Gewijzigd voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen /* COM/99/0183 def. - COD 98/0206 */
Publicatieblad Nr. C 179 van 24/06/1999 blz. 0006
Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen (door de Commissie overeenkomstig artikel 250 §2 van het EG-Verdrag ingediend) TOELICHTING 1. Op 26 juni 1998 heeft de Commissie een voorstel aan de Raad voorgelegd voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad (1) tot wijziging van Richtlijn 76/308/EEG (2) van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen. (1) PB C 269 van 28.8.1998, blz. 16, COM(1998)364 def. - COD 98/0206. (2) Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976, PB L 73 van 19.3.1976, blz. 18, gewijzigd bij Richtlijn 79/1071/EEG van de Raad van 6 december 1979, PB L 331 van 27.12.1979, blz. 10, alsmede Richtlijn 92/108/EEG van de Raad van 14 december 1992, PB L 390 van 31.12.1992, blz. 124. 2. Het Economisch en Sociaal Comité heeft het voorstel op 27 januari 1999 goedgekeurd. (3) (3) PB C 3. Op 12 februari 1999 heeft het Europees Parlement het voorstel eveneens goedgekeurd met een aantal amendementen. (4) (4) PB C 4. De Commissie heeft enkele amendementen overgenomen waarbij het belang van de commmunautaire regelingen voor de invordering van schuldvorderingen wordt benadrukt en de doeltreffendheid ervan wordt verbeterd, te weten : - De verklaring in de overwegingen dat de lidstaten ten volle moeten samenwerken bij de bestrijding van fraude en belastingontduiking, teneinde het concurrentievermogen en de belastingneutraliteit van de interne markt beter te waarborgen; - De verduidelijking van artikel 8 van Richtlijn 76/308/EEG met betrekking tot de beroepsprocedure die moet worden gevolgd indien de schuldenaar het bedrag van de schuldvordering of de aard van de executoriale titel betwist; - De verklaring in de overwegingen alsmede in artikel 10 van Richtlijn 76/308/EEG dat de in te vorderen schuldvorderingen op dezelfde manier dienen te worden behandeld als vergelijkbare schuldvorderingen die in de lidstaat van de aangezochte autoriteit zijn ontstaan ; - De vervanging, in artikel 18 van Richtlijn 76/308/EEG, van de uitkering van een compensatie (die een percentage is van de in te vorderen schuldvordering) door de vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten. Voorts zullen speciale compensatieregelingen worden voorzien voor gevallen waarin de invordering een bijzonder probleem oplevert of waarbij het om een zeer hoog bedrag gaat of die plaatsvinden in het kader van de bestrijding van criminele organisaties. Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Oorspronkelijk voorstel // Gewijzigd voorstel Tweede overweging bis (nieuw) // overwegende dat in het kader van de grote binnenmarkt de steeds meer door fraude bedreigde communautaire en nationale financiële belangen beschermd moeten worden, zodat het concurrentievermogen en de fiscale neutraliteit van de binnenmarkt beter worden gewaarborgd; Derde overweging overwegende dat elke schuldvordering waarvoor een verzoek tot invordering wordt gedaan, op dezelfde wijze dient te worden behandeld als een schuldvordering van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, maar in die lidstaat ontstane ten opzichte van vergelijkbare, schuldvorderingen geen preferentiële behandeling dient te krijgen; // Overwegende dat elke schuldvordering waarvoor een verzoek tot invordering wordt gedaan, op dezelfde wijze dient te worden behandeld als een schuldvordering van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, en ten opzichte van vergelijkbare, in die lidstaat ontstane schuldvorderingen een gelijke preferentiële behandeling dient te krijgen ; Vijfde overweging overwegende dat gebruikmaking van wederzijdse bijstand bij de invordering van schuldvorderingen door de lidstaten dient te worden aangemoedigd door per geval de wederzijdse financiële voordelen die aan wederzijdse bijstand inherent zijn, doorzichtiger te maken; // overwegende dat, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, gebruikmaking van wederzijdse bijstand bij de invordering van schuldvorderingen niet kan worden gebaseerd op financiële voordelen of een aandeel in de verkregen resultaten, maar dat het principe van de vergoeding van de kosten van elke aard aan de aangezochte lidstaat moet worden bevestigd; HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD Artikel 1, lid 6, onder b) b) // leden 3 en 4 komen als volgt te luiden: "3. // In het verzoek tot invordering worden vermeld: a) // naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de betrokken persoon; b) // naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de verzoekende autoriteit; c) // een verwijzing naar de in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, afgegeven executoriale titel; d) // aard en bedrag van de schuldvordering, met inbegrip van hoofdsom, interest en alle andere verschuldigde sancties, boetes en kosten, uitgedrukt in de valuta van de lidstaten waar de beide betrokken autoriteiten zijn gevestigd; e) // de datum waarop de geadresseerde door de verzoekende autoriteit en/of door de aangezochte autoriteit van de schuldvordering kennis is gegeven; f) // de datum van waaraf uit hoofde van de geldende wetgeving in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, executie mogelijk is; g) // het percentage van de compensatie zoals bedoeld in artikel 18, lid 2, tweede alinea; h) // alle overige relevante informatie. // b) // leden 3 en 4 komen als volgt te luiden: "3. // In het verzoek tot invordering worden vermeld: a) // naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de betrokken persoon; b) // naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de verzoekende autoriteit; c) // een verwijzing naar de in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, afgegeven executoriale titel; d) // aard en bedrag van de schuldvordering, met inbegrip van hoofdsom, interest en alle andere verschuldigde sancties, boetes en kosten, uitgedrukt in de valuta van de lidstaten waar de beide betrokken autoriteiten zijn gevestigd; e) // de datum waarop de geadresseerde door de verzoekende autoriteit en/of door de aangezochte autoriteit van de schuldvordering kennis is gegeven; f) // de datum van waaraf uit hoofde van de geldende wetgeving in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, executie mogelijk is; g) // alle overige relevante informatie. In het verzoek wordt de verschuldigde interest vermeld als een vast bedrag zoals dit op de datum van het verzoek verschuldigd was en een aanvullend, bij de invordering te bepalen bedrag. Ten einde de aangezochte autoriteit in staat te stellen dit aanvullende bedrag te berekenen, dienen een interestpercentage en de berekeningsmethode te worden vermeld die bij het bepalen van de interest welke vanaf de datum van het verzoek tot aan de datum van invordering bij de schuldenaar verschuldigd is, door de aangezochte autoriteit moeten worden toegepast"." // In het verzoek wordt de verschuldigde interest vermeld als een vast bedrag zoals dit op de datum van het verzoek verschuldigd was en een aanvullend, bij de invordering te bepalen bedrag. Ten einde de aangezochte autoriteit in staat te stellen dit aanvullende bedrag te berekenen, dienen een interestpercentage en de berekeningsmethode te worden vermeld die bij het bepalen van de interest welke vanaf de datum van het verzoek tot aan de datum van invordering bij de schuldenaar verschuldigd is, door de aangezochte autoriteit moeten worden toegepast"." Artikel 1, lid 7 Artikel 8 komt te luiden: "Artikel 8 De executoriale titel van de schuldvordering wordt onmiddellijk als executoriale titel van een schuldvordering van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, erkend en automatisch als zodanig behandeld". // Artikel 8 komt te luiden: "Artikel 8 De executoriale titel van de schuldvordering wordt onmiddellijk als executoriale titel van een schuldvordering van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, erkend en automatisch als zodanig behandeld. Ingeval deze erkenning aanleiding geeft tot een betwisting van de schuldvordering of van de executoriale titel die is afgegeven door de verzoekende autoriteit, zijn de bepalingen van artikel 12 van toepassing. " Artikel 1, lid 9 Artikel 10 komt te luiden: "Artikel 10 Aan de in te vorderen schuldvorderingen wordt geen preferentiële behandeling toegekend buiten die welke wordt gegeven aan vergelijkbare schuldvorderingen die in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, ontstaan." // Artikel 10 komt te luiden: "Artikel 10 Aan de in te vorderen schuldvorderingen wordt een gelijke preferentiële behandeling toegekend aan die welke wordt gegeven aan vergelijkbare schuldvorderingen die in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, ontstaan." Artikel 1, lid 14 Artikel 18 komt te luiden: "Artikel 18 1. De aangezochte autoriteit verricht de invordering en de inhouding bij de betrokken persoon van alle rechtstreeks met de invordering verbonden kosten die deze autoriteit heeft gemaakt, in overeenstemming met de ten aanzien van vergelijkbare schuldvorderingen geldende wettelijke en administratiefrechtelijke bepalingen in de lidstaat waar genoemde autoriteit is gevestigd. 2. Tot 31 december 2004 worden alle kosten van de aangezochte autoriteit, andere dan die bedoeld in lid 1, welke voor wederzijdse bijstand werden gemaakt met de invordering van de gehele of gedeeltelijke schuldvordering door de aangezochte autoriteit als resultaat, door de verzoekende autoriteit overeenkomstig de tweede alinea terugbetaald." // Artikel 18 komt te luiden: "Artikel 18 1. De aangezochte autoriteit verricht de invordering en de inhouding bij de betrokken persoon van alle rechtstreeks met de invordering verbonden kosten die deze autoriteit heeft gemaakt, in overeenstemming met de ten aanzien van vergelijkbare schuldvorderingen geldende wettelijke en administratiefrechtelijke bepalingen in de lidstaat waar genoemde autoriteit is gevestigd. 2. Alle kosten van de aangezochte autoriteit, andere dan die bedoeld in lid 1, welke voor wederzijdse bijstand werden gemaakt met de invordering van de gehele of gedeeltelijke schuldvordering door de aangezochte autoriteit als resultaat, worden door de verzoekende autoriteit overeenkomstig de tweede alinea terugbetaald." Nadat de aangezochte autoriteit het bedrag van de door hem ingevorderde schuldvordering aan de verzoekende autoriteit heeft overgemaakt, betaalt de verzoekende autoriteit aan de aangezochte autoriteit een bedrag dat overeenkomt met een percentage van ten minste 0,1 % van het ingevorderde en door de aangezochte autoriteit overgemaakte bedrag van de schuldvordering. Het percentage wordt door de verzoekende autoriteit in het eerste verzoek tot invordering vastgesteld. " // Bij een invordering waarbij zich een bijzonder probleem voordoet of waarbij het om een zeer hoog bedrag gaat of die plaatsvindt in het kader van de bestrijding van criminele organisaties kunnen de verzoekende en aangezochte autoriteiten per geval specifieke afspraken maken over de modaliteiten van de vergoeding. " Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter