Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 houdende toepassing van Besluit 2000/597/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen /* COM/2008/0223 def. - CNS 2008/0089 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 29.4.2008 COM(2008) 223 definitief 2008/0089 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 houdende toepassing van Besluit 2000/597/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Doel van dit voorstel is de financiële voorschriften op een lijn te brengen met het nieuwe Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (hierna "EMB 2007" genoemd)[1]. In het voorstel is ook rekening gehouden met de ontwikkeling van het Gemeenschapsrecht sinds de laatste wijzigingen die zijn ingevoerd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2028/2004 van de Raad[2]. Hieronder worden de wijzigingen die de Commissie voorstelt, samengevat. 1. BEPALINGEN DIE MOETEN WORDEN GEWIJZIGD ALS GEVOLG VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM a. Afschaffing van het onderscheid tussen landbouwrechten en invoerrechten Nu de tijdens de Uruguayronde gesloten overeenkomsten in het Gemeenschapsrecht zijn opgenomen, is er geen wezenlijk verschil meer tussen landbouwrechten en douanerechten. Daarom wordt dit onderscheid in het EMB 2007 ook niet meer gemaakt en zou het ook moeten worden afgeschaft in Verordening nr. 1150/2000. b. Verwerking van de brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage van Nederland en Zweden voor de periode 2007-2013 Op grond van het EMB 2007 krijgen Nederland en Zweden een brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage voor de periode 2007-2013. Het EMB 2007 bepaalt het bedrag van de vermindering (dat moet worden aangepast aan de actuele prijzen) en stelt dat deze vermindering pas wordt toegekend nadat de correctie voor het Verenigd Koninkrijk is berekend. De vermindering moet door alle lidstaten worden gefinancierd via de maandelijkse twaalfden. Het aandeel van Nederland en Zweden in de financiering van de Britse correctie wordt niet kleiner door deze vermindering, omdat die pas wordt toegekend na de berekening van de Britse correctie en de financiering daarvan. Het voorstel regelt de procedure en het tijdschema voor de financiering van de brutovermindering. Evenals de Britse correctie wordt de vermindering aan Nederland en Zweden toegekend in de vorm van maandelijkse twaalfden. De oproep tot vervroegde betaling van de maandelijkse twaalfden in het eerste kwartaal in verband met de specifieke behoeften van het ELGF en de kassituatie van de Gemeenschap, heeft ook betrekking op de bedragen die de lidstaten moeten betalen voor de brutovermindering voor Nederland en Zweden. Daarom moeten artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, dienovereenkomstig worden aangepast. Tevens lijkt het noodzakelijk in Verordening nr. 1150/2000 te bepalen dat de financiering van de brutobedragen na de afsluiting van het betrokken begrotingsjaar niet meer wordt aangepast wanneer de bni-cijfers van het boekjaar veranderen op grond van artikel 2, lid 2, van Verordening nr. 1287/2003. Dit betekent dat de financiering van de brutovermindering voor Nederland en Zweden niet telkens wordt herzien wanneer nieuwe gegevens betreffende de bni-middelen beschikbaar komen. Er geldt al een vergelijkbare bepaling voor de vastgestelde aanpassing in verband met de niet-deelneming van sommige lidstaten aan bepaalde maatregelen of beleidsterreinen van de Unie. 2. TECHNISCHE AANPASSINGEN DIE GEEN VERBAND HOUDEN MET HET EMB 2007 a. Verwijzing naar bnp/bni Sinds 2002 zijn de aanvullende middelen gebaseerd op het bni in plaats van op het bnp. Daarom moet de term "bnp" worden vervangen door de term "bni". In dit verband moet worden gewezen op de volgende punten: - voor sommige lidstaten kan de berekening van het btw- en het bni-saldo nog betrekking hebben op jaren voorafgaand aan 2002. In die periode was het bnp de basis voor de aanvullende middelen. Omdat het bnp en het bni twee verschillende macro-economische grootheden zijn, wordt in artikel 10 bepaald welke grootheid van toepassing is tot en na 2002; - bij Verordening nr. 2028/2004 is artikel 