1995R2868 — NL — 25.07.2005 — 002.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 2868/95 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 1995

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad inzake het Gemeenschapsmerk

(PB L 303, 15.12.1995, p.1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

Verordening (EG) nr. 782/2004 van de Commissie van 26 april 2004

  L 123

88

27.4.2004

►M2

Verordening (EG) nr. 1041/2005 van de Commissie van 29 juni 2005

  L 172

4

5.7.2005



NB: Deze geconsolideerde versie bevat referenties naar de Europese rekeneenheid en/of ecu. Vanaf 1 januari 1999 moeten beide worden gelezen als referentie naar de euro — Verordening (EEG) nr. 3308/80 van de Raad (PB L 345 van 20.12.1980, blz. 1) en Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad (PB L 162 van 19.6.1997, blz. 1).




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 2868/95 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 1995

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad inzake het Gemeenschapsmerk



DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk ( 1 ), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3288/94 ( 2 ), inzonderheid op artikel 140,

Overwegende dat Verordening (EG) nr. 40/94, hierna „de verordening” genoemd, een nieuwe merkenregeling in het leven roept, waardoor het mogelijk wordt op grond van een aanvrage bij het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen), hierna „het Bureau” genoemd, een merk te verkrijgen dat voor de gehele Gemeenschap geldt;

Overwegende dat de verordening daartoe met name de nodige bepalingen behelst betreffende de inschrijvingsprocedure van een Gemeenschapsmerk, het beheer van de Gemeenschapsmerken, een beroepsprocedure tegen de beslissingen van het Bureau en een procedure tot vervallen- of tot nietigverklaring van een Gemeenschapsmerk;

Overwegende dat in artikel 140 van de verordening is bepaald dat de wijze van toepassing van de verordening in een uitvoeringsverordening zal worden vastgesteld;

Overwegende dat de uitvoeringsverordening dient te worden vastgesteld volgens de bij artikel 141 van de verordening vastgelegde procedure;

Overwegende dat deze uitvoeringsverordening bijgevolg de regels behelst die voor de uitvoering van de bepalingen van de verordening noodzakelijk zijn;

Overwegende dat deze regels soepele en efficiënte afhandeling van procedures inzake Gemeenschapsmerken bij het Bureau dienen te waarborgen;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 116, lid 1, van de verordening alle, in artikel 26, lid 1, van de verordening genoemde onderdelen van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk, en alle overige mededelingen waarvan de bekendmaking bij de onderhavige uitvoeringsverordening wordt voorgeschreven, in alle officiële talen van de Gemeenschap dienen te worden gepubliceerd;

Overwegende dat het evenwel niet dienstig is in alle officiële talen van de Gemeenschap het merk zelf, de namen, adressen, data en andere soortgelijke gegevens te vertalen en te publiceren;

Overwegende dat het Bureau in alle officiële talen van de Gemeenschap voor procedures bij het Bureau standaardformulieren ter beschikking dient te stellen;

Overwegende dat de maatregelen als in de onderhavige verordening voorzien, in overeenstemming zijn met het advies van het bij artikel 141 van de verordening ingestelde Comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

De regels ter toepassing van Verordening (EG) nr. 40/94 luiden als volgt:

TITEL I

PROCEDURE VOOR DE AANVRAGE

Regel 1

Inhoud van de aanvrage

1. De aanvrage van een Gemeenschapsmerk behelst:

a) een verzoek om inschrijving van het merk als Gemeenschapsmerk;

▼M2

b) naam, adres en nationaliteit van de aanvrager en de staat waar deze zijn woonplaats, zetel of een vestiging heeft. Namen van natuurlijke personen worden vermeld met familienaam en voornaam of -namen. Namen van juridische eenheden en van onder artikel 3 van de verordening vallende lichamen worden aangegeven met de officiële benaming ervan, met vermelding van de rechtsvorm van de eenheid, die op een gebruikelijke wijze mag worden afgekort. Het verdient aanbeveling telefoon- en faxnummers, e-mailadres en nadere gegevens van andere datacommunicatiemogelijkheden waaronder de aanvrager bereikbaar is, te vermelden. Voor iedere aanvrager dient in beginsel slechts één adres te worden vermeld. Indien verscheidene adressen worden opgegeven, wordt slechts het als eerste genoemde adres in aanmerking genomen, tenzij de aanvrager een van die adressen als postadres aanwijst;

▼B

c) een opgave van de waren of diensten waarvoor het merk moet worden ingeschreven, overeenkomstig regel 2 ►M2  , of een verwijzing naar de opgave van de waren of diensten waarvoor eerder een Gemeenschapsmerk werd aangevraagd ◄ ;

d) de afbeelding van het merk overeenkomstig regel 3;

e) indien een vertegenwoordiger is aangewezen, diens naam en kantooradres overeenkomstig het bepaalde onder b). Indien de vertegenwoordiger meer dan een kantooradres heeft of indien er twee of meer vertegenwoordigers met verschillende kantooradressen zijn, wordt in de aanvrage vermeld welk adres als postadres dient. Bij ontstentenis van deze vermelding wordt alleen het eerstgenoemde adres als postadres in aanmerking genomen;

f) indien beroep wordt gedaan op de voorrang van een eerdere aanvrage overeenkomstig artikel 30 van de verordening, een in die zin luidende verklaring, waarin de datum waarop en de Staat waarin of waarvoor die eerdere aanvrage werd ingediend, worden vermeld;

g) indien aanspraak wordt gemaakt op tentoonstellingsvoorrang wegens expositie op een tentoonstelling overeenkomstig artikel 33 van de verordening, een in die zin luidende verklaring, waarin worden vermeld de naam van de tentoonstelling en de datum van de eerste expositie van de waren of diensten;

h) indien beroep wordt gedaan, overeenkomstig artikel 34 van de verordening, op de anciënniteit van in een Lid-Staat ingeschreven oudere merken, met inbegrip van een in de Benelux-landen ingeschreven merk, of op een ouder merk waarvoor een internationale inschrijving met rechtsgevolgen in een Lid-Staat bestaat, hierna: „eerder ingeschreven merken als bedoeld in artikel 34 van de verordening”, een in die zin luidende verklaring, waarin worden vermeld de Lid-Staat of de Lid-Staten waarin of waarvoor het oudere merk wordt ingeschreven, de datum waarop de betrokken inschrijving van kracht was geworden, het nummer van de betrokken inschrijving, alsmede de waren en diensten waarvoor het merk wordt ingeschreven;

i) in voorkomend geval, de verklaring dat om inschrijving als collectief Gemeenschapsmerk overeenkomstig artikel 64 van de verordening wordt verzocht;

j) een vermelding van de taal waarin de aanvrage is ingediend, en van de tweede taal, overeenkomstig artikel 115, lid 3, van de verordening;

▼M2

k) de handtekening van de aanvrager of van diens vertegenwoordiger overeenkomstig regel 79.

▼B

2. De aanvrage om een collectief Gemeenschapsmerk mag de regels behelzen waaraan het gebruik van het merk is onderworpen.

3. De aanvrage mag een verklaring van de aanvrager bevatten waarin deze stelt geen beroep te zullen doen op het uitsluitend recht op een door de aanvrager te specificeren bestanddeel van het merk dat geen onderscheidend vermogen heeft.

4. Indien er meer dan één aanvrager is, mag in de aanvrage één aanvrager of vertegenwoordiger als gemeenschappelijk vertegenwoordiger aangewezen worden.

Regel 2

Opgave van de waren en diensten

1. De waren en diensten worden ingedeeld volgens de gemeenschappelijke classificatie, bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, zoals herzien en gewijzigd.

2. De opgave van waren en diensten wordt zodanig geformuleerd dat daaruit duidelijk de aard van die waren en diensten blijkt en classificatie van elk der waren en diensten in slechts één klasse van de classificatie van Nice toelaat.

3. De waren en diensten worden in beginsel bijeengebracht volgens de klassen van de classificatie van Nice, waarbij elke groep van waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van die classificatie waartoe die groep van waren of diensten behoort, en gerangschikt volgens de volgorde van de klassen van die classificatie.

4. De classificatie van waren en diensten dient uitsluitend voor administratieve doeleinden. Waren en diensten mogen derhalve niet als soortgelijk worden beschouwd op grond van het feit dat zij in dezelfde klasse van de classificatie van Nice zijn opgenomen, en evenmin mogen zij als niet-soortgelijk worden beschouwd op grond van het feit dat zij in verschillende klassen van die classificatie zijn ingedeeld.

Regel 3

Afbeelding van het merk

1. Indien de aanvrager zich niet op een speciale grafische afbeelding of kleur beroept, wordt in de aanvrage het merk in gewoon schrift, bij voorbeeld wat letters, cijfers en tekens betreft in schrijfmachineschrift, weergegeven. Kleine letters en hoofdletters worden toegestaan en worden dienovereenkomstig bij de openbaarmaking van het merk en bij de inschrijving door het Bureau overgenomen.

▼M2

2. In de andere dan de in lid 1 genoemde gevallen en behalve wanneer de aanvrage langs elektronische weg wordt ingediend, wordt het merk op een van het formulier voor de aanvrage gescheiden blad afgebeeld. Het formaat van het blad waarop het merk wordt afgebeeld, mag niet groter zijn dan DIN A4 (lengte 29,7 cm, breedte 21 cm) en het voor de afbeelding gebruikte oppervlak (bladspiegel) niet groter dan 26,2 × 17 cm. De linkermarge bedraagt minimaal 2,5 cm. De juiste positie van het merk wordt op de afbeelding aangeduid door toevoeging van het woord „boven”, voorzover dit niet voor de hand ligt. De afbeelding van het merk dient van zodanige kwaliteit te zijn dat met het oog op de openbaarmaking in het Blad van Gemeenschapsmerken verkleining of vergroting mogelijk is tot een formaat van ten hoogste 8 cm breed en 16 cm lang.

▼B

3. In de gevallen waarin lid 2 geldt, wordt daarvan in de aanvrage melding gemaakt. De aanvrage mag een beschrijving van het merk bevatten:

4. Indien de aanvrage betrekking heeft op inschrijving van een driedimensionaal merk, wordt in de aanvrage daarvan melding gemaakt. De afbeelding van het merk bestaat uit een fotografische afbeelding of uit een grafische weergave van het merk. De afbeelding mag maximaal zes verschillende perspectieven van het merk bevatten.

▼M2

5. Indien de aanvrage betrekking heeft op inschrijving in kleur, bestaat de in lid 2 bedoelde afbeelding in een afbeelding van het merk in kleur. Voorts wordt in woorden aangegeven uit welke kleuren het merk bestaat, en mag een verwijzing naar een erkende kleurencode worden toegevoegd.

6. Indien de aanvrage betrekking heeft op de inschrijving van een geluidsmerk, bestaat de weergave van het merk uit een grafische weergave van het geluid, in het bijzonder in muziekschrift; indien de aanvrage langs elektronische weg wordt ingediend, kan zij vergezeld gaan van een elektronisch bestand met het geluid. De voorzitter van het Bureau stelt de formaten en maximumgrootte van het elektronische bestand vast.

▼B

Regel 4

Bij de aanvrage te betalen taksen

Bij de aanvrage dienen de volgende taksen te worden betaald:

a) een basistaks, en

b) een klassetaks voor elke klasse waartoe waren of diensten overeenkomstig regel 2 behoren die zich hoger in de classificatie bevindt dan de derde klasse.

Regel 5

Indiening van de aanvrage

1. Het Bureau brengt op de aanvrage de datum van ontvangst en het dossiernummer aan. Het verstrekt de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs, waarop ten minste het dossiernummer, een afbeelding, een beschrijving of een andere aanduiding van het merk, de aard en het aantal van de stukken alsmede de datum waarop zij zijn ontvangen, worden vermeld.

2. Indien de aanvrage bij de centrale dienst voor de industriële eigendom van een Lid-Staat of bij het Benelux-Merkenbureau wordt ingediend overeenkomstig artikel 25 van de verordening, nummert de instantie die de aanvrage in ontvangst neemt, elke bladzijde van de aanvrage met Arabische cijfers. Alvorens de aanvrage door te sturen vermeldt deze instantie op de aanvrage de datum van ontvangst en het aantal bladzijden ervan. Zij verstrekt de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs, waarop ten minste aard en aantal van de stukken alsmede de datum van ontvangst worden vermeld.

3. Indien het Bureau een aanvrage via de centrale dienst voor de industriële eigendom van een Lid-Staat of via het Benelux-Merkenbureau heeft ontvangen, vermeldt het de dag van ontvangst en het dossiernummer en verstrekt het aan de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs overeenkomstig lid 1, tweede volzin, met vermelding van de datum van ontvangst bij het Bureau.

Regel 6

Beroep op voorrang

1. Indien in de aanvrage op de voorrang van een of meer eerdere aanvragen overeenkomstig artikel 30 van de verordening beroep wordt gedaan, doet de aanvrager binnen drie maanden na de datum van indiening opgave van het dossiernummer van de eerdere aanvrage en dient hij een afschrift van die eerdere aanvrage in. Het afschrift wordt door de instantie die de eerdere aanvrage heeft ontvangen, voor eensluidend met de eerdere aanvrage gewaarmerkt en gaat vergezeld van een verklaring van deze instantie waarin de datum van indiening van de eerdere aanvrage wordt vermeld. ►M2  Indien de eerdere aanvrage een aanvrage van een Gemeenschapsmerk is, voegt het Bureau ambtshalve een kopie van de eerdere aanvrage in het dossier van de aanvrage voor een Gemeenschapsmerk. ◄

2. Indien de aanvrager, nadat de aanvrage reeds is ingediend, beroep wenst te doen op de voorrang van een of meer eerdere aanvragen overeenkomstig artikel 30 van de verordening, wordt de verklaring van voorrang, waarin het land waarin of waarvoor en de datum waarop de eerdere aanvrage is ingediend, worden vermeld, binnen een termijn van twee maanden na de indiening van de aanvrage overgelegd. De uit hoofde van lid 1 verlangde gegevens en bewijsstukken worden het Bureau overgelegd binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de verklaring van voorrang.

3. Indien de eerdere aanvrage niet in een van de talen van het Bureau is gesteld, verzoekt het Bureau de aanvrager om binnen een door het Bureau gestelde termijn van ten minste drie maanden een vertaling van de eerdere aanvrage in een van bedoelde talen in te dienen.

4. De voorzitter van het Bureau kan bepalen dat de aanvrager met overlegging van minder bewijskrachtige stukken dan vereist uit hoofde van lid 1 mag volstaan, mits het Bureau uit andere bronnen over de vereiste gegevens kan beschikken.

Regel 7

Voorrang in geval van tentoonstelling

1. Indien in de aanvrage beroep wordt gedaan op voorrang uit hoofde van een tentoonstelling overeenkomstig artikel 33 van de verordening, legt de aanvrager binnen een termijn van drie maanden na de datum van indiening van de aanvrage een bewijsstuk over, dat op de tentoonstelling door de, voor de bescherming van de industriële eigendom op die tentoonstelling verantwoordelijke autoriteit werd afgegeven. Uit deze verklaring moet blijken dat het merk metterdaad voor de betrokken waren en diensten werd gebruikt, op welke datum de tentoonstelling werd geopend, en op welke datum het merk voor het eerst is gebruikt indien het eerste gebruik niet met de openingsdatum van de tentoonstelling samenviel. Het bewijsstuk gaat vergezeld van een vermelding van het feitelijk gebruik van het merk die door de bovengenoemde autoriteit naar behoren wordt gewaarmerkt.

2. Indien de aanvrager, nadat de aanvrage is ingediend, beroep wenst te doen op voorrang uit hoofde van een eerste tentoonstelling, wordt de verklaring van voorrang, waarin de naam van de tentoonstelling en de datum waarop de waren of diensten voor het eerst zijn tentoongesteld, worden vermeld, binnen een termijn van twee maanden na de indiening van de aanvrage overgelegd. De uit hoofde van lid 1 verlangde gegevens en bewijsstukken worden het Bureau overgelegd binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de verklaring van voorrang.

Regel 8

Inroeping van de anciënniteit van een nationaal merk

1. Indien de anciënniteit van een of meer eerder ingeschreven merken wordt ingeroepen, als bedoeld in artikel 34 van de verordening, legt de aanvrager binnen een termijn van drie maanden na de datum van indiening een afschrift van de desbetreffende inschrijving over. Het afschrift wordt door de bevoegde autoriteit voor eensluidend gewaarmerkt.

▼M2

2. Indien de aanvrager nadat de aanvrage reeds is ingediend, een beroep wenst te doen op de anciënniteit van een of meer eerder ingeschreven merken zoals bedoeld in artikel 34 van de verordening, moet binnen een termijn van twee maanden na indiening van de aanvrage de verklaring van anciënniteit, met vermelding van de lidstaat of de lidstaten waarin of waarvoor het merk is ingeschreven, het nummer en de datum van de desbetreffende inschrijving en de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven, aan het Bureau worden overgelegd. De uit hoofde van lid 1 vereiste gegevens en bewijsstukken worden het Bureau overgelegd binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de verklaring van anciënniteit.

▼B

3. Het Bureau stelt het Benelux-Merkenbureau en de centrale dienst van de betrokken Lid-Staat ervan in kennis dat rechtsgeldig beroep is gedaan op de anciënniteit.

4. De voorzitter van het Bureau kan bepalen dat de aanvrager mag volstaan met overlegging van minder bewijskrachtige stukken dan vereist uit hoofde van lid 1, mits het Bureau uit andere bronnen over de vereiste gegevens kan beschikken.

Regel 9

Onderzoek van de voorwaarden voor toekenning van een datum van aanvrage en van andere formele voorwaarden

1. Indien de aanvrage niet aan de voorwaarden voor het toekennen van een datum van aanvrage voldoet omdat:

a) in de aanvrage ontbreekt, respectievelijk ontbreken:

i) een verzoek om inschrijving van het merk als Gemeenschapsmerk,

ii) gegevens ter identificatie van de aanvrager,

iii) een opgave van de waren of diensten waarvoor het merk moet worden ingeschreven, of

iv) een afbeelding van het merk; of

b) de basistaks niet binnen een maand na de indiening van de aanvrage bij het Bureau, of, indien de aanvrage bij de centrale dienst voor de industriële eigendom van een Lid-Staat of bij het Benelux-Merkenbureau is ingediend, bij die instantie is voldaan,

deelt het Bureau de aanvrager mee dat wegens deze gebreken geen datum van aanvrage kan worden toegekend.

2. Indien de in lid 1 genoemde gebreken binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van de mededeling worden opgeheven, geldt als datum van aanvrage de datum waarop alle gebreken worden opgeheven. Indien de gebreken niet binnen die termijn worden opgeheven, wordt de aanvrage niet als een aanvrage om een Gemeenschapsmerk behandeld. Reeds betaalde taksen worden terugbetaald.

3. Indien het onderzoek, alhoewel een datum van aanvrage is toegekend, aan het licht brengt dat

a) niet aan de voorwaarden van de regels 1, 2 en 3 of aan de overige, in de verordening of de onderhavige regels vervatte formele voorwaarden voor aanvragen wordt voldaan,

b) het bedrag van de klassetaksen dat overeenkomstig regel 4, onder b), in samenhang met Verordening (EG) nr. 2869/95 van de Commissie ( 3 ), hierna de taksenverordening genoemd, verschuldigd is, door het Bureau niet volledig is ontvangen,

c) wanneer overeenkomstig de regels 6 en 7 in de aanvrage of binnen twee maanden na de indiening daarvan beroep op voorrang is gedaan, niet aan de overige voorwaarden van die regels is voldaan, of

d) wanneer overeenkomstig regel 8 in de aanvrage of binnen twee maanden na de indiening daarvan beroep op anciënniteit is gedaan, niet aan de overige voorwaarden van regel 8 is voldaan,

maant het Bureau de aanvrager aan de vastgestelde gebreken binnen een door het Bureau te stellen termijn te verhelpen.

4. Het Bureau wijst de aanvrage af indien de in lid 3, onder a), genoemde gebreken niet binnen de gestelde termijn worden verholpen.

5. Indien de verschuldigde klassetaksen niet binnen de gestelde termijn worden voldaan, wordt de aanvrage geacht te zijn ingetrokken, tenzij duidelijk is voor welke klasse of klassen het reeds betaalde bedrag geldt. Bij gebreke van andere criteria om vast te stellen voor welke klassen de betaling geldt, neemt het Bureau de klassen in de volgorde van de classificatie in aanmerking. De aanvrage wordt geacht te zijn ingetrokken ten aanzien van die klassen waarvoor de klassetaksen niet of niet volledig zijn betaald.

6. Indien de in lid 3 bedoelde gebreken betrekking hebben op het beroep op voorrang, vervalt het recht van voorrang voor de aanvrage.

7. Indien de in lid 3 bedoelde gebreken betrekking hebben op het beroep op anciënniteit, vervalt het recht van anciënniteit voor die aanvrage.

8. Indien de in lid 3 bedoelde gebreken slechts betrekking hebben op sommige waren of diensten, wijst het Bureau de aanvrage slechts af, respectievelijk vervalt het recht van voorrang of van anciënniteit slechts voor zover het om die waren of diensten gaat.

Regel 10

Onderzoek naar de aan de hoedanigheid van houder verbonden voorwaarden

Indien de aanvrager geen Gemeenschapsmerkhouder kan zijn overeenkomstig artikel 5 van de verordening, stelt het Bureau de aanvrager daarvan in kennis. Het Bureau stelt de aanvrager een termijn waarbinnen hij de aanvrage kan intrekken of zijn opmerkingen kan indienen. Indien de aanvrager niet erin slaagt de bezwaren tegen inschrijving op te heffen, wijst het Bureau de aanvrage af.

Regel 11

Onderzoek naar absolute weigeringsgronden

1. Indien het merk krachtens artikel 7 van de verordening niet voor alle of voor een deel van de waren of diensten waarvoor de aanvrage wordt ingediend, mag worden ingeschreven, deelt het Bureau de aanvrager de gronden voor de weigering van inschrijving mede. Het Bureau bepaalt de termijn waarbinnen de aanvrager zijn aanvrage kan intrekken of wijzigen of zijn opmerkingen kan indienen.

2. Indien de inschrijving van het Gemeenschapsmerk krachtens artikel 38, lid 2, van de verordening afhankelijk wordt gesteld van de verklaring van de aanvrager geen beroep te doen op enig uitsluitend recht op de merkbestanddelen zonder onderscheidend vermogen, deelt het Bureau de aanvrager dit onder opgave van redenen mee met het verzoek de desbetreffende verklaring binnen een door het Bureau te stellen termijn af te leggen.

3. Indien de aanvrager niet binnen de gestelde termijn de gronden waarop de inschrijving is geweigerd, opheft of niet binnen de gestelde termijn aan de in lid 2 bedoelde voorwaarde voldoet, wijst het Bureau de aanvrage volledig of voor een deel ervan af.

