Verordening (EG) nr. 1683/2006 van de Commissie van 14 november 2006 betreffende de overgangsmaatregelen die voor het handelsverkeer van landbouwproducten moeten worden vastgesteld wegens de toetreding van Bulgarije en Roemenië
Publicatieblad Nr. L 314 van 15/11/2006 blz. 0018 - 0021
Verordening (EG) nr. 1683/2006 van de Commissie van 14 november 2006 betreffende de overgangsmaatregelen die voor het handelsverkeer van landbouwproducten moeten worden vastgesteld wegens de toetreding van Bulgarije en Roemenië DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 4, lid 3, Gelet op de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 41, eerste alinea, Overwegende hetgeen volgt: (1) Er moeten overgangsmaatregelen worden vastgesteld om te voorkomen dat de toetreding van twee nieuwe lidstaten tot de Europese Unie op 1 januari 2007 zou kunnen leiden tot verleggingen van het handelsverkeer en tot verstoring van de mededinging, wat een nadelige invloed zou hebben op de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten. (2) Volgens Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten [1] komen producten niet voor een uitvoerrestitutie in aanmerking tenzij zij het douanegebied van de Gemeenschap binnen 60 dagen na de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer hebben verlaten. Op grond van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten [2] is naleving van het voorschrift dat de producten het douanegebied van de Gemeenschap binnen 60 dagen na de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer moeten hebben verlaten, ook een primaire eis voor vrijgave van de met het certificaat verbonden zekerheid. Omdat de binnengrenzen bij de toetreding van Bulgarije en Roemenië worden opgeheven, moeten de uit de Gemeenschap van de Vijfentwintig uitgevoerde producten het douanegebied van de Gemeenschap in alle gevallen uiterlijk op 31 december 2006 hebben verlaten, ook wanneer de aangifte ten uitvoer minder dan 60 dagen vóór de datum van toetreding is aanvaard. (3) Bij verleggingen van het handelsverkeer die de marktordeningen kunnen verstoren, gaat het vaak om producten die met het oog op de uitbreiding kunstmatig worden verplaatst en niet behoren tot de normale voorraden van de betrokken staat. De opstapeling van dergelijke overtollige hoeveelheden kan ook concurrentieverstorend werken, wat een ongunstige invloed kan hebben op de deugdelijke werking van de gemeenschappelijke marktordening. Overtollige voorraden kunnen ook het gevolg zijn van binnenlandse productie. Daarom dient te worden voorzien in de heffing van afschrikkende belastingen op overtollige voorraden in de nieuwe lidstaten. (4) De nodige bepalingen moeten worden vastgesteld om te voorkomen dat marktdeelnemers de toepassing van de in artikel 4 vastgestelde belastingen op goederen in het vrije verkeer omzeilen door goederen die reeds in de Gemeenschap van de Vijfentwintig of, vóór de toetreding, in een nieuwe lidstaat in het vrije verkeer waren gebracht, onder een schorsingsregeling te plaatsen, hetzij in tijdelijke opslag hetzij onder een van de douanebestemmingen of -regelingen als bedoeld in artikel 4, punt 15, onder b), en punt 16, onder b) tot en met g), van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek [3]. (5) Voorkomen moet worden dat voor goederen waarvoor vóór 1 januari 2007 een uitvoerrestitutie is betaald, een tweede restitutie wordt toegekend bij uitvoer naar derde landen na 31 december 2006. (6) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn nodig en passend en moeten op uniforme wijze worden toegepast. (7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de betrokken comités van beheer, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a) "Gemeenschap van de Vijfentwintig": de Gemeenschap in haar samenstelling op 31 december 2006; b) "nieuwe lidstaten": Bulgarije en Roemenië; c) "uitgebreide Gemeenschap": de Gemeenschap in haar samenstelling op 1 januari 2007; d) "producten": landbouwproducten en/of niet in bijlage I bij het EG-Verdrag genoemde goederen; e) "productierestitutie": de restitutie die wordt toegekend op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad [4] of artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad [5]. Artikel 2 Uitvoer uit de Gemeenschap van de Vijfentwintig Indien voor de producten die bestemd zijn voor uitvoer uit de Gemeenschap van de Vijfentwintig naar een van de nieuwe lidstaten en waarvoor uiterlijk op 31 december 2006 een aangifte ten uitvoer is aanvaard, niet uiterlijk op die datum het recht op restitutie is ontstaan overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 800/1999, betaalt de begunstigde elke eventueel ontvangen restitutie overeenkomstig artikel 52 van die verordening terug. Artikel 3 Schorsingsregeling 1. In afwijking van bijlage V, hoofdstuk 4, bij de