62007CJ0387


Titel en vindplaats

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 11 december 2008.

MI.VER Srl en Daniele Antonelli tegen Provincia di Macerata.

Verzoek om een prejudiciële beslissing: Tribunale di Ancona - Italië.

Afvalstoffen - Begrip ‚voorlopige opslag’ - Richtlijn 75/442/EEG - Beschikking 2000/532/EEG - Mogelijkheid afvalstoffen te vermengen die onder verschillende codes vallen - Begrip ‚gemengde verpakkingen’.

Zaak C-387/07.

 Jurisprudentie 2008 bladzijde I-09597

Tekst

BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
html html html html html html html html html   html html html html html html html html html html html html html

Authentieke taal

Data

Classificatie

Allerlei informatie

Procedure

Rechtsleer

Verbindingen tussen documenten

Tekst

Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV

Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum

Trefwoorden


1. Milieu – Verwijdering van afvalstoffen – Richtlijn 75/442 – Nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen

(Richtlijn 75/442 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003, art. 4, eerste alinea; beschikking 2000/532 van de Commissie)

2. Milieu – Verwijdering van afvalstoffen – Richtlijnen 75/442 en 91/689 – Beschikking houdende vaststelling van lijst van afvalstoffen

(Richtlijnen 75/442 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003, art. 1, sub a, en 91/689, art. 1, lid 4; beschikking 2000/532 van de Commissie)

Samenvatting


1. Richtlijn 75/442 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003, en beschikking 2000/532 tot vervanging van beschikking 94/3 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en van beschikking 94/904 tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689 betreffende gevaarlijke afvalstoffen, verzetten er zich niet tegen dat de producent van afvalstoffen afvalstoffen die onder verschillende codes van de bij beschikking 2000/532 gevoegde lijst vallen, bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie vermengt.

De lidstaten zijn evenwel gehouden maatregelen te nemen om de producent van afvalstoffen te verplichten, de afvalstoffen bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie te sorteren en afzonderlijk op te slaan aan de hand van de codes van deze lijst, indien zij dergelijke maatregelen noodzakelijk achten voor het bereiken van de doelstellingen van artikel 4, eerste alinea, van richtlijn 75/442, volgens hetwelk de lidstaten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de nuttige toepassing of de verwijdering van de afvalstoffen plaatsvindt zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder dat procedés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.

(cf. punten 24, 27, dictum 1)

2. Beschikking 2000/532 tot vervanging van beschikking 94/3 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 betreffende afvalstoffen en van beschikking 94/904 tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689 betreffende gevaarlijke afvalstoffen, bevat geen voorschriften inzake voorlopige opslag van afvalstoffen voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie. Zij heeft slechts tot doel, een nomenclatuur van de afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689 betreffende gevaarlijke afvalstoffen op te stellen, en roept geen enkele verplichting in het leven.

Wanneer een nationale regeling de bij beschikking 2000/532 gevoegde lijst van afvalstoffen overneemt, kan code 15 01 06, „gemengde verpakkingen”, evenwel worden gebruikt voor samengevoegde verpakkingen die uit verschillende materialen bestaan.

(cf. punten 29, 33, dictum 2)

Partijen


In zaak C‑387/07,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Tribunale di Ancona (Italië) bij beslissing van 26 juli 2007, ingekomen bij het Hof op 13 augustus 2007, in de procedure

MI.VER Srl ,

D. Antonelli

tegen

Provincia di Macerata ,

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),

samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, J.‑C. Bonichot, J. Makarczyk, P. Kūris (rapporteur) en C. Toader, rechters,

advocaat-generaal: J. Mazák,

griffier: L. Hewlett, hoofdadministrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 11 september 2008,

gelet op de opmerkingen van:

– de Provincia di Macerata, vertegenwoordigd door L. Filippucci, procuratore,

– de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I. M. Braguglia als gemachtigde, bijgestaan door G. Fiengo, avvocato dello Stato,

– de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door C. Wissels en Y. de Vries als gemachtigden,

– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J.‑B. Laignelot en D. Recchia als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest


1. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PB L 194, blz. 39), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003 (PB L 284, blz. 1; hierna: „richtlijn 75/442”), alsook beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a, van richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226, blz. 3).

