Verordening (EG) nr. 1513/2001 van de Raad van 23 juli 2001 houdende wijziging van Verordening nr. 136/66/EEG, alsmede van Verordening (EG) nr. 1638/98, met het oog op de verlenging van de steunregeling en de kwaliteitsstrategie voor olijfolie
Publicatieblad Nr. L 201 van 26/07/2001 blz. 0004 - 0007
Verordening (EG) nr. 1513/2001 van de Raad van 23 juli 2001 houdende wijziging van Verordening nr. 136/66/EEG, alsmede van Verordening (EG) nr. 1638/98, met het oog op de verlenging van de steunregeling en de kwaliteitsstrategie voor olijfolie DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement(1), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(2), Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Verordening (EG) nr. 1638/98 van de Raad van 20 juli 1998 tot wijziging van Verordening nr. 136/66/EEG houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten(3), zijn maatregelen vastgesteld voor de drie verkoopseizoenen 1998/1999, 1999/2000 en 2000/2001. Tijdens deze periode van drie verkoopseizoenen moest de Commissie de nodige gegevens kunnen verzamelen en analyseren om in de loop van het jaar 2000 een voorstel voor de Raad te kunnen opstellen met het oog op een hervorming van de vorenvermelde gemeenschappelijke ordening der markten. De bij de genoemde verordening ingevoerde maatregelen blijken op een aantal punten te hebben geleid tot een verbetering van de gemeenschappelijke marktordening, maar de in de eerste twee verkoopseizoenen verzamelde informatie en opgedane ervaring is voor de Commissie te onvolledig en niet toereikend genoeg om gegronde en definitieve conclusies te trekken ten aanzien van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten die per 1 november 2001 van toepassing zal zijn. (2) Er moet een beoordeling worden gemaakt van de resultaten van de overgangsperiode waarin in 1998 is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1638/98 en Verordening (EG) nr. 1639/98(4). Om alle resultaten van de vanaf het verkoopseizoen 1998/1999 toegepaste maatregelen te kennen en om nadere gegevens over de sector te verzamelen en deze gegevens grondiger te analyseren moeten de thans geldende bepalingen, en met name die van Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten(5), van toepassing blijven tot het einde van het verkoopseizoen 2003/2004. (3) Het controlesysteem inzake de aan de producenten toegekende steun is in hoge mate afhankelijk van het bestaan en het goed functioneren van het bij Verordening (EG) nr. 1638/98 ingestelde Geografisch Informatiesysteem (GIS). Het GIS is voor bepaalde met het oog op de toekomst te onderzoeken opties onontbeerlijk en voor de overige opties op zijn minst nuttig. Nu reeds dient dan ook te worden aangegeven dat in voorkomend geval de toekomstige steunregeling vanaf 1 november 2003 uitsluitend betrekking zal hebben op olijfgaarden die zijn geregistreerd in een GIS waarvan is geconstateerd dat het voltooid is. (4) Uit de ontwikkelingen op de olijfoliemarkt blijkt de noodzaak van een gecoördineerde strategie ter verbetering van de kwaliteit van het product, welke strategie ook de milieuaspecten dient te bestrijken en die onder meer maatregelen ter bevordering van de structurering van de sector en aanpassingen van de indeling van olijfoliën en oliën uit afvallen van olijven moet omvatten. (5) Opdat de sector beter gaat functioneren moet voorzien worden in een regeling om de erkende organisaties van marktdeelnemers te stimuleren programma's voor de verbetering en de certificering van de kwaliteit uit te voeren, alsmede het beheer van de olijfoliesector en -markt te verbeteren. Er blijkt een periode van ongeveer één jaar nodig te zijn voor de nadere uitwerking van bepaalde onderdelen van de toekomstige regeling, bijvoorbeeld de oprichting van de betrokken organisaties, de opstelling en evaluatie van de programma's, alsmede de goedkeuring daarvan door de lidstaten. Om zo vroeg mogelijk met de uitvoering van concrete activiteiten te kunnen beginnen, moet nu reeds de basis worden gelegd voor de regeling die gepland is voor de periode vanaf 1 