Verordening (EG) nr. 764/2006 van de Raad van 22 mei 2006 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko
PB L 141 van 29.5.2006, blz. 1–3 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
PB L 294M van 25.10.2006, blz. 131–167 (MT)
bijzondere uitgave in het Bulgaars: Hoofdstuk 04 Deel 08 blz. 216 - 218
bijzondere uitgave in het Roemeens: Hoofdstuk 04 Deel 08 blz. 216 - 218
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV NL PL PT RO SK SL SV |
Verordening (EG) Nr. 764/2006 van de Raad
van 22 mei 2006
betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37, juncto artikel 300, lid 2 en lid 3, eerste alinea,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement [1],
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko hebben onderhandeld over een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij waarbij aan vissers uit de Gemeenschap vangstmogelijkheden worden toegekend in de wateren waarover het Koninkrijk Marokko de soevereiniteit of de jurisdictie bezit, en hebben deze overeenkomst geparafeerd.
(2) Het is in het belang van de Gemeenschap deze overeenkomst goed te keuren.
(3) Er dient te worden bepaald hoe de vangstmogelijkheden over de lidstaten moeten worden verdeeld,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.
De tekst van de overeenkomst is aan deze verordening gehecht.
Artikel 2
De in het protocol bij de overeenkomst vastgestelde vangstmogelijkheden worden als volgt over de lidstaten verdeeld:
Type visserij | Vaartuigtype | Lidstaat | Vergunningen of quota |
Kleinschalige pelagische visserij in het noorden | Zegenvisserijvaartuigen | Spanje | 20 |
Kleinschalige visserij in het noorden | Vaartuigen voor de visserij met de grondbeug, < 40 GT | Spanje | 20 |
Portugal | 7 |
Vaartuigen voor de visserij met de grondbeug, > 40 GT < 150 GT | Portugal | 3 |
Kleinschalige visserij in het zuiden | | Spanje | 20 |
Demersale visserij | Vaartuigen voor de visserij met de grondbeug | Spanje | 7 |
Portugal | 4 |
Trawlers | Spanje | 10 |
| | Italië | 1 |
Tonijnvisserij | Vaartuigen voor de visserij met de hengel | Spanje | 23 |
Frankrijk | 4 |
Industriële pelagische visserij | | Duitsland | 4850 t |
Litouwen | 15520 t |
Letland | 8730 t |
Nederland | 19400 t |
Ierland | 2500 t |
Polen | 2500 t |
Verenigd Koninkrijk | 2500 t |
Spanje | 400 t |
| | Portugal | 1333 t |
| | Frankrijk | 2267 t |
Het beheer van de vangstmogelijkheden geschiedt geheel overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid [2]. Indien met de door deze lidstaten ingediende vergunningaanvragen niet alle in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden benut, kan de Commissie vergunningaanvragen van andere lidstaten in aanmerking nemen.
Artikel 3
De lidstaten waarvan de vaartuigen in het kader van deze overeenkomst vissen, melden de in de Marokkaanse visserijzone gevangen hoeveelheden van elk bestand aan de Commissie op de wijze zoals bepaald bij Verordening (EG) nr. 500/2001 van de Commissie van 14 maart 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad wat betreft de controle op de vangsten van de communautaire vissersvaartuigen in de wateren van derde landen en in volle zee [3].
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 mei 2006.
Voor de Raad
De voorzitter
J. Pröll
[1] Advies van het Europees Parlement van 16 mei 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
[2] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.
[3] PB L 73 van 15.3.2001, blz. 8.
--------------------------------------------------
| Naar boven |