Regel 12

Publikatie van de aanvrage

De publikatie van de aanvrage omvat:

a) naam en adres van de aanvrager;

b) indien van toepassing, naam en kantooradres van de door de aanvrager aangewezen vertegenwoordiger niet zijnde een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 88, lid 3, eerste zin, van de verordening; indien er meer dan één vertegenwoordiger met hetzelfde kantooradres zijn, worden slechts de naam en het kantooradres van de eerstgenoemde vertegenwoordiger gepubliceerd, gevolgd door de woorden „en anderen”; indien er twee of meer vertegenwoordigers met verschillende kantooradressen zijn, wordt slechts het volgens regel 1, lid 1, onder e), vastgestelde zakenadres gepubliceerd; in het geval van een samenwerkingsverband van vertegenwoordigers als bedoeld in regel 76, lid 9, worden slechts naam en kantooradres van het samenwerkingsverband gepubliceerd;

▼M2

c) de afbeelding van het merk met de in regel 3 bedoelde gegevens en beschrijvingen; indien het merk in kleur is afgebeeld of kleuren bevat, wordt het ook in kleur gepubliceerd onder aanduiding van de kleur of kleuren waaruit het merk is samengesteld, en in voorkomend geval de aangegeven kleurcode;

▼B

d) de opgave van de waren en diensten, ingedeeld volgens de klassen van de classificatie van Nice, waarbij elke groep van waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse waartoe zij behoren, en weergegeven in de volgorde van de klassen van die classificatie;

e) de datum van aanvrage en het dossiernummer;

f) indien van toepassing, gegevens over het beroep op voorrang overeenkomstig artikel 30 van de verordening;

g) indien van toepassing, nadere gegevens over het beroep op voorrang in geval van tentoonstelling overeenkomstig artikel 33 van de verordening;

h) indien van toepassing, nadere gegevens over het beroep op anciënniteit overeenkomstig artikel 34 van de verordening;

i) indien van toepassing, een verklaring dat het merk door gebruik onderscheidend vermogen overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de verordening heeft verkregen;

j) indien van toepassing, een verklaring dat de aanvrage een collectief Gemeenschapsmerk geldt;

k) indien van toepassing, een verklaring van de aanvrager dat hij geen beroep doet op enig uitsluitend recht op een bestanddeel van het merk overeenkomstig regel 1, lid 3, of regel 11, lid 2;

l) de taal waarin de aanvrage is ingediend en de tweede taal die de aanvrager heeft opgegeven overeenkomstig artikel 115, lid 3, van de verordening;

▼M1

m) indien van toepassing, een verklaring dat de aanvraag het gevolg is van een omzetting van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen overeenkomstig artikel 156 van de verordening, met vermelding van de datum van de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 3, lid 4, van het Protocol van Madrid of de datum waarop de territoriale uitstrekking tot de Europese Gemeenschap na de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 3 ter, lid 2, van het Protocol van Madrid is aangetekend en, indien van toepassing, de voorrangsdatum van de internationale inschrijving.

▼B

Regel 13

Wijziging van de aanvrage

1. Het verzoek tot wijziging van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk overeenkomstig artikel 44 van de verordening behelst:

a) het dossiernummer van de aanvrage;

b) naam en adres van de aanvrager, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

▼M2 —————

▼B

d) een opgave van het onderdeel van de aanvrage dat wordt rechtgezet of gewijzigd alsmede het desbetreffende onderdeel in rechtgezette of gewijzigde vorm;

e) indien de wijziging betrekking heeft op de afbeelding van het merk, de afbeelding van het gewijzigde merk overeenkomstig regel 3.

▼M2 —————

▼B

3. Indien niet aan de vereisten voor wijziging van de aanvrage is voldaan, deelt het Bureau de gebreken aan de aanvrager mede. Indien de gebreken binnen een door het Bureau te stellen termijn niet worden opgeheven, wijst het Bureau het verzoek tot wijziging af.

4. Indien de wijziging wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 44, lid 2, van de verordening, zijn de regels 15 tot en met 22 van overeenkomstige toepassing.

5. Indien het wijziging van hetzelfde element in twee of meer aanvragen van dezelfde aanvrager betreft, mag met een enkele aanvrage tot wijziging van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk worden volstaan. Indien de aanvrage tot wijziging aan taks is onderworpen, dient deze taks voor elke te wijzigen aanvrage te worden betaald.

6. De leden 1 tot en met 5 zijn op aanvragen tot verbetering van de naam of van het kantooradres van een door de aanvrager aangewezen vertegenwoordiger van overeenkomstige toepassing. Dergelijke aanvragen zijn niet aan taks onderworpen.

▼M2

Regel 13 bis

Afsplitsing van de aanvrage

1. De verklaring van afsplitsing van de aanvrage zoals bedoeld in artikel 44 bis van de verordening omvat:

a) het dossiernummer van de aanvrage;

b) naam en adres van de aanvrager, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

c) de opgave van de waren en diensten waarvoor afsplitsing wordt aangevraagd, of, als afsplitsing in meer dan één afgesplitste aanvrage wordt gevraagd, de opgave van waren en diensten voor elke afgesplitste aanvrage;

d) de opgave van de waren en diensten die onder de oorspronkelijke aanvrage blijven vallen.

2. Indien het Bureau vaststelt dat niet aan de in lid 1 genoemde vereisten is voldaan of dat de opgave van de waren en diensten waarvoor afsplitsing wordt aangevraagd de waren en diensten die onder de oorspronkelijke aanvrage blijven vallen, overlapt, verzoekt het de aanvrager de vastgestelde gebreken binnen een door het Bureau te stellen termijn op te heffen.

Indien de gebreken niet tijdig worden opgeheven, wijst het Bureau de verklaring van afsplitsing af.

3. De in artikel 44 bis, lid 2, onder b), van de verordening bedoelde perioden gedurende welke een verklaring van afsplitsing van de aanvrage niet-ontvankelijk is, zijn:

a) de periode voordat een datum van aanvrage is toegekend;

b) de in artikel 42, lid 1, van de verordening bedoelde periode van drie maanden na de publicatie van de aanvrage;

c) de periode na de datum van het verzoek tot betaling van de in regel 23, lid 1, bedoelde inschrijvingstaks.

4. Indien het Bureau vaststelt dat de verklaring van afsplitsing ingevolge artikel 44 bis van de verordening of ingevolge lid 3, onder a) en b), niet-ontvankelijk is, wijst het de verklaring van afsplitsing af.

5. Het Bureau legt voor de afgesplitste aanvrage een afzonderlijk dossier aan, dat bestaat uit een volledig afschrift van het dossier van de oorspronkelijke aanvrage met inbegrip van de verklaring van afsplitsing en de correspondentie daarover. Het Bureau kent aan de afgesplitste aanvrage een nieuw aanvragenummer toe.

6. Indien de verklaring van afsplitsing betrekking heeft op een aanvrage die ingevolge artikel 40 van de verordening reeds is gepubliceerd, wordt de afsplitsing gepubliceerd in het Blad van Gemeenschapsmerken. De afgesplitste aanvrage wordt gepubliceerd; de publicatie bevat de in regel 12 bedoelde aanduidingen en gegevens. Met de publicatie gaat geen nieuwe oppositietermijn in.

▼B

Regel 14

Rechtzetting van vergissingen en fouten in publikaties

1. Indien in de publikatie van de aanvrage een aan het Bureau toe te rekenen vergissing of fout voorkomt, zal het Bureau deze vergissing of fout ambtshalve of op verzoek van de aanvrager rechtzetten.

2. Indien het in lid 1 bedoelde verzoek door de aanvrager wordt gedaan, is regel 13 van overeenkomstige toepassing. Het verzoek is niet aan taks onderworpen.

3. De op grond van deze regel aangebrachte rechtzettingen worden gepubliceerd.

4. Indien de rechtzetting de opgave van waren en diensten of de afbeelding van het merk betreft, zijn artikel 42, lid 2, van de verordening alsmede de regels 15 tot en met 22 van overeenkomstige toepassing.

TITEL II

OPPOSITIEPROCEDURE EN BEWIJS VAN HET GEBRUIK

▼M2

Regel 15

Bezwaarschrift van oppositie

1. Een oppositiebezwaarschrift mag worden ingediend op grond van een of meer oudere merken in de zin van artikel 8, lid 2, van de verordening („oudere merken”) of van een of meer oudere rechten in de zin van artikel 8, lid 4, van de verordening („oudere rechten”), mits de oudere merken of rechten allemaal eigendom zijn van dezelfde eigenaar(s). Indien een ouder merk of ouder recht meer dan één eigenaar heeft (mede-eigendom), mag de oppositie geschieden door één of meer of door alle eigenaren.

2. Het oppositiebezwaarschrift omvat:

a) het dossiernummer van de aanvrage waartegen de oppositie is gericht, en de naam van de aanvrager van het Gemeenschapsmerk;

b) een duidelijke identificatie van het oudere merk of recht waarop de oppositie berust, namelijk:

i) indien de oppositie berust op een ouder merk in de zin van artikel 8, lid 2, onder a) of b), van de verordening of indien zij berust op artikel 8, lid 3, van de verordening, de vermelding van het dossier- of inschrijvingsnummer van het oudere merk, de vermelding of het oudere merk is ingeschreven, dan wel of het een aanvrage om inschrijving betreft, alsmede een opgave van de lidstaten, met inbegrip, in voorkomend geval, van de Benelux, waar of waarvoor het oudere merk bescherming geniet, of, in voorkomend geval, de vermelding dat het een Gemeenschapsmerk betreft;

ii) indien de oppositie berust op een algemeen bekend merk in de zin van artikel 8, lid 2, onder c), van de verordening, een opgave van de lidstaat waar het merk algemene bekendheid geniet en de in punt i) bedoelde gegevens of een afbeelding van het merk;

iii) indien de oppositie berust op een ouder recht in de zin van artikel 8, lid 4, van de verordening, een opgave van de soort en aard ervan, een afbeelding van het oudere recht, een vermelding of dit oudere recht in de gehele Gemeenschap dan wel in een of meer lidstaten bestaat en, zo ja, een opgave van de lidstaten;

c) de gronden waarop de oppositie berust, namelijk een verklaring dat aan de respectieve vereisten van artikel 8, leden 1, 3, 4 en 5, van de verordening is voldaan;

d) de datum van indiening en, indien beschikbaar, de datum van inschrijving en de datum van voorrang van het oudere merk, tenzij het een niet-ingeschreven algemeen bekend merk is;

e) een afbeelding van het oudere merk; indien het een ouder merk in kleur betreft, moet de afbeelding in kleur zijn;

f) de waren en diensten waarop de oppositie berust;

g) indien de oppositie berust op een ouder merk dat bekendheid geniet in de zin van artikel 8, lid 5, van de verordening, een opgave van de lidstaat waar, en de waren en diensten waarvoor het merk bekendheid geniet;

h) met betrekking tot de opposant:

i) naam en adres van de opposant, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

ii) indien de opposant een vertegenwoordiger heeft aangewezen, diens naam en kantooradres overeenkomstig regel 1, lid 1, onder e);

iii) indien de oppositie geschiedt door een licentiehouder of een persoon die krachtens het toepasselijke nationale recht gerechtigd is een ouder recht uit te oefenen, een verklaring in die zin en gegevens omtrent de machtiging of het recht om oppositie aan te tekenen.

3. Het oppositiebezwaarschrift kan het volgende omvatten:

a) een opgave van de waren en diensten waartegen de oppositie gericht is; bij ontbreken van een dergelijke opgave wordt de oppositie geacht gericht te zijn tegen alle waren en diensten van de aanvrage voor een Gemeenschapsmerk waartegen oppositie ingesteld wordt;

b) een met redenen omklede verklaring met een uiteenzetting van de voornaamste feiten en argumenten waarop de oppositie berust, en bewijsstukken ter staving van de oppositie.

4. Indien de oppositie berust op meer dan een ouder merk of recht, zijn de leden 2 en 3 op elk van deze rechten van toepassing.

Regel 16

Taalgebruik in het oppositiebezwaarschrift

1. De in artikel 115, lid 6, van de verordening bedoelde termijn waarbinnen de opposant een vertaling van zijn oppositiebezwaarschrift dient over te leggen, bedraagt één maand na het verstrijken van de oppositietermijn.

2. Indien de opposant of de aanvrager het Bureau, vóór de datum waarop de oppositieprocedure overeenkomstig regel 18, lid 1, geacht wordt een aanvang te nemen, ervan in kennis stelt dat de aanvrager en de opposant overeenkomstig artikel 115, lid 7, van de verordening overeen zijn gekomen een andere taal als proceduretaal te gebruiken, dient de opposant, indien het oppositiebezwaarschrift niet in die taal is ingediend, binnen een maand te rekenen vanaf genoemde datum in die taal een vertaling van het oppositiebezwaarschrift in. Indien de vertaling niet of te laat wordt ingediend, blijft de proceduretaal ongewijzigd.

Regel 16 bis

Kennisgeving aan de aanvrager

Elk oppositiebezwaarschrift en alle door de opposant overgelegde documenten, alsook alle voor het verstrijken van de in regel 18 bedoelde termijn door het Bureau aan een van de partijen gerichte mededelingen worden door het Bureau aan de andere partij toegezonden om deze van de indiening van een oppositie in kennis te stellen.

Regel 17

Toetsing van de ontvankelijkheid

1. Indien de oppositietaks niet binnen de oppositietermijn is voldaan, wordt de oppositie geacht niet te zijn ingediend. Indien de oppositietaks na het verstrijken van de oppositietermijn is betaald, wordt deze de opposant terugbetaald.

2. Indien het oppositiebezwaarschrift niet binnen de oppositietermijn is ingediend, niet duidelijk aangeeft tegen welke aanvrage de oppositie gericht is of op welk ouder merk of recht de oppositie overeenkomstig regel 15, lid 2, onder a) en b), berust, dan wel geen oppositiegronden overeenkomstig regel 15, lid 2, onder c), bevat en indien deze gebreken voor het verstrijken van de oppositietermijn niet zijn opgeheven, verklaart het Bureau de oppositie niet-ontvankelijk.

3. Indien de opposant niet de ingevolge regel 16, lid 1, vereiste vertaling overlegt, wordt de oppositie niet-ontvankelijk verklaard. Indien de opposant een onvolledige vertaling overlegt, wordt bij de toetsing van de ontvankelijkheid geen rekening gehouden met het gedeelte van het oppositiebezwaarschrift dat niet vertaald is.

4. Indien het oppositiebezwaarschrift niet aan de andere bepalingen van regel 15 voldoet, doet het Bureau hiervan mededeling aan de opposant en verzoekt het hem de vastgestelde gebreken binnen twee maanden op te heffen. Indien de gebreken niet tijdig worden opgeheven, verklaart het Bureau de oppositie niet-ontvankelijk.

5. Iedere vaststelling ingevolge lid 1 dat het oppositie bezwaarschrift geacht wordt niet te zijn ingediend, en iedere beslissing waarbij een oppositie krachtens de leden 2, 3 en 4 niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt meegedeeld aan de aanvrager.

Regel 18

Aanvang van de oppositieprocedure

1. Wanneer de oppositie overeenkomstig regel 17 ontvankelijk wordt verklaard, stuurt het Bureau de partijen een mededeling om hen te laten weten dat de oppositieprocedure twee maanden na ontvangst van de mededeling geacht wordt een aanvang te nemen. Deze termijn kan tot maximaal 24 maanden worden verlengd indien beide partijen voor het verstrijken van de termijn daarom verzoeken.

2. Indien de aanvrage binnen de in lid 1 bedoelde termijn wordt ingetrokken of beperkt wordt tot waren en diensten waartegen de oppositie niet gericht is, of indien het Bureau bericht ontvangt van een schikking tussen de partijen, of indien de aanvrage in een parallelle procedure wordt afgewezen, wordt de oppositieprocedure gesloten.

3. Indien de aanvrager binnen de in lid 1 bedoelde termijn de aanvrage beperkt door sommige van de waren en diensten waartegen de oppositie gericht is, te schrappen, verzoekt het Bureau de opposant binnen een door het Bureau te stellen termijn mee te delen of hij de oppositie handhaaft en, zo ja, voor welke van de resterende waren en diensten. Indien de opposant de oppositie wegens de beperking intrekt, wordt de oppositieprocedure gesloten.

4. Indien vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn de oppositieprocedure op grond van lid 2 of 3 gesloten wordt, wordt geen beslissing inzake de kosten genomen.

5. Indien vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn de oppositieprocedure na een intrekking of beperking van de aanvrage of op grond van lid 3 gesloten wordt, wordt de oppositietaks terugbetaald.

Regel 19

Substantiëring van de oppositie

1. Het Bureau stelt de opposant in de gelegenheid feiten, bewijzen en argumenten ter staving van zijn oppositie aan te dragen of ingevolge regel 15, lid 3, reeds aangedragen feiten, bewijzen of argumenten aan te vullen binnen een door het Bureau te stellen termijn die ten minste twee maanden bedraagt en ingaat op de datum waarop de oppositieprocedure overeenkomstig regel 18, lid 1, geacht wordt een aanvang te nemen.

2. Binnen de in lid 1 bedoelde termijn overlegt de opposant ook bewijzen van het bestaan, de geldigheid en de beschermingsomvang van zijn ouder merk of recht, alsmede bewijsmateriaal waaruit blijkt dat hij gerechtigd is een oppositie in te dienen. De opposant verstrekt met name het volgende bewijsmateriaal:

a) indien de oppositie berust op een merk dat geen Gemeenschapsmerk is, bewijsmateriaal betreffende de indiening of inschrijving ervan door overlegging:

i) indien het merk nog niet ingeschreven is, van een kopie van het desbetreffende indieningsbewijs of een ander gelijkwaardig document, afgegeven door de administratie waarbij de aanvrage voor een merk werd ingediend, of

ii) indien het merk ingeschreven is, van een kopie van het desbetreffende inschrijvingsbewijs en eventueel van het laatste vernieuwingsbewijs, waaruit blijkt dat de beschermingstermijn van het merk langer is dan de in lid 1 bedoelde termijn en de eventuele verlenging daarvan, of gelijkwaardige documenten, afgegeven door de administratie waarbij het merk werd ingeschreven;

b) indien de oppositie berust op een algemeen bekend merk in de zin van artikel 8, lid 2, onder c), van de verordening, bewijsmateriaal waaruit blijkt dat het merk op het desbetreffende grondgebied algemene bekendheid geniet;

c) indien de oppositie berust op een bekend merk in de zin de artikel 8, lid 5, van de verordening, naast het onder a) van dit lid bedoelde bewijsmateriaal, bewijsmateriaal waaruit blijkt dat het merk bekendheid geniet, alsmede bewijsmateriaal of argumenten waaruit blijkt dat gebruik van het aangevraagde merk zonder geldige reden ongerechtvaardigd voordeel zou trekken uit of afbreuk zou doen aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het oudere merk;

d) indien de oppositie berust op een ouder recht in de zin van artikel 8, lid 4, van de verordening, bewijsmateriaal betreffende de verkrijging en het voortbestaan van dat recht en de omvang van de daaraan verbonden bescherming;

e) indien de oppositie berust op artikel 8, lid 3, van de verordening, bewijsmateriaal betreffende het eigendomsrecht van de opposant en de aard van zijn relatie tot de gemachtigde of vertegenwoordiger.

3. De informatie en het bewijsmateriaal zoals bedoeld in de leden 1 en 2, moeten gesteld zijn in de proceduretaal of vergezeld gaan van een vertaling. De vertaling wordt overgelegd binnen de voor de indiening van het origineel gestelde termijn.

4. Het Bureau houdt geen rekening met schriftelijke opmerkingen of documenten, of delen daarvan, die niet binnen de door het Bureau gestelde termijn zijn ingediend of in de proceduretaal zijn vertaald.

Regel 20

Onderzoek van de oppositie

1. Indien de opposant voor het verstrijken van de in regel 19, lid 1, bedoelde termijn geen bewijsmateriaal heeft verstrekt waaruit het bestaan, de geldigheid en de beschermingsomvang van zijn ouder merk of recht blijken en niet kan aantonen dat hij gerechtigd is de oppositie in te dienen, wordt de oppositie als ongegrond afgewezen.

2. Indien de oppositie niet op grond van lid 1 wordt afgewezen, deelt het Bureau de opmerkingen van de opposant aan de aanvrager mee en verzoekt het deze binnen een door het Bureau gestelde termijn zijn opmerkingen in te dienen.

3. Indien de aanvrager geen opmerkingen indient, baseert het Bureau zijn beslissing aangaande de oppositie op de aan het Bureau voorgelegde stukken.

4. Het Bureau deelt de opmerkingen van de aanvrager aan de opposant mee en verzoekt deze, wanneer het Bureau zulks noodzakelijk acht, daarop binnen een door het Bureau gestelde termijn te antwoorden.

5. Regel 18, leden 2 en 3, is van overeenkomstige toepassing na de datum waarop de oppositieprocedure geacht wordt een aanvang te nemen.

6. Waar nodig, kan het Bureau de partijen verzoeken hun opmerkingen tot bepaalde punten te beperken, in welk geval het de partijen in de gelegenheid stelt de andere punten in een later stadium van de procedure aan de orde te stellen. In geen geval is het Bureau verplicht de partijen mee te delen welke feiten of welk bewijsmateriaal kunnen worden of niet zijn overgelegd.

7. Het Bureau kan de oppositieprocedure opschorten:

a) indien de oppositie op een inschrijvingsaanvrage in de zin van artikel 8, lid 2, onder b), van de verordening berust, totdat in die procedure een eindbeslissing wordt genomen;

b) indien de oppositie op een inschrijvingsaanvrage voor een geografische aanduiding of oorsprongsbenaming krachtens Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad ( 4 ) berust, totdat in die procedure een eindbeslissing wordt genomen, of

c) indien een opschorting in de gegeven omstandigheden passend is.

▼B

Regel 21

Verscheidene opposities

1. Indien verscheidene opposities tegen dezelfde aanvrage om een Gemeenschapsmerk zijn gericht, kan het Bureau deze bijeenvoegen. Het Bureau kan nadien anders beslissen.

2. Indien uit een eerste onderzoek van een of meer opposities blijkt dat het Gemeenschapsmerk waarvoor een inschrijvingsaanvrage is ingediend, voor alle of voor een deel van de waren of diensten waarvoor inschrijving wordt verzocht, mogelijk niet voor inschrijving in aanmerking komt, kan het Bureau de andere oppositieprocedures opschorten. Het Bureau stelt de resterende opposanten in kennis van elke relevante beslissing die in die procedures die worden voortgezet, wordt genomen.

3. Nadat een beslissing waarbij de aanvrage wordt afgewezen, definitief is geworden, worden de opposities waaromtrent een beslissing overeenkomstig lid 2 werd opgeschort, geacht zonder voorwerp te zijn; de betrokken opposanten worden door het Bureau daarvan in kennis gesteld. In dat geval wordt de procedure beschouwd zonder voorwerp te zijn in de zin van artikel 81, lid 4, van de verordening.

4. Het Bureau betaalt de oppositietaks die door de opposant wiens oppositie op de, in de leden 1, 2 en 3, beschreven wijze wordt geacht zonder voorwerp te zijn, is betaald, voor 50 % terug.

▼M2

Regel 22

Bewijs van gebruik

1. Een verzoek om een bewijs van gebruik overeenkomstig artikel 43, lid 2 of lid 3, van de verordening is alleen ontvankelijk als de aanvrager een dergelijk verzoek indient binnen de door het Bureau overeenkomstig regel 20, lid 2, gestelde termijn.

2. Indien de opposant het bewijs moet leveren van gebruik van het merk of van het bestaan van geldige redenen voor het niet gebruiken ervan, verzoekt het Bureau hem het vereiste bewijs binnen een door het Bureau te stellen termijn over te leggen. Het Bureau wijst de oppositie af indien de opposant dit bewijs niet binnen de gestelde termijn overlegt.

3. De elementen en het bewijsmateriaal voor het leveren van het bewijs van gebruik bestaan uit opgaven van de plaats, tijd, omvang en wijze van gebruik van het opponerende merk voor de waren en diensten waarvoor het wordt ingeschreven en waarop de oppositie berust, en uit bewijsmateriaal ter staving van deze elementen overeenkomstig lid 4.

4. Het bewijs wordt ingediend overeenkomstig de regels 79 en 79 bis, en bestaat in beginsel alleen uit overlegging van tot staving dienende stukken en voorwerpen, zoals verpakkingen, etiketten, prijslijsten, catalogi, facturen, foto’s, krantenadvertenties en schriftelijke verklaringen zoals bedoeld in artikel 76, lid 1, onder f), van de verordening.

5. Een verzoek om bewijs van gebruik kan worden gedaan al dan niet onder gelijktijdige indiening van de opmerkingen over de gronden waarop de oppositie berust. Deze opmerkingen kunnen tezamen met de opmerkingen in antwoord op het bewijs van het gebruik worden ingediend.

6. Indien de door de opposant verstrekte bewijzen niet in de taal van de oppositieprocedure zijn, kan het Bureau eisen dat de opposant binnen een door het Bureau gestelde termijn een vertaling van die bewijzen in de proceduretaal overlegt.

▼B

TITEL III

INSCHRIJVINGSPROCEDURE

Regel 23

Inschrijving van het merk

1. De in artikel 45 van de verordening bedoelde inschrijvingstaks bestaat uit:

a) een basistaks en

b) een klassetaks voor elke klasse waarvoor het merkmoet worden ingeschreven, die zich hoger in de classificatie bevindt dan de derde klasse.

