2006R1365 — NL — 01.01.2008 — 001.001
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
No |
page |
date |
||
|
Verordening (EG) nr. 425/2007 van de Commissie van 19 april 2007 |
L 103 |
26 |
20.4.2007 |
|
|
Verordening (EG) nr. 1304/2007 van de Commissie van 7 november 2007 |
L 290 |
14 |
8.11.2007 |
|
VERORDENING (EG) Nr. 1365/2006 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 6 september 2006
betreffende de statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren en houdende intrekking van Richtlijn 80/1119/EEG van de Raad
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ( 1 ),
Overwegende hetgeen volgt:|
(1) |
De binnenwateren spelen een belangrijke rol in de vervoersnetwerken van de Gemeenschap. Om zoals beschreven in het witboek van de Commissie „Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen” tot vervoer te komen dat niet alleen economisch doelmatig is, maar ook minder energie verbruikt en minder schadelijke gevolgen heeft voor het milieu, wordt de binnenvaart in het kader van de doelstellingen van het gemeenschappelijke vervoerbeleid bevorderd. |
|
(2) |
Voor de verdere ontwikkeling en monitoring van zowel het gemeenschappelijke vervoerbeleid als de vervoercomponent in het regionaal beleid en de trans-Europese netwerken heeft de Commissie statistieken over het goederenvervoer over de binnenwateren nodig. |
|
(3) |
De statistieken over de binnenvaart zijn tot nu opgesteld uit hoofde van Richtlijn 80/1119/EEG van de Raad van 17 november 1980 betreffende de statistische registratie van het goederenvervoer over de binnenwateren ( 2 ). Deze richtlijn beantwoordt niet langer aan de eisen van deze tijd. Vervanging door een nieuw, doeltreffender instrument met een groter toepassingsgebied is dan ook noodzakelijk. |
|
(4) |
Richtlijn 80/1119/EEG dient derhalve te worden ingetrokken. |
|
(5) |
De statistieken over de verschillende vormen van vervoer in de Gemeenschap moeten worden opgesteld met behulp van gemeenschappelijke concepten en standaards. Doel is statistieken over de verschillende vormen van vervoer te verkrijgen die in de praktijk zoveel mogelijk met elkaar kunnen worden vergeleken. |
|
(6) |
Vervoer over de binnenwateren komt niet in alle lidstaten voor en derhalve is het toepassingsgebied van deze verordening beperkt tot die lidstaten waar deze vorm van vervoer bestaat. |
|
(7) |
Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het uitwerken van gemeenschappelijke statistische standaards voor de productie van geharmoniseerde gegevens, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat de verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
|
(8) |
Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek ( 3 ) vormt een referentiekader voor de bepalingen van de onderhavige verordening. |
|
(9) |
De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 4 ). |
|
(10) |
Overeenkomstig artikel 3 van Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad ( 5 ) is het Comité statistisch programma geraadpleegd, dat bij dit besluit in het leven is geroepen, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
In deze verordening worden gemeenschappelijke regels vastgelegd voor de productie van statistieken van de Gemeenschap van het goederenvervoer over de binnenwateren.
Artikel 2
Toepassingsgebied
1. De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) gegevens over de binnenvaart op hun grondgebied.
2. De lidstaten verstrekken de gegevens zoals beschreven in artikel 4, lid 1, wanneer in het kader van de binnenlandse binnenvaart, de internationale binnenvaart of de doorvaart in het totaal méér dan een miljoen ton goederen per jaar over hun binnenwateren wordt vervoerd.
3. In afwijking van lid 2 verstrekken de lidstaten de gegevens zoals beschreven in artikel 4, lid 2, wanneer geen internationale of doorvaart op hun binnenwateren plaatsvindt, maar in het kader van de binnenlandse binnenvaart in het totaal méér dan een miljoen ton goederen over de binnenwateren wordt vervoerd.
4. Deze verordening is niet van toepassing op:
a) het goederenvervoer met vaartuigen met een laadvermogen van minder dan 50 ton;
b) vaartuigen die hoofdzakelijk voor het vervoer van passagiers worden gebruikt;
c) veerponten;
d) vaartuigen die uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt door haven- en andere autoriteiten;
e) vaartuigen die alleen voor bunkering of opslag worden gebruikt;
f) niet voor goederenvervoer bestemde vaartuigen zoals vissersschepen, baggerschuiten, drijvende werkplaatsen, woonboten en plezierboten.
