1973D0083 — NL — 15.07.1974 — 001.001
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
No |
page |
date |
||
|
L 191 |
27 |
15.7.1974 |
||
BESCHIKKING VAN DE RAAD
van 26 maart 1973
betreffende de gelijkstelling van in Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk verrichte keuringen op het veld van daarop voortgebracht zaaizaad
(73/83/EEG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op de richtlijn van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij de richtlijn van 6 december 1972 ( 2 ), inzonderheid op artikel 16, lid 1, sub a), en lid 3,
Gelet op de richtlijn van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen ( 3 ), laatstelijk gewijzigd bij de richtlijn van 6 december 1972 ( 4 ), inzonderheid op artikel 16, lid 1, sub a), en lid 3,
Gelet op de richtlijn van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen ( 5 ), laatstelijk gewijzigd bij de richtlijn van 6 december 1972 ( 6 ), inzonderheid op artikel 16, lid 1, sub a), en lid 3,
Gelet op de richtlijn van de Raad van 30 juni 1969 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen ( 7 ), laatstelijk gewijzigd bij de richtlijn van 6 december 1972 ( 8 ), inzonderheid op artikel 15, lid 1, sub a), en lid 3,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat er in Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk voorschriften bestaan betreffende controle van zaaizaad en dat deze regelingen in een officiële veldkeuring voorzien, die verricht moet worden bij de voortbrenging van het zaaizaad;
Overwegende dat deze voorschriften alsmede de toepassing daarvan zijn onderzocht, en dat dit onderzoek het mogelijk heeft gemaakt vast te stellen dat de daarin voorziene veldkeuringen aan de in bijlage I van bovenvermelde richtlijnen gestelde voorwaarden voldoen;
Overwegende dat deze beschikking tot doel heeft de eerste beschikking van de Raad van 20 juli 1972 betreffende de gelijkstelling van in derde landen verrichte keuringen op het veld van daarop voortgebracht zaaizaad ( 9 ) te wijzigen voor wat de genoemde Lid-Staten betreft,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt vastgesteld dat de in Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk verrichte keuringen op het veld van daarop voortgebracht zaaizaad van de categorie „gecertificeerde zaaizaden”, door de in de bijlage vermelde diensten en voor de daarin opgesomde gewassen, voldoen aan de voorwaarden voorzien in bijlage I van de richtlijnen van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad, van zaaizaad van groenvoedergewassen of van zaaigranen, onderscheidenlijk van de richtlijn van de Raad van 30 juni 1969 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, voor zover aan de bijzondere voorwaarden voorzien in de bijlage is voldaan.
Artikel 2
Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 1973 tot het tijdstip, waarop de in artikel 1 genoemde Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moeten doen treden om aan de in artikel 1 genoemde richtlijnen te voldoen.
Artikel 3
De gegevens betreffende de in artikel 1 genoemde Lid-Staten, vermeld sub 1, 3 en 19, van de bijlage van de eerste beschikking van de Raad van 20 juli 1972 betreffende de gelijkstelling van in derde landen verrichte keuringen op het veld van daarop voortgebracht zaaizaad, worden ingetrokken; deze intrekking geldt met ingang van 1 januari 1973.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.
BIJLAGE
BIJZONDERE VOORWAARDEN
|
1. |
De veldkeuring moet overeenkomstig de nationale bepalingen voor de toepassing van de door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (O.E.S.O.) opgestelde regeling voor de keuring op ras van het voor de internationale handel bestemde zaaizaad worden verricht. |
|
2. |
De veldkeuring moet overeenkomstig de nationale bepalingen voor de rassencontrole van het zaaizaad worden verricht. |
|
3. |
De veldkeuring moet worden verricht door de overheid of, onder haar verantwoordelijkheid, door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen, mits deze personen geen bijzonder voordeel ontlenen aan het resultaat van deze keuring. |
|
4. |
Het geoogste zaaizaad moet zich in een officieel gesloten verpakking bevinden, voorzien van een officieel etiket, waarop ten minste de volgende gegevens staan vermeld: a) verantwoordelijke dienst en land, b) soort, c) ras, d) referentienummer van het basiszaaizaad en naam van de Lid-Staat die de keuring van dit basiszaad heeft verricht, e) partijnummer, f) opgegeven netto- of brutogewicht, g) „niet gecertificeerd zaaizaad”. Alle gegevens moeten worden opgesteld in ten minste één van de officiële talen van de Europese Gemeenschappen. |
|
5. |
In een officieel certificaat dienen de volgende gegevens te worden vermeld: — de bebouwde oppervlakte, — de hoeveelheid geoogst zaaizaad, — de verklaring dat het veld waarvan het zaaizaad afkomstig is, met goed gevolg een veldkeuring heeft ondergaan. |
|
6. |
Het geoogste zaaizaad moet zich bevinden in een officieel gesloten verpakking, voorzien van het speciale door de O.E.S.O. voorgeschreven etiket voor zaaizaad dat niet definitief is gecertificeerd; op dit etiket worden de volgende aanvullende gegevens vermeld: — referentienummer van het basiszaad, — naam van de Lid-Staat die dit basiszaad heeft goedgekeurd. |
( 1 ) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2290/66.
( 2 ) PB nr. L 287 van 26. 12. 1972, blz. 22.
( 3 ) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2298/66.
( 4 ) PB nr. L 287 van 26. 12. 1972, blz. 22.
( 5 ) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2309/66.
( 6 ) PB nr. L 287 van 26. 12. 1972, blz. 22.
( 7 ) PB nr. L 169 van 10. 7. 1969, blz. 3.
( 8 ) PB nr. L 287 van 26. 12. 1972, blz. 22.
( 9 ) PB nr. L 186 van 16. 8. 1972, blz. 22.