VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen /* COM/2012/0385 final */
INHOUDSOPGAVE VERSLAG VAN DE
COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN
SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S over de tenuitvoerlegging van
Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing
van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg
bestemde voertuigen 3 1................ Algemene
informatie............................................................................................................................................... 3 1.1............. Inleiding.................................................................................................................................................................... 3 1.2............. Richtlijn
2003/59/EG – basisaspecten................................................................................................................... 3 1.3............. Omzetting
van Richtlijn 2003/59/EG...................................................................................................................... 3 2................ Tenuitvoerlegging
van Richtlijn 2003/59/EG....................................................................................................... 4 2.1............. Werkingssfeer
van de richtlijn – artikel 1............................................................................................................ 4 2.2............. Vrijstellingen
– artikel 2.......................................................................................................................................... 4 2.3............. Kwalificatie
en opleiding – artikel 3...................................................................................................................... 5 2.3.1.......... Verplichte
basiskwalificatie.................................................................................................................................... 5 2.3.1.1....... Optie
met lessen en een afsluitend examen......................................................................................................... 5 2.3.1.2....... Optie
met examens................................................................................................................................................... 6 2.3.1.3....... Versnelde
basiskwalificatie.................................................................................................................................... 7 2.3.2.......... Verplichte
nascholing............................................................................................................................................. 7 2.3.3.......... Organisatie
van de opleiding................................................................................................................................. 7 2.3.4.......... Goedkeuring
van de opleidingscentra................................................................................................................. 8 2.4............. Verworven
rechten – artikel 4................................................................................................................................ 8 2.5............. Basiskwalificatie
– artikel 5.................................................................................................................................... 9 2.6............. Getuigschrift
van vakbekwaamheid dat als bewijs dient voor het behalen van de
basiskwalificatie – artikel 6 10 2.7............. Nascholing
– artikel 7........................................................................................................................................... 11 2.8............. Getuigschrift
van nascholing — artikel 8.......................................................................................................... 11 2.9............. Plaats
van de opleiding – artikel 9...................................................................................................................... 12 2.10........... Communautaire
code – artikel 10........................................................................................................................ 12 2.11........... Minimumeisen
voor de beroepskwalificatie en -opleiding – bijlage I........................................................... 13 3................ Conclusies
en aanbevelingen.............................................................................................................................. 14 3.1............. Algemene
evaluatie van de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2003/59/EG..................................................... 14 3.2............. Belangrijkste
verbeterpunten en aanbevelingen.............................................................................................. 14 Bijlage......................................................................................................................................................................................... 16 VERSLAG VAN DE
COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN
SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de
vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor
goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen 1. Algemene informatie 1.1. Inleiding Op grond van artikel 13 van Richtlijn
2003/59/EG[1]
dient de Commissie ten behoeve van het Europees Parlement, de Raad, het
Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een verslag
op te stellen met een eerste evaluatie van de tenuitvoerlegging van de
richtlijn, met name wat betreft de gelijkwaardigheid van de verschillende
basiskwalificatiestelsels van artikel 3 en de doeltreffendheid van die
stelsels. Dit verslag is gebaseerd op de antwoorden die
de lidstaten en Noorwegen hebben geformuleerd op een in februari 2011 aan de
nationale autoriteiten bezorgde vragenlijst. De meeste lidstaten hebben de gestelde vragen
volledig beantwoord. Een aantal onder hen beschikten echter niet over alle
nodige gegevens om alle informatie te kunnen verstrekken. 1.2. Richtlijn
2003/59/EG – basisaspecten Het doel van Richtlijn 2003/59/EG betreffende
de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van
vrachtwagens of bussen is een gemeenschappelijk opleidingsniveau van deze
bestuurders te waarborgen om de verkeersveiligheid in Europa te verbeteren. In de richtlijn zijn de verplichte
basiskwalificatie en nascholing vastgesteld voor professionele bestuurders die
onderdaan van een lidstaat zijn of die voor een in een EU-lidstaat gevestigde
onderneming werken. Op die manier moet worden gewaarborgd dat zij over de
nodige bekwaamheden beschikken om een voertuig te besturen. Een getuigschrift
van vakbekwaamheid bevestigt dat de bestuurder over de vereiste
basiskwalificatie beschikt en nascholing heeft gevolgd. De opleiding wordt georganiseerd door opleidingscentra
die door de lidstaten zijn erkend. 1.3. Omzetting
van Richtlijn 2003/59/EG In artikel 14 is bepaald dat de Richtlijn
uiterlijk op 10 september 2006 in nationale wetgeving moest worden opgezet. Wat de basiskwalificatie voor bestuurders met
een rijbewijs van de categorieën D1, D1+E, D of D+E (bussen) betreft, moest de
richtlijn worden toegepast vanaf 10 september 2008 en voor bestuurders met een
rijbewijs C1, C1+E, C of C+E (vrachtwagens) vanaf 10 september 2009. Alle lidstaten hebben de richtlijn omgezet en
ten uitvoer gelegd. 2. Tenuitvoerlegging van
Richtlijn 2003/59/EG 2.1. Werkingssfeer
van de richtlijn – artikel 1 De richtlijn is van toepassing op het besturen
van voertuigen door onderdanen van een lidstaat of onderdanen van een derde
land die voor een in een lidstaat gevestigde onderneming werken en gebruikmaken
van voertuigen waarvoor een rijbewijs van categorie C of D is vereist. Naar schatting vallen de bestuurders van
ongeveer zes miljoen voertuigen in Europa[2]
onder de richtlijn. De gegevens over het aantal bestuurders uit
derde landen zijn onvolledig en ontoereikend. Voor zover er cijfers beschikbaar
zijn, gaat het in de meeste gevallen slechts over een klein aandeel van het
totale aantal bestuurders[3]. In de meeste lidstaten ligt het aantal
getuigschriften van vakbekwaamheid waarmee de basiskwalificatie van bestuurders
met een rijbewijs C wordt bevestigd hoger dan het aantal getuigschriften voor
bestuurders met een rijbewijs D. 2.2. Vrijstellingen
– artikel 2 Een aantal categorieën bestuurders valt niet
onder de richtlijn[4]. De meerderheid van de lidstaten past de in
artikel 2 bedoelde vrijstellingen volledig toe. Roemenië past de in artikel 2, onder
e), f) en g), bedoelde vrijstellingen echter niet toe. Noorwegen past alle
vrijstellingen toe behalve die in artikel 2, onder f): "voertuigen die
worden gebruikt voor niet-commercieel vervoer van personen of goederen voor
privédoeleinden". Volgens artikel 2, onder g), is de richtlijn
niet van toepassing op voertuigen die materieel of uitrusting vervoeren die de
bestuurder voor zijn werk nodig heeft, mits het rijden met het voertuig niet de
voornaamste activiteit van de bestuurder is. De toepassing van deze
vrijstelling heeft voor bepaalde categorieën bestuurders[5] (bv. kraanbestuurders, technici
die voertuigen voor het vervoer van defecte landbouwmachines besturen enz.) tot
verschillende interpretaties geleid: de betrokken bestuurders vragen om te
worden vrijgesteld, maar de overheidsadministratie blijft de richtlijn nog
steeds op hen toepassen. Het zou nuttig zijn een en ander te verduidelijken. 2.3. Kwalificatie
en opleiding – artikel 3 Op grond van artikel 3 moet voor het besturen
van een voertuig zowel een basiskwalificatie worden behaald als nascholing
worden gevolgd. In deel 1 van bijlage I zijn de onderwerpen
opgesomd die tijdens de opleiding aan bod moeten komen. De onderwerpen zijn ingedeeld in drie hoofdthema's:
"Nascholing in rationeel rijden op basis van de
veiligheidsvoorschriften", "Toepassing van de voorschriften" en
"Gezondheid, verkeers- en milieuveiligheid, dienstverlening,
logistiek". Voor elk van deze thema's zijn voor de
verschillende categorieën rijbewijzen doelstellingen geformuleerd. 2.3.1. Verplichte
basiskwalificatie De lidstaten dienen te voorzien in een stelsel
van basiskwalificatie, hetzij in de vorm van lessen met een afsluitend examen,
hetzij als een theorie- en praktijkexamen. 2.3.1.1. Optie
met lessen en een afsluitend examen In de eerste optie moet voor de
basiskwalificatie een cursus worden gegeven die alle in deel 1 van bijlage I
genoemde onderwerpen bestrijkt. Elke aspirant-bestuurder moet bovendien
minstens 20 uur zelf rijden met een voertuig dat voldoet aan de eisen voor
examenvoertuigen als gedefinieerd in Richtlijn 91/439/EEG[6]. Er wordt 280 uur opleiding
gegeven. Deze opleiding mag niet worden gecombineerd met andere types
opleidingen (bv. voor het vervoer van gevaarlijke goederen). Aan het eind van de opleiding nemen de
bevoegde autoriteiten een mondeling of schriftelijk examen af van de
bestuurder. De test moet over elke van de in deel 1 van bijlage I genoemde
doelstellingen minstens één vraag bevatten. 2.3.1.2. Optie
