52002DC0322

Verslag van de Commissie (Bureau voor humanitaire hulp - ECHO) - Jaarverslag 2001 /* COM/2002/0322 def. */


VERSLAG VAN DE COMMISSIE (Bureau voor humanitaire hulp - ECHO)[1] - Jaarverslag 2001

[1] Overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 inzake humanitaire hulp.

SAMENVATTING

De humanitaire gemeenschap ziet zich steeds weer geplaatst voor rampen. Overal ter wereld komen natuurrampen steeds vaker voor en richten steeds meer schade aan, wat leidt tot een verergering van demografische veranderingen, milieuschade, veranderingen in het gebruik van het land en andere factoren, met name in de minst ontwikkelde en door conflicten geteisterde landen. De belangrijkste gebeurtenissen met humanitaire gevolgen in 2001 waren de aardbevingen in El Salvador en India, de overstromingen in India en de droogte in Centraal-Azië.

Er blijven ook grote uitdagingen met betrekking tot door de mens veroorzaakte rampen. Het aantal oorlogen en gewelddadige crises was eind 2001 opgelopen tot 38. In sommige regio's worden de omstandigheden verergerd door de gevolgen van natuurrampen en ongunstige klimatologische omstandigheden. Door de algemene stabilisering van de situatie op de Balkan kon ECHO zich daar geleidelijk terugtrekken, in weerwil van de opgelaaide spanningen in de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië, maar de belangrijkste zorgwekkende gebieden blijven onder andere de noordelijke Kaukasus en Afghanistan. Afrika heeft nog steeds te maken met ernstige en langdurige humanitaire rampen, met een breed crisisgebied dat zich over het hele continent uitstrekt, van Sudan in het noordoosten via de Democratische Republiek Congo en de Grote Meren in het centrum tot Angola in het zuidwesten.

ECHO reageerde op de humanitaire crises in 2001 met een totaalbedrag van EUR 543,7 miljoen voor de financiering van humanitaire projecten in meer dan 60 landen. Wat de regionale verdeling van de financiering betreft, ontvingen de ACS-landen de meeste humanitaire hulp van de Europese Gemeenschappen, voor een totaal bedrag van EUR 173,320 miljoen (33%). In Afrika is het Grote-Merengebied de belangrijkste crisishaard, met EUR 35 miljoen voor de DRC, EUR 32 miljoen voor Burundese vluchtelingen in Tanzania en EUR 20 miljoen voor Burundi zelf. De hulp voor de Westelijke Balkan is afgenomen in vergelijking met het vorig jaar (16% minder) als gevolg van de stabilisering van de regio. In Servië blijft echter de grootste operatie van ECHO actief, vanwege de grote aantallen vluchtelingen en binnenlandse ontheemden. De hulp voor Azië nam enigszins toe tot 20% (2000: 16%). Sinds begin 2001 heeft ECHO voor bijna EUR 54,7 miljoen aan humanitaire hulp verleend aan Afghanistan en zijn buurlanden. Daarvan was EUR 23,4 miljoen al voor 11 september toegewezen.

De drie voornaamste groepen partners waren ngo's uit de EU (62,5% van de financiering van ECHO verliep via hen), de Verenigde Naties (26,5%) en andere internationale organisaties (7,9%). Met de UNHCR (8,6%) en het WVP (7,25%) als belangrijkste partners van ECHO, is het financieringspercentage voor de VN in 2001 aanzienlijk toegenomen: van 19% tot 26,5%.

In 2001 is ECHO verdergegaan met de uitvoering van de aanbevelingen van de zogenaamde "Artikel 20-evaluatie" als onderdeel van de algemene hervorming. Er is al op verschillende terreinen grote vooruitgang geboekt, namelijk bij het verhelderen van ECHO's mandaat, vooral met betrekking tot de samenhang van noodhulp, herstel en ontwikkeling, het verbeteren van de relaties met de Verenigde Naties en het uitvoeren van de administratieve hervorming. De nieuwe primaire-noodmaatregel werd in juni 2001 van kracht. Hierdoor kan ECHO met zijn partners er binnen enkele uren na het ontstaan van een onverwachte crisis voor zorgen dat er onmiddellijk hulp wordt ingezet.

1. ALGEMEEN BELEIDSKADER

In 2001 is ECHO verdergegaan met de uitvoering van de aanbevelingen van de zogenaamde "Artikel 20-evaluatie" [2] als onderdeel van de algemene hervorming. Er is al op verschillende terreinen grote vooruitgang geboekt, namelijk bij het verhelderen van ECHO's mandaat, vooral met betrekking tot de samenhang van noodhulp, herstel en ontwikkeling, het verbeteren van de relaties met de Verenigde Naties en het uitvoeren van de administratieve hervorming.

[2] Mededeling COM (1999) 468 def van 26.10.1999 over Evaluatie en toekomst van de humanitaire activiteiten van de Gemeenschap (artikel 20 van Verordening (EG) 1257/96).

Het mandaat en de rol van ECHO ten opzichte van de andere communautaire instrumenten op het gebied van de buitenlandse betrekkingen zijn verder verduidelijkt voor wat betreft de rol van ECHO in de "kloof" tussen noodhulp, herstel en ontwikkeling (linking relief, rehabilitation and development, LRRD). Zoals beschreven in de mededeling van de Commissie over LRRD die in april 2001 verscheen [3], zal ECHO zich meer richten op zijn kerntaak, dat wil zeggen de verlening van levensreddende noodhulp, waarbij door middel van ontwikkelingshulp getracht zal worden de kloof vanaf de andere kant te dichten. Met het oog op een grotere transparantie en voorspelbaarheid heeft ECHO in december 2001 een discussienota opgesteld om de algemene criteria voor geleidelijke stopzetting en overdracht te verduidelijken. In deze discussienota werden de criteria in twee stappen vastgesteld: (1) door te definiëren wanneer overgeschakeld zou moeten worden van humanitaire hulp op herstel en ontwikkeling en (2) door te bekijken welke omstandigheden ter plaatse de manier bepalen waarop de stopzetting kan plaatsvinden.

[3] Mededeling van de Commissie over de samenhang van noodhulp, herstel en ontwikkeling - Evaluatie (COM (2001) 153 final van 23.04.2001).

In 2001 heeft ECHO ook een methode ontwikkeld om vergeten crises beter te definiëren als aanvulling op de kwalitatieve beoordeling van dergelijke crises door de desks. Hieronder vallen ook onstabiele post-crisissituaties waarbij andere donors aarzelen om betrokken te raken bij herstelmaatregelen op korte termijn gezien de grote risico's of het mogelijke destabiliserende effect dat het gevolg kan zijn van vermeende partijdigheid van die donors. De kwalificatie "vergeten crisis" wordt voornamelijk toegekend op basis van een analyse van de berichtgeving door de media en de mate waarin aan de behoeften voldaan wordt door andere donors. De aldus in 2001 geïdentificeerde crisisgebieden waren Angola, de Westelijke Sahara en de noordelijke Kaukasus (Tsjetsjenië). Overeenkomstig zijn strategische aanpak bood ECHO veel financiële steun voor de mensen die getroffen worden door dergelijke vergeten crises.

Om de activiteiten beter te kunnen prioriteren naar gelang van de grootste behoeften aan humanitaire hulp heeft ECHO in 2001 zijn methodologie voor de behoeftebeoordeling verfijnd. Als aanvullend instrument wordt deze analyse gebaseerd op gegroepeerde gegevens over relevante indicatoren (kwetsbaarheid, vluchtelingen, binnenlandse ontheemden, sterftecijfers, etc.). Met deze planningsmethode kunnen gegevens van verschillende landen vergeleken worden als aanvulling op de diepgaande analyse van de desks en deskundigen van ECHO, partners ter plaatse en andere donoren (b.v. VN CAPs). De methode omvat een verzameling primaire statistische gegevens over de cruciale indicatoren met betrekking tot humanitaire behoeften voor ongeveer 130 landen, gegroepeerd in groepen met grote, gemiddelde en kleine behoeften. Met deze methode kon ECHO aantonen dat het grootste deel van de hulp inderdaad gericht is op de gebieden waar de nood groot is.

Als onderdeel van de algemene hervorming ging ECHO verder met de uitvoering van de aanbevelingen van de zogenaamde "Artikel 20-evaluatie". Deze aanbevelingen waren voornamelijk gericht op het herstructureren van de interne organisatie en de werkmethode van ECHO, het verbeteren van de resultaten van de acties van ECHO en het ontwikkelen van instrumenten om de effecten en resultaten te meten. ECHO is ook begonnen met een herziening van de interne procedures om het besluitvormingsproces te vergemakkelijken en te versnellen, terwijl tegelijkertijd een goede controle gehandhaafd blijft.

Aan de hand van het door de Commissie in november 2000 goedgekeurde pakket maatregelen voor de vereenvoudiging van procedures kon ECHO een snelle besluitvormingsprocedure ("primaire-noodbesluit") introduceren. Hierdoor kan ECHO binnen 24-72 uur na het ontstaan van een onverwachte ramp projecten financieren. De nieuwe procedure werd formeel goedgekeurd in juni 2001 en werd met succes uitgeprobeerd na de aardbeving in Peru, de overstroming in Algerije, de orkaan Iris in Belize en de recente crisis in Afghanistan.

In dit verband is goede informatie essentieel voor waarschuwing en snelle reactie. ECHO heeft daarom een crisisinformatiesysteem via Internet ontwikkeld, waar dagelijks nieuwe informatie te vinden is over zowel door de natuur als door de mens veroorzaakte rampen. Samen met het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) van de Commissie heeft ECHO eveneens een project gestart voor een archief van digitale kaarten (Digital Map Archive, DMA) waardoor ECHO kan beschikken over cartografisch materiaal en op het GIS gebaseerde gegevens ter ondersteuning van de besluitvorming. Beide instrumenten werden opgezet om de dagelijkse activiteiten en de planning daarvan te vergemakkelijken.