Artikel 3
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) „binnenwaterweg”: een niet van de zee deel uitmakende waterloop die door natuurlijke of kunstmatige kenmerken geschikt is voor de scheepvaart, en dan hoofdzakelijk de binnenvaart;
b) „binnenschip”: een vaartuig dat voor goederenvervoer of openbaar personenvervoer over binnenwateren is ontworpen en dat hoofdzakelijk vaart op binnenwateren of op wateren in of dichtbij beschutte wateren waar havenvoorschriften gelden;
c) „nationaliteit van het schip”: het land waar het schip geregistreerd is;
d) „binnenvaart”: vervoer van goederen en/of personen met binnenschepen, dat volledig of gedeeltelijk over binnenwateren plaatsvindt;
e) „binnenlandse binnenvaart”: binnenvaart tussen twee havens op een nationaal grondgebied, ongeacht de nationaliteit van het schip;
f) „internationale binnenvaart”: binnenvaart tussen twee havens die zich op verschillende nationale grondgebieden bevinden;
g) „doorvaart”: binnenvaart via een nationaal grondgebied tussen twee havens die zich beide op een of meer andere nationale grondgebieden bevinden, mits er tijdens het volledige traject op het nationale grondgebied geen overlading plaatsvindt;
h) „binnenvaartverkeer”: alle verplaatsingen van binnenschepen op een bepaald binnenwater.
Artikel 4
Verzameling van gegevens
1. De gegevens worden verzameld aan de hand van de tabellen in de bijlagen A tot en met D.
2. In het in artikel 2, lid 3, bedoelde geval worden de gegevens verzameld overeenkomstig de tabel in bijlage E.
3. Ten behoeve van de verordening worden de goederen geclassificeerd volgens bijlage F.
Artikel 5
Toezending van gegevens
1. De eerste referentieperiode gaat in op 1 januari 2007. De gegevens worden zo snel mogelijk en uiterlijk vijf maanden na afloop van de relevante referentieperiode toegezonden.
2. In de eerste drie jaar waarin deze verordening van kracht is, kan de in lid 1 genoemde termijn voor toezending van de gegevens worden verlengd volgens de in artikel 10, lid 2, beschreven procedure. De maximumtermijn, eventueel toegestane verlengingen inbegrepen, bedraagt acht maanden te rekenen vanaf het einde van de referentieperiode.
2. De verlengde termijnen voor toezending van de gegevens staan aangegeven in bijlage G.
Artikel 6
Verspreiding
De statistieken van de Gemeenschap die op basis van de in artikel 4 beschreven gegevens worden opgesteld, worden verspreid met min of meer dezelfde regelmaat als bij de toezending van de verzamelde gegevens.
Artikel 7
Kwaliteit van de gegevens
1. De Commissie (Eurostat) werkt volgens de procedure in artikel 10, lid 2, eisen en criteria voor de te hanteren methoden uit, die waarborgen dat gegevens van goede kwaliteit worden geproduceerd.
2. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat gegevens van goede kwaliteit worden toegezonden.
3. De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de toegezonden gegevens. De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) een verslag met inlichtingen en cijfers over de kwaliteitscontroles die op de toegezonden gegevens zijn uitgevoerd.
Artikel 8
Uitvoeringsverslag
De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 15 oktober 2009 en na raadpleging van het Comité statistisch programma een verslag voor over de uitvoering van de verordening. Dit verslag bevat met name:
a) een afweging van de kosten en baten van de geproduceerde statistieken voor de Gemeenschap, de lidstaten, de leveranciers en de gebruikers van de statistische gegevens;
b) een beoordeling van de kwaliteit van de geproduceerde statistieken;
c) een beschrijving van mogelijke verbeteringen en aanpassingen die in het licht van het verkregen materiaal noodzakelijk worden geacht.
Artikel 9
Uitvoeringsmaatregelen
De uitvoeringsmaatregelen voor de verordening, met inbegrip van de maatregelen die nodig zijn in verband met economische en technische ontwikkelingen, worden vastgelegd volgens de procedure in artikel 10, lid 2. Dit geldt voor:
a) de aanpassing van de drempel voor de statistische verwerking van de binnenvaart (artikel 2);
b) de bijstelling van de definities en de goedkeuring van aanvullende definities (artikel 3);
c) de wijziging van de reikwijdte van de te verzamelen gegevens en van de inhoud van de bijlagen (artikel 4);
d) de vastlegging van de regels voor de toezending van gegevens aan de Commissie (Eurostat), met inbegrip van de standaards voor de onderlinge uitwisseling van gegevens (artikel 5);
e) de vastlegging van de regels voor de verspreiding van de statistieken door de Commissie (Eurostat) (artikel 6);
f) de uitwerking en publicatie van de eisen en criteria op het punt van de te hanteren methoden (artikel 7).
