Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie
/* COM/2003/0640 def. */
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||||||||||||
| doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc | doc |
| Twee talen naast elkaar: DA DE EL EN ES FI FR IT NL PT SV |
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie
(door de Commissie ingediend)
TOELICHTING
aanpassing van teksten over de hervorming van het glB en over de uitbreiding
Inleiding
Op 29 september 2003 heeft de Raad een pakket tot hervorming van het GLB vastgesteld waarmee belangrijke wijzigingen zijn aangebracht in het acquis waarop de toetredingsonderhandelingen waren gebaseerd. De teksten over de hervorming van het GLB houden in hun huidige vorm geen rekening met de resultaten van die onderhandelingen of zelfs maar met de uitbreiding zelf. Daarom moeten het pakket tot hervorming van het GLB en de Toetredingsakte beide vóór de toetreding worden aangepast om ervoor te zorgen dat zij compleet en onderling verenigbaar zijn, d.w.z. dat zij in een uitgebreide Gemeenschap kunnen functioneren. Meer in het bijzonder is het noodzakelijk:
- de op het GLB betrekking hebbende bijlagen bij de Toetredingsakte zo aan te passen te wijzigen dat de onderhandelingsresultaten passen bij het nieuwe acquis (dit is nodig waar in de Toetredingsakte verwijzingen voorkomen die nu verouderd zijn, en waar de onderhandelingsresultaten niet zonder meer verenigbaar zijn met het hervormde GLB);
- de teksten over de hervorming van het GLB zo aan te passen dat zij kunnen worden toegepast voor de nieuwe lidstaten en dat de onderhandelingsresultaten erin worden verwerkt die anders (in de toekomst) verloren zouden gaan.
Om die twee doelstellingen te bereiken heeft de Commissie twee regelgevingsvoorstellen voor respectievelijk een besluit en een verordening uitgewerkt. Beide teksten zijn gebaseerd op de volgende leidende beginselen:
- de fundamentele kenmerken en beginselen van het in Kopenhagen overeengekomen pakket dienen behouden te blijven en te worden toegepast op welke nieuwe elementen ook. Er mag geen "erosie" zijn van de toetredingsvoorwaarden waarover de toetredende landen hebben onderhandeld;
- waar door de hervorming van het GLB nieuwe elementen worden geïntroduceerd die bij de toetredingsonderhandelingen over de landbouw niet werden behandeld, dienen de nieuwe lidstaten op soortgelijke wijze te worden behandeld als de huidige lidstaten, behalve waar zulks strijdig is met het hierboven beschreven allesoverheersende beginsel;
- aanpassingen dienen beperkt te blijven tot wat absoluut noodzakelijk is;
- de nieuwe lidstaten dienen zo spoedig mogelijk soepel in het hervormde GLB te worden geïntegreerd.
Het bijgaande voorstel bevat de aanpassingen van de in het kader van de hervorming van het GLB aangenomen verordeningen die nodig zijn in verband met de toetreding van tien nieuwe lidstaten op 1 mei 2004. Daarom is de voorgestelde verordening gebaseerd op artikel 57 van de Toetredingsakte.
Bedrijfstoeslagregeling (BTR)
Bij de horizontale verordening van het pakket tot hervorming van het GLB wordt voor de EU-15 een nieuwe regeling voor rechtstreekse betalingen ingevoerd: de bedrijfstoeslagregeling (BTR). Met ingang van 1 januari 2005 zal deze regeling het merendeel van de klassieke regelingen voor rechtstreekse betalingen vervangen door één enkele ontkoppelde toeslag per hectare. Bij de standaardversie van de BTR worden de betrokken "toeslagrechten" berekend op basis van rechtstreekse betalingen die gedurende een referentieperiode (2000-2002) aan de betrokken landbouwer zijn toegekend, zodat de waarde van het toeslagrecht (per hectare) van landbouwer tot landbouwer zal verschillen. Het aan een landbouwer toegekende aantal toeslagrechten zal echter gelijk zijn aan het gemiddelde aantal hectaren op zijn bedrijf dat gedurende de referentieperiode recht heeft gegeven op de betrokken rechtstreekse betalingen. Binnen de BTR worden de lidstaten verschillende uitvoeringsmogelijkheden geboden, waaronder de uitsluiting van sommige rechtstreekse betalingen op tijdelijke basis, het gedeeltelijk gekoppeld houden van sommige betalingen of de toepassing van de toeslag per hectare op regionale basis.
Het probleem bij de uitbreiding is hoe de BTR toe te passen voor de nieuwe lidstaten, aangezien deze voor de berekening van de toeslagrechten van de landbouwers niet beschikken over cijfers met betrekking tot de te gebruiken historische referentieperiode. De oplossing gebruik te maken van een toekomstige referentieperiode, d.w.z. de toeslagrechten in de nieuwe lidstaten te baseren op de in de periode 2004-2006 toegepaste "klassieke" regelingen voor rechtstreekse betalingen, is uitgesloten omdat deze oplossing :
- niet coherent zou zijn met de behandeling van de EU-15,
- zou leiden tot kunstmatige verschuivingen van de productie naar sectoren die een optimale opeenstapeling van toeslagrechten beloven,
- de nieuwe lidstaten ertoe zou dwingen het "klassieke" systeem toe te passen tot eind 2006 en
- daardoor noodzakelijkerwijze de invoering van de regeling inzake een enkele areaalbetaling (REAB) zou verhinderen.
In plaats daarvan voorziet het onderhavige voorstel in de verplichte toepassing door de nieuwe lidstaten van de in de horizontale verordening bepaalde regionaliseringsoptie, aangepast waar nodig. Dit betekent dat:
- er binnen een regio uniforme toeslagen per hectare zouden zijn;
- regionale totaalbedragen zouden worden berekend door het nationale totaalbedrag over (door de nieuwe lidstaten bepaalde) regio's te verdelen volgens objectieve criteria, bv. statistieken over de regionale productie van akkerbouwgewassen, de omvang van de vleesrunderenstapel in verschillende regio's, de betalingen in de periode 2004-2006 (zie hierboven) of het bestaan vóór de toetreding van nationale rechtstreekse steun in bepaalde regio's;
- de toeslagrechten van de individuele landbouwbedrijven zouden worden berekend door het/de regionale totaalbedrag(en) te delen door de regionale oppervlakte cultuurgrond (exclusief de oppervlakte blijvende teelten en de bossen);
- sectorspecifieke problemen zouden kunnen worden aangepakt door extra toeslagrechten uit de nationale reserve toe te kennen;
- de nationale reserve net als voor de huidige lidstaten zou worden vastgesteld op 3% van het nationale maximum;
- gegevens over vóór de toetreding toegekende soortgelijke rechtstreekse betalingen als die van de EU zouden kunnen worden aanvaard als "objectieve criteria" voor zowel i) de verdeling van het nationale totaalbedrag over de regio's als ii) de verdeling van de reserve;
- de 10%-optie als bedoeld in artikel 69 van de horizontale verordening ook beschikbaar zou zijn voor de nieuwe lidstaten, wat het mogelijk zou maken extra middelen uit te trekken voor landbouwers in specifieke sectoren zoals de biologische landbouw;
- in het geval dat een nieuwe lidstaat een gedeeltelijke ontkoppeling zou wensen toe te passen, de toeslagrechten zouden worden bepaald volgens dezelfde regels als die welke in het kader van de regionale optie gelden voor de EU-15.
