WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij Ontwerpvoorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 273/2004 inzake drugsprecursoren
/* SWD/2012/0278 final */
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html |
| doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc |
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR GA HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV |
Afwijzing van aansprakelijkheid: Deze samenvatting verbindt uitsluitend de diensten van de Commissie die bij de opstelling ervan betrokken waren en loopt niet vooruit op de uiteindelijke vorm van een mogelijk besluit van de Commissie.
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE
SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING
Begeleidend document bij het
Ontwerpvoorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 273/2004 inzake drugsprecursoren
1. Beschrijving van de problemen
1.1. Waarom is ondoeltreffende preventie van misbruik van azijnzuuranhydride een probleem?
Drugsprecursoren zijn chemische stoffen die een breed scala van legitieme toepassingen kennen, maar ook kunnen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen. Om te voorkomen dat deze vanuit de legale handel worden weggesluist voor de illegale productie van drugs is een specifiek wettelijk kader opgezet (zowel op internationaal niveau[1] als binnen de EU[2]) om verdachte transacties te kunnen herkennen.
Ondoeltreffende preventie van het misbruik van azijnzuuranhydride, de belangrijkste drugsprecursor van heroïne, is aangewezen als het voornaamste knelpunt van de afgelopen jaren bij de geldende internemarktwetgeving inzake drugsprecursoren[3]. Vanuit de legale handel in Europa weggesluiste azijnzuuranhydride wordt illegaal naar Afghanistan verhandeld, wereldwijd de belangrijkste bron van heroïne, waarvan Europa alleen al bijna 20 % verbruikt.
De onderliggende probleemfactoren en de consequenties daarvan zijn hieronder weergegeven:
PROBLEEMFACTOR || PROBLEEM || DIRECTE GEVOLGEN || INDIRECTE GEVOLGEN
In 2008 is in de EU 241 ton azijnzuuranhydride in beslag genomen, genoeg om ongeveer 150-223 ton heroïne te produceren, oftewel ongeveer 50 % van de jaarlijkse Afghaanse heroïneproductie. Hoewel de statistieken in 2009-2010 een sterke daling van onderschepte en in beslag genomen azijnzuuranhydride in de EU lieten zien[4], zijn veel lidstaten en het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen (INCB) bezorgd dat de mechanismen van Verordening (EG) nr. 273/2004 voor de controle van azijnzuuranhydride niet volstaan.
1.2. Wie worden met het probleem geconfronteerd?
De lidstaten worden met het probleem geconfronteerd bij de uitvoering van handhavingsmaatregelen, alsook door de gezondheidskosten ten gevolge van heroïnegebruik. Daarnaast zijn er aanzienlijke kosten voor het publiek ten gevolge van drugsgerelateerde criminaliteit.
EU-burgers worden met het probleem geconfronteerd door het aanbod van met weggesluiste azijnzuuranhydride geproduceerde heroïne en tevens door drugsgerelateerde criminaliteit.
Bedrijven die azijnzuuranhydride produceren of verhandelen kunnen geconfronteerd worden met (pogingen tot) misbruik van azijnzuuranhydride tijdens alle fasen van de hantering van de stof. Naast het beveiligen van hun bedrijfsruimten en processen tegen diefstal, moeten zij hun bedrijfsruimten bij de autoriteiten opgeven en waakzaam blijven om kritisch te kunnen beoordelen of hun klanten de stof alleen voor het aangegeven legale doel gebruiken[5]. Verdachte transacties moeten aan de autoriteiten worden gemeld. De verplichtingen van eindgebruikers (die het azijnzuuranhydride alleen voor productiedoeleinden aankopen) gaan minder ver: zij hoeven zich niet te laten registreren, maar moeten bij het plaatsen van bestellingen een afnemersverklaring overleggen.
