[pic] | EUROPESE COMMISSIE | Brussel, 16.12.2010 COM(2010) 775 definitief 2010/0373 (COD) . Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van technische vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (Voor de EER relevante tekst) SEC(2010) 1583 definitiefSEC(2010) 1584 definitiefSEC(2010) 1585 definitief TOELICHTING ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel moet worden gezien tegen de achtergrond van het tot stand brengen van een interne markt voor betalingsdiensten in euro (de eengemaakte eurobetalingsruimte of SEPA) met daadwerkelijke concurrentie en dezelfde regeling voor grensoverschrijdende betalingen als voor binnenlandse betalingen, die aanzienlijke besparingen en voordelen voor de Europese economie in ruimere zin moet opleveren. De SEPA zal de Europese burgers en ondernemingen voorzien van concurrerend geprijsde, gebruiksvriendelijke en betrouwbare betalingsdiensten in euro en zal een platform bieden voor de ontwikkeling van innovatie op het gebied van betalingen. Hoewel de SEPA sterk wordt gesteund door zowel de Europese Commissie als de Europese Centrale Bank, is zij oorspronkelijk opgevat als een in de eerste plaats door de markt aangestuurd project. Er werden Unie-wijde regelingen voor overmakingen en automatische afschrijvingen opgezet en ten uitvoer gelegd door de Europese Betalingsraad (EPC), een coördinatie- en besluitvormingsorgaan dat door de Europese banksector werd opgericht om de SEPA tot stand te brengen. Omdat de migratie momenteel traag vooruitgaat, wordt echter door alle categorieën van belanghebbenden steeds meer erkend dat een wettelijk bindende einddatum nodig kan zijn om het project tot een succesvol einde te brengen. De betalingsmarkt zal pas ten volle zijn geïntegreerd als Unie-wijde betalingsinstrumenten de bestaande binnenlandse instrumenten volledig hebben vervangen. Om dit doel te bereiken, worden bij deze verordening einddatums voor de migratie van overmakingen en automatische afschrijvingen in euro vastgesteld. Algemene context Op 28 januari 2008 werd de SEPA-overmaking (SEPA Credit Transfer, SCT) gelanceerd. Bijna twee jaar later, op 2 november 2009, werd met de lancering van de SEPA-automatische afschrijving (SEPA Direct Debit, SDD) een tweede grote stap gezet op de weg naar de totstandkoming van de SEPA via Unie-wijde regelingen. Veilige en efficiënte betalingssystemen zijn van cruciaal belang voor het verrichten van economische transacties en de goede werking van de interne markt. Sinds 2002 maakt de euro als gemeenschappelijke munt contante betalingen tussen de lidstaten gemakkelijker. Niettemin hebben elektronische Unie-wijde betalingsinstrumenten om allerlei redenen de binnenlandse betalingen nog lang niet vervangen. De heersende marktonzekerheid, het algehele moeilijke economische klimaat, de pioniersnadelen in een netwerkactiviteit, het waargenomen gebrek aan rechtszekerheid met betrekking tot een passend SDD-bedrijfsmodel voor de lange termijn dat volledig in overeenstemming is met de EU-voorschriften inzake concurrentie, en de dubbele kosten die verbonden zijn aan het tegelijk exploiteren van de SEPA en de bestaande betalingssystemen, hebben ertoe geleid dat veel marktspelers, met name aan de aanbodzijde, aandringen op EU-wetgeving tot vaststelling van een einddatum voor de migratie naar de SEPA. In twee resoluties van het Europees Parlement[1] is ook de nadruk gelegd op de behoefte aan en de voordelen van een einddatum voor de migratie, alsmede in de conclusies van de Raad ECOFIN[2], waarin de Commissie verzocht werd een grondige beoordeling te maken in nauwe samenwerking met de ECB. Overeenkomstig artikel 127 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft de ECB (het ESCB) de fundamentele taak de goede werking van betalingssystemen te bevorderen. In dit verband heeft de ECB een belangrijke rol gespeeld in het aanreiken van richtsnoeren aan de markt voor de ontwikkeling van de SEPA. Twee jaar na de lancering van de SEPA-overmaking heeft het aantal SEPA-overmakingen dat door in het eurogebied gevestigde clearing- en afwikkelingsmechanismen wordt verwerkt, de drempel van de 10% nog niet bereikt. Een lineaire extrapolatie van het huidige migratiecijfer naar SCT van 9,3% (augustus 2010) wijst uit dat het ongeveer 30 jaar zal duren om de SEPA te voltooien. Zelfs in een optimistischer scenario lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de migratie naar de SEPA zonder aanvullende wetgevende interventie in minder dan 15-20 jaar zal zijn voltooid. Deze inertie heeft een aanzienlijk vertragend effect op de migratie naar de SEPA en zou daarom de directe en indirecte potentiële voordelen van de SEPA voor de Europese economie in ruimere zin fors kunnen verminderen[3]. Hoewel de migratie naar de SEPA zal vereisen dat gebruikers, waaronder ook burgers en kleine en middelgrote ondernemingen, overschakelen op een gemeenschappelijke Unie-wijde nummering van bankrekeningen op basis van het IBAN en de BIC, zal de sector de overgang vergemakkelijken dankzij specifieke informatie-initiatieven, het vermelden van het IBAN en de BIC op bankafschriften en op betaalkaarten, alsook dankzij automatische omzettingsfaciliteiten. Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Dit initiatief zal het bestaande wettelijke kader voor betalingsdiensten binnen de EU aanvullen. Op 1 november 2009 heeft Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap Verordening (EG) nr. 2560/2001 vervangen[4]. Deze verordening had de kosten voor grensoverschrijdende betalingstransacties in euro tot 50 000 EUR daadwerkelijk teruggebracht tot het binnenlandse kostenpeil en de Europese betalingssector ertoe aangespoord de Unie-wijde betalingsinfrastructuur uit te bouwen die nodig was om de SEPA tot stand te brengen. Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt (de zogeheten richtlijn betalingsdiensten of RBD)[5] is erop gericht genormaliseerde voorwaarden en rechten vast te stellen voor betalingsdiensten die ten behoeve van consumenten en ondernemingen in de hele Unie op de markt worden aangeboden en voorziet in een geharmoniseerde wettelijke basis voor de SEPA. Samenhang met de andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie De doelstellingen van het voorstel zijn in overeenstemming met het beleid en de doelstellingen van de Unie. Ten eerste zullen zij in een betere werking van de Europese markt voor betalingsdiensten resulteren. Ten tweede ondersteunen zij in ruime zin andere beleidslijnen van de Unie, zoals met name het consumentenbeleid (door veilige, Unie-wijde betalingssystemen te bevorderen) en het concurrentiebeleid (door te zorgen voor gelijke plichten, rechten en kansen voor alle marktspelers en de grensoverschrijdende verlening van betalingsdiensten te vergemakkelijken, waardoor er van een scherpere concurrentie sprake is). De conclusie van de effectbeoordeling bij dit voorstel luidt dat alleen bij een snelle en brede migratie naar Unie-wijde overmakingen en automatische afschriften de voordelen van een geïntegreerde betalingsmarkt ten volle zouden kunnen worden benut. Er is gebleken dat van marktkrachten en zelfregulerende initiatieven geen voldoende impuls is uitgegaan voor een gecoördineerde migratie naar de SEPA. Doordat zij economische transacties binnen de Unie vergemakkelijken, dragen zij ook bij aan het bereiken van de ruimere doelstellingen van de Europa 2020-strategie[6]. RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING Raadpleging van belanghebbende partijen Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten Van juni tot augustus 2009 heeft het directoraat-generaal Interne markt en diensten een openbare raadpleging van belanghebbenden gehouden over de vraag of en hoe termijnen moesten worden vastgesteld voor de migratie van bestaande binnenlandse overmakingen en automatische afschrijvingen naar de nieuwe SEPA-betalingsinstrumenten, waarvan het in september 2009 de resultaten heeft gepubliceerd. Een samenvatting van de raadpleging is op de website van het DG geplaatst[7]. Via het Europees toetsingspanel van het bedrijfsleven zijn al verschillende, jaarlijks georganiseerde raadplegingen over de SEPA gehouden. In de tweede helft van 2009 heeft de laatste raadpleging plaatsgevonden, waarop meer dan 400 ondernemingen hebben gereageerd. Deze bestonden voor 85% uit mkb-ondernemingen en voor 15% uit grotere bedrijven. De raadpleging van 2009 bevatte ook vragen over het geleidelijk afstappen van de bestaande betalingsinstrumenten en het vaststellen van een einddatum voor de migratie naar de SEPA. Bovendien wordt het SDD-bedrijfsmodel sinds geruime tijd met de banksector besproken. Deze besprekingen spitsten zich toe op de kwestie van de multilaterale afwikkelingsvergoedingen (MIF's)[8] en leidden tot het aannemen van overgangsbepalingen inzake MIF's in Verordening (EG) nr. 924/2009. Niettemin werd het uitwisselen van meningen voortgezet aangezien het SDD-bedrijfsmodel voor de lange termijn niet door de sector was vastgelegd. Om de banken leidraden te geven, brachten de Commissie en de ECB in maart 2009 een gemeenschappelijke verklaring uit, die in november 2009 gevolgd werd door een werkdocument van de Commissie[9]. In december 2009 werd een openbare raadpleging over dit document afgerond. Voorts hebben de diensten van de Commissie in december 2009 en januari 2010 geselecteerde banken een vragenlijst toegezonden. Daarin ging het in de eerste plaats over de specifieke kwestie van de dubbele kosten die ten laste komen van individuele betalingsdienstaanbieders