Artikel 10
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij artikel 1 van Besluit 89/382/EEG, Euratom.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit.
2. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op drie maanden vastgesteld.
3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 11
Overgangsbepalingen en intrekking
1. De lidstaten verstrekken de statistische resultaten over het jaar 2006 volgens Richtlijn 80/1119/EEG.
2. Richtlijn 80/1119/EEG wordt per 1 januari 2007 ingetrokken.
Artikel 12
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE A
Tabel A1. Goederenvervoer naar soort goederen (jaargegevens)
|
Elementen |
Codering |
Classificatie |
Eenheid |
|
Tabel |
2 alfanumerieke tekens |
„A1” |
|
|
Rapporterend land |
2 letters |
NUTS0 (landencode) |
|
|
Jaar |
4 cijfers |
„yyyy” |
|
|
Land/regio van lading |
4 alfanumerieke tekens |
NUTS2 (1) |
|
|
Land/regio van lossing |
4 alfanumerieke tekens |
NUTS2 (1) |
|
|
Soort vervoer |
1 cijfer |
1 = nationaal 2 = internationaal (m.u.v. doorvaart) 3 = doorvaart |
|
|
Soort goederen |
2 cijfers |
NST 2000 (2) |
|
|
Soort verpakking |
1 cijfer |
1 = in containers 2 = niet in containers en lege containers |
|
|
Vervoerd gewicht |
|
|
ton |
|
Tonkilometers |
|
|
tonkilometer |
|
(*) Als de regiocode onbekend of niet beschikbaar is, moet de volgende codering worden gebruikt: — „NUTS0 + ZZ” als het partnerland een NUTS-code heeft; — „ISO code + ZZ” als het partnerland geen NUTS-code heeft; — „ZZZZ” als het partnerland volledig onbekend is. (**) Alleen voor het referentiejaar 2007 mag voor het soort goederen de NST/R-classificatie worden gebruikt, zoals toegelicht in bijlage F. |
|||
BIJLAGE B
Tabel B1. Vervoer naar scheepsvlag en soort schip (jaargegevens)
|
Elementen |
Codering |
Classificatie |
Eenheid |
|
Tabel |
2 alfanumerieke tekens |
„B1” |
|
|
Rapporterend land |
2 letters |
NUTS0 (landencode) |
|
|
Jaar |
4 cijfers |
„yyyy” |
|
|
Land/regio van lading |
4 alfanumerieke tekens |
NUTS2 (1) |
|
|
Land/regio van lossing |
4 alfanumerieke tekens |
NUTS2 (1) |
|
|
Soort vervoer |
1 cijfer |
1 = nationaal 2 = internationaal (m.u.v. doorvaart) 3 = doorvaart |
|
|
Soort schip |
1 cijfer |
1 = motorschip 2 = schip zonder eigen aandrijving 3 = motortankschip 4 = tankschip zonder eigen aandrijving 5 = ander soort vrachtschip 6 = zeeschip |
|
|
Nationaliteit van het schip |
2 letters |
NUTS0 (landencode) (2) |
|
|
Vervoerd gewicht |
|
|
ton |
|
Tonkilometers |
|
|
tonkilometer |
|
(*) Als de regiocode onbekend of niet beschikbaar is, moet de volgende codering worden gebruikt: — „NUTS0 + ZZ” als het partnerland een NUTS-code heeft; — „ISO code + ZZ” als het partnerland geen NUTS-code heeft; — „ZZZZ” als het partnerland volledig onbekend is. (**) Als het land van registratie van het schip geen NUTS-code heeft, moet de ISO-landencode worden vermeld. Als de nationaliteit van het schip onbekend is, moet de code „ZZ” worden gebruikt. |
|||
Tabel B2. Scheepsverkeer (jaargegevens)
|
Elementen |
Codering |
Classificatie |
Eenheid |
|
Tabel |
2 alfanumerieke tekens |
„B2” |
|
|
Rapporterend land |
2 letters |
NUTS0 (landencode) |
|
|
Jaar |
4 cijfers |
„yyyy” |
|
|
Soort vervoer |
1 cijfer |
