52005DC0456

Verslag van de Commissie - Eerste voortgangsverslag over het Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis /* COM/2005/0456 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 23.9.2005

COM(2005) 456 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE

Eerste voortgangsverslag over het Europees verbintenissenrecht en de herzieningvan het acquis

VERSLAG VAN DE COMMISSIE

Eerste voortgangsverslag over het Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis (Voor de EER relevante tekst)

1. INLEIDING

Dit verslag geeft een samenvatting van de voortgang van het initiatief inzake het Europese verbintenissenrecht en de herziening van het acquis sinds de mededeling van de Commissie over het Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis van 2004 (“de mededeling van 2004”)[1] en schetst de voornaamste beleidskwesties.

Dit is het eerste van een reeks jaarlijkse verslagen die de Commissie in de mededeling van 2004 aan de Raad[2] en het Europees Parlement (EP)[3] heeft toegezegd.

Het project kreeg ook steun van de Europese Raad, die, als follow-up van de Europese Raad van Tampere, in zijn conclusies van 5 november 2004[4] het zogenaamde Haags programma[5] goedkeurde, dat ook het gemeenschappelijke referentiekader (“Common Frame of Reference” – CFR) omvat. Daarop nam de Commissie het CFR op in haar actieplan van 10 mei 2005[6], dat ook door de Raad werd onderschreven[7]. In zijn resolutie over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2005[8] riep het EP de Commissie op om het EVR-project voort te zetten en benadrukte het dat het ten volle bij het project wenste te worden betrokken.

2. VOORBEREIDING VAN HET CFR

2.1. Onderzoeksnetwerk

Via een oproep tot het indienen van voorstellen in december 2002 is een onderzoeksnetwerk geselecteerd dat een ruim aantal Europese rechtstradities omvat[9]. Het onderzoek is georganiseerd in werkpakketten die door de onderzoekers worden voorgesteld en die zullen worden opgenomen in het ontwerp-CFR, dat eind 2007 klaar moet zijn.

2.2. CFR-net

2.2.1. Oprichting van CFR-net

Via een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling[10] is het netwerk van CFR-deskundigen van de belanghebbenden (“CFR-net”) opgericht. Dankzij de inspraak van CFR-net wordt bij het onderzoek rekening gehouden met de behoeften van de gebruikers en de praktische context waarin de regels moeten worden toegepast.

De deskundigen zijn geselecteerd aan de hand van vier criteria, namelijk diversiteit aan rechtstradities, afweging van economische belangen, deskundigheid en betrokkenheid. De selectie is in twee fasen verricht; in de tweede fase zijn de aanvankelijke tekortkomingen in de professionele en geografische representativiteit verholpen. Het netwerk telt momenteel 177 leden, die in ruime mate representatief zijn voor de verschillende lidstaten en beroepen[11]. De ledenlijst is openbaar beschikbaar[12].

2.2.2. Werkzaamheden van CFR-net

CFR-net heeft zijn werkzaamheden op 15 december 2004 aangevat met een conferentie. Gedurende het hele onderzoeksproces zal CFR-net input geven in de vorm van opmerkingen over de onderzoekspapers, die in workshops en via een speciale website zullen worden besproken.

Op dit moment zijn 32 topics geselecteerd die vóór eind 2007 zullen worden besproken. Naar gelang van hun specialisatie hebben de leden van CFR-net hun belangstelling voor bepaalde onderzoeksgebieden kenbaar gemaakt. Om in de workshops een grondige discussie mogelijk te maken, moeten de groepen beperkt blijven. De deelnemers aan de workshops worden geselecteerd volgens dezelfde criteria als voor de algemene representativiteit van de belanghebbenden. Leden van CFR-net die niet aan de workshops mogen deelnemen, kunnen hun opmerkingen schriftelijk indienen.

De betrokkenheid van de leden van CFR-net bij de onderzoekswerkzaamheden wordt momenteel als volgt georganiseerd:

- vóór de workshops worden de ontwerpen van de onderzoekers op de speciale website gezet. De leden van CFR-net die hun belangstelling voor de topic in kwestie kenbaar hebben gemaakt, wordt verzocht het ontwerp te onderzoeken en opmerkingen te maken;

- na de workshops wordt de leden van CFR-net verzocht hun bijdrage aan de discussie schriftelijk samen te vatten. De Commissie stelt een verslag op met de opmerkingen van de leden van CFR-net in de workshop, de schriftelijke bijdragen en de reactie van de onderzoekers. In dit verslag worden zowel beleidskwesties, met name kwesties die van belang zijn voor het acquis inzake consumentenovereenkomsten, als horizontale vraagstukken uitgelicht;

- de onderzoekers krijgen zes maanden om te reageren op de opmerkingen van CFR-net die in het verslag van de Commissie zijn samengevat. Ofwel houden ze met deze opmerkingen rekening in hun herziene ontwerpen, ofwel leggen ze uit waarom ze er niet mee akkoord gaan.

