32007R0783


Titel en vindplaats

Verordening (EG) nr. 783/2007 van de Raad van 25 juni 2007 waarbij Bulgarije en Roemenië wordt toegestaan af te wijken van een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 2371/2002 met betrekking tot de referentieniveaus van de vissersvloten

  PB L 175 van 5.7.2007, blz. 1–2 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

 BG  CS  DA  DE  EL  EN  ES  ET  FI  FR  HU  IT  LT  LV  MT  NL  PL  PT  RO  SK  SL  SV

Tekst

BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
html html html html html html html html html   html html html html html html html html html html html html html
pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf   pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf pdf
tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff

Data

Classificatie

Allerlei informatie

Verbindingen tussen documenten

Tekst

Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV

Verordening (EG) nr. 783/2007 van de Raad

van 25 juni 2007

waarbij Bulgarije en Roemenië wordt toegestaan af te wijken van een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 2371/2002 met betrekking tot de referentieniveaus van de vissersvloten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië,

Gelet op de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 56,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid [1] is bepaald dat voor de vloot van elke lidstaat referentieniveaus moeten worden vastgesteld die gelijk zijn aan de som van de doelstellingen van het meerjarig oriëntatieprogramma 1997-2002 voor elk segment.

(2) Bulgarije en Roemenië hebben geen doelstellingen zoals bedoeld in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

(3) Voor die lidstaten zouden de referentieniveaus uitsluitend kunnen worden vastgesteld op basis van de omvang van hun vloot op het ogenblik van hun toetreding. In dat geval zouden de verplichtingen die zijn vastgesteld in artikel 11, leden 2 en 4, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 evenwel overbodig worden, aangezien die verplichtingen en de verplichtingen ingevolge de regeling voor toevoeging/onttrekking van artikel 13 van die verordening elkaar zouden overlappen.

(4) Het is dan ook niet dienstig voor Bulgarije en Roemenië referentieniveaus zoals bedoeld in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002, vast te stellen en evenmin artikel 11, leden 2 en 4, van die verordening voor die lidstaten toe te passen, aangezien dat geen effect zou hebben op het beheer van de vloot door de nieuwe lidstaten.

(5) Bijgevolg moet worden toegestaan dat Bulgarije en Roemenië afwijken van die bepalingen van Verordening (EG) nr. 2371/2002,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij wijze van afwijking zijn artikel 11, leden 2 en 4, en artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 niet van toepassing op Bulgarije en Roemenië.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 25 juni 2007.

Voor de Raad

De voorzitster

A. Schavan

[1] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

--------------------------------------------------

Naar boven

Beheerd door het Publicatiebureau