Verslag van de Commissie - Jaarverslag 2004 - (ECHO) {SEC(2005) 1481} /* COM/2005/0580 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 23.11.2005 COM(2005) 580 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE Jaarverslag 2004 - (ECHO) {SEC(2005) 1481} INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Algemene beleidsaspecten 3 3. Overzicht van de humanitaire activiteiten van ECHO 4 4. Voornaamste horizontale aangelegenheden 7 4.1. Contractuele betrekkingen met partners – FPA 7 4.2. Betrekkingen met de grootste humanitaire partners, andere dan EU-donors en andere communautaire instellingen 7 4.3. Strategische planning en sectoroverschrijdende strategische prioriteiten 8 4.4. Thematische financiering 8 4.5. Opleiding en studies, communicatie en informatie 9 4.6. Begrotingsmiddelen en menselijk potentieel, audit en evaluatie 9 5. Vooruitzichten 10 1. INLEIDING Het directoraat-generaal Humanitaire Hulp van de Europese Commissie, ECHO, is verantwoordelijk voor het beheer van middelen die door de Europese Unie worden verstrekt ten bate van humanitaire hulp aan slachtoffers van conflicten of rampen in landen buiten de Unie. Daarbij gaat het zowel om natuurrampen als om rampen die veroorzaakt zijn door de mens. ECHO heeft het mandaat om levens te behouden en te redden, leed te voorkomen of te verzachten en de integriteit en waardigheid te waarborgen van bewoners van landen buiten de EU die door humanitaire crises zijn getroffen. ECHO heeft zich ertoe verplicht deze hulp slechts te bieden op basis van behoeften, waarbij politieke overwegingen geen rol mogen spelen. Het jaar 2004 zal waarschijnlijk de geschiedenis ingaan als het jaar van de verschrikkelijke tsunami op 26 december, waarbij aan de kusten van de Indische Oceaan in zeer korte tijd 280 000 mensen werden gedood. Maar in 2004 zijn ook bij andere crises in andere delen van de wereld duizenden doden gevallen, waarvoor in de publieke opinie vaak maar weinig belangstelling bestond. Dit noemt de Europese Commissie “vergeten crises”, crises die weinig of geen aandacht krijgen in de media. ECHO wil in dit soort situaties aanwezig zijn en het leed verzachten van de slachtoffers van dergelijke, soms langdurige crises. ECHO had niet alleen aandacht voor de humanitaire behoeften in de wereld, maar bleef ook bijzondere aandacht schenken aan sectoroverschrijdende aangelegenheden zoals de samenhang tussen noodhulp, herstel en ontwikkeling, paraatheid bij rampen, de bestrijding van HIV/aids en de kinderzorg. In dit verslag worden de voornaamste activiteiten van ECHO in 2004 opgesomd. De bijlage bevat gedetailleerdere informatie over de activiteiten, inclusief een overzicht per land van door ECHO gesteunde humanitaire activiteiten. 2. ALGEMENE BELEIDSASPECTEN De wijze waarop ECHO reageerde op humanitaire noodsituaties ontwikkelde zich in overeenstemming met de veranderingen in de humanitaire behoeften in 2004, zoals blijkt uit de regionale verdeling van de financiering, waarbij ECHO zich vooral op “vergeten crises” richtte. Bij de programmering baseert ECHO zich op de methode van een algemene beoordeling van de behoeften (Global Needs Assessment ofwel GNA) zodat de activiteiten ook werkelijk door de behoeften worden bepaald. Daarbij wordt de situatie in circa 130 ontwikkelingslanden beoordeeld op basis van negen humanitaire indicatoren (menselijke ontwikkeling, armoede, de kans op natuurrampen, conflicten, vluchtelingen, binnenlands ontheemden, ondervoeding, sterftecijfer en de bijdragen van andere donors). In de GNA-klassificatie gelden de bovenste 25% van de landen op de lijst als de landen met de grootste behoeften, de 50% in het midden zijn de landen met gemiddelde behoeften en de resterende 25% zijn de landen met geringe behoeften. Zo kan ECHO door middel van een GNA vanuit een mondiaal gezichtspunt verifiëren hoe succesvol het is bij het ten uitvoer leggen van zijn strategie van hulpverlening naar rato van behoeften. Wanneer we deze methode toepassen op de resultaten van 2004 (31 december 2004), dan is 62% (ofwel €353 