VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD JAARVERSLAG 2011 OVER DE TENUITVOERLEGGING VAN VERORDENING (EG) nr. 300/2008 INZAKE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS OP HET GEBIED VAN DE BEVEILIGING VAN DE BURGERLUCHTVAART /* COM/2012/0412 final */
VERSLAG
VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Dit
verslag heeft betrekking op de periode van 1 januari tot en met 31 december
2011 INLEIDING 2011 was het eerste volledige jaar dat Verordening (EG) nr. 300/2008 en
de uitvoeringsbepalingen ervan ten uitvoer werden gelegd sinds de herziene
luchtvaartbeveiligingsregels in april 2010 in werking zijn getreden. De
Commissie heeft het hele jaar lang met de lidstaten en de sector samengewerkt
om te zorgen voor een coherente tenuitvoerlegging van dit nieuwe
wetgevingskader. De door de Commissie ingestelde inspectieregeling heeft
nuttige feedback opgeleverd over de belangrijkste uitdagingen bij de
tenuitvoerlegging en heeft het mogelijk gemaakt na te gaan op welke gebieden
kleine aanpassingen moeten worden doorgevoerd om de duidelijkheid van dit
nieuwe wetgevingskader verder te verbeteren. Het verslag bevat een beschrijving van de inspectieactiviteiten van de
Commissie in 2011 en vestigt de aandacht op ontwikkelingen op het gebied van
wetgeving, proeven en studies en internationale betrekkingen. DEEL 1 De inspecties 1. Algemeen Krachtens Verordening (EG) nr. 300/2008 is de Commissie verplicht
inspecties uit te voeren van de luchtvaartbeveiligingsinstanties (de
"bevoegde autoriteiten") van de lidstaten en van luchthavens,
exploitanten en entiteiten. Zwitserland is eveneens opgenomen in het
EU-programma, terwijl Noorwegen en IJsland (en Liechtenstein) door de
toezichthoudende autoriteit van de EVA worden geïnspecteerd op basis van
gelijklopende bepalingen. De Commissie beschikt over een team van 10
luchtvaartbeveiligingsinspecteurs om de inspectiewerkzaamheden uit te voeren.
Deze inspectiewerkzaamheden worden ondersteund door een groep van 87 nationale
inspecteurs die door de lidstaten, IJsland, Noorwegen en Zwitserland zijn
aangesteld. De bijlage bevat een tabel met een beknopt overzicht van alle
monitoringactiviteiten die de toezichthoudende autoriteit van de EVA tot op
heden heeft uitgevoerd. 2. Inspecties van nationale
bevoegde autoriteiten De Commissie heeft in 2011 toezicht gehouden op 10 bevoegde
autoriteiten, die zij allemaal al eerder had geïnspecteerd. Voor diverse
lidstaten leverden deze inspecties aanzienlijke verbeteringen op in
vergelijking met het verleden. De tekortkomingen die het vaakst werden
vastgesteld in 2011 waren vergelijkbaar met die van 2010 en hielden verband met
het feit dat de nationale programma's voor de beveiliging van de luchtvaart en
de nationale kwaliteitscontroleprogramma's nog niet volledig in overeenstemming
waren gebracht met het nieuwe wetgevingskader van Verordening (EG) nr.
300/2008. Wat de
tenuitvoerlegging van de maatregelen betreft, waren er aanwijzingen dat sommige
lidstaten onvoldoende in staat waren om tekortkomingen snel te detecteren en te
corrigeren. Sommige lidstaten hadden nagelaten toezicht te houden op alle
vereiste aspecten van de wetgeving en de follow-upactiviteiten waren soms
ontoereikend. In alle lidstaten voorziet de wetgeving in sancties, maar deze
worden niet altijd toegepast wanneer tekortkomingen niet snel worden verholpen.