Toetredingsakte en van de artikelen 20 en 214 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 worden, als een douaneschuld bij invoer ontstaat, het in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad [6] vastgestelde invoerrecht dat op de datum van het ontstaan van die schuld geldt, en, indien van toepassing, aanvullende rechten geheven op de in artikel 4, lid 5, van deze verordening genoemde producten die zich vóór 1 januari 2007 in de Gemeenschap van de Vijfentwintig of in een nieuwe lidstaat in het vrije verkeer hebben bevonden en die op 1 januari 2007 in de uitgebreide Gemeenschap in tijdelijke opslag zijn of onder een van de in artikel 4, punt 15, onder b), en punt 16, onder b) tot en met g), van Verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde douanebestemmingen of -regelingen vallen dan wel binnen de uitgebreide Gemeenschap worden vervoerd na aan uitvoerformaliteiten te zijn onderworpen. De eerste alinea geldt niet voor uit de Gemeenschap van de Vijfentwintig uitgevoerde producten indien de importeur bewijst dat geen uitvoerrestitutie is aangevraagd voor de producten uit de lidstaat van uitvoer. Op verzoek van de importeur zorgt de exporteur ervoor dat de bevoegde autoriteit op de aangifte ten uitvoer aantekent dat geen uitvoerrestitutie is aangevraagd voor de producten uit de lidstaat van uitvoer. 2. In afwijking van bijlage V, hoofdstuk 4, bij de Toetredingsakte en van de artikelen 20 en 214 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 worden, als een douaneschuld bij invoer ontstaat, het in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 vastgestelde invoerrecht dat op de datum van het ontstaan van die schuld geldt, en, indien van toepassing, aanvullende rechten geheven op de in artikel 4, lid 5, van deze verordening genoemde producten die afkomstig zijn uit derde landen en die op 1 januari 2007 in een nieuwe lidstaat onder de in artikel 4, punt 16, onder d), van Verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde regeling actieve veredeling of de in artikel 4, punt 16, onder f), van die verordening bedoelde regeling tijdelijke invoer vallen. Artikel 4 Belastingen op goederen in het vrije verkeer 1. Onverminderd bijlage V, hoofdstuk 3, bij de Toetredingsakte leggen de nieuwe lidstaten, voor zover op nationaal niveau geen strengere wetgeving bestaat, belastingen op aan de houders van op 1 januari 2007 aanwezige overtollige voorraden producten in het vrije verkeer. 2. Bij de bepaling van de overtollige voorraad van elke houder houden de nieuwe lidstaten in het bijzonder rekening met: a) de gemiddelde beschikbare voorraden in de jaren vóór de toetreding, b) het handelspatroon in de jaren vóór de toetreding, c) de omstandigheden waaronder de voorraden zijn gevormd. Het begrip overtollige voorraden is van toepassing op producten die in de nieuwe lidstaten zijn ingevoerd of van oorsprong uit de nieuwe lidstaten zijn. Het begrip overtollige voorraden is eveneens van toepassing op voor de markt van de nieuwe lidstaten bestemde producten. De voorraden worden geregistreerd op basis van de op 1 januari 2007 geldende gecombineerde nomenclatuur. 3. Het bedrag van de in lid 1 bedoelde belasting is voor elk betrokken product gelijk aan het bedrag waarmee het in artikel 3, lid 1, bedoelde invoerrecht, inclusief eventuele aanvullende douanerechten, dat op 31 december 2006 in de Gemeenschap van toepassing is, het invoerrecht dat op die datum in de nieuwe lidstaat van toepassing is, overschrijdt, vermeerderd met 20 % van dat bedrag. De opbrengsten van de door de nationale autoriteiten geïnde belasting worden toegewezen aan de nationale begroting van de nieuwe lidstaat. 4. Met het oog op een correcte toepassing van de in lid 1 bedoelde belasting maken de nieuwe lidstaten onverwijld een inventaris op van de op 1 januari 2007 beschikbare voorraden. Hiertoe kunnen zij gebruik maken van een systeem voor de identificatie van houders van overtollige voorraden dat gebaseerd is op een risicoanalyse waarbij met name rekening wordt gehouden met de volgende criteria: - het soort activiteit dat de houder verricht, - de capaciteit van de opslagvoorzieningen, - de omvang van de activiteiten. Uiterlijk op 1 februari 2007 stellen de nieuwe lidstaten de Commissie in kennis van de maatregelen die zij vóór de toetreding hebben genomen om speculatieve voorraadopbouw in verband met hun toetreding te voorkomen, en met name om invoerstromen voor producten waarvoor het risico op voorraadopbouw groot is, op te sporen en te controleren. Uiterlijk op 30 september 2007 stellen de nieuwe lidstaten de Commissie in kennis van de in de overtollige voorraden aanwezige hoeveelheden producten, met uitzondering van de hoeveelheden in de in artikel 5 bedoelde openbare voorraden. 