miljoen) van de €570 miljoen afkomstig uit hoofdstuk 23 02 van de Commissiebegroting en de EOF-fondsen naar gebieden met de grootste behoeften gegaan, 30% (ofwel €172 miljoen) naar gebieden met een gemiddelde behoefte en minder dan 1% (ofwel €4 miljoen) naar gebieden met een geringe behoefte ("enclaves waar nood heerst"). De rest (€41 miljoen of 7%) ging naar thematische financiering, technische bijstand en ondersteunende uitgaven. De door ECHO gefinancierde activiteiten in Noord-Korea, Sri Lanka, Zimbabwe, de Democratische Republiek Congo en het Midden-Oosten, evenals de paraatheid bij rampen in het Caribisch gebied werden geëvalueerd. De algemene beoordeling door de evaluatoren luidde dat met de door ECHO gefinancierde activiteiten in deze landen en regio’s belangrijke humanitaire doelen zijn gerealiseerd. Binnen de strategie van ECHO bleven de vergeten crises centraal staan. Dat zijn humanitaire crises waarvoor weinig of geen aandacht is van de politiek en de publieke opinie, waar weinig andere donors actief zijn of waar andere donors zich terughoudend opstellen vanwege de hoge risico’s. De analyse en methode van ECHO om vergeten crises te onderkennen is gebaseerd op zowel kwantitatieve gegevens (weinig aandacht van de media of weinig steun van donors, terwijl de behoeften groot zijn) en kwalitatieve factoren (beoordeling ter plekke door deskundigen van ECHO). In 2004 werden de meeste vergeten crises en behoeften geconstateerd in Algerije (de Westelijke Sahara), Democratische Republiek Congo, Guinee, Haïti, India, Myanmar/Birma, Nepal, de Noordelijke Kaukasus (Tsjetsjenië), Thailand (Birmaanse vluchtelingen), Somalië, Soedan, Oeganda en Jemen. In de loop van het jaar werd voor deze meest vergeten crises een bedrag van in totaal €239 miljoen uitgetrokken, ofwel 42% van de €570 miljoen afkomstig uit hoofdstuk 23 02 van de Commissiebegroting en de EOF-fondsen. Samen met humanitaire instellingen en organisaties hecht ECHO de grootste waarde aan veilige, onbelemmerde en langdurige toegang tot de humanitaire ruimte. ECHO is in het jaar 2004 waakzaam en actief gebleven om te waarborgen dat de beginselen van humanitaire hulpverlening, namelijk onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid, hoog op de agenda blijven staan van zowel de Europese instellingen als de internationale fora. Het is grotendeels te danken aan deze benadering dat er een speciale bepaling is opgenomen in het voorontwerp van Constitutioneel Verdrag over het waarborgen van de humanitaire beginselen. 3. OVERZICHT VAN DE HUMANITAIRE ACTIVITEITEN VAN ECHO De positieve ontwikkelingen op sommige terreinen ten spijt, biedt de wereldwijde humanitaire situatie, gezien de steeds toenemende problemen, weinig reden tot optimisme. Het aantal vluchtelingen nam af van 10,6 miljoen in 2002 tot 9,67 miljoen aan het eind van 2003[1]. De ervaring leert echter dat als vluchtelingen terugkeren, zij nog steeds humanitaire hulp nodig hebben, in ieder geval in de eerste tijd na hun terugkeer. Het aantal binnenlands ontheemden wordt geschat op 25 miljoen mensen[2]. Met recht worden zij aangeduid als “de grootste groep kwetsbare mensen ter wereld”[3]. In het World Disasters Report 2004 van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Halve Maanverenigingen (IFRC) wordt aangetoond dat het aantal rampgerelateerde dodelijke slachtoffers is gedaald, maar dat het aantal getroffenen is gestegen. De humanitaire crisis die in Azië werd ontketend door de aardbeving en de daaropvolgende tsunami op 26 december vormt echter een tragisch bewijs dat de kwetsbaarheid van populaties voor natuurrampen toeneemt. ECHO reageerde op humanitaire crises in het jaar 2004 door via 102 financieringsbesluiten in totaal €570,4 miljoen beschikbaar te stellen. Daarvan was €518,2 miljoen afkomstig uit de Commissiebegroting en €52,2 miljoen uit de EOF-fondsen. De uitvoering van de begroting wat vastleggingskredieten betreft was 100%. ACS-staten ontvingen de meeste hulp (€301,6 miljoen), gevolgd door Azië (€111,1 miljoen). In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geografische