2. Dit verzoek is ingediend in het kader van een door MI.VER Srl (hierna: „MI.VER”) en D. Antonelli ingesteld beroep tegen een bevel dat de Provincia di Macerata heeft uitgevaardigd na een op 18 november 2005 opgesteld procesverbaal waarbij een overtreding is vastgesteld van artikel 15 van wetsbesluit nr. 22 houdende omzetting van de richtlijnen 91/156/EEG betreffende afvalstoffen, 91/689/EEG betreffende gevaarlijke afvalstoffen en 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval (decreto legislativo nr. 22, attuazione delle direttive 91/156/CEE sui rifiuti, 91/689/CEE sui rifiuti pericolosi e 94/62/CE sugli imballaggi e sui rifiuti di imballaggio) van 5 februari 1997 (gewoon supplement bij GURI nr. 38 van 15 februari 1997), zoals gewijzigd bij wetsbesluit nr. 389 van 8 november 1997 (GURI nr. 261 van 8 november 1997; hierna: „wetsbesluit nr. 22/97”).

Toepasselijke bepalingen

Gemeenschapsregeling

3. Artikel 1 van richtlijn 75/442 luidt:

„In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) afvalstof : elke stof of elk voorwerp behorende tot de in bijlage I genoemde categorieën waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

De Commissie stelt uiterlijk op 1 april 1993 volgens de procedure van artikel 18 een lijst op van de afvalstoffen die tot de categorieën van bijlage I behoren. Deze lijst wordt periodiek opnieuw bezien en zo nodig volgens dezelfde procedure gewijzigd;

b) producent : elke persoon wiens activiteit afvalstoffen heeft voortgebracht (‚eerste producent’) en/of elke persoon die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen heeft verricht die leiden tot wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;

c) houder : de producent van de afvalstoffen of de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in bezit heeft;

d) beheer : inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting;

e) verwijdering : alle in bijlage II A bedoelde handelingen;

f) nuttige toepassing : alle in bijlage II B bedoelde handelingen;

g) inzameling : het ophalen, sorteren en/of samenvoegen van afvalstoffen teneinde deze te vervoeren.”

4. Artikel 4 van deze richtlijn bepaalt:

„De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de nuttige toepassing of de verwijdering van de afvalstoffen plaatsvindt zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder dat procedés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en met name:

– zonder risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora;

– zonder geluids‑ of stankhinder te veroorzaken;

– zonder schade te berokkenen aan natuur‑ en landschapsschoon.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om het onbeheerd achterlaten of het ongecontroleerd lozen of verwijderen van afvalstoffen te verbieden.”

5. Bijlage II A bij richtlijn 75/442 geeft een overzicht van de verwijderingshandelingen, waaronder de opslag voorafgaande aan andere verwijderingshandelingen „met uitsluiting van voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie”. Bijlage II B bij deze richtlijn, die een overzicht geeft van de handelingen tot nuttige toepassing, noemt met dezelfde uitsluiting ook de opslag van afvalstoffen voorafgaande aan andere handelingen tot nuttige toepassing.

6. Bij beschikking 2000/532 heeft de Commissie een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 377, blz. 20) opgesteld. In deze lijst die bij deze beschikking is gevoegd, worden de afvalstoffen ingedeeld in rubrieken met een code. De rubriek „gemengde verpakking” heeft code 15 01 06. Deze lijst bevat ook een rubriek „samengestelde verpakking” met code 15 01 05.

7. Een samengestelde verpakking wordt gedefinieerd in artikel 2, lid 1, sub a, van beschikking 2005/270/EG van de Commissie van 22 maart 2005 tot vaststelling van de tabellen voor het databanksysteem overeenkomstig richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 86, blz. 6) als „een verpakking bestaande uit verschillende materialen die niet met de hand kunnen worden gescheiden en waarvan geen enkele een bepaald gewichtspercentage overschrijdt”.

Nationale regeling

8. De gemeenschapsregeling inzake afvalstoffen is in Italiaans recht omgezet bij wetsbesluit nr. 22/97. Artikel 6, lid 1, sub a, van dit besluit neemt de definitie van afvalstof van richtlijn 75/442 over en verwijst naar bijlage A bij dit besluit, dat in de oorspronkelijke versie van dit laatste een „Europese afvalstoffencatalogus” bevatte, die is vervangen door een lijst afvalstoffen, die zoals die in beschikking 2000/532 de afvalstoffen indeelt in rubrieken met een code. De rubriek „gemengde verpakking” heeft zoals in beschikking 2000/532 code 15 01 06.