De
financiële crisis en de daaruit voortvloeiende druk op de openbare begrotingen
heeft in bepaalde lidstaten ook een invloed op de middelen die beschikbaar zijn
voor het toezicht op de naleving. 3. Eerste inspecties van
luchthavens In 2011 zijn negentien (19) luchthavens voor het eerst geïnspecteerd,
bijna evenveel als in 2010. Alle hoofdstukken werden behandeld (hoewel niet
tijdens elke inspectie). Het totale percentage kernmaatregelen die in
overeenstemming werden bevonden, was in 2011 identiek aan dat van 2010,
namelijk 80 %. De tekortkomingen die werden vastgesteld op het gebied van traditionele
maatregelen[1]
vloeiden meestal voort uit menselijke factoren en verschilden niet veel ten
opzichte van vorige jaren. Gevallen van niet-naleving van traditionele
maatregelen in luchthavens die in 2011 werden geïnspecteerd, hadden vooral
betrekking op de kwaliteit van de beveiligingsonderzoeken van personeel en op
bepaalde eisen voor de beveiliging van vracht. Vooral de ontoereikende
fouillering van personeel vormt nog steeds een uitdaging. Wat vracht betreft,
hadden de meeste gevallen van niet-naleving betrekking op de selectie van de
methoden voor beveiligingsonderzoeken die het best geschikt waren voor de aard
van de zending en op de normen voor het toepassen van deze methoden. Deze
problemen met menselijke factoren vragen zorgvuldige aandacht en moeten, zolang
geen nieuwe technologische en/of procedurele alternatieve beschikbaar zijn,
worden opgelost via intensieve opleiding en supervisie. Bovendien waren bepaalde aanvullende maatregelen van het nieuwe
wetgevingskader nog niet volledig ten uitvoer gelegd op de luchthavens die in
2011 zijn geïnspecteerd. De niet-naleving had onder meer betrekking op de
methoden en normen voor het screenen van boordbenodigdheden en leveringen aan
luchthavens (in gevallen waarin er nog geen sprake was van een volledig
beveiligde toeleveringsketen) en op het ontbreken van een risicobeoordeling
voor het vaststellen van passende middelen en frequenties van patrouilles op
luchthavens. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten actief werk maken
van de tenuitvoerlegging van deze nieuwe bepalingen. 4. Follow-upinspecties Overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 72/2010 voert de
Commissie routinematig een beperkt aantal follow-upinspecties uit. Dergelijke
follow-upinspecties worden frequent uitgevoerd wanneer ernstige tekortkomingen
zijn vastgesteld tijdens de eerste inspectie, maar ook - al zij het in mindere
mate - op willekeurige basis, teneinde na te gaan hoe nauwkeurig de nationale
activiteiten inzake rapportering en toezicht op de naleving zijn. In 2011 zijn
vijf van dergelijke inspecties uitgevoerd; meestal kwamen ze tot de conclusie
dat de vastgestelde tekortkomingen op passende wijze waren rechtgezet. 5. Openstaande dossiers,
"artikel 15"-gevallen en juridische procedures Een inspectiedossier wordt pas gesloten wanneer de Commissie ervan
overtuigd is dat passende corrigerende maatregelen zijn genomen. In 2011 zijn
30 dossiers (18 luchthavens en 12 bevoegde autoriteiten) gesloten. In totaal
stonden aan het eind van het jaar nog 12 dossiers m.b.t. bevoegde autoriteiten
en 12 m.b.t. luchthavens open. Als de tekortkomingen die in een luchthaven zijn vastgesteld, zo
ernstig worden geacht dat ze een bedreiging vormen voor het algemene niveau van
de beveiliging van de burgerluchtvaart in de Unie, zal de Commissie artikel 15
van Verordening (EU) nr. 72/2010[2]
toepassen. Dit betekent dat alle andere bevoegde autoriteiten in kennis worden
gesteld van de situatie en dat aanvullende maatregelen moeten worden overwogen
met betrekking tot vluchten van of naar de luchthaven in kwestie. In 2011 waren
dergelijke maatregelen niet nodig. De andere mogelijke sanctie in de meest ernstige gevallen of in
gevallen waarin de tekortkoming langdurig aanhoudt of zich opnieuw voordoet, is
het openen van een inbreukprocedure. In 2011 zijn twee inbreukprocedures
ingeleid naar aanleiding van inspecties van nationale autoriteiten. In beide
gevallen had de betrokken lidstaat nagelaten zijn eigen nationaal programma
voor de beveiliging van de luchtvaart te handhaven. In 2011 zijn ook drie
