32009D0370

2009/370/EG: Besluit van de Raad van 6 april 2009 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel en tot het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden, beide aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001

Publicatieblad Nr. L 121 van 15/05/2009 blz. 0003 - 0007


Besluit van de Raad

van 6 april 2009

inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel en tot het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden, beide aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001

(2009/370/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 61, onder c), juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement [1],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Gemeenschap werkt aan de totstandbrenging van een gemeenschappelijke justitiële ruimte die is gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen.

(2) Het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel (hierna "Verdrag van Kaapstad" genoemd) en het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden (hierna het "Protocol voor de luchtvaart" genoemd), die beide zijn aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001, leveren een nuttige bijdrage aan de regelgeving op internationaal niveau op hun respectievelijke gebieden. Daarom is het wenselijk dat de bepalingen van de twee instrumenten die betrekking hebben op aangelegenheden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallen, zo spoedig mogelijk worden toegepast.

(3) De Commissie heeft in naam van de Gemeenschap onderhandeld over de onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallende onderdelen van het Verdrag van Kaapstad en van het Protocol voor de luchtvaart.

(4) Regionale organisaties voor economische integratie die bevoegd zijn voor bepaalde door het Verdrag van Kaapstad en het Protocol voor de luchtvaart beheerste aangelegenheden, kunnen tot het genoemde verdrag en het genoemde protocol toetreden na de inwerkingtreding van deze twee instrumenten.

(5) Sommige aangelegenheden die worden beheerst door Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken [2], door Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures [3] en Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) [4] worden ook geregeld in het Verdrag van Kaapstad en in het Protocol voor de luchtvaart.

(6) De Gemeenschap heeft exclusieve bevoegdheid voor bepaalde door het Verdrag van Kaapstad en het Protocol voor de luchtvaart geregelde aangelegenheden, terwijl de lidstaten bevoegd zijn voor andere door deze twee instrumenten geregelde aangelegenheden.

(7) Daarom moet de Gemeenschap tot het Verdrag van Kaapstad en het Protocol voor de luchtvaart toetreden.

(8) Artikel 48 van het Verdrag van Kaapstad en artikel XXVII van het Protocol voor de luchtvaart bepalen dat een regionale organisatie voor economische integratie op het tijdstip van toetreding kennisgeving doet van de door dat verdrag beheerste aangelegenheden ten aanzien waarvan haar lidstaten hun bevoegdheid aan die organisatie hebben overgedragen. Daarom moet de Gemeenschap een dergelijke verklaring afleggen op het tijdstip van toetreding tot de twee instrumenten.

(9) Artikel 55 van het Verdrag van Kaapstad bepaalt dat een verdragsluitende staat kan verklaren dat de artikelen 13 en 43 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zullen zijn. De Gemeenschap moet een dergelijke verklaring afleggen op het tijdstip van de toetreding tot het genoemde verdrag.

(10) De artikelen X, XI en XII van het Protocol voor de luchtvaart zijn enkel van toepassing indien een verdragsluitende staat in die zin een verklaring heeft afgelegd en volgens de in deze verklaring krachtens artikel XXX van het protocol vastgelegde voorwaarden. Op het tijdstip van toetreding tot het Protocol voor de luchtvaart, moet de Gemeenschap verklaren dat zij artikel XII niet zal toepassen en dat zij geen verklaring zal afleggen overeenkomstig artikel XXX, leden 2 en 3. De bevoegdheid van de lidstaten op het gebied van de materiële rechtsregels inzake insolventie wordt niet aangetast.

(11) De toepassing van artikel VIII van het Protocol voor de luchtvaart betreffende de keuze van het toepasselijke recht hangt tevens af van een verklaring die door elke verdragsluitende staat krachtens artikel XXX, lid 1, kan worden afgelegd. Op het tijdstip van toetreding tot het Protocol voor de luchtvaart, moet de Gemeenschap verklaren dat zij artikel VIII niet zal toepassen.

(12) Het Verenigd Koninkrijk blijft gebonden door het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst [5] totdat het gebonden is door de regels van Verordening (EG) nr. 593/2008. Verondersteld wordt dat het Verenigd Koninkrijk, wanneer het voordien tot het Protocol voor de luchtvaart toetreedt, op het tijdstip van de toetreding een verklaring zal afleggen overeenkomstig artikel XXX, lid 1, hetgeen de toepassing van de regels van de genoemde verordening onverlet zal laten.