9. Artikel 6, lid 1, sub m, van wetsbesluit nr. 22/97 definieert voorlopige opslag als het samenvoegen van afvalstoffen voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie. Het bepaalt de voorwaarden voor voorlopige opslag, met name de maximumduur ervan vóór nuttige toepassing of verwijdering, en bepaalt in het bijzonder dat deze opslag moet plaatsvinden per soort product en met inachtneming van de desbetreffende technische normen. De bijlagen B en C bij wetsbesluit nr. 22/97 geven een overzicht van de verwijderingshandelingen respectievelijk de handelingen tot nuttige toepassing, waaronder opslag voorafgaande aan deze handelingen met dezelfde uitsluiting als die in richtlijn 75/442 voor voorlopige opslag.

10. Krachtens artikel 15 van wetsbesluit nr. 22/97 moet het transport van afvalstoffen door organisaties of ondernemingen vergezeld gaan van een identificatieformulier met opgave van met name de naam en het adres van de producent of de houder, de oorsprong, het soort en de hoeveelheid afvalstoffen, de plaats van bestemming, de datum van het transport en de gevolgde route alsook de naam en het adres van de bestemmeling. Het model van identificatieformulier bevat een rubriek die met name bestemd is voor de beschrijving van de afvalstoffen en de vermelding van hun Europese code. De provincies hebben volgens artikel 20 van wetsbesluit nr. 22/97 bevoegdheden inzake controle op de toepassing van de relevante wetgeving. Artikel 52 van dit besluit voorziet in administratieve geldboeten, in het bijzonder bij niet-inachtneming van artikel 15 van dit besluit.

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

11. Bij een controle op 17 november 2005 heeft de provinciale politie van Macerata vastgesteld dat een vrachtwagen, bestuurd door Antonelli, afvalstoffen vervoerde bestaande uit verschillende soorten verpakkingen zoals nylonzakken, dozen uit polystyreen, pallets en kartonnen dozen. Dit vervoer ging vergezeld van een formulier van identificatie van afvalstoffen, die code 15 01 06 „gemengde verpakkingen” vermeldde. Van oordeel dat deze code niet aan de vervoerde afvalstoffen kon worden gegeven daar het ging om samengevoegde verpakkingen uit verschillende materialen, hebben de met de controle belaste agenten tegen enerzijds de producent van de afvalstoffen en anderzijds Antonelli, bestuurder van de vrachtwagen, en MI.VER, vervoerder van de afvalstoffen, proces-verbaal opgesteld waarbij een overtreding van artikel 15 van wetsbesluit nr. 22/97 is vastgesteld. Na de administratieve procedure heeft de Provincia di Macerata Antonelli en MI.VER bevolen solidair het totaalbedrag van 540 EUR te betalen. Op 4 december 2006 hebben Antonelli en MI.VER bij het Tribunale di Ancona tegen dit bevel beroep ingesteld.

12. Voor deze rechter hebben verzoekers in het hoofdgeding betoogd dat de in het identificatieformulier vermelde code correct was en subsidiair dat de verantwoordelijkheid voor een eventuele vergissing alleen aan de producent van de afvalstoffen kon worden toegerekend. De Provincia di Macerata betoogde dat afvalstoffen met verschillende codes bij voorlopige opslag niet mogen worden vermengd. Anders gaat het om een beheersactiviteit die vergunningplichtig is. Zij heeft bovendien gesteld dat, al zou een dergelijke vermenging van afvalstoffen toegestaan zijn, code 15 01 06 „gemengde verpakkingen” slechts van toepassing is op verpakkingen „uit verschillende materialen” en niet op samengevoegde verpakkingen uit verschillende materialen.

13. Wegens twijfel of de producent van verpakkingsafvalstoffen ze vóór afgifte aan de transporteur of de bestemmeling ervan naar categorie moet scheiden op basis van de betrokken codes van de lijst bij beschikking 2000/532, heeft het Tribunale di Ancona de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:

„1) Moet het begrip ‚voorlopige opslag’ in richtlijn 75/442 [...] aldus worden opgevat dat de producent afvalstoffen die onder verschillende codes van de Europese Afvalcatalogus van beschikking 2000/532 [...] vallen, mag vermengen?