2. Subsidiariteitsanalyse
Verordening (EG) nr. 273/2004 inzake drugsprecursoren is gebaseerd op artikel 114 VWEU (voorheen artikel 95 van het EG-Verdrag). De verordening heeft gemeenschappelijke eisen vastgesteld voor het toezicht op en de controle van de handel in drugsprecursoren, om te zorgen voor de vrije legale handel in deze chemische stoffen binnen de EU. Hoewel artikel 10 van de verordening bepaalt dat de lidstaten nationale maatregelen moeten vaststellen om de bevoegde instanties in staat te stellen hun controle- en toezichttaken uit te voeren, zou een algemene herziening van het controle- en toezichtmechanisme op Europees niveau moeten worden vastgesteld om geen onnodige belemmeringen op te werpen voor de legale handel in drugsprecursoren binnen de EU.
3. Doelstellingen
Algemene beleidsdoelstellingen
· Bijdragen tot de wereldwijde bestrijding van de illegale handel in drugs. Het voorkomen van misbruik van drugsprecursoren is een belangrijk element van de naleving door de EU van haar verplichtingen uit hoofde van artikel 12 van het VN-verdrag van 1988.
· De goede werking van de interne markt voor drugsprecursoren waarborgen, door ervoor te zorgen dat marktdeelnemers binnen de EU met geharmoniseerde regels te maken hebben, en tegelijkertijd onnodige administratieve lasten voor de ondernemingen en de bevoegde instanties te vermijden.
Specifieke beleidsdoelstellingen
· Voorkomen dat binnen de interne markt van de EU wordt gepoogd misbruik te maken van azijnzuuranhydride, waardoor de beschikbaarheid van vanuit de EU weggesluiste azijnzuuranhydride voor de productie van illegale drugs, met name heroïne, wordt beperkt.
· Marktverstoringen als gevolg van niet-geharmoniseerde controle van drugsprecursoren binnen de EU voorkomen en zodoende de kosten voor marktdeelnemers die actief zijn in de waardeketen van drugsprecursoren beperken.
Operationele beleidsdoelstellingen
· Te zorgen voor een neerwaartse tendens wat betreft pogingen tot misbruik en inbeslagnamen in de EU.
· Een eenvormige, doeltreffende en doelmatige norm voor controles van drugsprecursoren in de gehele interne markt van de EU introduceren.
4. Beleidsopties
optie 1: geen maatregelen: EU-wetgeving blijft ongewijzigd (basisscenario)
Verordening (EG) nr. 273/2004 wordt niet gewijzigd. De Commissie en de lidstaten zullen zich blijven inspannen de toepassing van de huidige regels te verbeteren. De lidstaten kunnen verder nationale wetgeving vaststellen als dit nodig wordt geacht, overeenkomstig artikel 10 van de verordening, onder voorbehoud van kennisgeving en toetsing overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG.
optie 2: strengere verslagleggingsverplichtingen
De verslagleggingsverplichtingen voor marktdeelnemers worden versterkt om het kennisniveau van de lidstaten te verhogen zodat inspecties en andere handhavingsactiviteiten gerichter kunnen worden uitgevoerd. Twee subopties zouden kunnen worden toegepast, afzonderlijk of in combinatie met elkaar: a) verhoging van de frequentie en b) uitbreiding van de reikwijdte van de verslaglegging.
optie 3: aanscherping van de verplichtingen voor marktdeelnemers met betrekking tot afnemersverklaringen van eindgebruikers
Marktdeelnemers mogen alleen geregistreerde stoffen van categorie 2 leveren wanneer de bij de bestelling ontvangen afnemersverklaring volledig is ingevuld en zij zich ervan hebben vergewist dat de eindgebruiker legitieme redenen heeft voor het plaatsen van de bestelling. Indien nodig moeten marktdeelnemers hun autoriteiten inschakelen. De verificatie van de informatie moeten worden gedocumenteerd. Bovendien moet bij de geleverde stoffen een kopie van de afnemersverklaring worden gevoegd. Deze optie kan worden versterkt door de drempel van minimale hoeveelheden, zoals bedoeld in artikel 6 van de verordening, te verminderen of af te schaffen. Er kunnen twee subopties worden onderscheiden: de verplichtingen gelden alleen voor azijnzuuranhydride (a) of voor alle stoffen in categorie 2 (b).
