Verordening (EG) nr. 1649/2003 van de Raad van 18 juni 2003 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1365/75 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, alsmede tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1417/76
PB L 245 van 29.9.2003, blz. 25–27 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
bijzondere uitgave in het Tsjechisch: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Ests: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Hongaars Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Litouws: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Lets: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Maltees: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Pools: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Slowaaks: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Sloveens: Hoofdstuk 05 Deel 04 blz. 362 - 364
bijzondere uitgave in het Bulgaars: Hoofdstuk 05 Deel 06 blz. 231 - 233
bijzondere uitgave in het Roemeens: Hoofdstuk 05 Deel 06 blz. 231 - 233
HR.ES Hoofdstuk 05 Deel 002 blz. 28 - 30
DA DE EL EN ES FI FR IT NL PT SV
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||
| tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff |
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV |
Verordening (EG) nr. 1649/2003 van de Raad
van 18 juni 2003
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1365/75 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, alsmede tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1417/76
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 279 en 308,
Gezien het voorstel van de Commissie(1),
Gezien het advies van het Europees Parlement(2),
Gezien het advies van de Rekenkamer(3),
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), moeten in overeenstemming worden gebracht met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5) ("het algemeen Financieel Reglement"), en met name met artikel 185 daarvan. Conform dit artikel moet de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden een financiële regeling vaststellen overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6). Dientengevolge moet Verordening (EEG) nr. 1417/76 van de Raad van 1 juni 1976 houdende financiële bepalingen voor de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(7) worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van de financiële regeling die door de raad van beheer van de Stichting is vastgesteld.
(2) De algemene beginselen en de beperkingen die van toepassing zijn op het in artikel 255 van het Verdrag vastgestelde recht op toegang tot documenten, zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(8).
(3) Bij de aanneming van Verordening (EG) nr. 1049/2001 zijn de drie instellingen in een gemeenschappelijke verklaring overeengekomen dat de agentschappen en soortgelijke organen voorschriften dienen te hebben die in overeenstemming zijn met deze verordening.
(4) Daarom moeten in Verordening (EEG) nr. 1365/75 de nodige bepalingen worden opgenomen om de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 1049/2001 te brengen, alsmede een bepaling betreffende beroepsmogelijkheden bij een weigering om toegang tot documenten te verlenen.
(5) Verordening (EEG) nr. 1365/75 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1365/75 wordt als volgt gewijzigd:
1. de artikelen 13, 14, 15 en 16 worden vervangen door:
"Artikel 13
1. De raad van beheer stelt het jaarverslag over de activiteiten en de vooruitzichten van de Stichting vast en dient dit uiterlijk op 15 juni in bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Economisch en Sociaal Comité en de Rekenkamer.
2. De Stichting doet de begrotingsautoriteit jaarlijks alle relevante informatie over de resultaten van de evaluatieprocedures toekomen.
Artikel 14
1. Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle uitgaven en ontvangsten van de Stichting geraamd en vervolgens opgenomen in de begroting van de Stichting, die tevens de personeelsformatie bevat.
2. De ontvangsten en uitgaven van de begroting van de Stichting zijn in evenwicht.
Artikel 15
1. De raad van beheer stelt jaarlijks, op basis van een ontwerp van de directeur, de raming van de ontvangsten en uitgaven van de Stichting voor het volgende begrotingsjaar vast. Deze raming, die tevens een ontwerp-personeelsformatie bevat, wordt uiterlijk op 31 maart door de raad van beheer bij de Commissie ingediend.
2. De raming wordt samen met het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie door de Commissie ingediend bij het Europees Parlement en de Raad (hierna 'de begrotingsautoriteit' genoemd).
3. Op basis van deze raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting op in het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, dat zij overeenkomstig artikel 272 van het Verdrag voorlegt aan de begrotingsautoriteit.
4. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de subsidie aan de Stichting goed.
De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van de Stichting vast.
5. De begroting wordt vastgesteld door de raad van beheer. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie. De begroting wordt zo nodig dienovereenkomstig aangepast.
