2009/756/EG: Beschikking van de Commissie van 9 oktober 2009 tot vaststelling van specificaties voor de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken voor biometrische identificatie en verificatie in het Visuminformatiesysteem (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 7435)
PB L 270 van 15.10.2009, blz. 14–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | |
| tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff |
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV |
Beschikking van de Commissie
van 9 oktober 2009
tot vaststelling van specificaties voor de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken voor biometrische identificatie en verificatie in het Visuminformatiesysteem
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 7435)
(Slechts de teksten in de Bulgaarse, de Duitse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal zijn authentiek)
(2009/756/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) [1], en met name op artikel 45, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) [2] is het VIS ingesteld als een systeem voor de uitwisseling tussen de lidstaten van informatie op het gebied van visa en is de Commissie belast met de ontwikkeling van het VIS.
(2) In Verordening (EG) nr. 767/2008 worden, teneinde de behandeling van visumaanvragen en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken, het doel en de functies van het VIS alsmede de verantwoordelijkheden met betrekking tot het VIS omschreven en de voorwaarden en procedures voor de uitwisseling van informatie op het gebied van visa tussen de lidstaten vastgesteld.
(3) In Beschikking 2006/648/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot vaststelling van de technische specificaties betreffende de normen voor biometrische kenmerken in verband met de ontwikkeling van het Visuminformatiesysteem [3] wordt bepaald dat later nadere specificaties zullen worden vastgesteld.
(4) Thans moeten specificaties worden vastgesteld inzake de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken voor biometrische identificatie en verificatie in het VIS, zodat de lidstaten voorbereidselen kunnen treffen voor het gebruik van biometrische kenmerken.
(5) Het is van het allergrootste belang dat biometrische gegevens van hoge kwaliteit en betrouwbaar zijn. Bijgevolg dienen er technische normen te worden vastgesteld die het mogelijk maken aan deze eisen inzake kwaliteit en betrouwbaarheid te voldoen. Verificatie met behulp van vier vingerafdrukken leidt tot een veel lager percentage van foutieve afwijzing en mislukte beeldvorming dan bij gebruikmaking van slechts één vinger. Het centrale Visuminformatiesysteem (CS-VIS) moet derhalve biometrische verificaties kunnen verrichten aan de hand van gegevens betreffende vlak genomen afdrukken van vier vingers.
(6) Bij deze beschikking worden geen nieuwe normen ingevoerd; zij is in overeenstemming met de ICAO-normen.
(7) Overeenkomstig artikel 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, heeft Denemarken niet deelgenomen aan de aanneming van Verordening (EG) nr. 767/2008 en is deze derhalve niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Aangezien Verordening (EG) nr. 767/2008 voortbouwt op het Schengenacquis uit hoofde van de bepalingen van titel IV van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, heeft Denemarken echter overeenkomstig artikel 5 van genoemd protocol bij brief van 13 oktober 2008 kennis gegeven van de omzetting van dit acquis in zijn nationale wetgeving. Daarom is Denemarken krachtens internationaal recht verplicht deze beschikking uit te voeren.
(8) Overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis [4] heeft het Verenigd Koninkrijk niet deelgenomen aan de vaststelling van Verordening (EG) nr. 767/2008 en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, aangezien zij een ontwikkeling vormt van de bepalingen van het Schengenacquis. Deze beschikking is derhalve niet tot het Verenigd Koninkrijk gericht.
(9) Overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis [5] heeft Ierland niet deelgenomen aan de vaststelling van Verordening (EG) nr. 767/2008 en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland, aangezien zij een ontwikkeling vormt van de bepalingen van het Schengenacquis. Deze beschikking is derhalve niet tot Ierland gericht.
(10) Deze beschikking is een rechtsbesluit dat op het Schengenacquis voortbouwt of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003 en artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005.
(11) Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze beschikking een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis [6], die betrekking hebben op het gebied bedoeld in artikel 1, onder B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis [7].
(12) Wat Zwitserland betreft, houdt deze beschikking een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die betrekking hebben op het gebied bedoeld in artikel 1, onder B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad [8] betreffende de sluiting van die overeenkomst namens de Europese Gemeenschap.
(13) Wat Liechtenstein betreft, houdt deze beschikking een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die betrekking hebben op het gebied bedoeld in artikel 1, onder B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van de Besluit 2008/261/EG van de Raad [9] betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van genoemd protocol.
(14) De maatregelen waarin deze beschikking voorziet, zijn in overeenstemming met het advies van het comité dat is ingesteld bij artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) [10],
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De specificaties voor de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken voor biometrische identificatie en verificatie in het Visuminformatiesysteem zijn die welke in de bijlage zijn vermeld.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.
Gedaan te Brussel, 9 oktober 2009.
