52005DC0017


Titel en vindplaats

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Evaluatie van het milieubeleid 2004 {SEC(2005)97}

/* COM/2005/0017 definitief */

Tekst

BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
  html html html html html html html html   html html html html   html html html   html html html html
  pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf   pdf pdf pdf pdf   pdf pdf pdf   pdf pdf pdf pdf
  doc doc doc doc doc doc doc doc   doc doc doc doc   doc doc doc   doc doc doc doc

Data

Classificatie

Allerlei informatie

Verbindingen tussen documenten

Tekst

Twee talen naast elkaar: CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV NL PL PT SK SL SV

[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 27.01.2005

COM(2005)17 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Evaluatie van het milieubeleid 2004

{SEC(2005)97}

1. INLEIDING

In deze evaluatie van het milieubeleid (EMB) wordt verslag uitgebracht over de ontwikkelingen in het milieubeleid van de EU in 2004 en wordt vooruitgeblikt naar het komende jaar (voor nadere bijzonderheden, zie de bijlage). De EMB is relevant voor het proces van Lissabon, en omdat de tussentijdse evaluatie van het proces van Lissabon momenteel volop in de belangstelling staat, wordt in de EMB van dit jaar in het bijzonder de nadruk gelegd op de relatie tussen milieu en economie. Er wordt ook een overzicht gegeven van de vooruitgang in het kader van het zesde Milieuactieplan (MAP 6), dat het algemene raamwerk voor het milieubeleid van de EU blijft vormen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de recente inventaris van het proces van Cardiff betreffende de integratie van milieuoverwegingen in het overige beleid[1]. Ook wordt verslag uitgebracht over de uitvoering van de bestaande milieuwetgeving in de lidstaten.

Het voorbije jaar hebben zich onder meer de volgende ontwikkelingen voorgedaan:

- uitbreiding van de EU, met gevolgen voor het toekomstige beleid nu ook de nieuwe lidstaten de bestaande EU-milieuwetgeving moeten toepassen;

- levendige discussie over milieubeleid en concurrentiekracht in samenhang met de strategie van Lissabon;

- discussie over de evaluatie en uitvoering van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling;

- acties ter bevordering van duurzamere productie en consumptie (DPC), met inbegrip van het actieplan inzake milieutechnologieën;

- voorbereiding van de handel in emissierechten en een strategie inzake klimaatverandering voor de periode na 2012;

- inspanningen ter verwezenlijking van de EU-doelstelling om het biodiversiteitsverlies tegen 2010 een halt toe te roepen;

- nieuwe ontwikkelingen in het interinstitutioneel overleg en de voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot REACH;

- overleg over de thematische strategieën die, met het oog op het welslagen van MAP 6, in 2005 moeten worden voorgesteld;

- voorstelling van het actieplan inzake milieu en gezondheid op de ministerconferentie van de WHO.

2. ECO-EFFICIENTE INNOVATIES EN EFFICIENT GEBRUIK VAN HULPBRONNEN ALS SLEUTEL TOT EEN AANSCHERPING VAN ONS CONCURRENTIEVERMOGEN

Belangrijkste ontwikkelingen

Het voorbije jaar heeft bezorgdheid over het concurrentievermogen de beleidsdiscussies in de EU gedomineerd. Daarbij was sprake van toenemende eensgezindheid over de bijdrage die eco-innovaties en grondstoffenefficiëntie leveren aan de concurrentiekracht van de EU en de afzetmogelijkheden die daardoor worden gecreëerd.

Er is gewerkt aan betere regelgeving, zowel wat betreft de vergroting van de doeltreffendheid van de effectbeoordeling als wat betreft de vereenvoudiging van de milieuwetgeving teneinde de kostenefficiëntie van nieuwe wetgeving te maximaliseren.

In het rapport-Kok wordt de nadruk gelegd op de rol van ecologische duurzaamheid en maatschappelijke cohesie in het proces van economische groei en werkgelegenheidsbevordering, en wordt uitgelegd hoe Europa baat kan hebben bij een rol als leverancier van innovatieve eco-efficiënte producten en procédés.