Sinds maart 2005 zijn de volgende workshops gehouden: dienstencontracten (11 maart), franchise, agentuur en distributie (16 maart), rechten inzake persoonlijke veiligheid (19 april), zaakwaarneming (29 april), ongerechtvaardigde verrijking (20 mei), het begrip contract en de functies van contracten (7 juni) en de begrippen consument en professional (21 juni).

2.3. Netwerk van deskundigen uit de lidstaten

De leden van het netwerk van CFR-deskundigen uit de lidstaten zijn door de lidstaten aangewezen. De ledenlijst is openbaar beschikbaar[13]. Het netwerk heeft zijn werkzaamheden op 3 december 2004 aangevat met een eerste workshop[14]. De tweede workshop op 31 mei 2005 was gewijd aan procedurekwesties en inhoudelijke kwesties die bij de werkzaamheden met betrekking tot het CFR aan de orde zijn gekomen[15].

2.4. Website

De Commissie heeft een speciale website opgezet waartoe de leden van CFR-net, de deskundigen uit de lidstaten en het EP toegang hebben. Alle desbetreffende documenten, zoals de ontwerpen van de onderzoekers, de opmerkingen van CFR-net en de verslagen van de Commissie over de workshops, worden gedurende het hele CFR-proces op de website gezet.

2.5. Europees discussieforum

Overeenkomstig de mededeling van 2004 heeft het Europees discussieforum tot doel iedereen die op politiek en technisch niveau aan de ontwikkeling van het CFR bijdraagt, in het bijzonder de leden van CFR-net en de deskundigen uit de lidstaten, regelmatig bijeen te brengen. Het eerste discussieforum werd in samenwerking met het Britse voorzitterschap georganiseerd en moest op 7 en 8 juli plaatsvinden in Londen. Deze conferentie werd echter ten gevolge van de terreuraanslagen in Londen geannuleerd. De nieuwe datum is 26 september 2005. Het volgende Europees discussieforum wordt in samenwerking met het Oostenrijkse voorzitterschap georganiseerd op 25 en 26 mei 2006 in Wenen.

2.6. Kwesties die tijdens de eerste fase van de voorbereiding van het CFR naar voren zijn gekomen

2.6.1. CFR-net en de herziening van het acquis

Zoals vermeld in de mededeling van 2004 zullen de bevindingen van de voorbereiding van het CFR (bv. definities en modelbepalingen) in het kader van de herziening van het consumentenacquis worden getest op het gebied van consumentenbescherming. Omgekeerd zal de herziening van het acquis ook input leveren voor de ontwikkeling van het ruimere CFR. Met het oog op een operationeler en efficiënter proces benadrukt de Commissie dat bij de voorbereiding van het CFR het accent op beleidsaspecten moet worden gelegd. Daarom zal de Commissie duidelijk prioriteit geven aan kwesties die van belang zijn voor het acquis inzake consumentenovereenkomsten en inzake verbintenissenrecht in het algemeen.

2.6.2. Procedurekwesties

Een efficiënte samenwerking is van essentieel belang voor het CFR-proces. Daarom wenst de Commissie de werkzaamheden in het kader van CFR-net beter te doen verlopen en met name de input van CFR-net doeltreffender te maken. Zoals eerder is besloten, wil de Commissie de leden van CFR-net meer tijd (twee maanden in plaats van een maand) geven om de ontwerpen van de onderzoekers van de eerste helft van 2005 onder de loep te nemen.

