32005D0598

2005/598/EG: Beschikking van de Commissie van 2 augustus 2005 tot vaststelling van een verbod op het in de handel brengen, voor welke toepassingen ook, van producten van runderen die vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk zijn geboren of gehouden en tot vrijstelling van dergelijke dieren van bepaalde bestrijdings- en uitroeiingsmaatregelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 999/2001 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 2916) (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 204 van 05/08/2005 blz. 0022 - 0023


Beschikking van de Commissie

van 2 augustus 2005

tot vaststelling van een verbod op het in de handel brengen, voor welke toepassingen ook, van producten van runderen die vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk zijn geboren of gehouden en tot vrijstelling van dergelijke dieren van bepaalde bestrijdings- en uitroeiingsmaatregelen als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 999/2001

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 2916)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/598/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën [1], en met name op artikel 12, lid 1, vijfde alinea, artikel 13, lid 3, artikel 16, lid 7 en artikel 23,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In het advies van het Wetenschappelijk Panel voor biologische gevaren van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) van 21 april 2004 over de wetenschappelijke rechtvaardiging voor het voorstellen van wijzigingen op het Britse Date Based Export Scheme (DBES) en de Over Thirty Months (OTM)-regeling wordt geconcludeerd dat in het Verenigd Koninkrijk vóór 1 augustus 1996 geboren of gehouden runderen buiten de voedings- en voederketens moeten worden gehouden wegens de grotere incidentie van boviene spongiforme encefalopathie (BSE) in deze groep. Voor na die datum geboren runderen concludeert het advies dat het BSE-risico voor consumenten vergelijkbaar is met dat in andere lidstaten. Vanaf 1 augustus 1996 was het verboden vleesbeendermeel te gebruiken in voeder voor alle landbouwhuisdieren in het Verenigd Koninkrijk.

(2) Onder deze omstandigheden is het dienstig dat het in de handel brengen wordt verboden van alle producten die bestaan uit materialen van vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk geboren of gehouden runderen of waarin deze materialen zijn verwerkt en dat ervoor wordt gezorgd dat deze materialen worden vernietigd om elk risico van overdracht van overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE) op mens of dier te vermijden.

(3) Ingevolge wetenschappelijk advies waarin wordt gesteld dat huiden geen risico opleveren, is het niet nodig dat voorwaarden voor de handel daarvan worden vastgesteld. Daarom moet het mogelijk zijn huiden van deze dieren voor de lederproductie te gebruiken.

(4) Voor het in de handel brengen van de huiden moet worden voldaan aan de eisen van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten [2] en van Verordening (EG) nr. 878/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot vaststelling van overgangsmaatregelen krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad voor bepaalde dierlijke bijproducten die als categorie 1- of categorie 2-materiaal zijn ingedeeld en voor technische toepassingen bestemd zijn [3]. Aangezien krachtens Verordening (EG) nr. 999/2001 geen beperkingen van toepassing zijn op melk en producten op basis van melk, moeten melk en producten op basis van melk ook worden uitgesloten van het verbod op het in de handel brengen.

(5) Verordening (EG) nr. 1326/2001 van de Commissie van 29 juni 2001 tot vaststelling van overgangsmaatregelen met het oog op de overgang op Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën, en tot wijziging van de bijlagen VII en XI bij die verordening [4] heeft als overgangsmaatregel de uitvoering van sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 999/2001 opgeschort, met name de maatregelen met betrekking tot het in de handel brengen van producten, als vastgesteld in artikel 16. Onder deze omstandigheden moet een verbod op het in de handel brengen van producten van dieren die vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk zijn geboren of gehouden als overgangsmaatregel worden vastgesteld in afwachting van de goedkeuring en de inwerkingtreding van een beschikking tot vaststelling van de BSE-status van het Verenigd Koninkrijk.

(6) In de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 999/2001 worden voorschriften vastgesteld betreffende de te nemen maatregelen met betrekking tot verdachte dieren en bij bevestiging van de aanwezigheid van een TSE. In artikel 13 wordt bepaald dat de lidstaten die een alternatieve regeling toepassen die een beschermingsniveau biedt dat gelijkwaardig is met de in die artikelen vastgestelde maatregelen inzake het verbod op verplaatsingen van dieren of de eis om alle dieren van de cohort te doden en te vernietigen, bij wijze van afwijking die gelijkwaardige maatregelen mogen toepassen, mits zij overeenkomstig een comitéprocedure zijn goedgekeurd.