10, lid 5, van Verordening nr. 1150/2000 betreffende aangepaste bnp-bijdragen (die gedurende korte tijd na de toetreding werden betaald door Spanje, Portugal en Griekenland) ingetrokken. Op andere punten, zoals artikel 5 en artikel 10, lid 6, bleven de genoemde bnp-bijdragen echter ongewijzigd. Omdat deze middelen niet langer bestaan, dient er ook niet meer naar verwezen te worden. Daarnaast dienen de verwijzingen in Richtlijn 89/130 (betreffende het bnp) waar nodig te worden aangevuld met verwijzingen naar Verordening nr. 1287/2003 (betreffende het bni). b. Vervroegde betaling van maandelijkse twaalfden op basis van specifieke behoeften van het ELGF en de kassituatie van de Gemeenschap Het huidige artikel 10, lid 3, tweede alinea, van Verordening nr. 1150/2000 bepaalt dat voor de specifieke behoeften van de betaling van de uitgaven van het EOGFL, afdeling Garantie, de lidstaten, uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 1765/92 en afhankelijk van de kassituatie van de Gemeenschap, door de Commissie kunnen worden verzocht de boeking van één twaalfde of van een deel van één twaalfde van de eigen middelen, met uitzondering van de traditionele eigen middelen, met één of twee maanden te vervroegen. Voor de toepassing van deze bepaling zijn wijzigingen nodig: - Verordening nr. 1765/92 is sinds 1999 niet meer van kracht. Er dient nu te worden verwezen naar Verordening nr. 1782/2003; - sinds eind 2006 is het EOGFL-afdeling Garantie vervangen door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en dient naar het nieuwe fonds te worden verwezen. c. Reserve voor leningen en leninggaranties en reserve voor noodhulp Vanaf de begroting 2007 kent het nieuwe Interinstitutionele Akkoord geen specifieke rubriek meer voor de reserve voor leningen en leninggaranties en de reserve voor noodhulp. De reserve voor noodhulp wordt in de begroting geboekt als een voorziening en de bijbehorende betalingskredieten worden pas in de begroting opgenomen als dat nodig is. De reserve voor leningen en leninggaranties is een verplichte uitgave op de algemene begroting geworden. Er zijn dus aan de ontvangstenkant geen specifieke mechanismen meer nodig om deze reserves te financieren, omdat ze op dezelfde manier worden gefinancierd als alle andere uitgaven, namelijk via de maandelijkse bijdragen. In artikel 10 van Verordening nr. 1150/2000 hoeven deze reserves dan ook niet langer te worden genoemd. d. Efficiënt beheer van de boekhouding van de eigen middelen Met het oog op een efficiënt en real-time beheer van de boekhouding van de eigen middelen moeten artikel 9, lid 1 bis, en artikel 12, lid 5, in overeenstemming worden gebracht met de standaardwerkwijzen in de banksector. Daarom wordt voorgesteld dat de lidstaten of de door hen aangewezen organen de Commissie op de dag dat de eigen middelen worden geboekt op de rekening van de Commissie, haar het rekeningafschrift verstrekken waaruit blijkt dat de middelen zijn geboekt of tenminste het afzonderlijk creditbericht voor elke transactie. Tevens wordt voorgesteld de periode voor het indienen van rekeningafschriften na de creditering met een dag te bekorten. Voortaan dient dit binnen twee werkdagen te gebeuren. Er worden vergelijkbare wijzigingen voorgesteld voor artikel 12, lid 5, waarin is geregeld wanneer de lidstaten of de door hen aangewezen organen de betalings- en overboekingsopdrachten van de Commissie dienen uit te voeren. Voor betaalopdrachten wordt als nieuwe termijn drie werkdagen voorgesteld (de gangbare praktijk in de lidstaten). De lidstaten dienen binnen twee werkdagen na de in de opdracht van de Commissie vastgestelde valutadatum de Commissie kennis te geven van de verrichting. Volgens het voorstel kan dit voortaan alleen langs elektronische weg, gezien de beschikbaarheid van IT-middelen en de gangbare praktijk in de meeste lidstaten. e. Consolidatie van artikel 10 Bovengenoemde wijzigingen van artikel 10 vormen een aanvulling op een aantal technische wijzigingen die al bij Verordening nr. 2028/2004 zijn doorgevoerd. Met het oog op de duidelijkheid en de rationele ordening wordt voorgesteld in de wijzigingsverordening een volledige, geconsolideerde tekst van dat artikel op te nemen. 