De evaluatie van de vragenlijsten die de Commissie in de workshops van CFR-net heeft verspreid en de discussies met de deskundigen uit de lidstaten zijn zeer nuttig gebleken. Om het CFR-proces nog beter te doen verlopen, wil de Commissie in dit verband:

- prioriteit geven aan topics en workshops die van belang zijn voor de herziening van het consumentenacquis en eventueel kwesties die op het acquis betrekking hebben, toevoegen aan de lijst van topics en/of workshops;

- ervoor zorgen dat in de ontwerpen wordt aangegeven welk deel van de bepalingen specifiek betrekking heeft op de voornaamste toepassing van het CFR, namelijk de herziening van het acquis, en welk deel aanvullende bijzonderheden bevat die de lidstaten eventueel kunnen benutten bij de uitvoering van richtlijnen;

- de formule van de workshops versoepelen (bv. zo nodig voor bepaalde kwesties “redactiegroepen” samenstellen om aanbevelingen over de ontwerpen op te stellen en binnen de workshops afgevaardigden aanwijzen met het oog op de horizontale samenhang);

- nader onderzoeken of de discussie al na één workshop kan worden afgerond;

- de onderzoekers vragen de workshop van tevoren een bondige samenvatting met de hoofdlijnen van het ontwerp te verschaffen;

- workshops over de algemene structuur van het ontwerp-CFR organiseren;

- vertegenwoordigers van de lidstaten of het EP vragen ontwerp-verslagen over de CFR-workshops op te stellen. De Commissie behoudt zich het recht voor om de ontwerp-verslagen te herzien met het oog op een neutrale en samenhangende verslaggeving.

2.6.3. Horizontale inhoudelijke kwesties

Wat de inhoud betreft, wenst de Commissie naar aanleiding van de discussies met de belanghebbenden en de lidstaten het volgende te benadrukken:

- de Commissie zal in het CFR-proces rekening houden met kwesties die tijdens de diagnosefase van de herziening van het consumentenacquis aan de orde komen;

- definities van abstracte juridische termen zijn essentieel voor de voorbereiding van het CFR en moeten in de ontwerpen worden opgenomen; als een onderscheid moet worden gemaakt naar gelang van de sector, moet daarop worden gewezen en moet dat worden toegelicht. De definities moeten goed worden afgestemd op de opgestelde bepalingen;

- de algemene samenhang van het ontwerp-CFR is van essentieel belang; de onderlinge afhankelijkheid tussen algemeen en specifiek verbintenissenrecht moet worden toegelicht. Voor horizontale kwesties moeten coherente oplossingen worden gevonden. De werkingssfeer van de bepalingen moet worden toegelicht;

- beleidsbeslissingen moeten duidelijk worden uitgelicht en verklaard, met name in de samenvattingen van de onderzoekers en in de opmerkingen over de ontwerp-bepalingen;

- er moet worden benadrukt dat het beginsel contractvrijheid essentieel is voor het proces. Als sommige bepalingen bindend zijn, moet dat in de ontwerpen worden verduidelijkt en verantwoord;

- een duidelijk onderscheid tussen B2B- en B2C-overeenkomsten is van het grootste belang. De consumentenwetgeving corrigeert de structureel onevenwichtige verhouding tussen consument en handelaar; vandaar kunnen op B2C- en B2B-gebied verschillende beleidsbeslissingen worden genomen. Om voldoende gedifferentieerde oplossingen mogelijk te maken, lijkt het wenselijk om van geval tot geval na te gaan of specifieke consumentenbepalingen nodig zijn en voor die gevallen afwijkingen van de algemene bepalingen voor te stellen.

De Commissie zal de onderzoekers verzoeken met deze overwegingen rekening te houden bij de opstelling van toekomstige of herziene ontwerpen.

3. HERZIENING VAN HET CONSUMENTENACQUIS

Met het oog op een betere regelgeving en synergie met het EVR-project heeft de Commissie een herziening van het acquis aangevat om het regelgevingskader te vereenvoudigen en aan te vullen. Het herzieningsproces wordt geschetst in de mededeling van 2004. Het consumentenacquis wordt als voorbeeld gebruikt omdat het van belang is voor het verbintenissenrecht. In dit verslag wordt het herzieningsproces nader beschreven, wederom aan de hand van een voorbeeld. De voortgang van de herziening wordt hieronder geschetst met nadruk op het proces, maar er worden ook enkele voorafgaande bevindingen over afzonderlijke consumentenrichtlijnen en een aantal mogelijke uitkomsten vermeld.

3.1. Het proces

De Commissie werkt nog steeds aan de diagnosefase. In deze fase worden de omzetting en de toepassing van de consumentenrichtlijnen door de lidstaten onderzocht. Dat is noodzakelijk om regelgevingsproblemen, belemmeringen voor de interne markt en lacunes in de consumentenbescherming in kaart te brengen en na te gaan of die het gevolg zijn van problemen met de bestaande richtlijnen dan wel van een verkeerde omzetting of toepassing in een of meer lidstaten.

Momenteel verricht een netwerk van academici en praktijkjuristen namens de Commissie een vergelijkend onderzoek van de wetgeving. Dit onderzoek vormt een aanvulling op de controle op de omzetting door de Commissie. Doel is de toepassing van de richtlijnen in de lidstaten, waaronder ook de belangrijkste nationale rechtspraak en administratieve besluiten, te bestuderen. De onderzoekers zullen aanbevelingen voor de rationalisering en vereenvoudiging van het acquis doen teneinde eventuele onsamenhangendheden, overlappingen, belemmeringen voor de interne markt en concurrentievervalsing weg te werken. Het onderzoek zal in het najaar van 2006 openbaar worden gemaakt.

De Commissie plant ook een uitgebreid verslag over de herziening van het consumentenacquis. Dit document zal naar verwachting in de eerste helft van 2006 worden gepubliceerd.

Voorts is de Commissie van plan een brede raadpleging te houden, waarvan de resultaten openbaar zullen worden gemaakt. Het EP zal regelmatig van de bevindingen en de voortgang van de werkzaamheden op de hoogte worden gebracht. Zoals vermeld in de mededeling van 2004 wordt een permanente werkgroep van deskundigen uit de lidstaten opgezet. Deze komt voor het eerst bijeen in het najaar van 2005. Het regelmatige overleg met de belanghebbenden gaat van start met de publicatie van het verslag in 2006. De belanghebbenden kunnen echter reeds van tevoren opmerkingen maken en informatie verschaffen aan de Commissie.

Hoewel nog niet definitief is beslist welke vorm de raadpleging zal aannemen, zal de nationale deskundigen en de belanghebbenden worden verzocht afzonderlijke richtlijnen onder de loep te nemen en kunnen specifieke workshops worden georganiseerd om “horizontale” kwesties, waaronder definities en verhaalmiddelen, te onderzoeken.

Met het raadplegingsproces wordt de diagnosefase afgerond. De Commissie zal de verschillende beleidsopties evalueren en nagaan of er regelgevingsmaatregelen nodig zijn.

Hoewel het nog te vroeg is om conclusies te trekken over de afzonderlijke richtlijnen, hebben de tot dusver verrichte werkzaamheden met betrekking tot de richtlijnen inzake de prijsaanduiding per meeteenheid[16], het doen staken van inbreuken[17], timesharing[18] en verkoop op afstand[19] voorlopige bevindingen opgeleverd. Er zij op gewezen dat de Commissie bij het onderzoek van deze richtlijnen erkent dat ze naar behoren moeten worden uitgevoerd, onder meer door zelfregulering. Bij de herziening kan het comité dat uit hoofde van de verordening betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming[20] zal worden opgericht, een waardevolle inbreng leveren.

3.2. Voorafgaande bevindingen over de omzetting

3.2.1. Prijsaanduiding per meeteenheid

Voor de omzetting van sommige bepalingen laat de richtlijn de lidstaten een grote vrijheid. Dit heeft tot vrij uiteenlopende omzettingsmaatregelen geleid. Ten eerste laat de richtlijn als alternatief voor metrieke eenheden ook meeteenheden toe die in de lidstaten algemeen en gewoonlijk bij de verkoop van bepaalde producten worden gebruikt. Dit heeft tot gevolg dat in de Gemeenschap voor deze producten verschillende meeteenheden worden gebruikt. Het is echter nog niet duidelijk in welke mate dit prijsvergelijkingen bemoeilijkt en ondernemingen belet zich in een andere lidstaat te vestigen.

Voorts mogen de lidstaten vrijstellingen verlenen van de algemene verplichting om de prijs per meeteenheid aan te duiden als die aanduiding niet zinvol is of verwarring kan veroorzaken. De lidstaten hebben op verschillende wijze van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De Commissie is zich ervan bewust dat dit een probleem is. Dit komt doordat slechts weinig non-foodproducten (bv. verf en hout) met een prijs per meeteenheid kunnen worden verkocht. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een bepaling kan worden ontwikkeld die voor alle gevallen geschikt is.

Ten slotte laat de richtlijn toe dat kleine detailhandelszaken gedurende een overgangsperiode worden vrijgesteld van de algemene verplichting om de prijs per meeteenheid aan te duiden. Doordat de richtlijn geen definitie van kleine detailhandelszaken bevat, hebben de lidstaten de begunstigden van deze vrijstelling echter volgens uiteenlopende criteria omschreven. Het is niet duidelijk of dit problemen van betekenis kan veroorzaken, aangezien het meestal slechts de lokale markt betreft.

Aangezien prijsaanduidingen, al dan niet in reclame, een handelspraktijk zijn, moeten de desbetreffende bepalingen van de richtlijn worden gecoördineerd met die van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken[21].

3.2.2. Doen staken van inbreuken

De meeste instanties of organisaties waarvan de lidstaten overeenkomstig de richtlijn betreffende het doen staken van inbreuken de naam aan de Commissie hebben meegedeeld, zijn consumentenorganisaties. Tot dusver heeft geen enkele consumentenorganisatie een grensoverschrijdende verbodsactie ingesteld. De onderhavige werkzaamheden moeten helpen onderzoeken wat consumentenorganisaties eventueel belet om een verbodsactie in een andere lidstaat in te stellen.

De enige zaak tot dusver is aangespannen door het Britse Office of Fair Trading (OFT). Een Belgisch bedrijf stuurde consumenten in het Verenigd Koninkrijk ongevraagd postordercatalogi met de boodschap dat ze een prijs hadden gewonnen. De consumenten werd wijsgemaakt dat ze een artikel uit de catalogus moesten kopen om hun prijs te krijgen. De prijswinnaars waren echter vooraf geselecteerd, zodat de overgrote meerderheid van de geadresseerden weinig kans maakte om een prijs te ontvangen. Het OFT stelde dat deze prijsbrieven de consumenten misleidden en stelde een verbodsactie in voor een Belgische rechtbank. Deze oordeelde dat de reclame moest worden gestaakt.

Bij de verordening betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming is een netwerk opgericht van overheidsinstanties die de economische belangen van de consumenten behartigen, zijn de onderzoeksbevoegdheden van deze instanties gedeeltelijk geharmoniseerd en is in wederzijdse bijstand voorzien. Daardoor kan het OFT zijn Belgische tegenhanger vragen om handhavingsmaatregelen te treffen.

3.2.3. Timesharing

Consumentenproblemen met timesharing vormen een grote uitdaging. Vooral van consumenten en het EP heeft de Commissie een aantal klachten ontvangen over timesharing in Spanje en, in mindere mate, Portugal en Cyprus. De Europese bureaus voor consumentenvoorlichting beschikken over aanwijzingen dat het om een belangrijk probleem gaat.

De voornaamste problemen zijn:

- nieuwe producten die buiten de wetgeving inzake timesharing vallen (bv. vakantieclubs, overeenkomsten van minder dan drie jaar en overeenkomsten voor logies op boten);

- misleidende marketing en onvoldoende voorlichting van de consument over het product en de bedenktijd;

- agressieve verkooptechnieken;

- problemen met de terugbetaling van aanbetalingen, die bij de richtlijn verboden zijn.

Sommige van deze problemen, met name problemen met oneerlijke en agressieve verkooppraktijken, worden aangepakt door de recente richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken.

3.2.4. Afstandsverkoop

Uit de herziening van de richtlijn inzake afstandsverkoop blijkt tot dusver dat sommige definities moeten worden verduidelijkt en dat een consistentere terminologie moeten worden gebruikt, zowel in de richtlijn zelf als tussen de verschillende richtlijnen onderling. Voorbeelden daarvan zijn de vermelding van “werkdagen” en “dagen” in de richtlijn en de verschillende minimale bedenktijden in de verschillende instrumenten inzake consumentenbescherming[22].

Er zijn ook belangrijkere problemen met de definities gebleken. Zo stelde het OFT onlangs het Hof van Justitie een prejudiciële vraag over de betekenis van “vervoerdiensten”. In zijn arrest[23] paste het Hof een ruimere interpretatie toe dan bepleit door de Commissie en het OFT en oordeelde het dat de richtlijn niet van toepassing is op autoverhuurdiensten.

