Richtlijn 2004/6/EG van de Commissie van 20 januari 2004 houdende afwijking van Richtlijn 2001/15/EG teneinde de toepassing van het handelsverbod voor bepaalde producten uit te stellen (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 015 van 22/01/2004 blz. 0031 - 0033
Richtlijn 2004/6/EG van de Commissie van 20 januari 2004 houdende afwijking van Richtlijn 2001/15/EG teneinde de toepassing van het handelsverbod voor bepaalde producten uit te stellen (Voor de EER relevante tekst) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 89/398/EEG van de Raad van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen(1), en met name op artikel 4, lid 2, Overwegende hetgeen volgt: (1) Richtlijn 2001/15/EG van de Commissie van 15 februari 2001 inzake stoffen die voor specifieke voedingsdoeleinden aan voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen mogen worden toegevoegd(2) vermeldt bepaalde categorieën stoffen en voor iedere categorie afzonderlijk de chemische stoffen die bij de vervaardiging van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen mogen worden gebruikt. Zij bepaalt dat de lidstaten de handel in producten die niet aan de richtlijn voldoen, met ingang van 1 april 2004 moeten verbieden. (2) Bij de vaststelling van Richtlijn 2001/15/EG konden diverse stoffen die voor specifieke voedingsdoeleinden worden toegevoegd aan voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen en die in een aantal lidstaten in de handel zijn, niet in de bijlage bij die richtlijn worden opgenomen omdat het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (SCF) ze nog niet had geëvalueerd. (3) Hoewel de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid de evaluatie van die stoffen nu heeft voltooid, moet het gebruik ervan voor de vervaardiging van producten die voor de inwerkingtreding van deze richtlijn al in de handel werden gebracht, nog worden toegestaan. (4) Deze richtlijn moet binnen een korte termijn worden omgezet in verband met de in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2001/15/EG vastgestelde datum van 1 april 2004. (5) Derhalve moet worden voorzien in een afwijking van Richtlijn 2001/15/EG. (6) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 In afwijking van artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2001/15/EG kunnen de lidstaten, voorzover de bepalingen van artikel 1, lid 1, eerste alinea, van die richtlijn van toepassing zijn, de handel in producten die de in de bijlage bij deze richtlijn vermelde stoffen bevatten tot 31 december 2006 op hun grondgebied blijven toestaan, mits: a) de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid geen negatief advies heeft uitgebracht over het gebruik van de stof bij de vervaardiging van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen waarop Richtlijn 2001/15/EG van toepassing is; b) de stof in kwestie wordt gebruikt bij de vervaardiging van een of meer voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen die op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn al in de Gemeenschap in de handel zijn. Artikel 2 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 maart 2004 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie die bepalingen onverwijld mede, alsmede een transponeringstabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 3 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 4 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 20 januari 2004. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 186 van 30.6.1989, blz. 27. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1). (2) PB L 52 van 22.2.2001, blz. 19. BIJLAGE STOFFEN DIE VOOR SPECIFIEKE VOEDINGSDOELEINDEN MOGEN WORDEN TOEGEVOEGD AAN VOOR BIJZONDERE VOEDING BESTEMDE LEVENSMIDDELEN WAAROP RICHTLIJN 2001/15/EG VAN TOEPASSING IS Categorie 1: Vitaminen VITAMINE E - D-alfa-tocoferylpolyethyleenglycol 1000 succinaat Categorie 2: Mineralen BOOR - boorzuur - natriumboraat CALCIUM - aminozuurchelaat - pidolaat CHROOM - aminozuurchelaat KOPER - aminozuurchelaat IJZER - hydroxide - pidolaat - aminozuurchelaat SELEEN - met seleen verrijkt gist MAGNESIUM - aminozuurchelaat - pidolaat MANGAAN - aminozuurchelaat ZINK - aminozuurchelaat