3. INWERKINGTREDING De wijzigingen betreffende het EMD 2007 kunnen pas in werking treden nadat het besluit door alle lidstaten is goedgekeurd volgens hun constitutionele voorschriften. Daarom dient de voorgestelde verordening op dezelfde datum in werking te treden als het EMD 2007, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007. 2008/0089 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 houdende toepassing van Besluit 2000/597/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 279, lid 2, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 183, Gelet op Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen[3], en met name op artikel 8, lid 2, Gezien het voorstel van de Commissie[4], Gezien het advies van het Europees Parlement[5], Gezien het advies van de Rekenkamer[6], Overwegende hetgeen volgt: (1) De Europese Raad van Brussel van 15 en 16 december 2006 heeft een aantal conclusies vastgesteld betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen, die hebben geleid tot de vaststelling van Besluit 2007/436/EG, Euratom. (2) Artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2007/436/EG, Euratom, maakt geen onderscheid tussen landbouwheffingen en douanerechten. (3) Op grond van artikel 2, lid 5, tweede zin, van Besluit 2007/436/EG, Euratom, krijgen Nederland en Zweden voor de periode 2007-2013 een brutovermindering van hun bijdrage op basis van het bruto nationaal inkomen (bni-bijdrage) die door alle lidstaten wordt gefinancierd. De financiering van deze brutovermindering wordt later niet bijgesteld, ook al zou het aangehouden bni later worden gewijzigd. (4) Omdat in Besluit 2007/436/EG, Euratom, wordt uitgegaan van het bni in plaats van het bruto nationaal product (bnp), dient Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000[7] hieraan te worden aangepast. (5) In het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen is niet langer sprake van bnp-bijdragen, dus hoeven deze niet langer te worden genoemd in Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000. (6) Met het oog op een efficiënt beheer van de boekhouding van de eigen middelen dienen specifieke bepalingen te worden vastgesteld om het doorgeven van gegevens en de kennisgevingstermijnen in overeenstemming te brengen met de gangbare praktijk in het bankwezen. (7) Vanaf de begroting 2007 kent het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[8], geen specifiek financieringsmechanisme meer voor de reserve voor leningen en leninggaranties en voor de reserve voor noodhulp. De reserve voor noodhulp wordt in de begroting opgenomen als een voorziening en de reserve voor leningen en leninggaranties wordt beschouwd als een verplichte uitgave van de algemene begroting. (8) Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd. (9) Rekening houdend met artikel 11 van Besluit 2007/436/EG, Euratom, dient deze verordening in werking te treden op dezelfde datum als dat besluit en van kracht te worden vanaf 1 januari 2007, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de titel wordt "Besluit 2000/597/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen" vervangen door "Besluit 2007/436/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen". 2. Artikel 1 komt als volgt te luiden: "Artikel 1 De bij Besluit 2007/436/EG, Euratom*, vastgestelde eigen middelen van de Gemeenschappen, hierna "eigen middelen" genoemd, worden ter beschikking van de Commissie gesteld en gecontroleerd op de in deze verordening vastgestelde wijze, onverminderd Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad**, Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad*** en Richtlijn 89/130/EEG, Euratom, van de Raad****. * PB L 163 van 21.6.2007, blz. 17. ** PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9. *** PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1. **** PB L 49 van 21.2.1989, blz. 26.". 3. In artikel 2, lid 1, wordt "artikel 2, lid 1, onder a) en b), van Besluit 2000/597/EG, Euratom" vervangen door "artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2007/436/EG, Euratom". 