2. Indien geen oppositie is ingesteld of indien de oppositie door intrekking, afwijzing of enige andere maatregel definitief is beëindigd, verzoekt het Bureau de aanvrager de inschrijvingstaks te voldoen binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het verzoek daartoe.

3. Indien de inschrijvingstaks niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, kan deze alsnog rechtsgeldig worden betaald binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving waarin wordt medegedeeld dat de voorgeschreven termijn niet in acht is genomen, mits binnen deze termijn de in de taksenverordening vastgestelde toeslag op de taks wordt betaald.

4. Na ontvangst van de inschrijvingstaks wordt het aangevraagde merk met de in regel 84, lid 2, genoemde gegevens in het register van Gemeenschapsmerken ingeschreven.

5. De inschrijving wordt in het Blad van Gemeenschapsmerken bekendgemaakt.

6. De inschrijvingstaks wordt terugbetaald indien het aangevraagde merk niet wordt ingeschreven.

Regel 24

Inschrijvingsbewijs

1. Het Bureau verstrekt de merkhouder een inschrijvingsbewijs waarin alle overeenkomstig regel 84, lid 2, ingeschreven gegevens en een verklaring dat die gegevens in het register zijn ingeschreven, worden opgenomen.

▼M2

2. Het Bureau verstrekt tegen betaling van een taks al dan niet gewaarmerkte afschriften van het inschrijvingsbewijs.

▼B

Regel 25

Wijziging van de inschrijving

1. De aanvrage tot wijziging van de inschrijving overeenkomstig artikel 48, lid 2, van de verordening behelst:

a) het inschrijvingsnummer,

b) naam en adres van de merkhouder, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

▼M2 —————

▼B

d) een opgave van het in de afbeelding van het merk te wijzigen bestanddeel en dat bestanddeel in de gewijzigde vorm ervan;

e) overeenkomstig regel 3 een afbeelding van het gewijzigde merk.

2. De aanvrage wordt geacht niet te zijn ingediend vooraleer de vereiste taks is betaald. Indien de taks niet of niet volledig is betaald, stelt het Bureau de aanvrager daarvan in kennis.

3. Indien aan de voorwaarden voor wijziging van de inschrijving niet wordt voldaan, stelt het Bureau de aanvrager van de gebreken in kennis. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau te stellen termijn worden verholpen, wijst het Bureau de aanvrage af.

4. Indien de wijziging op grond van artikel 48, lid 3, van de verordening wordt aangevochten, zijn de bepalingen van de verordening en van deze regels inzake oppositie van overeenkomstige toepassing.

5. Voor wijziging van hetzelfde bestanddeel in twee of meer ingeschreven merken van dezelfde houder mag één enkele aanvrage worden ingediend. De vereiste taks dient ten aanzien van elke te wijzigen inschrijving te worden betaald.

▼M2

Regel 25 bis

Afsplitsing van een inschrijving

1. De verklaring van afsplitsing van een inschrijving zoals bedoeld in artikel 48 bis van de verordening omvat:

a) het inschrijvingsnummer;

b) de naam en het adres van de merkhouder, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

c) de opgave van de waren en diensten die de afgesplitste inschrijving vormen, of, als afsplitsing in meer dan één afgesplitste inschrijving wordt gevraagd, de opgave van de waren en diensten voor elke afgesplitste inschrijving;

d) de opgave van de waren en diensten die onder de oorspronkelijke inschrijving blijven vallen.

2. Indien het Bureau vaststelt dat niet aan de in lid 1 genoemde vereisten is voldaan of dat de opgave van de waren en diensten die de afgesplitste inschrijving vormen de waren en diensten die onder de oorspronkelijke inschrijving blijven vallen, overlapt, verzoekt het de aanvrager de vastgestelde gebreken binnen een door het Bureau te stellen termijn op te heffen.

Indien de gebreken niet tijdig worden opgeheven, wijst het Bureau de verklaring van afsplitsing af.

3. Indien het Bureau vaststelt dat de verklaring van afsplitsing ingevolge artikel 48 bis van de verordening niet-ontvankelijk is, wijst het de verklaring van afsplitsing af.

4. Het Bureau legt voor de afgesplitste inschrijving een afzonderlijk dossier aan, dat bestaat uit een volledig afschrift van het dossier van de oorspronkelijke inschrijving, met inbegrip van de verklaring van afsplitsing en de correspondentie daarover. Het Bureau kent aan de afgesplitste inschrijving een nieuw nummer toe.

▼B

Regel 26

Wijziging van de naam of van het adres van de Gemeenschapsmerkhouder of van diens ingeschreven vertegenwoordiger

1. Een wijziging van de naam of van het adres van de Gemeenschapsmerkhouder, die geen wijziging van het Gemeenschapsmerk in de zin van artikel 48, lid 2, van de verordening inhoudt en niet het gevolg is van een gehele of gedeeltelijke overdracht van het ingeschreven merk, wordt op verzoek van de merkhouder in het register ingeschreven.

2. De aanvrage tot wijziging van de naam of van het adres van de houder van het ingeschreven merk behelst:

a) het inschrijvingsnummer van het merk;

b) naam en adres van de merkhouder, zoals ingeschreven in het register;

c) een opgave van naam en adres van de merkhouder, zoals gewijzigd, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b).

▼M2 —————

▼B

3. De aanvrage is vrij van taks.

4. Eén enkele aanvrage mag worden ingediend voor de wijziging van de naam of van het adres van de merkhouder in twee of meer ingeschreven merken van dezelfde houder.

5. Indien aan de voorwaarden voor inschrijving van een wijziging niet wordt voldaan, stelt het Bureau de aanvrager in kennis van de gebreken. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau te stellen termijn worden verholpen, wijst het Bureau de aanvrage af.

6. De leden 1 tot en met 5 zijn op wijzigingen van de naam en van het adres van de ingeschreven vertegenwoordiger van overeenkomstige toepassing.

7. De leden 1 tot en met 6 zijn op aanvragen om Gemeenschapsmerken van overeenkomstige toepassing. De wijziging wordt opgenomen in het dossier dat door het Bureau met betrekking tot de aanvrage om het Gemeenschapsmerk wordt bijgehouden.

Regel 27

Rechtzetting van fouten en vergissingen in het register en in de publikatie van de inschrijving

1. Indien de inschrijving van het merk of de publikatie daarvan een aan het Bureau toe te rekenen fout of vergissing bevat, gaat het Bureau ambtshalve of op verzoek van de houder tot rechtzetting ervan over.

2. Op door de houder ingediende verzoeken tot rechtzetting is regel 26 van overeenkomstige toepassing. Het verzoek is vrij van taks.

3. Het Bureau publiceert de rechtzettingen uit hoofde van de onderhavige regel.

Regel 28

Inroeping van anciënniteit na de inschrijving van het Gemeenschapsmerk

1. De inroeping, overeenkomstig artikel 35 van de verordening, van de anciënniteit van een of meer oudere ingeschreven merken als bedoeld in artikel 34 van de verordening behelst:

a) het inschrijvingsnummer van het Gemeenschapsmerk;

b) naam en adres van de Gemeenschapsmerkhouder, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

▼M2 —————

▼M2

d) een opgave van de lidstaat of lidstaten waar of waarvoor het oudere merk is ingeschreven, het nummer en de datum van indiening van de desbetreffende inschrijving, en de waren en diensten waarvoor het oudere merk is ingeschreven;

▼B

e) een opgave van de waren en diensten waarvoor de anciënniteit wordt ingeroepen;

f) een door de bevoegde autoriteit voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de betrokken inschrijving.

2. Indien de vereisten inzake het beroep op anciënniteit niet worden vervuld, stelt het Bureau de aanvrager in kennis van de gebreken. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau gestelde termijn worden verholpen, wijst het Bureau het verzoek af.

3. Het Bureau stelt het Benelux-Merkenbureau, respectievelijk de centrale dienst voor de industriële eigendom van de betrokken Lid-Staat in kennis dat geldig inroeping van anciënniteit is geschied.

4. De voorzitter van het Bureau kan bepalen dat de aanvrager mag volstaan met overlegging van minder bewijskrachtige documenten dan vereist in lid 1, onder f), mits het Bureau uit andere bronnen over de vereiste gegevens kan beschikken.

TITEL IV

VERNIEUWING

Regel 29

Kennisgeving van het verstrijken van de geldigheidsduur

Ten minste zes maanden vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving stelt het Bureau de Gemeenschapsmerkhouder en elke houder van een ingeschreven recht, met inbegrip van een licentie, in kennis van het naderende verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving. Verzuim van kennisgeving ervan laat het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving onverlet.

▼M2

Regel 30

Vernieuwing van de inschrijving

1. Een aanvrage tot vernieuwing omvat:

a) de naam van de persoon die om vernieuwing verzoekt;

b) het inschrijvingsnummer van het te vernieuwen Gemeenschapsmerk;

c) indien de gevraagde vernieuwing slechts een deel van de waren en diensten betreft waarvoor het merk is ingeschreven, een opgave van de klassen of waren en diensten waarvoor om vernieuwing wordt verzocht en van de klassen of waren en diensten waarvoor niet om vernieuwing wordt verzocht, ingedeeld volgens de klassen van de classificatie van Nice, waarbij elke groep van waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van die classificatie waartoe die groep van waren of diensten behoort, weergegeven in de volgorde van de klassen van die classificatie.

2. De overeenkomstig artikel 47 van de verordening voor de vernieuwing van een Gemeenschapsmerk verschuldigde taksen bestaan uit:

a) een basistaks;

b) een klassetaks voor elke klasse boven de derde waarvoor vernieuwing wordt aangevraagd, en

c) in voorkomend geval, de toeslag voor te late betaling van de vernieuwingstaks of voor te late indiening van het verzoek om vernieuwing overeenkomstig artikel 47, lid 3, van de verordening, zoals nader geregeld in de taksenverordening.

3. Er wordt geacht een verzoek om vernieuwing te zijn ingediend als de in lid 2 bedoelde betaling wordt verricht volgens een van de in artikel 5, lid 1, van de taksenverordening genoemde wijzen van betaling, mits de betaling alle in lid 1, onder a) en b), van deze regel en in artikel 7, lid 1, van de taksenverordening vereiste gegevens bevat.

4. Indien de aanvrage tot vernieuwing binnen de in artikel 47, lid 3, van de verordening genoemde termijnen wordt ingediend, maar niet aan de overige in artikel 47 van de verordening en in deze regels genoemde voorwaarden voor vernieuwing is voldaan, stelt het Bureau de aanvrager in kennis van de vastgestelde gebreken.

5. Indien de aanvrage om vernieuwing niet of na het verstrijken van de in artikel 47, lid 3, derde volzin, van de verordening bedoelde termijn wordt ingediend, indien de taksen niet of eerst na het verstrijken van die termijn worden betaald of indien de vastgestelde gebreken niet binnen die termijn worden opgeheven, stelt het Bureau vast dat de geldigheidsduur van de inschrijving is verstreken en stelt het de Gemeenschapsmerkhouder hiervan in kennis.

Indien de betaalde taksen ontoereikend zijn om alle klassen van waren en diensten waarvoor de vernieuwing wordt aangevraagd, te bestrijken, geschiedt die vaststelling niet indien duidelijk is welke klasse of klassen daardoor dient, respectievelijk dienen te worden bestreken. Bij gebrek aan andere criteria neemt het Bureau de klassen in de volgorde van de classificatie in aanmerking.

6. Indien de overeenkomstig lid 5 gedane vaststelling definitief is geworden, haalt het Bureau de inschrijving van het merk in het register door. De doorhaling geldt vanaf de dag volgend op die waarop de bestaande inschrijving verstreek.

7. Indien in lid 2 bedoelde vernieuwingstaksen zijn betaald doch de inschrijving niet vernieuwd is, worden deze taksen terugbetaald.

8. Voor twee of meer merken kan tegen betaling van de verschuldigde taksen voor elk van de merken één enkele aanvrage tot vernieuwing worden ingediend, mits de eigenaars of de vertegenwoordigers telkens dezelfde zijn.

▼B

TITEL V

OVERGANG, LICENTIES EN ANDERE RECHTEN, WIJZIGINGEN

Regel 31

Overgang

1. De aanvrage om inschrijving van een overgang overeenkomstig artikel 17 van de verordening behelst:

a) het inschrijvingsnummer van het Gemeenschapsmerk;

b) gegevens over de nieuwe houder overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

c) een opgave van de ingeschreven waren en diensten waarop de overgang betrekking heeft, indien deze niet alle ingeschreven waren en diensten omvat;

d) bescheiden die naar behoren bewijs leveren van de overgang overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, van de verordening.

2. In de aanvrage mag, in voorkomend geval, de naam en het kantooradres van de vertegenwoordiger van de nieuwe houder worden vermeld volgens regel 1, lid 1, onder e).

▼M2 —————

▼B

5. Als voldoende bewijs van overgang in de zin van lid 1, onder d), geldt:

a) dat de aanvrage om inschrijving van de overgang wordt ondertekend door de ingeschreven merkhouder of diens vertegenwoordiger en door de rechtsopvolger of diens vertegenwoordiger,

b) dat de aanvrage, ingeval deze door de rechtsopvolger wordt ingediend, vergezeld gaat van een door de ingeschreven merkhouder of diens vertegenwoordiger ondertekende verklaring dat hij met de inschrijving van de rechtsopvolger instemt, of

c) dat de aanvrage vergezeld gaat van een ingevuld en door de ingeschreven houder of diens vertegenwoordiger en door de rechtsopvolger of diens vertegenwoordiger ondertekend overgangsformulier of overgangsdocument, zoals bedoeld in regel 83, lid 1, onder d).

6. Indien niet aan de in artikel 17, leden 1 tot en met 4, van de verordening, aan de in de leden 1 tot en met 4 van de onderhavige regel en aan de in andere toepasselijke regels genoemde vereisten voor de inschrijving van een overgang wordt voldaan, stelt het Bureau de aanvrager in kennis van de gebreken. Indien de gebreken niet binnen een door het Bureau gestelde termijn worden verholpen, wijst het Bureau de aanvrage om inschrijving van de overgang af.

7. Indien in elk der gevallen de ingeschreven merkhouder en de rechtsopvolger dezelfden zijn, mag voor twee of meer merken één enkele aanvrage om inschrijving van een overgang worden ingediend.

8. De leden 1 tot en met 7 zijn op aanvragen om Gemeenschapsmerken van overeenkomstige toepassing. De overgang wordt aangetekend in de dossiers die met betrekking tot de aanvrage om het Gemeenschapsmerk door het Bureau worden bijgehouden.

Regel 32

Partiële overgang

1. Indien de aanvrage om inschrijving van een overgang slechts betrekking heeft op sommige waren of diensten waarvoor het merk wordt ingeschreven, behelst de aanvrage een opgave van de waren en diensten die onder de partiële overgang zijn begrepen.

2. De waren en diensten in de oorspronkelijke inschrijving worden op zodanige wijze over de behouden gebleven en de nieuwe inschrijving verdeeld dat er geen overlappingen zijn.

3. Regel 31 is op aanvragen om inschrijving van een partiële overgang van overeenkomstige toepassing.

▼M2

4. Het Bureau legt voor de nieuwe inschrijving een afzonderlijk dossier aan, dat bestaat uit een volledig afschrift van het dossier van de oorspronkelijke inschrijving, met inbegrip van de aanvrage tot inschrijving van de partiële overgang en de correspondentie daarover. Het Bureau kent aan de nieuwe inschrijving een nieuw inschrijvingsnummer toe.

▼B

5. Elke door de oorspronkelijke merkhouder ingediende aanvrage die met betrekking tot de oorspronkelijke inschrijving nog hangende is, wordt geacht hangende te zijn ten aanzien van de behouden gebleven en de nieuwe inschrijving. Indien voor die aanvrage taksen verschuldigd zijn die door de oorspronkelijke merkhouder zijn betaald, is de nieuwe merkhouder met betrekking tot die aanvrage niet gehouden enige bijkomende taks te betalen.

Regel 33

Inschrijving van licenties en van andere rechten

▼M2

1. Regel 31, leden 1, 2, 5 en 7, is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving of overgang van een licentie of een overgang daarvan, een zakelijk recht of een overgang daarvan, een executiemaatregel of een insolventieprocedure, met dien verstande dat:

a) regel 31, lid 1, onder c), niet van toepassing is op een verzoek om inschrijving van een zakelijk recht, een gedwongen tenuitvoerlegging of een insolventieprocedure;

b) regel 31, lid 1, onder d), en lid 5, niet van toepassing zijn als het verzoek afkomstig is van de Gemeenschapsmerkhouder.

2. Het verzoek tot inschrijving van een licentie, een overgang van een licentie, een zakelijk recht, een overgang van een zakelijk recht of een executiemaatregel wordt geacht niet te zijn ingediend zolang de verschuldigde taks niet is betaald.

▼B

3. Indien niet aan de in de ►M2  artikelen 19 tot en met 22 ◄ van de verordening, aan de ►M2  in lid 1 van deze regel en in regel 34, lid 2 ◄ en aan de in de andere toepasselijke regels bedoelde vereisten wordt voldaan, stelt het Bureau de verzoeker in kennis van de gebreken. Indien de gebreken niet binnen een door het Bureau gestelde termijn worden verholpen, wijst het Bureau de aanvrage om inschrijving af.

▼M2

4. De leden 1 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor Gemeenschapsmerken. Van de licenties, zakelijke rechten, insolventieprocedures en executiemaatregelen wordt in de dossiers die met betrekking tot de aanvrage voor een Gemeenschapsmerk door het Bureau worden bijgehouden, een aantekening aangebracht.

Regel 34

Bijzondere bepalingen voor de inschrijving van een licentie

1. Het verzoek tot inschrijving van een licentie kan een verzoek om inschrijving van de licentie in het register bevatten als:

a) uitsluitende licentie,

b) onderlicentie indien de licentie wordt verleend door een licentiehouder wiens licentie in het register is ingeschreven,

c) licentie die beperkt is tot een deel van de waren of diensten waarvoor het merk ingeschreven is,

d) licentie die beperkt is tot een deel van de Gemeenschap,

e) tijdelijke licentie.

2. Indien een verzoek tot inschrijving van de licentie als licentie overeenkomstig lid 1, onder c), d) en e), wordt ingediend, moeten in de aanvrage tot inschrijving de waren en diensten, het deel van de Gemeenschap en het tijdvak waarvoor de licentie wordt verleend, worden aangegeven.

▼B

Regel 35

Doorhaling of wijziging van de inschrijving van licenties en van andere rechten

1. De krachtens regel 33, lid 1, verrichte inschrijving wordt op verzoek van een der betrokken personen doorgehaald.

2. Het verzoek behelst:

a) het inschrijvingsnummer van het Gemeenschapsmerk en

b) nadere bijzonderheden omtrent het recht waarvan de inschrijving dient te worden doorgehaald.

▼M2

3. Het verzoek tot doorhaling van een licentie, een zakelijk recht of een executiemaatregel wordt geacht niet te zijn ingediend zolang de verschuldigde taks niet is betaald.

▼B

4. Het verzoek gaat vergezeld van documenten waaruit blijkt dat het ingeschreven recht niet meer bestaat of van een verklaring van de licentiehouder of van de rechthebbende op een ander recht waarbij deze erin toestemt dat de inschrijving wordt doorgehaald.

5. Indien niet aan de vereisten voor doorhaling van de inschrijving wordt voldaan, stelt het Bureau de verzoeker in kennis van de gebreken. Indien binnen een door het Bureau gestelde termijn niet alsnog aan de vereisten wordt voldaan, wijst het Bureau het verzoek tot doorhaling van de inschrijving af.

6. De leden 1, 2, 4 en 5 zijn op een verzoek tot wijziging van een krachtens regel 33, lid 1, verrichte inschrijving van overeenkomstige toepassing.

7. De leden 1 tot en met 6 zijn op de overeenkomstig regel 33, lid 4, in de dossiers aangebrachte aantekeningen van overeenkomstige toepassing.

TITEL VI

AFSTAND

Regel 36

Afstand

1. De verklaring van afstand als bedoeld in artikel 49 van de verordening behelst:

a) het inschrijvingsnummer van het Gemeenschapsmerk;

b) naam en adres van de merkhouder overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

▼M2 —————

▼B

d) indien van de afstand slechts voor sommige van de waren en diensten waarvoor het merk wordt ingeschreven kennis wordt gegeven, de waren en diensten waarvoor van de afstand kennis wordt gegeven of de waren en diensten waarvoor de inschrijving van het merk behouden dient te blijven.

2. Indien een recht van een derde op het Gemeenschapsmerk in het register wordt ingeschreven, wordt diens instemming met de afstand in toereikende mate bewezen geacht indien door de houder van dat recht of door diens vertegenwoordiger een verklaring van instemming met de afstand wordt getekend. Indien een licentie is ingeschreven, wordt de afstand ingeschreven drie maanden na de datum waarop de Gemeenschapsmerkhouder ten genoegen van het Bureau heeft aangetoond dat hij de licentiehouder van zijn voornemen om van het merk afstand te doen in kennis heeft gesteld. Indien de houder vóór het verstrijken van deze termijn ten genoegen van het Bureau de toestemming van de licentiehouder aantoont, wordt de afstand onverwijld ingeschreven.

3. Indien aan de voorwaarden betreffende de afstand niet wordt voldaan, doet het Bureau aan de indiener van de verklaring mededeling van de gebreken. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau te stellen termijn worden verholpen, weigert het Bureau de aantekening van de afstand in het register.

TITEL VII

VERVAL EN NIETIGHEID

Regel 37

Vordering tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring

Een vordering bij het Bureau tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring van een Gemeenschapsmerk overeenkomstig artikel 55 van de verordening behelst:

a) met betrekking tot de inschrijving waarvan de vervallen-, respectievelijk de nietigverklaring wordt verzocht:

i) het inschrijvingsnummer van het Gemeenschapsmerk waarvan de vervallen-, respectievelijk de nietigverklaring wordt verzocht;

ii) naam en adres van de houder van het Gemeenschapsmerk waarvan de vervallen-, respectievelijk de nietigverklaring wordt verzocht;

iii) een verklaring waaruit blijkt voor welke ingeschreven waren en diensten de vervallen-, respectievelijk de nietigverklaring wordt verzocht;

b) met betrekking tot de gronden waarop de vordering berust:

i) in het geval van een vordering krachtens artikel 50 of artikel 51 van de verordening, een verklaring houdende de gronden waarop de vordering tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring berust;

ii) in het geval van een vordering krachtens artikel 52, lid 1, van de verordening, nadere gegevens betreffende het recht waarop de vordering tot nietigverklaring berust, en indien nodig nadere gegevens waaruit blijkt dat de vezoeker het recht heeft om het oudere recht als nietigheidsgrond in te roepen;

iii) in het geval van een vordering krachtens artikel 52, lid 2, van de verordening, nadere gegevens betreffende het recht waarop de vordering tot nietigverklaring berust, en nadere gegevens waaruit blijkt dat de verzoeker houder is van een in artikel 52, lid 2, van de verordening bedoeld ouder recht of dat hij krachtens geldend nationaal recht gerechtigd is dat recht in te roepen;

iv) een opgave van de feiten, bewijsmateriaal en argumenten die ter staving van deze gronden worden aangevoerd;

c) met betrekking tot de verzoeker,

i) diens naam en adres overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

ii) indien de verzoeker een vertegenwoordiger heeft aangewezen, diens naam en kantooradres overeenkomstig regel 1, lid 1, onder e).

Regel 38

Taalgebruik in procedures tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring

▼M2

1. De in artikel 115, lid 6, van de verordening bedoelde termijn waarbinnen de indiener van de vordering tot vervallen- of nietigverklaring een vertaling van zijn vordering dient over te leggen, bedraagt één maand, ingaande op de datum van indiening van zijn vordering; bij gebreke daarvan, wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

▼B

2. Indien het bewijsmateriaal ter staving van de vordering niet wordt ingediend in de taal van de procedure tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring, dient de indiener van de vordering binnen twee maanden na de indiening van het bewijsmateriaal een vertaling van dat bewijsmateriaal in die taal in.