voor het tegelijk exploiteren van betalingssystemen en -processen (betalingsplatforms) voor bestaande binnenlandse betalingen en voor de nieuwe Unie-wijde SEPA-betalingen. Daartoe werden negentien van de grootste banken of bankgroepen in Europa geselecteerd, die samen een diverse groep vormen van commerciële, spaar- en coöperatieve banken uit negen landen. Er werd een soortgelijke enquête verzonden naar betalingsverwerkers en betalingsdienstgebruikers (overwegend ondernemingen), maar deze heeft onvoldoende respons opgeleverd om voor analyse in aanmerking te komen. Van 2008 tot 2010 zijn besprekingen gehouden en meningen uitgewisseld met lidstaten, financiële instellingen, consumentenorganisaties en andere sociale en economische partners, met name via de bestaande raadgevende comités voor retailbetalingen, namelijk de Payment Systems Market Group (PSMEG), het Payments Committee (PC) en het EU-forum van nationale coördinatiecomités voor de SEPA. Besprekingen, antwoorden en schriftelijke bijdragen van de belanghebbenden hebben als uitgangspunt gediend voor de analyse die in de volgende twee Commissiedocumenten is uiteengezet: de effectbeoordeling bij dit voorstel en een werkdocument dat op de website van de Commissie werd geplaatst en waarop het publiek van 7 tot 23 juni 2010 opmerkingen kon formuleren. In dit document komt een aantal kwesties aan bod die zouden moeten worden behandeld wanneer verplichte einddatums worden vastgesteld voor zowel overmakingen als voor automatische afschrijvingen. Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden Onder alle belanghebbenden bestond brede steun voor het vaststellen van termijnen voor de volledige migratie naar de SEPA door bindende EU-regelgeving: alleen wetgeving op EU-niveau kan de impuls geven voor een wijdverbreid gebruik van Unie-wijde overmakingen en automatische afschrijvingen. Er werd betoogd dat de SEPA-instrumenten de bestaande instrumenten niet louter moesten aanvullen, maar vervangen. Terwijl de meerderheid van de belanghebbenden voorstander was van het idee om twee afzonderlijke termijnen vast te stellen voor de migratie van overmakingen en van automatische afschrijvingen, gaven sommigen de voorkeur aan één enkele einddatum voor de migratie van beide betalingsdiensten. Voorts werd aan de aanbodzijde en vanwege sommige gebruikers sterk gepleit voor langere migratietermijnen, met name voor automatische afschrijvingen. In het licht van de reacties op de raadpleging en andere opmerkingen vanwege de sector heeft de Commissie op 17 november een laatste openbare hoorzitting gehouden om twee belangrijke kwesties te behandelen. Het betrof ten eerste de vraag of de door de betalingssector ontwikkelde betalingsregelingen rechtstreeks door de verordening moesten worden verplicht, dan wel of een aanpak op basis van verplichte technische vereisten moest worden gevolgd, en ten tweede of er omwille van de duidelijkheid specifieke wetsbepalingen moesten worden opgenomen betreffende een passend bedrijfsmodel voor automatische afschrijvingen voor de lange termijn. Naar aanleiding van de intensieve raadpleging werd geconcludeerd dat een gemengde aanpak waarbij gemeenschappelijke normen en algemene technische vereisten worden vastgesteld, de meest dienstige is voor het bepalen van Unie-wijde betalingsinstrumenten. Deze technische vereisten moeten gelden voor de hele transactieketen van betalingsdiensten, via de respectieve betalingsdienstaanbieders van de ene betalingsdienstgebruiker tot de andere. Hierdoor kunnen aan de vraagzijde (die van de betalingsdienstgebruikers) van de markt de voordelen van de SEPA ten volle worden benut. Aan de aanbodzijde is echter verzocht dat gebruik zou worden gemaakt van de bestaande, door de Europese banksector ontwikkelde SEPA-regelingen. Een groot aantal belanghebbenden was ingenomen met het voorstel dat lidstaten specifieke binnenlandse betalingsproducten die aan bepaalde voorwaarden (bv. binnenlandse transacties, marktaandeel onder een bepaalde drempel) zouden voldoen, voor beperkte tijd zouden vrijstellen, waarna geleidelijk van alle bestaande producten zou worden afgestapt. Anderen verkozen een permanente vrijstelling zodat dergelijke specifieke producten verder konden worden gebruikt. De reacties op de raadpleging bevestigden ook systematisch dat er een sterke behoefte bestaat aan verduidelijking van de geldigheid van een bedrijfsmodel voor automatische afschrijvingen voor de lange termijn dat in overeenstemming is met de EU-voorschriften inzake concurrentie. Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Er werd een breed onderzoek naar de kosten en voordelen van de migratie naar de SEPA besteld bij Cap Gemini Consulting, waarvan de resultaten in januari 2008 werden gepubliceerd. Voorts heeft de Commissie in augustus 2008 een onderzoek gepubliceerd dat bij Van Dijk Consultants was besteld, om het monitoren van de effecten van de SEPA op consumenten voor te bereiden. Effectbeoordeling De Commissie heeft een effectbeoordeling uitgevoerd die is opgenomen in het werkprogramma. Deze effectbeoordeling is gemaakt in nauwe samenwerking met de ECB. De effectbeoordeling gaat in op de kwestie van de trage migratie naar de SEPA-overmaking (SCT) en de SEPA-automatische afschrijving (SDD), waardoor er tegelijk binnenlandse instrumenten en SEPA-betalingen bestaan. In de effectbeoordeling wordt de hoofdoorzaak van het traag vooruitgaan van de migratie gelegd bij de onzekerheid over de voltooiing van de SEPA en onderling verbonden probleemfactoren, zoals het gebrek aan prikkels om SEPA-producten te ontwikkelen die volledig voorzien in de behoeften van gebruikers, de weigerachtigheid ten aanzien van investeringen vanwege het pioniersnadeel en een versnipperde vraagzijde waar de SEPA weinig bekendheid geniet. Ook de gevolgen van een trage migratie worden in de effectbeoordeling opgesomd. Op "microniveau" moeten de marktspelers aan de aanbod- en de vraagzijde diverse betaalplatforms handhaven, hetgeen resulteert in dubbele operationele kosten voor het in stand houden van deze systemen en een negatief rendement op investeringen in de SEPA. Op "macroniveau" leidt het voortbestaan van nationale versnippering op de EU-markt tot onbenutte schaalvoordelen, beperkt het de concurrentie en staat het innovatie in de weg. In de effectbeoordeling worden drie scenario's overwogen: geen interventie, aanvullende prikkels voor de migratie naar de SEPA zonder vaststelling van een einddatum en de effecten van het vaststellen van een einddatum voor de migratie. De conclusie luidt dat het beste scenario voor de EU-betalingsmarkt, de Europese economie en de belanghebbenden dat is waarin bij verordening een einddatum voor de migratie wordt vastgesteld. Verder wordt in de effectbeoordeling nagegaan wat de beste methoden zijn om de einddatum op technisch niveau ten uitvoer te leggen, middels een bespreking van beleidssubopties voor de tenuitvoerlegging van de einddatum op verschillende gebieden. Referentiebasis voor het invoeren van Unie-wijde overmakingen en automatische afschrijvingen. De aanbevolen optie is een einddatum vast te stellen op basis van algemene technische vereisten, d.w.z. vereisten waaraan Unie-wijde overmakingen en automatische afschrijvingen moeten voldoen. De technische vereisten zullen de bestaande internationale en Europese normen omvatten. Transactiegebied. Er wordt aanbevolen een aanpak te volgen waarbij de technische vereisten die met een einddatum worden vastgesteld, voor het hele betalingstransactiegebied zouden gelden, d.w.z. voor het gebied van klant tot betalingsdienstaanbieder, van betalingsdienstaanbieder tot klant, alsook van betalingsdienstaanbieder tot betalingsdienstaanbieder. Aan de vraagzijde hangen operationele besparingen van naar schatting 84 miljard EUR volledig af van een integratie van de betalingsmarkt die verder reikt dan het interbancaire verkeer. Productspecificatie. Er wordt aanbevolen ook een einddatum vast te stellen voor nicheproducten, d.w.z. overmakingen en automatische afschrijvingen voor kleine betalingen en met specifieke functies. Om de noodzakelijke aanpassingen in de SCT- en SDD-regelingen mogelijk te maken, zal echter worden voorzien in een overgangsperiode van drie tot vijf jaar. Toepassingsgebied wat de lidstaten betreft. Er wordt aanbevolen de optie te volgen waarbij een gemeenschappelijke einddatum wordt vastgesteld voor de lidstaten die tot het eurogebied behoren en een latere gemeenschappelijke einddatum voor de lidstaten die niet tot het eurogebied behoren. Aangezien het aandeel van de betalingen in euro in de lidstaten die niet tot het eurogebied behoren, in volume uitgedrukt naar schatting slechts 2% van alle betalingen in euro bedraagt, is een snelle en volledige migratie van de lidstaten die niet tot het eurogebied behoren, niet van essentieel belang voor het welslagen van de SEPA. Termijn voor de migratie. Er wordt aanbevolen te kiezen voor de suboptie van afzonderlijke einddatums: uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van de verordening voor overmakingen en twee jaar voor automatische afschrijvingen. Praktisch gezien betekent de termijn die nodig is voor de goedkeuring van de verordening dat de belanghebbenden vanaf de datum waarop het Commissievoorstel wordt goedgekeurd, ongeveer over 30 maanden zullen beschikken om zich voor te bereiden op de migratie naar SCT en over 42 maanden voor de migratie naar SDD. Duidelijkheid over het bedrijfsmodel voor pan-Europese automatische afschrijvingen voor de lange termijn. Er wordt aanbevolen te verbieden dat multilaterale afwikkelingsvergoedingen (MIF's) tussen betalingsdienstaanbieders (en maatregelen met hetzelfde oogmerk of gevolg) op elke automatische-afschrijvingstransactie in het algemeen worden toegepast. Niettemin zouden onder bepaalde voorwaarden MIF's worden toegestaan voor automatische-afschrijvingstransacties die niet naar behoren kunnen worden uitgevoerd of die door een betalingsdienstaanbieder worden teruggevorderd. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) Het voorstel voor het vaststellen van technische vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen is erop gericht: - afzonderlijke einddatums vast te stellen voor de migratie van overmakingen enerzijds en automatische afschrijvingen anderzijds, door een reeks gemeenschappelijke normen en algemene technische vereisten in te voeren; - te zorgen voor de bereikbaarheid van betalingsdienstaanbieders voor overmakingstransacties, in de zin van de bereikbaarheidsverplichting voor automatische overmakingstransacties overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 924/2009 en de interoperabiliteit van betalingssystemen. Rechtsgrondslag Artikel 114, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende reden(en) niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. Op dit ogenblik bestaan er in bijna alle lidstaten nationale plannen voor migratie naar de SEPA. Al deze plannen steunen de migratie naar de SEPA, maar slechts enkele zijn erop gericht de bestaande betalingsinstrumenten systematisch en volledig binnen een bepaalde termijn te vervangen. De streefdatums die door belanghebbenden op nationaal niveau zijn vastgesteld, variëren van de ene lidstaat tot de andere. Bij het ontbreken van een gemeenschappelijke streefdatum op het niveau van de Unie zal het gebrek aan coördinatie tussen lidstaten alsook tussen belanghebbenden in het beste geval problemen opleveren met de overgang naar de SEPA of in het slechtste geval tot een impasse leiden, waardoor een daadwerkelijke migratie onmogelijk wordt. Bovendien zijn de vastgestelde streefdatums vaak afhankelijk van andere voorwaarden. Deze plannen bieden daarom onvoldoende impuls voor een snelle en volledige migratie naar de SEPA en worden evenmin tussen de lidstaten gecoördineerd. De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende reden(en) beter door een optreden op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt. Een geïntegreerde markt voor eurobetalingen vereist uiteraard een Unie-wijde aanpak omdat de onderliggende normen, voorschriften en processen in alle lidstaten met elkaar moeten sporen. Dit komt tegemoet aan de doelstelling van artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat voorziet in een interne markt en een economische en monetaire unie waarvan de munt de euro is. Alleen een Europese aanpak die aan de aanbod- en vraagzijde gecoördineerd wordt, kan het volle potentieel van de netwerkvoordelen ontsluiten. Het alternatief voor een Unie-wijde aanpak zou een stelsel van multilaterale of bilaterale overeenkomsten zijn waarvan de complexiteit en kosten te hoog zouden zijn vergeleken met wetgeving op het niveau van de Unie. Een optreden op het niveau van de Unie zou daarom voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel. Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Het voorstel gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken. Voor alle voorgestelde voorschriften is een evenredigheidstoets uitgevoerd en is intensief overleg gepleegd om tot passende en evenredige regelgeving te komen. Het voorstel beoogt de gevolgen van de wijzigingen voor alle belanghebbenden zo beperkt mogelijk te houden. De in de bijlage bij de verordening vermelde technische vereisten zijn op een dusdanige wijze opgesteld dat zij het mogelijk maken de huidige bestaande Unie-wijde regelingen toe te passen zonder dat flexibiliteit en innovatie worden beperkt. Bovendien laat het voorstel de lidstaten de mogelijkheid te beslissen over het aanwijzen van de bevoegde autoriteiten zodat zij desgewenst de bestaande administratieve structuren en organen kunnen gebruiken om hun kosten te drukken. Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening. Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn. Het vaststellen van een einddatum voor de migratie naar Unie-wijde overmakingen en automatische afschrijvingen vereist normalisering op technisch niveau en de grootst mogelijke harmonisering. Dit pleit veeleer in het voordeel van een verordening dan van een richtlijn. Bovendien zullen vanwege het netwerkkarakter van de betalingssector de meeste voordelen van de SEPA pas tot stand komen als de binnenlandse overgang naar Unie-wijde betalingsinstrumenten eenmaal in alle EU-lidstaten is voltooid. Een richtlijn met mogelijk verschillende nationale uitvoeringen zou het risico inhouden dat de huidige versnippering van de betalingsmarkt blijft voortbestaan. Ten slotte zou een richtlijn de migratie vertragen vanwege de tijd die nodig is voor nationale omzetting. Er wordt daarom aanbevolen te opteren voor een verordening als rechtsinstrument voor het vaststellen van een einddatum voor de migratie naar de SEPA. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Afgezien van de normale administratieve kosten voor het handhaven van de naleving van EU-wetgeving, zullen er geen gevolgen voor de begroting zijn omdat er geen nieuwe comités worden opgericht en er geen financiële verplichtingen worden aangegaan. De Commissie is echter zelf een significant gebruiker van betalingsdiensten en zou daarom net als andere gebruikers ook haar voordeel moeten doen met een verscherpte concurrentie dankzij de SEPA. AANVULLENDE INFORMATIE Vereenvoudiging Het voorstel streeft naar een vereenvoudiging van de wetgeving door in artikel 3 de bereikbaarheidsbepaling voor automatische afschrijvingen zoals omschreven in Verordening 924/2009, en een soortgelijke bereikbaarheidsbepaling voor overmakingen in één enkele bepaling te consolideren. Een eenvoudiger verwerking van betalingen zal gunstige effecten sorteren voor belanghebbenden, of zij nu overheden zijn, ondernemingen of particulieren. Aangezien deze verordening de versnippering langs nationale grenzen zal verminderen en de concurrentie op de Europese betaalmarkt zal bevorderen, zal zij bijdragen tot het vereenvoudigen van betalingsprocessen. Bijvoorbeeld zouden overheden als intensieve gebruikers van betalingsinstrumenten profijt moeten trekken van de SEPA omdat deze hun betalingsprocessen vereenvoudigt en een meer efficiënte "straight-through processing" van betalingen mogelijk maakt. De openbare aanbesteding van betalingsdiensten op EU-niveau zou gemakkelijker moeten worden, aangezien het aantal potentiële betalingsdienstaanbieders zou stijgen, hun inschrijvingen beter zouden kunnen worden vergeleken en de door binnenlandse betalingsformaten veroorzaakte inefficiënties zouden moeten verdwijnen. De combinatie van e-factureringsoplossingen en de SEPA als onderliggend betalingsplatform zou ook de automatische aansluiting tussen facturen en betalingen bevorderen. Ook voor consumenten, die zowel professioneel als privé steeds mobieler worden, zouden genormaliseerde grensoverschrijdende betalingen het onnodig maken om meerdere betaalrekeningen in verschillende landen aan te houden. Voor betalingsdienstaanbieders en betalingsverwerkers zouden de dankzij de SEPA gerealiseerde schaalvoordelen en gemeenschappelijke normen betalingen over de hele EU veel efficiënter maken. Intrekking van bestaande wetgeving De goedkeuring van het voorstel heeft de intrekking van artikel 8 van Verordening (EG) 924/2009 betreffende de bereikbaarheid voor automatische-afschrijvingstransacties tot gevolg. Omwille van de transparantie en de vereenvoudiging wordt de inhoud van dit artikel geconsolideerd in artikel 3 van dit voorstel. Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling Het voorstel bevat een evaluatiebepaling. Europese Economische Ruimte De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte. Nadere uitleg van het voorstel Ter vergemakkelijking van het besluitvormingsproces wordt in de volgende korte samenvatting de kerninhoud van de verordening geschetst. Artikel 1 (betreffende het onderwerp en het toepassingsgebied) bepaalt dat de verordening betrekking heeft op de uitvoering van alle in euro luidende overmakings- en automatische-afschrijvingstransacties binnen de Unie. Zij heeft geen betrekking op bepaalde soorten betalingstransacties, zoals betaalkaarttransacties, geldtransfers en betalingstransacties met behulp van een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument die niet resulteren in een overmaking of een automatische afschrijving. Ter bevordering van de concurrentie en de efficiëntie mag de verordening "niet-traditionele" betalingsregelingen niet van de markt uitsluiten, in het bijzonder als zij gebaseerd zijn op voorschriften van gecombineerde regelingen die een element voor automatische afschrijving of voor overmaking bevatten. Daarom zijn de bepalingen van deze verordening alleen van toepassing op de overmaking of de automatische afschrijving die aan de transactie ten grondslag ligt. Artikel 2 en de daarin vermelde definities zijn zoveel mogelijk afgestemd op die welke in Richtlijn 2007/64/EG zijn gehanteerd. Gezien het beperkte toepassingsgebied van de verordening in vergelijking met de richtlijn betalingsdiensten, zijn sommige van de definities echter toegesneden op de behoeften van dit voorstel. Artikel 3 (betreffende de