met examens De tweede optie biedt de bevoegde autoriteiten
de mogelijkheid theorie- en praktijkexamens te organiseren om na te gaan of de
aspirant-bestuurder over voldoende kennis beschikt over de onderwerpen en
doelstellingen die in deel 1 van bijlage I zijn opgesomd. Zoals vermeld in punt 2.2 van bijlage I,
bestaat het theorie-examen uit minstens twee delen: meerkeuzevragen, vragen
waarop één antwoord moet worden gegeven, of een combinatie van de twee
systemen, en casestudy's. Het theorie-examen duurt minstens 4 uur. Het praktijkexamen bestaat uit twee delen: een
rijtest van ten minste 90 minuten ter beoordeling van het aangeleerde rationeel
rijgedrag op basis van de veiligheidsvoorschriften en een praktische test die
minstens betrekking heeft op het laden van het voertuig (rijbewijzen C en D),
het comfort en de veiligheid van de passagiers waarborgen (D), het voorkomen
van criminaliteit (C, D), het voorkomen van fysieke risico's (C, D) en het
beoordelen van noodsituaties (C, D). Deze test duurt minstens 30 minuten. Vijftien lidstaten en Noorwegen kozen voor de
combinatie van een opleiding en een examen, 11 lidstaten nemen een theorie- en
praktijkexamen af. Duitsland heeft beide opties in de nationale wetgeving
opgenomen en laat de keuze aan de bestuurder (tabel 1). Tabel 1 –
Het stelsel van basiskwalificatie in de lidstaten en Noorwegen Uitsluitend examen || België, Cyprus, Griekenland, Ierland, Letland, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Verenigd Koninkrijk Opleiding en examen || Bulgarije, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Litouwen, Luxemburg, Noorwegen, Polen, Slowakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Zweden Beide || Duitsland De lidstaten werken samen met verschillende
organisaties die de gegevens betreffende de basiskwalificatie en nascholing
bijhouden: nationale en regionale overheden[7],
administraties[8],
agentschappen[9],
directoraten[10],
ministeries van vervoer en verkeersveiligheid[11],
overheidsbedrijven[12]
en speciaal daartoe opgerichte centra[13]. 2.3.1.3. Versnelde
basiskwalificatie De basiskwalificatie kan worden versneld door
140 uren opleiding te volgen en een examen af te leggen om een getuigschrift
van vakbekwaamheid te behalen. Elke aspirant-bestuurder moet minstens tien
uur zelf rijden. Aan het eind van de opleiding nemen de
bevoegde autoriteiten een mondelinge of schriftelijke test af van de
bestuurder. De test moet minstens één vraag bevatten over elke van de in deel 1
van bijlage I genoemde doelstellingen. De versnelde basiskwalificatie, die
facultatief blijft, wordt aangeboden door 19 lidstaten en Noorwegen (zie tabel
2). Tabel 2 – Versnelde basiskwalificatie
in de lidstaten en Noorwegen Landen die een versnelde basiskwalificatie aanbieden || België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Litouwen, Luxemburg, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Noorwegen en Zweden. Lidstaten die geen versnelde basiskwalificatie aanbieden || Cyprus, Griekenland, Ierland, Letland, Malta, Nederland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk. Op grond van de richtlijn hebben de lidstaten
de mogelijkheid om bestuurders, die nog geen getuigschrift van vakbekwaamheid
hebben behaald, op hun grondgebied een voertuig te laten besturen. 2.3.2. Verplichte
nascholing De lidstaten dienen nascholing te organiseren
met de verplichting de lessen bij te wonen. Na de bijscholing reiken zij een
getuigschrift van vakbekwaamheid uit. 2.3.3. Organisatie
van de opleiding De opleiding wordt meestal aangeboden door
rijscholen, maar in sommige gevallen ook door non-profitorganisaties, scholen
en colleges voor beroepsopleiding, hogescholen[14]
of het secundair onderwijs[15]. In sommige lidstaten[16] wordt de opleiding
gedeeltelijk door de overheid betaald. 2.3.4. Goedkeuring
van de opleidingscentra In deel 5 van bijlage I is bepaald dat de
opleidingscentra die met de basiskwalificatie en de nascholing zijn belast, door
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten worden goedgekeurd. Die
goedkeuring mag uitsluitend op schriftelijke aanvraag worden verleend. De
goedkeuringsaanvraag moet vergezeld gaan van documenten over het
opleidingsprogramma en de lesmethode, de kwalificaties van de instructeurs, de cursusruimten,
het gebruikte wagenpark en het aantal deelnemers. De bevoegde instantie geeft schriftelijk haar
goedkeuring, mits de opleiding wordt gegeven conform de bij de aanvraag
gevoegde documenten. Zij mag bevoegde personen de opleidingen laten
bijwonen. 2.4. Verworven
rechten – artikel 4 Bestuurders die in het bezit zijn van een
rijbewijs van categorie D dat vóór september 2008 is afgegeven en bestuurders
die in het bezit zijn van een rijbewijs van categorie C dat vóór september 2009
is afgegeven, worden krachtens de richtlijn vrijgesteld van de verplichting een
basiskwalificatie te behalen. Er werden geen grote problemen gemeld met de
erkenning van de verworven rechten van binnen- en buitenlandse bestuurders door
de handhavingsautoriteiten. De nationale administraties hebben de nodige
informatie verstrekt met het oog op de handhaving, bv. door kennisgeving van de
richtlijn en van de regelgeving tot omzetting van de richtlijn, het organiseren
van ad hoc-opleidingen en vergaderingen met de politie, het versturen van
brieven en administratieve besluiten en de publicatie van richtsnoeren op het
internet. Sommige lidstaten hebben over de regelgeving een openbare raadpleging
georganiseerd en onder meer het advies ingewonnen van de politie[17]. Bovendien is de
