Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het sluiten van het statuut van het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie door de Europese Gemeenschap en het uitoefenen van de daaruit voortvloeiende rechten en plichten
/* COM/2009/0326 def. - CNS 2009/0085 */
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||
| doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc |
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV |
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |
Brussel, 26.6.2009
COM(2009) 326 definitief
2009/0085 (CNS)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het sluiten van het statuut van het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie door de Europese Gemeenschap en het uitoefenen van de daaruit voortvloeiende rechten en plichten
TOELICHTING
Al geruime tijd wordt gesproken over de oprichting van een "Internationaal Agentschap voor hernieuwbare energie" (IRENA) dat ten doel zal hebben een "kenniscentrum" voor hernieuwbare energie te zijn dat overheden adviseert bij het opstellen van nationale programma's voor de invoering van hernieuwbare energie, informatie verspreidt over hernieuwbare energie, opleidingsactiviteiten aanbiedt en advies verstrekt over beste praktijken en financieringsopties. Het statuut van IRENA (hierna "het statuut" genoemd) werd op 26 januari 2009 te Bonn door 75 staten ondertekend, waaronder 20 lidstaten.
Volgens artikel VI van het statuut kunnen regionale intergouvernementele economische integratie-organisaties lid worden. 20 lidstaten hebben het statuut al ondertekend. Het is duidelijk dat de EG ook vertegenwoordigd moet zijn in een agentschap waarvan sommige statutaire verplichtingen van invloed zijn of waarschijnlijk zullen zijn op regelingen die zijn vastgesteld bij EG-besluiten op het gebied van milieu en energie en dus van invloed op bevoegdheden van de EG. Om lid te worden zijn geen onderhandelingen nodig daar 75 staten reeds overeenstemming hebben bereikt over het statuut. Om de Europese Gemeenschap lid te maken van IRENA is dus slechts een besluit van de Raad nodig waarbij de persoon wordt aangewezen die bevoegd is om namens de EG het statuut te ondertekenen en dat een bepaling bevat over de voorlopige toepassing van het statuut.
Overeenkomstig artikel VI.C van het statuut moet bij het ondertekenen van het statuut worden verklaard welke de bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn van de EG en van haar lidstaten bij het vervullen van hun plichten krachtens het statuut.
Na ondertekening van het statuut voorziet dit voorstel in het sluiten van het statuut door de Europese Gemeenschap en in de goedkeuring van een verklaring inzake bevoegdheden.
1.1. Ondertekening en sluiting door de EG
Volgens artikel XIX van het statuut staat het statuut open voor ondertekening, ook door regionale intergouvernementele economische integratie-organisaties, tot het in werking treedt op de dertigste dag na de neerlegging van het vijfentwintigste ratificatie-instrument.
1.2. Financiële middelen
De financiële middelen (artikel XII van het statuut) van het Agentschap zijn afkomstig van verplichte (en vrijwillige) contributies van de leden. De verplichte contributies worden vastgesteld door de IRENA-Assemblee aan de hand van beoordelingscijfers van de Verenigde Naties. De contributies, voor een totaalbedrag van ongeveer 25 miljoen US dollar per jaar, zullen naar verwachting nodig zijn voor het dagelijks functioneren van IRENA. Op grond hiervan wordt de contributie van de EG geschat op ongeveer 2,5% van het totaal van de verplichte contributies, of op ongeveer 480 000 euro per jaar.
1.3. Verantwoordelijkheden van de EG en van de lidstaten: Verklaring inzake bevoegdheden
Volgens artikel VI.C van het statuut moet de EG verklaren wat haar bevoegdheden zijn op het gebied van zaken die onder het statuut vallen en de depositaris in kennis stellen van relevante wijzigingen in haar bevoegdheden.