andere inbreukprocedures gesloten nadat de vastgestelde tekortkomingen waren
rechtgezet. 6. Eigen evaluaties van de
lidstaten Krachtens punt 18 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 18/2010[3] moeten de
lidstaten jaarlijks tegen eind maart bij de Commissie een rapport indienen over
de resultaten van hun nationaal toezicht op de naleving in de periode
januari-december van het voorgaande jaar. De rapporten van de lidstaten voor de
periode januari-december 2010 werden allemaal op tijd ingediend en volgden
allemaal het model van de Commissie. Uit de analyse van deze rapporten bleek dat verscheidene lidstaten de
eisen met betrekking tot het toepassingsgebied en de frequentie van de
nationale toezichtsactiviteiten niet volledig hadden nageleefd. Een aanzienlijk
aantal lidstaten verklaarde bovendien nog geen standaardprotocollen voor
geheime testen van luchtvaartbeveiligingseisen te hebben opgesteld. De
Commissie heeft deze punten opgenomen in de agenda van de werkgroep inspecties
die is opgericht in het kader van het regelgevend comité voor de beveiliging
van de luchtvaart, teneinde de lidstaten te helpen bij de naleving van de
gemeenschappelijke eisen. DEEL 2 Wetgeving en aanvullende instrumenten 1. Algemeen De nieuwe wetgeving inzake luchtvaartbeveiliging die in 2011 is
vastgesteld, heeft vooral betrekking op het gebruik van beveiligingsscanners en
op nieuwe eisen voor vracht en post die afkomstig zijn uit derde landen. Na een volledige effectbeoordeling is de wetgeving inzake het gebruik
van beveiligingsscanners aangenomen. Dit garandeert dat beveiligingsscanners op
geharmoniseerde wijze worden gebruikt, waarbij tegelijk een hoog
beveiligingsniveau wordt gegarandeerd en de grondrechten van de passagiers
worden gerespecteerd, met name wat betreft gezondheid, privacy,
gegevensbescherming en het recht van passagiers om niet deel te nemen aan de
procedure waarbij een beveiligingsscanner wordt gebruikt. De Commissie zal er
met name op toezien dat de lidstaten deze regels volledig naleven. Als reactie op het incident met de goederenvlucht uit Jemen in oktober
2010 heeft de Commissie, samen met de lidstaten en de betrokken
belanghebbenden, snel passende wettelijke eisen opgesteld voor goederen die per
vliegtuig vanuit derde landen in de EU aankomen. Door verwachte problemen met beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen
is bovendien de tenuitvoerleggingsdatum voor de eerste fase van de verplichte
beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen in EU-luchthavens gewijzigd. Er is een
werkgroep opgericht en een opdracht gegeven voor een studie om alle relevante
factoren met betrekking tot de apparatuur voor beveiligingsonderzoeken van
vloeistoffen in EU-luchthavens te analyseren. Ten slotte was het noodzakelijk
de termijn voor het gebruik van explosievendetectiesystemen van norm 2 te
verlengen; deze verlenging is in het najaar van 2011 vastgesteld. 2. Vastgestelde aanvullende
wetgeving In 2011 zijn de volgende nieuwe wetteksten vastgesteld: ·
Verordening (EU) nr. 720/2011[4] ter
aanvulling van de gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de
burgerluchtvaart, wat de geleidelijke invoering van de screening van
vloeistoffen, spuitbussen en gels in EU-luchthavens betreft; ·
Verordening (EU) nr. 859/2011[5] tot
vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de
gemeenschappelijke basisnormen inzake luchtvaartbeveiliging, wat vracht en post
betreft; ·
Verordening (EU) nr. 1087/2011[6] houdende
vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de
gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de
luchtvaart, wat explosievendetectiesystemen betreft; ·
Verordening (EU) nr. 1141/2011[7] ter
aanvulling van de gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de
burgerluchtvaart, wat betreft het gebruik van veiligheidsscanners op
EU-luchthavens; ·
Verordening (EU) nr. 1147/2011[8] houdende
vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de
gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de
luchtvaart, wat betreft het gebruik van beveiligingsscanners op EU-luchthavens; ·
Besluit 2011/5862/EU[9] tot vaststelling van gedetailleerde
maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen
inzake luchtvaartbeveiliging, wat vracht en post betreft; ·
Besluit 2011/8042/EU[10] houdende
vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de
gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de
luchtvaart, wat beveiligingsscanners betreft. Deze teksten zijn
tot stand gekomen tijdens zes gewone en twee bijzondere vergaderingen van het
regelgevend comité voor de beveiliging van de luchtvaart, en zes vergaderingen
van de adviesgroep van belanghebbenden inzake luchtvaartbeveiliging. 3. Databank van erkende
agenten en bekende afzenders Om de beveiligde toeleveringsketen voor luchtvracht en –post te
versterken en de homogene toepassing ervan in de EU te faciliteren, is de
databank van erkende agenten en bekende afzenders ontwikkeld. Sinds de
volledige uitrol van deze databank, op 1 juni 2010, wordt ze onderhouden op
basis van een kaderovereenkomst van de Commissie. Eind 2011 bevatte deze
databank ongeveer 8 500 erkende agenten en (onafhankelijk gevalideerde) bekende
afzenders. Dit is het enige wettelijke primaire instrument dat erkende agenten
moeten raadplegen als zij zendingen van een andere erkende agent of bekende
afzender in ontvangst nemen. Na de
inwerkingtreding van nieuwe eisen voor luchtvaartmaatschappijen die goederen
vanuit derde landen naar de EU vervoeren, zijn de werkzaamheden begonnen om ook
deze luchtvaartmaatschappijen in de databank op te nemen. 4. Inspecties van
EU-luchthavens - handboeken Volgens Verordening (EG) nr. 300/2008 en Verordening (EU) nr. 72/2010
moet het toezicht door de diensten van de Commissie op de naleving van de
beveiligingseisen voor de burgerluchtvaart objectief en volgens een
standaardmethode plaatsvinden. De Commissie heeft
dan ook twee uitgebreide handboeken opgesteld met gedetailleerde aanwijzingen
en richtsnoeren voor de EU-inspecteurs op het terrein. Deze handboeken worden
regelmatig bijgewerkt. DEEL
3 Tests en studies 1. Tests In de zin van de EU-luchtvaartbeveiligingswetgeving[11] wordt
een "test" uitgevoerd wanneer een lidstaat met de Commissie
overeenkomt dat hij gedurende een beperkte periode bepaalde niet in de
wetgeving erkende middelen of methoden zal gebruiken ter vervanging van een
erkende beveiligingsmethode, op voorwaarde dat dergelijke tests geen gevolgen
hebben voor het algemene beveiligingsniveau. In juridische zin wordt niet van
"test" gesproken wanneer een lidstaat of entiteit een evaluatie
uitvoert van een nieuwe beveiligingsmethode die wordt gebruikt naast een of
meer methoden die al onder de wetgeving vallen. In 2011 zijn nieuwe
tests van start gegaan in Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Deze tests hadden
betrekking op het gebruik van explosievensporendetectie en draagbare
metaaldetectoren voor beveiligingsonderzoeken van religieuze hoofddeksels die
door passagiers worden gedragen. In 2011 zijn ook een aantal tests van
beveiligingsscanners voortgezet vóór de formele vaststelling van EU-wetgeving
voor het gebruik van dergelijke beveiligingsscanners. Een van deze tests loopt
nog steeds in het VK. 2. Studies Volgens de EU-regels inzake luchtvaartbeveiliging moeten vanaf 29 april
2013 alle vloeistoffen (zowel duty-free-vloeistoffen als vloeistoffen die van
thuis zijn meegenomen) worden gescreend (in plaats van geweigerd). Om te
garanderen dat passende en concrete stappen worden ondernomen met het oog op
2013, heeft de Commissie eind 2011 een werkgroep vloeistoffen 2013 opgericht en
een studie opgestart om de operationele impact van beveiligingsonderzoeken van
vloeistoffen in EU-luchthavens te onderzoeken. Voorts werd in de loop van het jaar ook een studie
uitgevoerd over technologie voor beeldprojectie van voor bedreiging geschikte
voorwerpen (Threat Image Projection, TIP) die gebruikt wordt bij
beveiligingsonderzoeken van cabine- en ruimbagage. Het eindverslag, dat
verwacht wordt in 2012, zal gebaseerd zijn op de analyse van de resultaten van
geheime testactiviteiten op TIP- en niet-TIP-luchthavens. Ten slotte heeft de Commissie eind 2011 een studie
opgestart over de gevolgen van nieuwe EU-beveiligingsregels voor inkomende
goederen. Naar verwachting zal het eindverslag, dat tegen eind 2012 moet worden