november 2002. (6) De benamingen en de definities van olijfoliën en oliën uit afvallen van olijven zijn vaak onbevredigend en kunnen zowel voor de consument als voor de marktdeelnemers tot verwarring leiden. Deze problemen leiden tot marktverstoring, die moet worden voorkomen door nieuwe benamingen en definities vast te stellen ter vervanging van die in de bijlage bij Verordening nr. 136/66/EEG. (7) Om het natuurlijke karakter van de olijfoliën van eerste persing te bewaren, moet voor die oliën het gebruik van extractiehulpstoffen met een chemische of biochemische werking worden verboden. (8) De door de producenten en de oliefabrieken gerealiseerde vooruitgang heeft ertoe geleid dat de productie voor een steeds groter deel uit "olijfolie van eerste persing" en "extra olijfolie van eerste persing" bestaat, terwijl er steeds minder "courante olijfolie van eerste persing" en "olijfolie van eerste persing voor verlichting" wordt geproduceerd. Om in de indeling van olijfoliën van eerste persing rekening te houden met deze ontwikkeling op de markt en de consumenten ervan te laten profiteren, is het dienstig de maximale zuurgraad van olijfoliën van eerste persing te verlagen en de categorie courante olijfolie van eerste persing op te heffen door die oliën onder te brengen bij de categorie van olijfolie voor verlichting. (9) De generische benaming van het product, namelijk "olijfolie", wordt momenteel ook gebruikt ter aanduiding van de in punt 3 van de bijlage bij Verordening nr. 136/66/EEG bedoelde categorie olijfolie, die bestaat in een mengsel van geraffineerde olijfoliën en olijfoliën van eerste persing, andere dan die voor verlichting. Dit leidt tot verwarring die een argeloze consument kan misleiden en de markt kan verstoren. Het is bijgevolg dienstig dit mengsel een specifieke naam te geven zonder daarbij afbreuk te doen aan het imago van deze categorie olie, waarvan de typische kwaliteiten door velen sterk op prijs worden gesteld. (10) Dankzij de vooruitgang in de raffinage kan de definitie van geraffineerde olijfoliën worden aangepast door een lagere maximale zuurgraad vast te stellen. (11) De definitie van ruwe olie uit afvallen van olijven moet ook betrekking hebben op mechanisch verkregen oliën, die op enkele kenmerken na overeenstemmen met olijfoliën voor verlichting, aangezien een aantal van die oliën kenmerken vertoont die typisch zijn voor ruwe olie uit afvallen van olijven. (12) Om de sector tijd te geven om zich aan te passen moet het gebruik van de nieuwe benamingen en definities pas na twee jaar algemeen verplicht worden. (13) De voor de toepassing van Verordening nr. 136/66/EEG vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(6), HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening nr. 136/66/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. in artikel 4, lid 2, worden de woorden "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2003/2004"; 2. artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: a) in lid 2, worden de woorden "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2003/2004", b) in lid 9, eerste alinea, worden de woorden "voor verbetering van de kwaliteit van de olijfolieproductie" vervangen door "voor verbetering van de kwaliteit van de olijfolie- en tafelolijvenproductie", c) in lid 9, tweede alinea, i) worden de woorden "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2003/2004"; ii) worden de woorden "olijfolieproducenten" vervangen door "olijfolie- en tafelolijvenproducenten"; 3. in artikel 20 quinquies, lid 1, tweede alinea, worden de woorden "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2003/2004"; 4. artikel 37 wordt geschrapt; 5. artikel 38 wordt vervangen door: "Artikel 38 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité van beheer voor oliën en vetten, hierna 'comité'. 2. In de gevallen waarin naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op één maand vastgesteld. 