3. Indien de indiener van de vordering tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring of de Gemeenschapsmerkhouder vóór het verstrijken van de termijn van twee maanden na de ontvangst door laatstgenoemde van de in regel 40, lid 1, bedoelde kennisgeving het Bureau ervan in kennis stelt dat zij overeenkomstig artikel 115, lid 7, van de verordening zijn overeengekomen een andere taal als proceduretaal te hanteren, dient de verzoeker, voor zover de vordering niet in die taal werd ingediend, binnen een maand te rekenen vanaf genoemde datum een vertaling van de vordering in die taal in. ►M2  Indien de vertaling niet of te laat wordt ingediend, blijft de proceduretaal ongewijzigd. ◄

▼M2

Regel 39

Niet-ontvankelijkverklaring van de vordering tot vervallen- of nietigverklaring

1. Indien het Bureau vaststelt dat de verschuldigde taks niet is betaald, verzoekt het de aanvrager de taks binnen een door het Bureau te stellen termijn alsnog te voldoen. Indien de verschuldigde taks niet binnen de door het Bureau gestelde termijn wordt voldaan, deelt het Bureau de aanvrager mee dat de vordering tot vervallen- of nietigverklaring wordt geacht niet te zijn ingediend. Indien de taks na het verstrijken van de gestelde termijn is betaald, wordt deze de aanvrager terugbetaald.

2. Indien de in regel 38, lid 1, verlangde vertaling niet binnen de voorgeschreven termijn wordt ingediend, verklaart het Bureau de vordering tot vervallen- of nietigverklaring niet-ontvankelijk.

3. Indien het Bureau vaststelt dat de vordering niet aan regel 37 beantwoordt, verzoekt het de verzoeker de vastgestelde gebreken binnen een door het Bureau te stellen termijn op te heffen. Indien de gebreken niet vóór het verstrijken van de termijn worden opgeheven, verklaart het Bureau de vordering niet-ontvankelijk.

4. Wanneer een vordering tot vervallen- of nietigverklaring overeenkomstig lid 2 of 3 niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt dit de verzoeker en de Gemeenschapsmerkhouder meegedeeld.

▼B

Regel 40

Onderzoek van de vordering tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring

▼M2

1. Iedere vordering tot vervallen- of nietigverklaring die wordt geacht te zijn ingediend, wordt ter kennis gebracht van de Gemeenschapsmerkhouder. Wanneer het Bureau de vordering ontvankelijk verklaart, verzoekt het de Gemeenschapsmerkhouder binnen een door het Bureau te stellen termijn zijn opmerkingen in te dienen.

▼B

2. Indien de Gemeenschapsmerkhouder geen opmerkingen indient, kan het Bureau op grond van het bewijsmateriaal waarover het beschikt, over de vervallen- of over de nietigverklaring een beslissing nemen.

3. Het Bureau deelt alle door de Gemeenschapsmerkhouder ingediende opmerkingen aan de verzoeker mede en nodigt hem uit, wanneer het dit nodig acht, deze binnen een door het Bureau te stellen termijn te beantwoorden.

▼M2

4. Tenzij regel 69 anders bepaalt of toestaat, worden alle door een der partijen ingediende opmerkingen aan de andere partij meegedeeld.

5. In het geval van een vordering tot vervallenverklaring op grond van artikel 50, lid 1, onder a), van de verordening verzoekt het Bureau de eigenaar van het Gemeenschapsmerk binnen een door het Bureau te stellen termijn het bewijs van het normale gebruik van het merk te leveren. Indien het bewijs niet binnen de gestelde termijn wordt geleverd, wordt het Gemeenschapsmerk vervallen verklaard. Regel 22, leden 2, 3 en 4, is van overeenkomstige toepassing.

▼M2

6. Indien de verzoeker overeenkomstig artikel 56, lid 2 of lid 3, van de verordening het bewijs van gebruik of van het bestaan van geldige redenen voor het niet gebruiken moet leveren, verzoekt het Bureau de verzoeker binnen een door het Bureau te stellen termijn het bewijs van het normale gebruik van het merk te leveren. Indien het bewijs niet binnen de gestelde termijn wordt geleverd, wordt het verzoek tot nietigverklaring afgewezen. Regel 22, leden 2, 3 en 4, is van overeenkomstige toepassing.

▼B

Regel 41

Een aantal vorderingen tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring

1. Indien met betrekking tot hetzelfde Gemeenschapsmerk een aantal vorderingen tot vervallen-, respectievelijk nietigverklaring is ingediend, kan het Bureau deze met het oog op de behandeling bijeenvoegen. Het Bureau kan nadien anders besluiten.

2. Regel 21, leden 2, 3 en 4, zijn van overeenkomstige toepassing.

TITEL VIII

COLLECTIEVE GEMEENSCHAPSMERKEN

Regel 42

Van toepassing zijnde bepalingen

Deze regels zijn op collectieve Gemeenschapsmerken van toepassing, voor zover in regel 43 niet anders is bepaald.

Regel 43

Reglement van het collectieve Gemeenschapsmerk

1. Indien de aanvrage om een collectief Gemeenschapsmerk niet het bij artikel 65 van de verordening voorgeschreven reglement betreffende het gebruik ervan behelst, dient dit reglement binnen twee maanden na de datum van indiening aan het Bureau te worden overgelegd.

2. Het reglement van het collectieve Gemeenschapsmerk behelst:

a) naam en kantooradres van de aanvrager;

b) het doel van de vereniging of het oogmerk waarmee de publiekrechtelijke rechtspersoon is opgericht;

c) de organen die bevoegd zijn de vereniging, respectievelijk de publiekrechtelijke rechtspersoon te vertegenwoordigen,

d) de voorwaarden voor het lidmaatschap,

e) de personen die gemachtigd zijn het merk te gebruiken,

f) in voorkomend geval, de voorwaarden waaraan het gebruik van het merk is onderworpen, met inbegrip van sancties,

g) in voorkomend geval, de machtiging bedoeld in artikel 65, lid 2, tweede volzin, van de verordening.

TITEL IX

OMZETTING

▼M2

Regel 44

Verzoek tot omzetting

1. Het verzoek tot omzetting van een aanvrage voor een Gemeenschapsmerk of van een ingeschreven Gemeenschapsmerk in een aanvrage voor een nationaal merk overeenkomstig artikel 108 van de verordening omvat:

a) de naam en het adres van de indiener van het omzettingsverzoek, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

b) het dossiernummer van de aanvrage voor een Gemeenschapsmerk of het inschrijvingsnummer van het Gemeenschapsmerk;

c) een opgave van de reden voor omzetting overeenkomstig artikel 108, lid 1, onder a) of b), van de verordening;

d) een opgave van de lidstaat of lidstaten waarvoor de omzetting wordt gevraagd;

e) indien niet voor alle waren en diensten waarvoor de aanvrage is ingediend of waarvoor het merk is ingeschreven om omzetting wordt verzocht, een opgave van de waren en diensten waarvoor de omzetting wordt verzocht en, indien de omzetting voor meer dan één lidstaat wordt verzocht en de lijst van waren en diensten niet voor alle lidstaten dezelfde is, een opgave van de respectieve waren en diensten voor elke lidstaat;

f) indien omzetting wordt verzocht overeenkomstig artikel 108, lid 6, van de verordening, een opgave van de datum waarop de beslissing van de nationale rechter in kracht van gewijsde is gegaan, en een afschrift van die beslissing; dat afschrift mag worden overgelegd in de taal van de beslissing.

2. Het verzoek tot omzetting moet worden ingediend binnen de voorgeschreven termijn overeenkomstig artikel 108, lid 4, 5 of 6, van de verordening. Indien omzetting wordt verzocht na niet-vernieuwing van de inschrijving, gaat de in artikel 108, lid 5, van de verordening bedoelde termijn in op de dag na de laatste dag waarop het verzoek tot vernieuwing overeenkomstig artikel 47, lid 3, van de verordening kon worden ingediend.

Regel 45

Onderzoek van het verzoek tot omzetting

1. Indien het verzoek tot omzetting niet aan de voorwaarden van artikel 108, lid 1 of lid 2, van de verordening beantwoordt of niet binnen de voorgeschreven termijn van drie maanden werd ingediend of niet beantwoordt aan regel 44 of andere regels, stelt het Bureau de verzoeker daarvan in kennis en stelt het de termijn vast waarbinnen hij zijn aanvrage kan wijzigen of ontbrekende gegevens of aanduidingen kan verstrekken.

2. Indien de omzettingstaks niet binnen de voorgeschreven termijn van drie maanden is betaald, stelt het Bureau de verzoeker ervan in kennis dat het verzoek tot omzetting wordt geacht niet te zijn ingediend.

3. Indien de ontbrekende gegevens of aanduidingen niet binnen de door het Bureau gestelde termijn zijn verstrekt, wijst het Bureau het verzoek tot omzetting af.

Indien artikel 108, lid 2, van de verordening van toepassing is, verklaart het Bureau het verzoek tot omzetting alleen niet-ontvankelijk voor de lidstaten waarvoor omzetting krachtens die bepaling uitgesloten is.

4. Indien het Bureau of een rechtbank voor het Gemeenschapsmerk de aanvrage voor een Gemeenschapsmerk heeft afgewezen of het Gemeenschapsmerk op absolute gronden nietig heeft verklaard in verband met de taal van een lidstaat, wordt omzetting krachtens artikel 108, lid 2, van de verordening uitgesloten voor alle lidstaten waar die taal een van de officiële talen is. Indien het Bureau of een rechtbank voor het Gemeenschapsmerk de aanvrage voor een Gemeenschapsmerk heeft afgewezen of het Gemeenschapsmerk nietig heeft verklaard op absolute gronden die in de hele Gemeenschap van toepassing blijken te zijn, of wegens een ouder Gemeenschapsmerk of ander Gemeenschapsrecht inzake industriële eigendom, wordt omzetting krachtens artikel 108, lid 2, van de verordening voor alle lidstaten uitgesloten.

▼B

Regel 46

Publikatie van het verzoek tot omzetting

1. Indien het verzoek tot omzetting betrekking heeft op een aanvrage om een Gemeenschapsmerk die reeds overeenkomstig artikel 40 van de verordening in het Blad van Gemeenschapsmerken is gepubliceerd, of indien het verzoek tot omzetting betrekking heeft op een Gemeenschapsmerk, wordt het verzoek tot omzetting in het Blad van Gemeenschapsmerken gepubliceerd.

2. De publikatie van het verzoek tot omzetting behelst:

a) het dossiernummer of inschrijvingsnummer van het merk waarvoor omzetting wordt verzocht;

b) een verwijzing naar de eerdere publikatie van de aanvrage of van de inschrijving in het Blad van Gemeenschapsmerken;

c) een opgave van de Lid-Staat, respectievelijk Lid-Staten waarvoor omzetting wordt gevraagd;

d) indien niet voor alle waren en diensten waarvoor de aanvrage is ingediend of waarvoor het merk is ingeschreven, om omzetting wordt verzocht, een opgave van de waren en diensten waarvoor omzetting wordt verzocht;

e) indien omzetting wordt verzocht voor meer dan één Lid-Staat en de lijst van waren en diensten is niet voor alle Lid-Staten dezelfde, een opgave van de respectieve waren en diensten voor elke Lid-Staat;

f) de datum van het verzoek tot omzetting.

▼M2

Regel 47

Toezending aan de centrale diensten voor de industriële eigendom van de lidstaten

Indien het verzoek tot omzetting aan de vereisten van de verordening en van deze regels beantwoordt, zendt het Bureau het verzoek tot omzetting en de in regel 84, lid 2, bedoelde gegevens aan de centrale diensten voor de industriële eigendom van de lidstaten, met inbegrip van het Benelux-Merkenbureau, waarvoor de aanvrage ontvankelijk is verklaard. Het Bureau stelt de verzoeker in kennis van de datum van toezending.

▼B

TITEL X

BEROEPSPROCEDURE

Regel 48

Inhoud van het beroepschrift

1. Het beroepschrift behelst:

a) naam en adres van de insteller van het beroep, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

b) indien de insteller van het beroep een vertegenwoordiger heeft aangewezen, naam en kantooradres van laatsgenoemde overeenkomstig regel 1, lid 1, onder e);

c) een verklaring waarbij de beslissing die wordt aangevochten, wordt aangeduid en waarbij wordt aangegeven in hoeverre wijziging of herroeping van de beslissing wordt verlangd.

2. Het beroepschrift wordt ingediend in de taal van de procedure waarin de beslissing werd genomen, die het voorwerp van het beroep vormt.

Regel 49

Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep

1. Indien het beroep niet in overeenstemming is met de artikelen 57, 58 en 59 van de verordening en regel 48, lid 1, onder c), en lid 2, verklaart de kamer van beroep dit beroep niet-ontvankelijk, tenzij elk gebrek vóór het verstrijken van de van toepassing zijnde, in artikel 59 van de verordening bedoelde termijn is verholpen.

2. Indien de kamer van beroep vaststelt dat het beroep niet aan andere bepalingen van de verordening of aan andere bepalingen van deze regels, met name regel 48, lid 1, onder a) en b), beantwoordt, deelt zij dit aan de insteller van het beroep mede en verzoekt zij hem de vastgestelde gebreken binnen een door haar te stellen termijn te verhelpen. Wanneer de gebreken niet tijdig worden verholpen, verklaart de kamer van beroep het beroep niet-ontvankelijk.

3. Indien de beroepstaks na het verstrijken van de termijn voor de instelling van beroep als bedoeld in artikel 59 van de verordening is betaald, wordt het beroep als niet-ingesteld beschouwd en wordt de beroepstaks aan de insteller van het beroep terugbetaald.

Regel 50

Onderzoek van het beroep

1. Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen die de procedure regelen bij behandeling door de instantie die de beslissing heeft genomen waartegen beroep wordt ingesteld, van overeenkomstige toepassing op de beroepsprocedure.

Wanneer het beroep wordt ingesteld tegen een beslissing die in een oppositieprocedure is genomen, is artikel 78 bis van de verordening evenwel niet van toepassing op de ingevolge artikel 61, lid 2, van de verordening gestelde termijnen.

Wanneer het beroep wordt ingesteld tegen een beslissing van een oppositieafdeling, beperkt de kamer van beroep het onderzoek van het beroep tot feiten en bewijsstukken die binnen de door de oppositieafdeling vastgestelde termijnen in overeenstemming met de verordening en deze regels zijn voorgelegd, tenzij de kamer van beroep van oordeel is dat ingevolge artikel 74, lid 2, van de verordening rekening moet worden gehouden met aanvullende feiten en bewijsstukken.

2. De beslissing van de kamer van beroep behelst:

a) de vermelding dat de beslissing door de kamer van beroep is genomen;

b) de datum waarop de beslissing werd genomen;

c) de namen van de voorzitter en van de overige, daarbij tegenwoordige leden van de kamer van beroep;

d) de naam van het bevoegde personeelslid van de griffie;

e) de namen van de partijen en van hun vertegenwoordigers;

f) de verklaringen van de punten waarover diende te worden beslist;

g) een beknopt overzicht van de feiten;

h) de motivering van de beslissing;

i) de uitspraak van de kamer van beroep en, voor zover nodig, de beslissing inzake de kosten.

3. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter en de overige leden van de kamer van beroep alsmede door het personeelslid van de griffie van de kamer van beroep.

▼M2

Regel 51

Terugbetaling van de beroepstaks

De beroepstaks wordt alleen terugbetaald op last van:

a) de dienst waarvan de beslissing werd aangevochten, indien hij ingevolge artikel 60, lid 1, of artikel 60 bis van de verordening herziening verleent, of

b) de kamer van beroep, indien deze het beroep toewijst en terugbetaling billijk acht uit hoofde van een wezenlijke tekortkoming in de procedure.

▼B

TITEL XI

ALGEMENE BEPALINGEN

Deel A

Beslissingen en mededelingen van het Bureau

Regel 52

Vorm van de beslissingen

1. De beslissingen van het Bureau worden op schrift gesteld en met redenen omkleed. Indien een mondelinge procedure plaatsvindt bij het Bureau, kan de beslissing worden genomen. Vervolgens wordt van de op schrift gestelde beslissing aan de partijen kennis gegeven.

2. De beslissingen van het Bureau waartegen beroep kan worden ingesteld, gaan vergezeld van een schriftelijke mededeling dat het beroep tegen de desbetreffende beslissing schriftelijk bij het Bureau moet worden ingesteld binnen twee maanden, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld. In de mededeling wordt de partijen eveneens op de bepaling van de artikelen 57, 58 en 59 van de verordening gewezen. De partijen kunnen zich niet beroepen op het achterwege blijven van deze mededeling van de mogelijkheid tot instelling van beroep.

▼M2

Regel 53

Rechtzetting van vergissingen in beslissingen

Indien het Bureau zelf of op aanwijzing van een partij bij de procedure kennis komt te dragen van een taal- of schrijffout of van een kennelijke vergissing in een beslissing, zorgt het ervoor dat de fout of vergissing door de verantwoordelijke dienst of afdeling wordt rechtgezet.

▼M2

Regel 53 bis

Herroeping van een beslissing of doorhaling van een inschrijving in het register

1. Indien het Bureau zelf of op aanwijzing van de partijen bij de procedure vaststelt dat een beslissing vatbaar is voor herroeping of een inschrijving in het register vatbaar is voor doorhaling overeenkomstig artikel 77 bis van de verordening, stelt het de betrokken partij in kennis van de voorgenomen herroeping of doorhaling.

2. De betrokken partij kan binnen een door het Bureau te stellen termijn opmerkingen over de voorgenomen herroeping of doorhaling indienen.

3. Indien de betrokken partij met de voorgenomen herroeping of doorhaling instemt of binnen de gestelde termijn geen opmerkingen indient, herroept het Bureau de beslissing of haalt het de inschrijving door. Indien de betrokken partij niet met de herroeping of doorhaling instemt, neemt het Bureau een beslissing inzake de herroeping of doorhaling.

4. De leden 1, 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing indien de herroeping of doorhaling waarschijnlijk meer dan een partij aangaat. In deze gevallen worden de door een van de partijen overeenkomstig lid 3 ingediende opmerkingen altijd aan de andere partij(en) meegedeeld met een verzoek opmerkingen in te dienen.

5. Indien de herroeping van een beslissing of doorhaling van een inschrijving in het register betrekking heeft op een beslissing of inschrijving die is gepubliceerd, wordt de herroeping of doorhaling ook gepubliceerd.

6. De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde herroeping of doorhaling geschiedt door de dienst of eenheid die de beslissing genomen heeft.

▼B

Regel 54

Vaststelling van het teloorgaan van rechten

1. Indien het Bureau vaststelt dat een bepaald recht op grond van de verordening of van deze regels is teloorgegaan zonder dat enigerlei beslissing is genomen, deelt het Bureau dit overeenkomstig artikel 77 van de verordening aan de betrokken persoon mede en vestigt het daarbij zijn aandacht op de kerninhoud van lid 2 van de onderhavige regel.

2. Indien de betrokken persoon van oordeel is dat de bevindingen van het Bureau onjuist zijn, mag deze persoon binnen twee maanden na de in lid 1 bedoelde mededeling verzoeken dat het Bureau in de zaak een beslissing neemt. Een dergelijke beslissing wordt slechts genomen indien het Bureau het oordeel van de verzoeker niet deelt, daar anders het Bureau zijn bevindingen herziet en de persoon die om de beslissing heeft verzocht, inlicht.

Regel 55

Handtekening, naam, stempel

1. De beslissingen, mededelingen en aankondigingen van het Bureau vermelden de verantwoordelijke dienst of afdeling van het Bureau, alsmede de naam van het verantwoordelijke personeelslid, respectievelijk de namen van de verantwoordelijke personeelsleden. Zij moeten door het personeelslid, respectievelijk door de personeelsleden worden ondertekend of, in plaats daarvan, zijn voorzien van een stempelafdruk van het Bureau dat ook in druk kan zijn aangebracht.

2. De voorzitter van het Bureau kan toestaan dat andere middelen worden gebruikt om, indien bij toezending van beslissingen, mededelingen en aankondigingen van een faxapparaat of van andere technische communicatiemiddelen gebruik wordt gemaakt, de dienst of afdeling van het Bureau en de naam van het verantwoordelijke personeelslid, respectievelijk de namen van de verantwoordelijke personeelsleden te kunnen identificeren of een ander identificatiemiddel dan een zegel.

Deel B

Mondelinge procedure en onderzoeksverrichtingen

Regel 56

Oproep tot verschijnen in een mondelinge procedure

1. In de tot de partijen gerichte oproep tot verschijnen in een mondelinge procedure overeenkomstig artikel 75 van de verordening wordt op lid 3 van de onderhavige regel gewezen. De oproep wordt ten minste een maand van tevoren gedaan, tenzij partijen met een kortere termijn instemmen.

2. Bij de oproep tot verschijnen vestigt het Bureau de aandacht op de punten die naar het oordeel ervan moeten worden besproken om tot een beslissing te kunnen komen.

3. Indien een partij die behoorlijk is opgeroepen om in een mondelinge procedure voor het Bureau te verschijnen, niet verschijnt, kan de procedure buiten haar aanwezigheid worden voortgezet.

Regel 57

Onderzoeksverrichtingen door het Bureau

1. Indien het Bureau het noodzakelijk oordeelt partijen, getuigen of deskundigen te horen of de situatie ter plaatse te bezichtigen, neemt het daartoe een beslissing waarin het de middelen waarmee het Bureau voornemens is bewijsmateriaal te verkrijgen, noemt alsmede de ter zake dienende feiten die bewezen moeten worden en voorts de datum, de tijd en de plaats van de zitting of van de bezichtiging ter plaatse. Indien door een partij om het horen van getuigen of van deskundigen wordt verzocht, wordt in de beslissing van het Bureau de termijn gesteld waarbinnen de verzoekende partij aan het Bureau de namen en adressen van de getuigen en deskundigen die zij wil doen horen, dient op te geven.

2. De aan partijen, getuigen of deskundigen te richten oproep tot verschijnen wordt ten minste een maand van tevoren gedaan, tenzij dezen met een kortere termijn instemmen. De oproep behelst:

a) een uittreksel uit de in lid 1 genoemde beslissing waarin met name datum en tijd waarop en de plaats waar de gelaste hoorzitting zal plaatsvinden alsmede de feiten waarover de partijen, getuigen en deskundigen zullen worden gehoord, worden genoemd;

b) de namen van de partijen bij de procedure en de vergoedingen waarop getuigen en deskundigen op grond van regel 59, leden 2 tot en met 5, recht kunnen doen gelden.

Regel 58

Aanwijzing van deskundigen

1. Het Bureau beslist over de vorm waarin de rapporten van de door het Bureau aan te wijzen deskundigen moeten worden ingediend.

2. De opdracht aan de deskundige behelst:

a) een nauwkeurige omschrijving van diens taak;

b) de termijn waarbinnen deze het deskundigenrapport moet indienen;

c) de namen van de partijen bij de procedure;

d) de vermelding van de vergoedingen waarop hij uit hoofde van regel 59, leden 2, 3 en 4, aanspraak kan maken.

3. Een afschrift van elk schriftelijk rapport wordt partijen voorgelegd.

4. Partijen mogen de deskundige wegens onbekwaamheid wraken of om de redenen waarom krachtens artikel 132, leden 1 en 3, van de verordening ook een onderzoeker of een lid van een afdeling of van een kamer van beroep kan worden gewraakt. De betrokken dienst van het Bureau beslist over de wraking.

Regel 59

Kosten van de onderzoeksverrichtingen

1. Het Bureau kan bepalen dat de partij die om de onderzoeksverrichting heeft verzocht, voor het verrichten hiervan bij het Bureau een bedrag moet storten dat door het Bureau aan de hand van een raming van de kosten wordt vastgesteld.

2. Getuigen en deskundigen die worden opgeroepen door en die verschijnen voor het Bureau, hebben recht op vergoeding van redelijke uitgaven voor de reis en het verblijf. Voor deze uitgaven kan het Bureau dezen een voorschot verstrekken. De eerste volzin is ook van toepassing op getuigen en deskundigen die voor het Bureau verschijnen zonder door het Bureau te zijn opgeroepen en die als getuige, respectievelijk deskundige worden gehoord.