2) Zo ja, kan [...] code 15 01 06 ‚gemengde verpakking’ worden gebruikt voor afvalstoffen bestaande uit samengevoegde verpakkingen uit verschillende materialen, of alleen voor verpakkingen die uit verschillende materialen zijn vervaardigd of bestaan uit zelfstandige componenten uit verschillend materiaal?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

Ontvankelijkheid

14. In haar schriftelijke opmerkingen vraagt de Commissie zich af of de gestelde vragen relevant zijn voor de beslechting van het hoofdgeding, daar zij de verplichtingen van de producent van afvalstoffen betreffen, terwijl enerzijds artikel 15 van wetsbesluit nr. 22/97 waarvan de overtreding in het hoofdgeding wordt verweten, het transport van afvalstoffen betreft, en anderzijds alleen Antonelli en MI.VER en niet de producent van de betrokken afvalstoffen volgens de verwijzingsbeschikking beroep tegen het bevel betreffende deze overtreding hebben ingesteld.

15. Dienaangaande dient eraan te worden herinnerd dat het vermoeden van relevantie van door nationale rechters gestelde prejudiciële vragen slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden weerlegd, met name wanneer duidelijk blijkt dat de gewenste uitlegging van de in deze vragen bedoelde gemeenschapsrechtelijke bepalingen geen verband houdt met een reëel geschil of met het voorwerp van het hoofdgeding (zie met name arresten van 15 december 1995, Bosman, C‑415/93, Jurispr. blz. I‑4921, punt 61, en 7 juni 2007, Van der Weerd e.a., C‑222/05–C‑225/05, Jurispr. blz. I‑4233, punt 22).

16. Hoewel de verwijzingsbeschikking niet vermeldt welke rechtsgevolgen voor de beslechting van het hoofdgeding uit de antwoorden op de gestelde vragen kunnen worden getrokken, blijkt in casu uit deze beschikking alsook uit de schriftelijke en de mondelinge opmerkingen van de Provincia di Macerata dat deze laatste zowel aan de betrokken producent als aan de transporteur van de afvalstoffen een administratieve sanctie heeft opgelegd omdat zij hen medeverantwoordelijk voor de verweten overtreding achtte, hetgeen Antonelli en MI.VER betwisten. De gevraagde uitlegging van gemeenschapsrecht lijkt dus niet zonder verband met een reëel geschil, hetgeen de Commissie ter terechtzitting overigens heeft erkend.

17. In deze omstandigheden zijn de twee vragen van het Tribunale di Ancona ontvankelijk.

Ten gronde

De eerste vraag

18. Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of richtlijn 75/442 en beschikking 2000/532 aldus moeten worden uitgelegd dat de producent van afvalstoffen de afvalstoffen die onder verschillende codes van de lijst bij deze beschikking vallen, bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie mag vermengen dan wel integendeel aldus dat hij ze vanaf dat stadium moet sorteren en afzonderlijk opslaan op basis van deze codes.

19. Volgens de Provincia di Macerata en de Italiaanse regering implic eert het begrip voorlopige opslag dat de producent van afvalstoffen ze voor voorlopige opslag per categorie moet samenvoegen op basis van de codes van de lijst bij beschikking 2000/532.

20. Zij merken in wezen op dat uit de rechtspraak van het Hof (arrest van 5 oktober 1999, Lirussi en Bizzaro, C‑175/98 en C‑177/98, Jurispr. blz. I‑6881, punt 54) volgt dat de voorlopige opslag, al gaat hij aan het werkelijke beheer van de afvalstoffen vooraf zodat hij geen vergunning behoeft, door de lidstaten aldus moet worden geregeld dat de doelstellingen van richtlijn 75/442 inzake bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu worden verwezenlijkt. De producent zonder vergunning afvalstoffen van verschillende codes laten vermengen, kan gevaar opleveren en de werkelijke en volledige nuttige toepassing ervan afremmen, hetgeen ingaat zowel tegen de doelstellingen van voormelde richtlijn als tegen het doel van de codificatie door beschikking 2000/532.