bereikbaarheid van betalingsdienstaanbieders voor overmakingstransacties) is geïntegreerd met de bereikbaarheidsverplichting voor automatische-afschrijvingstransacties uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 924/2009. Artikel 4 (betreffende de technische interoperabiliteit) bevat bepalingen die nodig zijn voor de goede werking van betalingsregelingen en -systemen, zodat interactie over de hele Unie mogelijk is dankzij de toepassing van dezelfde normen, zonder technische belemmeringen voor het verwerken van betalingen door de marktspelers. Artikel 5 en de bijlage (betreffende de technische vereisten voor overmakings- en automatische-afschrijvingstransacties) voeren termijnen in voor de migratie naar Unie-wijde instrumenten, door het verplicht maken van bepaalde belangrijke, door de betalingssector gehanteerde normen en het bepalen van technische vereisten die zowel op betalingsdienstaanbieders als op klanten van toepassing zijn. In artikel 6 (betreffende afwikkelingsvergoedingen voor automatische-afschrijvingstransacties) wordt uitgelegd dat vanaf 31 oktober 2012 multilaterale afwikkelingsvergoedingen (MIF's) per transactie niet zijn toegestaan voor binnenlandse en grensoverschrijdende automatische afschrijvingen. In dit artikel worden ook de algemene voorwaarden bepaald voor afwikkelingsvergoedingen (multilateraal, bilateraal en unilateraal) voor R-transacties, overeenkomstig het door de Commissie op 3 november 2009 gepubliceerde werkdocument over de toepasselijkheid van artikel 81 van het EG-Verdrag op multilaterale interbancaire betalingen via SDD. Artikel 7 (betreffende ontheffing) is van toepassing op bestaande nicheproducten waarvan na een passende overgangsperiode ook geleidelijk moet worden afgestapt. Artikel 8 (betreffende de toegankelijkheid van betalingen) garandeert dat wanneer een overmaking in euro of een automatische afschrijving in euro binnenlands wordt aanvaard, deze ook grensoverschrijdend naar en vanaf een rekening in euro zal worden gebruikt. Artikel 9 (betreffende bevoegde autoriteiten) geeft de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid de nodige maatregelen te nemen om te zorgen voor de naleving van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen. Artikel 10 (betreffende sancties) bepaalt dat lidstaten de Commissie informatie moeten verstrekken over sancties. Artikel 11 (betreffende buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures) verplicht lidstaten buitengerechtelijke beroepsorganen in te stellen voor de beslechting van geschillen die met betrekking tot deze verordening ontstaan. Tevens wordt van de lidstaten verlangd dat zij de Commissie informatie over deze regelingen verstrekken. De artikelen 12 tot en met 15 (betreffende het vaststellen van gedelegeerde handelingen) maken het mogelijk de technische vereisten te actualiseren. Artikel 16 (herzieningsclausule) voorziet in een rapportageverplichting, indien nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging. Artikel 17 (betreffende overgangsbepalingen) zorgt ervoor dat de einddatums eerder van toepassing zijn op de lidstaten die tot het eurogebied behoren, terwijl de lidstaten die niet tot het eurogebied behoren, een overgangsperiode wordt toegestaan, op grond van hun beperkte volumes aan betalingstransacties in euro. 2010/0373 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van technische vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[10], Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[11], Gezien het advies van het Comité van de Regio's[12], Gezien het advies van de Europese Centrale Bank[13], Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: 1. Het tot stand brengen van een geïntegreerde markt voor elektronische betalingen in euro, zonder fundamenteel onderscheid tussen binnenlandse en grensoverschrijdende betalingen, is noodzakelijk voor de goede werking van de interne markt. Daarom wordt met het project voor de eengemaakte eurobetalingsruimte (hierna SEPA te noemen) beoogd gemeenschappelijke Unie-wijde betalingsinstrumenten te ontwikkelen die de huidige binnenlandse betalingsinstrumenten moeten vervangen. De SEPA zou dankzij de invoering van open, gemeenschappelijke betalingsnormen, -voorschriften en -praktijken en een geïntegreerde verwerking van betalingen, EU-burgers en -ondernemingen moeten voorzien van veilige, concurrerend geprijsde, gebruiksvriendelijke en betrouwbare betalingsdiensten in euro. Door de voltooiing van de SEPA zouden ook gunstige voorwaarden moeten ontstaan voor verscherpte concurrentie in de sector van de betalingsdiensten en voor de ongehinderde ontwikkeling en snelle, Unie-wijde toepassing van innovaties op het gebied van betalingen. Dankzij grotere schaalvoordelen, grotere operationele efficiëntie en verscherpte concurrentie, moeten elektronische betalingsdiensten in euro bijgevolg voor een neerwaartse druk op de prijzen zorgen die op de beste kwaliteit berust. Dit zou aanzienlijke effecten moeten sorteren, met name in lidstaten waar betalingen vergelijkenderwijs relatief duur zijn. De overgang naar de SEPA mag daarom niet gepaard gaan met algehele prijsstijgingen voor betalingsdienstgebruikers in het algemeen en voor consumenten in het bijzonder. 2. Het welslagen van de SEPA is zowel economisch en monetair als politiek van groot belang. Zij spoort volledig met de Europa 2020-strategie die gericht is op een slimmere economie waarin welvaart voortvloeit uit innovatie en het efficiëntere gebruik van de beschikbare middelen. Zowel het Europees Parlement, in zijn resoluties van 12 maart 2009[14] en 10 maart 2010[15] over de invoering van de SEPA, als de Raad, in zijn op 2 december 2009[16] aangenomen conclusies, heeft het belang van een snelle migratie naar de SEPA benadrukt. 3. Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt[17] legt een moderne juridische grondslag voor de totstandbrenging van een interne markt voor betalingen waarvan de SEPA een wezenlijk onderdeel vormt. 4. Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001[18] voorziet ook in een aantal maatregelen ter bevordering van het welslagen van de SEPA zoals het uitbreiden van het beginsel van gelijke kosten tot grensoverschrijdende automatische afschrijvingen. 5. Bovendien is noch aan de aanbod-, noch aan de vraagzijde de zelfregulering van de Europese banksector via het SEPA-initiatief toereikend gebleken om een gecoördineerde migratie naar Unie-wijde regelingen voor overmakingen en automatische afschrijvingen voort te stuwen. Bovendien is deze zelfregulering niet aan passende governancemechanismen onderworpen, hetgeen de trage overstap aan de vraagzijde gedeeltelijk kan verklaren. Alleen bij een snelle en brede migratie naar Unie-wijde overmakingen en automatische afschrijvingen zullen de voordelen van een geïntegreerde markt voor betalingen ten volle kunnen worden benut zodat er niet langer hoge kosten hoeven te worden gemaakt voor het tegelijk exploiteren van zowel bestaande als SEPA-producten. 6. Er moeten derhalve voorschriften worden vastgesteld die gelden voor de uitvoering van alle in euro luidende overmakingen en automatische afschrijvingen binnen de Unie. Op dit ogenblik is het echter niet passend de voorschriften ook voor bankkaarttransacties te laten gelden, aangezien nog steeds gewerkt wordt aan gemeenschappelijke normen voor betalingen met bankkaarten in de Unie. Geldtransfers, intern verwerkte betalingen, betalingstransacties van grote bedragen tussen betalingsdienstaanbieders en betalingen via de mobiele telefoon mogen niet onder het toepassingsgebied van deze voorschriften vallen omdat deze betalingsdiensten niet vergelijkbaar zijn met overmakingen en automatische afschrijvingen. 7. Momenteel bestaan er verschillende betalingsinstrumenten, vooral voor betalingen via het internet, die ook gebruikmaken van het internationale bankrekeningnummer (IBAN) en de bankidentificatiecode (BIC) en gebaseerd zijn op overmakingen of automatische afschrijvingen maar die aanvullende kenmerken hebben. Deze regelingen zullen naar verwachting tot buiten hun huidige nationale grenzen worden uitgebreid en zouden kunnen voorzien in de vraag van consumenten naar innovatieve, veilige en goedkope betalingsinstrumenten. Om dergelijke regelingen niet van de markt uit te sluiten, moet de regelgeving inzake einddatums voor automatische afschrijvingen en overmakingen alleen gelden voor de overmaking of de automatische afschrijving die aan de transactie ten grondslag ligt. 8. Opdat een overmaking kan worden uitgevoerd, moet de rekening van de begunstigde bereikbaar zijn. Daarom moet er in de hele Unie een bereikbaarheidsverplichting worden vastgesteld om te zorgen voor een succesvolle invoering van deze betalingsinstrumenten. Ter verbetering van de transparantie is het daarom passend deze verplichting en de bereikbaarheidsverplichting voor automatische afschrijvingen die reeds geldt uit hoofde van Verordening (EG) nr. 924/2009, in één enkele handeling te consolideren. 