3. Getuigen die recht hebben op vergoeding krachtens lid 2, hebben tevens recht op een passende vergoeding voor inkomstenderving; de deskundigen hebben recht op een honorarium voor hun werk. Deze betalingen aan de getuigen of deskundigen worden uitgevoerd nadat zij hun plichten en taken hebben vervuld, indien die getuigen en deskundigen door het Bureau op eigen initiatief zijn opgeroepen.

▼M2

4. De krachtens de leden 1, 2 en 3 verschuldigde bedragen en voorschotten voor kosten worden vastgesteld door de voorzitter van het Bureau en in het Publicatieblad van het Bureau bekendgemaakt. De bedragen worden berekend op dezelfde grondslag als vastgesteld in het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en bijlage VII daarbij.

▼B

5. De uiteindelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de krachtens de leden 1 tot en met 4 verschuldigde of betaalde bedragen berust bij:

a) het Bureau, indien dat op eigen initiatief het noodzakelijk oordeelde getuigen of deskundigen te horen,

of

b) de betrokken partij, indien die erom heeft verzocht dat getuigen of deskundigen zouden worden gehoord, behoudens de beslissing over de verdeling en de vaststelling van de kosten overeenkomstig de artikelen 81 en 82 van de verordeningen en regel 94. Die partij betaalt het Bureau de naar behoren betaalde voorschotten terug.

▼M2

Regel 60

Proces-verbaal van de mondelinge behandeling

1. Van een mondelinge behandeling of onderzoeksverrichting wordt proces-verbaal opgemaakt, dat het volgende omvat:

a) de datum van de behandeling;

b) de namen van de bevoegde ambtenaren van het Bureau, de partijen, hun vertegenwoordigers en de aanwezige getuigen en deskundigen;

c) de door de partijen gedane aanvragen en verzoeken;

d) de wijze waarop bewijsmateriaal wordt verstrekt of verkregen;

e) in voorkomend geval, de uitspraken of de beslissing van het Bureau.

2. Het proces-verbaal wordt opgenomen in het dossier van de desbetreffende aanvrage voor of inschrijving van een Gemeenschapsmerk. Partijen ontvangen een afschrift van het proces-verbaal.

3. Indien overeenkomstig artikel 76, lid 1, onder a) of d), van de verordening of regel 59, lid 2, getuigen, deskundigen of partijen worden gehoord, worden hun verklaringen opgetekend.

▼B

Deel C

Kennisgevingen

Regel 61

Algemene bepalingen betreffende de kennisgevingen

▼M2

1. Bij procedures voor het Bureau geschieden de door het Bureau te verrichten kennisgevingen in de vorm van het doorzenden van het originele stuk, een ongewaarmerkte kopie daarvan of een computeruitdraai overeenkomstig regel 55, of, indien het gaat om documenten afkomstig van de partijen zelf, duplicaten of ongewaarmerkte kopieën.

▼B

2. De kennisgeving geschiedt:

a) per post, overeenkomstig regel 62;

b) door overhandiging, overeenkomstig regel 63;

c) door deponering in een postbus bij het Bureau, overeenkomstig regel 64;

d) per telefax en met andere technische middelen, overeenkomstig regel 65.

e) door openbare kennisgeving, overeenkomstig regel 66;

▼M2

3. Indien de geadresseerde zijn faxnummer of contactgegevens over andere technische communicatiemiddelen heeft opgegeven, heeft het Bureau de keuze tussen een van deze middelen van kennisgeving en kennisgeving per post.

▼B

Regel 62

Kennisgeving per post

▼M2

1. De kennisgeving van beslissingen waarvoor een termijn voor beroep geldt, van oproepen en van andere door de voorzitter van het Bureau vast te stellen documenten geschiedt per aangetekende brief met ontvangstbevestiging. Alle overige kennisgevingen geschieden per gewone brief.

▼B

2. Kennisgeving aan geadresseerden die woonplaats, noch zetel noch vestiging in de Gemeenschap hebben en die niet overeenkomstig artikel 88, lid 2, van de verordening een vertegenwoordiger hebben aangewezen, geschiedt door het stuk waarvan kennis dient te worden gegeven, als gewone brief aan het bij het Bureau laatst bekende adres van de geadresseerde te zenden. ►M2  ————— ◄

3. Wanneer de kennisgeving door middel van een aangetekende brief, al dan niet met ontvangstbevestiging geschiedt, wordt deze geacht op de tiende dag nadat de brief is gepost, bij de geadresseerde te worden bezorgd tenzij de brief de geadresseerde niet of eerst op een latere datum heeft bereikt. In geval van betwisting dient het Bureau aan te tonen dat de brief ter bestemming is aangekomen of, naar gelang van het geval, de datum aan te tonen waarop de brief de geadresseerde werd bezorgd.

4. Kennisgeving per aangetekende brief, al dan niet met ontvangstbevestiging, wordt geacht te zijn geschied zelfs al weigert de geadresseerde de brief in ontvangst te nemen.

▼M2

5. Kennisgeving per gewone brief wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de tiende dag na die van de terpostbezorging.

▼B

Regel 63

Kennisgeving door rechtstreekse overhandiging

De kennisgeving kan ten kantore van het Bureau worden gedaan door rechtstreekse overhandiging van het stuk aan de geadresseerde, die tegen deze overhandiging de ontvangst ervan bevestigt.

Regel 64

Kennisgeving door deponering in een postbus bij het Bureau

Kennisgeving aan geadresseerden die bij het Bureau de beschikking hebben verkregen over een postbus, mag geschieden door het stuk in die postbus te deponeren. In het dossier wordt een schriftelijke aantekening van de deponering opgenomen. Op het stuk wordt de datum aangetekend waarop het werd gedeponeerd. De kennisgeving wordt geacht te zijn geschied op de vijfde dag na deponering van het stuk in de postbus bij het Bureau.

Regel 65

Kennisgeving per telefax en door andere technische middelen

1. Kennisgeving per telefax geschiedt door verzending van ofwel het origineel, ofwel een afschrift in de zin van regel 61, lid 1, van het stuk waarvan kennis dient te worden gegeven. ►M2  De kennisgeving wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de datum waarop de mededeling door het faxapparaat van de ontvanger werd ontvangen. ◄

2. De voorzitter van het Bureau bepaalt de nadere bijzonderheden van de wijze waarop kennisgeving langs andere technische communicatiemiddelen dient te geschieden.

Regel 66

Openbare kennisgeving

▼M2

1. Indien het adres van de geadresseerde niet kan worden vastgesteld of indien kennisgeving overeenkomstig regel 62 na ten minste één poging onmogelijk is gebleken, geschiedt de kennisgeving door middel van een openbare bekendmaking.

▼B

2. De voorzitter van het Bureau bepaalt op welke wijze deze openbare kennisgeving dient te geschieden, alsmede op welke datum de termijn van een maand aanvangt na afloop waarvan de kennisgeving van het document wordt geacht te zijn geschied.

Regel 67

Kennisgeving aan vertegenwoordigers

1. Indien een vertegenwoordiger is aangewezen, of indien de eerstgenoemde aanvrager in een gemeenschappelijke aanvrage als gemeenschappelijk vertegenwoordiger overeenkomstig regel 75, lid 1, wordt beschouwd, worden de kennisgevingen aan die aangewezen of gemeenschappelijke vertegenwoordiger gericht.

2. Indien verscheidene vertegenwoordigers voor één enkele belanghebbende partij zijn aangewezen, is kennisgeving aan slechts een van hen toereikend, tenzij overeenkomstig regel 1, lid 1, onder e), een specifiek postadres is opgegeven.

3. Indien verscheidene betrokken partijen een gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangesteld, kan de kennisgeving van de stukken in enkelvoud aan de gemeenschappelijke gemachtigde worden gedaan.

Regel 68

Gebreken in de kennisgeving

Indien het Bureau niet in staat is te bewijzen dat het naar behoren kennis heeft gegeven of dat de bepalingen van het Bureau inzake de kennisgeving door het Bureau niet zijn nagekomen, wordt geacht dat kennisgeving van het stuk op de door het Bureau als datum van ontvangst aangetoonde datum is geschied.

Regel 69

Kennisgeving van stukken bij verscheidene partijen

Van de van partijen uitgaande stukken die inhoudelijke voorstellen of een verklaring van intrekking van een inhoudelijk voorstel bevatten, geschiedt ambtshalve kennisgeving aan de andere partijen. Van kennisgeving mag worden afgezien indien het stuk geen nieuwe elementen behelst en de zaak rijp voor beslissing is.

Deel D

Termijnen

Regel 70

Berekening van de termijnen

1. De termijnen worden vastgesteld in hele jaren, maanden, weken of dagen.

2. De termijn begint op de dag volgende op die waarop zich de daarvoor relevante gebeurtenis heeft voorgedaan, waarbij deze gebeurtenis een procedurele handeling of het verstrijken van een andere termijn kan zijn. Wanneer de procedurele handeling een kennisgeving is, geldt, tenzij anders bepaald als relevante gebeurtenis de ontvangst van het document waarvan kennisgeving is geschied.

3. Wanneer de termijn wordt uitgedrukt in één jaar of in een zeker aantal jaren, verstrijkt deze in het relevante volgende jaar in de maand met dezelfde naam en op de dag met hetzelfde getal als de maand en de dag waarop zich de gebeurtenis heeft voorgedaan. Indien in de desbetreffende maand geen dag met hetzelfde getal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand.

4. Wanneer de termijn wordt uitgedrukt in één maand of in een zeker aantal maanden, verstrijkt deze in de relevante volgende maand op de dag met hetzelfde getal als de dag waarop zich de betrokken gebeurtenis heeft voorgedaan. Indien de datum waarop die gebeurtenis zich heeft voorgedaan de laatste dag van een maand is, of indien in de desbetreffende maand geen dag met hetzelfde getal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand.

5. Wanneer een termijn wordt uitgedrukt in één week of in een zeker aantal weken, verstrijkt deze in de desbetreffende week op de dag met dezelfde naam als de dag waarop de bedoelde gebeurtenis zich heeft voorgedaan.

Regel 71

Looptijd van de termijnen

1. Wanneer bij de verordening of bij deze regels in een termijn wordt voorzien die door het Bureau moet worden vastgesteld, bedraagt deze termijn, indien de betrokken partij haar woonplaats of hoofdzetel of een vestiging binnen de Gemeenschap heeft, ten minste één maand, of, indien aan die voorwaarden niet is voldaan, ten minste twee maanden, en ten hoogste zes maanden. Het Bureau kan, indien zulks in de omstandigheden geëigend is, verlenging van een termijn toestaan, indien daarom door de betrokken partij wordt verzocht en dat verzoek vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn wordt ingediend.

2. Indien er twee of meer partijen zijn, kan het Bureau de verlenging afhankelijk stellen van de toestemming van de andere partijen.

Regel 72

Verstrijken van de termijnen in bijzondere gevallen

1. Indien een termijn verstrijkt op een dag waarop het Bureau niet geopend is voor inontvangstneming van stukken of op een dag waarop, om andere dan de in lid 2 genoemde redenen, op de plaats waar het Bureau gevestigd is, geen normale postbestellingen plaatsvinden, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag waarop het Bureau geopend is voor inontvangstneming van stukken en waarop de normale postbestellingen plaatsvinden. Vóór de aanvang van elk kalenderjaar, worden de in de eerste volzin bedoelde dagen door de voorzitter van het Bureau vastgesteld.

▼M2

2. Eindigt een termijn op een dag waarop de postbestelling in de lidstaat waar het Bureau gevestigd is algemeen onderbroken is of, indien en voorzover de voorzitter van het Bureau toestemming heeft verleend voor het verzenden van mededelingen door middel van elektronische middelen overeenkomstig regel 82, waarop de verbinding van het Bureau met deze elektronische communicatiemiddelen onderbroken is, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag na deze onderbreking waarop het Bureau geopend is voor inontvangstneming van stukken en waarop de normale postbestellingen plaatsvinden. De duur van de onderbrekingsperiode wordt door de voorzitter van het Bureau vastgesteld.

▼B

3. De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de termijnen waarin bij de verordening of bij deze regels is voorzien wanneer het handelingen betreft die verricht moeten worden door de bevoegde autoriteit in de zin van artikel 25, lid 1, onder b), van de verordening.

▼M2

4. Indien de regelmatige communicatie van de partijen bij de procedure met het Bureau of omgekeerd door buitengewone omstandigheden zoals een natuurramp of een staking, wordt onderbroken of gestoord, kan de voorzitter van het Bureau bepalen dat voor partijen bij de procedure die hun woonplaats of zetel in de desbetreffende staat hebben of die een vertegenwoordiger hebben aangewezen die in die staat zijn kantoor heeft, alle termijnen die anders op of na de datum van intreding van een dergelijk door hem vast te stellen voorval zouden verstrijken, worden verlengd tot een door hem vast te stellen datum. Indien het voorval de zetel van het Bureau treft, geschiedt deze vaststelling door de voorzitter met de uitdrukkelijke vermelding dat zij voor alle partijen bij de procedure geldt.

▼B

Deel E

Onderbreking van de procedure

Regel 73

Onderbreking van de procedure

1. De procedure voor het Bureau wordt onderbroken:

a) bij overlijden of bij handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager of de houder van een Gemeenschapsmerk, hetzij van de persoon die volgens het nationale recht bevoegd is voor deze te handelen. In zoverre deze gebeurtenissen de machtiging van de overeenkomstig artikel 89 van de verordening aangewezen vertegenwoordiger onverlet laten, wordt de procedure slechts onderbroken indien die vertegenwoordiger erom verzoekt;

b) indien de aanvrager of de houder van het Gemeenschapsmerk ten gevolge van een actie met betrekking tot zijn vermogen om wettelijke redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten;

c) indien de vertegenwoordiger van de aanvrager of van de houder van het Gemeenschapsmerk overlijdt, handelingsonbekwaam wordt verklaard of ten gevolge van een actie met betrekking tot zijn vermogen om wettelijke redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten.

2. Indien het Bureau in de in lid 1, onder a) en b), bedoelde gevallen in kennis is gesteld van de persoon die gemachtigd werd de procedure voor het Bureau voort te zetten, deelt het deze persoon en een eventuele belanghebbende derde mede, dat de procedure op een door het Bureau vast te stellen datum zal worden hervat.

3. In het in lid 1, onder c), bedoelde geval wordt de procedure hervat indien het Bureau van de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger van de aanvrager in kennis is gesteld of indien het de andere partijen kennis heeft gegeven van het feit dat de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger van de Gemeenschapsmerkhouder aan het Bureau is gemeld. Indien het Bureau binnen drie maanden na het begin van de onderbreking van de procedure niet van de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger in kennis is gesteld, deelt het aan de aanvrager of aan de houder van het Gemeenschapsmerk mede:

a) dat, wanneer artikel 88, lid 2, van de verordening van toepassing is, de aanvrage om een Gemeenschapsmerk wordt geacht te zijn ingetrokken indien van de aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger niet binnen twee maanden na de kennisgeving van deze mededeling bericht wordt gegeven, of

b) dat, wanneer artikel 88, lid 2, van de verordening niet van toepassing is, de procedure met de aanvrager of de houder van het Gemeenschapsmerk op de datum van de kennisgeving van deze mededeling zal worden hervat.

4. De op de datum van de onderbreking van de procedure ten aanzien van de aanvrager of de houder van het Gemeenschapsmerk lopende termijnen, vangen met uitzondering van de termijn voor de betaling van de vernieuwingstaksen, aan geheel opnieuw te lopen op de dag waarop de procedure wordt hervat.

Deel F

Afzien van dwanginvordering

Regel 74

Afzien van dwanginvordering

De voorzitter van het Bureau mag van dwanginvordering afzien indien het bedrag zeer gering of de inning te onzeker is.

Deel G

Vertegenwoordiging

Regel 75

Aanwijzing van een gemeenschappelijke vertegenwoordiger

1. Indien er meer dan één aanvrager is en in de aanvrage om een Gemeenschapsmerk geen gemeenschappelijke vertegenwoordiger wordt aangewezen, wordt de in de aanvrage als eerste genoemde aanvrager geacht de gemeenschappelijke vertegenwoordiger te zijn. Indien een van de aanvragers evenwel verplicht is een beroepsvertegenwoordiger aan te wijzen, wordt deze vertegenwoordiger geacht de gemeenschappelijke vertegenwoordiger te zijn, tenzij de in de aanvrage als eerste genoemde aanvrager een beroepsvertegenwoordiger heeft aangewezen. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op derden die gezamenlijk oppositie hebben ingesteld of een verzoek tot vervallen- of tot nietigverklaring hebben ingediend alsmede op de gezamenlijke houders van een Gemeenschapsmerk.

2. Indien tijdens de procedure overgang op meer dan één persoon geschiedt en deze personen geen gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen, is lid 1 van toepassing. Indien de toepassing ervan niet mogelijk is, verzoekt het Bureau die personen binnen twee maanden een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aan te wijzen. Indien aan dit verzoek geen gevolg wordt gegeven, wijst het Bureau de gemeenschappelijke vertegenwoordiger aan.

Regel 76

Volmacht

▼M2

1. Advocaten en erkende gemachtigden die op een ingevolge artikel 89, lid 2, van de verordening door het Bureau bij te houden lijst ingeschreven staan, dienen uitsluitend bij het Bureau een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht in indien het Bureau daar uitdrukkelijk om verzoekt of, wanneer bij de procedure waarin de gemachtigde voor het Bureau optreedt meer dan een partij betrokken is, indien de andere partij daar uitdrukkelijk om verzoekt.

2. Werknemers die krachtens artikel 88, lid 3, van de verordening optreden namens natuurlijke of rechtspersonen, dienen bij het Bureau een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht in.

3. De volmacht wordt ingediend in een van de officiële talen van de Gemeenschap. De volmacht kan op een of meer aanvragen of ingeschreven merken betrekking hebben of kan de vorm aannemen van een algemene volmacht waarbij de vertegenwoordiger gemachtigd wordt op te treden in alle procedures voor het Bureau waarbij de volmachtgever als partij betrokken is.

4. Indien overeenkomstig lid 1 of 2 een ondertekende volmacht moet worden ingediend, specificeert het Bureau binnen welke termijn deze volmacht moet worden ingediend. Indien de volmacht niet binnen deze termijn wordt ingediend, wordt de procedure voortgezet met de vertegenwoordigde persoon. De door de vertegenwoordiger verrichte procedurehandelingen, met uitzondering van de indiening van de aanvrage, worden geacht niet te zijn geschied indien deze door de vertegenwoordigde persoon niet binnen een door het Bureau te stellen termijn worden goedgekeurd. Artikel 88, lid 2, van de verordening blijft onverminderd van toepassing.

▼B

5. De leden 1, 2 en 3 zijn op een stuk waarbij een volmacht wordt herroepen, van overeenkomstige toepassing.

6. De vertegenwoordiger die geen volmacht meer heeft, wordt nog als vertegenwoordiger beschouwd zolang het Bureau de beëindiging van de volmacht niet is medegedeeld.

7. Tenzij in de volmacht anders is bepaald, eindigt deze bij het overlijden van de volmachtgever niet ten opzichte van het Bureau.

▼M2

8. Wanneer het Bureau wordt meegedeeld dat een vertegenwoordiger is aangewezen, worden overeenkomstig regel 1, lid 1, onder e), diens naam en kantooradres opgegeven. Indien voor het Bureau een vertegenwoordiger optreedt die reeds is aangewezen, geeft hij zijn naam en bij voorkeur het hem door het Bureau toegekende identificatienummer op. Indien een partij meerdere vertegenwoordigers aanwijst, mogen deze, ook al is in hun volmachten anders bepaald, zowel gezamenlijk als afzonderlijk handelen.

9. De aanwijzing of machtiging van een samenwerkingsverband van vertegenwoordigers wordt beschouwd als een aanwijzing of machtiging van elke vertegenwoordiger die binnen dat samenwerkingsverband werkt.

▼B

Regel 77

Vertegenwoordiging

Elke door het Bureau aan de behoorlijk gemachtigde vertegenwoordiger gerichte kennisgeving of andere mededeling heeft hetzelfde rechtsgevolg als was deze aan de vertegenwoordigde persoon gericht. Elke door de behoorlijk gemachtigde vertegenwoordiger aan het Bureau gerichte mededeling heeft hetzelfde rechtsgevolg als was deze afkomstig van de vertegenwoordigde persoon.

Regel 78

Wijziging van de lijst van beroepsvertegenwoordigers

1. De inschrijving van een beroepsvertegenwoordiger in de lijst van beroepsvertegenwoordigers, als bedoeld in artikel 89 van de verordening, wordt op verzoek van die vertegenwoordiger daarin doorgehaald.

2. De inschrijving van een beroepsvertegenwoordiger wordt ambtshalve doorgehaald:

a) bij diens overlijden of bij handelingsonbekwaamheid van de beroepsvertegenwoordiger;

b) indien de beroepsvertegenwoordiger niet meer de nationaliteit van een Lid-Staat bezit, voor zover de voorzitter van het Bureau hiervan geen ontheffing heeft verleend op grond van artikel 89, lid 4, onder b), van de verordening;

c) indien de beroepsvertegenwoordiger geen kantoor of werkadres meer in de Gemeenschap heeft;

d) indien de beroepsvertegenwoordiger niet meer de bevoegdheid als bedoeld in artikel 89, lid 2, onder c), eerste volzin, van de verordening bezit.

3. De inschrijving van een beroepsvertegenwoordiger wordt door het Bureau op eigen initiatief opgeschort indien diens bevoegdheid om natuurlijke of rechtspersonen voor de centrale dienst voor de industriële eigendom van de Lid-Staat te vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 89, lid 2, onder c), eerste volzin, is opgeschort.

4. Een persoon wiens inschrijving is doorgehaald, wordt overeenkomstig artikel 89, lid 3, van de verordening op verzoek opnieuw op de lijst van beroepsvertegenwoordigers ingeschreven, indien de voorwaarden voor de doorhaling zijn komen te vervallen.

5. Het Benelux-Merkenbureau en de centrale diensten voor de industriële eigendom van de betrokken Lid-Staten lichten het Bureau onverwijld in over de gebeurtenissen die uit het oogpunt van de leden 2 en 3 van belang zijn en waarvan zij kennis dragen.

6. De wijzigingen in de lijst van beroepsvertegenwoordigers worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van het Bureau.

Deel H

Schriftelijke mededelingen en formulieren

Regel 79

Schriftelijke mededelingen of mededelingen via andere middelen

Aanvragen om inschrijving van een Gemeenschapsmerk en de andere aanvragen en verzoeken waarin de verordening voorziet, alsmede alle overige, aan het bureau gerichte mededelingen dienen als volgt te geschieden:

▼M2

a) door bij het Bureau via de post, door persoonlijke overhandiging of op enigerlei andere wijze een ondertekend origineel van het betrokken document in te dienen;

b) door overeenkomstig regel 80 een document per fax te verzenden;

▼M2 —————

▼B

d) door de inhoud van de mededeling overeenkomstig regel 82 langs elektronische weg te verzenden.

▼M2

Regel 79 bis

Bijlagen bij schriftelijke mededelingen

Indien een document of een bewijsstuk overeenkomstig regel 79, onder a), wordt ingediend door een partij bij een procedure voor het Bureau waarbij meer dan één partij betrokken is, moet het document of het bewijsstuk, en de eventuele bijlagen daarbij, in even zovele exemplaren worden ingediend als er partijen zijn.

▼B

Regel 80

Mededeling per telefax

▼M2

1. Indien bij het Bureau een aanvrage voor een Gemeenschapsmerk per fax wordt ingediend en de aanvrage overeenkomstig regel 3, lid 2, een afbeelding van het merk bevat die niet aan de vereisten van die regel voldoet, dient de vereiste voor publicatie geschikte afbeelding bij het Bureau te worden ingediend overeenkomstig regel 79, onder a). Indien het Bureau de afbeelding binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de fax ontvangt, wordt de afbeelding geacht te zijn ontvangen op de datum waarop het Bureau de fax heeft ontvangen.