(13) Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen deel aan de aanneming en toepassing van dit besluit.

(14) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken,

BESLUIT:

Artikel 1

1. Het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel (hierna "Verdrag van Kaapstad" genoemd) en het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden (hierna het "Protocol voor de luchtvaart" genoemd), die beide zijn aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001, worden namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

De teksten van het Verdrag van Kaapstad en van het Protocol voor de luchtvaart zijn aan dit besluit gehecht.

2. In dit besluit wordt onder "lidstaat" verstaan, alle lidstaten behalve Denemarken.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn namens de Gemeenschap de in artikel 47, lid 4, van het Verdrag van Kaapstad en artikel XXVI, lid 4, van het Protocol voor de luchtvaart bedoelde akten neer te leggen.

Artikel 3

1. Bij de toetreding tot het Verdrag van Kaapstad legt de Gemeenschap de in punt I van bijlage I en de in punt I van bijlage II vermelde verklaringen af.

2. Bij de toetreding tot het Protocol voor de luchtvaart legt de Gemeenschap de in punt II van bijlage I en de in punt II van bijlage II vermelde verklaringen af.

Gedaan te Luxemburg, 6 april 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

J. Pospíšil

[1] Advies uitgebracht op 18 december 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

[2] PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

[3] PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1.

[4] PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.

[5] PB L 266 van 9.10.1980, blz. 1.

--------------------------------------------------

BIJLAGE I

Algemene verklaringen betreffende de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap, door de Gemeenschap af te leggen bij de toetreding tot het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel (hierna "Verdrag van Kaapstad" genoemd) en het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden (hierna het "Protocol voor de luchtvaart" genoemd), die beide zijn aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001

I. Verklaring krachtens artikel 48, lid 2, betreffende de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor de aangelegenheden die worden beheerst door het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel ("Verdrag van Kaapstad"), waarvoor de lidstaten hun bevoegdheid aan de Gemeenschap hebben overgedragen.

1. Artikel 48 van het Verdrag van Kaapstad bepaalt dat door soevereine staten ingestelde regionale organisaties voor economische integratie die bevoegdheid hebben over bepaalde door dit verdrag beheerste kwesties, ertoe kunnen toetreden, behoudens aflegging van de in lid 2 van dit artikel bedoelde verklaring. De Gemeenschap heeft beslist tot het Verdrag van Kaapstad toe te treden en zal dus de voornoemde verklaring afleggen.

2. De huidige leden van de Gemeenschap zijn het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

3. De onderhavige verklaring is evenwel niet van toepassing op het Koninkrijk Denemarken, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

4. De onderhavige verklaring is niet van toepassing op de gebieden van de lidstaten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap niet van toepassing is en doet geen afbreuk aan maatregelen of standpunten die de betrokken lidstaten krachtens het Verdrag van Kaapstad namens en in het belang van deze gebieden kunnen vaststellen.

5. De lidstaten van de Europese Gemeenschap hebben hun bevoegdheden aan de Gemeenschap overgedragen voor de aangelegenheden die worden geregeld door Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken [1], door Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures [2] en door Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) [3].

6. Bij de toetreding tot het Verdrag van Kaapstad zal de Gemeenschap geen van de verklaringen afleggen die krachtens de in artikel 56 van dat verdrag vermelde artikelen zijn toegestaan, met uitzondering van een verklaring over artikel 55. De lidstaten blijven bevoegd op het gebied van de materiële rechtsregels inzake insolventie.

7. De uitoefening van bevoegdheid die de lidstaten uit hoofde van het EG-Verdrag aan de Gemeenschap hebben overgedragen, is uit de aard der zaak voortdurend aan ontwikkeling onderhevig. In het kader van dat Verdrag kunnen de bevoegde instellingen beslissingen nemen die de omvang van de bevoegdheden van de Europese Gemeenschap bepalen. De Europese Gemeenschap behoudt zich dan ook het recht voor de onderhavige verklaring dienovereenkomstig te wijzigen; dit is evenwel geen voorwaarde voor de uitoefening van haar bevoegdheden met betrekking tot de door het Verdrag van Kaapstad geregelde aangelegenheden.