handhavingsinstantie in Roemenië en Noorwegen ook de instantie die de
getuigschriften van vakbekwaamheid verleent. De handhavingsinstanties beschikken over
talrijke middelen om de verworven rechten van binnen- en buitenlandse
bestuurders te controleren, met name door de controle van de echtheid en de
afgiftedatum van het rijbewijs. Zij kunnen eveneens contact opnemen met de
instantie van afgifte of, indien beschikbaar, de databank met informatie over
de basiskwalificatie en nascholing raadplegen. Volgens de lidstaten vormt dit aspect van de
richtlijn geen noemenswaardig probleem. Er ontstaat echter wel een probleem
wanneer het rijbewijs wordt vernieuwd en geen informatie meer bevat over de
datum waarop de bestuurder voor het eerst een rijbewijs heeft behaald. Er
bestaat ook onduidelijkheid over de manier waarop de regels moeten worden
gehandhaafd, omdat de verschillende lidstaten en Noorwegen zich in
verschillende tenuitvoerleggingsfasen bevinden. Dit probleem heeft slechts
betrekking op een beperkt aantal bestuurder en kan gemakkelijk worden opgelost
door informatie tussen de nationale autoriteiten uit te wisselen. 2.5. Basiskwalificatie
– artikel 5 In de richtlijn wordt de minimumleeftijd
vastgesteld voor het besturen van voertuigen voor het vervoer van goederen of
personen op basis van verschillende criteria zoals de categorie van het
rijbewijs, de duur van de opleiding om een basiskwalificatie te behalen en de
afgelegde afstand. Tabel 3 – Samenvatting van de vereisten
inzake de basiskwalificatie voor nieuwe bestuurders (art. 5) Voertuig || Vereist rijbewijs || Vereist getuigschrift van vakbekwaamheid || Leeftijd Goederenvervoer || C – C+E || Normaal || 18 C1 – C1+E || Versneld || 18 C – C+E || Versneld || 21 Personenvervoer || D – D+E Op geregelde diensten en trajecten ≤ 50 km || Normaal || 18 In eigen land Versneld || 21 D – D+E || Normaal || 21 20 in eigen land. De leeftijd kan tot 18 worden verlaagd indien er geen personen worden vervoerd. Versneld || 23 || D1 – D1+E || Normaal || 18 In eigen land || || Versneld || 21 Om een basiskwalificatie te behalen, is het
niet noodzakelijk vooraf het overeenkomstige rijbewijs te behalen. Derhalve bieden 13 lidstaten en Noorwegen[18] de mogelijkheid de
basiskwalificatie te behalen in combinatie met de opleiding voor het behalen
van een rijbewijs (zie tabel 4). Tabel 4 –
Combinatie van de opleiding voor het behalen van een rijbewijs C of D en de
basiskwalificatie in de lidstaten en Noorwegen Lidstaten waar de opleiding voor een rijbewijs C of D wordt gecombineerd met de basiskwalificatie || België, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Ierland, Letland, Litouwen, Malta, Nederland (gedeeltelijk), Noorwegen, Oostenrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Lidstaten waar de opleiding voor een rijbewijs C of D niet wordt gecombineerd met de basiskwalificatie || Bulgarije, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Luxemburg, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje en Tsjechië Een aantal lidstaten dat de rijbewijsopleiding
en de basiskwalificatie combineert, heeft ervoor geopteerd de opleiding voor
het behalen van een rijbewijs C en D te combineren met zowel de
basiskwalificatie als de versnelde basiskwalificatie, terwijl andere eisen dat
een aspirant-bestuurder een bepaald deel van het programma voor het behalen van
een rijbewijs heeft doorlopen voor hij mag starten met de basiskwalificatie. De meeste lidstaten staan niet toe dat een
getuigschrift van vakbekwaamheid wordt verleend vooraleer een bestuurder het
overeenkomstige rijbewijs heeft behaald. België aanvaardt dit echter als de
opleiding wordt gecombineerd, in Oostenrijk hoeft alleen het theorie-examen
vooraf te worden afgelegd en in Litouwen hoeft een bestuurder enkel een rijbewijs
B te bezitten. Hoewel bestuurders in Noorwegen doorgaans over een rijbewijs dienen
te beschikken voor zij een getuigschrift van vakbekwaamheid kunnen behalen, geldt
deze verplichting niet voor leerlingen die beroepsonderwijs volgen of stage
lopen. 2.6. Getuigschrift
van vakbekwaamheid dat als bewijs dient voor het behalen van de
basiskwalificatie – artikel 6 De lidstaten verlenen een getuigschrift van
vakbekwaamheid aan bestuurders die de opleiding hebben gevolgd en geslaagd zijn
voor het examen of die geslaagd zijn voor het theorie- en praktijkexamen,
naargelang de gekozen optie. Indien een lidstaat opteert voor een opleiding
en een examen, of voor de versnelde basiskwalificatie, bestrijkt die opleiding
de in deel 1 van bijlage I van de richtlijn genoemde onderwerpen. Na de
opleiding volgt er een mondelinge of schriftelijke test. Indien een lidstaat ervoor opteert alleen examens
te organiseren, dient de bestuurder te slagen voor de theorie- en
praktijkexamens als beschreven in punt 2.2 van bijlage I. De lidstaten hebben geen problemen gemeld bij
de toepassing van dit artikel. 2.7. Nascholing
– artikel 7 Nascholing moet bestuurders in de gelegenheid
stellen de voor hun werk essentiële kennis te actualiseren. Doel is een aantal
van de in deel 1 van bijlage I genoemde onderwerpen opnieuw te bestuderen en
uit te diepen. Per periode van vijf jaar wordt er minstens 35
uur nascholing gegeven in sessies van minstens zeven uur, als bedoeld in deel 4
van bijlage I. De meeste lidstaten bieden bestuurders de
mogelijkheid afzonderlijke sessies van zeven uur bij te wonen. Zij hebben
echter specifieke eisen vastgesteld met betrekking tot de periode waarin de 35 uur
nascholing moet zijn afgerond. In bepaalde lidstaten bedraagt die periode 12,
6 of 3 maanden of zelfs één week[19].
