32008G1216(01)


Titel en vindplaats

Resolutie van de Raad van 21 november 2008 betreffende een Europese strategie voor meertaligheid

  PB C 320 van 16.12.2008, blz. 1–3 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

 BG  CS  DA  DE  EL  EN  ES  ET  FI  FR  HU  IT  LT  LV  MT  NL  PL  PT  RO  SK  SL  SV

Tekst

BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
html html html html html html html html html   html html html html html html html html html html html html html
pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf   pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf
tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff

Data

Classificatie

Allerlei informatie

Verbindingen tussen documenten

Tekst

Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV

Resolutie van de Raad

van 21 november 2008

betreffende een Europese strategie voor meertaligheid

(2008/C 320/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

VERWIJZEND NAAR:

1. de resolutie van de Raad van 14 februari 2002 betreffende het bevorderen van talendiversiteit en het leren van talen [1], waarin wordt benadrukt dat talenkennis een van de basisvaardigheden is die elke burger dient te bezitten om daadwerkelijk deel te hebben aan de Europese kennismaatschappij en als zodanig zowel de integratie in de maatschappij als de sociale cohesie bevordert;

2. de conclusies van de Europese Raad van Barcelona van 15 en 16 maart 2002, waarin wordt aangedrongen op maatregelen ter verbetering van de beheersing van basisvaardigheden, met name door onderwijs van twee vreemde talen vanaf zeer jonge leeftijd voor iedereen [2];

3. Beschikking nr. 1983/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 december 2006 betreffende het Europees Jaar van de interculturele dialoog (2008) [3];

4. de conclusies van de Raad van 19 mei 2006 over de Europese taalvaardigheidsindicator [4], waarin eens te meer wordt gesteld dat vaardigheden in vreemde talen niet alleen het wederzijdse begrip tussen volkeren helpen bevorderen, maar ook een absolute vereiste zijn voor een mobiele beroepsbevolking en bijdragen tot het concurrentievermogen van de economie van de Europese Unie;

5. de conclusies van de Raad van 22 mei 2008 over het Werkplan voor cultuur 2008-2010 [5], waarin de culturele dimensie van meertaligheid wordt onderstreept, en met name de rol van meertaligheid bij de toegang tot cultuur en haar bijdrage aan creativiteit;

6. de conclusies van de Raad van 22 mei 2008 over interculturele vaardigheden, waarin de rol van het aanleren van talen en van het vertalen bij het verwerven van interculturele vaardigheden wordt onderkend;

7. de conclusies van de Raad van 22 mei 2008 over meertaligheid, waarin de Commissie onder meer wordt verzocht om vóór eind 2008 met voorstellen te komen voor een alomvattend beleidskader voor meertaligheid.

ZICH VERHEUGEND OVER:

- de mededeling van de Commissie "Meertaligheid: een troef voor Europa en een gemeenschappelijk engagement" van 18 september 2008 [6].

NOTA NEMEND VAN

- het Groenboek van de Commissie "Migratie en mobiliteit: uitdagingen en kansen voor Europese onderwijssystemen" van 3 juli 2008 [7];

en in het licht van de werkzaamheden van de Conferentie over meertaligheid ("Etats généraux du multilinguisme") (Parijs, 26 september 2008).

IS VAN OORDEEL DAT:

- taalverscheidenheid en culturele verscheidenheid de bouwstenen vormen van de Europese identiteit; het gaat om een gedeelde erfenis, een rijkdom, een uitdaging en een troef voor Europa;

- meertaligheid een belangrijk sectoroverstijgend thema is, dat sociale, culturele, economische en dus ook educatieve aspecten omvat;

- de bevordering van minder gangbare Europese talen een belangrijke bijdrage aan meertaligheid vormt;

- er nog aanzienlijke inspanningen moeten worden geleverd om de studie van vreemde talen te bevorderen en om de culturele aspecten van taalverscheidenheid op alle onderwijs- en opleidingsniveaus naar waarde te schatten en tegelijkertijd de informatie over de veelheid aan Europese talen en de kennis ervan in de wereld te verbeteren;

- meertaligheid ook van bijzonder belang is voor het bevorderen van culturele verscheidenheid, onder meer in de media en in online-content, en van de interculturele dialoog in Europa en met de wereld daarbuiten; vertaling draagt daar in belangrijke mate toe bij, omdat zij talen en culturen met elkaar in contact brengt en een brede toegang biedt tot het geschreven woord en ideeën;

- de talendiversiteit in Europa een meerwaarde vormt bij de ontwikkeling van economische en culturele betrekkingen tussen de Europese Unie en de rest van de wereld;

- meertaligheid bijdraagt tot de ontwikkeling van de creativiteit doordat toegang wordt geboden tot andere denkwijzen en andere manieren om de wereld te interpreteren en de verbeelding tot uitdrukking te brengen.

VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE IN HET KADER VAN HUN RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN EN GEHEEL CONFORM HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL:

1. Meertaligheid te bevorderen ter versterking van de sociale samenhang, de interculturele dialoog en het Europese bouwwerk

a) meer bekendheid te geven aan de voordelen van taalverscheidenheid en van het aanleren van talen aan leden van de bevolking, met name jongeren die een eerste opleiding in het algemeen onderwijs of het beroepsonderwijs volgen;

b) migranten, en met name jongeren, de taal van het gastland aan te leren, als essentiële factor voor succesvolle integratie en inzetbaarheid, met respect voor de talen en culturen van het land van oorsprong.

2. Het leren van talen, gedurende het gehele leven, te bevorderen

a) ernaar te streven om jongeren vanaf zeer jonge leeftijd en ook na het algemeen onderwijs in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs gediversifieerd en hoogwaardig taal- en cultuuronderricht te geven, waardoor zij de mogelijkheid krijgen ten minste twee vreemde talen te beheersen, wat hun integratie in de kennismaatschappij ten goede komt;

b) inspanningen te doen om het verwerven en regelmatig bijschaven van taalvaardigheid voor iedereen, in formele, niet-formele en informele leeromgevingen, te bevorderen;

c) ernaar te streven het aantal talen dat op de verschillende onderwijsniveaus wordt onderwezen, met inbegrip van erkende talen die minder gangbaar zijn, te vergroten, zodat de leerlingen een keuze kunnen maken op basis van overwegingen zoals persoonlijke belangstelling of geografische situatie;

d) het aanleren en de verspreiding van Europese talen te stimuleren door gebruik te maken van nieuwe instrumenten zoals digitale communicatietechnologieën en teleonderwijs, alsmede van benaderingen zoals die welke gebaseerd zijn op het wederzijds begrijpen van verwante talen;

e) de evaluatie van leerlingen op basis van erkende instrumenten — zoals het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen van de Raad van Europa en het Europass-talenpaspoort — en, waar dienstig, de Europese taalvaardigheidsindicator te bevorderen;

f) bijzondere aandacht te schenken aan de nascholing van taaldocenten en aan de verbetering van de taalvaardigheden van docenten in het algemeen, om de ontwikkeling van anderstalig onderricht van andere dan taalvakken (CLIL — Content and Language Integrated Learning (overdracht van inhoudelijke kennis én talenkennis)), te stimuleren;

g) de Europese mobiliteit en de uitwisselingen tussen taaldocenten in Europees verband te bevorderen, om te bewerkstelligen dat zoveel mogelijk docenten tijd doorbrengen in een land waar de taal die zij onderwijzen, wordt gesproken;

h) via het Programma "Een leven lang leren" en desbetreffende nationale programma's alle doelgroepen, met name jongeren in opleiding en docenten, mobiliteitskansen te bieden die zij kunnen aangrijpen om hun taalvaardigheden te verbeteren, en via initiatieven zoals het Europees talenlabel leer- en onderwijsmateriaal voor talen te ontwikkelen.

3. Meertaligheid meer te propageren als troef voor het concurrentievermogen van de Europese economie en voor de mobiliteit en de inzetbaarheid van personen

a) het aanbieden en aanleren van een groot aantal talen te ondersteunen, zodat ondernemingen, in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen, een bredere toegang krijgen tot de wereldmarkten, met name de opkomende markten;

b) te bevorderen dat er meer rekening wordt gehouden met taalvaardigheden in de loopbaanontwikkeling van werknemers, met name in kleine en middelgrote ondernemingen;

c) middelen uit de Europese structuurfondsen vrij te maken om, waar dienstig, op het werk toegesneden taalopleidingen aan te bieden in de verdere beroepsopleiding en het volwassenenonderwijs;

d) de taalvaardigheden van werknemers met een migrantenachtergrond naar waarde te schatten en te benutten, als middel om de interculturele dialoog te intensiveren en de economie concurrerender te maken.