Diverse initiatieven waren erop gericht, de bijdrage van het milieu aan de groei van het BBP en de werkgelegenheid te maximaliseren:

- er is flinke vooruitgang geboekt bij de uitvoering van het actieplan van de Commissie inzake milieutechnologieën;

- het Nederlandse voorzitterschap heeft het belang beklemtoond van eco-innovaties voor een "schoon, slim en concurrerend" ("Clean, Clever, and Competitive") Europa;

- er is vooruitgang geboekt bij het overleg met de belanghebbende partijen over de thematische strategieën van de Commissie inzake beheer van de natuurlijke hulpbronnen, afvalpreventie en recycling. Ook dit zal resulteren in een verbeterde regelgeving;

- de Commissie heeft ten behoeve van de nationale en plaatselijke overheden richtsnoeren gepubliceerd over een groene aanpak van het beheer van overheidsopdrachten.

Nieuwe gegevens[2]

Het wordt steeds duidelijker dat milieubeleid en eco-innovatie stimulansen kunnen bieden voor economische groei en banen kunnen scheppen en in stand houden, wat bevorderlijk is voor de concurrentiekracht en de werkgelegenheid. Wereldwijd bestaat er een groeiende markt voor milieugoederen en -diensten, waarvan de waarde in 2003 naar schatting meer dan 500 miljard euro bedroeg. De sector van de eco-industrie verschaft in Europa aan meer dan 2 miljoen mensen een baan en blijft in snel tempo groeien (met ongeveer 5 % per jaar). Voor eco-efficiënte producten dienen zich interessante commerciële mogelijkheden aan. De opkomst van grote dynamische economieën zoals Brazilië, India of China zorgt voor een alsmaar toenemende belasting van de natuurlijke hulpbronnen en doet de uitstoot van verontreinigende stoffen mondiaal sterk toenemen. Daardoor ontstaat de behoefte aan een efficiënter gebruik van energie en hulpbronnen, zowel in de betrokken landen zelf als in Europa. Landen als China, bijvoorbeeld, houden in toenemende mate rekening met de restricties die het milieu oplegt aan snelle economische groei: ook in die landen raakt men steeds beter doordrongen van de noodzaak van duurzame ontwikkeling. Hierdoor ontstaan interessante afzetmogelijkheden voor milieutechnologieën.

Uit recente rapporten blijkt bijvoorbeeld dat:

- het netto-effect van het milieubeleid op de werkgelegenheid neutraal of licht positief is;

- de eco-industrieën beter presteren dan de rest van de economie;

- de toepassing van duurzame energie en het nemen van energie-efficiënte maatregelen bevorderlijk zijn voor de zekerheid van de energievoorziening en de economische verliezen ten gevolge van de volatiliteit van de olieprijzen verminderen, terwijl tegelijkertijd de uitstoot van broeikasgassen en de verspilling van grondstoffen waarvan de voorraad eindig is, erdoor worden beperkt;

- de gevolgen van uitgaven ter bestrijding van industriële luchtverontreiniging voor de concurrentiekracht van de bedrijven over het algemeen beperkt zijn;

- een groeiend aantal bedrijven en investeerders een proactieve benadering van milieuprestaties voorstaat; uit een aantal recente studies komt trouwens naar voren dat goed milieubeheer samengaat met grotere efficiëntie, betere financiële prestaties en de ontsluiting van nieuwe markten.

Perspectieven voor 2005

Een aantal maatregelen moet ertoe bijdragen om de EU volledig te laten profiteren van de troef die een modern milieubeleid voor de concurrentiekracht van de Unie kan betekenen. Enkele voorbeelden:

- de verbintenis van de EU en de lidstaten om het actieplan inzake milieutechnologieën uit te voeren;

- een reflectie over de vraag hoe de reële maatschappelijke kosten beter in de prijzen kunnen worden verrekend;

- de thematische strategieën inzake duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen, afvalpreventie en recycling.

De Commissie zal met andere landen blijven samenwerken ter bevordering van duurzame ontwikkeling. Zij wil met name de dialoog intensiveren met opkomende economieën zoals China, dat er ten aanzien van duurzame ontwikkeling een zelfde zienswijze op nahoudt, en zo een nieuw elan geven aan de internationale acties die nodig zijn om de mondiale milieuproblemen aan te pakken, concurrentie op basis van afgezwakte milieunormen te vermijden en de penetratie van eco-innovaties en duurzamere producten en procédés te stimuleren.