optie 4: vereisen dat marktdeelnemers systematisch kennisgeving doen van nieuwe eindgebruikers aan de autoriteiten met het oog op verificatie
Marktdeelnemers die geregistreerde stoffen van categorie 2 in de handel brengen moeten systematisch alle orders van eindgebruikers die voor het eerst een aankoop doen ter kennis brengen van de autoriteiten en mogen alleen leveren na instemming van de autoriteiten. De autoriteiten controleren de legitieme beweegredenen van de eindgebruikers, indien nodig door samen te werken met de autoriteiten van een andere lidstaat. Deze optie kan worden versterkt door de drempel van minimale hoeveelheden, zoals bedoeld in artikel 6 van de verordening, te verminderen of af te schaffen. Er kunnen twee subopties worden onderscheiden: de verplichtingen gelden alleen voor azijnzuuranhydride (a) of voor alle stoffen in categorie 2 (b).
optie 5: registratie verplicht stellen voor eindgebruikers en de voorschriften met betrekking tot registratie aanscherpen
Eindgebruikers van geregistreerde stoffen van categorie 2 worden verplicht zich te laten registreren. Het registratienummer moeten in elke afnemersverklaring worden opgenomen, zodat marktdeelnemers na kunnen gaan of het legitieme orders betreft. De autoriteiten moeten de bedrijven van de eindgebruikers controleren alvorens een registratie af te geven, zodat het registratienummer juridisch gewicht heeft. In de Europese wetgeving worden gedetailleerde vereisten en voorwaarden voor de verlening, weigering of intrekking van een registratie van eindgebruikers (en van marktdeelnemers in het algemeen) gespecificeerd. Deze optie kan worden versterkt door de drempel van minimale hoeveelheden, zoals bedoeld in artikel 6 van de verordening, te verminderen of af te schaffen, en/of te voorzien in vrijstellingen voor bepaalde categorieën eindgebruikers, zoals universiteiten of onderzoeksinstituten. Er kunnen twee subopties worden onderscheiden: de verplichtingen gelden alleen voor azijnzuuranhydride (a) of voor alle stoffen in categorie 2 (b).
optie 6: azijnzuuranhydride verplaatsen van categorie 2 naar categorie 1
Azijnzuuranhydride wordt verplaatst van categorie 2 naar categorie 1, wat inhoudt dat alle partijen die betrokken zijn bij de handel in en het gebruik van azijnzuuranhydride een vergunning moeten verkrijgen alvorens azijnzuuranhydride in bezit te houden of in de handel te brengen, en dat zij moeten voldoen aan alle andere eisen die aan over een vergunning beschikkende marktdeelnemers worden gesteld.
5. Effectbeoordeling
De kosten als gevolg van de extra administratieve lasten in verband met de verschillende opties zijn gekwantificeerd en samengevat in de vergelijkende tabel van punt 6. De voordelen worden kwalitatief beschreven.
5.1. Optie 1: geen maatregelen
Er worden geen extra administratieve lasten opgelegd op Europees niveau, noch aan ondernemingen, noch aan de bevoegde instanties, maar op nationaal niveau valt een verhoging van de administratieve lasten te verwachten indien de lidstaten aanvullende nationale maatregelen nemen.
Wat betreft de doeltreffendheid waarmee misbruik wordt voorkomen, hebben recente statistieken over inbeslagnamen en onderschepte zendingen een duidelijk neerwaartse trend vertoond, waaruit kan worden afgeleid dat de inspanningen voor een betere uitvoering reeds hebben geleid tot een concrete verbetering van de doeltreffendheid van de bestaande wetgeving met betrekking tot het voorkomen van misbruik.
De geconstateerde tekortkomingen van Verordening (EG) nr. 273/2004 blijven in deze optie echter bestaan, hoewel deze kunnen worden afgezwakt door een betere uitvoering. De lidstaten kunnen het nog steeds nodig achten verdere nationale maatregelen te nemen ter aanscherping van de controle van de handel in drugsprecursoren[6]. Dit zou averechts werken met betrekking tot de doelstelling de interne markt in stand te houden. Ten slotte houdt de internationale kritiek op de EU (die ook door enkele lidstaten wordt gedeeld) dat zij "inactief" blijft hoewel zij voortdurend wordt opgeroepen de controle op naleving van de internemarktwetgeving te intensiveren, aan.