verdeling van de financieringsbesluiten in 2004: Afdeling/Regio | Bedrag (x 1 000 €) | % | ECHO-1: Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan | 301 555 | 53% | Hoorn van Afrika | 139 618 | Grote Meren | 76 360 | West-Afrika | 37 300 | Het Caribisch gebied, de Stille Oceaan en de Indische Oceaan | 19 477 | Zuidelijk Afrika | 28 800 | ECHO-2: Oost-Europa, Russische Federatie, Zuidelijke Kaukasus, Centraal-Azië (inclusief Mongolië), Midden-Oosten, Middellandse-Zeegebied | 90 705 | 16% | Russische Federatie, Zuidelijke Kaukasus en Centraal-Azië (inclusief Mongolië) | 41 850 | Middellandse-Zeegebied en Midden-Oosten | 48 855 | ECHO-3: Azië, Irak, Centraal- en Zuid-Amerika | 123 322 | 22% | Azië | 111 122 | Irak | - | Centraal- en Zuid-Amerika | 12 200 | Dipecho – paraatheid bij rampen | 13 700 | 2% | Thematische financiering | 19 430 | 3% | Technische bijstand (deskundigen en beheer van gelden ter goede rekening) | 15 300 | 3% | Ondersteunende uitgaven (audits, evaluatie, informatie en communicatie, enzovoorts) | 6 400 | 1% | TOTAAL 2004 | 570 412 | 100% | Belangrijkste humanitaire activiteiten van ECHO in 2004 In Afrika vonden de omvangrijkste activiteiten plaats in Soedan/Darfur . De burgeroorlog die in 2003 in Darfur begon, escaleerde sterk in 2004. De VN noemde dit de “grootste humanitaire crisis ter wereld”. Ruim een miljoen mensen raakten ontheemd en twee derde van de bevolking werd zwaar getroffen door het conflict. Naast de oorspronkelijk voor Soedan geraamde €20 miljoen werd een aantal snelle besluiten genomen om in totaal €83 miljoen toe te kennen voor de hulp aan slachtoffers van het escalerende conflict in Groot-Darfur en aan de vluchtelingen in Tsjaad. ECHO nam eveneens deel aan internationale bemiddelingspogingen, bijvoorbeeld door in juni in Genève het medevoorzitterschap van een alarmgroep van donoren op zich te nemen. In 2004 bleef de algehele humanitaire situatie in de regio Centraal-Afrika en de Grote Meren (Boeroendi, Democratische Republiek Congo, Congo Brazzaville, Centraal-Afrikaanse Republiek en Tanzania) precair. De vooruitgang in de verschillende vredesprocessen liet te wensen over, zoals bleek uit de schermutselingen in Boeroendi en de voortdurende strijd in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Miljoenen profiteerden van door ECHO gefinancierde projecten. Voortdurende gewapende conflicten en natuurrampen lieten in 2004 eveneens hun sporen na in delen van de West-Afrikaanse subregio . ECHO bleef noodprojecten financieren, met name als reactie op uitbraken van overdraagbare ziekten in West-Afrika, waar circa 200 miljoen mensen gevaar lopen. In de Noordelijke Kaukasus bleef de voortdurende en vergeten humanitaire crisis in Tsjetsjenië een van de operationele prioriteiten van ECHO in 2004. In totaal werd er een bedrag van €28,5 miljoen toegewezen aan de slachtoffers van dit conflict. ECHO trok aanzienlijke bedragen uit om in de behoeften te voorzien van ruim 450 000 mensen die door de crisis waren getroffen, zowel in Tsjetsjenië als in het naburige Ingoesjetië en Dagestan. De omstandigheden in de bezette Palestijnse gebieden verslechterden in 2004 verder door de stagnatie van het vredesproces. 70% van de bevolking van naar schatting 3,8 miljoen mensen had te kampen met voedselgebrek of dreigde daarmee te kampen te krijgen. Twee miljoen mensen leefden in armoede. In 2004 stelde ECHO €37,35 miljoen beschikbaar voor humanitaire activiteiten ten bate van Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden, van Palestijnse vluchtelingen in Jordanië, Libanon en Syrië en van vluchtelingen uit Irak die zich in kampen in Jordanië dan wel in het niemandsland tussen Jordanië en Irak bevinden. Sinds er een eind is gekomen aan de sterke militaire activiteit in Afghanistan in 2002 zijn er meer dan drie miljoen vluchtelingen en binnenlands ontheemden vanuit Pakistan en Iran teruggekeerd naar hun herkomstgebied. Toch heeft het land nog steeds enorme behoeften. In 2004 trok ECHO €35 miljoen uit voor humanitaire hulp in Afghanistan in het kader van een plan dat was ontworpen om het hele jaar te dekken. ECHO bleef de kwetsbaarste groepen steunen, met name door hulp bij de terugkeer en reïntegratie van vluchtelingen en binnenlands ontheemden. En tot slot was er de tsunami die op 26 december de kuststreken rond de Indische Oceaan trof en die 280 000 dodelijke slachtoffers eiste. Daarmee is het een van de ernstigste rampen uit de geschiedenis. Miljoenen mensen verloren hun huis en hun inkomen. ECHO reageerde als eerste donor door middelen te verstrekken aan organisaties die ter plekke actief waren. Op 26 december 2004 werd er €3 miljoen toegekend aan de Internationale Federatie van het Rode Kruis. Op 30 en 31 december werden er nog twee besluiten genomen, waarbij in beide gevallen €10 miljoen werd uitgetrokken voor Sri Lanka, de Maldiven en Indonesië. In januari 2005 verzocht de Europese Commissie de begrotingsautoriteit (Parlement en Raad) om €100 miljoen voor nieuwe hulpactiviteiten in het getroffen gebied, en op 9 februari 2005 werd het besluit genomen om €80 miljoen voor bijstand en hulp uit te trekken voor de bevolking in het getroffen gebied, ook ten bate van herstel op korte termijn. De bijlage van dit verslag bevat gedetailleerde informatie over de activiteiten in ieder land. 4. VOORNAAMSTE HORIZONTALE AANGELEGENHEDEN 4.1. Contractuele betrekkingen met partners – FPA Het besluit over de uitgaven voor administratieve ondersteuning voor 2004, inclusief de subsidiefaciliteit voor 2004 (begrotingslijn voor kleine – niet-verlengbare – subsidies voor opleiding, studie en netwerken op humanitair terrein) werd op 30 april 2004 door de Commissie genomen. In oktober 2004 werden er drie subsidies toegekend voor in totaal circa €300 000. De eerste fase werd afgerond van het voorbereidend werk voor een contractueel instrument voor gespecialiseerde organisaties van de lidstaten. Daarbij werd vastgesteld welke entiteiten baat konden hebben bij deze nieuwe procedures en wat de te verwachten acties waren. 4.2. Betrekkingen met de grootste humanitaire partners, andere dan EU-donors en andere communautaire instellingen Op internationaal terrein nam ECHO deel aan een aantal bijeenkomsten om belangrijke donorvraagstukken diepgaand te bespreken, zoals de erosie van de humanitaire ruimte, humanitaire beginselen - met name het gevaar dat geïntegreerde missies van de VN deze niet respecteren - of het probleem dat bepaalde landen de toegang weigeren aan de verleners van humanitaire hulp. In het kader van vier jaarlijkse Strategische Programmeringsdialogen (SPD) heeft ECHO voor het einde van 2004 overleg gevoerd met grote partners (het Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA), Unicef, de Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldvoedselorganisatie). Op het niveau van de communautaire instellingen bleef ECHO in 2004 waakzaam en actief om te waarborgen dat humanitaire beginselen hoog op de agenda blijven staan, zowel binnen de Europese instellingen als binnen de internationale fora. ECHO woonde ook een groot aantal bijeenkomsten bij op verschillende niveaus in de Raad en met andere departementen van de Commissie, zoals het directoraat-generaal Milieu (in verband met burgerbescherming) en het directoraat-generaal Buitenlandse Betrekkingen (over crisismanagement) om te onderstrepen dat humanitaire beginselen een integraal onderdeel van hun werk vormen. In 2004 werden elf bijeenkomsten van het Comité voor Humanitaire Hulp (HAC) gehouden met vertegenwoordigers uit de lidstaten. Voorts riepen het Ierse en het Nederlandse voorzitterschap het HAC twee keer informeel bijeen. In het ene geval werd er over humanitaire beginselen beraadslaagd, in het andere geval over civiel-militaire verbanden. 