De lopende werkzaamheden ter vereenvoudiging en verbetering van de milieuregelgeving zijn eveneens van belang. Als wij erin slagen de klimaatverandering af te remmen, het verlies van biodiversiteit te beperken en een beter inzicht te verwerven in de relaties tussen milieu en gezondheid, kan dit gunstig zijn voor de economische groei op lange termijn en tegelijk ons leefmilieu en de kwaliteit van ons bestaan verbeteren.

3. BEREIKTE RESULTATEN, TRENDS EN PERSPECTIEVEN OP DRIE PRIORITAIRE GEBIEDEN

Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en de effecten van het milieu op de gezondheid behoren tot de belangrijke prioriteiten van het zesde Milieuactieprogramma.

3.1. Klimaatverandering

Belangrijkste ontwikkelingen

Nu Rusland het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, kan dit begin 2005 in werking treden.

De Commissie heeft ’s werelds meest omvangrijke regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten voorbereid door de vaststelling van de verordening betreffende de registers, de publicatie van richtsnoeren voor bewaking en rapportage en de goedkeuring van 21 nationale plannen voor de toewijzing van emissierechten aan energie-intensieve installaties. Met deze regeling, die ervoor zal zorgen dat de emissies van broeikasgassen tegen zo gering mogelijke kosten worden verlaagd, is op 1 januari 2005 van start gegaan.

Met het oog op de bestrijding van klimaatverandering heeft de Commissie zich verder sterk gemaakt voor de integratie van het milieuperspectief in de andere takken van het beleid, met name in de sectoren transport en ontwikkelingshulp. Zij heeft recentelijk ook drie voorstellen ingediend om de efficiëntie van het energieverbruik te verbeteren.

Nieuwe gegevens 2

De meest recente gegevens over de uitstoot van broeikasgassen en de nieuwste inzichten in de mogelijke omvang van de klimaatverandering en de gevolgen daarvan, blijven aanleiding geven tot bezorgdheid. De curve van de uitstoot van broeikasgassen geeft momenteel een kleine neerwaartse knik te zien, maar die is niet groot genoeg om de EU-15 terug te brengen naar het lineaire streefpad dat leidt tot het behalen van het gewenste Kyoto-resultaat. Van de 25 lidstaten hadden er 12 een uitstootniveau dat boven dit streefpad ligt.

De tendens in een aantal sectoren blijft zorgwekkend. Uit het meest recente cijfermateriaal blijkt dat de broeikasgasuitstoot van de sector vervoer is blijven toenemen en in de EU-15 in 2002 bijna 22 % hoger lag dan in 1990; van een ontkoppeling van de stijging van de door het vervoer veroorzaakte emissies en de economische groei is vooralsnog geen sprake.

In de loop van het jaar is, mede dankzij door de Gemeenschap gefinancierd OTO, nieuwe informatie beschikbaar gekomen over de kosten waarmee wij te maken zullen krijgen als wij er niet in slagen iets te ondernemen tegen de klimaatverandering. Extreme klimatologische verschijnselen zoals de hittegolf van de zomer van 2003 zullen in dat geval naar verwachting frequenter worden. Tegen 2050 kunnen als gevolg van klimaatverandering 15 tot 37 % van alle soorten tot uitsterven gedoemd zijn. Het snelle afsmelten van gletsjers zal in heel Europa gevolgen hebben voor de drinkwatervoorziening, de irrigatie en de mogelijkheid tot benutting van waterkracht; ook het wintertoerisme in de Alpen zal de weerslag ervan ondervinden. Mede als gevolg van een en ander gaan zowel de verzekeringskosten als de onverzekerde schade in stijgende lijn. De economische verliezen ten gevolge van extreme weersomstandigheden, die voor een deel met klimaatverandering samenhangen, zijn de voorbije 20 jaar toegenomen van een jaargemiddelde van minder dan 5 miljard USD tot ongeveer 11 miljard USD.

Perspectieven voor 2005

Op de agenda voor 2005 staan drie grote doelstellingen:

- de uitvoering van de maatregelen ter naleving van de Kyoto-verbintenissen intensiveren;

- de internationale discussie op gang brengen over wereldwijde maatregelen ter beperking van de emissies in de periode na 2012;

- voorbereidingen treffen om onvermijdelijke veranderingen in het klimaat het hoofd te bieden.

3.2. Biodiversiteit

Belangrijke ontwikkelingen

- Met de totstandbrenging van het Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden in de EU-15 is flinke vooruitgang geboekt door de vaststelling van de lijsten van beschermde gebieden voor de Atlantische en de continentale regio. Een beschikking van de Commissie betreffende een van de resterende biogeografische regio’s (de mediterrane) wordt voor begin 2005 verwacht. De regeling heeft tot doel om in de aangewezen gebieden, die ongeveer 15 % van het grondgebied van de EU-15 bestrijken, de instandhouding te verzekeren van de op EU-niveau beschermenswaardig geachte habitats en soorten. Door de uitbreiding van de Unie zijn er op het stuk van biodiversiteit nieuwe uitdagingen maar ook nieuwe troeven bijgekomen, waaronder een nieuwe biogeografische regio (de Pannonische). Met de aanwijzing van gebieden in de nieuwe lidstaten is in de loop van 2004 flinke vooruitgang geboekt. Er is een mededeling van de Commissie over de financiering van Natura 2000 gepubliceerd. In de voorstellen voor de verordeningen inzake plattelandsontwikkeling en inzake de Structuurfondsen zijn voor 2007-2013 aanzienlijke nieuwe mogelijkheden tot medefinanciering opgenomen.

- Op de conferentie van Malahide in mei 2004 is gebleken dat er onder de belanghebbende partijen grote eensgezindheid bestaat over de maatregelen die moeten worden genomen om de biodiversiteit op Europees niveau te beschermen. Op deze bijeenkomst zijn de prioritaire oriëntaties en doelstellingen vastgesteld die moeten garanderen dat de Unie haar verbintenis om de teruggang van de biodiversiteit in de EU tegen 2010 een halt toe te roepen, realiseert.

- Op de conferentie van Bergen-op-Zoom in november 2004 zijn de prioritaire acties inzake vogelbescherming nader omschreven.

- In de voorstellen inzake het plattelandsontwikkelingsbeleid voor de periode na 2006 is meer prioriteit toegekend aan de “milieudiensten” die de landbouw levert.

Op internationaal niveau is in 2004 een reeks belangrijke besluiten tot stand gekomen voor wereldwijde actie om de afname van de biodiversiteit te beperken:

- op de zevende vergadering van de Conferentie der Partijen (COP7) van het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit is een werkprogramma aangenomen dat gericht is op de totstandbrenging van nationale en regionale systemen van beschermde gebieden op het land (tegen 2010) en ter zee (tegen 2012) alsook op de vaststelling van indicatoren waaraan kan worden afgemeten hoeveel vooruitgang is geboekt bij het realiseren van de algemene doelstelling, namelijk het tempo waarin biodiversiteit verloren gaat tegen 2010 aanzienlijk te vertragen.

- Op de eerste vergadering van de partijen bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid is een besluit getroffen over de documentatie-eisen en conformiteitsmechanismen voor genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s).

- De partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) hebben afgesproken strenger toezicht te houden op de handel in bepaalde bedreigde soorten, onder meer via een actieplan ter bestrijding van de illegale ivoorhandel.

Nieuwe gegevens 2

Uit nieuwe studies die in 2004 zijn gepubliceerd, komt naar voren dat de populatieomvang van de helft van de 5.743 bekende soorten amfibieën op aarde achteruitloopt en dat eenderde dreigt uit te sterven. Dit lijkt te wijzen op een dramatisch soortenverlies - amfibieën zijn namelijk goede biodiversiteitsindicatoren. De studies tonen ook aan dat de situatie van 43 % van de Europese vogelsoorten zorgwekkend is.

Met de integratie van de zorg om de biodiversiteit in andere takken van het beleid gaat het de goede kant op. De biologische landbouw neemt nog steeds uitbreiding, weliswaar in een trager tempo dan voorheen. Het aandeel van uitgaven in de landbouw die bestemd zijn voor plattelandsontwikkeling en voor agro-milieuregelingen neemt eveneens toe. Overbevissing blijft echter een probleem, en het herstel van bepaalde visbestanden blijkt moeilijker dan eerst was gedacht.

Perspectieven voor 2005

- De Commissie zal in 2005 een mededeling over het biodiversiteitsbeleid publiceren, waarbij zij zich zal baseren op de aanbevelingen van de conferenties van Malahide en Bergen-op-Zoom.

- De Commissie zal de totstandbrenging en inrichting van het Natura 2000-netwerk blijven ondersteunen, met inbegrip van de uitbreiding daarvan tot de nieuwe lidstaten en tot het mariene milieu. Binnen het algemene kader van de voorstellen van de Commissie betreffende de financiële vooruitzichten voor 2007-2013 zal verder worden gewerkt om de communautaire medefinanciering van het Natura 2000-netwerk te consolideren, teneinde zo de extra financiering te helpen aantrekken waaraan in de lidstaten behoefte bestaat.

- Er zal een begin worden gemaakt met de uitvoering van het actieplan van de Commissie voor biologisch voedsel en biologische landbouw.

- De thematische strategie voor het mariene milieu zal een raamwerk vormen voor de ontwikkeling en implementering van een ecosysteemgerichte benadering van het beheer van zeeën en oceanen.

3.3. Milieu en gezondheid

Belangrijkste ontwikkelingen

Het actieplan inzake milieu en gezondheid van de Commissie was bedoeld om lacunes in onze kennis op te vullen, nieuwe problemen beter te omschrijven en de communicatie te verbeteren. Het is voorgesteld op de WHO-conferentie over milieu en gezondheid in Boedapest, waar de ministers van milieu en volksgezondheid van 52 landen het Actieplan milieu en gezondheid voor kinderen in Europa (CEHAPE) hebben aangenomen, waaraan ook de Commissie haar steun heeft toegezegd.

De besprekingen over REACH, het voorstel van de Commissie voor een nieuw regelgevingskader voor chemische stoffen, vinden voortgang in de Raad (Milieu en Concurrentievermogen) en in het Parlement. Een door het voorzitterschap georganiseerde workshop over de uitgebreide effectbeoordeling van REACH heeft tot de conclusie geleid dat de voordelen van het systeem in ruime mate opwegen tegen de kostprijs ervan; dit bevestigt bijgevolg de algemene conclusie van de effectbeoordeling door de Commissie. De discussies hebben geresulteerd in de omschrijving van maatregelen die de uitvoering van REACH zullen vergemakkelijken en bijgevolg de kosten zullen doen dalen, terwijl toch alle voordelen van een verhoogd beschermingsniveau voor de menselijke gezondheid en het milieu worden gerealiseerd. Ook wat de voorbereiding van de tenuitvoerlegging betreft doen zich allerlei ontwikkelingen voor, zoals het opzetten van partnerschappen met de belanghebbenden om haalbaarheidsanalyses uit te voeren en de aan het systeem verbonden kosten te minimaliseren, het opzetten van het IT-systeem en het voorbereiden van richtsnoeren ten behoeve van de industrie en de lidstaten.

Het Europees emissieregister van verontreinigende stoffen (EPER), het eerste pan-Europese en publiek toegankelijke register van emissies van industriële installaties in water en lucht, biedt de bevolking een betere toegang tot deze milieu-informatie.

De Gemeenschap heeft een voor heel Europa geldende overeenkomst van de VN geratificeerd en zich aangesloten bij een tweede mondiale overeenkomst om de vervuiling door persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) uit de wereld te helpen. Het gaat om toxische stoffen die zich over grote afstanden verspreiden, nauwelijks worden afgebroken in het milieu en bioaccumuleren in de voedselketen.

Nieuwe gegevens 2

Ongeveer 2 tot 8 % van de ziektegevallen in de EU-25 is toe te schrijven aan milieufactoren en met name aan de luchtverontreiniging en het lawaai die veroorzaakt worden door het vervoer.

Er moet meer werk worden gemaakt van de bestrijding van bekende risicofactoren voor de gezondheid zoals overmatige blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen (met name fijne stofdeeltjes en ozon) en een te hoog kwikgehalte in vis en schelp- en schaaldieren.

De lidstaten van de EU investeren nu reeds in het verzamelen en analyseren van relevant feitenmateriaal, inclusief biomonitoring bij de mens, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar zware metalen, dioxines, PCB’s en stoffen die de hormoonhuishouding verstoren, alsmede naar astma en allergieën. Omdat bij deze onderzoeken over het algemeen echter niet van éénzelfde methodologische benadering wordt uitgegaan, zijn de resultaten moeilijk vergelijkbaar.

Perspectieven voor 2005

De werkzaamheden ter vergaring van de informatie die nodig is om het hoofd te kunnen bieden aan de gezondheidsrisico’s die samenhangen met de aanwezigheid van bepaalde stoffen in het milieu, worden voortgezet:

- er wordt gestreefd naar een overeenkomst over de voorgestelde REACH-verordening om te komen tot een striktere beoordeling van en toezicht op de chemische stoffen die worden gebruikt;

- het EU-actieplan inzake milieu en gezondheid zal ten uitvoer worden gelegd door het initiëren van acties inzake biomonitoring bij de mens, onderzoek en informatie over milieu en gezondheid.

De Commissie zal onderwijl maatregelen voorstellen om de blootstelling aan kwik, pesticiden en luchtverontreiniging te beperken en zij zal terzake in 2005 strategieën bekendmaken.

4. TWEE UITDAGINGEN: ONVERKORTE UITVOERING EN BETERE REGELGEVING

Belangrijkste ontwikkelingen

Hoewel de EU-wetgeving er veel toe heeft bijgedragen om de kwaliteit van het milieu te verbeteren, in de hele EU gelijke concurrentievoorwaarden voor alle bedrijven tot stand te brengen en nieuwe afzetmogelijkheden te helpen ontsluiten, is er nog steeds ruimte voor verbetering. De onverkorte tenuitvoerlegging van de EU-milieuwetgeving door de lidstaten blijft een uitdaging, ook in de nieuwe lidstaten. Milieuzaken maken nog steeds een derde uit van alle lopende procedures wegens niet-uitvoering van het EU-recht in de EU-25. In 2004 heeft de Commissie de belangrijkste pijnpunten (afval, water, natuurbescherming en milieueffectbeoordeling) in kaart gebracht en zij stelt nu actieplannen op om de nalevingsgraad te verbeteren.

Een juiste uitvoering houdt niet alleen in dat tijdig passende nationale wetgeving wordt ingevoerd, maar ook dat de voor de uitvoering noodzakelijke infrastructuur in het leven wordt geroepen. Voorts moet worden gezorgd voor toezicht en moet tegen overtreders worden opgetreden. Net als in het verleden moeten financiële middelen van de Gemeenschap kunnen worden ingezet om de in de lidstaten noodzakelijke investeringen te stimuleren.

Het permanente engagement van de Commissie om te komen tot een betere regelgeving moet resulteren in EU-wetgeving die duidelijker en gemakkelijker implementeerbaar is en die de toepassing van de meest kosteneffectieve oplossingen bevordert. Waar passend blijft de Commissie op vrijwilligheid gebaseerde regelingen stimuleren. Zij heeft ook de aanzet gegeven tot een evaluatie van de EMAS-regeling en het milieukeursysteem.

Wanneer zij nieuwe wetgeving ontwerpt, tracht de Commissie te anticiperen op eventuele problemen en streeft zij ernaar, de administratieve lasten te verlagen, de kosten van de naleving te minimaliseren en zoveel mogelijk nieuwe kansen te creëren. Daartoe maakt zij gebruik van effectbeoordelingen, inspraakprocedures en screenings.

De integratie van het milieuperspectief in de andere takken van het beleid en de sectorale besluitvorming moet worden voortgezet, willen wij kunnen profiteren van de vele voordelen – voor het milieu en op andere gebieden – die niet via louter milieubeleid tot stand kunnen worden gebracht. Op basis van de balans die van het milieu-integratieproces van Cardiff is opgemaakt, zijn aanbevelingen geformuleerd om het integratieproces te activeren, wat onder meer inhoudt dat de lidstaten moeten zorgen voor de onverkorte toepassing van de richtlijn inzake strategische milieueffectbeoordeling.

Perspectieven voor 2005

De lidstaten moeten de milieuwetgeving volledig ten uitvoer leggen. De Commissie zal haar aandacht concentreren op de gebieden waar zich de grootste problemen voordoen. Andere kwesties die aan de orde zullen komen, betreffen de vereenvoudiging van de wetgeving en de voorschriften inzake bewaking en rapportage.

5. CONCLUSIES

De ontwikkelingen van het milieubeleid op EU- en lidstaatniveau gedurende het voorbije jaar bevestigen een aantal tendensen die reeds in de evaluatie van het milieubeleid voor 2003 zijn aangestipt:

Lissabon en het milieu

- Het milieu, met inbegrip van eco-innovatie, vormt een essentieel onderdeel van de strategie van Lissabon wegens de bijdrage die het levert aan duurzame economische groei en aan de concurrerendheid op lange termijn van de EU-economie. Bedoelde bijdrage betreft vooral de volgende aspecten:

- Energie en grondstoffen moeten nog eco-efficiënter worden gebruikt, zodat niet alleen het rendement toeneemt maar ook de druk op het milieu wordt verminderd.

- De bestaande afspraken met betrekking tot het realiseren van concrete doelstellingen inzake bestrijding van klimaatverandering, verbetering van energie-efficiëntie en bevordering van duurzaam vervoer moeten worden nagekomen; dit vereist onder meer de volgende maatregelen:

- betere informering van de bedrijven en de burgers van de EU over producten, procédés en diensten die bijdragen tot de bestrijding van klimaatverandering en bedreigingen voor het milieu;

- een juistere prijsstelling, waarbij de volledige kostprijs van de verschillende energiebronnen, goederen en diensten (bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en mobiliteit) voor de samenleving als geheel wordt doorgerekend, teneinde op een duurzamere manier te kunnen tegemoetkomen aan de alsmaar groeiende vraag.

- In alle sectoren van de economie moeten eco-efficiënte innovaties worden aangemoedigd, met name door de volledige uitvoering van het actieplan inzake milieutechnologieën (ETAP). De lidstaten zouden routekaarten voor de uitvoering van ETAP moeten vaststellen; zij moeten ook worden aangemoedigd om actieplannen inzake een groene aanpak van overheidsopdrachten uit te werken. Voorts is in heel Europa een grote inspanning vereist om serieuze vooruitgang te boeken op het stuk van energie-efficiëntie.

- De EU dient inzake eco-innovatie gelijke tred te houden met concurrenten zoals de VS en Japan. Wereldwijd neemt de vraag naar eco-innovaties toe naarmate in economieën in opkomst, zoals China, het besef veld wint dat zij door hun snelle economische groei ook gauw tegen door de draagkracht van het milieu bepaalde grenzen dreigen op te lopen. Milieutechnologieën en nieuwe innovaties zijn nodig om deze uitdaging het hoofd te bieden. Onderzoek en “riskante” demonstratieactiviteiten moeten in de EU soortgelijke overheidssteun kunnen genieten als bij haar concurrenten.

Het milieu in de EU …

- Het MAP 6 verschaft tot 2012 een solide kader voor het milieubeleid van de Gemeenschap en voor integratie van het milieu in het sectorale beleid. De vier belangrijkste prioriteiten van dat actieplan – klimaatverandering, biodiversiteit, natuurlijke hulpbronnen en milieu en gezondheid – vereisen actie op lange termijn. Er zijn echter ook gebieden waar actie op korte termijn noodzakelijk is, omdat als nu niet wordt opgetreden dit kan leiden tot grotere kosten in de toekomst of tot onherstelbare schade en gemiste kansen om kosteneffectieve oplossingen toe te passen.

… en in de rest van de wereld

- De Commissie zal zich blijven inzetten voor internationale samenwerking bij het nastreven van duurzame ontwikkeling; daarbij zal zij zich in het bijzonder inspannen voor de oplossing van mondiale en grensoverschrijdende milieuproblemen, werk maken van de ontwikkeling van het milieubeleid van de EU ten aanzien van mondiale vraagstukken en zorg dragen voor de integratie van het milieuperspectief in alle takken van het extern beleid, met inbegrip van veiligheid, ontwikkeling, handelsbeleid en nabuurschapsbeleid.

Het komende jaar

- De Commissie zal in 2005 komen met een reeks belangrijke initiatieven inzake milieubeleid die het EU-beleid terzake de komende jaren vorm zullen geven:

- een mededeling over het EU-klimaatbeleid voor de periode na 2012 (februari 2005) en een mededeling over economische instrumenten om de gevolgen van klimaatverandering voor het luchtverkeer het hoofd te bieden;

- een mededeling over het beleid inzake biodiversiteit;

- thematische strategieën inzake luchtkwaliteit, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en afvalpreventie en –recycling, het mariene milieu, het gebruik van bestrijdingsmiddelen, het stedelijk milieu en de bodem.