9. Technische interoperabiliteit is een absolute voorwaarde voor concurrentie. Voor de totstandbrenging van een geïntegreerde markt voor elektronische betalingssystemen in euro is het van essentieel belang dat het verwerken van overmakingen en automatische afschrijvingen niet door technische belemmeringen wordt gehinderd en wordt uitgevoerd overeenkomstig een regeling waarvan de basisvoorschriften door een meerderheid van betalingsdienstaanbieders moeten worden nageleefd en dezelfde zijn voor grensoverschrijdende als voor louter binnenlandse overmakings- en automatische-afschrijvingstransacties. Als meer dan één dergelijke regeling is ontwikkeld of als er meer dan één betalingssysteem bestaat voor de verwerking van dergelijke betalingen, moeten deze regelingen en systemen interoperabel zijn zodat alle gebruikers en betalingsdienstaanbieders de voordelen kunnen genieten van vlotte betalingen in euro over de hele Unie. 10. Om voor interoperabiliteit te zorgen, is het van cruciaal belang technische vereisten vast te stellen die eenduidig de kenmerken bepalen waaraan Unie-wijde betalingsregelingen die volgens passende governanceregelingen zijn ontwikkeld, moeten voldoen. Deze technische vereisten mogen flexibiliteit en innovatie niet beknotten en moeten open en neutraal staan ten aanzien van potentiële nieuwe ontwikkelingen en verbeteringen op de markt voor betalingen. Zij moeten worden ontworpen rekening houdende met de speciale kenmerken van overmakingen en automatische afschrijvingen, in het bijzonder met betrekking tot de gegevenselementen die in het betalingsbericht worden vermeld. Zij moeten ook maatregelen bevatten, vooral voor automatische afschrijvingen, ter versterking van het vertrouwen van betalingsdienstgebruikers in het gebruik van dergelijke instrumenten. 11. Technische normalisering is een hoeksteen voor de integratie van netwerken zoals de markt voor betalingen in de EU. Vanaf een bepaalde datum moet het toepassen van door internationale of Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde normen voor alle relevante transacties verplicht zijn. In de context van betalingen zijn dit het IBAN, de BIC en een norm voor berichten betreffende financiële diensten (ISO 20022 XML). Om volledige interoperabiliteit in de hele EU te bereiken, is het daarom noodzakelijk dat alle betalingsdienstaanbieders deze normen toepassen. In het bijzonder moet de verplichte gebruikmaking van het IBAN en de BIC indien nodig via uitvoerige communicatie en stimulerende maatregelen in de lidstaten worden bevorderd, zodat wordt bijgedragen aan een vlotte en gemakkelijke overgang naar pan-Europese overmakingen en automatische afschrijvingen, met name voor consumenten. 12. Het is passend uiterste termijnen vast te stellen waarbinnen alle overmakingen en automatische afschrijvingen aan deze technische vereisten moeten voldoen, en daarbij de markt open te laten voor verdere ontwikkeling en innovatie. 13. Er moeten afzonderlijke datums worden vastgesteld voor de migratie van overmakingen en automatische afschrijvingen zodat rekening wordt gehouden met de verschillen tussen beide. Unie-wijde overmakingen en automatische afschrijvingen hebben niet hetzelfde maturiteitsniveau, omdat een automatische afschrijving een complexer instrument is dan een overmaking en de migratie naar Unie-wijde automatische afschrijvingen daarom aanzienlijk meer middelen vergt dan de migratie naar Unie-wijde overmakingen. 14. Regelgeving inzake multilaterale afwikkelingsvergoedingen (MIF's) voor automatische afschrijvingen is van essentieel belang om neutrale concurrentievoorwaarden tot stand te brengen voor de betalingsdienstaanbieders en op die manier een eengemaakte markt voor automatische afschrijvingen te kunnen ontwikkelen. MIF's voor automatische afschrijvingen per transactie beperken de concurrentie tussen banken van begunstigden, drijven de kosten op die deze banken aan begunstigden in rekening brengen en leiden zo tot verborgen prijsstijgingen voor betalers. Terwijl er voor MIF's per transactie geen of slechts beperkte objectieve efficiëntieverbeteringen zijn aangetoond, zouden MIF's voor transacties die verworpen, geweigerd, teruggestuurd of herroepen worden omdat ze niet correct kunnen worden uitgevoerd (R-transacties), kunnen helpen de kosten binnen de eengemaakte markt op efficiënte wijze toe te rekenen. Voor de totstandbrenging van een effectieve Europese markt voor automatische afschrijvingen zou het bijgevolg bevorderlijk zijn MIF's per transactie te verbieden. Niettemin moeten R-transacties worden toegestaan, mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. In elk geval mogen de voorschriften geen afbreuk doen aan de toepassing van de artikelen 101 en 102 van het VWEU op multilaterale afwikkelingsvergoedingen voor R-transacties. 15. Daarom moet de mogelijkheid om MIF's per transactie toe te passen voor binnenlandse en grensoverschrijdende automatische afschrijvingen in de tijd worden beperkt en moeten algemene voorwaarden worden bepaald voor de toepassing van afwikkelingsvergoedingen voor R-transacties. 16. In sommige lidstaten bestaan er bepaalde betalingsinstrumenten die overmakingen of automatische afschrijvingen zijn, maar die vaak om historische of wettelijke redenen zeer specifieke functies hebben. Het transactievolume van dergelijke producten is doorgaans marginaal; zij kunnen dan ook onder de nicheproducten worden gerekend. Een overgangsperiode voor dergelijke nicheproducten die lang genoeg is om de gevolgen van de migratie voor de gebruikers van betalingsdiensten zo beperkt mogelijk te houden, zou de beide zijden van de markt moeten helpen zich eerst te richten op de migratie van het gros van de overmakingen en automatische afschrijvingen, waardoor de meeste potentiële voordelen van een geïntegreerde markt voor betalingen in de Unie vroeger kunnen worden benut. 17. Voor de praktische werking van de interne markt voor betalingen is het van essentieel belang ervoor te zorgen dat betalers zoals ondernemingen of overheden overmakingen kunnen uitvoeren op betaalrekeningen die door begunstigden worden aangehouden bij betalingsdienstaanbieders die in andere lidstaten gevestigd zijn en die overeenkomstig deze verordening bereikbaar zijn. 18. De bevoegde autoriteiten moeten de nodige bevoegdheden krijgen om hun controletaken uit te voeren en alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat betalingsdienstaanbieders aan deze verordening voldoen. 19. De lidstaten moeten in hun nationale recht doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vaststellen op het niet naleven van deze verordening. 20. Om ervoor te zorgen dat beroep kan worden aangetekend wanneer deze verordening verkeerd wordt toegepast, moeten de lidstaten adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures opzetten voor de beslechting van geschillen die daaruit voortvloeien. 21. Het is wenselijk dat de Commissie een verslag opstelt over de doeltreffendheid van de bepalingen van deze verordening. 22. Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag met betrekking tot de actualisering van de technische vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen. 23. Aangezien betalingsdienstaanbieders uit lidstaten die niet tot het eurogebied behoren, meer voorbereidend werk zouden moeten verrichten, moeten deze betalingsdienstaanbieders de toepassing van deze technische vereisten gedurende een bepaalde periode kunnen uitstellen. 24. Ter bevordering van de rechtszekerheid is het passend de in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 924/2009 genoemde termijnen voor afwikkelingsvergoedingen af te stemmen op de bepalingen van deze verordening. 25. Verordening (EG) nr. 924/2009 moet dienovereenkomstig worden aangepast. 26. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[19] regelt de overeenkomstig deze verordening uitgevoerde verwerking van persoonsgegevens. 27. Financiële berichten betreffende betalingen en transfers in de SEPA vallen buiten het toepassingsgebied van de overeenkomst tussen de EU en de VS van 8 juli 2010 over de verwerking en overdracht van gegevens betreffende het financiële berichtenverkeer ten behoeve van het programma voor het opsporen van de financiering van terroristische activiteiten (Terrorist Finance Tracking Program)[20]. 28. Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied 29. Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld voor de uitvoering van in euro luidende overmakings- en automatische-afschrijvingstransacties binnen de Unie waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in de Unie gevestigd is, of waarbij de enige bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieder in de Unie gevestigd is. 30. Deze verordening is niet van toepassing op: a) betalingstransacties die intern binnen betalingsdienstaanbieders alsook betalingstransacties die tussen betalingsdienstaanbieders voor eigen rekening worden uitgevoerd; b) betalingstransacties die verwerkt en afgewikkeld worden via betalingssystemen voor grote bedragen waarbij zowel de oorspronkelijke initiator als de uiteindelijke begunstigde van de betaling een betalingsdienstaanbieder is; c) betalingstransacties die met een betaalkaart worden uitgevoerd, waaronder ook geldopname vanaf een betaalrekening, als deze niet resulteren in een overmaking of een automatische afschrijving op of vanaf een door een BBAN of IBAN geïdentificeerde betaalrekening; d) betalingstransacties die worden uitgevoerd met behulp van een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument, als deze niet resulteren in een overmaking of een automatische afschrijving op of vanaf een door het basisbankrekeningnummer (BBAN) of het internationale bankrekeningnummer IBAN geïdentificeerde betaalrekening; e) geldtransfertransacties waarbij, zonder opening van betaalrekeningen op naam van de betaler of de begunstigde, van een betaler geldmiddelen worden ontvangen met als enig doel het daarmee corresponderende bedrag over te maken aan een begunstigde of aan een andere, voor rekening van de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder en/of waarbij de geldmiddelen voor rekening van de begunstigde worden ontvangen en aan de begunstigde beschikbaar worden gesteld. 