Artikel IV van het statuut bevat de lijst van activiteiten waarmee het agentschap zich zal bezighouden. De Commissie is van oordeel dat ten minste de activiteiten in verband met het analyseren van en/of adviseren over het beleid op het gebied van hernieuwbare energie (artikel IV), de activiteiten op grond van artikel V in verband met het werkprogramma van het agentschap, de activiteiten op grond van artikel XIV in verband met betrekkingen met andere organisaties en de activiteiten op grond van artikel XV.A in verband met wijzigingen van het statuut onder de gedeelde bevoegdheid van de EG vallen.
2009/0085 (CNS)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het sluiten van het statuut van het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie door de Europese Gemeenschap en het uitoefenen van de daaruit voortvloeiende rechten en plichten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Op [ ] werd het statuut van het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie (hierna "het statuut" genoemd) namens de Europese Gemeenschap ondertekend.
(2) Het is dienstig dat de Europese Gemeenschap het statuut sluit.
(3) Zowel de Europese Gemeenschap als haar lidstaten hebben bevoegdheden op de gebieden waarop het statuut betrekking heeft.
(4) Volgens artikel VI.C van het statuut moeten regionale intergouvernementele economische integratie-organisaties die lid worden van het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie (hierna "IRENA" genoemd) verklaren wat hun bevoegdheden zijn op het gebied van zaken die onder het statuut vallen.
(5) De Europese Gemeenschap moet daarom een dergelijke verklaring inzake bevoegdheden vaststellen.
(6) De Europese Gemeenschap moet IRENA een jaarlijkse contributie betalen om het werk van het agentschap te steunen en aanvullende administratieve uitgaven te dekken, zoals voorzien in het IEE-programma,
BESLUIT:
Artikel 1
1. Het statuut van het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie wordt namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.
Artikel 2
1. De Voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) namens de Europese Gemeenschap het ratificatie-instrument neer te leggen bij de regering van de Bondsrepubliek Duitsland als depositaris van het statuut overeenkomstig de artikelen XIX en XX.A van het statuut om de toestemming van de Europese Gemeenschap zich te verbinden tot uitdrukking te brengen.
2. De Voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) namens de Europese Gemeenschap de bij artikel VI.C van het statuut voorgeschreven verklaring inzake bevoegdheden neer te leggen die in bijlage II is opgenomen.
Artikel 3
De lidstaten en de Commissie zullen de in bijlage III opgenomen gedragscode in acht nemen.
Artikel 4
De Europese Gemeenschap betaalt IRENA vanaf [1 juli 2010] een jaarlijkse contributie.
Gedaan te Brussel, […]
Voor de Raad
De voorzitter
BIJLAGE I
Verklaring inzake bevoegdheden
1. Volgens artikel VI.C van het statuut moet het ratificatie-instrument van toetreding van een regionale intergouvernementele economische-integratie-organisatie een verklaring bevatten inzake haar bevoegdheden op gebieden die onder het statuut vallen.
2. Overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap heeft de Europese Gemeenschap een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid op het gebied van hernieuwbare energie.
3. De uitoefening van de bevoegdheden die de lidstaten van de Europese Gemeenschap ingevolge de Verdragen aan de Europese Gemeenschap hebben overgedragen is uit de aard der zaak aan voortdurende wijzigingen onderhevig. De Europese Gemeenschap behoudt zich daarom het recht voor de verklaring aan te passen.
BIJLAGE II
Gedragscode
1. De gedragscode is van toepassing op alle vergaderingen die in het kader van het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie worden gehouden en die relevant zijn voor de uitvoering van het statuut, met name de vergaderingen van de Assemblee en de Raad. De code is ook van overeenkomstige toepassing op artikel XV van het statuut inzake wijzigingen, intrekkingen en herzieningen.
2. Op gebieden die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, houdt het Voorzitterschap, op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie of een lidstaat, coördinatievergaderingen van delegaties van de EU-lidstaten en wel voor, tijdens en na elke in punt 1 bedoelde vergadering ten einde een gecoördineerd standpunt uit te werken. Ontwerpverklaringen inzake standpunten worden van tevoren aan de lidstaten toegezonden. De lidstaten brengen deze gecoördineerde standpunten naar voren en brengen hun stem uit op basis van deze gecoördineerde standpunten.
