52003XC1122(01)

Inleiding van een tussentijdse procedure voor een herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op polyethyleentereftalaat (PET)-folie uit India

Publicatieblad Nr. C 281 van 22/11/2003 blz. 0004 - 0005


Inleiding van een tussentijdse procedure voor een herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op polyethyleentereftalaat (PET)-folie uit India

(2003/C 281/03)

De Commissie heeft een verzoek ontvangen voor de inleiding van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1972/2002 van de Raad(2) (hierna "de basisverordening" genoemd).

1. Indiener van het verzoek

Het verzoek werd ingediend door de volgende EG-producenten: Du Pont Teijin Films, Mitsubishi Polyester Film GmbH, Toray Plastics Europe SA en Nuroll SpA.

2. Product

Het verzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaat (PET)-folie dat doorgaans wordt aangegeven onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 (hierna "het betrokken product" genoemd), van oorsprong uit India. De GN-codes worden slechts ter informatie vermeld.

3. Thans geldende maatregelen

Momenteel zijn op het betrokken product uit India definitieve antidumpingrechten van toepassing die werden vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 van de Raad(3) en verbintenissen die werden aanvaard bij Besluit 2001/645/EG van de Commissie(4).

4. Motivering

De indieners van het verzoek hebben bewijsmateriaal voorgelegd waaruit blijkt dat de maatregelen in hun huidige vorm niet langer effectief zijn om de schadelijke gevolgen van dumping weg te nemen.

De indieners van het verzoek beweren dat sinds de aanvaarding van verbintenissen, gebaseerd op minimuminvoerprijzen, de reeks producten die de betrokken exporteurs verkopen nog is toegenomen. Met name voeren zij nu ook technisch meer ontwikkelde folie uit, zodat de minimuminvoerprijzen die voor sommige producten gelden niet meer in overeenstemming zijn met de werkelijke waarde van die producten. Het mechanisme van de maatregelen is dus niet meer adequaat vanwege de nieuwe technologische ontwikkelingen. Door deze ontwikkelingen zouden de verbintenissen niet langer toereikend zijn om de schadelijke gevolgen van dumping weg te nemen. De indieners van het verzoek vragen daarom om een herziening van de vorm van de maatregelen.

5. Procedure

Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een tussentijdse herzieningsprocedure in te leiden. Zij heeft derhalve, op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening, een onderzoek geopend dat beperkt zal zijn tot de vorm van de maatregelen.

Bij dit onderzoek zal worden onderzocht of de bestaande maatregelen moeten worden gewijzigd.

a) Vragenlijsten

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie een vragenlijst zenden aan de producenten/exporteurs in India en de autoriteiten van India. De antwoorden op deze vragenlijst en bewijsstukken dienen binnen de onder punt 6 a) vermelde termijn door de Commissie te zijn ontvangen.

b) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

Alle belanghebbenden worden hierbij uitgenodigd hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en andere gegevens dan de antwoorden op de vragenlijst en bewijsmateriaal toe te zenden. Deze informatie en het bewijsmateriaal moeten binnen de onder punt 6 a) genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.

Voorts kan de Commissie de belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 6 b) vermelde termijn zijn ingediend.

6. Termijnen

a) Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie op te nemen, hun standpunt uiteen te zetten en de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurerechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmeldt.

b) Om een mondeling onderhoud aan te vragen

Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.

7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de betrokkene. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift "Limited"(5) zijn voorzien en moeten, overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld "For inspection by interested parties".

Correspondentieadres van de Commissie Europese Commissie Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

J-79 5/16 B - 1049 Brussel Fax (32-2) 295 65 05 Telex COMEU B 21877.

8. Medewerking

Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

De Commissie kan de verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en van de beschikbare gegevens gebruik maken. Indien een belanghebbende geen of niet voldoende medewerking verleent en de bevindingen daarom, overeenkomstig artikel 18, op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor hem minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2) PB L 305 van 7.11.2002, blz. 1.

(3) PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.

(4) PB L 227 van 23.8.2001, blz. 56.

(5) Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd en beschermd zijn in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en van de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1) en artikel 6 van de WTO-Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994 (Antidumpingovereenkomst).


Beheerd door het Publicatiebureau