Richtlijn 2007/15/EG van de Commissie van 14 maart 2007 tot wijziging van bijlage I bij Richtlijn 74/483/EEG van de Raad betreffende de naar buiten uitstekende delen van motorvoertuigen, met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang (Voor de EER relevante tekst )
Publicatieblad Nr. L 075 van 15/03/2007 blz. 0021 - 0023
Richtlijn 2007/15/EG van de Commissie van 14 maart 2007 tot wijziging van bijlage I bij Richtlijn 74/483/EEG van de Raad betreffende de naar buiten uitstekende delen van motorvoertuigen, met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang (Voor de EER relevante tekst) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan [1], en met name op artikel 13, lid 2, tweede streepje, Gelet op Richtlijn 74/483/EEG van de Raad van 17 september 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de naar buiten uitstekende delen van motorvoertuigen [2], en met name op artikel 5, Overwegende hetgeen volgt: (1) Richtlijn 74/483/EEG is een van de bijzondere richtlijnen in het kader van de bij Richtlijn 70/156/EEG vastgestelde EG-typegoedkeuringsprocedure. De bepalingen van Richtlijn 70/156/EEG betreffende systemen, onderdelen en technische eenheden van voertuigen zijn daarom van toepassing op Richtlijn 74/483/EEG. (2) Om rekening te houden met de technische vooruitgang en om duidelijkheid te scheppen in de technische voorschriften, moeten de voorschriften betreffende de bumpers worden aangepast. (3) Bijlage IV, deel II, bij Richtlijn 70/156/EEG bevat een lijst van reglementen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), die als alternatief voor typegoedkeuringsrichtlijnen kunnen worden aanvaard. Wanneer bijlage I bij Richtlijn 74/483/EEG aan de technische vooruitgang wordt aangepast, moeten de bepalingen van die richtlijn bijgevolg in overeenstemming worden gebracht met het daarmee gelijkwaardige VN/ECE-Reglement nr. 26. (4) Richtlijn 74/483/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. (5) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 13, lid 1, van Richtlijn 70/156/EEG ingestelde Comité voor de aanpassing aan de technische vooruitgang, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Bijlage I bij Richtlijn 74/483/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn. Artikel 2 Vanaf 4 april 2009 weigert een lidstaat EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring voor een voertuigtype te verlenen om redenen die verband houden met de naar buiten uitstekende delen, indien niet aan de voorschriften van Richtlijn 74/483/EEG, gewijzigd bij deze richtlijn, is voldaan. Artikel 3 1. De lidstaten dienen vóór 4 april 2008 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn. Zij passen die bepalingen toe vanaf 5 april 2008. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 4 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 5 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 14 maart 2007. Voor de Commissie Günter Verheugen Vicevoorzitter [1] PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 161 van 14.6.2006, blz. 12). [2] PB L 266 van 2.10.1974, blz. 4. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003. -------------------------------------------------- BIJLAGE Punt 6.5.2 van bijlage I bij Richtlijn 74/483/EEG wordt als volgt gewijzigd: "6.5.2. Indien de voor- of achterbumperlijn die overeenkomt met de contour van de verticale projectie van het voertuig, zich op een stijf oppervlak bevindt, moet dat oppervlak een minimumafrondingsstraal van 5 mm hebben op alle punten tussen enerzijds de contourlijn en anderzijds lijnen boven en onder de contourlijn door punten die, loodrecht op de contourlijn gemeten, vanaf de contourlijn 20 mm naar binnen liggen. Alle andere delen van de bumpers moeten een minimumafrondingsstraal van 2,5 mm hebben. Deze bepaling geldt voor het deel van de bumper dat ligt tussen de raakpunten van de contourlijn met twee verticale vlakken die elk een hoek van 15° vormen met het verticale middenlangsvlak van het voertuig (zie figuur 1). +++++ TIFF +++++ Figuur 1".20 mmVerticaal langsvlak van het voertuig20 mmDe minimumafrondingsstraal van 5 mm geldt voor het gearceerde deel van de bumper.Verticaal vlak15 ° --------------------------------------------------