Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Naar duurzaam waterbeheer in de Europese Unie - Eerste fase in de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (richtlijn 2000/60/EG) [SEC(2007) 362] [SEC(2007) 363]
/* COM/2007/0128 def. */
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||||
| doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc |
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV NL PL PT RO SK SL SV |
NL
Brussel, 22.3.2007
COM(2007) 128 definitief
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Naar duurzaam waterbeheer in de Europese Unie
- Eerste fase in de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (Richtlijn 2000/60/EG)
[SEC(2007) 362]
[SEC(2007) 363]
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Naar duurzaam waterbeheer in de Europese Unie
Inleiding
"Water is geen gewone handelswaar, maar een erfgoed dat als zodanig beschermd, verdedigd en behandeld moet worden." [1]
Water is onontbeerlijk voor de menselijke overleving en ontwikkeling. Het is essentieel voor menselijk leven en nodig voor veel industriële activiteiten en processen. In de vrije natuur moeten toereikende hoeveelheden van voldoende kwaliteit beschikbaar zijn om de fauna, flora en unieke ecosystemen in stand te houden.
Te veel water kan tot verlies van levens en ernstige schade lijden door overstroming, zoals in de Europese Unie bijna jaarlijks gebeurt. Te weinig water is even verwoestend, zoals blijkt uit de steeds vaker voorkomende droogtes. Dit soort gebeurtenissen zal gezien de voorspellingen over de effecten van de klimaatverandering naar verwachting frequenter en extremer worden.
De instandhouding van een duurzaam evenwicht tussen al deze aspecten is het doel van de in 2000 [2] aangenomen Kaderrichtlijn Water (KRW), die de basis legt voor een modern, holistisch en ambitieus waterbeleid voor de Europese Unie.
De voorliggende mededeling vat het eerste verslag over de voortgang inzake de uitvoering van de KRW samen (als vereist bij artikel 18, lid 3) [3]. Zij doet ook aanbevelingen voor de volgende belangrijke mijlpaal: de stroomgebiedbeheerplannen. Deze plannen, die in december 2009 op tafel moeten liggen, zullen nieuwe echte verbeteringen voor het hele watersysteem brengen in de vorm van programma's van maatregelen, die in 2012 operationeel moeten zijn en ervoor moeten zorgen dat in 2015 aan de milieudoelstellingen van de richtlijn wordt voldaan.
1. Waterbeleid van de EU – Een kort overzicht
De Kaderrichtlijn Water stelt een wettelijk kader in om voldoende hoeveelheden water van goede kwaliteit in heel Europa te garanderen. De hoofddoelstellingen ervan zijn:
· de waterbescherming tot alle wateren uitbreiden: de land- en kustoppervlaktewateren en het grondwater;
· een "goede toestand" voor alle wateren bereiken in 2015;
· het waterbeheer baseren op stroomgebieden;
· emissiegrenswaarden combineren met milieukwaliteitsnormen;
· ervoor zorgen dat de waterprijzen de watergebruikers voldoende stimuleren om de watervoorraden efficiënt te gebruiken;
· de burgers nauwer bij het waterbeheer betrekken;
· de wetgeving stroomlijnen.
De richtlijn heeft ook twee gebieden vastgesteld waar meer specifieke wetgeving nodig was: grondwater (artikel 17) en prioritaire stoffen [4] (artikel 16). De nieuwe Grondwaterrichtlijn [5] is pas onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen, terwijl over het voorstel voor een richtlijn inzake prioritaire stoffen [6] nog onderhandeld wordt.
Twee aanvullende recente wetgevingsvoorstellen zullen de reikwijdte van het waterbeleid van de EU verbreden en het uitgebreide beheers- en beschermingskader ervan completeren. Het gaat om de voorstellen voor een richtlijn over overstromingsbeoordeling en –beheer [7] en een richtlijn over mariene strategie [8].