In andere lidstaten is ook bepaald over hoeveel sessies van 7 uur de nascholing
wordt verdeeld: bv. twee cursusdagen van 7 uur, twee afzonderlijke modules met
3 opleidingsdagen van 7 uur en 2 opleidingsdagen van 7 uur, 5 opeenvolgende
dagen of respectievelijk twee sessies van 3 dagen en 2 dagen[20] enz. 2.8. Getuigschrift
van nascholing — artikel 8 De lidstaten verlenen aan het einde van de
nascholing een getuigschrift aan de bestuurders. Nieuwe bestuurders dienen de nascholing te
volgen binnen vijf jaar na het behalen van een getuigschrift van
vakbekwaamheid. Bestuurders die over verworven rechten beschikken, moeten de
nascholing volgen binnen de door hun lidstaat vastgestelde termijn. Bestuurders die in het bezit zijn van een
rijbewijs van categorie D dat vóór september 2008 is afgegeven en bestuurders
die in het bezit zijn van een rijbewijs van categorie C dat voor september 2009
is afgegeven, worden krachtens de richtlijn vrijgesteld van de verplichting een
basiskwalificatie te behalen. Voor bestuurders die over deze verworven rechten
beschikken, hebben de lidstaten nationale termijnen vastgesteld waarbinnen
respectievelijk voor 2015 (rijbewijs D) en 2016 (rijbewijs C) de eerste
nascholingscursus moet worden gevolgd. Er zijn afspraken gemaakt over de wederzijdse
erkenning van de door de lidstaten vastgestelde overgangsperiodes[21]. Derhalve kunnen bestuurders
tot 2015 (voertuigen van categorie D) en 2016 (voertuigen van categorie C) in
geen enkele lidstaat worden beboet omdat ze de nascholing nog niet hebben
voltooid. Om de termijn te bepalen waarbinnen
bestuurders die over verworven rechten beschikken de nascholing dienen te
volgen hebben de lidstaten verschillende criteria gehanteerd: de datum waarop
het rijbewijs is uitgereikt, de verjaardag van de bestuurder, de vervaldatum
van het rijbewijs, de leeftijd van de bestuurder of het nummer van het
rijbewijs. De verschillende termijnen zijn opgenomen in
de bijlage. 2.9. Plaats
van de opleiding – artikel 9 Bestuurders die onderdaan van een EU-lidstaat
zijn, dienen de basiskwalificatie te behalen in de lidstaat waar zij hun gewone
verblijfplaats hebben, terwijl bestuurders uit derde landen de
basiskwalificatie dienen te behalen in de lidstaat waar hun werkgever is
gevestigd of in de lidstaat waar zij hun werkvergunning hebben gekregen. Bestuurders volgen de nascholing in de
lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats hebben of waar zij werken. Voor de erkenning van opleidingen uit het
verleden van bestuurders die naar een ander land verhuizen of in een ander land
gaan werken, vragen de meeste lidstaten een getuigschrift of bewijs van de
gevolgde opleiding[22]. De lidstaten hebben geen problemen gemeld met
de toepassing van dit artikel. In enkele gevallen worden gedeeltelijk in een
andere lidstaat gevolgde opleidingen niet erkend en wordt alleen in de eigen
lidstaat voltooide opleiding aanvaard. 2.10. Communautaire
code – artikel 10 De bevoegde autoriteiten gebruiken code 95,
die bevestigt dat de bestuurder de vereiste opleiding heeft gevolgd, hetzij op
het rijbewijs, hetzij op een afzonderlijke "kwalificatiekaart bestuurder". Dertien lidstaten hebben ervoor geopteerd de
code op de kwalificatiekaart te vermelden, terwijl twaalf andere ze op het
rijbewijs aanbrengen. In Finland zijn beide mogelijk en in Luxemburg wordt de
code op het rijbewijs aangebracht en voor buitenlandse bestuurders op de
kwalificatiekaart. Noorwegen neemt de code 95 op in het
getuigschrift van vakbekwaamheid. In de toekomst zal deze ook in het rijbewijs
worden opgenomen (tabel 5). Tabel 5 –
Code 95 Lidstaten die de code 95 op het rijbewijs aanbrengen || België, Duitsland, Griekenland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen en Slovenië. Lidstaten die de code 95 op de kwalificatiekaart bestuurder aanbrengen || Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Estland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Portugal, Roemenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Finland || Beide opties zijn mogelijk. Luxemburg || De code wordt op het rijbewijs aangebracht. Bij niet-ingezetenen wordt ze op de kwalificatiekaart aangebracht. Noorwegen || Code 95 wordt opgenomen in het getuigschrift van vakbekwaamheid. In de toekomst zal de code in het rijbewijs worden opgenomen. 2.11. Minimumeisen