Aandacht voor een betere uitvoering van de bestaande wetgeving …

- Het milieubeleidskader is nu stevig verankerd en belangrijke stukken milieuwetgeving zijn operationeel. Nieuwe wetgeving zal worden voorgesteld waar zulks nodig is, maar er moet nu veel meer nadruk komen te liggen op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande wetgeving. Er zijn doelstellingen en verbindende regels afgesproken en vastgesteld. Het is nu de taak van de lidstaten, dit beleid in de praktijk te brengen en ervoor te zorgen dat de hele samenleving de vruchten daarvan kan plukken. De Commissie zal haar inspanningen intensiveren om samen met de lidstaten tot een betere uitvoering te komen.

… en voor de continue verbetering van de beleidsvorming inzake milieu

- Het milieubeleid stoelt in toenemende mate op betere wetenschappelijke kennis. Toch vertoont die kennis nog grote hiaten en blijven er onzekerheden bestaan die een verdere ontwikkeling van onze kennisbasis noodzakelijk maken. Om die lacunes op te vullen zijn zowel in de lidstaten als in de EU als geheel nog grote O&O-inspanningen noodzakelijk. Onderzoek inzake milieu en energie geniet in de communautaire onderzoekprogramma’s een gestaag afnemende relatieve prioriteit; hier is derhalve een koerswijziging noodzakelijk.

- Er moet met gebruikmaking van moderne technologie een doeltreffender en transparanter gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem worden ontwikkeld dat in de behoeften van de EU voorziet. Een dergelijk systeem dient tegemoet te komen aan de behoeften van de lidstaten zowel als aan die van de Unie en, last but not least , aan die van alle EU-burgers in de uitgebreide Unie. Het Europees Milieuagentschap, dat over uitgebreide netwerken beschikt, kan in dit verband een belangrijke rol spelen.

- De Commissie blijft werken aan een continue verbetering van de wijze waarop het milieubeleid tot stand komt en ten uitvoer wordt gelegd. Effectbeoordelingen en uitvoerig overleg met de betrokken partijen behoren nu reeds tot de standaardprocedures. Het traditionele regelgevingsinstrumentarium wordt aangevuld met marktgerichte instrumenten en andere technieken om de mogelijkheden tot volledige en kosteneffectieve tenuitvoerlegging te maximaliseren. Dit soort geïntegreerde benadering moet zowel op Gemeenschaps- als op lidstaatniveau worden voortgezet en uitgebreid. In de thematische strategieën van 2005 zal bijzondere aandacht worden besteed aan manieren om milieu-innovaties, kosteneffectiviteit en integratie te stimuleren.

- Het proces van vereenvoudiging van de regelgeving moet worden voortgezet om de administratieve lasten voor de overheidsinstanties en de bedrijven te verlichten, waarbij evenwel hoge milieunormen gehandhaafd dienen te blijven en ervoor moet worden gezorgd dat in de hele interne markt gelijke concurrentievoorwaarden gelden. Zowel op Gemeenschaps- als op lidstaatniveau moet actie worden ondernomen. De voor 2005 geplande thematische strategieën bieden een uitgelezen kans om op het stuk van vereenvoudiging van de regelgeving verdere vooruitgang te boeken.

De EU-burger niet teleurstellen in zijn verwachtingen

- Het gaat bij milieubeleid ook om de kwaliteit van het bestaan. Dit is van rechtstreeks belang voor het leven van de gewone man of vrouw. Uit enquêtes die in de hele Unie worden georganiseerd, komt telkens weer naar voren dat een grote meerderheid van EU-burgers meer belang gehecht wil zien aan het milieu en verwacht dat de besluitvorming resulteert in een betere milieukwaliteit en betere milieudiensten in de EU. Een krachtig Europees milieubeleid is voor de EU-burgers dus een prioriteit en brengt Europa voor hen wat dichterbij.

- Het milieu biedt kansen en legt beperkingen op; Europa dient daarmee om te leren gaan en er optimaal op in te spelen in zijn groei- en werkgelegenheidsbeleid. Dat is een belangrijke voorwaarde, willen wij kunnen zorgen voor een groter welzijn en een rechtvaardigere toekomst. Dáárvoor moet Europa zich nu reeds actief engageren, zowel binnen de eigen grenzen als in mondiaal verband.

[1] COM(2004)394

[2] SEC(2005)97

Naar boven

Beheerd door het Publicatiebureau