21. Dienaangaande dient te worden opgemerkt dat de voorlopige opslag slechts wordt vermeld in de bijlagen II A en II B bij deze richtlijn die een overzicht geven van de verwijderingshandelingen respectievelijk van de handelingen tot nuttige toepassing van de afvalstoffen. Uit deze bijlagen, uit de punten D 15 respectievelijk R 13, blijkt dat voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie uitgesloten is van de lijst van handelingen die richtlijn 75/442 kwalificeert als verwijderingshandelingen of handelingen tot nuttige toepassing. Hij moet, zoals het Hof in punt 45 van voormeld arrest Lirussi en Bizzaro in herinnering heeft gebracht, worden gedefinieerd als de handeling die voorafgaat aan een handeling verband houdend met het beheer van afvalstoffen in de zin van artikel 1, sub d, van deze richtlijn.

22. Beschikking 2000/532, waarbij een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689 is vastgesteld, schrijft bovendien geen enkele maatregel voor de voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie voor.

23. Bijgevolg dient te worden vastgesteld dat noch richtlijn 75/442 noch beschikking 2000/532 vereist dat de lidstaten maatregelen nemen om de producent van afvalstoffen te verplichten de afvalstoffen bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie te sorteren en afzonderlijk op te slaan op basis van de codes van de lijst bij deze beschikking.

24. In voormeld arrest Lirussi en Bizzaro heeft het Hof evenwel voor recht verklaard dat de bevoegde nationale autoriteiten, wat handelingen verband houdend met de voorlopige opslag betreft, erop moeten toezien dat de verplichtingen worden nagekomen die voortvloeien uit artikel 4 van richtlijn 75/442 volgens hetwelk, aldus de eerste alinea ervan, de lidstaten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de nuttige toepassing of de verwijdering van de afvalstoffen plaatsvindt zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder dat procedés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Zoals het Hof verklaarde in punt 53 van dit arrest, moet, aangezien afvalstoffen, zelfs bij voorlopige opslag, enorme schade voor het milieu kunnen veroorzaken, ervan worden uitgegaan dat de bepalingen van artikel 4 van richtlijn 75/442, die het voorzorgsbeginsel beogen toe te passen, eveneens gelden voor voorlopige opslag.

25. Zoals het Hof herhaaldelijk heeft opgemerkt, preciseert artikel 4, eerste alinea, van richtlijn 75/442 evenwel niet de concrete inhoud van de maatregelen die moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de afvalstoffen worden verwijderd zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder schade voor het milieu, maar is deze bepaling verbindend voor de lidstaten wat het te bereiken doel betreft, zij het dat hun een zekere vrijheid wordt gelaten bij de beoordeling van de noodzaak van dergelijke maatregelen (zie met name arresten van 9 november 1999, Commissie/Italië, C‑365/97, Jurispr. blz. I‑7773, punt 67; 18 november 2004, Commissie/Griekenland, C‑420/02, Jurispr. blz. I‑11175, punt 21, en 26 april 2007, Commissie/Italië, C‑135/05, Jurispr. blz. I‑3475, punt 37).

26. Hoewel richtlijn 75/442 niet vereist dat de lidstaten specifieke maatregelen nemen om de producent van afvalstoffen te verplichten de afvalstoffen bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie te sorteren en afzonderlijk op te slaan op basis van de codes van de lijst bij beschikking 2000/532, zijn de lidstaten dus gehouden dergelijke maatregelen te nemen indien zij deze noodzakelijk achten om de doelstellingen van artikel 4, eerste alinea, van deze richtlijn te bereiken.

27. Gelet op de voorafgaande overwegingen dient op de eerste vraag te worden geantwoord dat richtlijn 75/442 en beschikking 2000/532 zich er niet tegen verzetten dat de producent van afvalstoffen afvalstoffen die onder verschillende codes van de bij deze beschikking gevoegde lijst vallen, bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie vermengt. De lidstaten zijn evenwel gehouden maatregelen te nemen om de producent van afvalstoffen te verplichten de afvalstoffen bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie te sorteren en afzonderlijk op te slaan op basis van de codes van deze lijst, indien zij dergelijke maatregelen noodzakelijk achten om de doelstellingen van artikel 4, eerste alinea, van deze richtlijn te bereiken.

De tweede vraag

28. Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of, bij een bevestigend antwoord op de eerste vraag, code 15 01 06 „gemengde verpakkingen” van de lijst bij beschikking 2000/532 kan worden gebruikt voor samengevoegde afvalstoffen, bestaande uit verpakkingen uit verschillende materialen, of alleen voor verpakkingen „die uit verschillende materialen zijn vervaardigd”.

29. Zoals opgemerkt in punt 22 van het onderhavige arrest bevat beschikking 2000/532 geen voorschriften inzake voorlopige opslag van afvalstoffen voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie. Zij heeft slechts tot doel een nomenclatuur van de afvalstoffen overeenkomstig de artikelen 1, sub a, van richtlijn 75/442 en 1, lid 4, van richtlijn 91/689 op te stellen en roept geen enkele verplichting in het leven.

30. Daar deze nomenclatuur in de Italiaanse regeling is overgenomen, dient de tweede vraag evenwel te worden beantwoord en dient daartoe het begrip „gemengde verpakkingen” van code 15 01 06 van de lijst bij deze beschikking te worden uitgelegd om te zorgen voor een uniforme uitlegging van dit begrip, voor het geval dat de verwijzende rechter van oordeel zou zijn dat het van toepassing is op het hoofdgeding, met name gelet op het antwoord op de eerste vraag (zie in die zin met name arrest van 14 december 2006, Confederación Española de Empresarios de Estaciones de Servicio, C‑217/05, Jurispr. blz. I‑11987, punt 20 en aangehaalde rechtspraak).

31. Dienaangaande dient te worden opgemerkt dat beschikking 2000/532, daar zij slechts een nomenclatuur van afvalstoffen opstelt, niet de begrippen definieert die overeenkomen met de verschillende codes van de erbij gevoegde afvalstoffenlijst. Omgekeerd geeft beschikking 2005/270 een aantal definities, waaronder die van een „samengestelde verpakking” die relevant is, aangezien beschikking 2000/532 code 15 01 05 vermeldt die met dit soort verpakking overeenkomt. Een samengestelde verpakking wordt in artikel 2, lid 1, sub a, van beschikking 2005/270 gedefinieerd als „een verpakking bestaande uit verschillende materialen die niet met de hand kunnen worden gescheiden en waarvan geen enkele een bepaald gewichtspercentage overschrijdt”.

32. Daar met deze definitie van samengestelde verpakking dat wordt bedoeld dat de verwijzende rechter kwalificeert als verpakkingen „die uit verschillende materialen zijn vervaardigd”, en de lijst bij beschikking 2000/532 aan dit soort verpakkingen en aan gemengde verpakkingen verschillende codes geeft, volgt daaruit dat het begrip gemengde verpakkingen geen verpakkingen omvat „die uit verschillende materialen zijn vervaardigd”, maar geldt voor verpakkingen uit verschillende materialen, die zijn samengevoegd.

33. Bijgevolg dient op de tweede vraag te worden geantwoord dat wanneer de nationale regeling de bij beschikking 2000/532 gevoegde afvalstoffenlijst overneemt, code 15 01 06 „gemengde verpakkingen” kan worden gebruikt voor samengevoegde verpakkingen die uit verschillende materialen bestaan.

Kosten

34. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Dictum


Het Hof van Justitie (Tweede kamer) verklaart voor recht:

1) Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003 en beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a, van richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen, verzetten er zich niet tegen dat de producent van afvalstoffen afvalstoffen die onder verschillende codes van de bij beschikking 2000/532 gevoegde lijst vallen, bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie vermengt. De lidstaten zijn evenwel gehouden maatregelen te nemen om de producent van afvalstoffen te verplichten de afvalstoffen bij voorlopige opslag voorafgaande aan inzameling op de plaats van productie te sorteren en afzonderlijk op te slaan op basis van de codes van deze lijst, indien zij dergelijke maatregelen noodzakelijk achten om de doelstellingen van artikel 4, eerste alinea, van richtlijn 75/442, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003, te bereiken.

2) Wanneer de nationale regeling de bij beschikking 2000/532 gevoegde afvalstoffenlijst overneemt, kan code 15 01 06 „gemengde verpakkingen” worden gebruikt voor afvalstoffen van verpakkingen uit verschillende materialen, die zijn samengevoegd.

Naar boven

Beheerd door het Publicatiebureau