Ook sommige vrijstellingen van de richtlijn zorgen in de praktijk voor problemen. Zo vallen veilingen niet onder de richtlijn, maar hebben sommige lidstaten ervoor gekozen om alleen bepaalde soorten veilingen uit te sluiten. Sommige websites combineren echter veilingen met verkoop voor een vaste prijs. In het laatste geval is de richtlijn van toepassing voorzover het om B2C-transacties gaat. Dat kan verwarring scheppen bij de consument.

Ook moet worden bekeken of bepaalde definities wel aangepast zijn aan nieuwe technologieën en marketingpraktijken. Zo is schriftelijke bevestiging op een “duurzame drager” vereist. Sommige lidstaten maken zich zorgen over de interpretatie van deze term in het geval van overeenkomsten die per sms worden aangegaan. Wanneer zij deze vraagstukken onderzoekt, zal de Commissie uiteraard rekening houden met de interpretatie van soortgelijke begrippen in andere communautaire instrumenten zoals de richtlijn betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten[24].

De Commissie zal ook nagaan hoe makkelijk de richtlijn in de praktijk kan worden toegepast. Hebben bedrijven of consumenten problemen ondervonden met bepaalde onderdelen van de richtlijn? De begindatum van de bedenktijd kan bijvoorbeeld verschillen bij goederen en diensten; schept dit verwarring bij de consument en ondervinden bedrijven daar problemen mee als een contract zowel goederen als diensten betreft?

Meer in het algemeen moet bij de herziening van de richtlijn grondig worden gekeken naar de wisselwerking met andere communautaire instrumenten, zowel op het gebied van consumentenbescherming (bv. de bepalingen betreffende vooraf te verstrekken informatie van de richtlijnen inzake pakketreizen[25] en timesharing; zijn huurkoop en leasing financiële diensten in de zin van onderhavige richtlijn of de richtlijn betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten?) als op het gebied van gegevensbescherming en e-commerce.

3.3. Mogelijke uitkomsten

Indien uit de diagnosefase blijkt dat het acquis moet worden gewijzigd of aangevuld, heeft de Commissie theoretisch gezien twee keuzemogelijkheden:

a) een verticale aanpak, waarbij bestaande richtlijnen afzonderlijk worden gewijzigd (bv. wijziging van de timesharingrichtlijn) of bepaalde sectoren worden gereglementeerd (bv. een toerismerichtlijn met bepalingen uit de pakketreizen- en de timesharingrichtlijn);

b) een meer horizontale aanpak, waarbij een of meer kaderinstrumenten worden goedgekeurd om gemeenschappelijke onderdelen van het acquis te regelen. Deze kaderinstrumenten zouden gemeenschappelijke definities geven en de voornaamste rechten en verhaalmiddelen met betrekking tot consumentenovereenkomsten regelen.

Volgens de horizontale aanpak kan de Commissie bijvoorbeeld een richtlijn inzake B2C-overeenkomsten voor de verkoop van goederen opstellen om de contractuele aspecten van verkoop op samenhangende wijze te regelen. Momenteel is de regelgeving versnipperd over verschillende richtlijnen, zoals de richtlijn betreffende de verkoop van consumptiegoederen[26], de richtlijn betreffende oneerlijke bedingen[27] en de richtlijn betreffende afstandsverkoop en huis-aan-huisverkoop[28]. Door alle desbetreffende bepalingen van de bestaande richtlijnen in een nieuwe richtlijn samen te voegen, zou het regelgevingskader aanzienlijk worden gestroomlijnd, overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving. De onderdelen van de bestaande richtlijnen die verkooptechnieken (bv. beperkingen op bepaalde telecommunicatiemiddelen) en diensten betreffen, zouden van kracht blijven. Indien dit mogelijk en nodig blijkt, kunnen deze onderdelen in de toekomst door een of meer afzonderlijke kaderinstrumenten worden geregeld. De horizontale aanpak sluit in voorkomend geval geen verticale oplossingen uit.

Ongeacht welke aanpak wordt gekozen, zullen de synergieën tussen de herziening van het acquis en het EVR-initiatief worden benut.

Alle beslissingen tot wijziging van het consumentenacquis zullen aan een effectbeoordeling worden onderworpen. Overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord “Beter wetgeven”[29] zullen de resultaten daarvan aan het EP en de Raad worden meegedeeld en openbaar worden gemaakt.