31. Indien een betalingsregeling gebaseerd is op betalingstransacties via overmaking of automatische afschrijving maar aanvullende kenmerken heeft, is deze verordening alleen van toepassing op de onderliggende overmakingen of automatische afschrijvingen. Artikel 2 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 32. "overmaking": een betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde, waarbij een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties door de betaler wordt geïnitieerd op grond van de aan zijn betalingsdienstaanbieder verstrekte instemming; 33. "automatische afschrijving": een betalingsdienst voor debiteringen van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler verstrekte instemming; 34. "betaler": een natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat; 35. "begunstigde": natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft; 36. "betaalrekening": op naam van een of meer betalingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt; 37. "betalingssysteem": geldovermakingssysteem met formele en genormaliseerde regelingen en gemeenschappelijke voorschriften voor de verwerking, clearing en/of afwikkeling van betalingstransacties; 38. "betalingsregeling": een samenstel van voorschriften, praktijken en normen voor het uitvoeren van betalingen tussen de deelnemers aan de regeling die losstaat van een infrastructuur die of betalingssysteem dat de werking ervan ondersteunt tussen en in de verschillende lidstaten; 39. "betalingsdienstaanbieder": de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2007/64/EG bedoelde categorieën en de in artikel 26 van genoemde richtlijn bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de instellingen vermeld in artikel 2 van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad[21] waaraan door een lidstaat ontheffing is verleend op grond van artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2007/64/EG; 40. "betalingsdienstgebruiker": natuurlijke of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt; 41. "betalingstransactie": een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden overgemaakt, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde bestaan; 42. "betalingsopdracht": door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren; 43. "afwikkelingsvergoeding": een vergoeding die voor elke automatische-afschrijvingstransactie tussen de betalingsdienstaanbieder van de betaler en die van de begunstigde wordt betaald; 44. "multilaterale afwikkelingsvergoeding": een afwikkelingsvergoeding waarover een collectieve overeenkomst is gesloten tussen betalingsdienstaanbieders; 45. "BBAN": een identificator van een betaalrekeningnummer, die een individuele rekening op unieke wijze identificeert met een betalingsdienstaanbieder in een lidstaat en alleen voor binnenlandse transacties kan worden gebruikt; 46. "IBAN": een identificator van een internationaal betaalrekeningnummer, die een individuele rekening op unieke wijze identificeert met een unieke betalingsdienstaanbieder in een lidstaat, waarvan de elementen gespecificeerd zijn in ISO 13616, vastgesteld door de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO); 47. "BIC": een code die een betalingsdienstaanbieder eenduidig identificeert, en waarvan de elementen gespecificeerd zijn in ISO 13616, vastgesteld door de Internationale Organisatie voor Normalisatie; 48. "ISO 20022 XML-norm": een norm voor de ontwikkeling van elektronische financiële berichten zoals gedefinieerd door de Internationale Organisatie voor Normalisatie, die de fysieke weergave van de betalingstransacties in XML-syntax omvat, overeenkomstig de sectorvoorschriften en uitvoeringsleidraden van Unie-wijde regelingen voor betalingstransacties die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Artikel 3 Bereikbaarheid Een betalingsdienstaanbieder die bereikbaar is voor een binnenlandse in euro luidende overmaking of automatische afschrijving, of voor beide, op een bepaalde betaalrekening is overeenkomstig de voorschriften van de betalingsregeling bereikbaar voor overmakings- en automatische-afschrijvingstransacties die worden geïnitieerd via een in enige lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieder. Artikel 4 Interoperabiliteit 49. Betalingsdienstaanbieders voeren overmakingen en automatische afschrijvingen in het kader van een betalingsregeling die aan de volgende voorwaarden voldoet: a) de voorschriften ervan zijn dezelfde voor binnenlandse als voor grensoverschrijdende overmakingen en automatische afschrijvingen tussen en binnen lidstaten; b) de deelnemers aan de regeling vertegenwoordigen een meerderheid van de betalingsdienstaanbieders binnen een meerderheid van de lidstaten. 50. Betalingssystemen en, indien van toepassing, betalingsregelingen zijn technisch interoperabel dankzij het gebruik van door internationale of Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde normen. 51. Het verwerken van overmakingen en automatische afschrijvingen wordt niet door technische belemmeringen gehinderd. Artikel 5 Vereisten voor overmakings- en automatische-afschrijvingstransacties 52. Uiterlijk op [ voeg de concrete datum in 12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] worden overmakingen uitgevoerd overeenkomstig de in de punten 1 en 2 van de bijlage genoemde technische vereisten. 53. Uiterlijk op [ voeg de concrete datum in 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] worden automatische afschrijvingen uitgevoerd overeenkomstig artikel 6 en de in de punten 1 en 3 van de bijlage genoemde technische vereisten. 54. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen lidstaten vroegere datums vaststellen dan bedoeld in de leden 1 en 2. 55. De Commissie mag de bijlage wijzigen om rekening te houden met de technische vooruitgang en de ontwikkelingen op de markt. Deze maatregelen worden vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig de procedure van artikel 12. Artikel 6 Afwikkelingsvergoedingen voor automatische-afschrijvingstransacties 56. Onverminderd lid 2 mag op automatische-afschrijvingstransacties geen multilaterale afwikkelingsvergoeding per automatische-afschrijvingstransactie of een andere overeengekomen vergoeding met hetzelfde oogmerk of gevolg worden toegepast. 57. Voor automatische-afschrijvingstransacties die niet correct door de betalingsdienstaanbieder kunnen worden uitgevoerd omdat de betalingsopdracht verworpen, geweigerd, teruggestuurd of herroepen is (R-transacties), mag een multilaterale afwikkelingsvergoeding worden toegepast op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan. a) De overeenkomst is gericht op het efficiënt toerekenen van kosten aan de partij die de R-transactie heeft veroorzaakt, rekening houdende met het bestaan van transactiekosten en het doel de consument te beschermen. b) De vergoedingen zijn uitsluitend op kosten zijn gebaseerd. c) De vergoedingen mogen niet groter zijn dan de werkelijke kosten voor het afwikkelen van een R-transactie door de meest kostenefficiënte vergelijkbare betalingsdienstaanbieder die een inzake transactievolume en aard van diensten representatieve partij is bij de multilaterale regeling. d) De toepassing van de vergoedingen overeenkomstig het bepaalde onder a), b) en c) weerhoudt betalingsdienstaanbieders ervan hun respectieve betalingsdienstgebruikers aanvullende vergoedingen in rekening te brengen in verband met de kosten waarop deze afwikkelingsvergoedingen betrekking hebben. e) Voor de collectieve overeenkomst mag er geen praktisch en economisch levensvatbaar alternatief bestaan dat zou leiden tot een even of meer efficiënte afwikkeling van R-transacties tegen gelijke of lagere kosten voor de consument. Voor de toepassing van het eerste punt worden bij het berekenen van de vergoedingen voor de R-transactie alleen kostencategorieën die direct en eenduidig relevant zijn voor het afwikkelen van de R-transactie, in overweging genomen. Deze kosten worden nauwkeurig bepaald. Om controle en toezicht te vergemakkelijken, maakt de verdeling van het bedrag van de kosten, met daarbij de afzonderlijke vermelding van elk van de onderdelen ervan, deel uit van de collectieve overeenkomst. 58. Lid 1 en de in lid 2, onder a), b) en d) bepaalde voorwaarden zijn ook van toepassing op bilaterale en unilaterale regelingen met soortgelijke gevolgen. Artikel 7 Ontheffing 59. Lidstaten mogen hun bevoegde autoriteiten ontheffing verlenen van alle of sommige in artikel 5, de leden 1, 2 en 3, vastgestelde vereisten tot [ voeg de concrete datum in 36 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] voor overmakings- of automatische-afschrijvingstransacties met een samengevoegd marktaandeel, op basis van de officiële betalingsstatistieken die jaarlijks door de Europese Centrale Bank worden gepubliceerd, van minder dan 10% van het respectieve totale aantal overmakings- of automatische-afschrijvingstransacties in die lidstaat. 60. Lidstaten mogen hun bevoegde autoriteiten tot [ voeg de concrete datum in 60 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] ontheffing verlenen van alle of sommige in artikel 5, de leden 1, 2 en 3, vastgestelde vereisten voor betalingstransacties die op het verkooppunt met een betaalkaart worden geïnitieerd en die resulteren in een automatische afschrijving vanaf een met een BBAN of IBAN geïdentificeerde betaalrekening. 