2. Europese wateren – Een bedreigde hulpbron
Krachtens artikel 5 van de KRW moesten de lidstaten, voor het grootste deel onder gebruikmaking van bestaande informatie, tegen december 2004 met een milieu- en economische analyse komen. De onderstaande resultaten zijn volledig gebaseerd op verslagen van de lidstaten inzake deze "artikel 5-analyse".
2.1. Huidige toestand van de EU-wateren – Slechter dan verwacht
Volgens de specificaties bij artikel 5 in bijlage II van de richtlijn dienden de lidstaten de volgende essentiële vraag te beantwoorden: "Wat is, uitgaande van de huidige gegevens, het risico dat de milieudoelstellingen van de KRW niet worden gerealiseerd?" (zie figuur 1). Aangezien de KRW-doelstellingen tegen 2015 moeten worden bereikt, illustreren de resultaten hoe ver de nationale waterbeschermingsinspanningen momenteel van het streefcijfer "verwijderd" zijn.
(...PICT...)
Figuur 1: Percentage oppervlaktewaterlichamen die risico lopen de KRW-doelstellingen niet te realiseren, per lidstaat - ■ = 'risico', ■ = 'onvoldoende gegevens', ■ = 'geen risico' (op basis van verslagen van de lidstaten) [9]
Het huidige percentage waterlichamen die aan alle KRW-doelstellingen voldoen is laag, in sommige lidstaten zelfs maar 1%. Toch moeten de resultaten meer in detail worden geanalyseerd.
Hoge risico's zijn duidelijk gerelateerd aan dichtbevolkte gebieden en regio's met een intensief, vaak niet duurzaam, watergebruik. Voorts komen in de KRW voor het eerst op communautair niveau uitgebreid alle vormen van belasting van en effecten op water aan bod, inclusief problemen veroorzaakt door structurele achteruitgang van ecosystemen en invloeden op biologische parameters. Veel lidstaten hebben deze uitdaging aangenomen door van de meest pessimistische schattingen gebruik te maken om de gezondheid van aquatische ecosystemen en de biodiversiteitgerelateerde indicatoren te beoordelen.
Bovendien heeft het waterbeleid van de EU lang vóór de KRW een aantal belangrijke vormen van belasting aangepakt, zoals verontreiniging door binnenlandse afvalwaterlozingen [10], nutriënten van de landbouw [11], industriële emissies [12] en lozingen van gevaarlijke stoffen [13]. Gezamenlijke analyse van de effecten van deze belastingen brengt duidelijke verschillen aan het licht in het niveau van uitvoering van deze wetgeving (dat in sommige lidstaten zeer laag is). Op plaatsen waar in de laatste 10 à 30 jaar voldoende is geïnvesteerd, zijn deze problemen grotendeels opgelost. Betreffende de tien in 2004 en de twee in 2007 toegetreden lidstaten (samen EU-12) gelden voor de volledige uitvoering van de zware investeringen vergende voorschriften inzake puntbronnenbeheersing overgangsperiodes, die meestal tot 2015 lopen.
Verontreiniging door gemeentelijk afvalwater – huidige uitvoering (voor details zie SEC(2007) 363)
De Europese Gemeenschap heeft Richtlijn 91/271/EEG inzake de behandeling van stedelijk afvalwater aangenomen om lozingen van gemeentelijk afvalwater afkomstig van grote dorpen en steden te reguleren. De richtlijn specificeert expliciet het soort behandeling dat het afvalwater moet ondergaan.
In de EU-15 worden belangrijke hoeveelheden afvalwater nog steeds niet adequaat behandeld vóór lozing in de oppervlaktewateren. Gezien de toestand op 1 januari 2003 [14] wordt door de lidstaten slechts 81% uitvoering van de richtlijn gerapporteerd. De voornaamste verschillen zijn het gebrek aan (adequate) behandeling en het gebrek aan aanwijzing van "kwetsbare gebieden" waar stringentere behandeling nodig is voor het beschermen van kwetsbare meren, kust- en mariene wateren tegen nutriëntenverontreiniging. De Commissie zet vraagtekens bij een aantal van de gerapporteerde niveaus van uitvoering die door de lidstaten zijn verstrekt. In de laatste jaren heeft de Commissie dan ook afdoende gerechtelijke stappen tegen verschillende lidstaten ondernomen.