voor de beroepskwalificatie en -opleiding – bijlage I Zoals reeds vermeld (deel 3.3) zijn in deel 1
van bijlage I de onderwerpen opgesomd die de lidstaten in de basiskwalificatie
en nascholing voor bestuurders moeten opnemen. In deel 2 betreffende de verplichte
basiskwalificatie, als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a), is bepaald dat
elke aspirant-bestuurder ten minste 20 uur zelf een voertuig dient te besturen
onder begeleiding van een instructeur. Vrachtwagenbestuurders die ook een
kwalificatie wensen te behalen voor het vervoer van personen, of omgekeerd, en
reeds een getuigschrift van vakbekwaamheid bezitten, dienen slechts 5 uur te
rijden en hoeven slechts de delen te herhalen die specifiek betrekking hebben
op de nieuwe kwalificatie. Voor de versnelde basiskwalificatie dienen
bestuurders respectievelijk 10 en 2,5 uur te rijden. In deel 2 (punt
2.1) van bijlage I is bepaald dat elke bestuurder ten hoogste acht van de
vereiste 20 uur op een speciaal terrein of in een hoogwaardige simulator mag
rijden. In het kader van de versnelde basiskwalificatie mag elke
aspirant-bestuurder maximaal 4 van de vereiste 10 uur op een speciaal terrein
of in een hoogwaardige simulator rijden. In de meeste
lidstaten worden aspirant-bestuurders niet verplicht op een speciaal terrein of
in een simulator te rijden. Een aantal onder hen bieden wel die mogelijkheid. De lidstaten hebben
kortom geen grote problemen ervaren bij de toepassing van bijlage I. Oostenrijk
en Slovenië hebben enkele problemen aangekaart betreffende de behoefte aan
praktische opleiding of de toereikendheid van de theorielessen. Bovendien moet
worden vermeld dat België van oordeel is dat bijlage I meer is gericht op
bestuurders in het internationaal vervoer dan op bestuurders die korte
afstanden afleggen. 3. Conclusies en
aanbevelingen 3.1. Algemene
evaluatie van de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2003/59/EG Door de vaststelling van Richtlijn 2003/59/EG
heeft de wetgever bijgedragen tot het waarborgen van een gemeenschappelijk
opleidingsniveau voor professionele bestuurders in de Europese Unie om de verkeersveiligheid
te bevorderen. Uit de evaluatie blijkt dat Richtlijn
2003/59/EG niet in alle lidstaten op dezelfde manier ten uitvoer wordt gelegd. Ten eerste biedt de richtlijn de lidstaten de
mogelijkheid de basiskwalificatie te laten behalen door een opleiding te volgen
en een examen af te leggen of door alleen examens af te leggen. De structuur
van de nascholing kan eveneens verschillen, aangezien deze in sommige lidstaten
als één cursus moet worden gevolgd, terwijl andere lidstaten toestaan dat de 35
uur over meerdere jaren worden gespreid. Ten tweede zijn de opleidingsprogramma's en
leermethodes niet gestandaardiseerd: de inhoud van de cursus en de manier
waarop de opleiding wordt aangeboden, kan verschillen, sommige lidstaten staan bijvoorbeeld
naast de klassieke lesmethode ook een computercursus toe. Voorts hanteren de lidstaten verschillende
eisen ten aanzien van de instructeurs en de plaatsen waar de opleidingen worden
gegeven. Ten slotte is het aantal bestuurders per klas,
het wagenpark en de beschikbaarheid van hoogwaardige simulatoren afhankelijk
van de testcentra. Niettemin worden de gelijkwaardigheid van de
kwalificatiesystemen en de doeltreffendheid waarmee de vereiste kwalificatie
wordt gewaarborgd, verzekerd dor de nationale opleidingssystemen, die moeten
beantwoorden aan de eisen van bijlage I inzake de minimaal te behandelen
onderwerpen en de structuur van de examens. Ook de monitoring van de
opleidingscentra door de nationale autoriteiten draagt er in sterke mate toe
bij dat de opleiding is afgestemd op de doelstellingen van de richtlijn. 3.2. Belangrijkste
verbeterpunten en aanbevelingen Uit de ervaringen met de toepassing van de
richtlijn is gebleken dat er enkele specifieke aspecten moeten worden