4. ANDERE ONTWIKKELINGEN

4.1. Maatregel II van het actieplan

In het actieplan van 2003 heeft de Commissie erin toegestemd na te gaan of zij de ontwikkeling van in de hele EU geldende standaardbedingen en -voorwaarden (“STB’s”) door particuliere partijen kan bevorderen, met name door een website te hosten waarop marktdeelnemers informatie daarover kunnen uitwisselen.

Na rijp beraad heeft de Commissie besloten dat het om de volgende redenen niet wenselijk is een dergelijke website te hosten:

- om de STB’s in alle rechtsstelsels van de EER te kunnen opleggen, moeten ze overeenstemmen met de meest beperkende nationale wetgeving. De Commissie is van oordeel dat partijen die niet in alle EU-rechtsgebieden – en met name niet in die met de meest beperkende nationale wetgeving – werkzaam zijn, niet geneigd zullen zijn om dergelijke STB’s te gebruiken. Daardoor zouden slechts weinig marktdeelnemers profijt trekken van deze toepassing;

- STB’s worden gewoonlijk voor een bepaalde sector opgesteld. Het is onwaarschijnlijk dat contractbedingen die voor een bepaalde sector zijn opgesteld, ook voor andere economische sectoren van nut zouden zijn;

- door de steeds sneller veranderende wetgeving moeten STB’s voortdurend worden bijgewerkt. Daardoor zouden STB’s op een website van de Commissie snel achterhaald zijn;

- doordat STB’s complex zijn en voortdurend moeten worden bijgewerkt, zijn aan het up-to-date houden van STB’s aanzienlijke juridische kosten verbonden. De Commissie betwijfelt of partijen die grote bedragen investeren in de ontwikkeling en bijwerking van STB’s, bereid zullen zijn om het eindresultaat gratis met hun concurrenten te delen;

- zoals de Commissie reeds heeft vermeld in het actieplan en in de mededeling van 2004, zullen de STB’s op de website worden gezet onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de partijen die ze bekendmaken, en wijst de Commissie elke aansprakelijkheid af voor de juridische of commerciële geldigheid van de STB’s. Indien echter niet wordt gecontroleerd of de STB’s die op de website worden gezet, in alle EU-rechtsgebieden geldig en toepasbaar zijn en verenigbaar zijn met de communautaire wetgeving, zou dat het nut van een dergelijke uitwisseling aanzienlijk beperken;

Rekening houdend met het voorgaande en met de hoge geraamde kosten van het hosten van een website met de nodige functies, en nog afgezien van de vertaalkosten, heeft de Commissie besloten geen website voor de uitwisseling van STB’s op te zetten.

4.2. Opportuniteit van een optioneel instrument in het EVR (“26 e regeling”)

Wat financiële diensten betreft, heeft de Commissie in haar groenboek over het beleid op het gebied van financiële diensten (2005-2010)[30] nota genomen van “26e regelingen”, waarbij de 25 nationale regelingen ongemoeid worden gelaten. De Commissie gaat in op de oproep om dergelijke 26e regelingen nader te onderzoeken door een haalbaarheidsstudie te laten uitvoeren over bv. eenvoudige levensverzekerings- en spaarproducten. De Commissie stelt ook voor om voor bepaalde retailproducten forumgroepen op te richten. Deze zullen bestaan uit deskundigen die de belangen van de sector en de consumenten behartigen en moeten eventuele belemmeringen opsporen en oplossingen zoeken. Deze werkzaamheden zullen door uitgebreid onderzoek worden onderbouwd. In haar groenboek over hypothecair krediet in de EU[31] verwelkomt de Commissie de ideeën over de voordelen van de standaardisering van woningkredietovereenkomsten, bv. door een 26e regeling. Deze zou kunnen worden ingevoerd door een rechtsinstrument dat naast de vigerende nationale regels bestaat, zonder deze evenwel te vervangen. De 26e regeling zou dan een optie zijn waarvoor de partijen bij een overeenkomst kunnen kiezen.