De EU heeft een fors bedrag aan communautaire financiële middelen (vooral uit het Cohesiefonds) besteed aan de medefinanciering van waterzuiveringsinstallaties in de lidstaten. Zo is in de periode 2000-2006 9 miljard euro aan vier van de EU-15-lidstaten en 5,6 miljard aan de EU-10 toegewezen. Voor de nieuwe EU-12-lidstaten zal in de komende 10 jaar naar schatting circa 35 miljard euro nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen.
Verontreiniging door nitraten in de landbouw – huidige uitvoering (voor details zie COM(2007)120 def.)
Diffuse verontreiniging uit agrarische bron vormt een grote bedreiging voor het EU-water. Het derde verslag over de uitvoering van de Nitratenrichtlijn bevestigt de grote bijdrage van de landbouw tot de nitratenverontreiniging van het grond- en oppervlaktewater en tot de eutrofiëring. In de laatste jaren is vooruitgang gemaakt met de uitvoering van deze richtlijn, hoewel de uitvoering nog steeds onvolledig is en verdere inspanningen noodzakelijk zijn. De aanwijzing van voor nitraten kwetsbare gebieden, die stegen van 35,5% van het EU-15-grondgebied in 1999 tot 44% in 2003, moet, met name in de Zuid-Europese lidstaten, worden voltooid. De actieprogramma's dienen te worden verbeterd in termen van kwaliteit en volledigheid van de maatregelen, en ook moeten er aanvullende acties worden aangenomen indien duidelijk is dat de doelstellingen van de richtlijn niet worden bereikt.
2.2. Belastingen en oorzaken – Gevolgen van niet duurzaam watergebruik
De grootste en meest verspreide belastingen ontstaan uit diffuse verontreiniging, fysische achteruitgang van waterecosystemen (fysische wijzigingen) en, vooral in Zuid-Europa, te intensief watergebruik. In een aantal EU-15-landen, en meer in het algemeen in de EU-12, is puntbronnenverontreiniging eveneens een belangrijk probleem. De grootste veroorzakers van deze belastingen zijn de industrie, huishoudens, landbouw, scheepvaart, waterkracht, bescherming tegen overstromingen en stadsontwikkeling.
Het gebrek aan internalisering van de milieukosten tot nu toe is mogelijk een andere reden waarom het watergebruik tot nu toe niet duurzaam is. De KRW voert evenwel een systeem in waarbij de milieu- en hulpbronnenkosten in aanmerking moeten worden genomen bij het bepalen van het aandeel van de verschillende toepassingen in het terugwinnen van de kosten van waterdiensten.
3. Prestatie van de lidstaten – Ruimte voor verbetering
De Commissie heeft de verslagen van de lidstaten vooral op vier aspecten beoordeeld: conformiteit van de wettelijke omzetting, naleving van artikel 3, naleving van artikel 5 en totale rapportageprestatie. Voor deze laatste drie punten worden de resultaten gepresenteerd in een figuur die de relatieve prestatie van de lidstaten op basis van een eenvoudig scoresysteem weergeeft. De methodologie, meer gedetailleerde resultaten en hun interpretatie worden gepresenteerd in het begeleidende werkdocument van de Commissiediensten [15].
3.1. Wettelijke omzetting – Een negatief beeld
Weinig EU-15-lidstaten hebben de Kaderrichtlijn Water binnen de vereiste termijn, d.w.z. december 2003, in nationale wetgeving omgezet. De Commissie heeft elf inbreukprocedures ingeleid en het Hof van Justitie heeft vijf lidstaten veroordeeld [16] wegens niet-mededeling van de omzetting van de KRW. Bovendien heeft het Hof een aantal kwesties toegelicht betreffende omzetting [17]. Voor EU-12 gold als termijn voor de kennisgeving van hun nationale wetgeving de dag van hun toetreding, die door alle staten in acht is genomen.
De kwaliteit van de wettelijke omzetting is gebrekkig. Op basis van een voorbeoordeling heeft de Commissie 19 lidstaten geïdentificeerd die ernstig tekortschieten in de omzetting van artikel 4, 9 of 14. De meeste andere lidstaten zetten de KRW niet volledig conform om. De Commissie zal deze negatieve bevindingen met de hoogste prioriteit behandelen.
3.2. Administratieve regelingen (artikel 3) – Een bemoedigende start
Na de omzetting was de volgende belangrijke stap het opzetten van stroomgebieddistricten en het aanwijzen van bevoegde autoriteiten (krachtens artikel 3). De meeste lidstaten hebben tijdig aan de Commissie gerapporteerd. Wegens laattijdige rapportage heeft de Commissie negen inbreukprocedures ingeleid, die op een na alle succesvol zijn beëindigd.
Hoewel de meeste administratieve regelingen geschikt lijken om een goede uitvoering te verzekeren, zal de werkelijke prestatie pas in de komende jaren uit de praktijk duidelijk worden. Het is echter vaak onduidelijk hoe de coördinatieregelingen tussen verschillende autoriteiten binnen de lidstaten momenteel functioneren.
Figuur 2 geeft de totale prestatie van de lidstaten bij het opzetten van stroomgebieddistricten en bevoegde autoriteiten weer.
De meeste lidstaten die deel uitmaken van een internationaal stroomgebieddistrict hebben de nodige overeenkomsten en coördinatieregelingen ingevoerd. In sommige gevallen echter is dit proces nog aan de gang of is er duidelijk ruimte voor verbetering van de internationale coördinatieregelingen. Meer conclusies over de beoordeling van de artikel 3-verslagen zijn te vinden in het werkdocument van de Commissiediensten.
(...PICT...)
Figuur 2: Prestatie-indicator per lidstaat betreffende de uitvoering van de administratieve opzet – Artikel 3 KRW –inclusief het EU-27-gemiddelde (op basis van de verslagen van de lidstaten) [18]
3.3. Milieu- en economische analyse (artikel 5) – Grote diversiteit en een aantal belangrijke verschillen
De eerste KRW-analyse omvat een uitgebreide beoordeling van alle milieueffecten van menselijke activiteiten en een economische analyse van watergebruik en kostenterugwinningsniveaus. De meeste lidstaten hebben de verslagen tijdig ingediend. De Commissie zet inbreukprocedures tegen twee lidstaten voort, die enkel en met aanzienlijke vertraging eerste (onvolledige) verslagen hebben ingediend.
Over het algemeen hebben de lidstaten veel moeite besteed aan deze eerste analyse en een informatiebasis gecreëerd die op EU-niveau nog niet bestond. De kwaliteit van de verslagen en het niveau van gedetailleerdheid variëren echter sterk.
De algemene prestatie van de lidstaten wordt weergegeven in figuur 3. Verschillende lidstaten hebben een goed of bevredigend verslag samengesteld. In alle gevallen dienen echter gegevenshiaten te worden opgevuld om een solide basis te leggen voor de stroomgebiedbeheerplannen van 2009. Sommige verslagen voldoen duidelijk niet aan de minimumeisen van de richtlijn. De economische analyse is het voornaamste zwakke punt. Het betreft hier met name de juiste identificatie van de waterdiensten en –toepassingen, en de beoordeling van het niveau van kostenterugwinning. Deze bevindingen worden in meer detail in het werkdocument van de Commissiediensten uitgelegd.
(...PICT...)
(...PICT...)
Figuur 3: Prestatie-indicator per lidstaat betreffende de uitvoering van de milieu- en economische analyse – Artikel 5 KRW –inclusief het EU-27-gemiddelde (op basis van de verslagen van de lidstaten). *De scores voor BG en RO steunen op voorlopige beoordelingen.18
3.4. Rapportageprestatie – Een aantal gemiste kansen
Naast de kwaliteit van de inhoud van de verslagen is een andere belangrijke indicator de algemene rapportageprestatie. De KRW biedt belangrijk potentieel voor beheerstroomlijning en kostenbesparing op lange termijn. Ondertussen zal de verbetering van de duidelijkheid en volledigheid van de verslagen het gemakkelijker maken de resultaten aan het publiek mee te delen.
De eerste aanwijzingen i.v.m. de rapportageprestatie zijn of het verslag tijdig werd geleverd en of het duidelijk en volledig was. Figuur 4 bevat een overzicht en gemiddelde scores van de lidstaten voor de wijze waarop zij hebben voldaan aan de rapportage-eisen betreffende artikel 3 en artikel 5.
(...PICT...)
Figuur 4: Indicator per lidstaat betreffende zijn rapportageprestatie en het EU-27-gemiddelde (op basis van de verslagen van de lidstaten).18
4. Aanbevelingen aan de lidstaten – Tijd om te handelen tot 2009
De lidstaten moeten de eerste stroomgebiedbeheerplannen voltooien tegen eind 2009, en moeten een watertariferingsbeleid invoeren in 2010Door te leren van de ervaring met de uitvoering tot dusver is er nog ruim tijd om de situatie te verbeteren en gegevenshiaten op te vullenBovendien zal de verplichting om het publiek bij de opstelling van de beheerplannen te informeren en te raadplegen meer transparantie en rechtvaardiging vereisen inzake welke maatregelen nodig en kosteneffectief zijn, en welke vrijstellingen te verantwoorden zijn.
De Commissie verzoekt daarom de lidstaten dringend met name de volgende drie gebieden centraal te stellen:
a) Ondervangen van de huidige tekortkomingen. Om deze doelstelling te bereiken, worden de lidstaten aangemoedigd om:
· volledig uitvoering te geven aan andere relevante EU-wetgeving, met name inzake stedelijk afvalwater en nitraten;
· alle door de richtlijn vereiste economische instrumenten (tarifering, terugwinning van kosten van waterdiensten, milieu- en hulpbronnenkosten, en het beginsel dat de vervuiler betaalt) in te voeren. De volledige benutting van deze economische instrumenten zal tot een echt duurzaam waterbeheer bijdragen;
· een uitgebreid nationaal ecologisch beoordelings- en classificatiesysteem in te voeren als basis voor de uitvoering van de richtlijn en de vervulling van de doelstelling "goede ecologische toestand". De tekortkomingen van de huidige interkalibratieoefening moeten zo snel mogelijk worden verholpen. Enkel volledige, robuuste en betrouwbare ecologische beoordeling zal vertrouwen wekken in de KRW en deze geloofwaardig maken;
· de methodologieën en benaderingen te verbeteren betreffende een aantal kernvraagstukken (zoals aanwijzing van sterk veranderde waterlichamen, criteria voor het beoordelen van risico of voor het behandelen van de kwantitatieve toestand van grondwater) en de vergelijkbaarheid tussen de lidstaten, met name in internationale stroomgebieden, te vergroten;
· de bestaande gegevenshiaten en tekortkomingen van de artikel 5-analyse sterk te verminderen als onderdeel van de opstelling van de stroomgebiedbeheerplannen.
b) Integreren van duurzaam waterbeheer in andere beleidsgebieden Om deze doelstelling te bereiken worden de lidstaten aangemoedigd om:
· ervoor te zorgen dat infrastructuur- en duurzame menselijke ontwikkelingsprojecten, die achteruitgang van het aquatische milieu zouden kunnen veroorzaken, aan een adequate milieueffectbeoordeling worden onderworpen. In dat verband is volledige omzetting en adequate, transparante en gecoördineerde toepassing van artikel 4, lid 7, cruciaal;
· te zorgen voor de toewijzing van de adequate middelen. Om dit doel te bereiken is het belangrijk zo goed mogelijk gebruik te maken van het potentieel van nationale financiële middelen en EU-financieringsinstrumenten, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid. De nationale toewijzingen tot dusver van deze financiële middelen voor verbeteringen op het gebied van water zijn onvoldoende om alle behoefte te dekken als vastgesteld in de bevindingen van de milieu-analyse op grond van de KRW.