6. De raad van beheer stelt de begrotingsautoriteit zo spoedig mogelijk in kennis van de projecten die hij voornemens is te realiseren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van zijn begroting kunnen hebben, met name onroerendgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen. Hij brengt de Commissie daarvan op de hoogte.
Wanneer een tak van de begrotingsautoriteit kennis heeft gegeven van zijn voornemen om een advies te verstrekken, doet hij dit advies aan de raad van beheer toekomen binnen een termijn van zes weken te rekenen vanaf de kennisgeving van het project.
Artikel 16
1. De financiële regeling die van toepassing is op de Stichting wordt vastgesteld door de raad van beheer, na raadpleging van de Commissie. Deze financiële regeling mag slechts afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(9), indien de specifieke vereisten van de taakverrichting van de Stichting dit noodzakelijk maken, en met voorafgaande instemming van de Commissie.
2. De directeur is belast met de uitvoering van de begroting van de Stichting.
3. Uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, dient de rekenplichtige van de Stichting de voorlopige rekeningen met het verslag over het budgettair en financieel beheer van het begrotingsjaar in bij de rekenplichtige van de Commissie. De rekenplichtige van de Commissie consolideert de voorlopige rekeningen van de instellingen en de gedecentraliseerde organen overeenkomstig artikel 128 van het algemeen Financieel Reglement.
4. Uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, dient de rekenplichtige van de Commissie de voorlopige rekeningen van de Stichting met het verslag over het budgettair en financieel beheer van het begrotingsjaar in bij de Rekenkamer. Het verslag over het budgettair en financieel beheer van het begrotingsjaar wordt ook toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
5. Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van de Stichting overeenkomstig artikel 129 van het Financieel Reglement, maakt de directeur onder zijn eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van de Stichting op en legt deze voor advies voor aan de raad van beheer.
6. De raad van beheer van de Stichting brengt advies uit over de definitieve rekeningen van de Stichting.
7. Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar dient de directeur de definitieve rekeningen met het advies van de raad van beheer in bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.
8. De definitieve rekeningen worden gepubliceerd.
9. De directeur dient uiterlijk op 30 september een antwoord op de opmerkingen van de Rekenkamer in bij deze instelling. Hij dient dit antwoord ook in bij de raad van beheer.
10. De directeur verstrekt het Europees Parlement op verzoek, overeenkomstig het bepaalde in artikel 146, lid 3, van het algemeen Financieel Reglement, alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar.
11. Vóór 30 april van het jaar n + 2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de directeur van de Stichting kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar n.";
2. het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 18 bis
1. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(10) is van toepassing op de documenten die bij de Stichting berusten.
2. Binnen zes maanden na de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1649/2003 van de Raad van 18 juni 2003 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1365/75 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, alsmede tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1417/76(11) stelt de raad van beheer de toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.
3. Tegen de beslissingen van de Stichting uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan beroep worden ingesteld, door middel van een klacht bij de Ombudsman of door middel van een beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, volgens de voorwaarden van respectievelijk artikel 195 en artikel 230 van het Verdrag.".
Artikel 2
Verordening (EEG) nr. 1417/76 wordt ingetrokken op de datum van de inwerkingtreding van de financiële regeling die door de raad van beheer wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1365/75.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 18 juni 2003.
Voor de Raad
De voorzitter
G. Drys
(1) PB C 331 E van 31.12.2002, blz. 65.
(2) Advies uitgebracht op 27 maart 2003 (nog niet in het Publicatieblad verschenen).
(3) PB C 285 van 21.11.2002, blz. 4.
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1 (Rectificatie in PB L 25 van 30.1.2003, blz. 43.
(6) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72 (Rectificatie in PB L 2 van 7.1.2003, blz. 39.
(7) PB L 164 van 24.6.1976, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1949/93 (PB L 181 van 23.7.1993, blz. 26).
(8) PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.
(9) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72 (Rectificatie in PB L 2 van 7.1.2003, blz. 39).
(10) PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.
(11) PB L 245 van 29.9.2003, blz. 25.
| Naar boven |