(7) Op 24 mei 2001 heeft het Verenigd Koninkrijk een aanvraag ingediend om erkenning van de maatregelen die het toepast als zijnde gelijkwaardig met de voorschriften van de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 999/2001 inzake het verbod op verplaatsingen van dieren of de eis om alle dieren van de cohort te doden.

(8) Op 11 januari 2002 heeft de Wetenschappelijke Stuurgroep (hierna "WS" genoemd) een advies goedgekeurd over de bijkomende garantie die onder de huidige voorwaarden door verschillende dodingsregelingen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland wordt geboden. De WS heeft erkend dat de in het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijnde maatregelen, namelijk een totaal voederverbod, de toepassing van de regeling voor de vernietiging van runderen van meer dan 30 maanden (OTM-regeling) en een verbod op het gebruik van gespecificeerd risicomateriaal, mits zij doeltreffend worden uitgevoerd, een veiligheidsniveau bieden dat niet significant kan worden verbeterd door het doden en vernietigen van risicodieren, zoals voorgeschreven in artikel 13, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 999/2001.

(9) Aangezien geen producten, met uitzondering van melk en op melk gebaseerde producten alsook uitsluitend voor gebruik voor de lederproductie bereide huiden, die zijn afgeleid van vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk geboren of gehouden runderen in de handel mogen worden gebracht, moet er op grond van het advies van de WS van 11 januari 2002 van worden uitgegaan dat een regeling voor de vernietiging van deze dieren aan het einde van hun productieve leven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1774/2002 garanties biedt die gelijkwaardig zijn met de in de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 999/2001 vastgestelde maatregelen. Voor na 31 juli 1996 geboren risicodieren moeten alle in Verordening (EG) nr. 999/2001 vastgestelde uitroeiingsmaatregelen van toepassing blijven.

(10) Het is daarom dienstig om parallel met het verbod op het in de handel brengen, het Verenigd Koninkrijk vrij te stellen van de meeste in de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 999/2001 vastgestelde bestrijdings- en uitroeiingsmaatregelen voor dieren die vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk zijn geboren of gehouden.

(11) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Er mogen geen producten die bestaan uit materialen, met uitzondering van melk, van vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk geboren of gehouden runderen of waarin dergelijke materialen zijn verwerkt, in de handel worden gebracht.

2. Bij de dood van vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk geboren of gehouden runderen worden alle delen van de dieren verwijderd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1774/2002.

3. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 en 2 mogen de huiden van de daarin bedoelde dieren voor de lederproductie worden gebruikt overeenkomstig Verordeningen (EG) nr. 1774/2002 en (EG) nr. 878/2004, artikel 4, lid 1, en artikel 5.

Artikel 2

1. Wanneer een overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE) wordt vermoed of officieel is bevestigd bij een vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk geboren of gehouden rund, wordt het Verenigd Koninkrijk vrijgesteld van toepassing van de voorschriften:

a) in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 999/2001 om de resterende dieren uit het betrokken bedrijf, met uitzondering van die welke in de periode van twaalf maanden na 1 augustus 1996 zijn geboren, aan een officiële verplaatsingsbeperking te onderwerpen in afwachting van het resultaat van een klinisch en epidemiologisch onderzoek;

b) in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 999/2001 en bijlage VII bij die verordening betreffende bevestigde gevallen om andere dieren dan het bevestigde geval te identificeren en te vernietigen.

2. De volgende dieren worden echter overeenkomstig Verordening (EG) nr. 999/2001 geïdentificeerd, gedood en vernietigd:

a) wanneer de ziekte bij een vrouwelijk dier bevestigd wordt, de nakomelingen die zijn geboren in de laatste twee jaar voordat of in de periode nadat de eerste klinische verschijnselen van de ziekte zich hebben voorgedaan;

b) wanneer de ziekte wordt bevestigd bij een dier dat is geboren in de periode van twaalf maanden vóór 1 augustus 1996, de na 31 juli 1996 geboren cohortgenoten.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 2 augustus 2005.

Voor de Commissie

Markos Kyprianou

Lid van de Commissie

[1] PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 260/2005 van de Commissie (PB L 46 van 17.2.2005, blz. 31).

[2] PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 416/2005 van de Commissie (PB L 66 van 12.3.2005, blz. 10).

[3] PB L 162 van 30.4.2004, blz. 62.

[4] PB L 177 van 30.6.2001, blz. 60. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1234/2003 (PB L 173 van 11.7.2003, blz. 6).

--------------------------------------------------


Beheerd door het Publicatiebureau