4. In artikel 3 komt de tweede alinea als volgt te luiden: "De bewijsstukken die betrekking hebben op de in artikel 3 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 bedoelde methoden en statistische grondslagen, moeten door de lidstaten worden bewaard tot en met 30 september van het vierde jaar volgende op het betrokken begrotingsjaar.". 5. Artikel 5 komt als volgt te luiden: "Artikel 5 Het in artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2007/436/EG, Euratom, bedoelde percentage dat in het kader van de begrotingsprocedure wordt vastgesteld, wordt op basis van de som van het geraamde bruto nationale inkomen (hierna "bni" genoemd) van de lidstaten zodanig berekend, dat het gedeelte van de begroting dat niet wordt gefinancierd met de in artikel 2, lid 1, onder a) en b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom, bedoelde ontvangsten, met financiële bijdragen ten behoeve van de aanvullende programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling, en met overige ontvangsten, er volledig door wordt gedekt. Dit percentage wordt in de begroting uitgedrukt door een getal dat zoveel decimalen bevat als nodig is om de middelen op bni-basis integraal over de lidstaten te kunnen verdelen.". 6. In artikel 6, lid 3, komt punt c) als volgt te luiden: "c) De btw-middelen en de aanvullende middelen, met inachtneming van de gevolgen voor die middelen van de aan het Verenigd Koninkrijk toegestane correctie en de aan Nederland en Zweden toegestane brutovermindering, worden evenwel in de onder a) genoemde boekhouding opgenomen: - op de eerste werkdag van elke maand, ten belope van één twaalfde zoals in artikel 10, lid 3, aangegeven; - jaarlijks, voor wat betreft de in artikel 10, leden 4 en 6, bedoelde saldi en de in artikel 10, leden 5 en 7, bedoelde aanpassingen, met uitzondering van de in artikel 10, lid 5, eerste streepje, bedoelde bijzondere aanpassingen, die op de eerste werkdag van de maand na die waarin tussen de betrokken lidstaat en de Commissie overeenstemming is bereikt in de boekhouding worden opgenomen.". - Artikel 9, lid 1 bis, komt als volgt te luiden: "1 bis. De lidstaten of de door hen aangewezen organen verstrekken de Commissie, langs elektronische weg: a) op de werkdag waarop de eigen middelen op de rekening van de Commissie worden geboekt, een rekeningafschrift of een creditbericht waaruit blijkt dat de eigen middelen zijn geboekt; b) onverminderd punt a), uiterlijk op de tweede werkdag na de creditering van de rekening, een rekeningafschrift waaruit blijkt dat de eigen middelen zijn geboekt."; 7. Artikel 10 komt als volgt te luiden: "Artikel 10 1. Na aftrek van de inningskosten krachtens artikel 2, lid 3, en artikel 10, lid 3, van Besluit 2007/436/EG, Euratom, geschiedt de boeking van de eigen middelen, bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a) van dat besluit, uiterlijk op de eerste werkdag na de 19e dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin het recht overeenkomstig artikel 2 van deze verordening is vastgesteld. Voor de volgens artikel 6, lid 3, onder b), van deze verordening in een specifieke boekhouding opgenomen rechten moet de boeking echter uiterlijk geschieden op de eerste werkdag na de 19e dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de rechten zijn geïnd. 2. Zo nodig kan de Commissie de lidstaten verzoeken de boeking van andere middelen dan de btw-middelen en de aanvullende middelen met een maand te vervroegen op basis van de gegevens waarover zij de 15e van die maand beschikken. Elke vervroegde boeking wordt in de maand volgende op de in lid 1 genoemde boeking geregulariseerd. Dit geschiedt in de vorm van een negatieve boeking voor eenzelfde bedrag als dat van de vervroegde boeking. 