c) Zo goed mogelijk gebruik maken van publieke participatie
· Publieke participatie moet gezien worden als een kans. De lopende werkzaamheden inzake vrijwillige rapportage en het waterinformatiesysteem voor Europa zullen helpen bij het transparant informeren van het publiek.
5. Commissieacties – Aanbod voor een verlengd partnerschap
Uit deze beoordelingen en aanbevelingen is het duidelijk dat de lidstaten nog een ambitieuze en moeilijke taak wacht willen zij de uitvoering van de KRW tot een succes maken. De Commissie beseft dat voor haar een belangrijke rol is weggelegd. In dat verband plant de Commissie momenteel de volgende acties, die aansluiten bij de KRW en in sommige gevallen een verreikend doel hebben.
Actie 1: Verlengen van het partnerschap met de lidstaten
De Commissie heeft zich verbonden tot het voortzetten van de succesvolle samenwerking op grond van de gemeenschappelijke uitvoeringsstrategie. Dit gezamenlijke werkprogramma [19] in samenwerking met de lidstaten en andere landen en met deelname van de stakeholders en NGO's bevordert gemeenschappelijke interpretatie en de uitwisseling van beste praktijk en informatie i.v.m. een aantal kernvraagstukken. De Commissie is ervan overtuigd dat deze aanpak al betere resultaten oplevert dan een meer formalistische uitvoeringsaanpak. Mocht echter duidelijk worden dat deze waarschijnlijk zal mislukken, dan zal de Commissie zeker gebruik maken van haar bevoegdheden op grond van het Verdrag.
Deze ondersteuning zal zich vooral op de huidige terkortkomingen beschreven in punt 4 a), met name de economische instrumenten richten. De Commissie zal zich met name ook inspannen voor het verbeteren van de beoordeling van de "ecologische toestand". In 2005 heeft de Commissie het net van interkalibratielocaties gepubliceerd [20]. Zij is nu bezig met de opstelling van een vóór eind 2007 aan te nemen besluit over de resultaten van de interkalibratie, dat in alle lidstaten de benchmark zal zijn voor "goede ecologische toestand". Zij zal dan verder werken aan een uitgebreid kader voor ecologische beoordeling van aquatische biodiversiteit.
Bovendien zal de Commissie de EU-12-lidstaten blijven helpen bij de uitvoering van het waterbeleid van de EU en blijven deelnemen aan internationale rivierverdragen.
Actie 2: Zorgen voor integratie in andere EU-beleidslijnen
Er is al veel vooruitgang gemaakt met het integreren van het waterbeleid in andere beleidsgebieden van de EU, met name landbouw, energie, vervoer, onderzoek, externe betrekkingen en regionale ontwikkeling. De gezamenlijke en open besprekingen tussen de verschillende bevoegde autoriteiten op EU- en lidstaatniveau, waarbij alle relevante stakeholders en NGO's betrokken waren, hebben waardevolle resultaten en conclusies opgeleverd [21].
De Commissie heeft zich ertoe verbonden op dit gebied haar leidende rol te blijven spelen door nieuwe manieren te verkennen voor het versterken van de integratie van watergerelateerde aandachtspunten in andere EU-beleidslijnen en –wetgeving. Het doel is andere beleidsgebieden nog effectiever te laten bijdragen tot de bescherming van het watermilieu en het bereiken van de doelstellingen van de KRW, de Richtlijn Overstromingsrisicobeheer en andere communautaire waterwetgeving.
Zoals onlangs door de directeurs Waterbeheer van de EU betreffende landbouw vastgesteld [22], bieden de komende besprekingen over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid kansen voor de verdere integratie van het waterbeleid en het landbouwbeleid. Wat het cohesiebeleid betreft zal de Commissie de inspanningen voortzetten om ervoor te zorgen dat steun uit het Fonds verenigbaar is met het waterbeleid [23]. De beleidslijnen inzake vervoer (scheepvaart) en energie (waterkracht) zullen verder worden uitgevoerd op een wijze waardoor de negatieve effecten op het aquatische milieu verminderen. Bovendien dient bij de uitvoering van het zevende kaderprogramma voor onderzoek water een aandachtspunt te blijven. Tenslotte kan de voor de deur staande evaluatie van andere milieuwetgeving, zoals de richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging en de Habitatrichtlijn, de bijdrage ervan tot de realisering van de KRW-doelstellingen verder versterken. De Commissie zal ook doorgaan met het stimuleren van versterkt waterbeheer in relevante niet-lidstaten.
Actie 3: Bevorderen van het gebruik van economische instrumenten
De Commissie zal van het gebruik van economische instrumenten een prioriteit maken in de context van de uitvoering, en verdere uitwisselingen van informatie met en tussen de lidstaten over beste praktijen, inclusief uitgebreider gebruik van de bestaande leidraden, stimuleren. Bovendien besteedt de Comissie momenteel eveneens aandacht aan het bevorderen van benchmarking tussen waterondernemingen. Zij werkt momenteel ook aan een verkennende studie over de kosten en baten van de uitvoering van de KRW, en zal de ontwikkeling van binnen de EU geharmoniseerde methoden en instrumenten bevorderen door bijvoorbeeld gebruik te maken van onderzoeksprojecten [24].
Actie 4: Aansnijden van de klimaatverandering in het kader van het waterbeheer
De effecten van de klimaatverandering, inclusief de toename van overstromingen en droogten, zouden het risico kunnen verhogen dat de doelstellingen van de KRW niet worden bereikt. Het verhoogde risico van extreme gebeurtenissen wordt gedeeltelijk aangepakt door het voorstel voor een richtlijn betreffende overstromingen. De resultaten van een diepgravende analyse van waterschaarste en droogten zullen worden opgenomen in een voor medio 2007 geplande mededeling.
Naast de mitigatie- en aanpassingsbeleidslijnen die zijn opgenomen in het Europees programma inzake klimaatverandering en in het geplande Groenboek inzake de aanpassing aan klimaatverandering zal de Commissie stimuleren dat volledig gebruik wordt gemaakt van de bestaande mogelijkheden voor het rekening houden met de factor klimaatverandering in de stroomgebiedbeheerplannen, en zal zij de verdere integratie van klimaatveranderings-, mitigatie- en aanpassingsstrategieën in het kader van het waterbeleid van de EU bevorderen.
Actie 5: Opzetten van een ambitieus waterinformatiesysteem voor Europa (WISE) [25]
De Commissie en het Europees Milieuagentschap hebben zich ertoe verbonden WISE te ontwikkelen tegen 2010. WISE zal fungeren als centrum voor bredere inspanningen om de verzameling en verspreiding van informatie voor het Europese waterbeleid te moderniseren en te stroomlijnen. Het is een integrerend deel van bredere initiatieven zoals het Gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem (SEIS) en INSPIRE.
6. Conclusies
De verslagen van de lidstaten over hun initiële verplichtingen op grond van de Kaderrichtlijn Water geven een beeld te zien van bemoedigende resultaten, hoewel er grote tekortkomingen zijn op sommige gebieden. Er is nog tot 2010, wanneer de eerste stroomgebiedbeheerplannen moeten worden aangenomen, tijd om in de hiaten te voorzien.
De gebrekkige omzetting en het gebrek aan economische analyse zijn de grootste hiaten in de KRW tot dusver. Terwijl de internationale samenwerking veelal moet worden uitgebreid, zijn in sommige gebieden, zoals het Donaubekken, belangrijke verbeteringen geregistreerd.
Er is verdere vooruitgang nodig op gebieden zoals de integratie van het waterbeleid in andere beleidslijnen en de beoordeling van de effecten van de klimaatverandering op de waterkringloop, inclusief overstromingen en droogtes en vraag en aanbod van water op lange termijn, teneinde daadwerkelijk uitvoering te geven aan een duurzaam waterbeheer op lange termijn in de EU.
De Commissie heeft zich verbonden tot het verlengen van haar partnerschap met de lidstaten in het kader van de gemeenschappelijke uitvoeringsstrategie om gezamenlijk een aantal van deze toekomstige uitdagingen aan te nemen. Eén belangrijk element is de ontwikkeling van het waterinformatiesysteem voor Europa.
Concluderend kan worden gesteld dat dit eerste verslag over de uitvoering van de KRW illustreert dat wij belangrijke stappen "naar duurzaam waterbeheer in de Europese Unie" hebben gezet. Samen met de watergerelateerde richtlijnen waarover nog onderhandeld wordt, doet de KRW alle instrumenten aan de hand die nodig zijn om in de komende jaren tot een echt duurzaam waterbeheer in de EU te komen. Niettemin is de weg die de lidstaten nog moeten afleggen om deze instrumenten zo goed mogelijk uit te voeren lang en moeilijk. De lidstaten moeten zich hiertoe zeer inspannen.
[1] Overweging 1 van de Kaderrichtlijn Water.
[2] Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).
[3] Een meer gedetailleerde analyse wordt gepubliceerd in het werkdocument van de Commissiediensten (SEC(2007) 362).
[4] Chemicalïën die in de EU aanleiding geven tot bezorgdheid en de oppervlaktewateren verontreinigen.
[5] Richtlijn 2006/118/EG, PB L 372 van 27.12.2006, blz. 19.
[6] Voorstel (COM (2006) 397 def.) van 17 juli 2006.
[7] COM(2006) 15 def. van 18.1.2006.
[8] COM(2005) 505 def. van 24.10.2005.
[9] Voor meer details, zie SEC(2007) 362.
[10] Richtlijn 91/271/EEG, PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40.
[11] Richtlijn 91/676/EG, PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1–8).
[12] Richtlijn 96/61/EG, PB L 257 van 10.10.1996, blz. 26.
[13] Richtlijn 76/464/EEG (PB L 129 van 18.05.1976, blz. 23) en gerelateerde dochterrichtlijnen.
[14] Er waren slechts gegevens tot 1 januari 2003 beschikbaar. Publicatie van de toestand inzake de uitvoering van Richtlijn 91/271/EEG voor alle EU27-lidstaten is voor 2008 gepland.
[15] SEC(2007) 362.
[16] België (C-33/05), Luxemburg (C-32/05), Duitsland (C-67/05), Italië (C-85/05) en Portugal (C-118/05).
[17] Zaak C-32/05. Commissie tegen Luxemburg - (Arrest van 30/11/2006). Dit is de enige zaak die nog hangende is.
[18] Voor meer details over de cijfers en hun interpretatie, zie SEC(2007) 362.
[19] Zie nieuw werkprogramma: http://ec.europa.eu/environment/water/water-framework/strategy4.pdf.
[20] Beschikking 2005/646/EG van de Commissie van 17.08.2005 (PB L 243 van 19.9.2005, blz. 1).
[21] Een aantal belangrijke prestaties is opgenomen in de bijlage bij SEC(2007) 362.
[22] Zie de landbouwverklaring die onlangs door de Europese directeuren Waterbeheer is overeengekomen en besproken is door de Milieuraad (16650/06 ENV 698 AGRI 402), december 2006
- http://forum.europa.eu.int/Public/irc/env/wfd/library.
[23] Zie ook http://ec.europa.eu/environment/integration/pdf/final_handbook.pdf.
[24] Een voorbeeld is het lopende KP6-project AQUAMONEY (http://www.aquamoney.org).
[25] http://water.europa.eu
--------------------------------------------------
| Naar boven |