1 = nationaal 2 = internationaal (m.u.v. doorvaart) 3 = doorvaart |
|
|
Aantal verplaatsingen van beladen schepen |
|
|
verplaatsingen van schepen |
|
Aantal verplaatsingen van lege schepen |
|
|
verplaatsingen van schepen |
|
Scheepskilometers (beladen schepen) |
|
|
scheepskilometer |
|
Scheepskilometers (lege schepen) |
|
|
scheepskilometer |
|
NB: Toezending van deze tabel B2 is facultatief. |
|||
BIJLAGE C
Tabel C1. Containervervoer naar soort goederen (jaargegevens)
|
Elementen |
Codering |
Classificatie |
Eenheid |
|
Tabel |
2 alfanumerieke tekens |
„C1” |
|
|
Rapporterend land |
2 letters |
NUTS0 (landencode) |
|
|
Jaar |
4 cijfers |
„yyyy” |
|
|
Land/regio van lading |
4 alfanumerieke tekens |
NUTS2 (1) |
|
|
Land/regio van lossing |
4 alfanumerieke tekens |
NUTS2 (1) |
|
|
Soort vervoer |
1 cijfer |
1 = nationaal 2 = internationaal (m.u.v. doorvaart) 3 = doorvaart |
|
|
Grootte van de containers |
1 cijfer |
1 = 20 voet 2 = 40 voet 3 = groter dan 20 voet maar kleiner dan 40 voet 4 = groter dan 40 voet |
|
|
Beladingstoestand |
1 cijfer |
1 = beladen containers 2 = lege containers |
|
|
Soort goederen |
2 cijfers |
NST 2000 (2) |
|
|
Vervoerd gewicht |
|
|
ton |
|
Tonkilometers |
|
|
tonkilometer |
|
TEU |
|
|
TEU |
|
TEU-km |
|
|
TEU-km |
|
(*) Als de regiocode onbekend of niet beschikbaar is, moet de volgende codering worden gebruikt: — „NUTS0 + ZZ” als het partnerland een NUTS-code heeft; — „ISO-code + ZZ” als het partnerland geen NUTS-code heeft; — „ZZZZ” als het partnerland volledig onbekend is. (**) Alleen voor het referentiejaar 2007 mag voor het soort goederen de NST/R-classificatie worden gebruikt, zoals toegelicht in bijlage F. |
|||
BIJLAGE D
Tabel D1. Vervoer naar scheepsvlag (kwartaalgegevens)
|
Elementen |
Codering |
Classificatie |
Eenheid |
|
Tabel |
2 alfanumerieke tekens |
„D1” |
|
|
Rapporterend land |
2 letters |
NUTS0 (landencode) |
|
|
Jaar |
4 cijfers |
„yyyy” |
|
|
Kwartaal |
2 cijfers |
41 = kwartaal 1 42 = kwartaal 2 43 = kwartaal 3 44 = kwartaal 4 |
|
|
Soort vervoer |
1 cijfer |
1 = nationaal 2 = internationaal (m.u.v. doorvaart) 3 = doorvaart |
|
|
Nationaliteit van het schip |
2 letters |
NUTS0 (landencode) (1) |
|
|
Vervoerd gewicht |
|
|
ton |
|
Tonkilometers |
|
|
tonkilometer |
|
(*) Als het land van registratie van het schip geen NUTS-code heeft, moet de ISO-landencode worden vermeld. Als de nationaliteit van het schip onbekend is, moet de code „ZZ” worden gebruikt. |
|||
Tabel D2. Containervervoer naar scheepsvlag (kwartaalgegevens)
|
Elementen |
Codering |
Classificatie |
Eenheid |
|
Tabel |
2 alfanumerieke tekens |
„D2” |
|
|
Rapporterend land |
2 letters |
NUTS0 (landencode) |
|
|
Jaar |
4 cijfers |
„yyyy” |
|
|
Kwartaal |
2 cijfers |
41 = kwartaal 1 42 = kwartaal 2 43 = kwartaal 3 44 = kwartaal 4 |
|
|
Soort vervoer |
1 cijfer |
1 = nationaal 2 = internationaal (m.u.v. doorvaart) 3 = doorvaart |
|
|
Nationaliteit van het schip |
2 letters |
NUTS0 (landencode) (1) |
|
|
Beladingstoestand |
1 cijfer |
1 = beladen containers 2 = lege containers |
|
|
Vervoerd gewicht |
|
|
ton |
|
Tonkilometers |
|
|
tonkilometer |
|
TEU |
|
|
TEU |
|
TEU-km |
|
|
TEU-km |
|
(*) Als het land van registratie van het schip geen NUTS-code heeft, moet de ISO-landencode worden vermeld. Als de nationaliteit van het schip onbekend is, moet de code „ZZ” worden gebruikt. |
|||
BIJLAGE E
Tabel E1. Goederenvervoer (jaargegevens)
|
Elementen |
Codering |
Classificatie |
Eenheid |
|
Tabel |
2 alfanumerieke tekens |
„E1” |
|
|
Rapporterend land |
2 letters |
NUTS0 (landencode) |
|
|
Jaar |
4 cijfers |
„yyyy” |
|
|
Soort vervoer |
1 cijfer |
1 = nationaal 2 = internationaal (m.u.v. doorvaart) 3 = doorvaart |
|
|
Soort goederen |
2 cijfers |
NST 2000 (1) |
|
|
Totaal vervoerd gewicht |
|
|
ton |
|
Totaal tonkilometers |
|
|
tonkilometer |
|
(*) Alleen voor het referentiejaar 2007 mag voor het soort goederen de NST/R-classificatie worden gebruikt, zoals toegelicht in bijlage F. |
|||
BIJLAGE F
NST 2007
|
Afdeling |
Omschrijving |
|
01 |
Producten van de landbouw, jacht en bosbouw; vis en andere visserijproducten |
|
02 |
Steenkool en bruinkool; ruwe aardolie en aardgas |
|
03 |
Metaalertsen en andere delfstoffen; turf; uranium en thorium |
|
04 |
Voedings- en genotmiddelen |
|
05 |
Textiel en textielproducten; leder en lederwaren |
|
06 |
Hout, hout- en kurkwaren (m.u.v. meubelen); vlecht- en mandenmakerswerk; pulp, papier en papierwaren; drukwerk en opgenomen media |
|
07 |
Cokes en geraffineerde aardolieproducten |
|
08 |
Chemische producten en synthetische of kunstmatige vezels; producten van rubber of kunststof; splijt- en kweekstoffen |
|
09 |
Overige niet-metaalhoudende minerale producten |
|
10 |
Metalen in primaire vorm; producten van metaal, andere dan machines en apparaten |
|
11 |
Machines, apparaten en werktuigen, n.e.g.; kantoormachines en computers; elektrische machines en apparaten, n.e.g.; radio-, televisie- en telecommunicatieapparatuur; medische apparatuur en instrumenten, precisie- en optische instrumenten; uurwerken |
|
12 |
Transportmiddelen |
|
13 |
Meubelen; overige industrieproducten, n.e.g. |
|
14 |
Secundaire grondstoffen; gemeentelijk afval en overig afval |
|
15 |
Brieven, pakketten |
|
16 |
Uitrusting en materiaal voor het vervoer van goederen |
|
17 |
Vervoerde goederen in het kader van particuliere of bedrijfsverhuizingen; separaat van passagiers vervoerde bagage; voor reparatiedoeleinden vervoerde voertuigen; overige niet voor de markt bestemde goederen, n.e.g. |
|
18 |
Gegroepeerde goederen: diverse soorten goederen die gezamenlijk worden vervoerd |
|
19 |
Niet identificeerbare goederen: goederen die om de een of andere reden niet te identificeren zijn en daarom ook niet in de groepen 01 tot en met 16 kunnen worden opgenomen |
|
20 |
Overige goederen, n.e.g. |
BIJLAGE G
Verlengingen van de termijn voor toezending (artikel 5, lid 2)
|
Lidstaat |
Verlengde toezendingstermijn na afloop van de referentieperiode |
Laatste jaar waarvoor de verlenging wordt verleend |
|
België |
8 maanden |
2009 |
( 1 ) Advies van het Europees Parlement van 17 januari 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 24 juli 2006.
( 2 ) PB L 339 van 15.12.1980, blz. 30. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.
( 3 ) PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
( 4 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).
( 5 ) PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.