3. Over zaken die onder de gedeelde bevoegdheid vallen, met name in verband met:
- beleidsadvies over het hernieuwbare-energiebeleid, zoals het bepalen van streefcijfers, administratieve belemmeringen, duurzaamheidsregelingen en –eisen, samenwerking met derde landen met het oog op het meetellen van hernieuwbare energiebronnen in de streefcijfers van andere landen en andere kwesties die vallen onder Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen,
- betrekkingen en overeenkomsten met andere organisaties,
- wijziging van het statuut,
- het werkprogramma, het reglement van orde, de financiële voorschriften en het jaarverslag van het agentschap,
- coördinatie bij de verkiezing van de directeur-generaal en de leden van de raad,
roept de Commissie coördinatievergaderingen van delegaties van de EU-lidstaten bijeen voor, tijdens en na elke in punt 1 bedoelde vergadering om het EG-standpunt te bepalen. Ontwerpverklaringen inzake standpunten worden van tevoren aan de lidstaten toegezonden. De Commissie brengt namens de EG het standpunt van de EG over deze kwesties naar voren.
4. Overeenkomstig artikel VI.C van het statuut oefent de Commissie, namens de Europese Gemeenschap, het stemrecht van de EG uit op basis van het standpunt van de EG over de in lid 3 bedoelde kwesties.
5. Er kan worden overeengekomen dat wanneer de EG niet is vertegenwoordigd, de lidstaten over de in punt 3 bedoelde kwesties op basis van het EG-standpunt stemmen.
6. De Commissie en de lidstaten doen tijdens coördinatievergaderingen ter plaatse hun uiterste best overeenstemming te bereiken.
7. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over de in punt 3 bedoelde kwesties, wordt de zaak zonder uitstel voorgelegd aan de Werkgroep Energie van de Raad of aan het Comité van Permanente Vertegenwoordigers.
8. Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt tussen de Commissie en de lidstaten als bedoeld in punt 3, kunnen de lidstaten zich uitspreken en stemmen over zaken die duidelijk onder hun bevoegdheid vallen, mits het standpunt niet in strijd is met EG-beleid en de EG-wetgeving. De Commissie kan zich uitspreken en stemmen over zaken die duidelijk onder de bevoegdheid van de EG vallen voor zover dit nodig is ter verdediging van het acquis.
FINANCIEEL MEMORANDUM
1. BENAMING VAN HET VOORSTEL:
Aan het Internationale Agentschap voor hernieuwbare energie (IRENA) te betalen contributie.
2. ABM/ABB-KADER
Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit(en):
Energie en vervoer
0604 Conventionele en duurzame energiebronnen
3. BEGROTINGSONDERDELEN
3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen) inclusief omschrijving:
060406 Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie – intelligente energie – Europaprogramma
3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen:
480.000 per jaar
3.3. Begrotingskenmerken (voeg zo nodig rijen toe) :
Begrotingsonderdeel | Soort uitgaven | Nieuw | EVA-bijdrage | Bijdrage kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruitzich-ten |
060406 | niet-verplicht | Gesplitst[1] | NEE | JA | JA | Nr. 1a |
4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN
4.1. Financiële middelen
4.1.1. Overzicht van vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK)
In miljoen euro (tot op 3 decimalen)
Soort uitgaven | Punt nr. | Jaar n | n + 1 | n + 2 | n + 3 | n + 4 | n + 5 en later | Totaal |
Operationele uitgaven[2] |
Vastleggingskredieten (VK) | 8.1. | a | 0,240 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 per jaar |
Betalingskredieten (BK) | b | 0,240 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 per jaar |
Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[3] |
Technische en administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4. | c | x | x | x | x | x | x | x |
TOTAAL REFERENTIEBEDRAG |
Vastleggingskredieten | a+c | 0,240 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 per jaar |
Betalingskredieten | b+c | 0,240 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 | 0,480 per jaar |
Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[4] |
Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5. | d | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 per jaar |
Overige niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven, met uitzondering van personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.6. | e | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 per jaar |
Totale indicatieve kosten van de maatregel |
TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | a+c+d+e | 0,285 | 0,525 | 0,525 | 0,525 | 0,525 | 0,525 per jaar |
TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | b+c+d+e | 0,285 | 0,525 | 0,525 | 0,525 | 0,525 | 0,525 per jaar |
Medefinanciering
Indien het voorstel door lidstaten of uit andere bronnen (geef aan welke) wordt medegefinancierd, geef dan een raming daarvan in de onderstaande tabel (voeg extra rijen toe indien de medefinanciering uit meer dan een bron afkomstig is):
In miljoen euro (tot op 3 decimalen)
Cofinancieringsbron | Jaar n | n + 1 | n + 2 | n + 3 | n + 4 | n + 5 en later | Totaal |
Lidstaten (wanneer alle lid zijn van IRENA – momenteel zijn 20 lidstaten lid) | f | 7,2 | 14,5 | 14,5 | 14,5 | 14,5 | 14,5 per jaar |
Niet-EU-landen (uitgaande van landen die al lid zijn of waarschijnlijk lid zullen worden; kunnen er op den duur meer zijn) | 2,4 | 4,8 | 4,8 | 4,8 | 4,8 | 4,8 per jaar |
TOTAAL VK inclusief cofinanciering | a+c+d+e+f | 9,6 | 19,8 | 19,8 | 19,8 | 19,8 | 19,8 per jaar |
4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering
( Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering.
( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten.
( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[5] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten).
4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten
( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
( Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten:
In miljoen euro (tot op een decimaal)
Vóór de actie [Jaar n-1] | Situatie na de actie |
Totale personele middelen | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 per jaar |
5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN
5.1. Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien
Hoofddoel van IRENA is het verspreiden van beste praktijken op het gebied van hernieuwbare energie, zowel binnen de EU als wereldwijd.
5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie
Als lid heeft de Commissie beter en meer rechtstreeks toegang tot informatie over activiteiten op het gebied van hernieuwbare energie, zowel binnen de EU als wereldwijd. Dit komt de beleidsvorming in het algemeen ten goede (bijv. discussie over duurzaamheid van biobrandstoffen en biomassa) en zou het toezicht versterken op de vorderingen die de lidstaten maken om hun bindende streefcijfers voor hernieuwbare energie voor 2020 te behalen.
Voor veel aspecten van het beleid inzake hernieuwbare energie heeft de EG bovendien gedeelde bevoegdheden met de lidstaten. Het is wenselijk dat de EG op gecoördineerde wijze binnen IRENA optreedt. In het voorstel voor een EG-mandaat voor de ondertekening van IRENA wordt voorgesteld dat de EG lid wordt van IRENA; dit betekent dat een contributie moet worden betaald.
5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM
Hoofddoel van IRENA is het verspreiden van beste praktijken op het gebied van hernieuwbare energie, zowel binnen de EU als wereldwijd. Dit omvat:
- het bevorderen van hernieuwbare energietechnieken in de EU en wereldwijd zodat deze beter ingang vinden in de markt, met name om de kosten te verlagen en de marktkennis te vergroten.
- het wegnemen van obstakels voor de invoering van hernieuwbare energie, het stimuleren van beste praktijken en bewustmaking.
Resultaten:
Verspreiding van kennis en beste praktijken, waarbij de EG binnen IRENA actief is op basis van gecoördineerde standpunten over zaken van gedeelde bevoegdheid.
Indicatoren:
- Aantal IRENA-leden dat nieuwe acties / maatregelen heeft vastgesteld op het gebied van hernieuwbare energie als rechtstreeks resultaat van IRENA-advies.
- Aantal nieuwe maatregelen dat als gevolg van IRENA-advies is uitgevoerd.
- Aandeel van overeengekomen gecoördineerde EG-standpunten op relevante kwesties binnen IRENA.