Annex: CFR-net members; overview

Country | Business | Legal professions | Consumers’ org. | Total |

|Industry |Trade |Services |Financial Services |General |Lawyers |Judges |Notaries |Arbitrators |Public registrars | | | |Austria | | | | |2 |1 | | | | | |3 | |Belgium | | | | | |2 | | | | |1 |3 | |Cyprus | | | | | | | | | | | | | |Czech Republic |1 | | | | |1 | | | | | |2 | |Denmark | | | | | |1 | | | | | |1 | |Estonia | | | | | | | | | | | | | |Finland | | | | |1 |1 | | | | | |2 | |France | |1 | |3 |1 |2 | | | | |1 |8 | |Germany |11 | |1 |6 | |5 |10 |2 | | | |35 | |Greece | | | | | | | | | | | | | |Hungary | | | | | | | | | | | | | |Ireland | | | | | |1 | | | | | |1 | |Italy | |1 | |1 | |4 |2 |1 | | |1 |10 | |Latvia | | | | | |1 | | | | | |1 | |Lithuania | | | | | | | | | | |1 |1 | |Luxemburg | | | |1 |1 | | | | | |1 |3 | |Malta | | | | | |1 | | |1 | | |2 | |Netherlands |2 | | | | |1 |1 | | | | |4 | |Poland |1 | | | | |1 | | | | | |2 | |Portugal | | | | | |1 | | | | |2 |3 | |Slovakia | | | | | | | | | | | | | |Slovenia | | | | |1 | | | |1 | | |2 | |Spain | | | | | |4 | | | |2 |1 |7 | |Sweden |2 | | | | |2 | | | | | |4 | |UK |2 |1 |2 |4 | |12 |2 | |1 | |1 |25 | |EU org. |8[32] |5[33] |1 |14 |2 |4[34] | |13[35] | | |4 |51 | |Non-EU |4 | | | | | | | | | | |4 | |

[1] COM(2004) 651 def., PB C 14 van 20.1.2005, blz. 6.

[2] PB C 246 van 14.10.2003, blz. 1.

[3] P5_TA(2003)0355.

[4] Doc. 14292/04 van de Raad van 5.11.2004.

[5] Bijlage bij Doc. 14292/04 van de Raad.

[6] COM(2005) 184 def.

[7] Doc. 9778/2/05 REV 2 van de Raad van 10.6.2005.

[8] P6_TA-PROV(2005)0053.

[9] Voor nadere informatie, zie ftp://ftp.cordis.lu/pub/citizens/docs/kickoff_p7_p8_2004.pdf

[10] PB S 148 van 31.7.2004.

[11] Zie bijlage.

[12] http://europa.eu.int/comm/consumers/cons_int/safe_shop/fair_bus_pract/cont_law/common_frame_ref_en.htm

[13] Zie voetnoot 12.

[14] Zie voetnoot 12.

[15] Zie voetnoot 12.

[16] Richtlijn 98/6/EG van 16.2.1998, PB L 80 van 18.3.1998, blz. 27.

[17] Richtlijn 98/27/EG van 19.5.1998, PB L 166 van 11.6.1998, blz. 51.

[18] Richtlijn 94/47/EG van 26.10.1994, PB L 280 van 29.10.1994, blz. 83.

[19] Richtlijn 97/7/EG van 20.5.1997, PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19.

[20] Verordening (EG) nr. 2004/2006 van 27.10.2004, PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1.

[21] Richtlijn 2005/29/EG van 11.5.2005, PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

[22] Op de problemen met de verschillende bedenktijden is reeds gewezen toen de richtlijn werd goedgekeurd; zie de verklaring van de Raad en het EP, PB L 144 van 4.6.1997, blz. 28.

[23] C-336/03 Easycar (UK) Ltd v. Office of Fair Trading.

[24] Richtlijn 2002/65/EG van 23.9.2002, PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16.

[25] Richtlijn 90/314/EEG van 13.6.1990, PB L 158 van 23.6.1990, blz. 59.

[26] Richtlijn 1999/44/EG van 25.5.1999, PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12.

[27] Richtlijn 93/13/EG van 5.4.1993, PB L 95 van 21.4.1993, blz. 28.

[28] Richtlijn 85/577/EG van 20.12.1985, PB L 372 van 31.12.1985, blz. 31.

[29] PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

[30] COM(2005) 177 def.

[31] COM(2005) 327 def.

[32] 1 Belgium, 1 Spain, 1 Germany,1 Norway, 2 Italy (UNICE).

[33] 1 Spain, 1 France (FEDSA).

[34] 1 France, 1 Italy, 1 Slovenia, 1 UK (CCBE).

[35] 1 Austria, 1 Belgium, 4 France, 1 Hungary, 3 Germany, 1 Netherlands, 1 Italy, 1 Spain (CNUE).


Beheerd door het Publicatiebureau