4. Taaldiversiteit en de interculturele dialoog te bevorderen door vertalingen meer te ondersteunen, teneinde de verspreiding van het geschreven woord en van ideeën en kennis in Europa en in de wereld aan te moedigen

A. in het kader van de bestaande beleidsinitiatieven en programma's:

a) het publiek en met name de Europese beroepsbeoefenaren beter te informeren over de nationale en Europese bepalingen betreffende subsidies voor het vertalen van literaire, wetenschappelijke en technische teksten, met inbegrip van culturele en creatieve online-content, boventiteling van voorstellingen met publiek en ondertiteling van audiovisuele werken en films;

b) de subsidies die in het kader van de bestaande Europese programma's worden verleend voor maatregelen ten gunste van vertaling, te coördineren en te verhogen;

c) de opleidingsmogelijkheden voor vertalers en de kwaliteit daarvan te vergroten en te zorgen voor een betere voorlichting van belangstellenden (scholen, universiteiten, ondernemingen enz.) over dit beroep en over het opleidingsaanbod;

d) het opzetten van netwerken van meertalige terminologische databanken te ondersteunen om het werk van vertalers en tolken te vergemakkelijken;

e) de ontwikkeling van taaltechnologieën, met name op het gebied van vertaling en vertolking, aan te moedigen door de samenwerking tussen de Commissie, de lidstaten, de lokale overheden, de onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven te verbeteren, en door onderzoeksprogramma's op elkaar te laten aansluiten, toepassingsgebieden te bepalen en technologieën toe te passen op alle talen van de Unie;

B. een discussie op gang te brengen over de zin en de haalbaarheid, op termijn, van een specifiek programma ter ondersteuning van vertaling dat beantwoordt aan de culturele, technologische en professionele aspecten van vertaling.

5. De talen van de Europese Unie in de wereld te promoten

a) de samenwerking tussen de lidstaten en tussen hun in derde landen gevestigde culturele instellingen of andere vertegenwoordigende organen te versterken, en taalpartnerschappen en de interculturele dialoog met derde landen te bevorderen;

b) optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van Europese talen om de culturele en economische dialoog met de rest van de wereld te stimuleren en de rol van de EU op het internationale toneel te versterken;

c) de samenwerking met nationale en internationale organisaties, met name de Raad van Europa en UNESCO, die actief zijn op het gebied van taalstudie en taal- en culturele verscheidenheid, te vergroten.

VERZOEKT DE COMMISSIE:

1. de lidstaten te steunen bij hun inspanningen om de doelstellingen van deze resolutie te verwezenlijken, door het potentieel van de Europese samenwerking op onderwijs- en cultureel gebied, en op andere relevante beleidsterreinen, volledig te benutten;

2. in de context van het nieuwe uitgebreide beleidskader inzake meertaligheid en binnen de grenzen van haar bevoegdheden, maatregelen te nemen die terdege rekening houden met de taalbehoeften van burgers en instellingen, met bijzondere aandacht voor:

- de betrekkingen tussen de Europese instellingen en het publiek;

- de betrekkingen tussen de Europese instellingen en nationale instellingen; en er daarbij met name voor te zorgen dat informatie beschikbaar is in alle officiële talen, en meertaligheid op de websites van de Commissie te bevorderen;

3. medio 2011 verslag uit te brengen over de uitvoering van deze resolutie, in samenwerking met de lidstaten, en daarbij waarde te hechten aan voorbeelden van goede praktijken;

4. de situatie met betrekking tot taalvaardigheden in Europa periodiek te toetsen, met name op basis van bestaand onderzoek in de lidstaten, het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen en, waar dienstig, de Europese taalvaardigheidsindicator.

[1] PB C 50 van 23.2.2002.

[2] SN 100/02, punt 44, blz. 19.

[3] PB L 412 van 30.12.2006, blz. 44.

[4] PB C 172 van 25.7.2006, blz. 1.

[5] PB C 143 van 10.6.2008.

[6] 13253/08 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3.

[7] 11631/08 + ADD 1 (COM(2008) 423 def.).

--------------------------------------------------

Naar boven

Beheerd door het Publicatiebureau