4.3. Strategische planning en sectoroverschrijdende strategische prioriteiten In 2004 bepaalde ECHO zijn strategie voor 2005. Deze is gebaseerd op een wereldwijde behoeftenanalyse en de analyse van vergeten crises. - Samenhang tussen noodhulp, herstel en ontwikkeling (LRRD) : ECHO zette zijn werkzaamheden binnen de Inter-Service Group over dit onderwerp voort. In veel van de vijftien landen en regio’s die in 2003 als pilotprojecten werden geselecteerd, werd flinke vooruitgang geboekt. Tenuitvoerlegging van samenhangstrategieën bleef steeds een prioriteit bij de activiteiten in het veld, waarbij opmerkelijke vooruitgang werd geboekt in landen als Angola, Tadzjikistan en Cambodja. De bijlage van dit verslag bevat de details. - Kinderen: ECHO verhoogde de zichtbaarheid van deze sectoroverschrijdende strategische prioriteit. In 2004 waren 66 van de 102 financieringsbesluiten en 79 contracten al dan niet geheel gericht op activiteiten in verband met kinderen (bijvoorbeeld therapeutische voeding, vaccinatie, resocialisatie van kindsoldaten) voor een totaalbedrag van €46 miljoen (€26 miljoen in 2003). In 2004 stelde ECHO ook ontwerprichtsnoeren op voor intern beleid met betrekking tot kinderen die worden getroffen door humanitaire crises, en ontwikkelde het een rapportagemechanisme om de reikwijdte en de uitwerking van de hulpverleningsactiviteiten van ECHO exacter te kunnen meten. - Paraatheid bij rampen en rampenvoorzorg (DPP) : ECHO nam in totaal 16 financieringsbesluiten in verband met paraatheid bij rampen. Het stelde een bedrag van in totaal €360 000 beschikbaar voor de Wereldconferentie over de bestrijding van natuurrampen in Kobe, een mijlpaal in de wereldwijde bestrijding van rampen. Ook verrichte ECHO in 2004 aanzienlijke inspanningen om internationale initiatieven voor verbetering van de preventie van rampen te bevorderen, met name door de ontwikkeling van een wereldwijd waarschuwingssysteem bij rampen samen met de VN-organisatie OCHA en het Gemeenschappelijk Onderzoekscentrum van de Europese Commissie (€420 000). - Water: Het onderwerp water werd in 2004 als een prioriteit toegevoegd aan het activiteitenprogramma van ECHO. Daarom heeft ECHO een beperkte aanbesteding uitgeschreven voor het in kaart brengen van water- en hygiënevraagstukken in de context van humanitaire bijstand. Deze werkzaamheden zijn voor 2005 gepland. Buiten het bestek van deze doelstelling heeft ECHO ook een evaluatie van zijn benadering van HIV/aids afgerond . 4.4. Thematische financiering Thematische financiering is een nieuwe manier van werken met internationale organisaties. Hiermee laat ECHO opnieuw zien nauwe samenwerking na te streven met VN-organisaties en de Rode Kruis-familie met als doel de levering van humanitaire hulp te verbeteren. In 2004 sloot ECHO thematische contracten met OCHA (€4 miljoen) ter verbetering van OCHA’s informatiebeheer, met de Wereldgezondheidsorganisatie (€3,5 miljoen) ter ondersteuning van haar Health Action in Crises, en met het Wereldvoedselprogramma (€4,5 miljoen) ter verbetering van zijn vermogen om humanitaire behoeften op voedselterrein adequaat te beoordelen. Voorts steunde ECHO de kinderbeschermingsactiviteiten van Unicef (€2 miljoen) en de versterking van het reactievermogen van Unicef in noodsituaties (€5,4 miljoen) via een aantal maatregelen, zoals het aanleggen van voorraden van noodzakelijke medicamenten en hulpgoederen. 4.5. Opleiding en studies, communicatie en informatie Er werden in totaal 42 opleidingsbijeenkomsten gehouden over het nieuwe wettelijke kader waarin de betrekkingen van ECHO met zijn partners worden geregeld. Deze bijeenkomsten besloegen in totaal 77 dagen en er namen 904 mensen aan deel. ECHO bleef steun geven aan het netwerk voor humanitaire bijstand (NOHA), dat een eenjarige postdoctorale opleiding in humanitaire aangelegenheden aanbiedt in samenwerking met zeven universiteiten. In de loop van 2004 legde ECHO een aantal activiteiten ten uitvoer om bekendheid te geven aan de waarden, beginselen en behaalde resultaten van de humanitaire hulp van de EU. Dit gebeurde door middel van een breed scala van publicaties en opvallende posterdisplays, alsmede uitzendingen en audiovisuele producten waarin de werkzaamheden van ECHO centraal stonden. Een van de belangrijkste informatie-evenementen in het voorbije jaar was een geslaagde Jongerensolidariteitsdag in het Europees Parlement, waaraan 540 jonge mensen deelnamen. 