3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast."; 6. de bijlage wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening. Artikel 2 Verordening (EG) nr. 1638/98 wordt als volgt gewijzigd: 1. artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: a) in lid 1, eerste alinea, worden de woorden "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2002/2003", b) in lid 2, tweede alinea, worden de woorden "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2002/2003", en c) in lid 4, worden de woorden "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001" vervangen door "de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2002/2003"; 2. het volgende artikel wordt ingevoegd: "Artikel 2 bis Met ingang van 1 november 2003 kunnen de olijfbomen en de corresponderende percelen waarvan het bestaan niet wordt aangetoond via een Geografisch Informatiesysteem dat tot stand is gebracht overeenkomstig artikel 2 van deze verordening, noch de corresponderende geproduceerde hoeveelheden olijfolie, in aanmerking worden genomen voor productiesteun voor olijfolie in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten."; 3. in artikel 3, lid 2, wordt het jaartal "2000" vervangen door "2003" en de datum "1 november 2001" door "1 november 2004"; 4. het volgende artikel wordt toegevoegd: "Artikel 4 bis 1. In het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten die geldt met ingang van 1 november 2002, kunnen de lidstaten waar olijfolie wordt geproduceerd, binnen bepaalde grenzen een deel van de eventueel voor de olijfolie- en/of tafelolijvenproducenten toegepaste steun reserveren als garantie voor de communautaire financiering van de door erkende producentenorganisaties, erkende brancheorganisaties of andere erkende organisaties van marktdeelnemers of unies daarvan opgestelde activiteitenprogramma's op een of meer van de volgende gebieden: a) de follow-up en het administratief beheer van de olijfolie- en tafelolijvensector en -markt; b) de verbetering van de milieu-effecten van de olijventeelt; c) de verbetering van de kwaliteit van de productie van olijfolie en tafelolijven, d) het traceerbaarheidssysteem, de certificering en de bewaking van de kwaliteit van olijfolie en tafelolijven, onder het gezag van de nationale administraties. 2. In dit artikel wordt onder 'erkende brancheorganisaties' verstaan, rechtspersonen die: - bestaan uit vertegenwoordigers van de verschillende beroepsgroepen die betrokken zijn bij de productie en/of de verhandeling en/of de verwerking van de in artikel 1, lid 2, onder c) en d), van Verordening nr. 136/66/EEG bedoelde producten; - zijn opgericht op initiatief van alle of een deel van de aangesloten verenigingen of groeperingen; - zijn erkend door de lidstaten waarin zij werkzaam zijn. 3. De in lid 1 bedoelde grenzen worden, om verstoringen van de markt te voorkomen, vastgesteld door: - de Raad, op voorstel van de Commissie, voor het geheel van de betrokken activiteiten, en vervolgens, - door de Commissie, voor elk van de in lid 1 genoemde gebieden, overeenkomstig de beheersprocedure van artikel 4 van Besluit 1999/468/EG. De communautaire financiering van de in lid 1 bedoelde activiteitenprogramma's is, binnen de vastgestelde grenzen, gelijk aan het gedeelte van de steun dat door de betrokken lidstaat is gereserveerd. Die financiering bedraagt ten hoogste: - 100 % voor de activiteiten op de onder a) en b) bedoelde gebieden, - 100 % voor de investeringen in kapitaalgoederen en 75 % voor de andere activiteiten op het onder c) genoemde gebied, - 50 % voor de activiteiten op het onder d) bedoelde gebied. De aanvullende financiering komt voor rekening van de betrokken lidstaat, die rekening houdt met een bijdrage van de marktdeelnemers, die voor de activiteiten op de in lid 1, onder c) en d), bedoelde gebieden verplicht is en voor de activiteiten op het onder d) bedoelde gebied minstens 25 % bedraagt. 4. Volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG stelt de Commissie de volgende bepalingen vast: a) de voorwaarden voor de erkenning van organisaties van marktdeelnemers of unies daarvan, b) de soorten activiteiten in het kader van de in aanmerking komende programma's op de vier in lid 1 bedoelde gebieden, c) de procedures voor de goedkeuring van de programma's door de lidstaten, d) de controle- en sanctiemaatregelen, e) de overige uitvoeringsbepalingen die nodig zijn om de betrokken programma's met ingang van 1 november 2002 snel ten uitvoer te leggen."; 5. in artikel 5, eerste alinea, wordt de datum "1 november 2001" vervangen door "1 november 2004". Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 november 2001. Artikel 1, punt 6 (vervanging van de bijlage bij Verordening nr. 136/66/EEG), met uitzondering van punt 4 van de betrokken bijlage, is evenwel van toepassing met ingang van 1 november 2003. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 23 juli 2001. Voor de Raad De voorzitter A. Neyts-Uyttebroeck (1) Advies uitgebracht op 17 mei 2001 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). (2) Advies uitgebracht op 30 mei 2001 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). (3) PB L 210 van 28.7.1998, blz. 32. (4) PB L 210 van 28.7.1998, blz. 38. (5) PB L 172 van 30.9.1966, blz. 3025/66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2826/00 (PB L 328 van 23.12.2000, blz. 2). (6) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. BIJLAGE "BIJLAGE BENAMINGEN EN DEFINITIES VAN DE OLIJFOLIËN EN OLIËN VAN AFVALLEN VAN OLIJVEN BEDOELD IN ARTIKEL 35 1. OLIJFOLIE VAN EERSTE PERSING Olie die uit de vrucht van de olijfboom is verkregen langs zuiver mechanische weg of via andere fysische methodes onder omstandigheden waardoor de olie niet wordt aangetast, en die geen andere behandeling heeft ondergaan dan wassen, decanteren, centrifugeren en filtreren; met uitsluiting van olie die is verkregen door middel van oplosmiddelen, door middel van een hulpstof met chemische of biochemische werking of door herverestering, en van alle mengsels met olie van een andere soort. Deze olie wordt als volgt ingedeeld en omschreven: a) Extra olijfolie van eerste persing Olijfolie van eerste persing met een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 0,8 gram per 100 gram en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld. b) Olijfolie van eerste persing Olijfolie van eerste persing met een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 2 gram per 100 gram en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld. c) Olijfolie voor verlichting Olijfolie van eerste persing met een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van meer dan 2 gram per 100 gram en/of waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld. 2. GERAFFINEERDE OLIJFOLIE Olijfolie verkregen door raffinering van olijfolie van eerste persing, met een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 0,3 gram per 100 gram en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld. 3. OLIJFOLIE - BESTAANDE UIT GERAFFINEERDE OLIJFOLIËN EN OLIJFOLIËN VAN EERSTE PERSING Olie verkregen door het mengen van geraffineerde olijfolie met olijfolie van eerste persing, andere dan die voor verlichting, met een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 1 gram per 100 gram en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld. 4. RUWE OLIE UIT AFVALLEN VAN OLIJVEN Olie verkregen uit afvallen van olijven door behandeling met oplosmiddelen of via fysische methodes, of die, op bepaalde kenmerken na, overeenstemt met olijfolie voor verlichting; met uitsluiting van olie die is verkregen door herverestering, en van alle mengsels met olie van een andere soort, en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld. 5. GERAFFINEERDE OLIE UIT AFVALLEN VAN OLIJVEN Olie verkregen door de raffinering van ruwe olie uit afvallen van olijven, met een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 0,3 gram per 100 gram en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld. 6. OLIE UIT AFVALLEN VAN OLIJVEN Olie verkregen door het mengen van geraffineerde olie uit afvallen van olijven met olijfolie van eerste persing, andere dan die voor verlichting, met een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 1 gram per 100 gram en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgesteld."