodig dienen daarnaast ook bindende normen voor de toegankelijkheid te worden opgesteld.

3.3 Een samenleving zonder drempels

3.3.1 Als de barrières in de samenleving overeind blijven, zullen gehandicapten nooit echt gelijke kansen krijgen. Een samenleving zonder drempels betekent dat de omgeving vanuit technisch oogpunt wordt aangepast aan de behoeften van gehandicapten en dat obstakels op het vlak van communicatie en participatie uit de weg worden geruimd.

3.3.2 Er dient beknopte informatie beschikbaar te zijn over nationale maatregelen voor gehandicapten en specifieke nationale wetgeving. De Commissie zou deze gegevens kunnen opnemen in het verslag over de situatie van personen met een handicap in Europa dat zij om de twee jaar wil uitbrengen.

3.3.3 In de strijd voor gelijke kansen worden gehandicapten ernstig belemmerd door de beperkte toegang tot onderwijs. Hoewel elke vorm van discriminatie op het gebied van beroepsopleiding (met inbegrip van hoger onderwijs) op grond van de kaderrichtlijn inzake werkgelegenheid uit den boze is, blijven vele deuren nog steeds gesloten voor gehandicapten. Dat kan te wijten zijn aan een onaangepaste omgeving, het ontbreken van de nodige voorzieningen, povere communicatie of een gebrek aan informatie en overleg. Een andere oorzaak is het onderwijs aan kinderen en jongeren met een handicap, dat in de praktijk vaak al in de eerste fase een rem vormt op hun latere onderwijsmogelijheden.

3.3.4 De structuurfondsen leveren een cruciale bijdrage aan integratie. Voorwaarde is echter wel dat de beginselen van non-discriminatie en toegankelijkheid voor personen met een handicap worden nageleefd. Het Comité is ingenomen met de onlangs goedgekeurde structuurfondsenverordeningen, waarmee een stap in de goede richting is gezet en wordt voorkomen dat door de EU gesteunde projecten nieuwe barrières voor gehandicapten opwerpen. Andere EU-programma's en initiatieven, m.n. de meest gesubsidieerde, zouden op dezelfde leest moeten worden geschoeid en een cruciale rol moeten vervullen bij de verwezenlijking van de Lissabondoelstellingen.

3.3.5 Het Comité is van oordeel dat meer inspanningen moeten worden geleverd om de omgeving aan te passen aan de behoeften van gehandicapten. Met name op het vlak van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en het uit de weg ruimen van hindernissen in de stedelijke omgeving is nog werk aan de winkel. Een omgeving die is aangepast aan de behoeften van gehandicapten brengt voordelen mee voor verschillende bevolkingsgroepen. We denken aan gezinnen met kleine kinderen, ouderen en mensen die bijvoorbeeld fysiek letsel hebben opgelopen en daardoor kampen met tijdelijke mobiliteitsproblemen.

3.3.6 Er moet dringend een mentaliteitswijziging komen. Het streven naar gelijke kansen voor personen met een handicap moet op de eerste plaats gebaseerd zijn op de mensenrechten. Ieder mens heeft immers het recht actief deel te nemen aan de samenleving. Het is van groot belang dat gehandicapten de nodige steun krijgen, wat o.m. inhoudt dat maatregelen worden genomen ter bevordering van de werkgelegenheid. We denken daarbij aan beschutte werkplaatsen of gesubsidieerde banen die de deur kunnen openzetten naar de arbeidsmarkt.

3.3.7 De lidstaten moeten hun procedures en methodes op het gebied van gelijke kansen op elkaar afstemmen. In de praktijk komt het begrip "gelijke kansen "erop neer dat elk individu een ruim aantal reële keuzemogelijkheden krijgt. Om de problemen van gehandicapten meer op individuele basis te kunnen aanpakken zullen zowel de overheid als de structuurfondsen hun uitgaven op middellange termijn moeten verhogen. Op lange termijn zal het hefboomprincipe er evenwel voor zorgen dat duurzaam kan worden bespaard op de sociale uitgaven.

3.3.8 Ondernemingen van de "sociale economie "zijn een cruciale factor in het streven naar gelijke kansen voor gehandicapten. Zij kunnen bijdragen tot de integratie van personen met een handicap in de samenleving en de arbeidsmarkt en mainstreaming van het beleid inzake gehandicapten bevorderen via het beginsel van zelfhulp, dat coöperaties vaak in hun vaandel schrijven.

3.3.9 Het Comité blijft bij zijn standpunt dat de nieuwe EU-richtlijnen inzake openbare aanbestedingen hun nut kunnen bewijzen bij het scheppen van werkgelegenheid voor gehandicapten, het verbeteren van de toegankelijkheid van openbaar vervoer en de bebouwde omgeving en de productie van toegankelijke goederen en diensten. Het dringt er daarom bij de plaatselijke, regionale, nationale en Europese autoriteiten op aan dat zij op de juiste manier gebruik maken van deze richtlijnen. De Commissie zou moeten aanzetten tot de uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden.

3.4 Participatie in het besluitvormingsproces

3.4.1 Europese gehandicaptenorganisaties zetten zich in voor mainstreaming van de gehandicaptenproblematiek. Het Comité staat achter deze activiteiten omdat het van mening is dat het mainstreamingbeginsel de juiste weg is om de gewenste resultaten te bereiken. Voorwaarde is wel dat de gehandicaptenorganisaties in een vroeg stadium worden betrokken bij het besluitvormingsproces.

3.4.2 De Commissie heeft doeltreffende participatieprocedures ontwikkeld die volgens het Comité een sleutelrol spelen bij het streven naar gelijke kansen voor gehandicapten. In combinatie met de invoering van wetgevingsmaatregelen kan het promoten van mainstreaming vruchten afwerpen op het gebied van toegankelijk vervoer, aangepaste huisvesting en de toegang tot goederen, diensten en informatie.

3.4.3 Het Europees Jaar van personen met een handicap (2003) was een mijlpaal in de strijd voor meer participatie. Dit jaar is over het algemeen een succes gebleken, dankzij de bottom-up aanpak waardoor Europese gehandicaptenverenigingen de kans kregen in grote mate mee te werken aan de voorbereidende werkzaamheden en zij ook tijdens het hele verdere verloop van het initiatief een rol konden spelen. In het kader van het mainstreamingbeginsel is verder getracht samen te werken met een groot aantal besluitvormingsniveaus.

3.4.4 Voorts is het van vitaal belang dat gelijke kansen voor gehandicapten integraal deel gaan uitmaken van de EU-procedures die onder de open-coördinatiemethode vallen. Dit is des te belangrijker daar het gehandicaptenbeleid nog grotendeels onder de bevoegdheid van de lidstaten valt.

3.5 Wetgevingsmaatregelen ter bevordering van gelijke kansen voor gehandicapten

3.5.1 De Europese beleidsmakers hebben niet stilgezeten. Tijdens het Europees Jaar van personen met een handicap heeft de Raad resoluties goedgekeurd over werkgelegenheid en beroepsopleiding, de toegang tot culturele activiteiten en opleiding en e-toegankelijkheid [10]. Ook andere Europese instellingen hebben diverse initiatieven op het vlak van toegang [11] en werkgelegenheid ontplooid.

3.5.2 Op dit moment loopt het EU-actieplan voor gehandicapten 2006-2007. Het Comité is ermee ingenomen dat dit nieuwe plan nog steeds op de eerste plaats gericht is op de basisbehoeften van gehandicapten. De eerste doelstelling van de tweede fase van het actieplan is de actieve integratie van personen met een handicap. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat gehandicapten volwaardige burgers zijn [12], wat impliceert dat zij in het dagelijkse leven dezelfde keuzes moeten kunnen maken als niet-gehandicapten en op dezelfde manier hun lot in eigen handen moeten kunnen nemen.

3.5.3 Bijkomende wetgeving is nodig om discriminatie op alle mogelijke EU-actieterreinen te bestrijden. Het Comité kijkt met belangstelling uit naar de resultaten van de haalbaarheidsstudie over aanvullende wetgevingsinitiatieven op het gebied van non-discriminatie. Ook is het Comité er ten zeerste van overtuigd dat zo snel mogelijk een voorstel voor een richtlijn inzake gehandicapten moet worden ingediend.

4. De rol van het EESC bij de bevordering van gelijke kansen voor personen met een handicap

4.1 Het EESC herinnert eraan dat de rol van de sociale partners van cruciaal belang is voor een volledige integratie van personen met een handicap. Onder werkgevers zijn talrijke voorbeelden van goede praktijken te noemen, zowel bij de indienstneming van gehandicapten als bij het ontwerpen van gebruiksvriendelijke goederen en diensten voor hen. Het EESC hecht er sterk aan om binnen zijn bevoegdheden een bijdrage te leveren aan vooruitgang op dit gebied.

4.2 Verder roept het EESC werkgevers en vakbonden ertoe op, gebruik te maken van de sociale dialoog om voorstellen te doen voor nieuwe initiatieven inzake de indienstneming van gehandicapten (waaronder het behoud van banen).

4.3 Het EESC streeft naar het waarborgen van gelijke kansen voor personen met een handicap. Om het Europees Jaar van personen met een handicap 2003 tot een nog groter succes te maken, heeft het EESC een uit EESC-leden en functionarissen bestaande task force voor gehandicaptenvraagstukken in het leven geroepen. Deze task force had tot taak om werkzaamheden van het EESC die betrekking hadden op het Europees Jaar van personen met een handicap, voor te bereiden en uit te voeren.

4.4 In het EESC-advies over het Europees Jaar van personen met een handicap (2003) [13] wordt een duidelijk overzicht gegeven van de activiteiten die het EESC heeft ontplooid om meer aandacht te vragen voor gehandicaptenvraagstukken. Hoewel het EESC zich veel inspanningen heeft getroost en aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt bij de integratie van het gehandicaptenthema in alle terzake relevante adviezen, wil het Comité ook in 2007 (Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen) en daarna deze inspanningen nog intensiveren.

4.5 Het EESC heeft een aantal adviezen uitgebracht die specifiek gericht zijn op de gehandicaptenproblematiek. Voorbeelden hiervan zijn het in 2002 goedgekeurde advies "De maatschappelijke integratie van gehandicapten" [14], waarin voor het eerst een allesomvattende aanpak van het gehandicaptenvraagstuk wordt gepresenteerd, en het advies over de situatie van gehandicapten in de uitgebreide Europese Unie. Ook in andere adviezen werd gepleit voor gelijke kansen voor personen met een handicap. Hierbij zij gedacht aan het advies over "e-toegankelijkheid" [15], het advies over het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen (2007) [16] en het advies over het groenboek inzake de geestelijke gezondheid van de bevolking [17]. Het onderwerp is tevens aan de orde gekomen in het advies over sociaal toerisme [18].

4.6 Het nieuwe hoofdgebouw van het EESC, dat in 2004 in gebruik is genomen, is volledig toegankelijk voor personen met een handicap. Hierdoor hebben gehandicaptenorganisaties in dit gebouw seminars kunnen bijwonen en organiseren. De andere EU-instellingen zouden dit voorbeeld moeten volgen.

4.7 Het Comité stelt vast dat gehandicaptenorganisaties nu sterker binnen het Comité zijn vertegenwoordigd. Bovendien heeft een aantal vertegenwoordigers van organisaties uit de "sociale economie "en van de sociale partners sterk geijverd voor gelijke kansen voor personen met een handicap.

4.8 Om de uitwisseling van goede-praktijkvoorbeelden te bevorderen, stelt het EESC voor om in het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen (2007) een seminar te houden dat met name gewijd is aan handicaps en meervoudige discriminatie.

4.9 Het EESC roept de nationale sociaal-economische raden en soortgelijke instanties ertoe op om in 2007 de gehandicaptenproblematiek in hun werkzaamheden te integreren. Daarnaast zou het EESC kunnen nagaan of opdracht kan worden gegeven tot het opstellen van een studie over goede praktijken inzake mainstreaming van gehandicaptenvraagstukken bij sociale partners.

5. Naar een Europa zonder drempels: doelgerichte maatregelen

5.1 Het EESC stelt vast dat Europa tot dusver geen omvattende anti-discriminatiewetgeving heeft die voor alle beleidsterreinen van de EU geldt.

5.2 Gehandicaptenvraagstukken moeten op de agenda van de diverse EU-strategieën worden gezet. Ook moet rekening worden gehouden met de impact hiervan op de waarborging van gelijke kansen voor personen met een handicap. De gehandicaptenkwestie moet absolute prioriteit blijven krijgen, niet in de laatste plaats omdat deze problematiek niet meer aan de orde wordt gesteld in bijvoorbeeld de herziene Lissabon-strategie of in de in 2005 ingediende nationale hervormingsplannen. Het EESC is dan ook ingenomen met het werkdocument over de integratie van de gehandicaptenproblematiek in de Europese Werkgelegenheidsstrategie, en verzoekt de Europese Commissie om ten aanzien van dit document een effectbeoordeling uit te voeren.

5.3 Het EESC wijst op de noodzaak om gevolg te geven aan het tijdens het Britse voorzitterschap gedane voorstel om jaarlijks een ministerbijeenkomst over gehandicaptenvraagstukken te houden, zodat de discussie hierover op een hoog beleidsniveau wordt gevoerd. De relevante gehandicaptenorganisaties moeten aan deze discussie bijdragen. De burgers zijn tot dusver onvoldoende over dit initiatief geïnformeerd.

5.4 Het EESC benadrukt nogmaals dat op Europees niveau een uniforme definitie van het begrip "handicap "moet worden geformuleerd die het gehandicaptenbeleid van de EU doeltreffender zal maken. Ook kan de beleidsvorming doelgerichter worden en beter worden onderbouwd wanneer méér gegevens over de situatie van personen met een handicap in de EU beschikbaar zouden zijn. Het EESC roept de Commissie, Eurostat en de lidstaten dan ook op om méér middelen vrij te maken voor het opstellen van statistieken waarin bijvoorbeeld de werkgelegenheidssituatie en het economisch belang van personen met een handicap, alsook hun rol als consument en hun toegang tot diensten in kaart worden gebracht.

5.5 Op grond van het Verdrag van Amsterdam moet de Europese Gemeenschap bij het vaststellen van maatregelen voor de interne markt rekening houden met de behoeften van personen met een handicap. Helaas is Verklaring 22 niet ten uitvoer gelegd, wat heeft geleid tot nog meer belemmeringen voor de toegang tot goederen en diensten.

5.6 Het schenkt ook veel aandacht aan de in augustus 2006 goedgekeurde VN-Conventie over de rechten van mensen met een handicap, en roept de lidstaten van de EU op om deze Conventie te ratificeren. Ook dringt het Comité er bij de Commissie op aan om ervoor te zorgen dat de in de VN-Conventie vastgelegde beginselen op Europees niveau worden bevorderd en nageleefd.

5.7 Het EESC hoopt dat de door de EU geplande maatregelen om gelijke kansen voor personen met een handicap te waarborgen, een multiplicatoreffect zullen hebben en zullen resulteren in méér maatregelen die op hun beurt tot meetbare resultaten zullen leiden.

Brussel, 17 januari 2007

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

D. Dimitriadis

[1] In 2002 verklaarden 44,6 miljoen personen in de leeftijdsgroep van 16-64 jaar (dus één op zes oftewel 15,7 %) te kampen te hebben met een langdurig gezondheidsprobleem of handicap (long-standing health problem or disability — LSHPD) (cijfers van Eurostat).

[2] United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities, New York, 2006.

[3] Zie o.a.http://www.eudnet.org/update/online/2004/jun04/edfn_02.htm.

[4] Discussiedocument voor de vergadering van de EU-werkgroep op hoog niveau inzake gehandicapten, 18 en 19 maart 2004.Conceptdocument van deze werkgroep getiteld "Mainstreaming disability in different policy areas".

[5] Richtlijn 2001/85/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 betreffende speciale voorschriften voor voertuigen bestemd voor het vervoer van passagiers, met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en tot wijziging van Richtlijn 70/156/ EEG van de Raad en van Richtlijn 97/27/EG.

[6] Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.

[7] Uit de "Study on the economic inequality of people with disabilities in the city of Barcelona. The overstrain economic effort provoked by disability "(Studie naar de economische ongelijkheid van gehandicapten in Barcelona. Het te grote economische offer in geval van een handicap), die de lokale gehandicaptenbond van de stad Barcelona in maart 2006 heeft uitgevoerd, bleek dat de extra uitgaven van een gezin waarvan een van de leden gehandicapt is, kunnen oplopen tot 30.000 euro per jaar, afhankelijk van het niveau van sociale bescherming en het soort handicap (ziehttp://w3.bcn.es/fitxers/baccessible/greugecomparatiueconmic.683.pdf).

[8] Statistics in Focus, Theme 3: Employment of disabled people in Europe 2002 Eurostat 26/2003

[9] Richtlijn 78/2000/EG, 27 november 2000.

[10] Resolutie van de Raad van 15 juli 2003 inzake de bevordering van de tewerkstelling en de maatschappelijke integratie vanmensen met een functiebeperking (2003/C 175/01)Resolutie van de Raad van 6 mei 2003 over de toegankelijkheid van de culturele infrastructuur en van culturele activiteiten voor mensen met een handicap (2003/C 134/05)Resolutie van de Raad van 5 mei 2003 over gelijke kansen in onderwijs en opleiding voor leerlingen en studenten met een functiebeperking (2003/C 134/04)Resolutie van de Raad van 6 februari 2003 over "e-toegankelijkheid "— verbeteren van de toegang van mensen met een functiebeperking tot de kennismaatschappij (2003/C 39/03)

[11] 2010: A Europe accessible for all: verslag van een groep deskundigen inzake toegankelijkheidhttp://ec.europa.eu/employment_social/index/7002_en.html

[12] Zie het Handvest van de grondrechten van de EU, art. 26 ("De Unie erkent en eerbiedigt het recht van personen met een handicap op maatregelen die beogen hun zelfstandigheid, hun maatschappelijke en beroepsintegratie en hun deelname aan het gemeenschapsleven te bewerkstelligen").

[13] EESC-advies over de "Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de uitvoering, de resultaten en de algehele beoordeling van het Europees Jaar van personen met een handicap 2003", 14 februari 2006, rapporteur: mevrouw Anča. PB C 88 van 11.4.2006.

[14] EESC-advies over "De maatschappelijke integratie van gehandicapten "(initiatiefadvies), 17 juli 2002, rapporteur: de heer Cabra de Luna. PB C 241 van 7.10.2002.

[15] EESC-advies over de "Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — e-toegankelijkheid", 15 maart 2006, rapporteur: de heer Cabra de Luna. PB C 110 van 9.5.2006.

[16] EESC-advies over het "Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen (2007) — Voor een rechtvaardige samenleving", 14 december 2005 (CESE 1507/2005), rapporteur: mevrouw Herczog. PB C 65 van 17.3.2006.

[17] EESC-advies over het Groenboek "De geestelijke gezondheid van de bevolking verbeteren. Naar een strategie inzake geestelijke gezondheid voor de Europese Unie", 17 mei 2006, rapporteur: de heer Bedossa. PB C 195 van 18.8.2006.

[18] EESC-advies over "Sociaal toerisme in Europa "(initiatiefadvies), 14 september 2006, rapporteur: de heer Mendoza Castro.

--------------------------------------------------


Beheerd door het Publicatiebureau