Randvoorwaarden
Verscheidene toetredende landen hebben een overgangsperiode bedongen voor bepaalde richtlijnen (bv. de habitatrichtlijn) die krachtens de verordeningen tot hervorming van het GLB deel zullen gaan uitmaken van de randvoorwaarden. In de onderhavige voorstellen wordt ervoor gezorgd dat die overgangsperiode van kracht blijft en dat in die periode dus geen op de betrokken richtlijnen gebaseerde randvoorwaarden zullen worden toegepast voor de landbouwers in de nieuwe lidstaten in kwestie.
In het kader van de hervorming van het GLB is de verplichte toepassing van randvoorwaarden ingevoerd. Wat echter de REAB betreft, lijkt het passend vast te houden aan een facultatieve toepassing van randvoorwaarden omdat dit in de Toetredingsakte zo is geregeld (zie artikel 1 ter van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad in combinatie met artikel 3 van die verordening). Bovendien is het duidelijk dat een verplichte toepassing van randvoorwaarden de REAB veel ingewikkelder zou maken, wat moet worden voorkomen. Daarom wordt voorgesteld de bestaande regeling inzake randvoorwaarden te handhaven als basisregeling, maar tevens te voorzien in de facultatieve toepassing van de nieuwe regels in het kader van de REAB vanaf 2005.
Bedrijfsadviseringssysteem
Het pakket tot hervorming van het GLB voorziet in een systeem van bedrijfsaudits voor de landbouw. Omdat dit systeem pas tegen 2007 hoeft te zijn ingevoerd en deelneming voor de landbouwers vrijwillig zal blijven, is geen aanpassing nodig en kunnen de betrokken gedeelten van de horizontale verordening volledig worden toegepast.
Modulatie en financiële discipline
In het eindcompromis over de hervorming van het GLB is een verklaring van de Commissie opgenomen waarin het volgende staat: "De Commissie zal een voorstel indienen dat inhoudt dat het mechanisme van financiële discipline en de modulatie niet van toepassing zijn in de nieuwe lidstaten totdat de geleidelijke invoering van de rechtstreekse betalingen het EU-niveau heeft bereikt.". Het voorstel sluit aan bij deze verklaring. Omdat niet nauwkeurig kan worden voorspeld wanneer de modulatie in de nieuwe lidstaten van toepassing zal worden, kunnen de in artikel 12, lid 2, bedoelde maxima vooralsnog niet worden vastgesteld. De Commissie dient de betrokken maxima vast te stellen volgens de beheersprocedure.
Compensatie voor rogge
In het kader van de hervorming van het GLB is de interventie voor rogge afgeschaft. Om de effecten van dit besluit te verzachten is het volgende mechanisme ingesteld:
"Gelet op de druk om structurele aanpassingen door te voeren ten gevolge van de afschaffing van de interventie voor rogge, is de volgende overgangsmaatregel van toepassing: indien het aandeel van rogge in de totale graanproductie van een lidstaat gemiddeld meer bedraagt dan 5% tijdens de drie jaren 2000-2002 en zijn aandeel in de totale communautaire roggeproductie in dezelfde periode meer bedraagt dan 50%, zal het bedrag van het in die lidstaat gegenereerde modulatiegeld tot het eind van de volgende financiële vooruitzichten ten belope van minimaal 90% naar die lidstaat worden teruggesluisd. In dat geval moet ten minste 10% van het modulatiegeld in roggeproducerende regio's worden besteed. [1]".
[1] Artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad.
De bovengenoemde regeling is voor de nieuwe lidstaten in feite niet relevant omdat de modulatie voor hen niet zal gelden. Ook voor belangrijke roggeproducenten onder de nieuwe lidstaten is het mogelijk hun (aanzienlijke) toewijzing voor plattelandsontwikkeling toe te spitsen op roggeproducerende regio's of roggetelers om diversificatie te bevorderen.
Quota en maxima
In het pakket tot hervorming van het GLB is sprake van een aantal nationale of communautaire maxima, quota en gegarandeerde maximumhoeveelheden. Om rekening te houden met de toetredende landen wordt een aantal aanpassingen voorgesteld. Het gaat om het volgende:
Artikel 74 en bijlage X van de horizontale verordening: durumtarwe (nationale basisarealen)
Cyprus en Hongarije worden toegevoegd aan de lijst van de begunstigde landen en in bijlage X worden de traditionele productiegebieden in Cyprus en Hongarije opgenomen. De betrokken cijfers zijn reeds vastgesteld bij de toetredingsonderhandelingen en deze aanpassing levert dan ook geen problemen op.
Artikel 78 van de horizontale verordening: eiwithoudende gewassen (gegarandeerd maximumareaal)
Het GMA voor de EU-15 is 1 400 000 ha. Voor de 10 nieuwe lidstaten wordt een proportionele verhoging voorgesteld op basis van de statistieken die zijn gebruikt bij de toetredingsonderhandelingen over de regeling voor akkerbouwgewassen. Het betreft een verhoging met 200 000 ha.
Artikelen 80 en 81 van de horizontale verordening: rijst (steun en nationaal basisareaal)
In artikel 81 worden geringe wijzigingen aangebracht in de nationale basisarealen van de huidige lidstaten. Wat de nieuwe lidstaten betreft, gaat het alleen om Hongarije en er is geen reden om af te wijken van het basisareaal waarover bij de onderhandelingen overeenstemming is bereikt, namelijk 3.222 ha. Er wordt dus geen wijziging van dit laatste areaal voorgesteld.
In artikel 80 wordt de steun voor Hongarije vastgesteld op basis van de referentieopbrengst waarover bij de toetredingsonderhandelingen overeenstemming is bereikt. Het gaat om 548,7 euro/ha voor het verkoopseizoen 2004/05 en 232,5 euro/ha vanaf het verkoopseizoen 2005/06.
Artikel 84 van de horizontale verordening: noten (GMA en NGA's)
Het GMA van 800.000 ha is verdeeld in nationale gegarandeerde arealen (NGA's). Voorgesteld wordt NGA's voor de nieuwe lidstaten vast te stellen om rekening te houden met hun productie en het GMA dienovereenkomstig te verhogen. Net als voor de huidige lidstaten is een verlaging met 20% toegepast.
Artikel 89 van de horizontale verordening: energiegewassen (gegarandeerd maximumareaal)
In het pakket tot hervorming van het GLB is een GMA van 1.500.000 ha vastgesteld op basis van globale gegevens, waarbij grotendeels is uitgegaan van de momenteel met energiegewassen beteelde oppervlakten. Oorspronkelijk was deze steun bedoeld als compensatie voor de afschaffing van de mogelijkheid om op braakgelegde grond niet voor voeding of vervoedering bestemde gewassen te telen. Aangezien die mogelijkheid echter weer is opgenomen in de eindteksten over de hervorming van het GLB, is deze regeling voor energiegewassen minder aantrekkelijk geworden en wordt een overschrijding van het GMA onwaarschijnlijk. Daarom wordt voorgesteld het GMA te handhaven op het niveau dat in het kader van de hervorming van het GLB is overeengekomen.
Artikel 56, lid 3, van de horizontale verordening: teelt van niet voor voeding of vervoedering bestemde gewassen op braakgelegde grond (geraamde hoeveelheden die in het kader van contracten beschikbaar zullen komen)
De hoeveelheid voor voeding of vervoedering bestemde bijproducten die beschikbaar komt als gevolg van de teelt van oliehoudende zaden op braakgelegde grond, mag niet meer bedragen dan 1 miljoen metrieke ton, uitgedrukt in sojameelequivalent. Deze limiet is vastgesteld in het Blair House-akkoord, wat betekent dat over elke wijziging ervan zou moeten worden onderhandeld met de VS. Daarom wordt voorgesteld deze overeengekomen limiet niet aan te passen maar te handhaven.
Andere aanpassingen
Voorgesteld wordt om vanaf artikel 95 van de horizontale verordening (bestaande rechtstreekse betalingen) alle tabellen met maxima, totaalbedragen of NGA's aan te passen om de met de nieuwe lidstaten bereikte onderhandelingsresultaten daarin op te nemen.
Extra rechtstreekse betaling in de zuivelsector
Slovenië en Polen hebben voor de toekenning van de individuele melkquota een overgangsperiode van één jaar verkregen. Daarom rijst de vraag wat in die landen moet worden gebruikt als basis voor de toekenning van de nieuwe gekoppelde zuivelbetalingen in 2004. Voor Polen is het antwoord eenvoudig: aangezien dit land heeft meegedeeld voornemens te zijn de REAB toe te passen, zullen de zuivelbetalingen reeds in het nationale REAB-totaalbedrag zijn begrepen. Voor Slovenië, dat waarschijnlijk zal kiezen voor het "klassieke" systeem van rechtstreekse betalingen, stelt de Commissie voor de betalingen toe te kennen op basis van de voorlopig toegekende quota of op basis van de geleverde melk.
Plattelandsontwikkeling
Gezien de korte programmeringsperiode is bij de Toetredingsakte de mogelijkheid geopend om in de hoofdprogramma's maatregelen van het LEADER+-type op te nemen in plaats van met een afzonderlijke LEADER+-programmering te werken. Voor de nieuwe lidstaten is de in het kader van de hervorming van het GLB ingevoerde maatregel "beheer van geïntegreerde strategieën voor plattelandsontwikkeling door plaatselijke partnerschappen" dan ook niet nodig omdat de maatregelen van het LEADER+-type daarop betrekking hebben.
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, inzonderheid op artikel 2, lid 3,
Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, inzonderheid op artikel 57, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie [2],
[2] PB L ... van ..., blz. ...
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad [3] zijn enerzijds gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en anderzijds bepaalde steunregelingen voor landbouwers vastgesteld.
[3] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1.
(2) Die gemeenschappelijke voorschriften en steunregelingen moeten worden gewijzigd om de tenuitvoerlegging ervan in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (hierna "de nieuwe lidstaten" genoemd) mogelijk te maken.
(3) Met het oog op de invoering van de modulatie in de nieuwe lidstaten dient de Commissie nationale maxima voor het extra steunbedrag in de nieuwe lidstaten vast te stellen.
(4) De landbouwers in de nieuwe lidstaten zullen rechtstreekse betalingen ontvangen volgens een regeling voor een geleidelijke invoering van die betalingen. Om voor een passend evenwicht tussen de beleidsinstrumenten ter bevordering van duurzame landbouw en die ter bevordering van plattelandsontwikkeling te zorgen, dient de modulatieregeling in de nieuwe lidstaten niet te worden toegepast totdat het niveau van de rechtstreekse betalingen in de nieuwe lidstaten ten minste gelijk is aan het niveau in de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004.
(5) In verband met de niveaus van de rechtstreekse betalingen die voor de landbouwers in de nieuwe lidstaten zullen gelden als gevolg van de geleidelijke invoering van die betalingen, dient het instrument van de financiële discipline in de nieuwe lidstaten niet te worden toegepast totdat het niveau van de rechtstreekse betalingen in de nieuwe lidstaten ten minste gelijk is aan het niveau in de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004.
(6) De rechtstreekse betalingen in het kader van de bedrijfstoeslagregeling worden gebaseerd op in het verleden ontvangen rechtstreekse betalingen die als referentiebedrag worden gebruikt, of op geregionaliseerde betalingen per hectare. Voor de kalenderjaren 2000, 2001 en 2002 hebben de landbouwers in de nieuwe lidstaten geen rechtstreekse betalingen van de Gemeenschap ontvangen en hebben zij dus geen historische referenties. Daarom dient de bedrijfstoeslagregeling in de nieuwe lidstaten te worden gebaseerd op geregionaliseerde betalingen per hectare, met een verdeling over regio's volgens objectieve criteria en vervolgens een verdeling over de landbouwers wier bedrijf in de betrokken regio ligt en die voldoen aan de subsidiabiliteitscriteria.
(7) Voor de nieuwe lidstaten dient het bedrag aan rechtstreekse betalingen dat in het kader van de bedrijfstoeslagregeling als nationaal maximum geldt, te worden gebaseerd op de bij de toetredingsonderhandelingen overeengekomen quota, maxima en hoeveelheden, vermenigvuldigd met de desbetreffende steunbedragen per hectare, dier of ton bepaald in de Toetredingsakte.
(8) Per 1 april 2005 wordt de marktmaatregel voor de productie van gedroogde voedergewassen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1786/2003 van de Raad [4] gewijzigd. Vanaf die datum wordt de marktsteun gedeeltelijk omgezet in een rechtstreekse betaling aan de landbouwers. Om voor de nieuwe lidstaten een daling van de totale steun in 2005 te voorkomen, dient van het algemene beginsel van een geleidelijke invoering van de rechtstreekse betalingen te worden afgeweken. Daarom dient de op gedroogde voedergewassen betrekking hebbende component van het nationale maximum in het kader van de bedrijfstoeslagregeling te worden berekend op basis van het steunniveau van 100% in plaats van het bij de geleidelijke invoering geldende steunniveau.
[4] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 114.
(9) De nieuwe lidstaten dienen in het kader van de regionale optie voor de bedrijfstoeslagregeling de mogelijkheid te hebben de premie per hectare op basis van objectieve criteria aan te passen om een gelijke behandeling van de landbouwers te waarborgen en marktverstoringen te voorkomen.
(10) De nieuwe lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben de bedrijfstoeslagregeling gedeeltelijk toe te passen en/of bepaalde sectoren ervan uit te sluiten.
(11) De sectorale maxima voor een gedeeltelijke toepassing van de bedrijfstoeslagregeling en/of de uitsluiting van bepaalde sectoren van die regeling dienen te worden gebaseerd op de bij de toetredingsonderhandelingen overeengekomen quota, maxima en hoeveelheden.
(12) De overgang van de regeling inzake een enkele areaalbetaling naar de bedrijfstoeslagregeling en andere steunregelingen kan gepaard gaan met aanpassingsproblemen die niet in deze verordening worden behandeld. Met het oog op deze eventualiteit dient in Verordening (EG) nr. 1782/2003 een algemene bepaling te worden opgenomen die het de Commissie mogelijk maakt de voor een bepaalde periode noodzakelijke overgangsmaatregelen vast te stellen.
(13) Wegens de korte programmeringsperiode is bij de Toetredingsakte de mogelijkheid geopend om in de hoofdprogramma's maatregelen van het type LEADER+ op te nemen in plaats van met een afzonderlijke LEADER+-programmering te werken. Daarom is de maatregel "beheer van geïntegreerde strategieën voor plattelandsontwikkeling door plaatselijke partnerschappen" die is ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad [5], voor de nieuwe lidstaten niet nodig omdat deze maatregel tot de maatregelen van het type LEADER+ behoort.
[5] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1783/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 70).
(14) De Verordeningen (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1786/2003 en (EG) nr. 1257/1999 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt als volgt aangepast:
1. Aan artikel 5, lid 2, eerste alinea, wordt de volgende zin toegevoegd :
"De nieuwe lidstaten zien erop toe dat de grond die op 30 juni 2003 blijvend grasland was, als blijvend grasland wordt gehandhaafd.".
2. Aan artikel 12 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:
"5. Voor de nieuwe lidstaten worden de in lid 2 bedoelde maxima vastgesteld door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure.".
3. Na artikel 12 wordt het volgende artikel 12 bis ingevoegd:
"Artikel 12 bis Toepassing voor de nieuwe lidstaten
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn voor de nieuwe lidstaten van toepassing vanaf het kalenderjaar waarvoor het niveau van de rechtstreekse betalingen dat overeenkomstig artikel 143 bis in de nieuwe lidstaten geldt, ten minste gelijk is aan het niveau van die betalingen dat dan geldt in de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004.".
4. Aan artikel 54, lid 2, eerste alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de nieuwe lidstaten wordt de voor de aanvragen om oppervlaktesteun voor 2003 vastgestelde datum geacht de datum 30 juni 2003 te zijn.".
5. Aan titel III wordt het volgende hoofdstuk 6 toegevoegd:
"Hoofdstuk 6 Tenuitvoerlegging in de nieuwe lidstaten
Artikel 71 bis
1. Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald, zijn de bepalingen van deze titel van toepassing voor de nieuwe lidstaten.
De artikelen 33, 34, 37, 38 en 39, artikel 40, leden 1, 2, 3 en 5, en de artikelen 41, 42, 43, 47 tot en met 50, 53 en 58 tot en met 63 zijn niet van toepassing.
2. Elke nieuwe lidstaat die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepast, neemt de in artikel 64, lid 1, en artikel 71, leden 1 en 2, bedoelde besluiten uiterlijk op 1 augustus van het jaar vóór het jaar waarin hij de bedrijfstoeslagregeling voor het eerst zal toepassen.
Artikel 71 ter Steunaanvraag
1. De landbouwers vragen steun op grond van de bedrijfstoeslagregeling aan uiterlijk op een door de nieuwe lidstaten vast te stellen datum, die echter niet later dan 15 mei kan zijn.
2. Behoudens overmacht en uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 40, lid 4, worden aan de landbouwers geen toeslagrechten toegekend indien zij niet uiterlijk op 15 mei van het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling indienen.
3. De bedragen die overeenstemmen met niet toegekende toeslagrechten, vervallen aan de in artikel 71 quinquies bedoelde nationale reserve en komen opnieuw voor toewijzing beschikbaar.
Artikel 71 quater Maximum
De nationale maxima voor de nieuwe lidstaten worden vastgesteld in bijlage VIII bis.
Artikel 71 quinquies Nationale reserve
1. Elke nieuwe lidstaat past op zijn nationale maximum een lineaire procentuele verlaging toe om een nationale reserve te vormen. Deze verlaging bedraagt niet meer dan 3% onverminderd de toepassing van artikel 71 ter, lid 3.
2. De nieuwe lidstaten gebruiken de nationale reserve om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers die zich in een bijzondere, door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure te omschrijven situatie bevinden.
3. Gedurende het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling kunnen de nieuwe lidstaten de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers in specifieke sectoren die zich in een bijzondere situatie bevinden als gevolg van de overgang naar de bedrijfstoeslagregeling. Dergelijke toeslagrechten worden verdeeld overeenkomstig door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen voorschriften.
4. De nieuwe lidstaten passen lineaire verlagingen toe op de toeslagrechten indien hun nationale reserve niet voldoende is om de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen te dekken.
5. In afwijking van artikel 46 mogen, behoudens overdracht door feitelijke of verwachte vererving, toeslagrechten die zijn verleend met gebruikmaking van de nationale reserve, gedurende een periode van vijf jaar vanaf de toekenning ervan niet worden overgedragen.
In afwijking van artikel 45, lid 1, wordt een toeslagrecht dat niet elk jaar van de vijfjaarlijkse periode wordt gebruikt, onmiddellijk weer aan de nationale reserve toegevoegd.
Artikel 71 sexies Regionale toewijzing van het in artikel 71 quater bedoelde maximum
1. De nieuwe lidstaten passen de bedrijfstoeslagregeling toe op regionaal niveau.
2. De nieuwe lidstaten definiëren de regio's op basis van objectieve criteria.
Nieuwe lidstaten met minder dan drie miljoen subsidiabele hectaren kunnen worden beschouwd als één regio.
3. Elke nieuwe lidstaat verdeelt zijn nationale maximum als bedoeld in artikel 71 quater na alle verlagingen overeenkomstig artikel 71 quinquies op basis van objectieve criteria over de regio's.
Artikel 71 septies Regionalisering van de bedrijfstoeslagregeling
1. Alle landbouwers wier bedrijf in een bepaalde regio is gelegen, ontvangen toeslagrechten waarvan het eenheidsbedrag wordt berekend door het overeenkomstig artikel 71 sexies vastgestelde maximum te delen door het aantal subsidiabele hectaren in de zin van artikel 44, lid 2, zoals dit op regionaal niveau is vastgesteld.
2. Het aantal toeslagrechten per landbouwer is gelijk aan het aantal hectaren dat hij overeenkomstig artikel 44, lid 2, heeft aangegeven in het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling, behoudens overmacht of uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 40, lid 4.
Artikel 71 octies Gebruik van de grond
1. In afwijking van artikel 51 en overeenkomstig het bepaalde in het onderhavige artikel kunnen de landbouwers de percelen die zij overeenkomstig artikel 44, lid 3, hebben aangegeven, ook gebruiken voor de productie van in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad [6] en in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad [7] bedoelde producten en van andere aardappelen dan de voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen waarvoor op grond van artikel 93 van de onderhavige verordening steun wordt verleend, maar niet voor blijvende teelten.
[6] PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1.
[7] PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29.
2. De nieuwe lidstaten bepalen het aantal hectaren dat overeenkomstig lid 1 mag worden gebruikt, door het gemiddelde van het aantal hectaren dat in de driejarige periode 2000-2002 op nationaal niveau voor de productie van de in lid 1 bedoelde producten is gebruikt, volgens objectieve criteria te verdelen over de overeenkomstig artikel 71 sexies, lid 2, gedefinieerde regio's. Het gemiddelde aantal hectaren op nationaal niveau en het aantal hectaren op regionaal niveau worden door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld op basis van de door de nieuwe lidstaat meegedeelde gegevens.
3. Binnen het overeenkomstig lid 2 voor de betrokken regio vastgestelde maximum krijgt een landbouwer toestemming om van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik te maken :
a) tot het aantal hectaren dat hij in 2003 voor de productie van de in lid 1 bedoelde producten heeft gebruikt;
b) in afwijking van artikel 71 bis, lid 2, in geval van overeenkomstige toepassing van artikel 40 en artikel 42, lid 4, tot een aantal hectaren dat wordt vastgesteld volgens objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.
4. Binnen de grenzen van het aantal hectaren dat na toepassing van lid 3 beschikbaar blijft, krijgen landbouwers toestemming om de in lid 1 bedoelde producten te produceren op een aantal andere hectaren dan het aantal onder lid 3 vallende hectaren binnen de grenzen van een in 2004 en/of 2005 voor de productie van de in lid 1 bedoelde producten gebruikt aantal hectaren, waarbij binnen de grenzen van het in 2004 gebruikte aantal hectaren prioriteit wordt gegeven aan de landbouwers die de producten reeds in 2004 hebben geproduceerd.
In geval van toepassing van artikel 71 of artikel 143 ter worden 2004 en 2005 vervangen door respectievelijk het jaar vóór het jaar waarin de bedrijfstoeslagregeling van toepassing wordt, en het jaar zelf waarin de bedrijfstoeslagregeling van toepassing wordt.
5. Voor de bepaling van de in de leden 3 en 4 bedoelde individuele maxima maken de nieuwe lidstaten gebruik van de individuele gegevens over de landbouwer voorzover deze beschikbaar zijn, of van welk ander bewijs ook dat ten genoegen van deze lidstaten door de landbouwer wordt geleverd.
6. Het aantal hectaren waarvoor de in de leden 3 en 4 bedoelde toestemming wordt verleend, is in geen geval groter dan het aantal subsidiabele hectaren als bedoeld in artikel 44, lid 2, dat is aangegeven in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.
7. De toestemming wordt binnen de betrokken regio gebruikt samen met het bijbehorende toeslagrecht.
8. Het in artikel 60 bedoelde verslag heeft mede betrekking op de nieuwe lidstaten.
Artikel 71 nonies Grasland
De nieuwe lidstaten kunnen ook op basis van objectieve criteria binnen het regionale maximum of een deel ervan voor de in artikel 71 septies, lid 1, bedoelde landbouwers verschillende eenheidsbedragen van de toeslagrechten vaststellen voor hectaren grasland zoals geïdentificeerd op 30 juni 2003 en voor andere subsidiabele hectaren dan wel, als alternatief, voor hectaren blijvend grasland zoals geïdentificeerd op 30 juni 2003 en voor andere subsidiabele hectaren.
Artikel 71 decies Melkpremie en extra betalingen
Vanaf 2007 worden, in afwijking van de artikelen 44 en 71 septies, de bedragen die voortvloeien uit de in 2007 overeenkomstig de artikelen 95 en 96 te verlenen melkpremie en extra betalingen, opgenomen in de bedrijfstoeslagregeling.
De nieuwe lidstaten kunnen evenwel besluiten dat de bedragen die voortvloeien uit de melkpremie en extra betalingen waarin de artikelen 95 en 96 voorzien, vanaf 2005 geheel of gedeeltelijk in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen. De op grond van deze alinea vastgestelde toeslagrechten worden dienovereenkomstig gewijzigd.
Het bedrag dat wordt gebruikt voor de vaststelling van de op die betalingen gebaseerde toeslagrechten, is gelijk aan de overeenkomstig de artikelen 95 en 96 te verlenen bedragen, berekend op basis van de individuele referentiehoeveelheid voor melk die op het bedrijf beschikbaar is op 31 maart van het jaar waarin die betalingen geheel of gedeeltelijk in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen.
In afwijking van artikel 71 bis, lid 1, zijn de artikelen 48, 49 en 50 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 71 undecies Braakleggingstoeslagrechten
1. De landbouwers ontvangen een deel van hun toeslagrechten in de vorm van braakleggingstoeslagrechten.
2. Het aantal braakleggingstoeslagrechten wordt vastgesteld door de subsidiabele grond in de zin van artikel 54, lid 2, van de landbouwer die in het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling wordt aangegeven, te vermenigvuldigen met het geldende braak te leggen percentage.
Het braak te leggen percentage wordt berekend door het op 10% vastgestelde basispercentage van de braakleggingsverplichting te vermenigvuldigen met de verhouding, in de betrokken regio, tussen het regionale basisareaal of de regionale basisarealen als bedoeld in artikel 101, derde alinea, en de subsidiabele grond in de zin van artikel 54, lid 2.
3. Het bedrag van de braakleggingstoeslagrechten is het overeenkomstig artikel 71 septies, lid 1, vastgestelde regionale bedrag van de toeslagrechten.
4. De leden 1 tot en met 3 gelden niet voor landbouwers die minder aangeven dan een aantal hectaren in de zin van artikel 54, lid 2, dat nodig zou zijn om een hoeveelheid te produceren die gelijk is aan 92 ton granen als omschreven in bijlage IX, uitgaande van de referentieopbrengst die in bijlage XI ter is vastgesteld voor de nieuwe lidstaat waar het bedrijf ligt, gedeeld door de in lid 2, tweede alinea, bedoelde verhouding.
Artikel 71 duodecies Voorwaarden voor de toeslagrechten
1. In afwijking van artikel 46, lid 1, kunnen krachtens dit hoofdstuk vastgestelde toeslagrechten alleen worden overgedragen binnen dezelfde regio of tussen regio's waar de toeslagrechten per hectare dezelfde zijn.
2. Tot uiterlijk 1 augustus van het jaar vóór het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling kunnen de nieuwe lidstaten ook, in overeenstemming met de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht, besluiten dat krachtens dit hoofdstuk vastgestelde toeslagrechten progressief worden gewijzigd volgens van tevoren bepaalde stappen en op basis van objectieve criteria.
Artikel 71 terdecies Facultatieve uitvoering
1. De afdelingen 2, 3 en 4 van hoofdstuk 5 gelden voor de nieuwe lidstaten op de in dit artikel vastgestelde voorwaarden. Afdeling 4 geldt echter niet voor de lidstaten die de bij artikel 143 ter ingestelde regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen.
2. Elke verwijzing naar artikel 41 in de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 5, in het bijzonder wat de nationale maxima betreft, geldt als een verwijzing naar artikel 71 quater.
3. Het in artikel 64, lid 3, bedoelde verslag heeft mede betrekking op de in dit hoofdstuk vastgestelde facultatieve regelingen."
6. Artikel 74, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De steun wordt verleend voor nationale basisarealen in de in bijlage X vermelde traditionele productiegebieden.
De basisarealen zijn:
Griekenland // 617 000 ha
Spanje // 594 000 ha
Frankrijk // 208 000 ha
Italië // 1 646 000 ha
Cyprus // 6 183 ha
Hongarije // 2 500 ha
Oostenrijk // 7 000 ha
Portugal // 118 000 ha.".
7. Artikel 78, lid 1, wordt vervangen door:
"1. Hierbij wordt een gegarandeerd maximumareaal van 1 600 000 ha vastgesteld waarvoor de steun kan worden verleend.".
8. Artikel 80, lid 2, wordt vervangen door:
"2. Op grond van de fysieke opbrengsten in de betrokken lidstaten bedraagt de steun:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
9. Artikel 81 wordt vervangen door:
"Artikel 81 Arealen
Hierbij wordt voor elke producerende lidstaat een nationaal basisareaal vastgesteld. Voor Frankrijk worden evenwel twee basisarealen vastgesteld. De basisarealen zijn de volgende:
Griekenland // 20 333 ha
Spanje // 104 973 ha
Frankrijk: -- Europees grondgebied -- Guyana // 19 050 ha 4 190 ha
Italië // 219 588 ha
Hongarije // 3 222 ha
Portugal // 24 667 ha.
Een lidstaat kan zijn basisareaal of zijn basisarealen op basis van objectieve criteria in subbasisarealen onderverdelen.".
10. Artikel 84 wordt vervangen door:
"Artikel 84 Arealen
1. Een lidstaat verleent de communautaire steun binnen de grenzen van een maximum dat wordt berekend door het in lid 3 vastgestelde aantal hectaren van zijn NGA te vermenigvuldigen met het gemiddelde bedrag van 120,75 euro.
2. Hierbij wordt een gegarandeerd maximumareaal van 810 400 ha vastgesteld.
3. Het in lid 2 vastgestelde gegarandeerde maximumareaal wordt verdeeld in de volgende NGA's:
Nationaal gegarandeerd areaal (NGA)
België // 100 ha
Duitsland // 1 500 ha
Griekenland // 41 100 ha
Spanje // 568 200 ha
Frankrijk // 17 300 ha
Italië // 130 100 ha
Cyprus // 3 100 ha
Luxemburg // 100 ha
Hongarije // 2 900 ha
Nederland // 100 ha
Oostenrijk // 100 ha
Polen // 1 000 ha
Portugal // 41 300 ha
Slovenië // 300 ha
Slowakije // 3 100 ha
Verenigd Koninkrijk // 100 ha
4. Een lidstaat kan zijn NGA op basis van objectieve criteria onderverdelen in subarealen, met name op regionaal niveau of in relatie tot de productie.".
11. Artikel 90 wordt vervangen door:
"Artikel 90 Voorwaarden voor subsidiabiliteit
De steun wordt uitsluitend verleend voor oppervlakten waarvan de productie onder een contract tussen de landbouwer en de verwerkende industrie valt, tenzij de verwerking door de landbouwer zelf op het bedrijf wordt uitgevoerd.
Oppervlakten waarvoor een aanvraag in het kader van de regeling voor energiegewassen is ingediend, mogen niet worden geteld als zijnde braakgelegd om te voldoen aan de braakleggingseis in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1251/1999 en in artikel 54, lid 2, artikel 63, lid 2, artikel 71 undecies en artikel 107, lid 1, van de onderhavige verordening.".
12. Artikel 94 wordt vervangen door:
"Artikel 94 Voorwaarden
De steun wordt slechts uitbetaald voor de hoeveelheid aardappelen waarvoor tussen de aardappelproducent en de zetmeelfabrikant een teeltcontract is gesloten, binnen de grenzen van het aan deze laatste toegewezen contingent als bedoeld in artikel 2, lid 2 of lid 4, van Verordening (EG) nr. 1868/94.".
13. Artikel 99, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Het gevraagde bedrag van de steun overschrijdt niet een door de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgesteld maximum dat overeenkomt met het aandeel van de steun voor zaaizaad van de betrokken soorten in het in artikel 41 bedoelde nationale maximum. Voor de nieuwe lidstaten komt dit maximum echter overeen met het in bijlage XI bis vermelde bedrag.
Wanneer het totaalbedrag van de gevraagde steun het vastgestelde maximum overschrijdt, wordt de steun per landbouwer in dat jaar proportioneel verlaagd.".
14. In artikel 101 wordt de volgende alinea ingevoegd na de tweede alinea:
"Het/de regionale basisareaal/basisarealen in de nieuwe lidstaten wordt/worden evenwel door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld binnen de grenzen van de in bijlage XI ter vastgestelde nationale basisarealen.".
15. In artikel 103 wordt de volgende alinea ingevoegd na de eerste alinea:
"Bij wijze van alternatief wordt voor een nieuwe lidstaat die in 2004 de in artikel 143 ter bedoelde regeling inzake een enkele areaalbetaling toepast en kiest voor de toepassing van artikel 66, het regioplan op basis van objectieve criteria opgesteld uiterlijk op 1 augustus van het laatste toepassingsjaar van de regeling inzake een enkele areaalbetaling. In dit geval blijven de gecombineerde regionale basisarealen en de gewogen gemiddelde referentieopbrengst in de regio's binnen de grenzen van het nationale basisareaal en de referentieopbrengst zoals vastgesteld in bijlage XI ter.".
16. Artikel 105 wordt vervangen door:
"Artikel 105 Toeslag voor durumtarwe
1. Voor met durumtarwe ingezaaide oppervlakten in de in bijlage X genoemde traditionele productiegebieden wordt een toeslag op de areaalbetaling uitgekeerd van:
- 291 euro/ha voor het verkoopseizoen 2005/06,
- 285 euro/ha vanaf het verkoopseizoen 2006/07,
zulks tot de onderstaande maximumarealen:
// (hectare)
Griekenland // 617 000
Spanje // 594 000
Frankrijk // 208 000
Italië // 1 646 000
Cyprus // 6 183
Hongarije // 2 500
Oostenrijk // 7 000
Portugal // 118 000
2. Als in een verkoopseizoen de som van de oppervlakten waarvoor een toeslag op de areaalbetaling wordt aangevraagd, groter is dan het bovenvermelde maximum, wordt de oppervlakte per landbouwer waarvoor de toeslag kan worden uitgekeerd, proportioneel verlaagd.
De lidstaten kunnen echter, met inachtneming van de in lid 1 vastgestelde maxima per lidstaat, de in dat lid vermelde arealen over de in bijlage X genoemde productiegebieden of, voor de lidstaten van de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004, zo nodig over de productiegebieden van het regioplan verdelen op basis van de omvang van de productie van durumtarwe in de periode van 1993 tot en met 1997. Als in dit geval in een verkoopseizoen de som van de oppervlakten waarvoor in een productiegebied een toeslag op de areaalbetaling wordt aangevraagd, groter is dan het betrokken regionale maximum, wordt de oppervlakte per landbouwer in dat productiegebied waarvoor de toeslag kan worden uitgekeerd, proportioneel verlaagd.
Deze verlaging wordt toegepast nadat in de lidstaat de nog beschikbare oppervlakten van de productiegebieden die niet hun regionale maximum hebben bereikt, zijn verdeeld over de productiegebieden die dat maximum hebben overschreden.
3. In niet in bijlage X genoemde regio's met een goed ingeburgerde productie van durumtarwe wordt voor het verkoopseizoen 2005/06 een specifiek steunbedrag ten belope van 46 euro/ha verleend voor ten hoogste het onderstaande aantal hectaren:
// (hectare)
Duitsland // 10 000
Spanje // 4 000
Frankrijk // 50 000
Italië // 4 000
Hongarije // 4 305
Slowakije // 4 717
Verenigd Koninkrijk // 5 000"
17. Artikel 108 wordt vervangen door:
"Artikel 108 Subsidiabele grond
Er kunnen geen betalingsaanvragen worden ingediend voor grond die op de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen om areaalsteun voor 2003 als blijvend grasland, voor meerjarige teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik was.
Wat de nieuwe lidstaten betreft, kunnen geen betalingsaanvragen worden ingediend voor grond die op 30 juni 2003 als blijvend grasland, voor meerjarige teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik was.
De lidstaten kunnen, onder voorwaarden die volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure nader moeten worden bepaald, van de eerste of de tweede alinea van dit artikel afwijken, mits zij maatregelen nemen om te voorkomen dat het totale subsidiabele landbouwareaal aanzienlijk toeneemt.".
18. Artikel 116, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De lidstaten doen het nodige om ervoor te zorgen dat de som van de premierechten voor hun grondgebied het in lid 4 van dit artikel vastgestelde nationale maximum niet overschrijdt en dat de in artikel 118 bedoelde nationale reserve kan worden gehandhaafd. Uiterlijk één jaar na de datum van toetreding wijzen de nieuwe lidstaten individuele maxima toe aan de producenten en vormen zij de nationale reserve uit het in lid 4 voor elk van deze nieuwe lidstaten vastgestelde totale aantal premierechten.".
19. Artikel 116, lid 4, wordt vervangen door:
"4. De volgende maxima zijn van toepassing:
Lidstaat // Rechten (x 1 000)
België // 70
Tsjechië // 66,733
Denemarken // 104
Duitsland // 2 432
Estland // 48
Griekenland // 11 023
Spanje // 19 580
Frankrijk // 7 842
Ierland // 4 956
Italië // 9 575
Cyprus // 472,401
Letland // 18,437
Litouwen // 17,304
Luxemburg // 4
Hongarije // 1 146
Malta // 8,485
Nederland // 930
Oostenrijk // 206
Polen // 335,88
Portugal* // 2 690
Slovenië // 84,909
Slowakije // 305,756
Finland // 80
Zweden // 180
Verenigd Koninkrijk // 19 492
Totaal // 81 667,905
* Moet worden aangepast bij het verstrijken van de geldigheidsduur van Verordening (EG) nr. 1017/94."
20. Artikel 119, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De volgende totaalbedragen zijn van toepassing:
(x 1000 euro)
België // 64
Tsjechië // 71
Denemarken // 79
Duitsland // 1 793
Estland // 51
Griekenland // 8 767
Spanje // 18 827
Frankrijk // 7 083
Ierland // 4 875
Italië // 6 920
Cyprus // 441
Letland // 19
Litouwen // 18
Luxemburg // 4
Hongarije // 1 212
Malta // 9
Nederland // 743
Oostenrijk // 185
Polen // 355
Portugal // 2 275
Slovenië // 86
Slowakije // 323
Finland // 61
Zweden // 162
Verenigd Koninkrijk // 20 162"
21. Aan artikel 119 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:
"4. In de nieuwe lidstaten worden de totaalbedragen toegepast overeenkomstig de bij artikel 143 bis vastgestelde toenameregeling.".
22. Artikel 123, lid 8, wordt vervangen door:
"8. De volgende regionale maxima zijn van toepassing:
België // 235 149
Tsjechië // 244 349
Denemarken // 277 110
Duitsland // 1 782 700
Estland // 18 800
Griekenland // 143 134
Spanje // 713 999*
Frankrijk // 1 754 732**
Ierland // 1 077 458
Italië // 598 746
Cyprus // 12 000
Letland // 70 200
Litouwen // 150 000
Luxemburg // 18 962
Hongarije // 94 620
Malta // 3 201
Nederland // 157 932
Oostenrijk // 373 400
Polen // 926 000
Portugal // 175 075*** ****
Slovenië // 92 276
Slowakije // 78 348
Finland // 250 000
Zweden // 250 000
Verenigd Koninkrijk // 1 419 811*****
* Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1454/2001.
** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1452/2001.
*** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1453/2001.
**** Moet worden aangepast bij het verstrijken van de geldigheidsduur van Verordening (EG) nr. 1017/94.
***** Dit maximum wordt tijdelijk met 100 000 verhoogd tot 1 519 811 totdat levende dieren van minder dan zes maanden mogen worden uitgevoerd."
23. Artikel 126, lid 1, wordt vervangen door:
"1. Aan elke landbouwer die zoogkoeien houdt, wordt steun verleend binnen de individuele maxima die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 of lid 2, tweede alinea.".
24. Artikel 126, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De lidstaten doen het nodige om ervoor te zorgen dat de som van de premierechten voor hun grondgebied het in lid 5 vastgestelde nationale maximum niet overschrijdt en dat de in artikel 128 bedoelde nationale reserve kan worden gehandhaafd.
Uiterlijk één jaar na de datum van toetreding wijzen de nieuwe lidstaten individuele maxima toe aan de producenten en vormen zij de nationale reserve uit het in lid 5 vastgestelde totale aantal premierechten voor elk van deze lidstaten.".
25. Artikel 126, lid 5, wordt vervangen door:
"5. De volgende nationale maxima zijn van toepassing:
België // 394 253
Tsjechië * // 90 300
Denemarken // 112 932
Duitsland // 639 535
Estland * // 13 416
Griekenland // 138 005
Spanje** // 1 441 539
Frankrijk*** // 3 779 866
Ierland // 1 102 620
Italië // 621 611
Cyprus * // 500
Letland * // 19 368
Litouwen * // 47 232
Luxemburg // 18 537
Hongarije * // 117 000
Malta * // 454
Nederland // 63 236
Oostenrijk // 375 000
Polen * // 325 581
Portugal **** ***** // 416 539
Slovenië * // 86 384
Slowakije * // 28 080
Finland // 55 000
Zweden // 155 000
Verenigd Koninkrijk // 1 699 511
* Geldig vanaf de datum van toetreding.
** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1454/2001.
*** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1452/2001.
**** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1453/2001.
***** Moet bij het verstrijken van de geldigheidsduur van Verordening (EG) nr. 1017/94 worden verhoogd met de premies die voortvloeien uit de toepassing van die verordening in 2003 en 2004."
26. Aan artikel 130, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"Voor de nieuwe lidstaten zijn de nationale maxima opgenomen in de onderstaande tabel.
(euro)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
27. Artikel 133, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De volgende totaalbedragen zijn van toepassing:
(miljoen euro)
België // 39,4
Tsjechië // 8,776017
Denemarken // 11,8
Duitsland // 88,4
Estland // 1,13451
Griekenland // 3,8
Spanje // 33,1
Frankrijk // 93,4
Ierland // 31,4
Italië // 65,6
Cyprus // 0,308945
Letland // 1,33068
Litouwen // 4,942267
Luxemburg // 3,4
Hongarije // 2,936076
Malta // 0,0637
Nederland // 25,3
Oostenrijk // 12,0
Polen // 27,3
Portugal // 6,2
Slovenië // 2,964780
Slowakije // 4,500535
Finland // 6,2
Zweden // 9,2
Verenigd Koninkrijk // 63,8"
28. Aan artikel 135, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende streepje toegevoegd:
"- wat de nieuwe lidstaten betreft: dat gelijk is aan het in artikel 123, lid 8, vastgestelde maximum of dat gelijk is aan het gemiddelde aantal geslachte mannelijke runderen in de jaren 2001, 2002 en 2003 volgens de Eurostat-statistieken voor die jaren of andere gepubliceerde officiële statistische gegevens voor die jaren die door de Commissie zijn geaccepteerd.".
29. Aan artikel 135, lid 4, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de nieuwe lidstaten zijn de referentiejaren 2001, 2002 en 2003.".
30. Aan artikel 136, lid 2, tweede alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de nieuwe lidstaten zijn de referentiejaren 1999, 2000 en 2001.".
31. Na artikel 136 wordt het volgende nieuwe artikel 136 bis ingevoegd:
"Artikel 136 bis Voorwaarden voor de toepassing in de nieuwe lidstaten
In de nieuwe lidstaten worden de in artikel 133, lid 3, vastgestelde totaalbedragen en de in artikel 136, lid 3, op 350 euro vastgestelde maximale areaalbetaling per hectare toegepast overeenkomstig de in artikel 143 bis vastgestelde toenameregeling.".
32. Aan artikel 139, eerste alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Voor de nieuwe lidstaten evenwel stemt het door de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum overeen met de component van elk van de betrokken rechtstreekse betalingen in het in artikel 71 quater bedoelde maximum.".
33. Artikel 143 wordt vervangen door:
"Artikel 143 Maximum
De som van de aangevraagde steun mag niet groter zijn dan een door de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgesteld maximum dat overeenstemt met de in bijlage VI genoemde component areaalbetalingen voor zaaddragende leguminosen in het in artikel 41 bedoelde nationale maximum. Voor de nieuwe lidstaten echter stemt het door de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum overeen met de in bijlage VI genoemde component areaalbetalingen voor zaaddragende leguminosen in het in artikel 71 quater bedoelde nationale maximum.
Overschrijdt het totale bedrag van de aangevraagde steun het vastgestelde maximum, dan wordt het steunbedrag per landbouwer dat jaar proportioneel verlaagd.".
34. In artikel 145 wordt punt d) vervangen door:
"d) met betrekking tot de bedrijfstoeslagregeling, uitvoeringsbepalingen inzake met name de vorming van een nationale reserve, de overdracht van toeslagrechten, de definitie van blijvende teelten, blijvend grasland en grasland, de in titel III, hoofdstukken 5 en 6, vastgestelde facultatieve regelingen en de lijst van gewassen waarvan de teelt is toegestaan op de braakgelegde grond, alsmede uitvoeringsbepalingen inzake de naleving van het bij Besluit 93/355/EEG* goedgekeurde Memorandum van Overeenstemming betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT;
* PB L 147 van 18.6.1993, blz. 25.".
35. In artikel 145 wordt punt i) vervangen door:
"i) de wijzigingen van de bijlagen II, VI, VII, IX, X en XI die noodzakelijk kunnen worden in het licht van, met name, nieuwe communautaire regelgeving, en, wat de bijlagen VIII en VIII bis betreft, de wijzigingen in geval van toepassing van artikel 62, respectievelijk artikel 71 decies en, in voorkomend geval, in het licht van de informatie die de lidstaten hebben verstrekt over het met de betalingen voor akkerbouwgewassen overeenkomende deel van de referentiebedragen en de bedragen van de maxima zelf die moeten worden verhoogd op grond van het verschil in 2000 en 2001 in het kader van de toepassing van artikel 9, leden 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie** tussen de feitelijk geconstateerde oppervlakte en de oppervlakte waarvoor premies voor akkerbouwgewassen zijn betaald, binnen de grenzen van de basisarealen (of het gegarandeerde maximumareaal voor durumtarwe) en met inachtneming van de voor de berekening van bijlage VIII gebruikte gemiddelde nationale opbrengst;
** PB L 327 van 12.12.2001, blz. 11.".
36. In artikel 145 wordt punt q) vervangen door:
"q) de maatregelen die nodig en naar behoren gerechtvaardigd zijn om in een noodsituatie praktische en specifieke problemen op te lossen, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de uitvoering van titel II, hoofdstuk 4, en titel III, hoofdstukken 5 en 6. Deze maatregelen kunnen afwijken van sommige delen van deze verordening, maar slechts zolang en voorzover dat absoluut noodzakelijk is.".
37. Artikel 146 wordt vervangen door:
"Artikel 146 Informatieverstrekking aan de Commissie
De lidstaten verstrekken de Commissie uitvoerige informatie over de ter uitvoering van deze verordening genomen maatregelen, en met name over de maatregelen betreffende de artikelen 5, 13, 42, 58, 71 quinquies en 71 sexies.".
38. Het volgende artikel 154 bis wordt ingevoegd na artikel 154:
"Artikel 154 bis Overgangsbepalingen voor de nieuwe lidstaten
1. Indien voor de nieuwe lidstaten overgangsmaatregelen nodig zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de regeling inzake een enkele areaalbetaling naar de bedrijfstoeslagregeling en andere steunregelingen als bedoeld in de titels III en IV, worden die maatregelen vastgesteld volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure.
2. De in lid 1 bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld gedurende een periode die aanvangt op 1 mei 2004 en afloopt op 30 juni 2009, en worden na deze datum niet langer toegepast. De Raad kan deze periode op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen verlengen.".
39. Na bijlage VIII wordt de volgende bijlage VIII bis ingevoegd:
"Bijlage VIII bis Nationale maxima als bedoeld in artikel 71 quater
De maxima zijn berekend met inachtneming van de in artikel 143 bis vastgestelde toenameregeling. Daarom worden deze maxima niet verlaagd om rekening te houden met artikel 143 bis.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
40. Bijlage X wordt aangevuld met de volgende gedeelten:
"CYPRUS
HONGARIJE
Regio's
Dél Dunamenti síkság Dél-Dunántúl Közép-Alföld Mezaföld Berettyo-Karös-Maros vidéke".
41. Na bijlage XI worden de volgende bijlagen XI bis en XI ter toegevoegd:
"Bijlage XI bis Maxima voor de steun voor zaaizaad in de nieuwe lidstaten als bedoeld in artikel 99, lid 3
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Bijlage XI ter
Nationale basisarealen voor akkerbouwgewassen en referentieopbrengsten in de nieuwe lidstaten als bedoeld in de artikelen 101 en 103
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Artikel 2
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1786/2003 wordt vervangen door:
"2. De in lid 1 vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheid wordt als volgt over de lidstaten verdeeld:
Nationale gegarandeerde hoeveelheid // (in ton)
Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU) // 8 000
Tsjechië // 27 942
Denemarken // 334 000
Duitsland // 421 000
Griekenland // 37 500
Spanje // 1 325 000
Frankrijk // 1 605 000
Ierland // 5 000
Italië // 685 000
Litouwen // 650
Hongarije // 49 593
Nederland // 285 000
Oostenrijk // 4 400
Polen // 13 538
Portugal* // 30 000
Slowakije // 13 100
Finland // 3 000
Zweden // 11 000
Verenigd Koninkrijk // 102 000
* Moet worden aangepast bij het verstrijken van de geldigheidsduur van Verordening (EG) nr. 1017/94."
Artikel 3
Aan artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 wordt de volgende alinea toegevoegd:
"De in de tweede alinea, laatste streepje, bepaalde maatregel is niet van toepassing voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije.".
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2004 onder voorbehoud van de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, [...]
Voor de Raad
De voorzitter
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
| Naar boven |