3. De btw-middelen en de aanvullende middelen, met inachtneming van de gevolgen voor die middelen van de aan het Verenigd Koninkrijk toegestane correctie voor begrotingsonevenwichtigheden en de aan Nederland en Zweden toegestane brutovermindering, worden op de eerste werkdag van elke maand geboekt voor één twaalfde van de uit dien hoofde uit de begroting voortvloeiende bedragen, omgerekend in nationale valuta's tegen de wisselkoersen van de laatste noteringsdag van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie , serie C. Voor de specifieke behoeften van de betaling van de uitgaven van het ELGF, kunnen de lidstaten, uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1782/2003* en afhankelijk van de kassituatie van de Gemeenschap, door de Commissie worden verzocht de boeking van één twaalfde of van een deel van één twaalfde van de in de begroting uit hoofde van de btw-middelen en/of de aanvullende middelen, met inachtneming van de gevolgen voor die middelen van de aan het Verenigd Koninkrijk toegestane correctie voor begrotingsonevenwichtigheden en de aan Nederland en Zweden toegestane brutovermindering, opgenomen bedragen, in de loop van het eerste kwartaal van een begrotingsjaar met één of twee maanden te vervroegen. Na het eerste kwartaal mag de gevraagde maandelijkse boeking niet meer zijn dan één twaalfde van de btw- en bni-middelen, steeds binnen de grenzen van de uit dien hoofde in de begroting opgenomen bedragen. De Commissie stelt de lidstaten vooraf, uiterlijk twee weken vóór de gevraagde boeking, hiervan in kennis. Het in de achtste alinea bepaalde betreffende de boeking in de maand januari van elk begrotingsjaar en de bepalingen van de negende alinea die van toepassing zijn wanneer de begroting vóór het begin van het begrotingsjaar niet definitief is vastgesteld, zijn van toepassing op de vervroegde boekingen. Iedere wijziging van het uniforme percentage voor de btw-middelen, van het percentage voor de aanvullende middelen, van de in de artikelen 4 en 5 van Besluit 2007/436/EG, Euratom, bedoelde aan het Verenigd Koninkrijk toegestane correctie voor begrotingsonevenwichtigheden en de financiering daarvan, en van de financiering van de aan Nederland en Zweden toegestane brutovermindering wordt gerechtvaardigd door de definitieve vaststelling van een gewijzigde begroting; de sedert het begin van het begrotingsjaar geboekte twaalfden worden dienovereenkomstig aangepast. Deze aanpassingen geschieden bij de eerste boeking na de definitieve vaststelling van de gewijzigde begroting, indien deze vaststelling vóór de 16e van de maand plaatsvindt, en anders bij de tweede boeking na de voornoemde definitieve vaststelling. In afwijking van artikel 8 van het Financieel Reglement worden deze aanpassingen in de rekening van het begrotingsjaar van de hier bedoelde gewijzigde begroting verantwoord. De twaalfden betreffende de boeking van de maand januari van elk begrotingsjaar worden berekend op basis van de in de ontwerp-begroting, zoals bedoeld in artikel 272, lid 3, van het EG-Verdrag en artikel 177, lid 3, van het EGA-Verdrag, opgenomen bedragen, en in nationale valuta's omgerekend tegen de wisselkoersen van de eerste noteringsdag na 15 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar; deze bedragen worden bij de boeking van de volgende maand geregulariseerd. Wanneer de begroting vóór het begin van het begrotingsjaar niet definitief is vastgesteld, boeken de lidstaten op de eerste werkdag van elke maand, met inbegrip van de maand januari, één twaalfde van de in de laatste definitief vastgestelde begroting opgenomen btw-middelen en de aanvullende middelen, met inachtneming van de gevolgen voor die middelen van de aan het Verenigd Koninkrijk toegestane correctie voor begrotingsonevenwichtigheden en van de aan Nederland en Zweden toegestane brutovermindering; de regularisatie geschiedt dan op de eerste vervaldag na de definitieve vaststelling van de begroting, indien deze vóór de 16e van de maand plaatsvindt, en anders op de tweede vervaldag na de definitieve vaststelling van de begroting. 4. Aan de hand van het in artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 bedoelde jaaroverzicht betreffende de grondslag van de btw-middelen wordt iedere lidstaat gedebiteerd voor het bedrag dat uit de in dit overzicht opgenomen gegevens voortvloeit bij toepassing van het voor het voorafgaande begrotingsjaar bepaalde uniforme percentage, en gecrediteerd voor de twaalf boekingen die in de loop van dat begrotingsjaar zijn verricht. De grondslag van de btw-middelen van een lidstaat waarop het voornoemde percentage wordt toegepast, mag echter niet meer bedragen dan het bij artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom, vastgestelde percentage van het bni van die lidstaat zoals bedoeld in lid 7, eerste zin, van dat artikel. De Commissie bepaalt het saldo en deelt het tijdig aan de lidstaten mede, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, genoemde rekening kunnen boeken. 