5.2. Optie 2: strengere verslagleggingsverplichtingen
Wat betreft de doeltreffendheid waarmee misbruik wordt voorkomen, kunnen de bevoegde instanties naar verwachting rekenen op een betere kennis van de legale handelsstromen. Hierdoor zouden ongebruikelijke handelspatronen, die op misbruik duiden, makelijker aan het licht gebracht kunnen worden. Om handelsgegevens van alle marktdeelnemers binnen de EU met elkaar in verband te brengen moeten echter zeer veel gegevens worden verzameld en over de binnengrenzen van de EU heen met elkaar in verband worden gebracht. Zelfs zulke de hele EU bestrijkende kruiscontroles zouden ondoeltreffend kunnen blijken, aangezien slechts 0,2 % van de totale productie van azijnzuuranhydride wordt misbruikt en een algemene benadering waarin alle transacties worden gecontroleerd dus minder veelbelovend is dan gerichte, op risicoanalyse gebaseerde acties.
De lidstaten kunnen nog steeds van oordeel zijn dat verdere nationale maatregelen nodig zijn om de controle van de handel in drugsprecursoren aan te scherpen. Dit zou averechts werken met betrekking tot de doelstelling fragmentatie van de interne markt te voorkomen.
5.3. Optie 3: aanscherping van de verplichtingen voor marktdeelnemers met betrekking tot afnemersverklaringen van eindgebruikers
Bij de kostenberekening voor deze worden twee scenario's onderscheiden (nadere details zijn gegeven in de overzichtstabel van punt 6). Volgens scenario 1 is het reeds nu zo dat marktdeelnemers alleen zaken doen met klanten die zij kennen en die zij hebben gecontroleerd. Derhalve wordt de belangrijkste verplichting van optie 3, namelijk de verificatie van de afnemersverklaring, volledig beschouwd als voortzetting van de huidige normale gang van zaken. De enige extra administratieve kosten zijn dan die van het opsturen van een kopie van de afnemersverklaring. Marktdeelnemers zijn zelf in staat hun klanten te controleren, zodat er geen extra kosten voor de autoriteiten zijn.
Volgens scenario 2 handelt 30 % van de marktdeelnemers nog niet op de ideale manier en moeten zij zich dus meer gaan inspannen. Bovendien wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 10 % van alle afnemersverklaringen door de autoriteiten moeten worden geverifieerd, omdat de marktdeelnemers zelf geen volledige verificatie kunnen verrichten.
Wat betreft de doeltreffendheid waarmee misbruik wordt voorkomen, leidt optie 3 tot een grotere verantwoordelijkheid van de marktdeelnemers voor de wijze waarop zij hun klanten kiezen. Hoewel zorgvuldige marktdeelnemers de noodzakelijke controles nu al uitvoeren, zal verduidelijking van de wetstekst leiden tot een grotere waakzaamheid van de marktdeelnemers en tot een stijging van het aantal gevallen waarin marktdeelnemers contact opnemen met de autoriteiten.
De voordelen voor de interne markt zijn waarschijnlijk vergelijkbaar met die van optie 1: De lidstaten kunnen nog steeds van oordeel zijn dat verdere nationale maatregelen nodig zijn om de controle van de handel in drugsprecursoren aan te scherpen, hetgeen nadelig kan zijn voor de internet markt.