5. Dit artikel geldt voor producten van de volgende GN-codes: a) in het geval van Bulgarije: - 02011000, 020120, 02013000, 02021000, 020220, 020230, - 020311, 020312, 020319, 020321, 020322, 020329, 0204, 0207 [7], 020900, 0210, - 0401, 0402, 0403, 0404, 0405, 0406, - 040700, 0408, - 07032000, 07115100, - 1001, 10020000, 100300, 10040000, 1005, 100610, 100620, 100630, 10064000, 100700, 1008, 110100, 1102, 1103, 1104, 1107, 1108, 11090000, - 1501, 1509, 151000, 1517, - 1601, 160232, 160239, 160241, 160242, 160249, 160250, 160290, - 170230 [8], 170240 [9], 17029010, 17029050, 17029075, 17029079, 19019099, - 20031020, 20031030, 200820, 20083055, 20083075, 200911, 200919, 200949, - 21069098 [10], 220430, 22071000, 22072000, 22089091, 22089099, 2402; b) in het geval van Roemenië: - 02011000, 020120, 02013000, 02021000, 020220, 020230, - 020311, 020312, 020319, 020321, 020322, 020329, 0204, 020713, 020714, 020726, 020727, 020900, 0210, - 0401, 040210, 040221, 040291, 040299, 0403, 0404, 0405, 0406, - 040700, 0408, - 07032000, 07115100, - 1001, 10020000, 100300, 10040000, 1005, 100610, 100620, 100630, 10064000, 100700, 1008, 110100, 1102, 1103, 1104, 1107, 1108, 11090000, - 1501, 1509, 151000, 1517, - 1601, 160232, 160239, 160242, 160250, 160290, - 170230 [11], 170240 [12], 17029010, 17029050, 17029075, 17029079, 19019099, - 20031020, 20031030, 200820, 20083055, 20083075, 200911, 200919, - 21069098 [13], 220430, 22071000, 22072000, 22089091, 22089099. Indien een GN-code betrekking heeft op onderscheiden producten waarvoor het in lid 3 bedoelde invoerrecht niet hetzelfde is, wordt de in lid 4 bedoelde inventaris van de voorraden opgemaakt voor elk product of elke groep producten waarvoor een verschillend invoerrecht geldt. 6. De Commissie kan producten aan de in lid 5, onder a) en b), opgenomen lijst toevoegen of van die lijst schrappen. Artikel 5 Telling van de openbare voorraden Uiterlijk op 1 april 2007 deelt elke nieuwe lidstaat de lijst en de hoeveelheden mee van de goederen die zich in die lidstaat in de in bijlage V, hoofdstuk 3, bij de Toetredingsakte bedoelde openbare voorraden bevinden. Artikel 6 Nationale veiligheidsvoorraden De eventueel door de nieuwe lidstaten aangelegde nationale veiligheidsvoorraden zijn niet begrepen in de in artikel 4, lid 4, en artikel 5 bedoelde voorraden. Met het oog op de opstelling van de communautaire voorzieningsbalans stellen de nieuwe lidstaten de Commissie in kennis van alle wijzigingen in de nationale veiligheidsvoorraden en van de voorwaarden betreffende deze wijzigingen. Artikel 7 Maatregelen in geval van niet-betaling van belastingen Indien een lidstaat vermoedt dat de in artikel 3 bedoelde belastingen niet zijn betaald voor een product, stelt hij de betrokken lidstaat daarvan in kennis om deze in staat te stellen passende maatregelen te nemen. Artikel 8 Bewijs van niet-betaling van een uitvoerrestitutie Producten waarvoor de nieuwe lidstaten de aangifte ten uitvoer naar derde landen aanvaarden in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2007, kunnen voor een uitvoerrestitutie in aanmerking komen op voorwaarde dat vast komt te staan dat voor die producten of de bestanddelen ervan nog geen uitvoerrestitutie is betaald. Artikel 9 Geen dubbele betaling van restituties Geen enkel product komt in aanmerking voor meer dan één uitvoerrestitutie. Producten waarvoor een uitvoerrestitutie is betaald, komen niet in aanmerking voor een productierestitutie wanneer zij voor de vervaardiging van in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie [14] genoemde producten worden gebruikt, en evenmin voor interventies of steun als bedoeld in titel I, artikel 3, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad [15]. Artikel 10 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie. Zij is van toepassing tot en met 31 december 2009. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 14 november 2006. Voor de Commissie Mariann Fischer Boel Lid van de Commissie [1] PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 671/2004 (PB L 105 van 14.4.2004, blz. 5). [2] PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1282/2006 (PB L 234 van 29.8.2006, blz. 4). [3] PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. [4] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. [5] PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. [6] PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. [7] Met uitzondering van 020734. [8] Met uitzondering van 17023010. [9] Met uitzondering 17024010. [10] Alleen voor goederen met een melkgehalte van meer dan 40 %. [11] Met uitzondering van 17023010. [12] Met uitzondering van 17024010. [13] Alleen voor goederen met een melkgehalte van meer dan 40 %. [14] PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. [15] PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1. --------------------------------------------------