5. Eventuele rectificaties van de grondslag van de btw-middelen in de zin van artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 geven, voor iedere betrokken lidstaat waarvan de grondslag, rekening gehouden met die rectificaties, niet meer dan de percentages bepaald in artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 10, lid 2, van Besluit 2007/436/EG, Euratom, bedraagt, aanleiding tot een aanpassing van het overeenkomstig lid 4 van het onderhavige artikel bepaalde saldo zoals hierna aangegeven: - tot en met 31 juli aangebrachte rectificaties in de zin van artikel 9, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 geven aanleiding tot een globale aanpassing, welke op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, van de onderhavige verordening genoemde rekening dient te worden geboekt. In overeenstemming tussen de betrokken lidstaat en de Commissie kan evenwel vóór voornoemde datum een bijzondere aanpassing worden geboekt; - wanneer door de Commissie voor het rectificeren van de grondslag getroffen maatregelen in de zin van artikel 9, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 tot een aanpassing van de boekingen op de in artikel 9, lid 1, van de onderhavige verordening genoemde rekening leiden, vindt deze aanpassing plaats op de vervaldag welke de Commissie in het kader van de toepassing van die maatregelen heeft vastgesteld. Wijzigingen van het bni zoals bedoeld in lid 7 van dit artikel geven ook aanleiding tot een aanpassing van het saldo van iedere lidstaat waarvan de grondslag, rekening gehouden met rectificaties, op de percentages bepaald in artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 10, lid 2, van Besluit 2007/436/EG, Euratom, wordt afgetopt. De Commissie deelt de aanpassingen tijdig aan de lidstaten mede, zodat zij deze op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, van deze verordening genoemde rekening kunnen boeken. In overeenstemming tussen de betrokken lidstaten en de Commissie kan evenwel op elk gewenst moment een bijzondere aanpassing worden geboekt. 6. Aan de hand van de op grond van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 door de lidstaten verstrekte cijfers betreffende de bni/mp-grootheid en de elementen daarvan voor het voorgaande begrotingsjaar, wordt iedere lidstaat gedebiteerd voor het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van het voor het voorafgaande begrotingsjaar bepaalde percentage op het bni, en gecrediteerd voor de boekingen die in de loop van dat begrotingsjaar zijn verricht. De Commissie bepaalt het saldo en deelt het tijdig aan de lidstaten mede, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, genoemde rekening kunnen boeken. 7. Eventuele wijzigingen die krachtens artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 en behoudens artikel 5 van die verordening in het bni van de voorafgaande begrotingsjaren worden aangebracht, geven voor iedere betrokken lidstaat aanleiding tot een aanpassing van het overeenkomstig lid 6 van dit artikel bepaalde saldo. Deze aanpassing komt tot stand onder de voorwaarden als bedoeld in lid 5, eerste alinea, van dit artikel. De Commissie deelt de aanpassingen van de saldi aan de lidstaten mede, zodat zij deze op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, genoemde rekening kunnen boeken. Na 30 september van het vierde jaar volgende op een bepaald begrotingsjaar worden eventuele wijzigingen van het bni niet meer in aanmerking genomen, behalve op vóór het verstrijken van deze termijn hetzij door de Commissie, hetzij door de lidstaat ter kennis gebrachte punten. 8. De in de leden 4 tot en met 7 genoemde verrichtingen vormen wijzigingen van de ontvangsten van het begrotingsjaar waarin zij plaatsvinden. 9. De aan Nederland en Zweden toegestane brutovermindering wordt door alle lidstaten gefinancierd. De financiering van deze brutovermindering wordt later niet bijgesteld, ook al zou het aangehouden bni later worden gewijzigd. 10. Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van Besluit 2007/436/EG, Euratom, wordt voor de toepassing van dit besluit onder "bni" verstaan: bni voor het betrokken jaar tegen marktprijzen, zoals gedefinieerd in Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003, behalve voor de jaren voorafgaand aan 2002; voor die jaren blijft het bnp tegen marktprijzen als gedefinieerd in Richtlijn 89/130/EEG, Euratom, de basis voor de berekening van de bijkomende middelen. __________________* PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1.”. 8. In artikel 10 bis wordt de term "BNP" vervangen door de term "bni". 9. In artikel 11 komt lid 4 als volgt te luiden: “4. Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde betaling van achterstandsrente is artikel 9, leden 1 bis en 2, van overeenkomstige toepassing."; 10. Artikel 12, lid 5, wordt als volgt gewijzigd: a) de eerste alinea komt als volgt te luiden: "De lidstaten of de door hen aangewezen organen voeren de betalingsopdrachten van de Commissie uiterlijk drie werkdagen na ontvangst ervan uit volgens de instructies van de Commissie."; b) na de tweede alinea wordt de volgende alinea ingevoegd: "De lidstaten of de door hen aangewezen organen sturen de Commissie uiterlijk op de tweede werkdag na afhandeling van de transactie elektronisch een rekeningafschrift waaruit blijkt dat de transactie heeft plaatsgevonden."; 11. In de titel van Titel VI wordt "Besluit 2000/597/EG, Euratom" vervangen door "Besluit 2007/436/EG, Euratom"; 12. In de inleidende zin van artikel 15 wordt "Besluit 2000/597/EG, Euratom" vervangen door "Besluit 2007/436/EG, Euratom"; 13. In artikel 16 wordt de verwijzing naar "artikel 10, leden 4 tot en met 8" vervangen door de verwijzing naar "artikel 10, leden 4 tot en met 7"; 14. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: a) in lid 1 komt de eerste zin als volgt te luiden: “1. De lidstaten verrichten de verificaties en onderzoeken betreffende de vaststelling en de terbeschikkingstelling van de eigen middelen als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a) van Besluit 2007/436/EG, Euratom."; b) lid 4, onder c), komt als volgt te luiden: "c) de controles welke worden georganiseerd op grond van artikel 279, onder b), van het EG-Verdrag en artikel 183, onder b), van het EGA-Verdrag.". 15. In artikel 19 wordt de term "BNP" vervangen door de term "bni". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op dezelfde dag als Besluit 2007/436/EG, Euratom. Zij wordt van kracht per 1 januari 2007. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De voorzitter […] FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN DIE UITSLUITEND GEVOLGEN HEBBEN VOOR DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 houdende toepassing van Besluit 2000/597/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen. 2. BEGROTINGSONDERDELEN Titel: Titel 1 en titel 3 Begroot bedrag voor het betrokken jaar: 118 921, 8 miljoen euro. 3. FINANCIËLE GEVOLGEN ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen. ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten, namelijk: (in miljoen euro, tot op 1 decimaal) Begrotings-onderdeel | Ontvangsten[9] | Periode van 12 maanden vanaf dd/mm/jjjj | [Jaar n] | Artikel … | Gevolgen voor de eigen middelen | Artikel … | Gevolgen voor de eigen middelen | Situatie na de actie | [n+1] | [n+2] | [n+3] | [n+4] | [n+5] | Artikel … | Artikel … | 4. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Geen maatregelen nodig. 5. OVERIGE OPMERKINGEN […][pic][pic][pic][pic][pic][pic][pic][pic][pic] [1] PB L 163 van 21.6.2007, blz. 17. [2] PB L 352 van 27.11.2004, blz. 1. [3] PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17. [4] PB C […] van […], blz. […]. [5] PB C […] van […], blz. […]. [6] PB C […] van […], blz. […]. [7] PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2028/2004 (PB L 352 van 27.11.2004, blz.1). [8] PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1. [9] Voor traditionele eigen middelen (landbouwrechten, suikerheffingen en douanerechten) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.