II. Verklaring krachtens artikel XXVII, lid 2, betreffende de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor de aangelegenheden die worden beheerst door het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden ("Protocol voor de luchtvaart"), waarvoor de lidstaten hun bevoegdheid aan de Gemeenschap hebben overgedragen.

1. Artikel XXVII van het Protocol voor de luchtvaart bepaalt dat door soevereine staten ingestelde regionale organisaties voor economische integratie die bevoegdheid hebben over bepaalde door dit protocol beheerste kwesties, ertoe kunnen toetreden, behoudens aflegging van de in lid 2 van dit artikel bedoelde verklaring. De Gemeenschap heeft beslist tot het Protocol voor de luchtvaart toe te treden en zal dus de voornoemde verklaring afleggen.

2. De huidige leden van de Europese Gemeenschap zijn het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

3. De onderhavige verklaring is evenwel niet van toepassing op het Koninkrijk Denemarken, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

4. De onderhavige verklaring is niet van toepassing op de gebieden van de lidstaten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap niet van toepassing is en doet geen afbreuk aan maatregelen of standpunten die de betrokken lidstaten krachtens het Protocol voor de luchtvaart namens en in het belang van deze gebieden kunnen vaststellen.

5. De lidstaten van de Europese Gemeenschap hebben hun bevoegdheden aan de Gemeenschap overgedragen voor de aangelegenheden die worden geregeld door Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken [4], door Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures [5] en door Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) [6].

6. Bij de toetreding tot het Protocol voor de luchtvaart zal de Gemeenschap geen verklaring krachtens artikel XXX, lid 1, over de toepassing van artikel VIII afleggen en zal zij evenmin een van de krachtens artikel XXX, leden 2 en 3, toegestane verklaringen afleggen. De lidstaten blijven bevoegd op het gebied van de materiële rechtsregels inzake insolventie.

7. De uitoefening van bevoegdheid die de lidstaten uit hoofde van het EG-Verdrag aan de Gemeenschap hebben overgedragen, is uit de aard der zaak voortdurend aan ontwikkeling onderhevig. In het kader van dat Verdrag kunnen de bevoegde instellingen beslissingen nemen die de omvang van de bevoegdheden van de Europese Gemeenschap bepalen. De Europese Gemeenschap behoudt zich dan ook het recht voor de onderhavige verklaring dienovereenkomstig te wijzigen; dit is evenwel geen voorwaarde voor de uitoefening van haar bevoegdheden met betrekking tot de door het Protocol voor de luchtvaart geregelde aangelegenheden.

[1] PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

[2] PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1.

[3] PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.

[4] PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

[5] PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1.

[6] PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.

--------------------------------------------------

BIJLAGE II

Verklaringen van de Europese Gemeenschap bij de toetreding tot het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel ("Verdrag van Kaapstad") en het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden ("Protocol voor de luchtvaart"), beide aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001 betreffende enkele bepalingen en maatregelen van het verdrag en het protocol

I. Verklaring van de Europese Gemeenschap krachtens artikel 55 van het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel ("Verdrag van Kaapstad")

Wanneer de schuldenaar op het grondgebied van een lidstaat van de Gemeenschap gevestigd is, zullen de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken [1], krachtens artikel 55 van het Verdrag van Kaapstad de artikelen 13 en 43 van dat verdrag voor de toekenning van voorlopig redres slechts toepassen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 44/2001, zoals uitgelegd door de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in het kader van het Verdrag van Brussel van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken [2].

II. Verklaring van de Europese Gemeenschap krachtens artikel XXX van het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden ("Protocol voor de luchtvaart")

Overeenkomstig artikel XXX, lid 5, van het Protocol voor de luchtvaart zal artikel XXI ervan in de Gemeenschap niet van toepassing zijn en wordt Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken [3] in deze aangelegenheden toegepast voor de lidstaten die door deze verordening gebonden zijn of door een overeenkomst die tot doel heeft de werking ervan uit te breiden.

[1] PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

[2] PB L 299 van 31.12.1972, blz. 32.

[3] PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

--------------------------------------------------


Beheerd door het Publicatiebureau