5.4. Optie 4: vereisen dat marktdeelnemers systematisch kennisgeving doen van nieuwe eindgebruikers aan de autoriteiten met het oog op verificatie
Wat betreft de doeltreffendheid waarmee misbruik wordt voorkomen, richten de inspanningen van de marktdeelnemers zich in optie 4 op nieuwe klanten – en met name op degenen die beweren eindgebruikers te zijn zonder registratienummer, een categorie waarvoor moeilijk is vast te stellen of zij legitieme redenen hebben om een order te plaatsen. De systematische kennisgeving van alle nieuwe klanten aan de autoriteiten zal hen in staat stellen alle nodige controles te verrichten. Zo nodig kunnen zij de levering voorkomen en/of controleren. Een verschuiving van de verantwoordelijkheid in de richting van de autoriteiten, die in laatste instantie zouden beslissen over mogelijke nieuwe zakelijke relaties, zou een negatieve prikkel kunnen vormen voor de eigen waakzaamheid van de marktdeelnemers.
Aangezien optie 4 leidt tot een grotere kennis van de autoriteiten met betrekking tot een deel van de eindgebruikers, verkleint dit waarschijnlijk de kans dat de lidstaten aanvullende nationale maatregelen vaststellen. Sommige lidstaten zouden optie 4 echter nog steeds als ontoereikend kunnen beschouwen en verdere nationale controlemaatregelen kunnen nemen, hetgeen nadelig zou zijn voor de interne markt.
5.5. Optie 5: registratie verplicht stellen voor eindgebruikers en de voorschriften met betrekking tot registratie aanscherpen
Wat betreft de doeltreffendheid waarmee misbruik wordt voorkomen, stelt registratie de lidstaten in staat de legitieme beweegredenen van eindgebruikers te controleren voordat zij voor het eerst een order plaatsen. Hierdoor kunnen marktdeelnemers hun klanten gemakkelijker controleren, aangezien in de afnemersverklaring een officieel registratienummer is opgenomen.
Optie 5 leidt tot een veel grotere kennis van de autoriteiten met betrekking tot alle eindgebruikers, waardoor het veel minder waarschijnlijk wordt dat lidstaten het nodig achten verdere nationale maatregelen. Option 5 would thus be very effective in preserving the internal market.
5.6. Optie 6: azijnzuuranhydride verplaatsen van categorie 2 naar categorie 1
Wat betreft de doeltreffendheid waarmee misbruik wordt voorkomen zullen de voordelen gelijk of beter uitvallen dan in optie 5, aangezien alle eindgebruikers en marktdeelnemers die met azijnzuuranhydride werken onder de strikte vergunningsregeling vallen, die onder directe controle van de autoriteiten staat. Tevens maakt dit het veel minder waarschijnlijk dat de lidstaten aanvullende nationale maatregelen nemen, hetgeen betekent dat optie 6 zeer doeltreffend is voor de instandhouding van de interne markt.
6. Vergelijking van de opties
In tabel 1[7] wordt een overzicht gegeven van de informatie over de verwachte voordelen (in termen van doeltreffendheid waarmee de operationele doelstellingen worden verwezenlijkt) en de kosten voor elk van de (sub)opties.
De opties 4a en 5a hebben de gunstigste kosten-batenverhouding. Optie 4a scoort het beste op basis van de totale kosten voor de autoriteiten en ondernemingen samen. Wanneer de eenmalige kosten voor de registratie van alle bestaande eindgebruikers in optie 5a buiten beschouwing worden gelaten, zijn de verschillen in de doorlopende jaarlijkse kosten minder duidelijk: Optie 5a is minder belastend voor bedrijven, terwijl optie 4a minder belastend is voor de autoriteiten.
Naast de lagere jaarlijkse kosten voor bedrijven, genoot optie 5a ook de steun van een meerderheid van de lidstaten tijdens de raadpleging van de belanghebbenden. Optie 5a zou ook beter tegemoetkomen aan de op internationaal niveau geuite kritiek dat het in de EU ontbreekt aan een systematische controle van eindgebruikers van azijnzuuranhydride.
Gezien de relatief lage kosten van beide alternatieven in verhouding tot de totale marktwaarde van de Europese productie van azijnzuuranhydride worden geen tastbare effecten op het concurrentievermogen van de Europese industrie verwacht[8].
Tabel 1: Vergelijkende KOSTEN-BATENTABEL
Optie || Voordelen/doeltreffendheid || Kosten voor bedrijven: || Kosten voor de autoriteiten || Totale kosten
Voorkomen van misbruik || Int. markt in stand houden
1 || 0 || 0 || 0 EUR Risico van gefragmenteerde markt || 0 EUR || 0 EUR
2 || 2a || 0 || 0 || 5,6 miljoen EUR per jaar || 1 miljoen EUR per jaar || 6,6 miljoen EUR per jaar
|| 2b || 0 || 0 || 1,5 miljoen EUR per jaar || 0,3 miljoen EUR per jaar || 1,8 miljoen EUR per jaar
|| 2a+2b || 0 || 0 || 11,4 miljoen EUR per jaar || 2,1 miljoen EUR per jaar || 12,5 miljoen EUR per jaar
3 || 3a (alleen azijnzuuranhydride) || + || 0 || Scen. 1 (100 % voortzetting bestaande praktijk): Scen. 2: (70 % voortzetting bestaande praktijk): || 0,2 miljoen EUR per jaar 4,7 miljoen EUR per jaar || Scen. 1: (autoriteiten niet betrokken) Scen. 2: (autoriteiten betrokken bij 10 % van de gevallen) || 0 EUR 0,2 miljoen EUR per jaar || Scen. 1: Scen. 2: || 0,2 miljoen EUR per jaar 4,9 miljoen EUR per jaar
|| 3b || + || 0 || Scen. 1: Scen. 2: || 1 miljoen EUR per jaar 26,3 miljoen EUR per jaar || Scen. 1: Scen. 2: || 0 EUR 1,2 miljoen EUR per jaar || Scen. 1: Scen. 2: || 1 miljoen EUR per jaar 27,5 miljoen EUR per jaar
4 || 4a (alleen azijnzuuranhydride) || +[+] || ++ || 0,04 miljoen EUR per jaar || 0,005 miljoen EUR per jaar || 0,05 miljoen EUR per jaar
|| 4b || +[+] || ++ || 0,5 miljoen EUR per jaar || 0,03 miljoen EUR per jaar || 0,53 miljoen EUR per jaar
5 || 5a (alleen azijnzuuranhydride) || ++ || +++ || Alt. scen: (registratiekosten bedrijven) || 0,16 miljoen EUR + 0,01 miljoen EUR per jaar 0,55 miljoen EUR + 0,06 miljoen EUR per jaar || Alt. scen: || 0,39 miljoen EUR + 0,05 miljoen EUR per jaar 0 EUR || Alt. scen: || 0,55 miljoen EUR + 0,06 miljoen EUR per jaar 0,55 miljoen EUR + 0,06 miljoen EUR per jaar
|| 5b || ++ || +++ || Alt. scen: (registratiekosten bedrijven) || 0,5 miljoen EUR + 0,07 miljoen EUR per jaar 2,3 miljoen EUR + 0,3 miljoen EUR per jaar || Alt. scen: || 1,8 miljoen EUR + 0,2 miljoen EUR per jaar 0 EUR || Alt. scen: || 2,3 miljoen EUR + 0,3 miljoen EUR per jaar 2,3 miljoen EUR + 0,3 miljoen EUR per jaar
6 || (alleen azijnzuuranhydride) || +++ || +++ || [of: Incl. buitenl. handel Alt scen: (vergunningskosten bedrijven) || 0,3 miljoen EUR + 0,2 miljoen EUR per jaar + 0,5 miljoen EUR per jaar] 2,0 miljoen EUR + 0,3 [of + 0,9] miljoen EUR per jaar || [of: Incl. buitenl. handel Alt. scen: || 1,7 miljoen EUR + 0,1 miljoen EUR per jaar + 0,4 miljoen EUR per jaar] 0 EUR || [of incl. bl.h. Alt. scen: || 2,0 miljoen EUR + 0,3 miljoen EUR per jaar + 0,9 miljoen EUR per jaar] 2,0 miljoen EUR + 0,3 [of + 0,9] miljoen EUR per jaar
De opties die de voorkeur genieten hebben gevolgen voor kleine en middelgrote bedrijven die voornamelijk als eindgebruikers met azijnzuuranhydride werken. Tijdens de raadpleging was optie 5 de tweede voorkeursoptie (na het behouden van de huidige situatie). Dit resultaat strookt met de huidige analyse, volgens welke optie 5 minder belastend is voor ondernemingen.
Geen van de opties die de voorkeur genieten voorziet in een algemene vrijstelling van micro-ondernemingen te stimuleren, aangezien dit een eenvoudige mogelijkheid zou bieden de controles op naleving van de wetgeving te omzeilen. Micro-ondernemingen profiteren echter van de huidige drempels in de wetgeving[9]. Ten slotte zou in optie 5a een specifieke bescherming van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen worden opgenomen om te voorkomen dat de lidstaten registratiekosten in rekening brengen bij micro-, kleine en middelgrote ondernemingen[10] om hun eigen kosten te dekken.
7. Toezicht en evaluatie
Commissie:
· Verzameling en analyse van en verslaglegging over de jaarlijkse statistieken van de lidstaten over inbeslagnamen en onderschepte zendingen.
· Toezicht op aanvullende nationale wetgeving van de lidstaten.
· De uitvoering van de gewijzigde verordening ondersteunen (bijwerken van bestaande richtsnoeren, instrument voor e-learning, document met veelgestelde vragen enz.)
· Implementatie van een databank die thans worden ontwikkeld om de inzameling en analyse van statistische gegevens te vergemakkelijken.
· Vijf jaar na de uitvoering van de wijzigingen van de wetgeving zal een beoordeling van de gewijzigde wetgeving worden uitgevoerd in overleg met de lidstaten en belanghebbenden.
Lidstaten:
· Doorlopende activiteiten voor toezicht op de juiste uitvoering van de wetgeving.
[1] Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, te vinden op: http://www.incb.org/pdf/e/conv/1988_convention_en.pdf .
[2] Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 en artikel 32 van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad over de uitvoering en de werking van de EU-wetgeving betreffende het toezicht en de controle op de handel in drugsprecursoren.
[3] Verslag van de Commissie betreffende de werking van de bestaande EU-wetgeving inzake drugsprecursoren (COM(2009) 709 definitief), beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2009:0709:FIN:nl:PDF .
[4] 33 ton in 2009 en 21 ton in 2010.
[5] Azijnzuuranhydride wordt legaal gebruikt als acetyleringsmiddel in de chemische, farmaceutische en foto-industrie. Het wordt gebruikt voor de vervaardiging van kunststof, textiel, kleurstoffen, fotochemische middelen, parfums, explosieven en aspirine.
[6] Zo eisen België, Hongarije en Italië dat marktdeelnemers in die landen elke transactie met azijnzuuranhydride vóór de levering van orders aan de autoriteiten moeten melden.
[7] De in deze tabel genoemde totale kosten zijn gebaseerd op de som van de precieze waarden van de afzonderlijke onderdelen. Zij stemmen daarom niet volledig overeen met de totalen van de (afgeronde) onderdelen in deze tabel.
[8] De gecombineerde totale kosten voor elk van beide opties (0,05 miljoen EUR voor optie 4a en 0,06 miljoen EUR voor optie 5a zijn uitermate beperkt in verhouding tot de totale Europese marktwaarde van azijnzuuranhydride (meer dan 257 miljoen EUR per jaar). Ook de eenmalige kosten van 0,16 miljoen EUR voor bedrijven en 0,29 miljoen EUR voor autoriteiten zijn laag in vergelijking met deze marktwaarde.
[9] Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 273/2004 bepaalt dat bedrijven die azijnzuuranhydride aankopen/verkopen in hoeveelheden die niet groter zijn dan 100 l over een periode van één jaar, van de meeste van de verplichtingen uit hoofde van de wetgeving zijn vrijgesteld.
[10] De gevolgen van een mogelijke doorbelasting van de kosten van de autoriteiten aan ondernemingen zijn berekend als een "alternatief scenario"onder optie 5.
| Naar boven |