Daarnaast begon ECHO met de ontwikkeling van een nieuw lokaal informatiesysteem, het zogenaamde HOLIS-project (Humanitarian Office Local Information System). In dit systeem zullen verschillende bestaande informatiesystemen, zoals de databank met contracten HOPE, samengevoegd worden met geavanceerde beheerssystemen die momenteel ontwikkeld worden.

2. OVERZICHT VAN DE ACTIES

ECHO's reactie op humanitaire crises sloot nauw aan bij de humanitaire situatie in de wereld in 2001. Natuurrampen komen steeds vaker voor en richten steeds meer schade aan. Demografische veranderingen, milieuschade, veranderingen in het gebruik van het land en andere factoren verergeren overal ter wereld de gevolgen van deze natuurlijke verschijnselen, met name in de minst ontwikkelde en door conflicten geteisterde landen. De belangrijkste gebeurtenissen met humanitaire gevolgen in 2001 waren de aardbevingen in El Salvador en India, de overstromingen in India en de droogte in Centraal-Azië.

Er blijven ook grote uitdagingen met betrekking tot door de mens veroorzaakte rampen. Onderzoeksinstituten schatten dat sinds 1991 2,2 miljoen mensen omgekomen zijn in conflicten. Het aantal oorlogen en gewelddadige crises is toegenomen van 27 in 1997 tot 31 in 1998 en 38 eind 2001 [4]. In 2001 bleef het aantal vluchtelingen stabiel op ongeveer 11,7 miljoen. Naar schatting van het algemene project inzake binnenlandse ontheemden bedroeg het aantal binnenlandse ontheemden eind 2001 25 miljoen [5]. In sommige regio's worden de omstandigheden verergerd door de gevolgen van natuurrampen en ongunstige klimatologische omstandigheden. Door de algemene stabilisering van de situatie op de Balkan kon ECHO zich daar geleidelijk terugtrekken, maar de belangrijkste zorgwekkende gebieden blijven onder andere de noordelijke Kaukasus en Afghanistan. Afrika heeft nog steeds te maken met ernstige en langdurige humanitaire rampen, met een breed crisisgebied dat zich over het hele continent uitstrekt, van Sudan in het noordoosten via de Democratische Republiek Congo en de Grote Meren in het centrum tot Angola in het zuidwesten.

[4] Heidelberg Institute for International Conflict Research (HIIK), Annual Conflict Barometer: http://www.conflicts.com/hiik/frame_en.html. Zie voor meer informatie CRED http://www.cred.be en SIPRI http://www.sipri.se/.

[5] Bronnen: UNHCR Basic Facts, http://www.unhcr.ch/cgi-bin/texis/vtx/home-page=basics. UNHCR: Global Refugee Trends January - June 2001 (14 september 2001). IFRC World Disasters Report 2001. U.S. Committee. for Refugees: World Refugee Survey 2001: http://www.refugees.org/world/statistics/wrs01_table5.htm. Global Overview of the Global binnenlandse ontheemden project: http://www.idpproject.org/global_overview.htm.

ECHO reageerde op de humanitaire crises in 2001 met een totaalbedrag van EUR 543,7 miljoen. Voor de financiering van humanitaire projecten in meer dan 60 landen werden 1031 contracten getekend (waaronder contracten voor implementatie van in 2000 goedgekeurde besluiten ). Wat de regionale verdeling van de financiering betreft, ontvingen de ACS-landen de meeste humanitaire hulp van de Europese Gemeenschappen, voor een totaal bedrag van EUR 173,3 miljoen (33%). De hulp voor de Westelijke Balkan is afgenomen in vergelijking met het jaar 2000 als gevolg van de stabilisering van de regio en die voor Azië nam enigszins toe.

De drie voornaamste groepen partners waren ngo's uit de EU (62,5% van de financiering van ECHO verliep via hen). Met de UNHCR (8,6%) en het WVP (7,25%) als belangrijkste partners van ECHO, is het financieringspercentage voor de VN in 2001 aanzienlijk toegenomen: van 19,2% in 2000 tot 26,5% in 2001. Andere internationale organisaties, zoals het ICRK en de IFRK, ontvingen 7,9%.

2.1. AFRIKA, HET CARIBISCH GEBIED EN DE STILLE OCEAAN

In het jaar 2001 ontvingen de ACS-landen de meeste humanitaire hulp van ECHO, voor een totaal bedrag van EUR 173,32 miljoen. Binnen Afrika bleef het gebied van de Grote Meren de belangrijkste crisishaard, waarbinnen EUR 35 miljoen werd gereserveerd voor de DRC, EUR 32 miljoen voor Burundese vluchtelingen in Tanzania en EUR 20 miljoen voor Burundi zelf. Daarnaast verleenden ECHO's partners aan honderdduizenden vluchtelingen, binnenlandse ontheemden en kwetsbare lokale bevolkingsgroepen verspreid over het hele continent levensreddende noodhulp onder zeer moeilijke omstandigheden.

Hoewel er vanwege de politieke ontwikkelingen in veel begunstigde landen ernstig aan getwijfeld moet worden of er spoedig sprake zal zijn van een duurzame verbetering van de humanitaire situatie, zijn er ook enkele positieve tekenen (b.v. de stabilisering in West-Afrika).

ECHO slaagde erin de hulpverlening aan de ACS-begunstigden te verbeteren door het grootste deel van de financiering begin 2001 beschikbaar te stellen, waardoor snel gereageerd kon worden en de strategie in de loop van het jaar bijgesteld kon worden.

2.1.1. Hoorn van Afrika en Oost-Afrika

Sinds 1983 is Sudan verwikkeld in een langdurige burgeroorlog tussen de regering van Sudan en gewapende oppositiepartijen die grote delen in het zuiden controleren. De belangrijkste gevolgen van dit langdurige conflict zijn doden, ontheemden en kwetsbaarheid van de bevolking en een voortdurende ontwrichting of ontbreken van basisdiensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur. Daarnaast werd de dramatische situatie nog verergerd door herhaaldelijke perioden van droogte en overstromingen, waardoor de voedselzekerheid bedreigd wordt, en het feit dat een aantal ziektes blijven voorkomen. Helaas hebben vredesbesprekingen nog niet tot tastbare resultaten geleid. ECHO leverde in 2001 een bijdrage in de vorm van een algemeen plan voor Sudan, waarvoor EUR 15 miljoen werd vrijgemaakt voor de financiering van projecten op velerlei terreinen, zoals gezondheidszorg, voedsel, voedselzekerheid, water- en sanitaire voorzieningen, noodhulp en voorbereiding, ondersteunend vervoer en de coördinatie en veiligheid van het humanitaire personeel. Daarnaast werd in de loop van 2001 EUR 2 miljoen vrijgemaakt om de ernstige droogte te bestrijden die in grote delen van het noorden en kleine delen van het zuiden heerste. De belangrijkste belemmeringen voor de uitvoering van projecten in Sudan waren vorig jaar de grote onveiligheid en toegangsproblemen vanwege militaire activiteiten, klimatologische seizoensinvloeden en de slechte infrastructuur.

Na de verwoestende droogte die grote delen van Zuidoost-Ethiopië trof, bleef ECHO aanwezig in dit land. Het algemene plan voor 2001 omvatte EUR 6,7 miljoen en was gericht op drie humanitaire terreinen, waarvan het herstel van de droogte in de gebieden waar vee gehoed wordt de belangrijkste component was. Door middel van gecombineerde veeprogramma's en het herstel van waterputten hielp ECHO veefokkers hun middelen van bestaan na jaren van droogte weer op te bouwen en zich beter voor te bereiden op problemen in de toekomst. De via sommige van deze programma's ondersteunde activiteiten zijn geselecteerd voor verdere financiering uit hoofde van andere communautaire instrumenten. Daarnaast ondersteunde ECHO in het kader van het algemeen plan de UNHCR bij de terugkeer van vluchtelingen uit Ethiopië naar Somalië en financierde essentiële herstelwerkzaamheden ten behoeve van door de oorlog ontheemde mensen in Tigray. Naast de in het kader van het algemeen plan gefinancierde activiteiten besteedde ECHO EUR 2,5 miljoen aan een noodsituatie als gevolg van een grootschalige uitbraak van meningitis.

In Eritrea zette ECHO zijn humanitaire steun voort aan acties ten behoeve van kwetsbare bevolkingsgroepen die getroffen zijn door de recente grensoorlog. Zolang grote groepen door de oorlog ontheemde mensen in kampen verbleven, verleende ECHO steun om hen van schoon water, onderdak, gezondheidszorg en hulpgoederen anders dan levensmiddelen te voorzien. Nadat in mei 2001 een tijdelijke veiligheidszone was ingesteld langs de grens met Ethiopië, keerde het merendeel van de ongeveer 300.000 binnenlandse ontheemden terug naar hun dorp. ECHO ondersteunde de terugkeer van binnenlandse ontheemden door het herstel van waterinstallaties, gezondheidsposten en het leveren van hulpgoederen anders dan levensmiddelen. Om de teruggekeerde bevolkingsgroepen te helpen bij het omgaan met mijnen in het gebied waarnaar zij terugkeerden, financierde ECHO programma's voor het markeren van mijnen en bewustwording met betrekking tot de aanwezigheid van mijnen. Daarnaast startte ECHO in grote delen van het land een systeem voor voedingstoezicht, waaronder in een deel van de door de droogte getroffen gebieden. De steun van ECHO werd ook uitgebreid naar de repatriëring door de UNHCR van Eritrese vluchtelingen uit Sudan in mei 2001. In 2001 werd in totaal EUR 7 miljoen beschikbaar gesteld.

Somalië, en met name de regio's in het centrum en het zuiden, wordt nog steeds geteisterd door burgertwisten en extreme onveiligheid, waardoor het heel moeilijk was voor internationale hulpagentschappen om projecten voor humanitaire hulp uit te voeren.