5.4. Wijze van uitvoering (indicatief)
( Gecentraliseerd beheer
( rechtstreeks door de Commissie
( gedelegeerd aan:
( uitvoerende agentschappen
( door de EG opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement
( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbare-dienstverleningstaak
( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer
( met lidstaten
( met derde landen
( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke)
Opmerkingen:
6. TOEZICHT EN EVALUATIE
6.1. Toezicht
Niet van toepassing.
6.2. Evaluatie
6.2.1. Evaluatie vooraf
Niet van toepassing.
6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan)
Indien de indicatoren slechte prestaties te zien geven, kan worden overwogen of de jaarlijkse contributie moet worden voortgezet.
6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties
Na vijf jaar, indien er aanwijzingen zijn dat IRENA geen succes heeft en niet wordt gesteund.
7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN
Worden niet relevant geacht.
8. NADERE GEGEVENS BETREFFENDE DE MIDDELEN
8.1. Doelstellingen van het voorstel
Vastleggingskredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen)
Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 |
Ambtenaren of tijdelijk personeel[8] (XX 01 01) | A*/AD | 0,222 | 0,222 | 0,222 | 0,222 | 0,222 | 0,222 |
B*, C*/AST |
Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel[9] | 0,178 | 0,178 | 0,178 | 0,178 | 0,178 | 0,178 |
Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel[10] |
TOTAAL | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 |
8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien
- Het volgen van de acties in IRENA
- Input leveren aan het werkprogramma
- Het voorbereiden, bijeenroepen en opvolgen van coördinatievergaderingen met de lidstaten
8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel
( Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma
( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n
( Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd
( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling)
( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen
8.2.4. Andere administratieve uitgaven die in het referentiebedrag zijn begrepen (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer)
In miljoen euro (tot op 3 decimalen)
Begrotingsonderdeel (nummer en rubriek) | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 en later | TOTAAL |
Andere technische en administratieve bijstand |
- intern |
- extern |
Totaal technische en administratieve bijstand |
8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen
In miljoen euro (tot op 3 decimalen)
Soort personeelsleden | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 en later |
Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01) | 0,027 | 0,027 | 0,027 | 0,027 | 0,027 | 0,027 per jaar |
Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis, enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) | 0,013 | 0,013 | 0,013 | 0,013 | 0,013 | 0,013 per jaar |
Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen) | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 per jaar |
Berekening– Ambtenaren en tijdelijke functionarissen |
Werkzaamheden die vele jaren zullen duren, dit betekent dat de kosten gebaseerd zijn op de gemiddelde kosten van administratieve ambtenaren in de Commissie 0,4 vte x (122 x 5/9) + 0,4 vte x (73 x 3/9) + 0,4 vte x (64 x 1/9) = 40 000 euro Berekening – Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel Zie vak hierboven. |
8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen In miljoen euro (tot op 3 decimalen) |
Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 en later | TOTAAL |
XX 01 02 11 01 - Dienstreizen | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 per jaar |
XX 01 02 11 02 – Vergaderingen en conferenties |
XX 01 02 11 03 – Comités[12] |
XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen |
XX 01 02 11 05 – Informatiesystemen |
2 Totaal andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) |
3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) |
Totaal andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 | 0,005 per jaar |
Berekening – Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen |
5 dienstreizen à 1 000 euro = 5 000 euro Afhankelijk van de plaats van permanente vestiging van het secretariaat, kan dit bedrag hoger of lager zijn. |
[1] Gesplitste kredieten.
[2] Uitgaven die niet vallen onder hoofdstuk xx 01 van de desbetreffende titel xx.
[3] Uitgaven die vallen onder artikel xx 01 04 van titel xx.
[4] Uitgaven die vallen onder hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05.
[5] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.
[6] Extra kolommen toevoegen indien dit nodig is, d.w.z. indien de actie langer duurt dan 6 jaar.
[7] Zoals beschreven in punt 5.3.
[8] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt.
[9] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt.
[10] Waarvan de kosten door het referentiebedrag worden gedekt.
[11] Verwijs naar het specifieke financieel memorandum voor de betrokken uitvoerende agentschappen.
[12] Vermeld het soort comité en de groep waartoe het behoort.
| Naar boven |