ingediend, tijdig input leveren vóór het einde van de overgangsperiode voor
onafhankelijke validaties van luchtvaartmaatschappijen die vracht uit derde
landen naar de EU vervoeren, die op 30 juni 2014 afloopt. DEEL 4 Overleg met internationale instanties en
derde landen 1. Algemeen Samen met
internationale organen en belangrijke partners uit derde landen is de Commissie
actief betrokken bij de voorbereiding van en deelname aan internationale
vergaderingen met een beveiligingsdimensie. De Commissie speelt een belangrijke
rol in de coördinatie van het EU-standpunt, geeft geregeld presentaties en
dient vaak papers in. Voor zover van toepassing worden ook gesprekken opgezet met
individuele derde landen over bilaterale kwesties of kwesties van gezamenlijk
belang. Door dergelijke contacten te onderhouden met internationale landen en
belangrijke derde landen is de EU goed geïnformeerd en geplaatst om wereldwijd
invloed uit te oefenen op het gebied van luchtvaartbeveiliging, zowel wat
beleidsvorming betreft als wat tenuitvoerleggingsperspectieven betreft in
regio's van de wereld waar capaciteitsopbouw belangrijk is. 2. Internationale organen De Commissie vertegenwoordigt de EU in de jaarlijkse vergadering van
het Aviation Security Panel van de ICAO. Tijdens de vergadering van dit Panel
in 2011 (Montreal, 21-25 maart) hebben de Europese Commissie en de EU-lidstaten
papers ingediend over de beveiliging van luchtvracht - waarin zowel de
toekomstige EU-regels als de behoefte aan versterkte internationale regels aan
bod kwamen - en over de EU–regels inzake beveiligingsonderzoeken van
vloeistoffen. De Commissie neemt
ook regelmatig deel aan vergaderingen van de Europese Burgerluchtvaartconferentie
(ECAC), met name het ECAC Security Forum en de ECAC Technical Task Force, die
een toonaangevende rol speelt in technologische kwesties. In sommige gevallen
hebben de werkzaamheden van de ECAC bijgedragen tot de werkzaamheden van het
regelgevend EU-comité voor de beveiliging van de luchtvaart. 3. Derde landen De Commissie heeft de dialoog over luchtvaartbeveiligingskwesties met
de VS actief voortgezet in een aantal fora, met name in de
EU-VS-samenwerkingsgroep over vervoersbeveiliging; in deze groep werd
vooruitgang geboekt op het gebied van eenmalige beveiligingscontroles (one-stop
security), dat van toepassing is sinds 1 april 2011. Dit houdt in dat
passagiers en bagage die aankomen vanop VS-luchthavens in EU-luchthavens kunnen
overstappen/worden overgeladen op een aansluitende vlucht zonder dat ze opnieuw
beveiligingscontroles hoeven te ondergaan[12]. In 2011 heeft de Commissie deelgenomen aan
inspecties van VS-luchthavens in het kader van de toepassing van one-stop
security. De Commissie heeft ook gehandeld in een aantal gevallen waarin
lidstaten hun bezorgdheid hebben geuit over aanvullende beveiligingsmaatregelen
die door de VS werden opgelegd aan EU-luchtvaartmaatschappijen, met name wat de
beveiliging van luchtvracht betreft, waar de VS schijnbaar de
beveiligingscontroles in het kader van de EU-regeling voor
luchtvaartbeveiliging opnieuw uitvoerden. Op dit punt heeft de Commissie
ingestemd met een programma voor vrachtherkenning, waarbij de VS de
EU-beveiligingsmaatregelen als gelijkwaardig aan de VS-maatregelen zullen
erkennen. De werkzaamheden op dit gebied zijn opgedreven in de tweede helft van
2011; het doel is ze in 2012 af te ronden. CONCLUSIE In het algemeen is het beveiligingsniveau in de EU hoog, maar de
inspecties van de Commissie hebben toch bepaalde tekortkomingen aan het licht
gebracht. Wat traditionele maatregelen betreft, doen de tekortkomingen zich
voor op het gebied van beveiligingsonderzoeken van personeelsleden en
passagiers, die meestal voortvloeien uit menselijke factoren. Aanvullende
maatregelen in het kader van het nieuwe wetgevingskader van Verordening (EG)
nr. 300/2008 hebben verdere gevallen van niet-naleving aan het licht gebracht,
die betrekking hadden op patrouilles op luchthavens, risicobeoordeling en
beveiligingsonderzoeken van boord- en luchthavenbenodigdheden. De door de
Commissie aanbevolen corrigerende maatregelen werden in het algemeen goed
opgevolgd en bevestigen het belang van een robuuste EU-inspectieregeling en
passende kwaliteitsborging op het niveau van de lidstaten. De Commissie zet
haar inspanningen voort om te garanderen dat alle juridische eisen volledig en
correct worden nageleefd, waarbij zij gebruik maakt van haar gevestigd systeem
van collegiale toetsing en, indien nodig, formele inbreukprocedures inleidt. Op wetgevend gebied
zijn in 2011 gedetailleerde uitvoeringsregels vastgesteld, met name om de
uitrol van beveiligingsscanners in bepaalde omstandigheden mogelijk te maken en
om vracht en post die naar de EU worden vervoerd beter te beveiligen. Deze en andere
maatregelen zijn ook op internationaal gebied ter sprake gebracht tijdens
contacten met internationale organisaties en derde landen, teneinde de mondiale
beveiligingsnormen in de luchtvaart te versterken. Bijlage Inspecties door de Commissie op 31.12.2011 Land || Aantal inspecties 1/2011 – 12/2011 (inclusief follow-upinspecties) || Totaal aantal inspecties 2004-2011 (inclusief follow-upinspecties) Oostenrijk || 0 || 9 België || 1 || 10 Bulgarije || 1 || 6 Cyprus || 1 || 6 Tsjechië || 2 || 7 Denemarken || 2 || 9 Estland || 1 || 5 Finland || 1 || 8 Frankrijk || 3 || 15 Duitsland || 3 || 17 Griekenland || 1 || 13 Hongarije || 2 || 7 Ierland || 0 || 8 Italië || 3 || 15 Letland || 1 || 5 Litouwen || 0 || 4 Luxemburg || 0 || 6 Malta || 0 || 3 Nederland || 0 || 7 Polen || 2 || 9 Portugal || 0 || 8 Roemenië || 0 || 3 Slowakije || 0 || 4 Slovenië || 1 || 5 Spanje || 2 || 14 Zweden || 2 || 11 Verenigd Koninkrijk || 4 || 17 Niet-EU-lidstaten: Zwitserland || 1 || 5 TOTAAL || 34 || 236 Inspecties door de Toezichthoudende
Autoriteit van de EVA op 31.12.2011 Land || Aantal inspecties 1/2011 – 12/2011 (inclusief follow-upinspecties) || Totaal aantal inspecties 2004-2011 (inclusief follow-upinspecties) IJsland || 2 || 9 Noorwegen || 4 || 35 TOTAAL || 6 || 44 [1] Maatregelen worden als "traditioneel" beschouwd als ze al van
toepassing waren onder het wetgevingskader van Verordening (EG) nr. 2320/2002. [2] Verordening (EU) nr. 72/2010 van de Commissie van 26 januari 2010 tot
vaststelling van procedures voor de inspecties van de Commissie op het gebied
van de beveiliging van de burgerluchtvaart, PB L 23 van 27.1.2010, blz. 1. [3] Verordening (EU) nr. 18/2010 van de Commissie van 8 januari 2010 tot
wijziging van Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de
Raad wat specificaties voor nationale van kwaliteitscontroleprogramma's op het
gebied van beveiliging van de burgerluchtvaart betreft, PB L 7 van 12.1.2010, blz.
3. [4] Verordening (EU) nr. 720/2011 van de Commissie van 22 juli 2011 tot
wijziging van Verordening (EG) nr. 272/2009, PB L 193 van 23.7.2011, blz.
19-21. [5] Uitvoeringsverordening (EU) nr. 859/2011 van de Commissie van 25
augustus 2011 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 185/2010, PB L 220 van
26.8.2011, blz. 9-15. [6] Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1087/2011 van de Commissie van 27
oktober 2011 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 185/2010, PB L 281 van
28.10.2011, blz. 12-13. [7] Verordening (EU) nr. 1141/2011 van de Commissie van 10 november 2011
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 272/2009, PB L 293 van 11.11.2011, blz.
22-23. [8] Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1147/2011 van de Commissie van 11
november 2011 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 185/2010, PB L 294 van
12.11.2011, blz. 7-11. [9] Besluit
2011/5862/EU van de Commissie van 17 augustus 2011, gericht aan alle lidstaten;
niet bekendgemaakt in het PB (vertrouwelijk). [10] Besluit
2011/8042/EU van de Commissie van 14 november 2011, gericht aan alle lidstaten;
niet bekendgemaakt in het PB (vertrouwelijk). [11] Zie punt 12.8 "Beveiligingsonderzoeksmethoden aan de hand van
nieuwe technologieën" van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 185/2010 van
de Commissie houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de
toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de
beveiliging van de luchtvaart, PB L 55 van 5.3.2010, blz. 1. [12] Verordening (EU) nr. 983/2010 van de Commissie van 3 november 2010 tot
wijziging van Verordening (EU) nr. 185/2010, PB L 286 van 4.11.2010, blz. 1.