4.6. Begrotingsmiddelen en menselijk potentieel, audit en evaluatie ECHO heeft formele systemen om op regelmatige basis financiële informatie te controleren en adequate informatie over het beheer te leveren. Specifieke financiële indicatoren zijn opgenomen in een algemeen scorebord. Humanitaire activiteiten worden onderworpen aan financiële audits , zowel op de hoofdkantoren als in het veld. In 2004 werden er in totaal 145 audits in de hoofdkantoren van de humanitaire organisaties uitgevoerd of afgerond en er werden 32 operationele audits (in het veld) gerealiseerd. In 2004 bedroegen de personele middelen op de hoofdkantoren 172 personeelsleden, van wie 146 ambtenaren en 26 externen. ECHO nam een aantal maatregelen om het personeelsbeleid in lijn te brengen met de hervorming van de Commissie. De administratieve begroting van ECHO bedroeg in 2004 in totaal €2,2 miljoen. Dit bedrag werd gebruikt om extern personeel te werven en om administratieve uitgaven te dekken voor missies, opleidingen, conferenties en bijeenkomsten, en om deskundigen en studies te betalen. ECHO voert ieder jaar circa tien evaluaties van zijn activiteiten uit. In 2004 werden er evaluaties gestart over Noord-Korea, Sri Lanka, Zimbabwe, de Democratische Republiek Congo, het Midden-Oosten en over de paraatheid bij rampen in het Caribisch gebied. Over onderwerpen als binnenlands ontheemden, veiligheid, water en hygiëne werden thematische evaluaties geïnitieerd. Tevens werd er opdracht gegeven tot het schrijven van een ontwerpdocument over HIV/aids. Verder voerde ECHO evaluaties uit van de IFRC en de non-gouvernementele organisatie “Action Contre la Faim”. In het kader van het initiatief tot ‘goed humanitair donorschap’ (GHD) beoordeelde ECHO veiligheidsvraagstukken voor humanitaire organisaties. Uit deze beoordeling kwamen een algemene veiligheidsgids, een gids voor de veiligheidsopleiding en een veiligheidsverslag voort. Dit zijn hulpmiddelen voor humanitaire organisaties om de veiligheid te waarborgen van het personeel, zowel expats als medewerkers uit het land zelf. Details over alle horizontale aangelegenheden treft u aan in de bijlage van dit verslag. 5. VOORUITZICHTEN In het jaar 2004 bleef ECHO vasthouden aan de fundamentele beginselen en waarden van humanitaire hulpverlening, namelijk neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Op dit moment is het belangrijker dan ooit om deze beginselen te volgen, gelet op de zorgwekkende tendensen waarbij enerzijds bepaalde politieke krachten ertoe neigen humanitaire hulp te beschouwen als een instrument van buitenlands beleid of crisismanagement en anderzijds de realiteit in het veld steeds gevaarlijker wordt omdat humanitaire organisaties doelwit zijn geworden van strijdende partijen. ECHO is ervan overtuigd dat het behoud van de “humanitaire ruimte” het best kan worden verzekerd door in hoge mate vast te houden aan de beginselen van goed donorschap, volgens het besluit van 16-17 juni 2003 in Stockholm, dat in oktober in Ottawa is bekrachtigd (d.w.z. het bieden van hulp op basis van behoeften), door voortdurend te streven naar hulpverlening van hoge kwaliteit en door een transparante dialoog te houden met andere belangrijke partijen, zowel bilateraal als in multilaterale humanitaire fora. De ervaring met recente crises in Afghanistan, het Midden-Oosten, Irak, Darfur en elders leert dat de bovengenoemde beginselen een essentiële voorwaarde vormen voor het effectief verlenen van hulp, voor het behoud van toegang tot mensen in nood en voor het beschermen van het leven en de veiligheid van verleners van humanitaire hulp.
[1] UNHCR: Refugees by Numbers (2004 edition) http://www.unhcr.ch/cgi-bin/texis/vtx/basics/
[2] Global IDP Project: Internal Displacement - A Global Overview of Trends and Developments in 2003 found at http://www.idpproject.org/press/2004/Global_Overview.pdf
[3] UNHCR: Internally Displaced Persons, Questions and Answers (2004) http://www.unhcr.ch/cgi-bin/texis/vtx/basics/