61. Indien een lidstaat zijn bevoegde autoriteiten toestaat van de in de leden 1 en 2 geboden ontheffing gebruik te maken, stelt hij de Commissie uiterlijk op [ voeg de concrete datum in 6 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] daarvan in kennis. De lidstaat deelt de Commissie onverwijld elke latere wijziging mee. Artikel 8 Toegankelijkheid van betalingen 62. Een betaler die gebruikmaakt van overmakingen om geldmiddelen over te dragen vanaf zijn of haar betaalrekening naar andere betaalrekeningen die worden aangehouden bij in dezelfde lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieders, weigeren niet overmakingen uit te voeren op betaalrekeningen die worden aangehouden bij in een andere lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieders die bereikbaar zijn overeenkomstig artikel 3. 63. Een begunstigde die gebruikmaakt van automatische afschrijvingen om geldmiddelen te ontvangen op zijn of haar betaalrekening vanaf andere betaalrekeningen die worden aangehouden bij in dezelfde lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieders, weigert niet automatische afschrijvingen te ontvangen vanaf betaalrekeningen die worden aangehouden bij in een andere lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieders die bereikbaar zijn overeenkomstig artikel 3. Artikel 9 Bevoegde autoriteiten 64. De lidstaten wijzen als bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het doen naleven van deze verordening, ofwel publieke autoriteiten ofwel organen aan die erkend zijn door het nationale recht of door publieke autoriteiten die door het nationale recht uitdrukkelijk daartoe gemachtigd zijn, waaronder nationale centrale banken. De lidstaten mogen bestaande organen als bevoegde autoriteiten aanwijzen. 65. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [ voeg de concrete datum in zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] in kennis van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten. Zij delen de Commissie alle latere wijzigingen met betrekking tot deze autoriteiten onverwijld mee. 66. De lidstaten dragen er zorg voor dat de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten over alle bevoegdheden beschikken die voor het vervullen van hun taken nodig zijn. Indien er op het grondgebied van een lidstaat meer dan een autoriteit bevoegd is voor aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, draagt deze lidstaat er zorg voor dat deze autorititeiten nauw met elkaar samenwerken zodat zij hun respectieve taken op doeltreffende wijze kunnen vervullen. 67. De bevoegde autoriteiten houden doeltreffend toezicht op de naleving van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om die naleving te waarborgen. Artikel 10 Sancties De lidstaten stellen uiterlijk op [ voeg de concrete datum in zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] de voorschriften vast inzake de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties ook worden toegepast. Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [ voeg de concrete datum in 12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] van deze bepalingen op de hoogte en stellen haar onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen. Artikel 11 Buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures 68. De lidstaten zetten adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures op voor de beslechting van geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en hun betalingsdienstaanbieders die met betrekking tot deze verordening ontstaan. Daartoe wijzen de lidstaten bestaande organen aan of richten zij, in voorkomend geval, nieuwe organen op. 69. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [ voeg de concrete datum in zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] in kennis van de in lid 1 bedoelde organen. Zij delen de Commissie alle latere wijzigingen met betrekking tot deze organen onverwijld mee. Artikel 12 Uitoefening van gedelegeerde bevoegdheden 70. De bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen zoals bedoeld in artikel 5, lid 4, wordt aan de Commissie voor onbepaalde tijd verleend. Als dwingende urgente redenen hierom vragen, is artikel 15 van toepassing. 71. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis. 72. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt de Commissie verleend onder de in de artikelen 13 en 14 gestelde voorwaarden. Artikel 13 Intrekking van de bevoegdheidsdelegatie 73. De in artikel 5, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. 74. De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de bevoegdheidsdelegatie wenst in te trekken, brengt de andere instelling en de Commissie hiervan binnen een redelijke termijn voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en waarom. 75. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in dat besluit worden genoemd. Het treedt onmiddellijk dan wel op een in dat besluit bepaalde latere datum in werking. Het besluit laat de geldigheid van de reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. Artikel 14 Bezwaar tegen gedelegeerde handelingen 76. Het Europees Parlement en de Raad kunnen bezwaar aantekenen tegen de gedelegeerde handeling binnen twee maanden na de datum van kennisgeving. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze periode met een maand worden verlengd. 77. Indien bij het verstrijken van deze termijn het Europees Parlement noch de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, wordt deze bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de in de bepalingen vermelde datum. Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie heeft meegedeeld niet voornemens te zijn bezwaar aan te tekenen, kan de gedelegeerde handeling vóór het verstrijken van de termijn worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en in werking treden. 78. Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar aantekent tegen de vastgestelde gedelegeerde handeling, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar aantekent tegen de gedelegeerde handeling, geeft aan waarom zij dit doet. Artikel 15 Spoedprocedure 79. Een gedelegeerde handeling die volgens de spoedprocedure wordt vastgesteld, treedt onmiddellijk in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt aangetekend overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure. 80. Het Europees Parlement en de Raad kunnen binnen een termijn van zes weken na de datum van kennisgeving bezwaar aantekenen tegen de gedelegeerde handeling. Indien dit gebeurt, is de gedelegeerde handeling niet langer van toepassing. De instelling die bezwaar aantekent tegen de gedelegeerde handeling, geeft aan waarom zij dit doet. Artikel 16 Herziening Uiterlijk op [ voeg de concrete datum in drie jaar na de inwerkingtreding] legt de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Europese Centrale Bank een verslag voor over de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een voorstel. Artikel 17 Overgangsbepalingen 81. De betalingsdienstaanbieder die in een lidstaat gevestigd is welke de euro niet als nationale valuta bezit, voldoet tegen 31 oktober 2014 aan artikel 3. Indien echter vóór 1 november 2013 de euro als nationale valuta van een dergelijke lidstaat wordt ingevoerd, voldoet de in die lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieder binnen een jaar na de datum waarop de betreffende lidstaat tot het eurogebied is toegetreden, aan artikel 3. 82. De betalingsdienstaanbieder die in een lidstaat is gevestigd welke de euro niet als nationale valuta bezit, voldoet uiterlijk op [ voeg de concrete maand van de datum in 4 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] aan de vereisten van artikel 4 en de punten 1 en 2 van de bijlage voor in euro luidende overmakingen en aan de vereisten van de artikel 4 en de punten 1 en 3 van de bijlage voor in euro luidende automatische-afschrijvingstransacties. Indien echter vóór [ voeg de concrete datum in drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] de euro als nationale valuta van een dergelijke lidstaat wordt ingevoerd, voldoet de in die lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieder binnen een jaar na de datum waarop de betreffende lidstaat tot het eurogebied is toegetreden, aan deze vereisten. Artikel 18 Wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 Verordening (EG) nr. 924/2009 wordt als volgt gewijzigd: 83. In artikel 6 "vóór 1 november 2012" vervangen door: "vóór [ voeg de concrete datum in 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]". 84. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: a) in lid 1 wordt "vóór 1 november 2012" vervangen door "vóór [ voeg de concrete datum in 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]"; b) in lid 2 wordt "vóór 1 november 2012" vervangen door "vóór [ voeg de concrete datum in 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]"; (c) in lid 3 wordt "vóór 1 november 2012" vervangen door "vóór [ voeg de concrete datum in 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]". 85. Artikel 8 wordt geschrapt. Artikel 19 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter BIJLAGE TECHNISCHE VEREISTEN (ARTIKEL 5) 86. De volgende technische vereisten zijn van toepassing op zowel overmakings - als automatische-afschrijvingstransacties . 87. De betalingsdienstaanbieder en –gebruiker gebruikt het IBAN voor de identificatie van betaalrekeningen ongeacht of zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde, of de enige bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieder in dezelfde lidstaat gevestigd is, dan wel of een van de betalingsdienstaanbieders in een andere lidstaat gevestigd is. 88. De betalingsdienstaanbieder gebruikt op de ISO 20022 XML-norm gebaseerde berichtenformaten wanneer hij betalingstransacties naar een andere betalingsdienstaanbieder of een betalingssysteem verstuurt. 