verbeterd. Wat de in artikel 2 van de richtlijn genoemde
vrijstellingen betreft, kan het feit dat de lidstaten verschillende
vrijstellingen toepassen tot problemen leiden voor grensoverschrijdend verkeer
binnen de Unie. Hoewel de Commissie tot dusver geen weet heeft
van dergelijke gevallen, is het in het algemeen wenselijk dat professionele
bestuurders en ondernemingen op de hoogte zijn van de verschillen tussen de
lidstaten bij de toepassing van artikel 2 van de richtlijn. Derhalve zal de Commissie op middellange
termijn misschien richtsnoeren moeten publiceren om de reikwijdte van de in
artikel 2 bedoelde vrijstellingen te verduidelijken. Wat betreft de verschillende termijnen
waarbinnen de nascholing moet worden gevolgd, moet de uitwisseling van de
nationale planningen een oplossing bieden voor de problemen die de nationale
handhavingsinstanties kunnen ondervinden bij de controle van buitenlandse
bestuurders. Die informatie kan worden uitgewisseld via het op grond van
artikel 12 opgerichte comité. Aangezien dit aspect niet in de richtlijn aan
bod komt, is het essentieel om de nauwe samenwerking tussen de lidstaten te
handhaven, met name binnen het Comité inzake de beroepsopleiding van
bestuurders. In het licht hiervan heeft de Commissie een
lijst opgesteld van de bestaande nationale aanspreekpunten om de samenwerking
tussen de lidstaten te vergemakkelijken. Ten slotte is het nuttig in de toekomst nauw
overleg te plegen met de sociale partners en hen regelmatig te raadplegen. Bijlage Termijnen van de
lidstaten voor de organisatie van nascholing voor bestuurders met verworven
rechten (deadline voor het bijwonen van de eerste cursus) Oostenrijk || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 België || Cat. D: 10.9.2015 Cat. C: 10.9.2016 Bulgarije || Rijbewijs D afgegeven: voor 31.12.1970: 31.12.2009 vanaf 1.1.1971 tot en met 31.12.1980: 31.12.2010 vanaf 1.1.1981 tot en met 31.12.1990: 31.12.2011 vanaf 1.1.1991 tot en met 31.12.2000: 31.12.2012 vanaf 1.1.2001 tot en met 10.9.2008: 10.9.2013 Rijbewijs C afgegeven: voor 31.12.1970: 31.12.2010 vanaf 1.1.1971 tot en met 31.12.1980: 31.12.2011 vanaf 1.1.1981 tot en met 31.12.1990: 31.12.2012 vanaf 1.1.1991 tot en met 31.12.2000: 31.12.2013 vanaf 1.1.2001 tot en met 10.9.2009: 10.9.2014 Cyprus || Alle rijbewijzen: 26.1.2012 Tsjechië || Alle rijbewijzen: 1.8.2011 Denemarken || Cat. D: Geboortedatum Deadlines 1, 2 of 3 30.6.2009 4, 5 of 6 31.12.2009 7, 8 of 9 30.6.2010 10, 11 of 12 31.12.2010 13, 14 of 15 30.6.2011 16, 17 of 18 31.12.2011 19, 20 of 21 30.6.2012 22, 23 of 24 31.12.2012 25, 26 of 27 30.6.2013 28, 29, 30 of 31 31.12.2013 Cat. C: Geboortedatum Deadlines 1, 2 of 3 30.6.2010 4, 5 of 6 31.12.2010 7, 8 of 9 30.6.2011 10, 11 of 12 31.12.2011 13, 14 of 15 30.6.2012 16, 17 of 18 31.12.2012 19, 20 of 21 30.6.2013 22, 23 of 24 31.12.2013 25, 26 of 27 30.6.2014 28, 29, 30 of 31 31.12.2014 Estland || Alle rijbewijzen: 1.9.2011 Finland || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 Frankrijk || Cat. D: 10.9.2011 Cat. C: 10.9.2012 Duitsland || Cat. D: 10.9.2015 Cat. C: 10.9.2016 Griekenland || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 Hongarije || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 Ierland || Cat. D: 10.9.2009 Cat. C: 10.9.2010 Italië || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 Letland || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 Litouwen || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 Luxemburg || Cat. D: 10.9.2015 Cat. C: 10.9.2016 Malta || Cat. D: 9.9.2013 Cat. C: 9.9.2014 Nederland || Cat. D: 10.9.2015 Cat. C: 10.9.2016 Polen || Alle rijbewijzen: 12.9.2014 Portugal || Cat. D: Bestuurders die op dit moment 30 jaar zijn: 10.9.2011 tussen 31 en 40 jaar zijn: 10.9.2012 tussen 41 en 50 jaar zijn: 10.9.2013 ouder dan 50 jaar zijn: 10.9.2015 Cat. C: Bestuurders die op dit moment 30 jaar zijn: 10.9.2012 tussen 31 en 40 jaar zijn: 10.9.2013 tussen 41 en 50 jaar zijn: 10.9.2014 50 jaar zijn: 10.9.2016 Roemenië || Het systeem wordt toegepast sinds 2003. Slovenië || Cat. D: 1.10.2008 Cat. C: 1.10.2009 Slowakije || Cat. D: 10.9.2013 Cat. C: 10.9.2014 Spanje || a) Rijbewijzen D die eindigen op: 1 of 2: 10.9.2011 3 of 4: 10.9.2012 5 of 6: 10.9.2013 7 of 8: 10.9.2014 9 of 0: 10.9.2015 b) Rijbewijzen C die eindigen op: 1 of 2: 10.9.2012 3 of 4: 10.9.2013 5 of 6: 10.9.2014 7 of 8: 10.9.2015 9 of 0: 10.9.2016 Zweden || Cat. D: 10.9.2015 Cat. C: 10.9.2016 Verenigd Koninkrijk || Cat. D: 9.9.2013 Cat. C: 9.9.2014 Noorwegen || Rijbewijzen D die vervallen tussen 10.9.2011 en 10.9.2015: de vervaldatum van het rijbewijs. Vervaldatum rijbewijs D: 2008: 2011 2009: 2012 2010: 2013 2011: 10.9.2011 Vanaf 11.9.2015: 2015 2016: 2014 2017: 2015 2018: 2014 Rijbewijzen C die vervallen tussen 10.9.2012 en 10.9.2016: de vervaldatum van het rijbewijs. Vervaldatum rijbewijs C: 2009: 2012 2010: 2013 2011: 2014 vóór 10.9.2012: 2012 vanaf 11.9.2016: 2016 2017: 2015 2018: 2016 [1] PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4, als gewijzigd. [2] Volgens de effectbeoordeling van "maatregelen om de
effectiviteit en doelmatigheid van het tachograafsysteem te verbeteren",
SEC(2011) 948, DG MOVE. [3] Een aantal door de nationale autoriteiten verstrekte
ramingen: 510 van de 15 000 in Hongarije, 100 tot 200 van de 11 000
in Polen, 190 van de 3 042 in Portugal, 185 van de 9 571 in Roemenië,
24 van de 9 638 in Slowakije, 23 van de 10 136 in het Verenigd
Koninkrijk, 0 van de 8 606 in Bulgarije, 3 van de 615 in Litouwen. [4] Krachtens
artikel 2 is de richtlijn niet van toepassing op bestuurders van:
a) voertuigen met een toegelaten maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur;
b) voertuigen in gebruik bij of onder controle van de strijdkrachten, de
burgerbescherming, de brandweer en diensten verantwoordelijk voor de handhaving
van de openbare orde;
c) voertuigen die op de weg worden getest in verband met technische
verbeteringen, reparatie of onderhoud, en nieuwe of omgebouwde voertuigen die
nog niet in het verkeer zijn gebracht;
d) voertuigen die worden gebruikt bij noodtoestanden of voor reddingsoperaties
worden ingezet;
e) voertuigen die worden gebruikt tijdens autorijlessen met het oog op het
behalen van een rijbewijs of het in artikel 6 en artikel 8, lid 1, bedoelde
getuigschrift van vakbekwaamheid;
f) voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel vervoer van personen of
goederen voor privédoeleinden;
g) voertuigen die materieel of uitrusting vervoeren die de bestuurder voor zijn
werk nodig heeft, mits het rijden met het voertuig niet de voornaamste
activiteit van de bestuurder is. [5] Deze informatie is niet afkomstig uit de antwoorden van
de lidstaten op de vragenlijst, maar is door een aantal nationale overheden
meegedeeld aan de Commissie. [6] PB L 237 van 24.8.1991, blz. 1. [7] Denemarken, Duitsland, Hongarije, Ierland, Oostenrijk,
Roemenië. [8] Noorwegen. [9] Finland, Zweden. [10] Griekenland, Italië, Letland. [11] Cyprus, Luxemburg, Polen, Tsjechië. [12] Litouwen. [13] Slovenië. [14] Dit is bijvoorbeeld het geval in Bulgarije. [15] Bijvoorbeeld in Zweden. [16] Naast Luxemburg, waar de basisopleiding door de overheid
wordt gefinancierd, wordt de opleiding in verschillende lidstaten gesubsidieerd
door de diensten voor arbeidsbemiddeling. [17] Dit was de werkwijze in Malta en Noorwegen. [18] In Noorwegen moet de bestuurder reeds een deel van het
programma voor het behalen van een rijbewijs hebben doorlopen voor hij mag
starten met het programma om een basiskwalificatie te behalen. [19] Respectievelijk Denemarken, Noorwegen, Frankrijk en
Letland. [20] Respectievelijk Luxemburg, Roemenië en Frankrijk. [21] Hierover werd overeenstemming bereikt op de vergadering
van de Commissie van 27 mei 2009. Daarna hebben de diensten van de Commissie
ter informatie een nota naar alle leden van het comité gestuurd. [22] In Luxemburg beslist het ministerie van vervoer per geval,
rekening houdend met het advies van de bevoegde commissie van het ministerie
voor Duurzame ontwikkeling en infrastructuur. In Malta voeren de autoriteiten
een controle uit en wisselen zij gegevens uit met de autoriteiten van de
lidstaat van de bestuurder.