▼B

2. Indien een op het faxapparaat ontvangen mededeling onvolledig of onleesbaar is, of indien het bureau redenen heeft om aan de nauwkeurigheid van de faxverzending te twijfelen, stelt het Bureau de afzender daarvan in kennis en verzoekt het hem, binnen een door het Bureau te stellen termijn, het origineel opnieuw per telefax of op de in regel 79, onder a), beschreven wijze te doen toekomen. Indien binnen de gestelde termijn aan dit verzoek wordt voldaan, wordt de datum van ontvangst van de herhaalde telefax of van het origineel beschouwd als de datum van ontvangst van de originele mededeling, met dien verstande dat, indien het gebrek op de toekenning van een datum van aanvrage om inschrijving van een merk betrekking heeft, de bepalingen inzake de datum van aanvrage van toepassing zijn. Indien binnen de gestelde termijn niet aan het verzoek wordt voldaan, wordt de mededeling als niet-ontvangen beschouwd.

3. Elke, bij het Bureau per telefax ingediende mededeling wordt geacht naar behoren te zijn ondertekend indien de afbeelding van de handtekening op de door het faxapparaat afgeleverde uitdraai voorkomt. ►M2  Indien de mededeling elektronisch per fax is verstuurd, moet de vermelding van de naam van de afzender identiek zijn aan de handtekening. ◄

▼M2 —————

▼B

Regel 82

Mededeling langs elektronische weg

▼M2

1. De voorzitter van het Bureau bepaalt of, in hoeverre en onder welke technische voorwaarden mededelingen langs elektronische weg aan het Bureau kunnen worden gezonden.

▼B

2. Indien een mededeling langs elektronische weg wordt ingediend, is regel 80, lid 2, van overeenkomstige toepassing.

3. Indien een mededeling langs elektronische weg bij het Bureau wordt ingediend, wordt de vermelding van de naam van de afzender geacht gelijkwaardig aan de handtekening te zijn.

▼M2 —————

▼M2

Regel 83

Formulieren

1. Het Bureau stelt het publiek gratis formulieren ter beschikking voor de volgende doeleinden:

a) de indiening van een aanvrage voor een Gemeenschapsmerk;

b) de indiening van een oppositiebezwaarschrift;

c) de vordering tot vervallen- of nietigverklaring;

d) de aanvrage tot inschrijving van een overgang en ter verkrijging van het in regel 31, lid 5, bedoelde overgangsformulier en overgangsdocument;

e) de aanvrage tot inschrijving van een licentie;

f) een aanvrage tot vernieuwing van een Gemeenschapsmerk;

g) de instelling van beroep;

h) de machtiging van een vertegenwoordiger, in de vorm van een individuele volmacht of van een algemene volmacht;

i) de indiening bij het Bureau van een internationale aanvrage of een latere aanwijzing uit hoofde van het Protocol van Madrid.

2. De partijen bij de procedure voor het Bureau mogen ook gebruik maken van:

a) de formulieren die zijn vastgesteld in het kader van het Verdrag inzake het merkenrecht of overeenkomstig aanbevelingen van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom;

b) met uitzondering van het in lid 1, onder i), bedoelde formulier, formulieren met dezelfde inhoud en hetzelfde formaat.

3. Het Bureau stelt de in de leden 1 en 2 genoemde formulieren gratis ter beschikking in alle officiële talen van de Gemeenschap.

▼B

Deel I

Voorlichting van het publiek

Regel 84

Register van Gemeenschapsmerken

1. Het register van Gemeenschapsmerken mag in de vorm van een elektronisch gegevensbestand worden bijgehouden.

2. Het register van Gemeenschapsmerken behelst de volgende gegevens:

a) de datum van de aanvrage;

b) het dossiernummer van de aanvrage;

c) de datum van publikatie van de aanvrage;

▼M2

d) de naam en het adres van de aanvrager;

▼B

e) naam en kantooradres van de vertegenwoordiger, niet zijnde een vertegenwoordiger in de zin van artikel 88, lid 3, eerste volzin, van de verordening; indien er verscheidene vertegenwoordigers zijn, worden slechts naam en kantooradres van de eerstgenoemde vertegenwoordiger ingeschreven, gevolgd door de woorden „en andere”; indien een samenwerkingsverband van vertegenwoordigers wordt aangewezen, worden slechts naam en adres van het samenwerkingsverband ingeschreven;

f) de afbeelding van het merk met vermeldingen betreffende de aard ervan, tenzij het om een merk gaat dat onder regel 3, lid 1, valt; indien het merk in kleur wordt ingeschreven, de vermelding „in kleur”, en de vermelding van de kleur(en) waaruit het merk bestaat; in voorkomend geval, een beschrijving van het merk;

g) een opgave van de waren en diensten met de benaming ervan, ingedeeld naar de klassen van de classificatie van Nice, waarbij elke groep van waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van die classificatie waartoe die groep behoort, en in de volgorde van de klassen gepresenteerd;

h) gegevens over beroepen op voorrang als bedoeld in artikel 30 van de verordening;

i) gegevens over beroepen op voorrang in geval van tentoonstelling, als bedoeld in artikel 33 van de verordening;

j) gegevens over het inroepen van anciënniteit van een ouder ingeschreven merk als bedoeld in artikel 34 van de verordening;

k) een aantekening dat het merk overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de verordening door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen;

l) een verklaring van de aanvrager waarbij deze overeenkomstig artikel 38, lid 2, van de verordening ervan afziet beroep op enig uitsluitend recht op een bestanddeel van het merk te zullen doen;

m) een aantekening dat het merk een collectief Gemeenschapsmerk is;

n) de taal waarin de aanvrage is ingediend en de tweede taal die de aanvrager overeenkomstig artikel 115, lid 3, van de verordening in zijn aanvrage heeft opgegeven;

o) de datum van inschrijving van de aanvrage in het register en het nummer van de inschrijving;

▼M1

p) een verklaring dat de aanvraag het gevolg is van een omzetting van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen overeenkomstig artikel 156 van de verordening, met vermelding van de datum van de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 3, lid 4, van het Protocol van Madrid of de datum waarop de territoriale uitstrekking tot de Europese Gemeenschap na de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 3 ter, lid 2, van het Protocol van Madrid is aangetekend en, indien van toepassing, de voorrangsdatum van de internationale inschrijving.

▼B

3. Het register van Gemeenschapsmerken bevat voorts de volgende gegevens, telkens met vermelding van de datum van inschrijving ervan:

a) wijzigingen van de naam, het adres of de nationaliteit van de Gemeenschapsmerkhouder, of van de Staat waar deze zijn woonplaats, zetel of vestiging heeft;

b) wijzigingen van de naam of van het kantooradres van de vertegenwoordiger, niet zijnde een vertegenwoordiger in de zin van artikel 88, lid 3, van de verordening;

c) wanneer een nieuwe vertegenwoordiger wordt aangewezen, diens naam en kantooradres;

d) wijzigingen van het merk overeenkomstig artikel 48 van de verordening, alsmede rechtzettingen van vergissingen en fouten;

e) een mededeling betreffende wijzigingen van het reglement waarbij het gebruik van het collectieve merk wordt geregeld als bedoeld in artikel 69 van de verordening;

f) nadere gegevens over het inroepen van de anciënniteit van een ouder ingeschreven merk als bedoeld in artikel 34 van de verordening, overeenkomstig artikel 35 ervan;

g) de volledige of de gedeeltelijke overgang als bedoeld in artikel 17 van de verordening;

h) de vestiging of overgang van een zakelijk recht als bedoeld in artikel 19 van de verordening, en de aard van het zakelijke recht;

▼M2

i) maatregelen van gedwongen tenuitvoerlegging zoals bedoeld in artikel 20 van de verordening, alsmede insolventieprocedures zoals bedoeld in artikel 21 ervan;

▼B

j) de verlening of de overgang van een licentie als bedoeld in artikel 22 van de verordening en, in voorkomend geval, de aard van de licentie als bedoeld in regel 34;

k) de vernieuwing van een inschrijving als bedoeld in artikel 47 van de verordening, en de datum waarop deze ingaat alsook, in voorkomend geval, de in artikel 47, lid 4, ervan bedoelde gegevens;

l) een aantekening betreffende de vaststelling van het verstrijken van de geldigheid van de inschrijving als bedoeld in artikel 47 van de verordening;

m) de verklaring van afstand door de merkhouder als bedoeld in artikel 49 van de verordening;

n) de datum waarop een vordering tot vervallen- of tot nietigverklaring overeenkomstig artikel 55 van de verordening of een daartoe strekkende reconventionele vordering overeenkomstig artikel 96, lid 4, ervan wordt ingesteld;

o) de datum en de inhoud van de beslissing over de vordering of over de reconventionele vordering overeenkomstig artikel 56, lid 6, respectievelijk artikel 96, lid 6, derde volzin, van de verordening;

p) een mededeling betreffende de ontvangst van een verzoek tot omzetting als bedoeld in artikel 109, lid 2, van de verordening;

q) de beëindiging van de functie van een overeenkomstig lid 2, onder e), ingeschreven vertegenwoordiger;

r) de doorhaling van de anciënniteit van een nationaal merk;

s) de wijziging of de doorhaling in het register van de in de punten h), i), en j) genoemde gegevens;

▼M1

t) de vervanging van het Gemeenschapsmerk door een internationale inschrijving overeenkomstig artikel 152 van de verordening;

u) de datum en het nummer van een op de aanvraag voor een Gemeenschapsmerk gebaseerde internationale inschrijving die als Gemeenschapsmerk is ingeschreven, overeenkomstig artikel 143, lid 1, van de verordening;

v) de datum en het nummer van een op het Gemeenschapsmerk gebaseerde internationale inschrijving, overeenkomstig artikel 143, lid 2, van de verordening;

▼M2

w) de afsplitsing van een inschrijving overeenkomstig artikel 48 bis van de verordening en regel 25 bis, tezamen met de in lid 2 bedoelde gegevens met betrekking tot de afgesplitste inschrijving, alsmede de opgave van waren en diensten van de gewijzigde oorspronkelijke inschrijving;

x) de herroeping van een beslissing of de doorhaling van een inschrijving in het register overeenkomstig artikel 77 bis van de verordening, indien de herroeping of doorhaling een beslissing of inschrijving betreft die is gepubliceerd.

▼B

4. De voorzitter van het Bureau kan bepalen dat andere dan de in de leden 2 en 3 bedoelde gegevens worden ingeschreven.

5. Van iedere wijziging in het register wordt de merkhouder kennis gegeven.

6. Het Bureau verstrekt op verzoek, tegen betaling van een taks, al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte uittreksels uit het register.

Deel J

Blad van Gemeenschapsmerken en Publikatieblad van het Bureau

Regel 85

Blad van Gemeenschapsmerken

▼M2

1. Het Blad van Gemeenschapsmerken wordt gepubliceerd op de wijze en met een frequentie die door de voorzitter van het Bureau worden vastgesteld.

▼B

2. Het Blad van Gemeenschapsmerken bevat bekendmakingen van aanvragen en van inschrijvingen in het register, alsmede andere gegevens betreffende aanvragen of inschrijvingen van merken waarvan publikatie bij de verordening of bij de onderhavige regels verplicht wordt gesteld.

3. Indien gegevens waarvan publikatie bij de verordening of bij de onderhavige regels verplicht wordt gesteld, in het Blad van Gemeenschapsmerken worden bekendgemaakt, wordt de op het Blad vermelde datum van verschijning van het Blad als datum van bekendmaking van de betrokken gegevens beschouwd.

4. Voor zover de gegevens met betrekking tot de inschrijving van een merk ten opzichte van de publikatie van de aanvrage geen afwijkingen vertonen, geschiedt de publikatie van die gegevens door een verwijzing naar de gegevens in die van de aanvrage.

5. De in artikel 26, lid 1, van de verordening vermelde bestanddelen van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk, alsmede alle andere gegevens waarvan krachtens regel 12 publikatie dient te geschieden, worden, indien zulks dienstig is, in alle officiële talen van de Gemeenschap gepubliceerd.

6. Het Bureau houdt rekening met elke, door de aanvrager ingediende vertaling. Indien de taal van de aanvrage niet één van de talen van het Bureau is, wordt de vertaling in de door de aanvrager opgegeven tweede taal aan de aanvrager medegedeeld. De aanvrager mag binnen een door het Bureau te stellen termijn wijzigingen in de vertaling voorstellen. Indien de aanvrager niet binnen deze termijn reageert of indien het Bureau de voorgestelde wijzigingen niet dienstig acht, wordt de door het Bureau voorgestelde vertaling gepubliceerd.

Regel 86

Publikatieblad van het Bureau

1. Het Publikatieblad van het Bureau verschijnt periodiek. Het Bureau kan het publiek edities van het Publikatieblad op CD-ROM of in een andere machine-leesbare vorm ter beschikking stellen.

2. Het Publikatieblad van het Bureau wordt uitgegeven in de talen van het Bureau. De voorzitter van het Bureau kan bepalen dat bepaalde onderdelen in alle officiële talen van de Gemeenschap worden gepubliceerd.

Regel 87

Gegevensbestand

1. Het Bureau houdt een elektronisch gegevensbestand bij met de gegevens van aanvragen om inschrijving van merken en van aantekeningen in het register. Het Bureau kan het publiek de inhoud van dit gegevensbestand tevens op CD-ROM of in een andere machine-leesbare vorm ter beschikking stellen.

2. De voorwaarden waaronder toegang tot het gegevensbestand wordt verleend en de wijze waarop de inhoud van dat bestand in machine-leesbare vorm ter beschikking mag worden gesteld, alsmede de daarvoor te betalen kostenvergoeding worden door de voorzitter van het Bureau vastgesteld.

Deel K

Inzage en bewaring van dossiers

Regel 88

Van inzage uitgesloten dossiergedeelten

Op grond van artikel 84, lid 4, van de verordening mogen de volgende dossiergedeelten niet ter inzage worden gegeven:

a) stukken betreffende uitsluiting of wraking overeenkomstig artikel 132 van de verordening;

b) ontwerp-beslissingen en -adviezen, alsmede alle andere voor de voorbereiding van beslissingen en adviezen gebruikte interne stukken;

c) dossierstukken ten aanzien waarvan de betrokken partij vóór het verzoek om inzage heeft doen blijken van een bijzonder belang bij geheimhouding ervan, tenzij inzage van een dergelijk dossierstuk wordt gerechtvaardigd door zwaarwegende gewettigde belangen van de om inzage verzoekende partij.

Regel 89

Regeling van de inzage van dossiers

▼M2

1. Inzage van de dossiers van aangevraagde en van ingeschreven Gemeenschapsmerken geschiedt aan de hand van de originele stukken of van afschriften ervan of aan de hand van technische opslagmedia, indien de gegevens op die wijze worden opgeslagen. De wijze van inzage wordt door de voorzitter van het Bureau bepaald.

Indien inzage geschiedt zoals bedoeld in de leden 3, 4 en 5, wordt een verzoek om inzage geacht niet te zijn gedaan zolang de verschuldigde taks niet is betaald. Er is geen taks verschuldigd als de inzage van technische opslagmedia on line plaatsvindt.

2. Indien wordt verzocht om inzage van het dossier van een aangevraagd Gemeenschapsmerk dat nog niet overeenkomstig artikel 40 van de verordening is gepubliceerd, wordt in het verzoek melding gemaakt en het bewijs geleverd van het feit dat de aanvrager met de inzage instemt of heeft verklaard dat hij na de inschrijving van het merk tegen de om inzage verzoekende partij zijn rechten op het merk zal doen gelden.

▼B

3. De inzage van het dossier geschiedt ten kantore van het Bureau.

4. Op verzoek kunnen bij de inzage afschriften van de dossierstukken worden verkregen. Voor de verkrijging van deze afschriften dient taks te worden betaald.

5. Op verzoek verstrekt het Bureau, tegen betaling van een taks, al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk of van die dossierstukken waarvan overeenkomstig lid 4 afschriften kunnen worden verkregen.

▼M1

6. De dossiers die het Bureau bijhoudt met betrekking tot internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, kunnen vanaf de in artikel 147, lid 1, van de verordening bedoelde datum van openbaarmaking op verzoek worden ingezien onder de in de leden 1, 3 en 4 vastgelegde voorwaarden en behoudens regel 88.

▼B

Regel 90

Mededeling van gegevens uit de dossiers

Behoudens de in artikel 84 van de verordening en in regel 88 vervatte beperkingen kan het Bureau op verzoek en tegen betaling van taks gegevens verstrekken uit de dossiers van aangevraagde of van ingeschreven Gemeenschapsmerken. Het Bureau kan evenwel eisen dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot inzage van het dossier zelf, indien het zulks wegens de hoeveelheid te verstrekken gegevens passend oordeelt.

▼M2

Regel 91

Bewaring van dossiers

1. De voorzitter van het Bureau bepaalt in welke vorm de dossiers worden bewaard.

2. Indien dossiers elektronisch worden bewaard, worden deze elektronische bestanden of reservekopieën daarvan zonder beperking in de tijd bewaard. De door de partijen bij de procedure ingediende originele documenten die de basis vormen van dergelijke elektronische bestanden, worden na een door de voorzitter van het Bureau vast te stellen termijn na ontvangst ervan verwijderd.

3. Indien en voorzover dossiers of delen daarvan anders dan elektronisch worden bewaard, worden de documenten of bewijsstukken die daarvan deel uitmaken, bewaard gedurende ten minste vijf jaar vanaf het einde van het jaar waarin:

a) de aanvrage wordt afgewezen, ingetrokken of geacht te zijn ingetrokken;

b) de geldigheid van de inschrijving van het Gemeenschapsmerk overeenkomstig artikel 47 van de verordening volledig is verstreken;

c) de volledige afstand van het Gemeenschapsmerk wordt ingeschreven overeenkomstig artikel 49 van de verordening;

d) het Gemeenschapsmerk uit hoofde van artikel 56, lid 6, of artikel 96, lid 6, van de verordening volledig uit het register wordt verwijderd.

▼B

Deel L

Administratieve samenwerking

Regel 92

Uitwisseling van gegevens en mededelingen tussen het Bureau en de autoriteiten van de Lid-Staten

1. Het Bureau en de centrale diensten voor de industriële eigendom van de Lid-Staten verstrekken elkaar op verzoek dienstige gegevens over het depot van aanvragen om Gemeenschaps- of om nationale merken en over procedures die op deze aanvragen betrekking hebben en de op grond daarvan ingeschreven merken. De beperkingen in artikel 84 van de verordening zijn op deze mededelingen niet van toepassing.

2. Het Bureau, de rechterlijke instanties of de autoriteiten van de Lid-Staten nemen rechtstreeks met elkaar contact op wanneer de mededelingen die zij uitwisselen, uit de toepassing van de verordening of van de onderhavige regels voortvloeien. Die contacten kunnen ook over de centrale diensten voor de industriële eigendom van de Lid-Staten lopen.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde mededelingen zijn vrij van taksen; de kosten komen ten laste van de autoriteit die de mededeling doet.

Regel 93

Inzage van dossiers door of langs de weg van rechterlijke instanties en autoriteiten van de Lid-Staten

1. Inzage van de dossiers betreffende aangevraagde of ingeschreven Gemeenschapsmerken door rechterlijke instanties en door autoriteiten van de Lid-Staten geschiedt aan de hand van de originele stukken of aan de hand van afschriften ervan; regel 89 is anders niet van toepassing.

2. De rechterlijke instanties en het openbare ministerie van de Lid-Staten kunnen in de voor hen gevoerde procedures derden inzage geven van de door het Bureau toegezonden dossiers of afschriften daarvan. Deze inzage geschiedt met inachtneming van artikel 84 van de verordening; het Bureau brengt voor deze inzage geen taks in rekening.

3. Bij het overmaken van de dossiers of van afschriften daarvan aan rechterlijke instanties of aan het openbare ministerie van de Lid-Staten, vermeldt het Bureau onder welke beperkingen uit hoofde van artikel 84 van de verordening en regel 88 het dossier van een aangevraagd of van een ingeschreven Gemeenschapsmerk ter inzage mag worden gegeven.

Deel M

Kosten

Regel 94

Verdeling en vaststelling van de kosten

1. De verdeling van de kosten als bedoeld in artikel 81, leden 1 en 2, van de verordening wordt geregeld bij de beslissing ten aanzien van de oppositie, bij die over het verzoek tot vervallen-, respectievelijk tot nietigverklaring van een Gemeenschapsmerk of bij die over het beroep.

2. De verdeling van de kosten overeenkomstig artikel 81, leden 3 en 4, van de verordening wordt geregeld door de oppositieafdeling, door de nietigheidsafdeling of door de kamer van beroep in een beslissing ten aanzien van de kosten.

▼M2

3. Indien het bedrag van de kosten niet overeenkomstig artikel 81, lid 6, eerste volzin, van de verordening is vastgesteld, dient het verzoek tot vaststelling van de kosten vergezeld te gaan van een kostenafrekening en de stukken ter staving daarvan. Voor de kosten van vertegenwoordiging zoals bedoeld in lid 7, onder d), van deze regel volstaat een bevestiging van de vertegenwoordiger dat de kosten zijn gemaakt. Voor andere kosten volstaat het dat de aannemelijkheid ervan is vastgesteld. Indien het bedrag van de kosten overeenkomstig artikel 81, lid 6, eerste volzin, van de verordening is vastgesteld, worden de kosten van vertegenwoordiging vastgesteld op het in lid 7, onder d), van deze regel vastgestelde niveau, ongeacht of zij daadwerkelijk zijn gemaakt.

▼B

4. Het verzoek als bedoeld in ►M2  artikel 81, lid 6, derde volzin. ◄ , van de verordening, waarbij herziening wordt gevraagd van de beslissing van de griffie omtrent de vaststelling van de kosten, wordt met redenen omkleed ingediend bij het Bureau binnen een maand nadat van de vaststelling der kosten kennis is gegeven. Dit verzoek wordt geacht niet te zijn ingediend totdat de taks voor de herziening van het bedrag van de kosten is betaald.

5. De oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep, naar gelang van het geval, beslist over het in lid 4 bedoelde verzoek zonder mondelinge behandeling.

6. De taksen die de verliezende partij overeenkomstig artikel 81, lid 1, van de verordening moet dragen, worden beperkt tot de door de tegenpartij betaalde taksen voor de oppositie, voor de vordering tot vervallen-, respectievelijk tot nietigverklaring van het Gemeenschapsmerk en voor het beroep.

▼M2

7. Behoudens lid 3 van deze regel, worden de door de winnende partij werkelijk gemaakte noodzakelijke procedurekosten overeenkomstig artikel 81, lid 1, van de verordening door de verliezende partij gedragen, ten belope van de volgende maximumbedragen:

a) indien de partij niet door een vertegenwoordiger vertegenwoordigd is, de reis- en verblijfkosten van één partij voor één persoon, heen en terug, tussen de woonplaats of het zakenadres en de plaats van de mondelinge behandeling overeenkomstig regel 56:

i) ten bedrage van een treinkaartje eerste klasse met inbegrip van de gebruikelijke vervoerssupplementen, ingeval de totale afstand ten hoogste 800 spoorwegkilometer bedraagt;

ii) ten bedrage van een vluchtprijs in de toeristenklasse, ingeval de totale afstand meer dan 800 spoorwegkilometer bedraagt of de reisroute mede een zeetraject omvat;

iii) verblijfkosten overeenkomstig artikel 13 van bijlage VII van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen;

b) de reiskosten van vertegenwoordigers in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening, overeenkomstig de in punt a), onder i) en ii), van deze regel vastgestelde tarieven;

c) reis- en verblijfkosten, vergoeding voor inkomstenderving en honoraria waarop getuigen en deskundigen overeenkomstig regel 59, lid 2, 3 of 4, recht hebben voor zover de uiteindelijke aansprakelijkheid overeenkomstig regel 59, lid 5, onder b), bij een partij bij de procedure berust;

d) kosten van vertegenwoordiging in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening:

i) van de opposant in een oppositieprocedure:

300 EUR;

ii) van de verweerder in een oppositieprocedure:

300 EUR;

iii) van de eiser in een procedure tot vervallen- of nietigverklaring van het Gemeenschapsmerk:

450 EUR;

iv) van de merkhouder in een procedure tot vervallen- of nietigverklaring van het Gemeenschapsmerk:

450 EUR;

v) van de eiser in een beroepsprocedure:

550 EUR;

vi) van de verweerder in een beroepsprocedure:

550 EUR;

vii) indien er een mondelinge procedure heeft plaatsgevonden waarvoor de partijen overeenkomstig regel 56 zijn opgeroepen, worden de in de punten i) tot en met vi) genoemde bedragen verhoogd met 400 EUR;

e) indien er meerdere aanvragers of houders van een Gemeenschapsmerk zijn of indien er meerdere opposanten of aanvragers zijn die gezamenlijk een bezwaarschrift of een vordering tot vervallen- of nietigverklaring hebben ingediend, draagt de verliezende partij de onder a) bedoelde kosten voor slechts één van hen;

f) indien de winnende partij door meerdere vertegenwoordigers in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening werd vertegenwoordigd, draagt de verliezende partij de onder b) en d) van deze regel bedoelde kosten voor slechts één van hen;

g) de verliezende partij wordt niet verplicht aan de winnende partij andere dan de onder a) tot en met f) bedoelde kosten, uitgaven en honoraria te vergoeden.

▼B

Deel N

Talen

Regel 95

Verzoeken en verklaringen

Onverminderd artikel 115, lid 5, van de verordening

a) mag elk verzoek of elke verklaring betreffende een aanvrage om een Gemeenschapsmerk in de voor de indiening van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk gebruikte taal of in de tweede taal die de aanvrager in zijn aanvrage heeft opgegeven, worden ingediend;

b) mag elk verzoek of elke verklaring betreffende een ingeschreven Gemeenschapsmerk in een van de talen van het Bureau worden ingediend. Wanneer de aanvrage evenwel wordt ingediend met gebruikmaking van een van de door het Bureau overeenkomstig regel 83 ter beschikking gestelde formulieren, mogen die formulieren in elk van de officiële talen van de Gemeenschap worden gebruikt, mits het formulier, wat de tekstgedeelten betreft, in een van de talen van het Bureau wordt ingevuld.

Regel 96

Schriftelijke procedure

1. Onverminderd artikel 115, leden 4 en 7, van de verordening en tenzij in de onderhavige regels anders is bepaald, mag elke partij in schriftelijke procedures voor het Bureau elk van de talen van het Bureau gebruiken. Indien de gekozen taal niet de proceduretaal is, verschaft de partij binnen één maand na de indiening van het oorspronkelijke stuk een vertaling in de proceduretaal. Indien de aanvrager van een Gemeenschapsmerk de enige partij in een procedure voor het Bureau is en de voor de indiening van de aanvrage om het Gemeenschapsmerk gebruikte taal niet een van de talen van het Bureau is, mag de vertaling tevens in de door de aanvrager in zijn aanvrage opgegeven tweede taal worden ingediend.

2. Tenzij in deze regels anders is bepaald, kunnen stukken die in procedures voor het Bureau worden gebruikt, in elke officiële taal van de Gemeenschap worden ingediend. Indien de taal van die stukken niet de proceduretaal is, kan het Bureau eisen dat binnen een door het Bureau gestelde termijn een vertaling in die taal of, naar keuze van de partij bij de procedure, in een van de talen van het Bureau wordt ingediend.

Regel 97

Mondelinge procedure

1. Elke partij bij een mondelinge procedure voor het Bureau kan in plaats van de proceduretaal een van de andere officiële talen van de Gemeenschap gebruiken, mits zij schikkingen treft voor het tolken in de proceduretaal. Indien de mondelinge procedure deel uitmaakt van een procedure betreffende de aanvrage tot inschrijving van een merk, mag de aanvrager ofwel de taal van de aanvrage, ofwel de door hemzelf opgegeven tweede taal gebruiken.

2. Bij een mondelinge procedure betreffende de aanvrage tot inschrijving van een merk kunnen de personeelsleden van het Bureau ofwel de taal van de aanvrage, ofwel de door de aanvrager opgegeven tweede taal gebruiken. Bij alle andere mondelinge procedures kan het personeel van het Bureau, in plaats van de proceduretaal, een van de andere talen van het Bureau gebruiken, mits de partij, respectievelijk partijen bij de procedure daarmee instemt, respectievelijk instemmen.

3. Bij onderzoeksverrichtingen kan iedere partij die moet worden gehoord, de getuige of de deskundige, die de proceduretaal niet voldoende beheerst, ongeacht welke officiële taal van de Gemeenschap gebruiken. Indien op verzoek van een partij bij de procedure tot bepaalde onderzoeksverrichtingen wordt besloten, kunnen partijen die moeten worden gehoord, de getuigen of de deskundigen, die zich in een andere taal dan in de proceduretaal uitdrukken, slechts worden gehoord indien de partij die het verzoek heeft ingediend, schikkingen treft voor het tolken in de proceduretaal. In procedures betreffende de aanvrage om inschrijving van een merk mag, in plaats van de taal van de aanvrage, de door de aanvrager opgegeven tweede taal worden gebruikt. In procedures met slechts één partij kan het Bureau op verzoek van de betrokken partij afwijkingen van dit lid toestaan.

4. Indien de partijen en het Bureau daarmee instemmen, mag in de mondelinge procedure ongeacht welke officiële taal van de Gemeenschap worden gebruikt.

5. Het Bureau treft, zo nodig, op eigen kosten schikkingen voor het tolken in de proceduretaal of, in voorkomend geval, in de andere talen van het Bureau, tenzij het tolken onder de verantwoordelijkheid van een van de partijen bij de procedures valt.

6. Verklaringen van personeelsleden van het Bureau, van partijen bij de procedures, van getuigen en van deskundigen in een mondelinge procedure, die in een van de talen van het Bureau worden afgelegd, worden in die taal in het proces-verbaal opgenomen. Verklaringen in een andere taal worden in de proceduretaal opgenomen. Wijzigingen in de tekst van de aanvrage om of van de inschrijving van een Gemeenschapsmerk worden in de proceduretaal in het proces-verbaal opgenomen.

▼M2

Regel 98

Vertalingen

1. Indien van een stuk een vertaling moet worden ingediend, wordt daarin aangegeven van welk document het een vertaling is en is de vertaling een getrouwe weergave van de opbouw en inhoud van het origineel. Het Bureau kan eisen dat binnen een door het Bureau te stellen termijn wordt gecertificeerd dat de vertaling met de originele tekst overeenstemt. De voorzitter van het Bureau bepaalt de wijze waarop vertalingen moeten worden gecertificeerd.

2. Tenzij in de verordening of in deze regels anders is bepaald, wordt een document waarvoor een vertaling moet worden ingediend, geacht niet door het Bureau te zijn ontvangen

a) indien de vertaling door het Bureau wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn voor de indiening van het origineel of de vertaling;

b) in het geval van lid 1, indien het certificaat niet binnen de gestelde termijn wordt ingediend.

▼B

Regel 99

Rechtsgeldigheid van de vertaling

Voor zover geen tegenbewijs wordt geleverd, kan het Bureau aannemen dat een vertaling met de desbetreffende originele tekst overeenstemt.

Deel O

Organisatie van het Bureau

▼M2

Regel 100

Door één enkel lid genomen beslissingen

De gevallen waarin overeenkomstig artikel 127, lid 2, of artikel 129, lid 2, van de verordening één enkel lid van een oppositie- of nietigheidsafdeling een beslissing kan nemen, zijn:

a) beslissingen ten aanzien van de verdeling van de kosten;

b) beslissingen tot vaststelling van het ingevolge artikel 81, lid 6, eerste volzin, van de verordening te betalen bedrag van de kosten;

c) beslissingen om het dossier af te sluiten of de procedure te staken;

d) beslissingen om een oppositie niet-ontvankelijk te verklaren voor het verstrijken van de in regel 18, lid 1, bedoelde termijn;

e) beslissingen tot opschorting van de procedure;

f) beslissingen om meerdere opposities overeenkomstig regel 21, lid 1, te voegen of te splitsen.

▼B

TITEL XII

RECIPROCITEIT

Regel 101

Bekendmaking van de reciprociteit

▼M2

1. Indien nodig, verzoekt de voorzitter van het Bureau de Commissie na te gaan of een land dat niet is aangesloten bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, behandeling op basis van reciprociteit in de zin van artikel 29, lid 5, van de verordening toekent.

2. Indien de Commissie vaststelt dat de in lid 1 bedoelde reciprociteit wordt toegekend, publiceert zij een mededeling daaromtrent in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. Artikel 29, lid 5, van de verordening is van toepassing met ingang van de datum waarop de in lid 2 genoemde mededeling in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt gepubliceerd, tenzij in de mededeling een eerdere toepassingsdatum wordt genoemd. Het is niet langer van toepassing vanaf de datum waarop de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendmaakt dat de reciprociteit niet langer wordt toegekend, tenzij in de mededeling een vroegere datum wordt genoemd.

▼B

4. De in de leden 2 en 3 bedoelde mededelingen worden tevens in het Publikatieblad van het Bureau bekendgemaakt.

▼M1

Titel XIII

Procedures voor de internationale inschrijving van merken

DEEL A

INTERNATIONALE INSCHRIJVING OP BASIS VAN AANVRAGEN VOOR EEN GEMEENSCHAPSMERK EN OP BASIS VAN GEMEENSCHAPSMERKEN

Regel 102

Indiening van een internationale aanvraag

1. Het formulier voor de indiening van een internationale aanvraag dat door het Bureau wordt verstrekt, als bedoeld in artikel 142, lid 1, van de verordening, moet gebaseerd zijn op het officiële formulier dat door het Internationale Bureau van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (hierna: het „Internationale Bureau”) wordt verstrekt; het moet dezelfde vorm hebben, maar zijn aangevuld met de extra gegevens en bescheiden die krachtens deze regels vereist zijn of dienstig kunnen zijn. De aanvragers mogen ook het officiële formulier gebruiken dat door het Internationale Bureau wordt verstrekt.

2. Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op het formulier voor een verzoek om territoriale uitstrekking na de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 144 van de verordening.

3. Het Bureau stelt de indiener van de internationale aanvraag in kennis van de datum waarop de documenten die de internationale aanvraag vormen door het Bureau worden ontvangen.

4. Indien de internationale aanvraag wordt ingediend in een officiële taal van de Europese Gemeenschap die krachtens het Protocol van Madrid voor de indiening van een internationale aanvraag niet is toegestaan en de internationale aanvraag geen vertaling bevat van de opgave van waren en diensten en van alle overige tekst van de internationale aanvraag in de taal waarin de aanvraag krachtens artikel 142, lid 2, van de verordening bij het Internationale Bureau moet worden ingediend, of van een dergelijke vertaling vergezeld gaat, moet de aanvrager het Bureau toestemming geven in de internationale aanvraag een vertaling op te nemen van de genoemde opgave van waren en diensten en van alle overige tekst in de taal waarin de aanvraag krachtens artikel 142, lid 2, van de verordening bij het Internationale Bureau moet worden ingediend. Indien tijdens de inschrijvingsprocedure voor de aanvraag van het Gemeenschapsmerk waarop de internationale aanvraag is gebaseerd geen vertaling is gemaakt, zorgt het Bureau onverwijld voor een vertaling.

Regel 103

Onderzoek van internationale aanvragen

1. Indien het Bureau een internationale aanvraag ontvangt en de in artikel 142, lid 5, van de verordening bedoelde taks voor de internationale aanvraag niet is betaald, stelt het Bureau de aanvrager ervan in kennis dat de internationale aanvraag als niet ingediend wordt beschouwd totdat de taks is betaald.

2. Indien bij het onderzoek van de internationale aanvraag blijkt dat een van de volgende gebreken zich voordoet, verzoekt het Bureau de aanvrager die gebreken binnen een door het Bureau te stellen termijn te verhelpen:

a) de internationale aanvraag is niet op een van de in regel 102, lid 1, bedoelde formulieren ingediend en bevat niet alle in dat formulier vereiste informatie;

b) de in de internationale aanvraag opgenomen opgave van waren en diensten wordt niet bestreken door de opgave van waren en diensten in de basisaanvraag voor een Gemeenschapsmerk of in het basis-Gemeenschapsmerk;

c) het merk waarop de internationale aanvraag betrekking heeft is niet identiek aan het merk dat voorkomt in de basisaanvraag voor een Gemeenschapsmerk of in het basis-Gemeenschapsmerk;

d) een inlichting in de internationale aanvraag betreffende het merk, anders dan een disclaimer overeenkomstig artikel 38, lid 2, van de verordening of een beroep op kleur, komt niet ook voor in de basisaanvraag voor een Gemeenschapsmerk of in het basis-Gemeenschapsmerk;

e) in de internationale aanvraag wordt een beroep op kleur gedaan als onderscheidend kenmerk van het merk, maar de basisaanvraag voor een Gemeenschapsmerk of het basis-Gemeenschapsmerk is niet in dezelfde kleur of kleuren; of

f) de aanvrager komt volgens de inlichtingen op het internationale formulier overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt ii), van het Protocol van Madrid niet in aanmerking voor het indienen van een internationale aanvraag door tussenkomst van het Bureau.

3. Indien de aanvrager het Bureau geen toestemming heeft gegeven om een vertaling op te nemen, als bedoeld in regel 102, lid 4, of onduidelijk is op welke opgave van waren en diensten de internationale aanvraag moet worden gebaseerd, verzoekt het Bureau de aanvrager binnen een door het Bureau te stellen termijn de vereiste inlichtingen te verstrekken.

4. Indien niet binnen de door het Bureau gestelde termijn de in lid 2 bedoelde gebreken worden verholpen of de in lid 3 bedoelde inlichtingen worden verstrekt, besluit het Bureau te weigeren de internationale aanvraag naar het Internationale Bureau door te zenden.

Regel 104

Doorzending van de internationale aanvraag

Zodra de internationale aanvraag aan de regels 102 en 103 en de artikelen 141 en 142 van de verordening voldoet, zendt het Bureau de internationale aanvraag, met de in artikel 3, lid 1, van het Protocol van Madrid bedoelde verklaring, door naar het Internationale Bureau.

Regel 105

Latere aanwijzingen

1. Het Bureau verzoekt de aanvrager die na de internationale inschrijving om territoriale uitbreiding verzoekt, als bedoeld in artikel 144 van de verordening, binnen een door het Bureau te stellen termijn elk van de volgende gebreken te verhelpen:

a) het verzoek om territoriale uitbreiding is niet op een van de in regel 102, leden 1 en 2, bedoelde formulieren ingediend en bevat niet alle in dat formulier vereiste informatie;

b) in het verzoek om territoriale uitbreiding is het nummer van de internationale inschrijving in kwestie niet vermeld;

c) de opgave van waren en diensten wordt niet bestreken door de opgave van waren en diensten in de internationale inschrijving; of

d) de aanvrager van de territoriale uitbreiding komt volgens de inlichtingen op het internationale formulier overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt ii), en artikel 3 ter, lid 2, van het Protocol van Madrid niet in aanmerking voor het doen van een aanwijzing na de internationale inschrijving door tussenkomst van het Bureau.

2. Indien niet binnen de door het Bureau gestelde termijn de in lid 1 bedoelde gebreken worden verholpen, besluit het Bureau te weigeren het verzoek om territoriale uitbreiding na de internationale inschrijving naar het Internationale Bureau door te zenden.

3. Het Bureau stelt de aanvrager van de territoriale uitbreiding in kennis van de datum waarop het verzoek om territoriale uitbreiding door het Bureau wordt ontvangen.

4. Zodra de in lid 1 van deze regel bedoelde gebreken zijn verholpen en aan artikel 144 van de verordening wordt voldaan, zendt het Bureau het verzoek om territoriale uitbreiding na de internationale inschrijving door naar het Internationale Bureau.

Regel 106

Afhankelijkheid van de internationale inschrijving van de basisaanvraag of -inschrijving

1. Het Bureau stelt het Internationale Bureau ervan in kennis indien binnen vijf jaar na de datum van de internationale inschrijving

a) de aanvraag voor een Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd wordt ingetrokken, wordt geacht te zijn ingetrokken of bij wege van een definitieve beslissing wordt geweigerd;

b) het Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd zijn geldigheid heeft verloren doordat er afstand van is gedaan, het niet is verlengd, het is ingetrokken, of het bij wege van een definitieve beslissing van het Bureau of op grond van een reconventionele vordering in een inbreukprocedure door een rechtbank voor het Gemeenschapsmerk ongeldig is verklaard; of

c) de aanvraag voor een Gemeenschapsmerk of het Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd in twee aanvragen of inschrijvingen is gesplitst.

2. De in lid 1 bedoelde kennisgeving bevat:

a) het nummer van de internationale inschrijving;

b) de naam van de houder van de internationale inschrijving;

c) de feiten en beslissingen betreffende de basisaanvraag of -inschrijving, evenals de datum waarop die feiten en beslissingen van kracht worden;

d) in het in lid 1, onder a) of b), bedoelde geval: het verzoek om doorhaling van de internationale inschrijving;

e) indien de in lid 1, onder a) of b), bedoelde handeling slechts op een deel van de waren en diensten in de basisaanvraag of -inschrijving betrekking heeft: de betrokken waren en diensten, of de waren en diensten waarop de handeling geen betrekking heeft;

f) in het in lid 1, onder c), bedoelde geval: het nummer van alle betrokken aanvragen voor een Gemeenschapsmerk en inschrijvingen.

3. Het Bureau stelt het Internationale Bureau ervan in kennis indien vijf jaar na de datum van de internationale inschrijving

a) een beroepsprocedure is ingesteld tegen een beslissing van een onderzoeker om overeenkomstig artikel 38 van de verordening de aanvraag voor een Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd te weigeren;

b) een oppositieprocedure is ingesteld tegen de aanvraag voor een Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd;

c) een vordering tot vervallen- of nietigverklaring is ingesteld tegen het Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd;

d) in het register van Gemeenschapsmerken is vermeld dat bij een rechtbank voor het Gemeenschapsmerk tegen het Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd een reconventionele vordering tot vervallen- of nietigverklaring is ingesteld, maar in het register nog geen beslissing van de rechtbank voor het Gemeenschapsmerk over de reconventionele vordering is vermeld.

4. Zodra in de in lid 3 bedoelde procedures zijn afgesloten doordat een definitieve beslissing is genomen of een aantekening in het register is opgenomen, stelt het Bureau daarvan het Internationale Bureau overeenkomstig lid 2 in kennis.

5. Wanneer in de leden 1 en 3 sprake is van een Gemeenschapsmerk waarop de internationale inschrijving is gebaseerd, worden ook inschrijvingen van Gemeenschapsmerken die het gevolg zijn van aanvragen voor Gemeenschapsmerken waarop de internationale inschrijving is gebaseerd, bedoeld.

Regel 107

Verlengingen

De internationale inschrijving wordt rechtstreeks bij het Internationale Bureau verlengd.

DEEL B

INTERNATIONALE INSCHRIJVINGEN WAARIN DE EUROPESE GEMEENSCHAP WORDT AANGEWEZEN

Regel 108

Beroep op anciënniteit in een internationale aanvraag

1. Indien overeenkomstig artikel 148, lid 1, van de verordening in een internationale aanvraag een beroep wordt gedaan op de anciënniteit van een of meer eerder ingeschreven merken, als bedoeld in artikel 34 van de verordening, dient de houder binnen drie maanden na de datum waarop het Internationale Bureau het Bureau kennisgeving doet van de internationale inschrijving, een afschrift van de desbetreffende inschrijving bij het Bureau in. Het afschrift wordt door de bevoegde autoriteit voor eensluidend gewaarmerkt.

2. Indien de houder van de internationale inschrijving zich overeenkomstig artikel 88, lid 2, van de verordening in een procedure voor het Bureau moet doen vertegenwoordigen, wordt in de in lid 1 bedoelde mededeling de benoeming van een vertegenwoordiger in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening vermeld.

3. De voorzitter van het Bureau kan bepalen dat de houder mag volstaan met overlegging van minder bewijskrachtige stukken dan vereist uit hoofde van lid 1, mits het Bureau uit andere bronnen over de vereiste gegevens kan beschikken.

Regel 109

Onderzoek van beroepen op anciënniteit

1. Indien het Bureau vaststelt dat een beroep op anciënniteit krachtens regel 108, lid 1, niet aan artikel 34 van de verordening voldoet of niet aan de overige voorschriften van regel 108 voldoet, verzoekt het de houder de gebreken binnen een door het Bureau te stellen termijn te verhelpen.

2. Indien niet binnen de gestelde termijn aan de in lid 1 bedoelde voorschriften wordt voldaan, vervalt het recht van anciënniteit voor die internationale inschrijving. Indien de gebreken slechts een deel van de waren en diensten betreffen, vervalt het recht van anciënniteit alleen voor die waren en diensten.

3. Het Bureau stelt het Internationale Bureau in kennis van elke verklaring van het vervallen van het recht van anciënniteit uit hoofde van lid 2. Het stelt het Internationale Bureau tevens in kennis van elke intrekking of beperking van het beroep op anciënniteit.

4. Het Bureau stelt het Benelux-Merkenbureau, respectievelijk de centrale dienst voor de industriële eigendom van de betrokken lidstaat in kennis van het beroep op anciënniteit, tenzij het recht van anciënniteit overeenkomstig lid 2 vervallen is verklaard.

Regel 110

Beroep op anciënniteit bij het Bureau

1. De houder van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, kan overeenkomstig artikel 148, lid 2, van de verordening rechtstreeks bij het Bureau een beroep doen op de anciënniteit van een of meer eerder ingeschreven merken, als bedoeld in artikel 35 van de verordening, vanaf de datum waarop het Bureau overeenkomstig artikel 147, lid 2, van de verordening het feit heeft gepubliceerd dat geen kennisgeving van weigering van bescherming van de internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen heeft plaatsgevonden, of indien een zodanige weigering is ingetrokken.

2. Indien voor de in lid 1 bedoelde datum bij het Bureau een beroep op anciënniteit wordt gedaan, wordt dat beroep op anciënniteit geacht door het Bureau te zijn ontvangen op de in lid 1 bedoelde datum.

3. Een aanvraag betreffende een beroep op anciënniteit overeenkomstig artikel 148, lid 2, van de verordening en lid 1 bevat:

a) de vermelding dat het beroep op anciënniteit betrekking heeft op een internationale inschrijving krachtens het Protocol van Madrid;

b) het inschrijvingsnummer van de internationale inschrijving;

c) naam en adres van de houder van de internationale inschrijving, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder b);

d) indien de houder een vertegenwoordiger heeft aangewezen: naam en kantooradres van laatstgenoemde, overeenkomstig regel 1, lid 1, onder e);

e) een opgave van de lidstaat of lidstaten waar of waarvoor het oudere merk is ingeschreven, de datum waarop de betrokken inschrijving geldig werd, het inschrijvingsnummer en de waren en diensten waarvoor het oudere merk is ingeschreven;

f) indien een beroep op anciënniteit wordt gedaan voor een deel van de waren en diensten in de oudere inschrijving: een opgave van de waren en diensten waarvoor een beroep op anciënniteit wordt gedaan;

g) een afschrift van de betrokken inschrijving; door de bevoegde autoriteit voor eensluidend gewaarmerkt;

h) indien de houder van de internationale inschrijving zich overeenkomstig artikel 88, lid 2, van de verordening in een procedure voor het Bureau moet doen vertegenwoordigen: de benoeming van een vertegenwoordiger in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening.

4. Indien niet aan de in lid 3 bedoelde vereisten inzake het beroep op anciënniteit wordt voldaan, verzoekt het Bureau de houder van de internationale inschrijving de gebreken te verhelpen. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau gestelde termijn worden verholpen, wijst het Bureau de aanvraag af.

5. Indien het Bureau de aanvraag betreffende een beroep op anciënniteit heeft aanvaard, stelt het daarvan het Internationale Bureau in kennis, waarbij het de volgende gegevens vermeldt:

a) het nummer van de internationale inschrijving;

b) de naam van de lidstaat of lidstaten waar of waarvoor het vroegere merk is ingeschreven;

c) het nummer van de inschrijving; en

d) de datum waarop de inschrijving geldig werd.

6. Het Bureau stelt het Benelux-Merkenbureau of de centrale dienst voor de industriële eigendom van de betrokken lidstaat in kennis van de aanvraag betreffende een beroep op anciënniteit zodra deze door het Bureau is aanvaard.

7. De voorzitter van het Bureau kan bepalen dat de houder van de internationale inschrijving mag volstaan met overlegging van minder bewijskrachtige stukken dan vereist uit hoofde van lid 1, onder g), mits het Bureau uit andere bronnen over de vereiste gegevens kan beschikken.