Voor de Commissie
Jacques Barrot
Vicevoorzitter
[1] PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60.
[2] PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5.
[3] PB L 267 van 27.9.2006, blz. 41.
[4] PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.
[5] PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.
[6] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
[7] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.
[8] PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1.
[9] PB L 83 van 26.3.2008, blz. 3.
[10] PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4.
--------------------------------------------------
BIJLAGE
1. Resolutie van de vingerafdrukken
In het centrale Visuminformatiesysteem (CS-VIS) worden uitsluitend vingerafdrukken ingevoerd van tien vingers, vlak opgenomen, met een nominale resolutie van 500 dpi (met een aanvaardbare afwijking van ± 5 dpi) en in 256 grijswaarden.
2. Gebruik van tien vingerafdrukken voor biometrische identificatie en opzoeking
Het CS-VIS verricht biometrische opzoekingen (identificaties) op basis van vingerafdrukken met tien vingers, vlak opgenomen. Ontbrekende vingers worden als zodanig aangeduid overeenkomstig de norm ANSI/NIST-ITL 1-2000 [1] en de eventueel resterende vingers worden gebruikt.
3. Gebruik van vier vingerafdrukken voor biometrische verificatie
Het CS-VIS moet biometrische verificaties kunnen verrichten aan de hand van gegevens betreffende vlak genomen afdrukken van vier vingers.
Indien mogelijk moeten afdrukken worden genomen van de volgende vingers van de rechterhand of de linkerhand: de wijsvinger (NIST-identificatie 2 of 7), de middelvinger (NIST-identificatie 3 of 8), de ringvinger (NIST-identificatie 4 of 9) en de pink (NIST-identificatie 5 of 10).
Om ergonomische redenen en met het oog op standaardisatie en visualisering worden vingerafdrukken van dezelfde hand gebruikt, te beginnen met de rechterhand.
De positie van de vinger wordt voor iedere afzonderlijke vingerafdruk aangeduid overeenkomstig de norm ANSI/NIST-ITL 1-2000.
Wanneer aanduiding van de vingerpositie niet mogelijk is of de aanduiding onjuist blijkt, kunnen de nationale systemen verzoeken om verificatie in het CS-VIS aan de hand van "permutaties" [2].
Ontbrekende of van een verband voorziene vingers worden als zodanig aangeduid overeenkomstig de norm ANSI/NIST-ITL 1-2000 en het Interface Control Document van het VIS.
4. Gebruik van één of twee vingerafdrukken voor biometrische verificatie
De lidstaten kunnen beslissen voor biometrische verificatie gebruik te maken van één of twee vlak opgenomen vingerafdrukken in plaats van vier.
Normaliter worden de volgende vingers gebruikt:
a) één vinger: wijsvinger (NIST-identificatie 2 of 7);
b) twee vingers: wijsvinger (NIST-identificatie 2 of 7) en middelvinger (NIST-identificatie 3 of 8).
Ook het gebruik van de volgende vingers is toegestaan:
a) één vinger: duim (NIST-identificatie 1 of 6) of middelvinger (NIST-identificatie 3 of 8);
b) twee vingers:
i) wijsvinger (NIST-identificatie 2 of 7) en ringvinger (NIST-identificatie 4 of 9) of
ii) middelvinger (NIST-identificatie 3 of 8) en ringvinger (NIST-identificatie 4 of 9).
Om ergonomische redenen en met het oog op standaardisatie en visualisering worden vingerafdrukken van dezelfde hand gebruikt, te beginnen met de rechterhand.
De positie van de vinger wordt voor iedere afzonderlijke vingerafdruk aangeduid overeenkomstig de norm ANSI/NIST-ITL 1-2000.
Wanneer aanduiding van de vingerpositie niet mogelijk is of de aanduiding onjuist blijkt, kunnen de nationale systemen verzoeken om verificatie in het CS-VIS aan de hand van "permutaties".
Ontbrekende of van een verband voorziene vingers worden als zodanig aangeduid overeenkomstig de norm ANSI/NIST-ITL 1-2000 en het Interface Control Document van het VIS.
[1] ANSI/NIST-ITL 1-2000 Standard "Data Format for the Interchange of Fingerprint, Facial, & Scar Mark & Tattoo (SMT) Information", te raadplegen op het adres: http://www.itl.nist.gov/ANSIASD/sp500-245-a16.pdf
[2] Bij permutaties worden één of meer vingerafdrukken (één, twee, drie of vier) door het CS-VIS vergeleken met alle in het systeem opgeslagen vingerafdrukken (doorgaans tien) totdat een positieve verificatie plaatsvindt of alle vingerafdrukken in het systeem zijn nagegaan zonder positieve verificatie.
--------------------------------------------------
| Naar boven |