89. Wanneer een betalingsdienstgebruiker individuele geldovermakingen initieert of ontvangt die gebundeld zijn met het oog op het versturen ervan, worden op de ISO 20022 XML-norm gebaseerde berichtenformaten gebruikt. 90. Het veld voor de transactiemededeling biedt ruimte voor 140 karakters. Betalingsregelingen mogen ruimte voor meer karakters toestaan, behalve als de apparatuur die gebruikt wordt voor het overdragen van de informatie, technisch beperkt is wat het aantal karakters betreft, in welk geval dit technische maximum van de apparatuur geldt. 91. De informatie in de transactiemededeling en alle andere gegevenselementen die overeenkomstig de punten 2 en 3 van deze bijlage worden verstrekt, worden volledig en ongewijzigd door de hele betalingsketen van de ene betalingsdienstaanbieder aan de andere doorgegeven. 92. Zodra de gegevens in elektronische vorm beschikbaar zijn, moeten de betalingstransacties een volautomatische, elektronische verwerking in alle procesfasen van de hele betalingsketen mogelijk maken ("straight through processing" van begin tot einde), waardoor het hele betalingsproces elektronisch kan verlopen zonder dat gegevens opnieuw hoeven te worden ingevoerd of dat manuele interventie nodig is. Dit geldt ook, voor zover mogelijk, voor de uitzonderlijke afwikkeling van overmakings- en automatische-afschrijvingstransacties. 93. Betalingsregelingen stellen geen minimumwaarde vast voor het bedrag van de betalingstransactie en maken overmakingen en automatische afschrijvingen mogelijk. 94. Betalingsregelingen worden niet verplicht overmakingen en automatische afschrijvingen ten bedrage van meer dan 999 999 999,99 EUR uit te voeren. 95. Naast de in punt 1 genoemde vereisten zijn de volgende vereisten van toepassing op overmakingstransacties . 96. Een begunstigde die overmakingen aanvaardt, deelt telkens wanneer om een overmaking wordt verzocht, zijn IBAN en de BIC van zijn betalingsdienstaanbieder aan zijn betaler mee. 97. De volgende verplichte gegevenselementen worden door de betaler aan zijn of haar betalingsdienstaanbieder verstrekt en langs de betalingsketen aan de begunstigde doorgegeven overeenkomstig de in de nationale wetgeving tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG vastgestelde verplichtingen: i) de naam van de betaler en/of het IBAN van de rekening van de betaler; ii) het bedrag van de overmaking; iii) het IBAN van de rekening van de begunstigde; iv) de naam van de begunstigde; v) de eventuele informatie in de transactiemededeling. 98. Voorts worden de volgende verplichte gegevenselementen verstrekt door de betalingsdienstaanbieder van de betaler aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde: i) de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de betaler (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders); ii) de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders); iii) de identificatiecode van de betalingsregeling; iv) de valutadatum van de overmaking; v) het door de betalingsdienstaanbieder van de betaler opgegeven referentienummer van het overmakingsbericht. 99. Naast de in punt 1 genoemde vereisten zijn de volgende vereisten van toepassing op automatische-afschrijvingstransacties . 100. Slechts eenmaal vóór de eerste automatische-afschrijvingstransactie deelt een betaler zijn IBAN en, in voorkomend geval, de BIC van zijn betalingsdienstaanbieder aan zijn begunstigde mee. 101. Bij de eerste automatische-afschrijvingstransactie, eenmalige automatische-afschrijvingstransacties en bij elke daaropvolgende automatische-afschrijvingstransactie stuurt de begunstigde de informatie over het mandaat naar zijn of haar betalingsdienstaanbieder. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde stuurt bij elke automatische-afschrijvingstransactie dergelijke informatie over het mandaat naar de betalingsdienstaanbieder van de betaler. 102. Een betaler beschikt over de mogelijkheid om zijn of haar betalingsdienstaanbieder de opdracht te geven de inning van een automatische afschrijving tot een bepaald bedrag of een bepaalde periodiciteit, of beide, te beperken. 103. Als de overeenkomst tussen de betaler en de begunstigde het recht op terugbetaling uitsluit, controleert de betalingsdienstaanbieder van de betaler op verzoek van de betaler of het bedrag van de verzochte automatische-afschrijvingstransactie gelijk is aan het in het mandaat overeengekomen bedrag, alvorens de rekening van de betaler op basis van de informatie over het mandaat te debiteren. 104. De betaler heeft de optie zijn of haar betalingsdienstaanbieder de opdracht te geven automatische afschrijvingen vanaf de rekening van de betaler te blokkeren of automatische afschrijvingen vanwege een of meer gespecificeerde begunstigden te blokkeren of automatische afschrijvingen alleen vanwege een of meer gespecificeerde begunstigden toe te staan. 105. Zowel aan de begunstigde als aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler wordt instemming verleend (direct of indirect via de begunstigde) en de mandaten, samen met de latere wijzigingen en/of annulering, worden door de begunstigde of door een derde partij namens de begunstigde bewaard. 106. De volgende verplichte gegevenselementen worden door de begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder verstrekt en langs de betalingsketen aan de betaler doorgegeven: i) het soort automatische afschrijving (terugkerende, eenmalige, eerste, laatste of herroeping); ii) de naam van de begunstigde; iii) het IBAN van de betaalrekening van de begunstigde die voor de inning moet worden gecrediteerd; iv) de naam van de betaler; v) het IBAN van de betaalrekening van de betaler die voor de inning moet worden gedebiteerd; vi) de unieke referentie van het mandaat; vii) de datum van ondertekening van het mandaat; viii) het bedrag van de inning; ix) de unieke referentie van het mandaat zoals deze is vermeld door de oorspronkelijke begunstigde die het mandaat heeft gegeven (als het mandaat door een andere begunstigde is overgenomen dan de begunstigde die het mandaat heeft gegeven); x) de identificator van de begunstigde; xi) de identificator van de oorspronkelijke begunstigde die het mandaat heeft gegeven (als het mandaat door een andere begunstigde is overgenomen dan de begunstigde die het mandaat heeft gegeven); xii) de eventuele informatie in de transactiemededeling van de begunstigde aan de betaler. 107. Voorts worden de volgende verplichte gegevenselementen verstrekt door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler: i) de BIC-code van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders); ii) de BIC-code van de betalingsdienstaanbieder van de betaler (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders); iii) de naam van de oorspronkelijke betaler (als deze voorkomt in het gedematerialiseerde mandaat); iv) de identificatiecode van de referentie van de betaler (als deze voorkomt in het gedematerialiseerde mandaat); v) de naam van de referentie van de begunstigde (als deze in het gedematerialiseerde mandaat voorkomt); vi) de identificatiecode van de referentie van de begunstigde (als deze in het gedematerialiseerde mandaat voorkomt); vii) de identificatiecode van de betalingsregeling; viii) de valutadatum van de inning; ix) de door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde opgegeven referentie; x) het soort mandaat; xi) de afgesproken datum voor de inning. [1] http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2010-0057+0+DOC+XML+V0//NL. [2] http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/111670.pdf. [3] De potentiële directe en indirecte voordelen van de SEPA bedragen meer dan 300 miljard EUR over een periode van zes jaar, ervan uitgaande dat de migratie naar SEPA-instrumenten volledig en snel verloopt. Zie SEPA : potential benefits at stake , CapGemini, 2007,http://ec.europa.eu/internal_market/payments/docs/sepa/sepa-capgemini_study-final_report_en.pdf. [4] PB L 266 van 9.10.2009, blz. 11. [5] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2007:319:0001:01:NL:HTML. [6] In verband met de Europa 2020-strategie is dit voorstel aangewezen als een van de sleutelinitiatieven van de "digitale agenda", die de Commissie in mei 2010 heeft aangenomen (http://ec.europa.eu/information_society/digital-agenda/documents/digital-agenda-communication-en.pdf). [7] http://ec.europa.eu/internal_market/payments/docs/sepa/feedback_migration-2009_09_29_en.pdf. [8] Een multilaterale afwikkelingsvergoeding is het bedrag dat die als vergoeding voor elke automatische-afschrijvingstransactie door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aan die van de betaler wordt betaald. [9] Meer informatie en de volledige teksten van deze documenten zijn te vinden op http://ec.europa.eu/competition/sectors/financial_services/banking.html. [10] PB C van , blz. .. [11] PB C van , blz. .. [12] PB C van , blz. .. [13] PB C van , blz. .. [14] P6_TA(2009)0139. [15] P7_TA(2010)0057. [16] http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/111670.pdf. [17] PB L 319 van 5.12.2007, blz. 1. [18] PB L 266 van 9.10.2009, blz. 11. [19] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. [20] PB L 195 van 27.7.2010, blz. 1. [21] PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.