Regel 111

Besluiten betreffende beroepen op anciënniteit

Indien een beroep op anciënniteit, dat overeenkomstig artikel 148, lid 1, van de verordening is gedaan of overeenkomstig regel 110, lid 5, is meegedeeld, wordt ingetrokken of door het Bureau wordt doorgehaald, stelt het Bureau daarvan het Internationale Bureau in kennis.

Regel 112

Onderzoek met betrekking tot absolute weigeringsgronden

1.

Indien het Bureau tijdens het onderzoek overeenkomstig artikel 149, lid 1, van de verordening vaststelt dat het merk waarop de territoriale uitstrekking tot de Europese Gemeenschap betrekking heeft overeenkomstig artikel 38, lid 1, van de verordening niet in aanmerking komt voor bescherming van alle of een deel van de waren en diensten waarvoor het door het Internationale Bureau is ingeschreven, zendt het Bureau een kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van het Protocol van Madrid, en regel 17, lid 1, van de gemeenschappelijke regels naar het Internationale Bureau.

Indien de houder van de internationale inschrijving zich overeenkomstig artikel 88, lid 1, van de verordening in een procedure voor het Bureau moet doen vertegenwoordigen, bevat de kennisgeving een oproep om een vertegenwoordiger in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening te benoemen.

In de kennisgeving van voorlopige weigering worden de redenen opgegeven waarop de weigering berust, en wordt een termijn vastgesteld waarbinnen de houder van de internationale inschrijving opmerkingen kan maken en, in voorkomend geval, een vertegenwoordiger moet benoemen.

De termijn gaat in op de dag waarop het Bureau de voorlopige weigering verzendt.

2.

Indien het Bureau tijdens het onderzoek overeenkomstig artikel 149, lid 1, van de verordening vaststelt dat overeenkomstig artikel 38, lid 2, van de verordening als voorwaarde voor de inschrijving van het merk geldt dat de houder van de internationale inschrijving moet verklaren dat hij geen beroep zal doen op het uitsluitende recht op een bestanddeel van het merk zonder onderscheidend vermogen, wordt in de kennisgeving van voorlopige weigering van bescherming van ambtswege overeenkomstig lid 1 vermeld dat de bescherming van de internationale inschrijving wordt geweigerd indien die verklaring niet binnen de gestelde termijn wordt ingediend.

3.

Indien het Bureau tijdens het onderzoek overeenkomstig artikel 149, lid 1, van de verordening vaststelt dat in de internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen de vermelding van een tweede taal overeenkomstig regel 126 van deze verordening en regel 9, lid 5, onder g), punt ii), van de gemeenschappelijke regels ontbreekt, zendt het Bureau een kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van het Protocol van Madrid, en regel 17, lid 1, van de gemeenschappelijke regels naar het Internationale Bureau. Lid 1, tweede, derde en vierde zin, is van toepassing.

4.

Indien de houder van de internationale inschrijving niet binnen de gestelde termijn de gronden waarop de bescherming is geweigerd, opheft, aan de in lid 2 bedoelde voorwaarde voldoet of, in voorkomend geval, een vertegenwoordiger benoemt of een tweede taal vermeldt, neemt het Bureau een beslissing waarin het de bescherming weigert voor alle of voor een deel van de waren en diensten waarvoor de internationale inschrijving wordt ingeschreven. Tegen deze beslissing kan overeenkomstig de artikelen 57 tot en met 63 van de verordening beroep worden ingesteld.

5.

Indien het Bureau voor het begin van de in artikel 151, lid 2, van de verordening bedoelde oppositieperiode geen kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege overeenkomstig lid 1 heeft gezonden, stuurt het Bureau een verklaring dat bescherming wordt verleend naar het Internationale Bureau, waarin wordt aangegeven dat het onderzoek van de absolute weigeringsgronden overeenkomstig artikel 38 van de verordening is voltooid, maar dat tegen de internationale inschrijving nog oppositie kan worden ingesteld of opmerkingen kunnen worden ingediend door derden.

Regel 113

Kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege aan het Internationale Bureau

1. De kennisgeving van voorlopige weigering van bescherming van (een deel van) een internationale inschrijving van ambtswege overeenkomstig regel 112 wordt aan het Internationale Bureau gezonden en bevat:

a) het nummer van de internationale inschrijving;

b) alle gronden waarop de voorlopige weigering berust met een verwijzing naar de betrokken bepalingen van de verordening;

c) de vermelding dat de voorlopige weigering van bescherming bij een beslissing van het Bureau zal worden bevestigd indien de houder van de internationale inschrijving niet binnen twee maanden na de datum waarop het Bureau de voorlopige weigering zendt de weigeringsgronden opheft door bij het Bureau zijn opmerkingen in te dienen;

d) indien de voorlopige weigering slechts op een deel van de waren en diensten betrekking heeft: de vermelding van de betrokken waren en diensten.

2. Het Bureau deelt het Internationale Bureau voor elke kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege die overeenkomstig lid 1 wordt verzonden, wanneer de termijn voor het instellen van oppositie is verstreken en geen voorlopige weigering op grond van een oppositie overeenkomstig regel 115, lid 1, is verzonden, het volgende mee:

a) indien de voorlopige weigering als gevolg van de procedures bij het Bureau is ingetrokken: dat het merk in de Europese Gemeenschap bescherming geniet;

b) indien een beslissing om bescherming van het merk te weigeren definitief is, in voorkomend geval na een beroep krachtens artikel 57 van de verordening of een beroep krachtens artikel 63 van de verordening, deelt het Bureau het Internationale Bureau mee dat de bescherming van het merk in de Europese Gemeenschap is geweigerd;

c) indien de weigering overeenkomstig punt a) of b) slechts een deel van de waren en diensten betreft: de waren en diensten waarvoor het merk in de Europese Gemeenschap bescherming geniet.

Regel 114

Oppositieprocedure

1.

Indien overeenkomstig artikel 151 van de verordening tegen een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, oppositie wordt ingesteld, bevat het bezwaarschrift:

a) het nummer van de internationale inschrijving waartegen de oppositie is gericht;

b) een opgave van de in de internationale inschrijving vermelde waren en diensten waartegen de oppositie is gericht;

c) de naam van de houder van de internationale inschrijving;

▼M2

d) de in regel 15, lid 2, onder b) tot en met h), bedoelde gegevens en bescheiden.

▼M1

2.

►M2  Regel 15, leden 1, 3 en 4, en de regels 16 tot en met 22 zijn van toepassing behoudens het volgende: ◄

a) elke verwijzing naar een aanvraag voor een inschrijving van het Gemeenschapsmerk moet worden gelezen als een verwijzing naar een internationale inschrijving;

b) elke verwijzing naar een intrekking van de aanvraag voor de inschrijving van het Gemeenschapsmerk moet worden gelezen als een verwijzing naar de afstand van de internationale inschrijving ten aanzien van de Europese Gemeenschap;

c) elke verwijzing naar de aanvrager moet worden gelezen als een verwijzing naar de houder van de internationale inschrijving.

3.

Indien voor het verstrijken van de in artikel 151, lid 2, van de verordening bedoelde periode van zes maanden oppositie is ingesteld, wordt de oppositie geacht te zijn ingesteld op de eerste dag na het verstrijken van de periode van zes maanden. Artikel 42, lid 3, tweede zin, van de verordening blijft onverminderd van toepassing.

4.

Indien de houder van de internationale inschrijving zich overeenkomstig artikel 88, lid 2, van de verordening in een procedure voor het Bureau moet doen vertegenwoordigen en hij nog geen vertegenwoordiger in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening heeft benoemd, bevat de kennisgeving van de oppositie aan de houder van de internationale inschrijving overeenkomstig regel 19 de oproep om binnen twee maanden na de datum van kennisgeving een vertegenwoordiger in de zin van artikel 89, lid 1, van de verordening te benoemen.

Indien de houder van de internationale inschrijving niet binnen deze termijn een vertegenwoordiger benoemt, besluit het Bureau de bescherming van de internationale inschrijving te weigeren.

5.

De oppositieprocedure wordt opgeschort indien overeenkomstig regel 112 een voorlopige weigering van bescherming van ambtswege is of wordt gezonden. Wanneer de voorlopige weigering van ambtswege leidt tot een definitieve beslissing om de bescherming van het merk te weigeren, staakt het Bureau de procedure en vergoedt het de oppositietaks, en wordt geen beslissing over de verdeling van de kosten genomen.

Regel 115

Kennisgeving van voorlopige weigeringen op basis van een oppositie

1. Wanneer overeenkomstig artikel 151, lid 2, van de verordening bij het Bureau tegen een internationale inschrijving oppositie wordt ingesteld of overeenkomstig regel 114, lid 3, wordt geacht te zijn ingesteld, zendt het Bureau een kennisgeving van voorlopige weigering van bescherming op basis van een oppositie naar het Internationale Bureau.

2. De kennisgeving van voorlopige weigering van bescherming op basis van een oppositie bevat:

a) het nummer van de internationale inschrijving;

b) de vermelding dat de weigering is gebaseerd op het feit dat oppositie is ingesteld, met een verwijzing naar de bepalingen van artikel 8 van de verordening waarop de oppositie berust;

c) naam en adres van de opposant.

3. Indien de oppositie op een aanvraag of een inschrijving van een merk berust, bevat de in lid 2 bedoelde kennisgeving de volgende vermeldingen:

i) de datum van indiening, de inschrijvingsdatum en de eventuele voorrangsdatum,

ii) het dossiernummer en, indien dat afwijkt, het inschrijvingsnummer,

iii) naam en adres van de eigenaar,

iv) een afbeelding van het merk, en

v) de opgave van waren en diensten waarop de oppositie is gebaseerd.

4. Indien de voorlopige weigering slechts op een deel van de waren en diensten betrekking heeft, worden in de in lid 2 bedoelde kennisgeving die waren en diensten vermeld.

5. Het Bureau deelt het Internationale Bureau het volgende mee:

a) indien de voorlopige weigering als gevolg van de oppositieprocedure is ingetrokken: dat het merk in de Europese Gemeenschap bescherming geniet;

b) indien een beslissing om de bescherming van het merk te weigeren definitief is, in voorkomend geval na een beroep krachtens artikel 57 van de verordening of een beroep krachtens artikel 63 van de verordening: dat de bescherming van het merk in de Europese Gemeenschap is geweigerd;

c) indien de weigering overeenkomstig punt a) of b) slechts een deel van de waren en diensten betreft: de waren en diensten waarvoor het merk in de Europese Gemeenschap bescherming geniet.

6. Indien voor een internationale inschrijving meer dan een voorlopige weigering overeenkomstig regel 112, leden 1 en 2, of overeenkomstig lid 1 van deze regel is verzonden, betreft de in lid 5 van deze regel bedoelde mededeling de volledige of gedeeltelijke weigering van bescherming van het merk zoals die het gevolg is van alle procedures krachtens de artikelen 149 en 151 van de verordening.

Regel 116

Verklaring dat bescherming wordt verleend

1. Indien het Bureau geen kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege overeenkomstig regel 112 heeft gezonden, het Bureau geen oppositie heeft ontvangen binnen de in artikel 151, lid 2, van de verordening bedoelde oppositieperiode en het Bureau geen kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege heeft gezonden naar aanleiding van door derden ingediende opmerkingen, zendt het Bureau een nadere verklaring dat bescherming wordt verleend naar het Internationale Bureau, waarin wordt aangegeven dat het merk in de Europese Gemeenschap bescherming geniet.

2. Met het oog op de toepassing van artikel 146, lid 2, van de verordening heeft de in lid 1 bedoelde nadere verklaring dat bescherming wordt verleend hetzelfde rechtsgevolg als een verklaring door het Bureau dat een kennisgeving van weigering is ingetrokken.

Regel 117

Kennisgeving van nietigverklaring aan het Internationale Bureau

1. Indien een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen overeenkomstig artikel 56 of 96 en artikel 153 van de verordening nietig is verklaard en die beslissing definitief is, stelt het Bureau daarvan het Internationale Bureau in kennis.

2. De kennisgeving wordt gedagtekend en bevat:

a) de vermelding dat de nietigverklaring door het Bureau is uitgesproken, of een vermelding door welke rechtbank voor het Gemeenschapsmerk de nietigverklaring is uitgesproken;

b) de vermelding of de nietigverklaring is uitgesproken in de vorm van een vervallenverklaring van de rechten van de houder van de internationale inschrijving, van een verklaring dat het merk op absolute gronden nietig wordt verklaard of van een verklaring dat het merk op relatieve gronden nietig wordt verklaard;

c) de vermelding dat tegen de nietigverklaring geen beroep meer kan worden ingesteld;

d) het nummer van de internationale inschrijving;

e) de naam van de houder van de internationale inschrijving;

f) indien de nietigverklaring niet alle waren en diensten betreft: de waren en diensten waarvoor de nietigverklaring is uitgesproken of die waarvoor de nietigverklaring niet is uitgesproken;

g) de datum waarop de nietigverklaring is uitgesproken, waarbij wordt aangegeven of de nietigverklaring vanaf die datum of ex tunc geldt.

Regel 118

Rechtsgevolg van de inschrijving van overgangen

Met het oog op de toepassing van artikel 17 en tevens in samenhang met artikel 23, lid 1 of 2 en artikel 24 van de verordening treedt de aantekening in het internationale register van een eigendomsovergang van de internationale inschrijving in de plaats van de inschrijving van een overgang in het register van Gemeenschapsmerken.

Regel 119

Rechtsgevolg van de inschrijving van licenties en andere rechten

Met het oog op de toepassing van de artikelen 19 tot en met 22 en tevens in samenhang met de artikelen 23 en 24, van de verordening treedt de aantekening in het internationale register van een licentie of een beperking op het beschikkingsrecht van de houder ten aanzien van de internationale inschrijving in de plaats van de inschrijving van een licentie, een zakelijk recht, een gedwongen tenuitvoerlegging of een insolventieprocedure in het register van Gemeenschapsmerken.

Regel 120

Onderzoek van verzoeken om inschrijving van overgangen, licenties of beperkingen op het beschikkingsrecht van de houder

1. Indien een verzoek om door tussenkomst van het Bureau een eigendomsovergang, een licentie of een beperking op het beschikkingsrecht van de houder in te schrijven door een andere persoon dan de houder van de internationale inschrijving wordt ingediend, weigert het Bureau het verzoek naar het Internationale Bureau door te zenden indien bij het verzoek geen bewijs van de overgang, de licentie of de beperking op het beschikkingsrecht is gevoegd.

2. Indien een verzoek om door tussenkomst van het Bureau de wijziging of doorhaling van een licentie of de opheffing van een beperking op het beschikkingsrecht van de houder in te schrijven door de houder van de internationale inschrijving wordt ingediend, besluit het Bureau te weigeren het verzoek naar het Internationale Bureau door te zenden indien bij het verzoek geen bewijs is gevoegd waaruit blijkt dat de licentie niet meer bestaat of is gewijzigd, of dat de beperking op het beschikkingsrecht is opgeheven.

Regel 121

Collectieve merken

1. Indien uit de internationale inschrijving blijkt dat zij is gebaseerd op een basisaanvraag of -inschrijving die een collectief merk, kwaliteitsmerk of garantiemerk betreft, wordt de internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen als een collectief Gemeenschapsmerk behandeld.

2. De houder van de internationale inschrijving dient het reglement van het merk, als bedoeld in artikel 65 van de verordening en in regel 43, binnen twee maanden na de datum waarop het Internationale Bureau het Bureau kennisgeving doet van de internationale inschrijving, rechtstreeks bij het Bureau in.

3. Een kennisgeving van voorlopige weigering van ambtswege overeenkomstig regel 112 wordt tevens gezonden:

a) indien een van de in artikel 66, lid 1 of 2, in samenhang met lid 3 van dat artikel, van de verordening genoemde weigeringsgronden bestaat;

b) indien het reglement van het merk niet overeenkomstig lid 2 is ingediend.

Regel 112, leden 2 en 3, en regel 113 zijn van toepassing.

4. Mededelingen betreffende wijzigingen van het reglement van het merk overeenkomstig artikel 69 van de verordening worden in het Blad van Gemeenschapsmerken gepubliceerd.

Regel 122

Omzetting van een internationale inschrijving in een aanvraag voor een nationaal merk

1. Een verzoek tot omzetting van een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen in een aanvraag voor een nationaal merk overeenkomstig de artikelen 108 en 154 van de verordening, bevat:

a) het inschrijvingsnummer van de internationale inschrijving;

b) de datum van de internationale inschrijving of de datum van de aanwijzing van de Europese Gemeenschap na de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 3 ter, lid 2, van het Protocol van Madrid, en in voorkomend geval de gegevens over het beroep op voorrang voor de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 154, lid 2, van de verordening en de gegevens over het beroep op anciënniteit overeenkomstig de artikelen 34, 35 en 148 van de verordening;

▼M2

c) de in regel 44, lid 1, onder a), c), d), e) en f), bedoelde gegevens en bescheiden.

▼M1

2. Indien na niet-verlenging van de internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen een verzoek tot omzetting overeenkomstig artikel 108, lid 5, en artikel 154 van de verordening wordt ingediend, bevat het in lid 1 bedoelde verzoek een aanduiding dienaangaande en de datum waarop de beschermingsperiode is verstreken. De in artikel 108, lid 5, van de verordening genoemde termijn van drie maanden vangt aan op de dag na de laatste dag waarop de verlenging overeenkomstig artikel 7, lid 4, van het Protocol van Madrid nog kan plaatsvinden.

3. Regel 45, regel 46, lid 2, onder a) en c), en regel 47 zijn van overeenkomstige toepassing.

Regel 123

Omzetting van een internationale inschrijving in een aanwijzing van een lidstaat die partij is bij het Protocol van Madrid of de Schikking van Madrid

1. Een verzoek krachtens artikel 154 van de verordening om een internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen om te zetten in een aanwijzing van een lidstaat die partij is bij het Protocol van Madrid of de Schikking van Madrid, bevat de in regel 122, leden 1 en 2, bedoelde gegevens en bescheiden.

2. Regel 45 is van overeenkomstige toepassing. Het Bureau wijst het verzoek tot omzetting eveneens af indien zowel op de datum van de aanwijzing van de Europese Gemeenschap als op de datum waarop het verzoek tot omzetting door het Bureau is ontvangen of overeenkomstig artikel 109, lid 1, tweede zin, van de verordening, als ingediend geldt, niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aanwijzing van de lidstaat die partij is bij het Protocol van Madrid of bij de Schikking van Madrid.

3. Regel 46, lid 2, onder a) en c), is van overeenkomstige toepassing. Bij de publicatie van het verzoek tot omzetting wordt ook vermeld dat verzocht is om omzetting in een aanwijzing van een lidstaat die partij is bij het Protocol van Madrid of de Schikking van Madrid overeenkomstig artikel 154 van de verordening.

4. Indien het verzoek tot omzetting met de verordening en met deze regels overeenstemt, zendt het Bureau het onverwijld door naar het Internationale Bureau. Het Bureau stelt de houder van de internationale inschrijving in kennis van de datum van doorzending.

Regel 124

Omzetting van een internatonale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen in een aanvraag voor een Gemeenschapsmerk

1. Een aanvraag voor een Gemeenschapsmerk wordt alleen beschouwd als omzetting van een internationale inschrijving die op verzoek van de administratie van oorsprong door het Internationale Bureau is doorgehaald, overeenkomstig artikel 9 quinquies van het Protocol van Madrid en artikel 156 van de verordening, als dit in de aanvraag is aangegeven. Deze informatie moet bij de indiening van de aanvraag worden doorgegeven.

2. De aanvraag bevat, naast de in regel 1 bedoelde gegevens en bescheiden:

a) het nummer van de internationale inschrijving die is doorgehaald;

b) de datum waarop de internationale inschrijving door het Internationale Bureau is doorgehaald;

c) in voorkomend geval de datum van de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 3, lid 4, van het Protocol van Madrid of de datum waarop de territoriale uitstrekking tot de Europese Gemeenschap na de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 3 ter, lid 2, van het Protocol van Madrid is aangetekend;

d) indien van toepassing, de voorrangsdatum waarop in de internationale aanvraag een beroep is gedaan, zoals aangetekend in het internationale register dat door het Internationale Bureau wordt bijgehouden.

3. Indien het Bureau tijdens het onderzoek overeenkomstig regel 9, lid 3, vaststelt dat de aanvraag niet is ingediend binnen drie maanden na de datum waarop de internationale inschrijving door het Internationale Bureau is doorgehaald of dat de waren en diensten waarvoor het Gemeenschapsmerk moet worden ingeschreven niet zijn opgenomen in de opgave van waren en diensten waarvoor de internationale inschrijving ten aanzien van de Europese Gemeenschap is ingeschreven, verzoekt het Bureau de aanvrager binnen een door het Bureau te stellen termijn de vastgestelde gebreken te verhelpen en met name de opgave van waren en diensten te beperken tot de waren en diensten die zijn opgenomen in de opgave van waren en diensten waarvoor de internationale inschrijving ten aanzien van de Europese Gemeenschap is ingeschreven.

4. Indien niet binnen de gestelde termijn de in lid 3 bedoelde gebreken worden verholpen, vervalt het recht op de datum van de internationale inschrijving of de territoriale uitstrekking, alsmede het eventuele recht op de datum van voorrang van de internationale inschrijving.

DEEL C

COMMUNICATIE

Regel 125

Communicatie met het Internationale Bureau en elektronische formulieren

1. De communicatie met het Internationale Bureau verloopt op een wijze en in een vorm als overeengekomen tussen het Internationale Bureau en het Bureau, en bij voorkeur met elektronische middelen.

2. Wanneer sprake is van formulieren worden ook elektronische formulieren bedoeld.

Regel 126

Gebruik van talen

Met het oog op de toepassing van de verordening en deze regels op internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen, geldt als taal van indiening van de internationale aanvraag de proceduretaal als bedoeld in artikel 115, lid 4, van de verordening, en geldt als tweede taal die in de internationale aanvraag wordt opgegeven de tweede taal als bedoeld in artikel 115, lid 3, van de verordening.

▼B

Artikel 2

Overgangsbepalingen

1.  Elke aanvrage tot inschrijving van een Gemeenschapsmerk die gedurende de drie maanden die aan de overeenkomstig artikel 143, lid 3, van de verordening vastgestelde termijn voorafgaan, wordt ingediend, voorziet het Bureau van zowel de ingevolge die bepaling vastgestelde datum van aanvrage als de werkelijke datum van ontvangst van de aanvrage.

2.  Voor elke in lid 1 bedoelde aanvrage vangt de in de artikelen 29 en 33 van de verordening bedoelde termijn van voorrang van zes maanden aan vanaf de overeenkomstig artikel 143, lid 3, van de verordening vastgestelde datum.

3.  Het Bureau kan aan de aanvrager vóór de overeenkomstig artikel 143, lid 3, van de verordening vastgestelde datum een ontvangstbewijs afgeven.

4.  Het Bureau kan de in lid 1 bedoelde aanvragen vóór de overeenkomstig artikel 143, lid 3, van de verordening vastgestelde datum onderzoeken en met de aanvrager contact houden om nog vóór die datum gebreken te verhelpen. Beslissingen over dergelijke aanvragen kunnen eerst na de betrokken datum worden genomen.

5.  Met betrekking tot de aanvrage voert het Bureau geen recherche uit in de zin van artikel 39, lid 1, van de verordening, ongeacht of voor die aanvrage een beroep op voorrang is gedaan overeenkomstig artikel 29 of 33 ervan.

6.  Indien de datum van ontvangst van een aanvrage om een Gemeenschapsmerk bij het Bureau, bij de centrale dienst voor de industriële eigendom van een Lid-Staat of bij het Benelux-Merkenbureau vóór de aanvang van de in artikel 143, lid 4, van de verordening genoemde termijn van drie maanden ligt, wordt de aanvrage geacht niet te zijn ingediend. De aanvrager wordt daarvan in kennis gesteld en de aanvrage wordt aan hem teruggezonden.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.



( 1 ) PB nr. L 11 van 14. 1. 1994, blz. 1.

( 2 ) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 83.

( 3 ) Zie bladzijde 33 van dit Publikatieblad.

( 4 ) PB L 208 van 24.7.1992, blz. 1.


Beheerd door het Publicatiebureau