ECHO zette de steun aan projecten op het gebied van gezondheidszorg, voeding en het herstel van waterputten voort, voor een bedrag van in totaal EUR 1,7 miljoen. Daarnaast besloot de Commissie de ECHO Flight-dienst in de Hoorn van Afrika voor te zetten, die ingezet wordt voor een groot aantal humanitaire en ontwikkelingsprojecten in Somalië. De kosten hiervoor bedroegen voor Somalië dit jaar EUR 8,4 miljoen.

In Kenia zette ECHO zijn activiteiten voort om de effecten te bestrijden van de droogte, waardoor het noordelijke deel van het land getroffen werd. Door middel van veeprogramma's en het herstel van waterputten ondersteunde ECHO de veehouders bij het herstel van de droogte. In 2001 werd in totaal EUR 4,6 miljoen aan Kenia besteed.

2.1.2. Zuidelijk Afrika

Hoewel in het algemeen verwacht werd dat de sociale indicatoren in Angola in 2001 zouden verbeteren na enkele aanvankelijk positieve resultaten in 2000 en dat veel afhankelijke bevolkingsgroepen voedselzekerheid zouden bereiken, gingen de humanitaire omstandigheden over de hele linie achteruit en duurde de burgeroorlog voort. In 60% van de gebieden waar binnenlandse ontheemden verblijven, zijn nog steeds geen humanitaire organisaties aanwezig en naar schatting van de VN hebben ten minste 500.000 Angolezen dringend voedsel nodig. Door de gevaarlijke omstandigheden bleef het voor humanitaire organisaties moeilijk om te opereren. De grootste belemmering was de slechte toegang tot bevolkingsgroepen die risico lopen of hulp nodig hebben.

In 2001 zette ECHO het noodhulpprogramma voort en concentreerde zich daarbij op noodhulpmaatregelen op korte termijn ten bate van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. Er werden acties uitgevoerd ter waarde van EUR 9 miljoen ter ondersteuning van noodhulpprojecten op het gebied van gezondheidszorg, voeding, noodhulp, bescherming en luchttransport om de levering van goederen voor humanitaire operaties te garanderen.

ECHO was van plan zijn acties in Mozambique begin 2001 geleidelijk af te bouwen, en eind 2000 was een begin gemaakt met de overdracht van herstelprojecten op langere termijn naar andere communautaire instrumenten. In februari 2001 vond er echter een grote overstroming plaats in het centrale deel van Mozambique, waardoor de provincies Zambezia, Sofala, Tete en Manica getroffen werden. Naar schatting meer dan 320.000 mensen werden getroffen, waarvan velen geëvacueerd werden naar tijdelijke kampen. De overstroming trof een groter gebied dan in 2000, het armste deel van Mozambique, en vond plaats toen Mozambique nog niet hersteld was van de schade van het jaar ervoor.

Tussen april en juli 2001 nam de Commissie twee besluiten, waarmee EUR 2,84 miljoen werd gereserveerd voor humanitaire hulp aan de slachtoffers van de overstroming. De steunmaatregelen betroffen voedseldistributie, de levering van medicijnen en hulpgoederen anders dan levensmiddelen (zoals tijdelijke huisvesting en dekens), projecten op het gebied van water- en sanitaire voorzieningen en de distributie van zaden en gereedschappen.

2.1.3. Centraal-Afrika

Hoewel er enige politieke vooruitgang was na de moord op Laurent-Désiré Kabila in januari bleef de Democratische Republiek Congo (DRC) verdeeld in verschillende groepen die gesteund worden door buurlanden die een rivaliserende strategische en economische agenda nastreven. Daarnaast is het oostelijke deel van het land nog steeds zeer instabiel door de aanwezigheid van een groot aantal gewapende milities. Verschillende onderzoeken bevestigden dat het sterftecijfer catastrofaal is, vooral als gevolg van de instorting van de voedselproductie en het feit dat men geen toegang heeft tot basisgezondheidszorg. Na decennia van slecht beheer onder het vorige regime, nu nog verergerd door twee elkaar opvolgende burgeroorlogen, is de bevolking er nauwelijks beter aan toe dan de naar schatting drie miljoen binnenlandse ontheemden in de DRC. Het algemene plan van ECHO ter waarde van EUR 35 miljoen richtte zich daarom op het leveren van eerstelijnsgezondheidszorg in eenderde deel van het land en een geïntegreerd voedings- en voedselzekerheidsprogramma voor de meest behoeftigen. Een onafhankelijke evaluatie in september toonde aan dat deze doelstellingen over het algemeen bereikt werden, maar dat de onveiligheid en de toegang grote problemen bleven vormen voor de humanitaire gemeenschap.

Sinds 1993 is Burundi in de greep van een burgeroorlog, waardoor de bevolking zeer kwetsbaar is geworden. In het conflict, dat voornamelijk politiek van aard is, maar een sterke etnische component heeft, staan Tutsi's en Hutu's tegenover elkaar, soms in de vorm van gewapende groepen. In augustus 2000 werd een vredesovereenkomst getekend door de belangrijkste politieke partijen in Burundi, met uitzondering van de twee gewapende rebellengroeperingen. Op 1 november 2001 werd een overgangsregering ingesteld. De oorlog woedt echter verder omdat er nog geen staakt-het-vuren is, en de vooruitzichten voor onderhandelingen zijn momenteel somber. Burundi wordt ook rechtstreeks getroffen door de crisis in het buurland, de Democratische Republiek Congo (DRC).

De crisis heeft geleid tot grote aantallen binnenlandse ontheemden en een half miljoen Burundezen zijn naar Tanzania gevlucht. In Burundi worden een miljoen mensen, die afhankelijk zijn van humanitaire hulp, nog steeds als zeer kwetsbaar beschouwd. Een ongekende malaria-epidemie richtte eind 2000 een ravage aan in het land, gevolgd door een omvangrijke voedselcrisis begin 2001. ECHO en zijn partners hebben in 2001 dringende humanitaire noden aangepakt op het gebied van gezondheidszorg, voedsel en voedselzekerheid, voor een totaal bedrag van EUR 20 miljoen, maar de nood is nog steeds groot omdat de veiligheidssituatie niet verbeterd is.

Tanzania biedt nog steeds onderdak aan een van de grootste groepen vluchtelingen op het continent, met ongeveer 350.000 Burundese, 120.000 Congolese en 25.000 Rwandese vluchtelingen in kampen in de westelijke provincies. ECHO droeg in 2001 meer dan EUR 32 miljoen bij aan het Tanzaniaanse vluchtelingenprogramma via de VN en het Rode Kruis en financierde daarmee eenderde deel van de totale humanitaire vluchtelingenhulp in dit land.

2.1.4. West-Afrika

De situatie in Sierra Leone is in de loop van 2001 verbeterd doordat het vredesproces aan kracht won. Na voltooiing van de ontwapening en de demobilisatie waren naar schatting 45.000 voormalige strijders geregistreerd. De UNAMSIL-vredestroepen zijn geleidelijk geïnstalleerd in door het RUF gecontroleerde gebieden, die gedurende bijna tien jaar niet toegankelijk waren. ECHO ondersteunde noodmaatregelen in deze sinds kort toegankelijke gebieden, die tegelijkertijd ten goede komen aan binnenlandse ontheemden, repatrianten en de oorspronkelijke plaatselijke bevolking. Voorrang wordt gegeven aan gezondheidszorg, water- en sanitaire voorzieningen, noodhulpgoederen anders dan levensmiddelen en psychosociale hulp aan kinderen die geleden hebben onder geweld (kinderbescherming). De totale ECHO-bijdrage voor Sierra Leone bedroeg in 2001 EUR 12,2 miljoen. De uitkomst van de komende presidentsverkiezingen, die plaats zullen vinden in mei 2002, zijn cruciaal voor een toekomst van vrede in het land.

Tot maart 2001 vonden er in de vluchtelingengebieden in het zuidwesten van Guinee zware gevechten plaats tussen Guinese militairen en verschillende gewapende partijen uit Sierra Leone en Liberia. Hierdoor raakten 70.000 mensen ontheemd, die uiteindelijk terecht kwamen in nieuwe, verder het binnenland in gelegen kampen en keerden 75.000 vluchtelingen terug naar Sierra Leone, waarbij ze soms door gevaarlijk RUF-gebied trokken. ECHO besteedde EUR 7,9 miljoen aan vluchtelingen, binnenlandse ontheemden en kwetsbare lokale bevolkingsgroepen in Guinee en richtte zich daarbij op gezondheidszorg, water- en sanitaire voorzieningen, huisvesting en voedselzekerheid. Een ander belangrijk actieterrein was speciale steun voor door de oorlog getroffen kinderen.

2.2. LANDEN IN MIDDEN- EN OOST-EUROPA, NIEUWE ONAFHANKELIJKE STATEN (NOS)

2.2.1. Westelijke Balkan

De Westelijke Balkan herstelde zich in 2001 verder van de Kosovo-crisis van 1999, hoewel de verbetering van de algemene humanitaire situatie overschaduwd werd door het conflict in de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië. ECHO bleef in 2001 aanwezig in de vijf landen en entiteiten in de regio (Servië, Montenegro, Kosovo, de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië en Albanië) met een begroting van EUR 83,05 miljoen. De afname ten opzichte van de twee voorgaande jaren weerspiegelt de verbetering in de humanitaire situatie en de toenemende inzet van andere communautaire instrumenten.

ECHO's inspanningen op de Westelijke Balkan hadden drie doelstellingen: reageren op de nieuwe humanitaire behoeften als gevolg van de crisis in de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië; voldoen aan de humanitaire basisbehoeften van vluchtelingen, binnenlandse ontheemden en kwetsbare mensen met sociale problemen; en het verband tussen noodhulp, herstel en ontwikkeling bevorderen door de overgang te ondersteunen naar herstel en lange-termijnontwikkeling en door de begunstigden onafhankelijk te maken.

In Kosovo rondde ECHO een van zijn grootste humanitaire operaties grotendeels af en verschoof de aandacht van zuivere noodsteun naar herstel, wat uiteindelijk met succes overging in een proces van meer structurele ontwikkeling. In juni 1999 begonnen de Kosovaarse vluchtelingen terug te keren, waarbij ECHO tegemoet kwam aan dringende humanitaire behoeften door voedsel, medische hulp en noodhuisvesting te bieden aan meer dan 22.000 vluchtelinggezinnen. In 2000 voldeed ECHO aan de basisbehoeften van de meest kwetsbare groepen, en steunde de eerste stappen op weg naar herstel (op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, door het herstel van de watervoorziening en door het ondersteunen van projecten die de zelfredzaamheid bevorderen). In 2001 slaagde ECHO erin zijn eerdere steunmaatregelen af te ronden en zette de steun aan de bescherming en hulp door de UNHCR ten bate van minderheden voort. Daarnaast verleende ECHO basishulp aan vluchtelingen uit de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië (72.000 tijdens het hoogtepunt van de crisis) en de gezinnen die hun onderdak boden.

Servië bleef het belangrijkste interventiegebied van ECHO. De politieke veranderingen in Servië en de hervormingsgezinde regering hebben structurele steun voor de lange termijn van donors, waaronder de Commissie, aangetrokken, zoals bleek uit het succes van de in juni 2001 in Brussel gehouden donorconferentie over de voormalige republiek Joegoslavië. De humanitaire nood is echter nog steeds aanzienlijk in Servië, voornamelijk vanwege de grote aantallen vluchtelingen en binnenlandse ontheemden (bijna 600.000). Hoewel de vooruitzichten voor de terugkeer van binnenlandse ontheemden op het moment nog steeds somber zijn, zijn er ook duurzame oplossingen voor vluchtelingen in zicht, voornamelijk integratie, maar ook repatriëring. In 2001 richtte het programma van ECHO zich nog steeds op basisbehoeften, maar streefde daarnaast ook naar duurzamere oplossingen, zoals het vergemakkelijken van repatriëring (juridische informatie, voorbereidende bezoeken) en het ondersteunen van particuliere huisvesting van vluchtelingen, als waardiger alternatief voor het leven in collectieve opvangcentra.

In Montenegro en Albanië kon vrijwel volledig voldaan worden aan de humanitaire behoeften als gevolg van de crisis in Kosovo. In Montenegro richtte ECHO zich op de bijzondere behoeften in de winter en het verminderen van de afhankelijkheid van de begunstigden van humanitaire hulp door het financieren van activiteiten die de zelfredzaamheid stimuleren. In Albanië, een van de armste landen in Europa, lag de nadruk op het versterken van de voorgaande programma's op het gebied van gezondheidszorg en waterzuivering, teneinde de overgang naar een ontwikkelingsproces te vergemakkelijken.

In de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië ontstond in 2001 een open conflict tussen de etnisch-Albanese gewapende groepen en het Macedonische leger. Het conflict escaleerde meerdere malen tijdens de eerste zes maanden van het jaar, wat leidde tot verschillende vluchtelingengolven zowel binnen als buiten het land, met name naar Kosovo. De internationale gemeenschap, met name de Europese Unie, trad actief als politiek bemiddelaar op en verleende steun bij de wederopbouw (via de snelle-reactiefaciliteit en het CARDS-programma voor 2001) alsmede humanitaire steun. Geheel overeenkomstig zijn mandaat verleende ECHO voedselhulp aan alle binnenlandse ontheemden en kwetsbare vluchtelingen, en hulp anders dan levensmiddelen aan de gastgezinnen en binnenlandse ontheemden, en heeft het noodherstel gefinancierd van scholen en gezondheidscentra die beschadigd werden tijdens het conflict, om de terugkeer van binnenlandse ontheemden te vergemakkelijken. Sinds het begin van het conflict kon door nauwe samenwerking tussen de diensten van de Commissie een taakverdeling tot stand gebracht worden tussen de verschillende instrumenten van de Commissie, waardoor overlappingen en lacunes voorkomen werden. ECHO richtte zich op de directe humanitaire behoeften, terwijl de snelle-reactiefaciliteit zich richtte op behoeften op de middellange termijn, zoals het herstel van woningen. Op politiek gebied waren er enige positieve ontwikkelingen na de ondertekening van een kaderovereenkomst tussen de politieke leiders van beide etnische groeperingen en de goedkeuring van grondwetsveranderingen in november, maar het politieke evenwicht was eind 2001 nog zeer broos.

2.2.2. Nieuwe Onafhankelijke Staten

In 2001 verbeterde de algemene humanitaire situatie in de Nieuwe Onafhankelijke Staten niet wezenlijk. Hoewel in de meeste Nieuwe Onafhankelijke Staten inspanningen gedaan zijn om economische hervormingen door te voeren, waardoor enige verbetering bereikt is in de algemene economische positie (met name in de Russische Federatie), zijn nog geen tastbare resultaten bereikt wat betreft de leefomstandigheden van de bevolking. Integendeel: de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg en de sociale sectoren daalden zelfs, waardoor ziekenhuisapparatuur veroudert en passende gezondheidszorgdiensten voor de bevolking steeds minder toegankelijk zijn. Vooral grote gezinnen, ouderen en gehandicapten lijden onder de gevolgen van de alsmaar verslechterende economische situatie (dat wil zeggen de voortdurende inflatie, een aanzienlijke daling van de werkelijke koopkracht en maandenlange achterstanden bij de betaling van salarissen, pensioenen en uitkeringen), en de grens van hun incasseringsvermogen is vrijwel bereikt.

De problemen die geleid hebben tot de moeilijke situatie waarin de meest kwetsbare mensen zich bevinden, zijn duidelijk structureel van aard, waardoor de acties van ECHO moeilijk te rechtvaardigen zijn, met name in het licht van de heroriëntatie van ECHO op zijn voornaamste taken, noodhulp. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van andere, geschiktere communautaire instrumenten om in deze context het nodige te doen, heeft ECHO ook in 2001, zij het beperkte, financiële middelen toegewezen. Deze waren specifiek bestemd om de omstandigheden van de meest kwetsbare groepen te verbeteren. Daarom waren de doelstellingen van de gefinancierde acties welomschreven zodat ze ten goede zouden komen aan specifieke groepen die een bijzonder risico lopen (b.v. kinderen in instellingen, in een isolement verkerende ouderen en grote gezinnen).

Overeenkomstig de heroriëntering van ECHO op zijn voornaamste taken, is de geleidelijke stopzetting afgerond van acties in Belarus, Moldavië en Oekraïne, de zuidelijke Kaukasus (Azerbeidzjan, Georgië, Armenië), hoewel er wel enige specifieke hulp verleend werd in Georgië en Armenië vanwege de droogte. Er waren geen acties nodig in de Centraal-Aziatische landen Kirgizstan, Kazachstan, Turkmenistan en Oezbekistan, omdat zij geen last hadden van de crisis in Afghanistan.

ECHO bouwde zijn activiteiten in Tadzjikistan verder af en de middelen voor het algemene plan voor voedsel, gezondheidszorg en waterprogramma's in het hele land werden verder verlaagd (tot EUR 10 miljoen). Er werd EUR 2 miljoen extra noodhulp toegewezen voor kleinschalige voedselzekerheidsprogramma's om de directe negatieve gevolgen van het tweede achtereenvolgende jaar van ernstige droogte te verlichten. De ECHO-acties moeten wellicht nog enige tijd in beperkte mate worden voortgezet, totdat de post-conflictsituatie volledig gestabiliseerd is, de droogte niet langer grootschalige humanitaire gevolgen heeft en de ontwikkelingsinstrumenten voor de langere termijn van de Europese Commissie en de lidstaten zijn hervat of versterkt. Het feit dat er internationaal meer aandacht besteed wordt aan Centraal-Azië vanwege de crisis in Afghanistan lijkt daarbij althans in zekere zin als een katalysator te fungeren.

In de Russische Federatie is het laatste gewapende conflict in Tsjetsjenië, dat eind 1999 uitbrak, nog steeds niet opgelost. Het heeft geleid tot grote bevolkingsverplaatsingen in de noordelijke Kaukasus, wat gepaard ging met aanzienlijke humanitaire nood. De inspanningen van de internationale donorgemeenschap om deze noden te lenigen werden echter vaak gedwarsboomd door de zeer moeilijke werkomgeving, met name in Tsjetsjenië zelf. De internationale gemeenschap had een meer coöperatieve houding verwacht van de Russische autoriteiten, dat wil zeggen dat deze de hulpverlening aan de Tsjetsjeense bevolking gemakkelijker zouden maken, in plaats van deze te belemmeren. De internationale humanitaire organisaties die in Tsjetsjenië wilden werken, werden geconfronteerd met een tijdrovend en grillig toegangs- en vergunningensysteem en onvoldoende veiligheidsgaranties, ondanks Russische beloften om medewerking te verlenen aan door de EU gefinancierde operaties. Door financiering van ECHO kon onder andere voedselhulp verleend worden aan 230.000 binnenlandse ontheemden en kwetsbare mensen in Tsjetsjenië (waaronder 30.000 schoolkinderen) en konden de water- en sanitaire voorzieningen verbeterd worden voor ongeveer 100.000 binnenlandse ontheemden en inwoners van Tsjetsjenië en voor 10.000 binnenlandse ontheemden die in tenten en spontane nederzettingen in Ingoesjetië verblijven. ECHO-partners verschaften basisgezondheidszorg aan 40.000 binnenlandse ontheemden die in kampen in Ingoesjetië en Tsjetsjenië verblijven. Daarnaast werden binnenlandse ontheemden, repatrianten en inwoners van de hele noordelijke Kaukasus beschermd door via ECHO gefinancierde activiteiten, met name juridisch advies.

Gezien de verdergaande toenadering van de Oost-Europese landen tot de EU en de verbetering van hun nationale economieën en de inzet van andere, beter passende communautaire instrumenten is in 2001 geen ECHO-financiering vrijgemaakt voor acties in deze landen.

In 2001 maakte ECHO beperkte middelen vrij voor de rampzalige winter in Mongolië, die een groot deel van de plattelandsbevolking trof. In dit verband werden acties gefinancierd om 40.000 van de meest kwetsbare mensen te helpen met basisvoedingsmiddelen en landbouwproductiemiddelen.

2.3. AZIË, MIDDEN-OOSTEN, NOORD-AFRIKA EN LATIJNS-AMERIKA

2.3.1. Azië

Sinds begin 2001 heeft ECHO voor bijna EUR 54,7 miljoen aan humanitaire hulp verleend aan Afghanistan en diens buurlanden. Daarvan was EUR 23,4 miljoen al voor 11 september toegewezen om hulp te bieden aan ontheemden (medische en voedselprojecten, aanleg van huisvesting, water- en sanitaire voorzieningen in de kampen) en voedselgerelateerde hulp aan de oorspronkelijke plattelandsbevolking vanwege de aanhoudende droogte.

Sinds 11 september is geleidelijk nog eens EUR 31,3 miljoen beschikbaar gesteld via verschillende niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en internationale organisaties om voedsel te leveren aan de door de droogte getroffen bevolkingsgroepen en primaire hulp te verlenen aan binnenlandse ontheemden. Deze middelen zijn gebruikt voor: hulp aan oorlogsslachtoffers en aan mensen die door mijnen gewond zijn geraakt, als gevolg van de toegenomen vluchtelingengolven; hulp aan mensen die naar hun thuisgebied terugkeren (landbouwgereedschappen en huisvestingsmaterialen); het opruimen van mijnen en opleiding met betrekking tot de nieuwe door de alliantie geplaatste munitie; logistieke ondersteuning door bijvoorbeeld vrachtwagens en telecommunicatieapparatuur van het Wereldvoedselprogramma (WVP), luchtvervoer voor personeel van ngo's en humanitaire vracht; steun aan de heropening van een ECHO-kantoor in Kabul; betere samenwerking tussen humanitaire organisaties en verbetering van het systeem voor het beheer van humanitaire informatie.

Voordat de Taliban zich eind november 2001 terugtrokken, konden de projecten dankzij de inzet en de bekwaamheid van het lokale personeel doorgaan ondanks de afwezigheid van buitenlandse medewerkers, die zich alleen konden bezighouden met het reorganiseren van hun bases rond Afghanistan zodat de continuïteit van de toevoerkanalen voor humanitaire hulp gegarandeerd was.

In India kwam ECHO in 2001 in actie bij twee grote natuurrampen. Er werd hulp verleend aan de slachtoffers van de aardbeving in Gujarat in januari, waarvan het grootste deel bestond uit tijdelijke huisvesting zoals tenten, en de levering van een mobiel veldhospitaal. In juli verleende ECHO noodhulp (voedsel en anderszins) aan de getroffenen van de overstromingen in Orissa. ECHO gaf in totaal EUR 14,602 miljoen uit aan India.

In Sri Lanka werd een project ondersteund van het Internationale Comité van het Rode Kruis en werden 900.000 mensen vervoerd die in Jaffna vastzaten door de voortdurende burgeroorlog. Volgend jaar kan hopelijk meer bereikt worden in dit conflict, dat de benaming "vergeten crisis" zeker verdient.

EUR 2 miljoen werd vrijgemaakt voor het Wereldvoedselprogramma voor voedsel voor 150.000 Bhutaanse vluchtelingen die tien jaar geleden naar Nepal verdreven werden en sindsdien in geen enkel ander land terechtkonden. Zonder deze hulp zouden ze ernstige voedseltekorten hebben gekend.

ECHO bleef intensief betrokken bij Oost-Timor (EUR 11,274 miljoen), vooral in projecten ter verbetering van de water- en sanitaire voorzieningen en de gezondheidszorg. Nu het land een zekere mate van stabiliteit kent en de aandacht verschuift van noodhulp naar wederopbouw en ontwikkeling zal ECHO zijn acties in dit land in 2002 geleidelijk gaan afbouwen.

In 2001 vergrootte ECHO de hulp aan Myanmar/Burma (EUR 2,0 miljoen) door programma's voor waterzuivering en gezondheidszorg voor de binnenlandse ontheemden en een beschermingsprogramma voor ontheemde gevangenen.

Door ECHO gefinancierde activiteiten in Thailand (EUR 4,5 miljoen) richtten zich op de verbetering van de leefomstandigheden in de Burmese vluchtelingenkampen, waarbij ook rekening gehouden werd met nieuwe vluchtelingen en de verborgen vluchtelingen rond het kamp.

In Indonesië betroffen ECHO's activiteiten in 2001 (EUR 2,2 miljoen) vooral de hulp aan de bevolking die het slachtoffer was van de lokale etnische en religieuze conflicten zoals op de Molukken en West-Timor.

Op de Filippijnen kwam ECHO in actie bij het voortdurende binnenlandse conflict in Mindanao, met projecten die minimale leefomstandigheden garanderen voor ontheemden en repatrianten die het slachtoffer zijn van het geweld. Aan het eind van het jaar werd noodhulp verleend aan slachtoffers van de tropische storm Lingling op het eiland Negros (totale hulp EUR 1,46 miljoen).

Hoewel Cambodja een van de armste landen in Zuidoost-Azië is, kon in een aantal provincies door de vooruitgang op het gebied van gezondheidszorg, water- en sanitaire voorzieningen overgegaan worden van noodhulp naar een op de lange termijn gerichte aanpak van de ontwikkeling. ECHO concentreerde zijn inspanningen (EUR 4,052 miljoen) daarom op het ondersteunen van acties is de meest afgelegen gebieden, waar hulpverleners vaak pas voor het eerst konden komen. De hulp richtte zich voornamelijk op de verbetering van water- en sanitaire voorzieningen, basisgezondheidszorg, waaronder kleinschalig noodherstel van de voorzieningen van gezondheidsposten, en steun voor het reïntegratieproces van vluchtelingen in de Cambodjaanse samenleving.

Kleinschalige mijnopruimingsactiviteiten werden in deze acties geïntegreerd om de veiligheid van de hulpverleners en de lokale bevolking in de voormalige conflictgebieden te garanderen. Na de overstromingen in september werd noodhulpverlening niet nodig geacht. Tijdens de overstromingen werd Cambodja echter ook getroffen door droogte, waardoor noodsteun voor voedselzekerheid nodig was. Hiervoor maakte ECHO EUR 0,848 miljoen vrij.

In Vietnam werd voor EUR 0,53 miljoen noodhulp verleend vanwege de overstroming die het land in de herfst trof. ECHO droeg vooral bij aan acties die gericht waren op voedselzekerheid, om de afhankelijkheid van de gebruikelijke massadistributie van voedsel en hulpgoederen te verminderen.

Voor China werden in 2001 twee besluiten genomen (EUR 2,15 miljoen) als reactie op twee natuurrampen. Eerst waren er de tyfonen en overstromingen in Guangxi, Zuid-China, waar ECHO zijn hulp richtte op de meest kwetsbare groepen, zoals lepralijders en geïsoleerde dorpsgemeenschappen. Later werd een langdurige periode van droogte in Binnen-Mongolië gevolgd door hevige sneeuwstormen, wat tot grote problemen voor de nomadische herders leidde. ECHO's steun richtte zich hier op het voldoen aan de basisbehoeften aan voedsel.

De structurele humanitaire crisis in Noord-Korea verslechterde door overstromingen in oktober. ECHO zette de humanitaire hulp via de in het land aanwezige Europese ngo's en de aan het Rode Kruis verbonden organisaties voort (EUR 3,365 miljoen). Projecten richtten zich vooral op de gezondheidszorg en de levering van winterkleren voor kinderen. Er werd bijzondere aandacht besteed aan het verbeteren van het eerbiedigen van de humanitaire principes in Noord-Korea (directe toegang tot de begunstigden, vrij toezicht, concentratie op de meest kwetsbare groepen) en gedetailleerde haalbaarheidsstudies voor projecten op het gebied van water- en sanitaire voorzieningen.

De humanitaire omstandigheden in Irak verslechterden in 2001 wederom, na tien jaar van isolement binnen de internationale gemeenschap. ECHO trachtte door middel van een in april 2001 goedgekeurd algemeen plan (EUR 13 miljoen) resolutie 986 van de VN ("Olie voor voedsel") aan te vullen en het lijden van het Iraakse volk te verlichten.

Het algemene plan, dat uitgevoerd werd via de in Irak werkzame Europese ngo's en VN-agentschappen, richtte zich op het herstel van ziekenhuizen, centra voor eerstelijnsgezondheidszorg en waterzuiveringsinstallaties.

2.3.2. Midden-Oosten en Noord-Afrika

De ECHO-financiering voor het Midden-Oosten bedroeg in totaal EUR 29,96 miljoen, waarbij de Palestijnse gebieden een van de belangrijkste actieterreinen van ECHO bleven (totaal EUR 26 miljoen). In de eerste zes maanden van 2001 werden ECHO-subsidies besteed aan noodhulp en humanitaire projecten die gericht waren op het herstel van de toegang tot water in gebieden die zwaar getroffen waren door het conflict en op het functioneren van centra voor eerstelijnsgezondheidszorg. Ook werden voedsel en andere essentiële hulpgoederen uitgedeeld aan de meest kwetsbare Palestijnse gezinnen. In 2001 leidde ECHO zijn steun voornamelijk via de VN-organisatie voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) die als belangrijkste partner 4,84% van de totale begroting van ECHO ontving.

Daarnaast ondersteunde ECHO drie projecten voor wederopbouw en herstel in de vluchtelingenkampen in Libanon, Syrië en Jordanië.

Nadat de situatie na 11 september verslechterde, financierde ECHO projecten voor noodvoedselhulp, betere gezondheidszorg voor moeders en kinderen, psychosociale hulpverlening voor door het geweld getraumatiseerde jongeren en medische noodteams die last hebben van stressgerelateerde symptomen. Daarnaast ondersteunde ECHO projecten wederopbouw en herstel van huisvesting voor kwetsbare vluchtelinggezinnen en een project voor de bescherming van burgers en het toezicht op het eerbiedigen van het Vierde Verdrag van Genève.

ECHO zette de financiering van hulp aan Jemen (EUR 1,885 miljoen) voort. In Jemen leeft een op de vier mensen onder de armoedegrens en dagelijks sterven velen aan ziekten. ECHO heeft zich vooral gericht op het herstel van spoorwegen en de drinkwatervoorziening, met name op het eiland Soqotra, waar een overstroming heeft plaatsgevonden. Verschillende zeer kwetsbare mensen zijn opnieuw gehuisvest. Andere belangrijke doelstellingen waren water- en sanitaire voorzieningen en eerstelijnsgezondheidszorg.

In de kampen in Algerije met vluchtelingen uit de Westelijke Sahara zijn ernstige voedseltekorten ontstaan. De gemiddelde consumptie van de 160.000 vluchtelingen kwam gevaarlijk onder het dagelijks door de Wereldgezondheidsorganisatie als minimum aanbevolen aantal van 2100 calorieën te liggen. ECHO besloot via een spoedprocedure essentiële voedingsmiddelen te leveren en een buffervoorraad aan te leggen van drie maanden basisvoedselproducten. Het systeem van de buffervoorraad is zeer nuttig gebleken en is zeven keer toegepast in 2001. Hierdoor kon voorkomen worden dat het voedselgebrek van de vluchtelingen nog ernstiger werd. Het spoedbesluit werd gevolgd door een algemeen plan dat zich vooral richtte op aanvullende voedingsmiddelen, maar daarnaast ook aanzienlijke financiering voor niet-levensmiddelen (voornamelijk tenten en gezondheidszorg), voor in totaal EUR 15,57 miljoen.

ECHO bouwt momenteel zijn activiteiten in Algerije af, maar nam in november wel een primaire-noodbesluit (EUR 758.800) om de slachtoffers van de overstromingen te helpen en uitdrukking te geven aan de solidariteit van de EU met het Algerijnse volk.

2.3.3. Latijns-Amerika

In Latijns-Amerika is Colombia het belangrijkste actieterrein van ECHO (EUR 10 miljoen). Het binnenlandse gewapende conflict verergerde voortdurend, ondanks inspanningen van de Colombiaanse regering om vredesonderhandelingen aan te gaan met de belangrijkste guerrillagroeperingen. Volgens onafhankelijke schattingen kwamen er meer binnenlandse ontheemden bij dan in 2000, toen het er 300.000 waren.

ECHO's strategie bestond uit noodhulp tijdens en vlak na het vertrek van de vluchtelingen, en na de acute noodsituatie huisvesting, gezondheidszorg, sanitaire voorzieningen en psychosociale ondersteuning in de gebieden met de meeste ontheemden, en specifieke steun voor repatriërings- en herhuisvestingsprocessen, indien de veiligheidssituatie het toelaat en internationale ondersteuning gegarandeerd kan worden. Hoewel het exacte aantal begunstigden moeilijk vastgesteld kan worden, kregen naar schatting tussen de 150.000 en 200.000 binnenlandse ontheemden hulp in het kader van het algemeen plan voor 2001.

De humanitaire hulp werd verleend via internationale organisaties zoals het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) en Europese niet-gouvernementele organisaties.

In november en december 2001 werd een externe evaluatie uitgevoerd. Bij het opstellen van de strategie voor 2002 zal rekening gehouden worden met de resultaten van deze evaluatie.

Bolivia werd tussen december 2000 en maart 2001 getroffen door buitengewoon zware regenval. Volgens een rapport van de National Civil Defence Service van 5 maart werden 52.913 mensen getroffen door de overstromingen, vooral in de departementen La Paz, Cochabamba, Potosí en Beni. Volgens de IFRC hadden in de regio Chaco veel van de gebieden die zwaar getroffen werden door de overstromingen daarvoor te maken met droogte.

ECHO verleende humanitaire hulp aan de slachtoffers van de overstromingen en de droogte om het inkomen van plattelandsgemeenschappen te stabiliseren en het hoofd te bieden aan de gevolgen van de droogte en de overstromingen.

Sinds juni 1999 werd de regio Chaco in Paraguay getroffen door langdurige droogte. Als gevolg daarvan ging de oogst van voedingsgewassen voor eigen gebruik verloren, waardoor veel boerengezinnen in zeer moeilijke leefomstandigheden terechtkwamen. ECHO verleende hun hulp door de verdeling van voedsel en landbouwproductiemiddelen en de aanleg van waterzuiveringssystemen, waar ongeveer 6500 gezinnen van konden profiteren.

Een zware aardbeving met een kracht van 6,9 op de schaal van Richter trof het zuiden van Peru op 23 juni 2001. De directe gevolgen van de ramp waren 83 doden en 66 vermisten, 2812 gewonden, 37.500 beschadigde en 22.220 vernietigde huizen.

ECHO reageerde zeer snel en al na twee dagen werd een primaire-noodmaatregel genomen ter waarde van EUR 1,15 miljoen om tegemoet te komen aan de dringendste behoeften van de slachtoffers van de aardbeving. Dit was de eerste keer dat de Commissie gebruik maakte van het nieuwe systeem om snel te kunnen reageren op onvoorziene humanitaire crises.

Nog eens EUR 2 miljoen werd gereserveerd om de kwetsbaarheid te verminderen van de armste plattelandsgezinnen in het door de aardbeving getroffen gebied door hen te helpen hun huizen zodanig te herbouwen dat ze bestand zijn tegen aardbevingen en cruciale water- en irrigatiesystemen te herstellen zodat de lokale boeren de voedselproductie weer kunnen opnemen.

In januari en februari werd El Salvador getroffen door twee aardbevingen, waardoor aanzienlijke delen van het land verwoest werden. Hierbij werd 25% van de bevolking getroffen en werden 270.000 huizen beschadigd. ECHO nam twee besluiten, voor in totaal EUR 10 miljoen. In de eerste fase zorgden de partners voor basishulp (levensmiddelen en andere goederen), gezondheidszorg, water- en sanitaire voorzieningen. In de tweede fase werd de hulp meer gericht op noodherstel en de water- en sanitaire voorzieningen.

Nadat er drie jaar achtereen te weinig regen was gevallen in Centraal-Amerika en veel seizoensarbeid verloren ging door de sterke daling van de koffieprijzen op de wereldmarkt, ontstonden in de tweede helft van 2001 ongekende voedseltekorten in sommige gebieden die nog herstellende waren van de gevolgen van de orkaan Mitch. Sommige plattelandsgezinnen waren gedwongen hun noodvoorraden zaden op te eten, waardoor ze niet voor een tweede oogst konden zaaien. In de meest kritieke gebieden in Guatemala, Honduras en Nicaragua leverde ECHO voedsel of organiseerde voedingsprogramma's om alternatieve voedingssystemen op te zetten. De financiering van ECHO bedroeg in deze drie landen EUR 2,3 miljoen.

In november werd het gebied ook nog getroffen door de orkaan Michelle, die een paar dagen later verder trok naar Cuba, overstromingen veroorzaakte in het noordoostelijke kustgebied van Honduras en Nicaragua en tot de vernietiging van infrastructuur en oogsten leidde op Cuba en Jamaica. ECHO koos voor een noodmaatregel voor EUR 1,05 miljoen.

ECHO nam het besluit deel te nemen aan een programma voor voedselhulp, voor hulp aan families op vlucht, en voor het uitwerken van een systeem van epidemiologische toezicht en controle van bacillendragers, in afgelegen oorden van Centraal-Amerika zoals deoskitia regio in Honduras en het RAAN gebied in Nicaragua.

Voor Cuba werd in 2001 ook EUR 8 miljoen toegewezen, aan de ene kant voor de distributie van voedsel, verzorgingsproducten, geneesmiddelen en eerste levensbehoeften en aan de andere kant voor herstelwerkzaamheden op korte termijn in sociale centra voor de meest kwetsbare groepen, dat wil zeggen ouderen en geestelijk of lichamelijk gehandicapten. Men is van mening dat het land op dit moment meer gebaat is bij ontwikkelingshulp dan bij noodhulp op korte termijn en daarom zal de steun van ECHO in de loop van 2002 afgebouwd worden.

ECHO financierde voor EUR 1,8 miljoen een aantal acties voor ongeveer 15.000 binnenlandse ontheemden en repatrianten in de provincie Chiapas in Mexico, die getroffen wordt door een intern conflict. Ondersteunde projecten hadden onder andere betrekking op gezondheidszorg, voedselhulp en herstel van huisvesting.

2.4. PARAATHEID BIJ RAMPEN - DIPECHO

In 2001 werd het DIPECHO-programma voortgezet, dat in een regionaal kader activiteiten financiert ter verbetering van de paraatheid bij rampen. Gedurende heel 2001 werden twee DIPECHO-actieplannen uitgevoerd die in 2000 waren opgesteld: het actieplan voor Zuidoost-Azië en voor Centraal-Amerika.

Daarnaast heeft ECHO het DIPECHO-programma uitgebreid met Zuid-Azië en in juli 2001 werd een eerste actieplan voor EUR 3,2 miljoen goedgekeurd. Dit actieplan richt zich op het belangrijkste natuurlijke risico (de aardbeving in Gujarat buiten beschouwing gelaten) voor de regio: overstromingen. Het doel is om de paraatheid van de gemeenschap bij overstromingen te verbeteren door de bevolking beter voor te bereiden en klimaat te stimuleren waarin preventie een belangrijke rol speelt. De paraatheid van een land kan het best verbeterd worden door middel van training, te beginnen met de dorpen en lokale preventiecomités, waarbij vrouwen en jongeren met name betrokken worden. Met een systeem voor vroege waarschuwing en kleinschalige demonstratieprojecten, bijvoorbeeld voor herbebossing, kan in combinatie met training veel bereikt worden door het bewustzijn van de gemeenschappen en de autoriteiten te vergroten.

In december 2001 heeft de Commissie het tweede DIPECHO-plan voor de Andes-Gemeenschap goedgekeurd (EUR 1,8 miljoen), waarin rekening is gehouden met de aanbevelingen uit de evaluatie van het eerste plan. Aangezien er geen regionale samenwerking is tussen de landen in het Andesgebied besloot ECHO zich uitsluitend te richten op lokale projecten door de versterking van lokale comités voor civiele bescherming en gezondheidscentra, capaciteitsopbouw binnen de samenleving, bewustmaking van gemeenschappen en kleinschalige schadebeperkende maatregelen.

De Commissie lanceerde ook een derde actieplan voor het Caribisch gebied, waaronder Cuba, voor een bedrag van EUR 3 miljoen. Ook dit plan zal zich op overstromingen richten om een aantal concrete resultaten te bereiken via micro-projecten in het kader van het DIPECHO-programma. Bijzondere nadruk zal gelegd worden op de regionale inspanningen om de coördinatie binnen en de samenwerking met elk land in de regio te versterken door middel van een informatienetwerk en een gegevensbank met betrekking tot natuurrampen. Voor Cuba zal een uitbreiding (EUR 900.000) overwogen worden vanwege de kans op aardbevingen.

3. SECTOROVERSCHRIJDENDE THEMA'S

3.1. RELATIES MET - FPA

In 2001 ondertekende ECHO kaderovereenkomsten voor partnerschap (FPA) met 27 nieuwe partners, waarmee het totale aantal ngo-partners op 208 kwam. Daarnaast werd de procedure met 300 kandidaat-partners afgerond en werden 91 nieuwe toegelaten tot het onderzoek.

In 2001 voerde ECHO breed overleg met organisaties waarmee een FPA ondertekend werd om de FPA grondig te herzien. Deze herziening richtte zich voornamelijk op het concept "kwaliteitsbeheer van humanitaire hulp". Bijzondere aandacht werd besteed aan een verschuiving van beheersing van de middelen naar planning van doelstellingen en resultaten. Deze herziening vormt de tweede fase van de aanpassing van de FPA aan de door de Commissie in haar mededeling "Evaluatie en toekomst van de humanitaire activiteiten van de Gemeenschap" [6] vastgestelde doelstellingen en dit proces zal voortgezet worden in 2002.

[6] Mededeling COM (1999) 468 def van 26.10.1999 inzake "Evaluatie en toekomst van de humanitaire activiteiten van de Gemeenschap" (artikel 20 van Verordening (EG) 1257/96).

3.2. SUBSIDIEFACILITEIT

ECHO organiseert regelmatig een subsidiefaciliteit voor opleiding, onderzoeken en netwerken op humanitair gebied. ECHO stelde hiervoor in totaal EUR 1,6 miljoen beschikbaar. Tot de geselecteerde projecten behoren cursussen inzake veiligheid, kwaliteitsbeoordeling en de vroege opsporing van door de mens veroorzaakte crises.

Het in 1994 opgezette netwerk voor humanitaire bijstand (NOHA) is een eenjarige, multidisciplinaire postuniversitaire opleiding op humanitair gebied. Het leerplan biedt een breed overzicht van de realiteit van de humanitaire hulp en wordt afgerond met een stage bij een humanitaire organisatie of bij ECHO. Circa 20 studenten hebben zich in elk van de acht deelnemende Europese universiteiten voor deze opleiding ingeschreven. De financiële bijdrage van ECHO aan de coördinatiekosten van het netwerk bedroegen in 2001 EUR 270.053.

3.3. COMMUNICATIE EN INFORMATIE

De informatie- en communicatieactiviteiten van ECHO weerspiegelden in 2001 de vorig jaar opgestelde nieuwe strategie, waarbij de nadruk ligt op het duidelijker afbakenen van doelgroepen, het ontwikkelen van nieuwe, op Internet gebaseerde technieken, het vaststellen van meer gestructureerde doelstellingen en een betere samenwerking tussen het hoofdkantoor van ECHO en de lokale antennes. Deze aanpak omvatte onder andere de publicatie van zes brochures waarin de werkzaamheden van ECHO in een bepaalde crisisgebied of een bepaalde sector beschreven worden, om tegemoet te komen aan de vraag naar meer specifieke informatie, en de uitwerking van lokale communicatieplannen waarin een kader gecreëerd wordt voor coherente en effectieve informatieverschaffing op lokaal niveau. ECHO heeft ook zijn website opnieuw opgezet om zijn activiteiten transparanter te maken en aanvullende informatie te bieden aan de uitvoeringspartners.

Twee belangrijke documenten vormden de basis voor een toekomstgerichte benadering van informatie/communicatie. Het eerste document was het resultaat van een in opdracht van ECHO uitgevoerde onafhankelijke evaluatie van een aantal in het kader van zijn subsidiefaciliteit gefinancierde activiteiten, waaronder bewustmakingsprojecten. De conclusie luidde dat de subsidies "zeer effectief" waren, maar er werden desalniettemin aanbevelingen gedaan om bepaalde in het systeem geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Deze aanbevelingen luidden: betere strategische planning, gerichtere prioriteiten en betere samenwerking met het operationele personeel ter plaatse. Het tweede document bevat de resultaten van een begin 2001 in de hele EU uitgevoerde opiniepeiling in het kader van de Eurobarometer, waarin een aantal door ECHO geformuleerde vragen waren opgenomen. Het doel was om te meten wat het publiek weet van ECHO en humanitaire kwesties meer in het algemeen, en meer informatie te verzamelen over de meningen van Europeanen op dit terrein. De peiling toonde aan dat men voorstander is van het beginsel van Europese humanitaire hulp, maar dat men niet weet dat de Europese Commissie een belangrijke rol speelt op dit terrein. Ook kwam naar voren dat de respondenten behoefte hadden aan meer informatie over hoe het systeem werkt en over de concrete resultaten van de activiteiten van ECHO.

De gedetailleerde conclusies van zowel de evaluatie als de Eurobarometerpeiling worden geïntegreerd in ECHO's voortdurende inspanningen om maximaal effect te bereiken met zijn informatie- en communicatieactiviteiten.

In 2001 financierde ECHO verschillende informatie- en communicatieacties. Gepubliceerd werden onder andere het jaarverslag, de kwartaalnieuwsbrief "ECHO News" en brochures over Sierra Leone, Guinee, Centraal-Amerika, de Democratische Republiek Congo, Afghanistan (twee versies) en Children at War. Het probleem van de kindsoldaten kwam ook aan bod tijdens een conferentie, die in oktober in Brussel gehouden werd in samenwerking met VOICE (Voluntary Organisations In Cooperation in Emergencies) en het Save the Children Fund (VK).

3.4. BEGROTING, AUDIT EN EVALUATIE

ECHO reageerde op de humanitaire crises in 2001 met 107 financieringsbesluiten voor een totaalbedrag van EUR 543,7 miljoen (uit de begroting van de EU en het EOF). Gezien het grote aantal onvoorspelbare noodsituaties die zich in de loop van het jaar en na de gebeurtenissen van 11 september voordeden, moest ECHO voor EUR 50 miljoen aan vastleggingskredieten een beroep doen op de reserve voor spoedhulp. Er werden in 2001 1031 contracten ondertekend (waaronder 143 contracten voor implementatie van in 2000 goedgekeurde besluiten). De uitvoering van de begroting bedroeg in 2001 100% wat de vastleggingskredieten betreft en 90,5% wat de betalingskredieten betreft.

Financiële audits en controles werden uitgevoerd bij partnerorganisaties van ECHO en hun plaatselijke bureaus in de begunstigde landen waar humanitaire acties plaatsvinden. In 2000 voerde ECHO 11 audits uit. In 2001 nam dit aantal toe tot 27. Daarvan vonden er 9 plaats bij de plaatselijke bureaus van de partnerorganisaties. In 2001 besteedde ECHO ook voor het eerst 4 audits uit, een met betrekking tot de actie ECHO Flight en drie met betrekking tot ngo's die in het verleden gekoppeld waren aan commerciële organisaties. In 2003 moet het aantal bij hoofdkantoren uit te voeren audits minimaal 50 zijn en mag het aantal audits van organisaties ter plaatse gelijk blijven. Indien ieder jaar bij 50 partners een audit uitgevoerd wordt, worden de organisaties die het meeste geld van ECHO ontvangen eens in de drie jaar gecontroleerd. De resultaten van de audits worden niet alleen gebruikt bij de ontbinding van contracten, maar ook bij de herziening van ECHO's belangrijkste instrument, de kaderovereenkomst voor partnerschap.

In 2001 voerde ECHO een evaluatieprogramma uit, waarbij normaal gesproken de "ex post-" en "ex ante-"benaderingen gecombineerd worden. Sommige in 2000 gestarte onderzoeken, zoals Angola, werden afgerond en er werd gehandeld naar de resultaten, terwijl andere landenprogramma's zoals voor vluchtelingen in de Democratische Republiek Congo, Timor en Saharaoui in de loop van het jaar uitgevoerd werden. Aan het eind van het jaar waren andere evaluaties, zoals die van het programma in Colombia, nog gaande.

Daarnaast vond een algemene beoordeling plaats van de verschillende door ECHO verleende subsidies en tegen het eind van het jaar was de evaluatie van contracten met de UNHCR in bepaalde landen vrijwel afgerond. De aanbevelingen uit deze algemene beoordeling hebben al tot een eerste herziening van procedures geleid. De evaluatie van de contracten met de UNHCR, waaraan de UNHCR volledige medewerking verleent, is bedoeld om de effectiviteit van de samenwerking tussen ECHO en de UNHCR te verbeteren.

In een poging om het aantal bekende en erkende beoordelaars van humanitaire hulp uit te breiden heeft ECHO ook op Internet en in het Publicatieblad een oproep gedaan voor geïnteresseerde bedrijven en particulieren. Kandidaten worden door een comité beoordeeld alvorens ze op een lijst van goedgekeurde beoordelaars geplaatst worden. De resultaten zullen op Internet gepubliceerd worden.

4. VOORUITZICHTEN

De humanitaire gemeenschap ziet zich nog steeds gesteld voor drie grote problemen met betrekking tot de huidige situatie van rampen in de wereld: langdurige, door de mens veroorzaakte crises; dreigende crises in gebieden die in het verleden als min of meer stabiel golden en de steeds ernstigere gevolgen van natuurrampen. De algemene trend is dat rampen steeds vaker voorkomen en steeds meer schade aanrichten, wat leidt tot een verergering van demografische veranderingen, milieuschade, veranderingen in het gebruik van het land en andere factoren, met name in de minst ontwikkelde en door conflicten geteisterde landen.

Onderzoeksinstellingen schatten dat sinds 1991 2,2 miljoen mensen omgekomen zijn in conflicten. Het aantal oorlogen en gewelddadige crises is toegenomen van 27 in 1997 tot 31 in 1998 en 38 eind 2001 [7]. De burgerbevolking, en met name de kwetsbaarste mensen, zoals kinderen, jongeren, vrouwen, ouderen of gehandicapten, worden het zwaarst getroffen en naar hen gaat de meeste aandacht van de humanitaire gemeenschap uit. Het aantal vluchtelingen en binnenlandse ontheemden belicht de humanitaire dimensie van de geopolitieke situatie in de wereld. In 2001 bleef het totaal aantal vluchtelingen gelijk op 11,7 miljoen. Volgens schattingen van het algemene project inzake binnenlandse ontheemden waren er eind 2001 25 miljoen binnenlandse ontheemden. Hoewel dit aantal kleiner is dan halverwege de jaren negentig, is het nog steeds onaanvaardbaar groot [8].

[7] Heidelberg Institute for International Conflict Research (HIIK), Annual Conflict Barometer: http://www.conflicts.com/hiik/frame_en.html. Zie voor meer informatie CRED http://www.cred.be en SIPRI http://www.sipri.se/.

[8] Bronnen: UNHCR Basic Facts, http://www.unhcr.ch/cgi-bin/texis/vtx/home-page=basics. UNHCR: Global Refugee Trends January - June 2001 (14 September 2001). IFRC World Disasters Report 2001. U.S. Committee. for Refugees: World Refugee Survey 2001: http://www.refugees.org/world/statistics/wrs01_table5.htm. Global Overview of the Global binnenlandse ontheemden project: http://www.idpproject.org/global_overview.htm.

Gezien deze algemene trends blijft de belangrijkste taak voor de humanitaire gemeenschap om beleid en strategieën te ontwikkelen waarmee de beschikbare middelen zo goed mogelijk besteed kunnen worden om de meest ernstige en dringende nood te lenigen. Het huidige proces van institutionele hervorming binnen de Europese Gemeenschap biedt daarom een unieke gelegenheid voor ECHO om zijn plaats binnen deze veranderende institutionele context opnieuw te bepalen. In 2001 heeft ECHO aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het ontwikkelen en uitvoeren van interne hervormingsmaatregelen en nieuwe procedures, zoals het geval is bij de besluitvormingsprocedure over primaire nood. Veel van deze maatregelen zullen in 2002 en daarna getoetst en vervolledigd worden.

5. CIJFERBIJLAGEN

Bijlage 1: ECHO had in 2001 een begroting van EUR 543.703.460 (Bijlage 1A). In 2001 werden in totaal 1031 contracten ondertekend, waarvan 807 werden gefinancierd uit de begroting voor 2001. Het verschil kan worden verklaard door het feit dat vele in 2001 ondertekende contracten eigenlijk besluiten implementeren die van 2000 dateren. Zoals uit bijlage 1B blijkt, is begrotingslijn B7-210 de voornaamste financieringsbron. Een bedrag van EUR 20.750.000 was afkomstig uit de begroting van het EOF (Europees Ontwikkelingsfonds). Het bedrag op begrotingslijn B7-210A betreft voornamelijk administratief beheer (bijvoorbeeld onderzoek, opleiding en voorlichting).

Bijlage 2: In bijlage 2 is de geografisch verdeling van hulp naar regio weergegeven. DIPECHO en besluiten die meerdere landen betreffen zijn, voor zover mogelijk, ingedeeld in de desbetreffende geografische regio. Bijlage 2A toont geen belangrijke verschillen tussen 2001 en 2000. Er is echter een lichte toename in de hulp voor Azië zichtbaar, terwijl de steun voor de Westelijke Balkan afnam. Bijlage 2B heeft betrekking op de verschillende geografische sub-regio's in plaats van op individuele landen. De post "Rest van de wereld" omvat voornamelijk de kosten voor het netwerk van deskundigen ter plaatse.

Bijlage 3: In 2001 werd aanzienlijk meer geld toegewezen aan de VN-organisaties (Bijlage 3A). Meer dan een kwart van alle ECHO-financiering ging naar VN-agentschappen, terwijl dat in 2000 nog minder dan 20% was. De belangrijkste VN-partners in 2001 waren de UNHCR (8,6%), het WVP (7,25%), UNRWA (4,84%) en UNICEF (3,89%). Een aantal van deze contracten implementeren besluiten van eerdere jaren. Daarom is het cijfer voor 2001 hoger dan de eigenlijke begroting voor 2001.

Bijlage 4: De meeste in het kader van de subsidiefaciliteit gefinancierde projecten in 2001 werden gereserveerd voor opleiding voor ngo's, waaronder veiligheidstraining en steun voor netwerken van ngo's (EUR 1.125.578). Er was EUR 1,60 miljoen beschikbaar voor subsidies voor onderzoek en opleiding, waarvan in 2001 EUR 1,55 miljoen werd omgezet in contracten.

Bijlage 1: Overzicht van financieringsbesluiten 1995-2001

// Financieringsbesluiten voor humanitaire hulp van de EG 1995-2001 (bedragen in EUR )

1995 // 692.092.512

1996 // 656.655.500

1997 // 441.611.954

1998 // 517.657.060

1999 // 812.911.000

2000 // 491.715.000

2001 // 543.703.460

Bijlage 1A: ECHO-contracten 1998-2001

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bijlage 1B: Financieringsbesluiten humanitaire hulp EG naar financieringsbron

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bijlage 2: Financieringsbesluiten in 2001 - Geografische verdeling

Financieringsbesluiten voor humanitaire hulp van de EG, per regio, in % Totaalbedrag besluiten in 2001: EUR 543.703.000 //

ACS-landen // 33%

Azië // 20%

Ex-Joegoslavië-Westelijke Balkan // 15%

Latijns-Amerika // 7%

Midden-Oosten, Noord-Afrika // 11%

NOS // 11%

Rest van de wereld // 3%

Bijlage 2A: Geografische verdeling van financieringsbesluiten 1999-2001

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bijlage 2B: Verdeling van financieringsbesluiten naar land en (sub)-regio

Financieringsbesluit voor humanitaire hulp per regio in 2001

Land/sub-regio Bedrag (miljoen EUR)

ACS 173,320

(Afrika, Caribische Gebied, Stille Oceaan)

Angola 9,0

Burundi 20,0

Burkina Faso, Tsjaad 2,55

Centraal-Afrikaanse Republiek 1,0

Congo (Democratische Republiek) 35,0

ECHO Flight 8,4

Ethiopië 9,2

Eritrea 7,0

Kenia 4,6

Madagaskar 0,9

Mozambique 2,84

Caribisch gebied/Stille Oceaan 0,88

Sierra Leone, Guinee, Liberia 20,6

Somalië 1,7

Sudan 17,0

Tanzania 32,15

Zimbabwe 0,5

OOST-EUROPA/NOS 141,48

Belarus, Moldavië, Oekraïne 1,9

Mongolië 1,03

Russische Federatie (crisis in Tsjetsjenië) 40,35

Armenië, Georgië 3,15

Tadzjikistan 12,0

Westelijke Balkan

(Servië, Montenegro, Kosovo, Albanië,

de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië,

Bosnië-Herzegovina) 83,05

M.-oosten/Noord-afrika 61,049

Algerije 0,759

Irak 12,875

Midden-Oosten 29,96

Vluchtelingen in de Westelijke Sahara 15,57

Jemen 1,885 // Land/sub-regio Bedrag (miljoen EUR)

AZIË 104,354

Afghanistan/Pakistan/Iran 54,68

Cambodja 4,9

China 2,15

Oost-Timor 11,274

India 14,602

Indonesië 2,2

Myanmar/Burma 1,99

Nepal 2,0

Noord-Korea 3,365

Filippijnen 1,46

Sri Lanka 0,7

Thailand 4,5

Vietnam 0,533

Latijns-Amerika 38,25

Bolivia, Paraguay 1,95

Colombia 10,0

Cuba 8,0

El Salvador 10,0

Guatemala, Honduras, Nicaragua 3,35

Mexico 1,8

Peru 3,15

DIPECHO 8,0

Andes-Gemeenschap 1,8

Caribisch gebied 3,0

Zuid-Azië 3,2

OVERIGE UITGAVEN 17,25

Subsidies voor studies etc, 1,6

Uitgaven voor deskundigen ter plaatse 11,45

Opleiding 0,25

Audit 2,6

Information 0,35

Evaluatie 1,0

TOTAAL 543,703

Bijlage 3: Aantal contracten per uitvoerende partner

Humanitaire hulp van de EG in 2001 per groep partners

(jaar waarin het contract ondertekend werd) //

EG-ngo's // 62,5%

Verenigde Naties // 26,5%

Overige intern. organisaties // 7,9%

Niet-EG ngo's // 1,2%

Direct via EG // 0,9%

Overig // 1,0%

Bijlage 3A: Spreiding van financiering naar groep partners 1999-2001

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>


Beheerd door het Publicatiebureau